woensdag 23 januari 2013

Vergevend en vergetend

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (23)

O God, wie is aan U gelijk?
U vergeeft de schuld van Uw volk en blijft niet stilstaan bij hun overtredingen.
U laat Uw woede niet eeuwig duren,
U wilt niets liever dan genade tonen.
Opnieuw zult U Zich over ons ontfermen,
U zult onze schuld tenietdoen, al onze zonden verwijzen naar de bodem van de zee.

Micha 7:18,19

Na de afgelopen twee dagen stil gestaan te hebben bij de heiligheid van God, bij Zijn toorn die ontbrandt bij ongehoorzaamheid en het niet houden van Zijn geboden, is het geweldig om tegelijkertijd ook te weten dat God ook een heel andere kant heeft.
Toen ik de bovenstaande tekst tegenkwam bij het bladeren door mijn Bijbel op zoek naar iets waar ik deze keer over zou nadenken/schrijven, stopte ik bij deze tekst en bedacht me hoe geweldig mooi het eigenlijk is om zo van Gods toorn over de zonde over te gaan naar wie Hij ook is, namelijk een barmhartig God.

Als God bij Mozes voorbijgaat ((Exodus 33:19 en Exodus 34:6,7) zegt Hij een God te zijn  die barmhartig is en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.
Ook Joël 2: 13 zegt het : 'Scheur niet je kleren, maar verscheur je hart!'
Keer terug naar de HEER, jullie God.
Hij is mild en vol medelijden, vol liefde en geduld, steeds bereid de straf in te trekken.'
De God die toornt over de zonde, straft, vergeldt, is dezelfde God die niet altijd boos blijft, want Hij schept geen behagen in Zijn woede, Hij wil niets liever dan Zijn genade tonen.
Heel de Bijbel door zien we steeds opnieuw dat als Zijn volk berouw krijgt over hun zonde, en zich afkeert van hun verkeerde wegen, Hij Zich weer over Zijn volk ontfermt.
Hij vergeeft en neemt hen weer in genade aan en de straf neemt Hij vervolgens weg.
Denk bijvoorbeeld maar aan Mozes en de koperen slang in de woestijn, wie naar de slang keek, werd genezen. (Numeri 21:4-9)
Of aan Gideon (zie: Richteren 6)
God toont keer op keer Zijn ontferming, barmhartigheid en genade, ook aan individuele personen.
Denk maar eens aan David.
Hij heeft de nodige misstappen begaan in zijn leven, en toch noemt God hem een man naar Zijn hart.
Dit kan alleen door berouw en afkeren van verkeerde wegen.

Wat voor het volk Israël en voor David geldt, geldt door de Here Jezus ook voor ons.
Als wij onze zonden belijden, dan is God zo rechtvaardig en trouw dat Hij onze zonden vergeeft en ons rein maakt van alles wat we verkeerd hebben gedaan.
(1 Johannes 1:9)
Ongeacht wat we gedaan hebben, ongeacht hoe groot of hoe klein het ook is.
Er was vergeving voor de moordenaar aan het kruis.
Er was vergeving voor de vrouw bij de bron.
Er was vergeving voor Petrus.
Er is vergeving voor jou en mij.

En wat het allemaal nog bijzonderder maakt, nog specialer en God nog groter en indrukwekkender, is dat bij God vergeven ook vergeten is.
Hij denkt nooit meer terug aan wat we hebben gedaan.
Als de profeet Micha schrijft, dat Hij onze zonden in de diepten de zee gooit, dan zijn ze daar begraven.
Corrie ten  Boom zou zeggen: En Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen!’

Wij mensen zijn een kei in het onthouden wat anderen ons hebben aangedaan.
Zelfs als we de ander vergeven hebben, blijven vaak wel de herinneringen aan wat ons is aangedaan.
En als we niet oppassen, zijn we zelfs in staat om deze dingen weer te voorschijn te halen, als er weer een keer iets gebeurt.

Bij God niet.
God zal nooit en te nimmer terugkomen op eerder begane zonden en je ze weer onder je neus wrijven.
Vergeven is bij God vergeten.
Whauw!

O God, wie is aan U gelijk?



dinsdag 22 januari 2013

3e Oma-dag

Om kwart over zeven komt mijn zoon binnen met onze lieve kleindochter, Naomi.
Mijn dag kan eigenlijk al niet meer stuk, want, laten we eerlijk zijn, als je zo begroet wordt als door deze kleine meid met die grote stralende lacht, dan kan je dag gewoon niet meer stuk.
Wat een heerlijk meidje is zij toch.

Zo vrolijk, zo blij en stapelgek op onze Jaylinn.
Hoewel ze haar naam nog niet echt uit kan spreken, gebruik ze steevast dezelfde klanken, die trouwens best richting Jaylinn klinken, als ze Jaylinn roep of naar haar wijst.
Ze vindt haar echt helemaal geweldig.

Vanmorgen en vanmiddag vond ze het schijnbaar toch weleens tijd worden om deze vriendschap te bezegelen met het delen van haar lekkers.
Kreeg Jaylinn vanmorgen wat van haar peertje toegeschoven, vanmiddag wilde ze graag ook haar koekje met haar delen.
En Jaylinn?
Jaylinn vond het prima.
De stukjes peer waren zo verdwenen, het stukje koek echter was toch iets te groot voor haar bekkie, dus die liet ze gauw liggen en dook op een klein stukje af, wat mij weer de kans gaf om het grote stukje maar gauw op te ruimen.


Ja, die twee worden beste maatjes.
Als Naomi even lekker op de grond speelt, zit Jaylinn even met een paar eigen snoepjes in de bench.
Als Namomi wat groter is en jaylinn wat rustiger, dan kunnen ze wel samen, maar nu heeft het arme kind anders geen leven.
Of Jaylinn niet?
Zo kunnen we het ook nog bekijken natuurlijk, want als kleine Naomi iets vast heeft aan haren bijvoorbeeld ... dan laat ze ook niet gauw meer los.

Ja, zo was het weer een heerlijke oma-dag waar ik van genoten heb en waar ik God zo dankbaar voor ben.
Het is echt zo anders dan met je eigen kinderen.
Dan moet je gewone werk doordraaien, je kunt immers wel een keertje een dagje niets doen en genieten van je kinderen, maar alles blijft wel liggen, en dat is met vier kleine kinderen toch wel heel wat meer dan nu met nog maar twee grote kinderen thuis.
(alhoewel ...)
Als ik dan zo met m'n kopje koffie aan tafel zit en Naomi in de box met haar flesje en een heerlijke CD op de achtergrond, dan is de diepe rust en vrede in mijn hart zo groot dat er stilletjes een portie dankbaarheid naar omhoog gaat.

De kleine jongen

Weer eens tijd voor een mooi verhaal(tje).

Het volgende verhaal heb ik jaren geleden uitgeknipt, volgens mij uit 'Het Zoeklicht'.
Nog steeds krijg ik een brok in m'n keel als ik het lees, en ik heb het al heel vaak gelezen.
Maar er zit een diepe, diepe boodschap in.

"......want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen
met onze zwakheden......."

Hebreeën 4:15

Een boer heeft een nestje jonge hondjes, die hij verkopen moet.
Hij schildert een bord met de aanbieding van de puppies en plaatst dat in de voortuin van de boerderij, vlak langs de weg.
Daarmee bezig tikt iemand hem tegen zijn arm.
Het is een kleine jongen, die hem vraagt of hij er één mag kopen.
"Nou", zegt de boer,"ze komen uit een heel goed nest, jongen, en daarom kosten ze erg veel geld."
Even laat het jongetje zijn hoofd zakken.
Dan voelt hij diep in zijn broekzak en toont de boer zijn geld.
"Ik heb zevenentachtig cent", zegt hij.
"Is dat genoeg om alleen maar even te kijken?"
De boer fluit op zijn vingers en roept zijn hond, die te voorschijn komt.
De vier puppies hollen als vachtbolletjes op hun vier korte pootjes achter hun moeder aan.
De jongen kijkt zijn ogen uit naar zoveel pracht.
Dan ziet hij beweging bij het hondenhok.
Langzaam strompelt er nog een puppy naar buiten, merkbaar kleiner dan de andere vier.
Moeilijk beweegt het zich in de richting van de andere vier.
Het doet z'n uiterste best om er zo snel mogelijk ook bij te zijn.
"Die wil ik graag hebben", riep het jongetje uit.
De boer buigt zich naar het jongetje en zegt: "Die moet je niet nemen, want die zal nooit goed kunnen rennen en spelen als de andere vier.
Hij is waardeloos."
Het jongetje doet een stap terug, rolt een broekspijp omhoog en toont de boer zijn rechterbeen, waarlangs een stalen strip aan beiden zijden naar omlaag loopt naar een speciale schoen.
Hij zegt: "Ik kan ook niet goed rennen en spelen met andere kinderen.
Dit kleine hondje heeft iemand nodig die hem begrijpt."
"Volgende week mag je hem komen halen jongen", zegt de boer met tranen in zijn ogen.

(schrijver voor mij onbekend)

 

maandag 21 januari 2013

Heilig

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (21)

En Mozes zei tegen Aäron: ‘Dit bedoelde de Heer, toen Hij zei: ‘Ik laat mijn priesters zien dat ik een heilig God ben, Ik toon Mijn luister ten overstaan van het hele volk.’
Maar Aäron was met stomheid geslagen.

Leviticus10:3

Eén van de verhalen uit de Bijbel die mij hebben doen beseffen hoe heilig God eigenlijk is, is het verhaal van de dood van de zonen van Aäron.
Tot op de dag van vandaag ben ik er van onder de indruk en komt dit verhaal als één van de eersten in mij boven als het gaat om hoe heilig onze God wel niet is.

De twee zonen van Aäron, Nadad en Abihu, waren aan de beurt om de HERE een offer te brengen, maar zij namen het niet zo nauw met de voorschriften die God had gegeven.
Zij deden gloeiende kooltjes in hun vuurpan en legden daar de wierrook op en zo gingen zij de tent van de HEER binnen.
Maar de kooltjes vuur waren niet zoals voorgeschreven, afkomstig van het altaar.
Zij deden dus wat in strijd was met de opdracht van de HEER.
Toen werden zij dodelijk getroffen door het hemelvuur van de HEER.
Zo vonden zij de dood in het heiligdom.

HEER, U bent een Heilig God.
En ik ben bang, HEER, dat ik soms maar nauwelijks besef hoe heilig U eigenlijk wel niet bent.
Het zijn voorbeelden als deze uit Uw woord, die aangeven hoe heilig U bent en dat we niet kunnen sjoemelen in wat we doen, ten opzichte van Uw woorden.
We kunnen Uw woorden niet naast ons neerleggen, noch ze een beetje aanpassen aan ons inzicht.
Noch kunnen we doen alsof U het toch niet zien zal, niet doorheeft.
Als U zegt: ‘Wees heilig want Ik ben heilig,’ dan zegt U dat niet tegen ons als iets waarin we een vrijblijvende keuze hebben, maar als een echte, serieuze opdracht.
Ja, door Uw Zoon, Jezus Christus zijn wij heilig, maar Uw opdracht luidt ook dat we ons moet toeleggen om heiliger te worden, om ons leven te heiligen.
We mogen naderen tot Uw troon van genade, maar dit kan niet zonder gewassen te zijn door het vergoten bloed van Uw Zoon.
Niemand kan U van aangezicht tot aangezicht zien, zonder te sterven.
Nadad en Abihu namen het niet zo nauw met Uw voorschriften en werden door U gedood.
HEER, soms kunnen dingen in onze ogen zo onbelangrijk lijken, zo nauwelijks van enige waarde, en soms hebben we al gauw zoiets van, och, dat vind God vast niet erg.
Dat we naar Zijn huis komen is toch het belangrijkste, dat we bidden en Bijbelezen is toch veel belangrijker, dat we Stille Tijd houden is toch veel belangrijker, dat we …
Och, dit blad, deze tv-serie, deze muziek, deze …
Moet kunnen …
Vergeef mij, HERE, dat het soms ook zo onbewust gaat.
Vergeef mij HERE, dat ik U nog zo slecht ken, dat ik dit soms denk of doe.
Dat de zonen van Aäron zo terplekke sterven door Uw hand, geeft aan hoe heilig U wel niet bent.
Ja, ik weet, het waren priesters met een grotere verantwoordelijkheid ten opzichte ook van het volk en U wilde het volk er van doordringen hoe heilig U bent.
Maar ook naar mij, naar ons, klinkt Uw stem: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’
Maak mij bewust, o HEER, voor zover ik dat met mijn menselijk verstand kan bevatten, hoe heilig U bent.
In Jezus’ Naam.

- Amen -

Wie van de goden, Heer, is aan U gelijk?
Wie is als U, ontzagwekkend en heilig?
Exodus 15:11

Bied elke dag een stier aan als offer voor de zonde om alles met Mij in het reine te brengen.
Reinig het altaar en wijd het met zalfolie, zeven dagen lang.
Het altaar zal zeer heilig zijn.
Wie het aanraakt, is ook heilig.
Exodus 29:36

Ook het altaar voor de brandoffers met alles wat erbij hoort moet je zalven en heiligen: het altaar is zeer heilig.
Exodus 40:10

Erken de macht van de Heer, onze God, buig u neer voor Zijn heilige berg, want de Heer, onze God, is heilig.
Psalm 99:9

De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten; Hij is uw vrees en Hij is uw verschrikking.
Jesaja 8:13

Streef naar vrede met alle mensen en naar een heilig leven, want zonder dat zal niemand de Heer zien.
Hebreeën 12:14

Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:16
 


Wek mij elke morgen met Uw woorden ...

Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij
wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in,
om op mijn beurt
door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.

©Tinie Goedhart.
Boekenlegger

Heb je ook weleens dat je iets tegenkomt dat je zo aanspreekt dat je het uit je hoofd wilt kennen?
Ik heb dat dus ook met deze tekst van Tinie Goedhart van een boekenlegger.
De woorden van dit kaartje raken mijn hart heel diep.
Ik heb de boekenlegger al een aardig tijdje in mijn bezit, en hoewel ik hem op dit moment even kwijt ben, blijven de woorden mij als het ware achtervolgen, doordat ik ze op verschillende plekken heb opgeschreven.
En dan zo af en toe mijmer ik weer over deze woorden.

‘Wek mij elke morgen met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb aan levenswijsheid in …’

Het liefst zou ik iedere morgen wakker worden gemaakt door God en dat Hij mij met het wakker maken Zijn woorden voor die dag influistert.
Wat zou dat geweldig zijn!
Maar meestal is het het harde geluid van mijn wekker dat mij wekt en is mijn eerste gedacht ‘o, het is alweer tijd om op te staan’.
Maar soms word ik wakker en is Hij de eerste aan wie ik denk en is mijn hart vol dank om een heerlijke nachtrust.
En heel soms komt er een woord vanuit de Bijbel in mijn gedachten.
Maar meestal klinkt er een koud en hard signaal dat gewoon aangeeft dat de nieuwe dag weer is begonnen.

Toch is het mijn eigen keuze dat mijn wekkertje zo vroeg afloopt.
En al is het soms niet makkelijk om uit mijn warme bedje te komen en kreunt alles van binnen (‘k moet zachtjes doen om mijn man niet wakker te maken) toch verlang ik er naar, want beneden wacht mijn kopje koffie en mijn Bijbel.
Het is een keuze om vroeger dan de rest op te staan om samen met God mijn dag te beginnen nog voor er iemand op is.
En dan komen de bovenstaande woorden toch heel dichtbij.
‘Wek mij met Uw woorden en fluister mij wat ik nodig heb aan levenswijsheid in ...’
Genietend van mijn kopje koffie kruip ik weg in mijn stoel, terwijl ik mijn Bijbel en dagboek over de Namen van God opent.
Niet altijd ben ik even wakker, soms kost het me heel wat moeite om te lezen of om mijn aandacht er bij te houden, maar ik ben in Zijn aanwezigheid.

En zo word ik toch gewekt met Zijn woorden aan het begin van een nieuwe dag en fluistert Hij mij Zijn woorden van levenswijsheid voor die dag in.

zondag 20 januari 2013

Het Begin en Het Einde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (20)

Voor de bergen ontstonden,
voor U de aarde schiep,
was U al God,
alle eeuwen door.
Als U zegt:
‘Wordt weer stof, jullie zwakke mensen,’
dan worden zij weer stof.
Want voor U zijn duizend jaar
niet meer dan één dag,
niet meer dan het laatste uur van de nacht:
in een oogwenk voorbij!

Psalm 90:2-4

Bij ons mensen heeft alles een begin en een einde.
Er is niets dat oneindig is, er is ook niets in ons leven dat geen begin en geen einde kent.
We zijn als mensen gebonden zijn aan de tijd.
En ook alles in ons leven is vergankelijk.
We worden verwekt, geboren en we sterven.
Dit geldt voor ons, voor de dieren en voor de natuur.

Maar dit woord verteld mij, dat U, HEER, er al was voor de bergen ontstonden, voor U de wereld schiep.
U bent eeuwig; U kent geen begin en geen einde, simpelweg omdat U het begin en het einde bent.
De Almachtige, Die is, Die was en Die komt.
De Eerste en de Laatste.

Door Uw hand is alles ontstaan.
U hoeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er.
Uit stof heeft U ons gemaakt en als U wilt dat wij weer stof worden hoeft U het alleen maar te zeggen.
Alles en iedereen vindt zijn/haar ontstaan in U.

Hoe zou ik me ooit kunnen voorstellen dat één dag bij U is als duizend jaar, als het laatste uur van de nacht?
Als ik het laatste uurtje van de nacht al wakker ligt, heb ik al het gevoel dat het uren zijn.
Wat ‘in een oogwenk’ voorbij?

Altijd al was U God.
U bent eeuwig.
El Olam

‘Van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.
Psalm 90:2b (HSV)

U bent de  ‘Ik Ben, die Ik ben’.
Jaweh.
De ene.

Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.
Openbaring 1:8

Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Openbaring 22:13

Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven,
ik kan er niet bij.
 

Maar,
ik geloof,
dat U bent,
die U zegt dat U bent.

- Amen -
 


zaterdag 19 januari 2013

Liefde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER ...   (19)

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Johannes 3:16

Het is een heel bekende tekst; ik denk misschien wel de meest bekende tekst uit de Bijbel en misschien ook wel de meest gebruikte.
Het is geloof ik ook de eerste tekst die ik ooit uit mijn hoofd heb geleerd.
En nu, als ik iedere dag tijd apart zet om stil te staan bij hoe groot en indrukwekkend Hij is, wil ik ook weer eens tijd nemen om dit woord nog eens goed te overdenken en de diepe betekenis ervan tot me door te laten dringen.

Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder,
die in Hem gelooft,
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven hebbe.

Met alles wat God schiep, zei Hij: ‘Het is goed.’
Alleen toen Hij de mens, man en vrouw, schiep, zei Hij: ‘Het is zeer goed.’
De mens is geschapen als kroon op Zijn schepping; geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Geschapen om in een innige relatie met Hem te leven.
Maar helaas was dit slechts van korte duur.
De mens viel in zonde, werd ongehoorzaam aan Zijn Maker en de tijd die ze samen in elkaars nabijheid konden doorbrengen, was voorbij.
De zonde was een onoverbrugbare kloof geworden tussen de Schepper en Zijn schepping.
De mens werd uit het paradijs verbannen en zwoegend en ploeterend zou hij zijn dagen moeten doorbrengen.

Maar God hield zo ontzettend veel van de mens, dat Hij ook van af het begin Zijn reddingsplan klaar had, om de verbroken relatie tussen Hem en de mens te herstellen.
Het was echter niet zomaar een plan.
Want de mens zou van zijn kant af nooit en te nimmer ook maar iets kunnen doen wat deze verbroken relatie met God zou kunnen herstellen.
God is zo groot, zo heilig, zo rein, zo zuiver, zo …
Alleen iemand die zelf zonder zonde is, zou deze kloof kunnen dichten.

Maar met dat de mens in zonde is gevallen, geeft hij de zonde door aan zijn kinderen.
Elk kind dat uit de mens wordt geboren, is net zo zondig en schuldig als zijn ouder.
Op heel de aarde was er geen mens die dit zou kunnen doen.
Alles hing af van de liefde van Hem die de mens, die ons heeft geschapen.

Hoe groot zou Zijn liefde voor ons mensen zijn?
Hoeveel zou het Hem waard zijn om die relatie weer te herstellen?
Wat of hoeveel zou het Hem mogen kosten?
Wat had Hij voor ons, voor een herstelde relatie met Zijn zondige kinderen over?

Het tekstwoord hierboven geeft ons het antwoord.
Hij hield zoveel van ons, het was Hem zoveel waard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus, gegeven heeft.
Gegeven heeft …

God gaf Zijn eniggeboren Zoon, Jezus.
Gaf Hem over in de handen van ons mensen om in onze plaats te lijden en te sterven voor onze zonden.
Alleen Jezus, Gods eigen Zoon, kon door mens te worden, in onze plaats de straf op de zonde dragen en volbrengen.
God die mens werd, de kruisdood stierf, neerdaalde in het dodenrijk en opstond uit de dood op de derde dag en is teruggegaan naar Zijn Vader in de hemel.

Opdat een ieder …

Een ieder?
Iedereen?
Ook die moordenaar, de verkrachter, die dief, die …?
Ook die overbuurvrouw, die altijd maar staat te roddelen, die buurman, die altijd ruzie loopt te maken?
Ik, met mijn zonden, die misschien niet zo zichtbaar zijn, of makkelijker te verdoezelen voor de buitenwereld?
Echt iedereen?

Ja, echt iedereen die in Hem gelooft!
Dat is de voorwaarde.
Iedereen die in Hem gelooft.
Die gelooft dat Hij aan het kruis gestorven is voor zijn, voor haar zonden.

En een ieder, ja iedereen, die zo in Hem, in Zijn volbrachte werk op Golgotha, gelooft, zal niet verloren gaan, maar eeuwig leven ontvangen.

Niet verloren gaan …
Eeuwig leven ontvangen …

Nooit meer gescheiden leven van God.
Nooit meer zonder Hem door het leven hoeven gaan.
Straks voor altijd bij Hem zijn.
Geen zonden meer, geen pijn, geen verdriet, geen …
De relatie herstelt.

Alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft …

Zoveel hield Hij van ons …
Zoveel was het Hem waard …
Johannes 3:16,17

Zoveel mocht Hem kosten ...
Zoveel had Hij voor ons over …
Jesaja 53

vrijdag 18 januari 2013

Onveranderlijke God

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER ...   (18)

Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.
Toch blijf ik hopen, want ik denk ook:
Het is een geschenk van de Heer dat wij nog leven,
Zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw.
Zijn trouw is groot.
Ik behoor aan de Heer, in het diepst van mijn hart;
daarom blijf ik op Hem hopen.
Goed is de Heer voor wie naar Hem uitkijkt, voor wie Hem zoekt.
Goed is het in stilte te wachten, te wachten op Hem, op bevrijding.

Klaagliederen 3:20-26

Bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heer is, is ook een goede remedie om  moedeloosheid tegen te gaan, of om je er uit te halen als je dag(en) er door geteisterd wordt.

Jeremia is behoorlijk moedeloos, lees de verzen ervoor maar eens. (Klaagliederen 1-3:19)
Zijn gedachten blijven maar rondcirkelen rond de vernietiging van Jeruzalem en de ondergang van zijn volk.
Steeds opnieuw komen deze dingen terug in Zijn gedachten.
Zo vaak en zo erg, dat hij er moedeloos van wordt.
Maar in zijn diepste ellende ziet hij op wie God is.

Hij richt zich op de Schepper van het leven, en bedenk dat het een geschenk van de HEER is dat ze nog in leven zijn; God had hen ook totaal kunnen vernietigen.
Hij ziet de liefde van God en bedenk zich dat Gods liefde nooit ophoudt, dat ze iedere morgen nieuw is.
Hij richt zich op Gods trouw en bedenk zich dat hij Hem toebehoort en dat hij daarom hoop kan blijven houden.
God is immers goed voor wie Hem zoekt.

Voor vandaag de dag is alles nog steeds hetzelfde.
God is een eeuwige en onveranderlijke God.
Het is nog steeds door Zijn genade dat wij leven.
En nog steeds is Zijn liefde iedere morgen nieuw.
Nog steeds is Hij trouw.
Nog steeds is Hij goed voor een ieder die Hem zoekt en naar Hem uitkijkt.
God is een God die ons, door wie Hij is, vult met hoop.
Hoop in de diepste ellende, in de diepste moedeloosheid, in de diepste misère.






HEER, als ik bedenk hoe groot en indrukwekkend U bent, dan kan ik niet om Uw grote liefde en trouw heen.
Bij monde van Uw profeet Jeremia, laat U ons zien dat U een God bent van genade, van liefde, van trouw en dus ook de God van hoop bent.
Misschien moeten we soms even wachten, maar U bent wie U zegt dat U bent en U doet wat U zegt dat U doet.
Dank U, Vader, voor Uw grote trouw en liefde, voor Uw genade.
Dank U, dat U onveranderlijk bent en dat Uw woorden van toen ook gelden voor nu.
U bent de God die hoop geeft door wie U bent, door wat U doet en door wat U gedaan heeft.
Aan U alle lof, glorie en eer!

- Amen -

donderdag 17 januari 2013

Gods volmaakte plannen

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (17)

Het bloed aan de deurpost is een teken dat jullie huizen beschermt.
Elk huis met dat teken zal Ik voorbijgaan.
Zo blijven jullie gespaard voor de dodelijke plaag waarmee Ik Egypte zal treffen.

Exodus 12:13

Na vol ontzag stilgestaan te hebben bij alle plagen die God over Egypte had uitgegoten en weer had gestopt, bleef er één plaag over die niet teruggedraaid kon worden.
(al geloof ik met heel mijn hart, dat God het wel had gekund, als Hij het had gewild)

Wat mij vult met ontzag en eerbied, is hoe God alles tot in detail klaar had om Zijn volk te redden en naar het beloofde land te brengen; en hoe in deze redding een vooruitblik ligt naar de redding van alle mensen.

Als Mozes na de negende plaag bij de Faro komt, is dit tevens de laatste keer dat hij er komt.
De Farao vertelt hem dat hij het met de dood zal bekopen als hij ooit nog eens komt, maar Mozes vertelt de Farao wat God hem gezegd had te zeggen, namelijk dat dit ook de laatste keer was dat de Farao hem zou zien, omdat God tegen middernacht door Egypte zou trekken en iedere oudste zoon in  het land zou doden.
De oudste zoon van de farao, de oudste zoon van de slavin, ja, zelfs alle eerstgeborenen van het vee zou sterven.
Maar de Israëlieten zouden geen gevaar lopen, noch hun vee.
Alle hofdienaren zouden hem zelfs op hun knieën smeken om te vertrekken met het volk.
En dan zullen ze gaan.

God zorgde er echter voor dat het hart van de Farao verhard en onverzettelijk bleef.
Nog één keer zou Hij hem straffen en dan zou de farao hen laten gaan.

Sommige dingen zijn in onze menselijke ogen zo onbegrijpelijk, dan moeten we ons zelf echt voorhouden dat Gods gedachten en wegen hoger zijn dan die van ons.
Dat Hij Degene is die harten doorgrond, het diepste wat een mens beweegt en van daaruit ook handelt.

Het is hier dat het paasfeest wordt ingesteld.
God vertelt Mozes wat er zal gaan gebeuren, maar ook wat de Israëlieten moeten doen om op tijd klaar te zijn voor het vertrek, maar ook om te voorkomen dat de dodelijke plaag hen zou treffen.

Lees: Exodus 12

God had Zijn plan klaar tot in detail.
Hij wilde ook dat dit steeds opnieuw herdacht zou worden.
Onschuldig bloed werd vergoten, een lam werd geofferd, ter vervanging van de persoon die anders gedood zou worden.
Het bloed van het lam moest aan de deurposten gestreken worden, zo zou de Engel des doods hun huizen voorbij gaan.
Het bloed van het lam zou hen beschermen.
Dit alles wijst vooruit naar het bloed Christus, van Het Lam van God, dat Zijn bloed gaf voor de zonden van alle mensen.

Gods plan van bevrijding, van verlossing, van redding, zowel van de Israëlieten, als van ons lag allang klaar, was tot in detail uitgedacht, opdat wij allen gered zouden worden.
Hoe groot is Hij!

Ja, hoe groot bent U!






Ja, Vader, hoe groot bent U!
Woorden schieten te kort om Uw grootheid weer te geven of uit te drukken.
Woorden schieten te kort om Uw grote Naam te loven en te prijzen.
Dank U, dat U bent wie U zegt dat U bent en dat U ook kunt doen wat U zegt dat U kunt doen.
Geen loze woorden, geen loze beloften.
Waarheid, trouw, gerechtigheid en liefde, U bent het allemaal, en nog meer.
Ik aanbid U.

- Amen -

woensdag 16 januari 2013

In control

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (16)

Maar de Heer zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’

Exodus 6:1

Ik zei het gister al, de lofzang van Mozes staat alleen in het teken van de wonderen bij de Rietzee, maar voordat de Israëlieten uit Egypte mochten vertrekken, heeft God vele andere wonderen en tekenen gedaan.

Al bij de brandende braamstruik krijgt Mozes van God de eerste drie wonderen en tekenen om het de Israëlieten zelf te overtuigen van Gods opdracht aan Mozes.
De staf, die in een slang verandert; de hand die melaats wordt als Mozes hem in zijn mantel steekt, en weer gezond is als hij het nogmaals doet, en het water dat in bloed verandert zodra het de grond raakt.

Na het onderhoud met de oudsten Israël, gaan Mozes en Aäron voor de eerste keer naar de farao.
Maar hun verzoek leidt echter alleen maar tot een hardere aanpak naar de Israëlieten toe.
De Farao heeft totaal geen boodschap aan de God van Israël.
Mozes begrijpt er niet veel van zoals het gaat, maar God zegt tegen hem: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’
God wil dat de Farao en de Egyptenaren (en later zal blijken zelfs nog vele andere volken) zullen weten dat Hij de God van Israël is.

Bij het tweede bezoek doen Mozes en Aäron wat God heeft gezegd en als Aáron zijn stok op de grond gooit verandert deze in een slang.
De magiërs van de Farao kunnen dit echter ook en al gauw krioelen er allemaal slangen op de grond.
Maar de stok van Aäron verslond de andere slangen.
Maar de Farao bleef onverzettelijk en dacht er niet aan om de Israëlieten te laten gaan.

God had tegen Mozes al gezegd, dat Hij het hart van de Farao zou verharden, zodat hij het volk niet zou laten gaan.
Er zou veel, heel veel voor nodig zijn, voordat het zover was.
Ik noem verder alleen even de tien plagen die God over Egypte uitstortte, om de Farao zover te brengen dat Hij de Israëlieten zou laten gaan.
Er staat nog zoveel meer in al deze hoofdstukken die wijzen op hoe groot en indrukwekkend Hij is, dat het voor nu te veel is.

De eerste plaag: water verandert in bloed.
De tweede plaag: kikkers.
De derde plaag: muggen.
De vierde plaag: steekvliegen.
De vijfde plaag: veepest.
De zesde plaag: zweren.
De zevende plaag: hagel.
De achtste plaag: sprinkhanen.
De negende plaag: duisternis.
De tiende plaag: dood van alle eerstgeborenen.

Al deze plagen zond God over de Egyptenaren en iedere keer zei de Farao dat hij de Israëlieten zou laten gaan, maar als de plagen weer weg waren trok hij zijn woorden weer in.

In Exodus 3 t/m 11 kun je alles hier over lezen.

God was het die al deze dingen deed komen en weer deed gaan; op de laatste plaag na.
Die kon niet worden teruggedraaid.
Maar daarover de volgende keer.







Heer, hoe groot en indrukwekkend bent U!
Als ik al deze dingen lees en overdenk, dan word ik stil.
Geen enkel ogenblik bent U niet in controle.
Alles gebeurt precies volgens Uw plan.
Hoe onbeschrijflijk groot bent U; in heiligheid, in Uw denken en handelen, maar ook in Uw liefde, in geduld, in Uw bewogenheid.
U zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik ga doen’; ik mocht het lezen en overzien, maar Uw wijsheid, Uw grootheid in al deze dingen gaat mijn verstand te boven.
U bent God, U bent JAWEH, en ik prijs vol eerbied en ontzag Uw grote Naam.

- Amen -

dinsdag 15 januari 2013

2e Oma-dag

Vandaag was mijn tweede oma-dag en mijn lieve, kleindochter was een beetje moe vandaag.
Ze lag er vanmorgen dan alweer bijtijds in, en sliep 2 uur lang.
Te moe voor het fruithapje, maar na het slaapje wakker en uitgerust genoeg om twee boterhammetjes naar binnen te werken.

Wat ze vorige week nog niet deed maar vandaag tot vervelends toe, is: Tandenknarsen!
Help!
Madammeke heeft net vier tandjes, maar ze gebruikt ze voor meer dingen dan alleen eten.
Wat een vervelend geluid.
Brr, de rillingen liepen me af en toe over de rug en zij maar lachen.
Och, het is toch ook zo'n heerlijk kind.

Ze is ook gek op onze Jaylinn en vandaag hebben we dan ook goed geoefend om Jaylinn te zeggen, en ik moet zeggen, de klanken gingen aardig die kant op en ze zei het ook alleen terwijl ze naar Jaylinn keek of wees.
Zo schattig, en het klinkt zo lief ...

Natuurlijk ook weer even samen buiten geweest.
Goed ingepakt tegen de kou gingen we Jaylinn even uitlaten.
En dat was wel lachen, want, wat is zij gek op de sneeuw.
Tante Rachelle was lekker vroeg thuis, dus die wilde natuurlijk toch ook nog wel even met je spelen en al gauw lagen jullie samen op de grond te rollenbollen.
Het feit dat wij vloerbedekking hebben en jij thuis een gladde vloer (weet zo gauw niet meer hoe dat heet, hoor) maak voor jou niet uit, je kruipt er rustig op los.

Het warme eten was vandaag niet aan je besteed, hi, hi.
Wat griezelde je van de 'biologische spinazie à la creme'.
(als er een smliey opgezeten had, had ik die nu erbij gezet)
Dan maar geen warm eten.
Je heb trouwen genoeg spek aan je kontje, dus zo erg is het niet.

Je papa vertelde later dat je thuis de spinazie van mama wel at, nou, dan moet ze die voortaan maar maken, niet waar?

Het was weer een heerlijk dagje, zo met mijn kleine meidje samen.
Wat is en blijft het een wonder, zo'n klein mensenkind.

Ps. Natuurlijk doe ik ook verwoede pogingen om haar oma en opa te laten zeggen, maar tot nu toe eindigt dat altijd steevast in papa en mama.
Maar, we hebben geduld ...

Niemand is aan U gelijk

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (15)

Niemand is aan U gelijk
Wie van de goden, Heer, is aan U gelijk?
Wie is als U, ontzagwekkend en heilig?
Wie doet zulke machtige wonderen, zoveel indrukwekkende daden?

Exodus 15:11

Samen met de Israëlieten zong Mozes een lofgezang tot God, nadat Hij hen bevrijd had van de Egyptenaren (Exodus 15:1-18)
Uit dit lied komen deze woorden.

God had zulke grote wonderen gedaan.
In deze lofzang bezingt Mozes alleen nog maar de wonderen bij de Rietzee.

Vers 8 - Door de adem van Uw neus is het water opgehoopt, de stromen stonden als een dam, de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee.
Als Mozes zijn arm uitstrekt over de zee, stuurt God een sterke oostenwind die de gehele nacht bleef waaien zodat het water uiteen week en de Israëlieten droogvoets naar de overkant konden.
Het water aan weerszijden van het pad stond als muren omhoog.
(Exodus 14:15,16, 21,22)

Vers 10 – Maar U, U blies en de zee overspoelde hen, als lood zonken zij in het donkere water.
De Egyptenaren die hen achtervolgden zagen het pad en gingen hen achterna.
Echter, als zij zich in het midden van de zee op het pad bevinden, zorgt God ervoor dat er paniek ontstaat door de wielen van de wagens in de modder vast te laten lopen.
Op dat moment beseffen de Egyptenaren dat de God van Israël voor de Israëlieten strijd en ze willen vluchten; maar het is te laat.
Mozes strekt opnieuw op bevel van God zijn arm uit en het water stroomde naar haar oorspronkelijke plaats terug en overspoelden de Egyptenaren.
Iedereen verdronk, niemand werd gespaard.
(Exodus 14:23-29)

Al wat Mozes hoefde te doen, was zijn arm uitstrekken en zijn staf  uitsteken over de zee en God deed de rest.
God streed voor Zijn volk en vernietigde de vijanden van Zijn geliefde volk.

Als je de gedeelten lees uit Exodus 14:1-4, dan zie je hoe God alles van te voren al had uitgedacht en wist hoe de Egyptenaren zouden reageren, wat ze zouden doen.
Hij bewerkte hun harten zodat precies zou gebeuren zoals Hij had voorzegd.
Dit alles opdat Zijn roem, Zijn heerlijkheid gezien zou worden door de Egyptenaren, en zij zouden weten dat Hij de HEER is.

En Mozes kan niet anders dan samen met de Israëlieten een lofzang zingen, waarin de grootheid van God wordt bezongen.
Want niemand is aan Hem gelijk.
Niemand doet zulke machtige wonderen en indrukwekkende daden!

‘Zingen wil ik voor de Heer,
want groot is Hij en machtig:
paard en ruiter wierp Hij in de zee.
De Heer geeft mij sterkte en kracht,
Hij is mijn behoud.
Hij is mijn God,
de God van mijn vader,
Hem bewonder ik,
Hem bewijs ik eer.
Een held in de strijd,
de HEER is Zijn Naam.’

Exodus 15:1-3

                                                          The Brooklyn Tabernacle Choir

Helaas kloppen beeld en geluid aan het eind niet helemaal,
maar sluit je ogen en laat je meenemen in de aanbidding 
tot dicht bij Zijn troon.
 


maandag 14 januari 2013

Ik buig en kniel voor U

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is …   (14)

Mijn God, doorgrond mij,
kijk in mijn hart,
onderzoek mij,
peil mijn gedachten.
Dreig ik van U af te dwalen,
breng mij dan terug op de weg naar U.

Psalm 139:23,24

Er is Iemand  voor wie niets verborgen is.
Voor wie geen enkel hart ook maar iets kan verbergen.
Voor wie geen gedachte onbekend is.

Iemand die je zo door en door kent; je zo kent zoals je jezelf soms niet eens kent.
Die weet heeft van hetgeen ten diepste in je leeft, wat er ten grondslag ligt aan wat je wel of niet doet, en het waarom.
Je motieven kent, je intentie, je gevoelens, je hartsgesteldheid.
En Die dan ook nog bereid is om je, als je je op de verkeerde weg bevindt, terug te leiden op de juiste weg, als je Hem daarom vraagt.

Dit ontdekken, tot deze ontdekking komen, maakt je klein, heel klein, en stil.
Het doet je beseffen hoe oneindig groot Hij is en hoe indrukwekkend Zijn daden.

God, Jaweh, Adonai, El Elohim …

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid eren.

U doorgrond mijn hart,
U ziet mijn wegen.
U kent al mijn gedachten,
de woorden,
die ik voor U hield verzwegen

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Niets kan ik voor U verbergen,
nergens kan ik U ontlopen.
U ziet mij,
al zou ik in het donkerste hoekje
zijn weggekropen.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

U weefde mij, schiep mij,
zag mijn vormeloos begin.
Uw gedachten
zijn talrijk en kostbaar;
geven mijn leven zin.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Laat mij nimmer vergeten
hoe groot en machtig U bent.
En dat U,
Die grote G’D en HEER,
mij bij name kent.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
en Uw grootheid eren.
 
                                                         Heer die mij ziet zoals ik ben.
                                       The Psalmproject
 

zondag 13 januari 2013

Wonderlijk gemaakt

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (13)

U weefde mij in de schoot van mijn moeder,
U deed mij ontstaan.
Ik dank U, want het is een wonder zoals ik ben gemaakt.
Alles wat U maakt is een wonder.
Dat besef ik heel goed.
Ik was voor U niet verborgen toen ik in dat duister groeide,
als in het binnenste van de aarde.
U zag mij toen ik nog geen vorm had,
en mijn dagen waren al vastgesteld,
al geschreven in Uw boek,
voor er één enkele was aangebroken.
Daarom, hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God,
hoe machtig groot is hun aantal.
Zou ik ze tellen? Zij zijn talrijker dan korrels zand;
ontwaak ik, dan ben ik nog bij U.

Psalm 139:13-18

Als ik dan terugdenk aan mijn eigen kleine kindje dat na een zwangerschap van elf weken ter wereld kwam en hoe prachtig hij/zij was; 5 cm groot, maar al zover in ontwikkeling.
Het lichaampje met armpjes en beentjes en de contouren van de handjes en de voetjes.
De donkere vlekken waren de oogjes in ontwikkeling waren, de plek waar de oortjes zouden komen, het neusje, mondje …
Zo piep en piep klein en toch al zo’n echt mensje …
Zo mooi, zo bijzonder, zo'n klein wondertje ...

Nieuw leven, ontstaan uit twee mensen, groeiend in het donker en verborgene van de moederschoot, waar het zich ontwikkelt en uitgroeit tot een meisje of een jongetje totdat het klaar is (als alles goed gaat) om geboren te worden.
Welk een wonder zoals U dat maakt!

Welk een wonder zoals U mij gemaakt heeft in de schoot van mijn moeder.
U zag mij toen ik daar groeide in het donker en het verborgene.
U zag mij al toen ik nog geen enkele vorm had; in menselijke bewoordingen, nog niets anders was dan een hoopje cellen.
U zag mij al nog voor mijn moeder ook maar wist dat ik zou komen.
U wist al dat wie ik was, wanneer ik geboren zou worden en hoe mijn leven zou zijn;
al mijn dagen zijn opgeschreven in Uw boek nog voor ik er zelfs maar één op aarde had doorgebracht.
Uw oog was op mij!
Uw ogen zagen mij!
Uw hand vormde en schiep.
Als een waar kunstwerk maakte U mij.
U heeft mij gewild, U blies mij de levensadem in.
Daarom is mijn leven kostbaar, daarom heeft mijn leven betekenis.
Welk een wonder …
Welk een wonder …
Ja, ik weet het zeer goed; alles wat U gemaakt heeft is een wonder!

Daarom betekenen Uw gedachten veel voor mij.
Hoe U over mij denkt, mij ziet.
Al begrijp ik er nog maar zo bitter weinig van, kan ik er niet bij, toch zijn zijn mij kostbaar, want ik weet dat Uw gedachten over mij gedachten zijn van vrede en niet van onheil.
Uw Gedachten zijn onbeschrijflijk veel groter en hoger dan ik me maar voor kan stellen, en in ademloze stilte zie ik en wacht ik ...

Dit zegt de Heer: ‘Ik heb je vrijgekocht, je gevormd in de moederschoot.
Ik ben de Heer, Ik heb alles gemaakt.
Ik spande de hemel als een tent, Ik zette de aarde vast, niemand hielp Mij daarbij.
Jesaja 44:24

Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.
Jeremia 29:11

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen,
spreekt de HEERE.
Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.
Jesaja 55:8,9


U weefde mij
in mijn
moeders ' schoot.

U zag mij reeds
toen het duister
mij nog omsloot.

Uw ogen zagen
mijn vormeloos
begin.

U wilde mij,
daarom heeft
mijn leven zin.

Al de dagen
van mijn leven
waren reeds vastgesteld
en in Uw boek
geschreven.

Zoals ik gemaakt ben
is één groot
wonder.

Dat te beseffen
is zo oneindig
bijzonder.

O Heer,
hoe kostbaar
zijn mij Uw
gedachten.
Ongrijpbaar,
al zou ik het
trachten.

Vanaf
het allereerste begin
bent U mijn Maker.
Vanaf
het allereerste begin
ben ik de klei.
Vanaf
het allereerste begin
verdient U alle eer.
Vanaf
het allereerste begin
zingt heel de schepping:

" Hoe groot zijt Gij !"

(* Reeds eerder geschreven; zie ‘Words of my Heart’ of ‘Rondom de Psalmen')

 


zaterdag 12 januari 2013

U bent overal!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (12)

Waar kan ik U ontlopen, waar kan ik U ontvluchten?
Al zou ik opklimmen naar de hemel, U bent er;
al zou ik afdalen naar het dodenrijk, U tref ik er aan.
Al vloog ik naar het uiterste oosten of streek ik neer in het verste westen,
ook daar zou U mij leiden, ook daar houdt Uw hand mij vast.
Al vroeg ik de duisternis: ‘Verberg me, laat het nacht worden om mij heen,’
zelfs dan verbergt de duisternis me niet;
voor U is de nacht als de dag, de duisternis als het licht.

Psalm 139:7-12

David had een enorm besef van wie God is.
Deze hele Psalm door, maar ook in vele andere Psalmen klinkt dit door.
Zo ook in de bovenstaande woorden, waarin het zo duidelijk naar voren komt dat God echt overal is.
Er is geen plaats te bedenken op deze aarde, noch boven de aarde, noch onder de aarde, waar God niet is.
Hoe we het ook zouden proberen om weg te lopen voor God, Hem te ontvluchten, nergens is die plaats te vinden.
Mensen kunnen zich voor elkaar verbergen, maar voor God kan niemand zich verstoppen.
God is Alomtegenwoordig en Alwetend.

Als God in het Paradijs naar Adam roept: ‘Mens, waar ben je?’, riep Hij dat niet omdat Hij niet wist waar Adam zich bevond.
Hij verlangde alleen dat Adam uit zichzelf te voorschijn zou komen om zijn zonde te belijden; Hij wist weldegelijk waar Adam was.
(Genesis 3:9)

Want:
Vanuit de hemel kijkt God naar beneden …
Psalm 53:3

En zegt:
Niemand kan zich voor Mij verbergen, Ik ben overal, in de hemel en op de aarde.
Jeremia 23:24

Ik ben de levende!
Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd, voor eeuwig.
Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
Openbaring 1:18

Voor Hem is de nacht als de dag en de duisternis als het licht.
Hij is de Schepper van hemel en aarde, ja, van het gans heelal.
Alomtegenwoordig.
Alwetend.
Alziend.

En tussen deze woorden door zegt David: ‘… ook daar zou U mij leiden, ook daar houdt Uw hand mij vast.’
Whauw …

                    Gateway Worship
 


vrijdag 11 januari 2013

Onvoorstelbaar!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (11) 

Dat u me zo kent
kan ik niet bevatten,
het gaat mijn verstand te boven.

Psalm 139:6

David spreekt hier met grote verwondering over het feit dat God hem zo kent en ik kan niets anders dan hem daarin volgen.
Er is niets dat ik kan doen aan onderzoek of wat dan ook, waardoor ik zou kunnen ontdekken of gaan begrijpen hoe het mogelijk is dat God mij zo kent, mij zo doorgrond.

Het gaat werkelijk mijn verstand te boven, dat Hij weet wat ik wil gaan zeggen.
Ik kan het niet bevatten dat Hij weet wat ik aan het doen ben, of wat ik ga doen.

Het gaat mijn verstand te boven dat Hij van verre mijn gedachten begrijpt.
Ik kan het niet bevatten dat Hij om mij heen is; voor mij, achter mij.

Een andere vertaling zegt: ’Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.

Ik kan niet anders dan stil worden en vol verwondering en bewondering zien naar deze grote en indrukwekkende God en neerknielen en Hem de eer geven die Hem, en Hem alleen, toe komt.

Heere, mijn God,
ik kan het niet begrijpen
dat U mij zo kent.
Dat U mij doorgrond
en altijd en in alles
bij mij bent.

Mijn hart is vol verwondering,
over Uw grootheid,
over wie U bent.
Uw Naam wil ik loven,
vol verwondering prijzen,
dat U mij zo goed kent.

De HEERE is groot en zeer te prijzen, Zijn grootheid is niet te doorgronden.
Psalm 145:3

Loof Hem om Zijn machtige daden, loof Hem om Zijn geweldige grootheid.
Psalm 150:2

Dan zal ik u eren en danken, uw grootheid bezingen.
Psalm 69:31


donderdag 10 januari 2013

U bent bij mij, altijd ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is …  (10)

U bent om mij heen,
U bent voor me en achter me,
en Uw hand ligt op mijn schouder.

Psalm 139:5

Ook al beseffen of voelen we niet elk moment van de dag dat U zo dicht bij ons bent, dan wil dat nog niet zeggen, dat U er ook niet bent.

Ook al kunnen wij het nauwelijks of niet bevatten, dat U zo bij ons bent – voor ons, achter ons, om ons heen – dan wil dat nog niet zeggen, dat dit niet zo is.

Ook al zijn de tegenslagen nog zo groot, is het verdriet zo diep en intens, groeien de zorgen ons boven het hoofd en lijkt het alsof wij door U verlaten zijn, dan wil dit nog niet zeggen dat het ook zo is.

Ook al is pijn onze metgezel is, laat ons lichaam het afweten of laat onze geest ons in de steek, waardoor we soms het gevoel hebben dat U er niet meer bent, dan wil dat nog niet zeggen dat dit ook zo is.

Uw woord zegt ons dat U er bent!
U bent om ons heen, U bent voor ons en achter ons.
En in dit alles ligt Uw hand op onze schouder.

Iedere stap die we zetten,
welke wegen we ook moeten gaan,
hoe moeilijk of moeizaam ook,
zelfs als we bijna niet kunnen blijven staan,
is daar Uw hand op onze schouder
die ons steeds vol liefde laat weten
dat U heel dicht bij ons bent
en ons nooit zal vergeten.

Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ik u dragen; Ik heb het gedaan en Ik zal u opnemen, Ik zal dragen en redden.
Jesaja 46:4

…
Daarom zeg Ik: Wees niet bang, want Ik koop je vrij.
Ik heb je geroepen, je bent van Mij.
Waad je door het water, Ik sta naast je.
Steek je rivieren over, je wordt niet meegesleurd.
Loop je door het vuur, je zult niet verbranden,
de vlammen verschroeien je niet.
Want Ik ben de Heer, je God,
de Heilige God van Israël, je bevrijder.

Wees niet bang, Ik sta naast je!
Jesaja 43:1-3a,5

           Opwekking 518
 

woensdag 9 januari 2013

Een goed begin is het halve werk - 1e Oma-dag

Gister mijn eerste oma-dag gehad.
Voorlopig komt ze iedere dinsdag en mag ik zo van heel dichtbij van onze kleindochter Naomi, genieten.

Om half acht 's morgens wordt ze gebracht en eind van de middag om haf zes weer opgehaald.
Zo hebben we echt een hele dag voor ons samen.

Jaylinn, onze nog geen jaar oude Maltezer.Havanezer moet er nog wel even aan wennen om haar aandacht te moeten delen met onze kleine meid, en ook dat je toch wel voorzichtig moet doen nog met zo'n klein meidje.
Samen spelen met Naomi is toch anders dan samen spelen met Shaila, de poes.
Om maar niet te spreken van hoe vreselijk eng die kinderwagen eigenlijk is, waar je dan ineens naast moet lopen.
Als je niet oppast krijg je steeds een wiel tegen één van je pootjes aan.


Naomi met de grote beer waar ze zo gek op is

 
Ik moet wel zeggen, dit was deze dag een dag met een gouden randje.
Wat was onze kleine meid voorbeeldig.
Het spreekwoord zegt: 'Een goed begin is het halve werk.'
We gebruiken dit spreekwoord ook weleens cynisch, maar nu echt niet.
Ze was gewoon echt voorbeeldig.
Was ik gewaarschuwd dat ze de laatste tijd niet zo goed at, zoals dan juist vaak het geval is, nu at ze dus geweldig.
Is slapen ook niet altijd even makkelijk bij een ander, vandaag legde ik haar neer en ze sliep.
Om maar niet te spreken over die heerlijke knuffelmomenten.
Nee, echt stilzitten kan ze niet en echt een schootkind is ze ook niet, eerder een flinke woelwater, maar zo ineens kan ze haar armpjes uitsteken en je naar zich toe trekken en krijg je een heerlijke dikke knuffel van d'r.
 
Eigenlijk zou ik willen zeggen, dat ik gister een beetje het gevoel had dat ik van binnen helemaal tot rust kwam, alsof God met Zijn zegen door haar heen  mijn binnenste binnenstroomde; zo voelde het tenminste.
Als dit de toon is voor de dagen die nog mogen komen ....
Ach, ze zal vast niet altijd zó voorbeeldig zijn, maar dit was een dag die niemand mij kan afpakken en waar ik nog lang met vreugde en dankbaarheid aan terugdenk.



U ziet mij en weet wat ik zeg, denk of doe

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is …  (9)

U slaat mij gade
of ik nu rust of werk.
Wat ik ook doe:
het is U vertrouwd.
Voor er een woord over mijn lippen komt,
weet U al, Heer, wat ik denk.

Psalm 139:3,4

Hij weet alles van mij, van jou, van ons allemaal.
Hij ziet wat we aan het doen zijn, nog meer dan dat, Hij ziet het niet alleen, het is Hem bekend, het is Hem eigen, het verrast Hem niet.
Of we nu aan het werk zijn of lekker lui in een stoel een boek zitten te lezen.
Of we nu aan het sporten zijn of met de hond aan het wandelen zijn in het bos.
Of we nu op school zitten, in de lesbanken, of onderweg zijn in de auto.

Of we nu iets vriendelijks willen gaan zeggen of willen gaan schelden.
Of we willen gaan zingen of gaan mopperen.
Of we nu woorden willen gaan spreken die leven brengen of woorden die af zullen gaan breken.

Of we nu …
Of …

Wat we ook doen, niets zal Hem verrassen.
Ook niet in ons spreken, in wat we zellfs maar willen gaan zeggen.
Met al onze wegen, met ons zijn, is Hij bekend.


De Heer kijkt naar de mensen op aarde,
vanuit de hemel houdt Hij hen in het oog.
Vanuit de plaats waar Hij woont
slaat Hij hen gade.

Hijzelf heeft hen gemaakt,
Hij doorziet al hun bedoelingen.
Psalm 33:13-15

Waar mensen naar kijken is niet belangrijk; mensen kijken immers naar het uiterlijk, maar ik kijk naar het hart.’
1 Samuël 16:7b

Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.
Spreuken 4:23


Niets is voor Uw ogen verborgen,
met al mijn wegen bent U bekend.
Toch hoef ik niet te vrezen
dat U mij zo goed kent.
 
Vanuit Uw liefde ziet U op mij neer;
U wilt mij leiden op mijn wegen.
Mij corrigeren daar waar nodig is
en mij overladen met Uw zegen.

 
 


dinsdag 8 januari 2013

Hij kent mij!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is …   (8)

Heer, U doorgrond me,
U kent me.
U ziet mij,
of ik nu zit of sta.
U verstaat mijn gedachten
al van verre

Psalm 139:1,2b

Niemand kent mijn gedachten
niemand kan voelen
wat ik voel.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kan mijn pijn voelen,
niemand ziet de tranen
die in stilte vloeien.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kent mij echt,
niemand weet
waarom ik soms lach
terwijl mijn hart huilt.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kan mij doorgronden,
ik soms mijzelf niet eens.
Mijn diepste roerselen
zijn soms zelfs
voor mij verborgen.

Maar Hij kent mij!
Hij kent mij
zoals niemand anders
mij kent,
noch ik soms mijzelf.
Hij alleen weet
wat er ten diepste
in mij leeft.
En in die God
is mijn leven geborgen.
 
 

maandag 7 januari 2013

Soeverein en zorgzaam

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is …   (7)

Toen zei Mozes: ‘Verschijn toch aan mij in al Uw majesteit.’
De Heer antwoordde: ‘Ik zal in al Mijn luister langs je heen gaan en je bekendmaken wie Ik ben: Ik ben de Heer, Ik zal medelijden hebben met wie Ik wil en Ik zal mild zijn voor wie Ik wil.
Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.
Hier, naast Mij, is een plek waar je op een rots kunt staan.
Wanneer Ik aan je voorbijga in al Mijn majesteit, zal Ik je in een rotsholte zetten en je zolang met Mijn hand bedekken.
Dan zal Ik Mijn hand terugnemen en je zult Mij van achteren zien.
Maar Mijn gezicht zal nooit iemand zien.’

Exodus 33:18-23

Soms is ieder woord verder overbodig en zegt het genoeg.
Alleen nog slechts dit:

Soeverein en zorgzaam,
almachtig en liefdevol.
De ‘Ik ben, die Ik ben’;
ontfermend en bewogen.

Vol van majesteit,
tegelijk zo teder.
Luister en heerlijkheid,
Vaderlijk mededogen.
 
 

zondag 6 januari 2013

Heilig en toch dichtbij

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...  (6)

De Heer is boven alles verheven,
Hij woont in de hemel,
voor altijd,
Zijn naam is Heilige God.
Hijzelf zegt:
'Ik woon in de hemel, ongenaakbaar,
maar ook bij wie verdrukt worden,
bij wie gering zijn
Ik zal hen opbeuren en nieuwe moed geven.

Jesaja 57:15

Deze God, zo heilig en groot, die boven alles en iedereen verheven is; die woont in de hemel, in het Heilige (HSV), woont ook bij ons mensen.
De mens, waarvan David schrijft in Psalm 8:5: 'Wat is toch de mens dat U om hem geeft, wat betekent hij, dat U voor hem zorgt?'
De mens, waarvan David schrijft in Psalm 103: 'Hij kent onze broosheid, Hij weet dat wij maar stof zijn. Kort is het leven van de mens, hij is als een bloem in het gras: een windvlaag, en het is gedaan, je vindt haar niet meer terug.'
Hij, wiens Naam is: Heilige God, beurt op en geeft nieuwe moed; of zoals een andere vertaling zo heel bijzonder zegt: '

‘Ik ben de Heilige die woont in den hoge,
maar ook in het geslagen en diep vernederde gemoed:
Ik geef nieuw leven aan het vernederde gemoed,
nieuw leven aan het geslagen hart.
 
 
Heilig en hoogverheven is Hij,
die in de hemel woont,
maar Zich tegelijk als
 een liefdevolle Vader toont.
 
Heilig en hoogverheven is Hij,
die omziet naar gebrokenen van hart;
nieuw leven geeft
en heelt alle smart.
 
 


Een levenslang voorbeeld

De eerste keer dat ik een blanke man zag, was in onze kerk in Alabama.
Het was midden augustus en heel erg heet.
De predikant had een echte 'donderpreek'.
Zo nu en dan klonk er een 'halleluja' op uit de luisterende menigte.
Ik zat wat te dromen over de gezelligheid na de dienst bij de koffie, limonade en cake.
Dat maakte dat ik de twee uur durende kerkdienst doorkwam.
Maar die zondag veranderde alles voor mij.

Middenin zijn vurige predicatie stopte de dominee abrupt.
Ik schrok van de plotselinge stilte.
Een ogenblik dacht ik dat hij om mij gestopt was, omdat ik niet luisterde.
Ik keek op naar de kansel en zag dat de dominee vol afschuw naar de hoofdingang van de kerk staarde, alsof de duivel zelf was binnengekomen.
Ik keek om teneinde te zien wat er gebeurde.

Daar, tegen de deur van ons kerkgebouw, van ons geheel zwarte kerk, stond een zwerver, een magere man.
Een haveloze, blanke man.
Deze man, deze indringer in onze heilige ruimte, stond voor ons allen in zijn volle onheiligheid.
Zijn vodden hingen om hem heen en hij had een bleek, ingevallen gezicht, alsof de dood niet lang meer op zich zou laten wachten.
Het ergste was, dat hij op blote voeten liep.
Voeten vol bloederige plekken en wonden, die onze heilige vloer bevuilden.
Iedereen was muisstil.
Hij liep naar voren door het middenpad, langzaam en weloverwogen.
Hij waggelde enigszins op zijn benen en zijn gebogen rug deed vermoeden dat hij de last van de hele wereld op zijn schouders droeg.

"Neemt u me niet kwalijk, dominee", zei hij, terwijl hij zijn pet afdeed en op de voorste rij plaats nam.
De prediker keek naar de man, toen de kerk in en daarna naar de glanzende houten vloer.
Hij schudde zijn hoofd, terwijl zijn ogen wegrolden van de zwerver.
Hij zette zijn preek voort.

De man keek naar de vloer en boog beschaamd zijn hoofd.
Ik had nooit echt naar de preken geluisterd, maar had toch wel begrepen dat God ons leerde voor de ander te zorgen en aardig te zijn.
En juist hier, waar de predikant altijd sprak over 'Gods huis' werd een vreemdeling in nood aan zichzelf overgelaten.

Aan mijn rechterzijde stond mamma op.
Ze pakte haar zondagse zakdoek uit haar tasje en liep rechtstreeks naar het marmeren doopvont.
Opnieuw onderbrak de dominee zijn prediking.
Met haar natgemaakte zakdoek en een met het doopwater gevulde kruikje stapte mamma het podium af naar de man met zijn blote, verwonde voeten.
"Schaam je maar niet", zei mamma, terwijl ze neerknielde voor de man.
Ik leunde voorover om te zien hoe mamma de voeten van de man reinigde van vuil en bloed.
Ik zag in het gelaat van de man; hij huilde.

Ik was getuige van een wonder geweest.
De cake en de limonade was ik vergeten, toen mamma weer terugkeerde naar haar zitplaats.
Sinds die hete zondag keek ik anders naar mamma.
Net als sommige, andere zwarten die zo'n haat hadden tegen blanken, omdat ze, net als mamma, zo vaak werden vernederd.

Die dag toonde mamma niet alleen wie ze zelf was, maar vooral wie ik was.
Op dat moment was ze een levenslang voorbeeld voor mij, haar enige dochter.
B. kan nu als zwarte, Amerikaanse, als vrouw en als christen met opgeheven hoofd door het leven.

(Schrijver onbekend)

zaterdag 5 januari 2013

De liefde van de Pottenbakker

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...  (5)
 
 
De Heer sprak opnieuw tot mij: 'Volk van Israël, kan Ik met jullie niet hetzelfde doen?
Zoals de pottenbakker klei in zijn hand houdt, zo houd Ik jullie, volk van Israël, in Mijn hand.
Wees daar zeker van.

Jeremia 18:5,6

 

God houdt zoveel van je,
dat Hij je neemt zoals je bent...
Maar Hij houdt teveel van je om je zo te laten!
(Visjekaart)
 
Ik ging erheen en zag dat de pottenbakker aan het werk was.
Mislukte de pot die hij onder handen had, dan maakte hij van de klei weer een andere, totdat hij er tevreden over was.
 
Jeremia 18:3,4
 
 
  - Elly en Rikkert   
       



vrijdag 4 januari 2013

Jahweh Nissi, de HEER is mijn banier

Deze week stond in het teken van Jahweh Nissi, oftewel: De Heer is mijn banier.
Bij het lezen van deze naam, ging er nog steeds geen belletje bij me rinkelen, maar na het lezen van de eerste paar zinnen viel het kwartje en werd ik opgetogen als een kind.

Op zich doet een vlag van een land mij niet zo heel veel.
Het ontroert me een beetje als ik een keertje zie dat een landgenoot met vlag op een podium staat; de vlag raakt me meer in de tijd rond 4 en 5 mei, maar meer eigenlijk niet zo.
Ik heb er, moet ik eerlijk bekennen, ook nooit zo over nagedacht.
De Nederlandse vlag is de vlag van ons land en daarmee klaar.
Maar als ik afgelopen maandag mijn dagboekje opensla en lees over vaandels en banieren, de betekenis daar achter, en de tekst uit Exodus 17:15,16 er achteraan, dan gebeurt er wat.

Vaandels of banieren dienden vroeger als identificatieteken en symbool van een volk en legers droegen deze altijd bij zich.
Een banier, een vlag, was al van grote afstand te zien en diende als verzamelpunt voor de troepen voor de strijd.

‘Toen bouwde Mozes een altaar, en hij noemde het ‘De Heer is mijn banier’.

Verder had ik nog niet eens gelezen of het was alsof er voor mijn ogen een verborgen vlag tevoorschijn kwam en zich ontplooide; de Heer als mijn banier.

Op onze Nederlandse vlag ben ik vaak niet zo trots; soms schaam ik me een beetje wat er van ons land aan het worden is, waarom het bekend staat.
Maar hier, hier ontplooit zich voor mijn ogen de Heer als mijn banier!
Ja, Hij is mijn banier!
Het identificatieteken, Het symbool, Het herkenningsteken van iedereen die Hem toebehoort!

Boven, achter mijn bureautje zoek ik verder naar Bijbelteksten over vaandels, banieren en mijn hart klopt verwachtingsvol.
Als ik even verder spiek naar de rest van de week in het dagboekje, zie ik verschillende teksten terugkomen en ik besluit geduldig te wachten.

Het dagboekje gaat verder …
De staf van Mozes, die hij omhoog moest houden, zodat het volk Israël kon overwinnen is waar dit hoofdstukje mee begon.
De staf, een zichtbaar teken van Gods macht.
Hij strijd de strijd en overwint.
(Exodus 17:8-16)

De geestelijke strijd die je ook achter dit verhaal kan zien.
De Amelekieten als symbool van alle machten die zich tegen God kanten.
Zoals het volk Israël bevrijdt was vanuit hun slavernij uit Egypte, zo zijn wij bevrijdt van de slavernij van de zonde en van satan op het moment dat we onszelf overgeven aan de Here Jezus Christus.
We hebben echter op weg naar ons eeuwig vaderland nog wel steeds te maken met allerlei strijd.
Hoe belangrijk is het daarin niet om te denken aan de banier van God macht.
De overwinning is aan Hem!

De slang op een paal, waar een ieder die daar naar opkeek, genezing zou ontvangen van de slangenbeet.
(Numeri 21:8,9)
De Mensenzoon, Die omhoog geheven moet worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
(Johannes 3:14,15)
Zijn banier van liefde over mij, over jou.
(Hooglied 2:4)

Het gemopper en het geklaag van het volk in de woestijn bracht dodelijke slangen als straf.
Maar het volk kwam tot inkeer en kreeg berouw en smeekt God om vergeving.
De bronzen slang, die Mozes op Gods bevel moest maken en op een paal moest zetten, zou genezing brengen voor een ieder die er naar opkeek.
De bronzen slang werd een banier van genezing en vergeving over het volk.
En Johannes past later dit beeld weer toe op de kruisiging van de Here Jezus.
Door Zijn wonden zijn wij genezen; ‘de beet van de zonde’ wordt daar onschadelijk gemaakt.
Daar ontvangen wij vergeving.
Zijn banier over ons is liefde.
…

Jesaja 49:22-25 - God heeft de macht om te redden.
Jesaja 11:10-12 – Het kruis werd een banier;
                              Jezus omhooggeheven, Hij brengt bijeen,
                              overwinning!
Psalm 60:6 - Gij hebt hun die U vrezen, een banier gegeven,
                      om zich bijeen te scharen vanwege de
                      boogschutters, …

Banier, vaandel, vlag; wat hebben deze woorden een diepere betekenis gekregen.
Wat schuilt er een kracht achter de Naam ‘Jahweh Nissi’.

God heeft ons, Zijn kinderen een banier gegeven om ons bijeen te scharen.

Zijn banier is geheven, we hoeven alleen maar op te kijken en te geloven.
 

Jahweh Nissi

Alleen door Jezus

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (4)
 
God heeft de macht u te sterken overeenkomstig het evangelie dat ik verkondig, de boodschap van Jezus Christus, …

Romeinen 16:25

Verloren en van God gescheiden;
ronddolend in het duister.
Zoekend, tastend;
licht in duisternis.

Een kind, een baby,
geboren in een stal.
Gehoorzaamheid lerend,
de mensgeworden God.

Hemelse heerlijkheid;
in zonde gehulde wereld.
God werd mens.
Troon en kruis,
glorie en schande,
samen verenigd.

Schuld en redding,
zonde en verlossing.
Gescheurd voorhangsel,
herenigd met God.
Weggerolde steen,
leven in eeuwigheid.

Verlossing en redding,
van God naar mens.
Zijn Zoon gegeven,
losprijs voor velen.
Macht en majesteit,
sterkte en kracht.

God.
Mens.

Vader.
Kind.

De Almachtige.
Een uitgestoken hand, doorboorde hand  ...

 


donderdag 3 januari 2013

Zijn ogen gaan over de ganse aarde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...  (3)

Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

2 Kronieken 16:9
NBG

De Heer ziet alles, niets ontgaat Hem; goede en slechte dingen, niets is voor Hem verborgen.
Het is voor ons mensen niet voor te stellen, noch te begrijpen dat dit mogelijk is, alleen slechts te geloven dat het zo is: ‘Zijn ogen gaan over de gehele aarde.’
Ook niet één keer per dag of per week, of alleen ’s morgens en ’s avonds een keer, nee, Zijn ogen gaan over de ganse aarde, dus, gewoon continue.
Maar het is ook niet zo, dat als Hij even naar links kijkt, rechts niets ziet, of andersom, of naar boven kijkt en beneden niets ziet, en andersom.
Ik stel het me zo voor dat Hij (vergeef mij als dit oneerbiedig klinkt, is niet mijn bedoeling) als het ware vanaf Zijn troon naar de aarde kijkt en alles in één klap (over)ziet.
Niet te bevatten voor ons mensen, maar toch geloof ik dat het zo is.
Tegelijk zoekt Hij, doorzoekt Hij, onze harten.
Wat leeft er in ons hart, gaat het naar Hem uit?
Verlangt het naar Hem, is het Hem toegewijd?
En een ieder wiens hart Hem zo is toegewijd, staat Hij krachtig bij, ontvangt Zijn hulp.

De ogen van de HEERE zijn op elke plaats: ze slaan slechte en goede mensen gade.
Spreuken 15:3

U, grote, machtige God – HEERE van de legermachten is Zijn Naam –  groot van raad en machtig van daad (want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om een ieder te geven overeenkomstig zijn wegen en overeenkomstig de vrucht van zijn daden), …
Jeremia 32:18c,19


Zijn ogen gaan over de gehele aarde en zien mij,
(nietig mensje als ik ben)
om mij te helpen, krachtig bij te staan,
zolang mijn hart Hem volkomen is toegewijd.

 

woensdag 2 januari 2013

De HEER van de hemelse machten

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...  (2)

…  want ik behoor u toe, o HEER, God van de hemelse machten.

Jeremia 15:16

Heer, U bent de Heer van de hemelse machten, de Heere der Heerscharen, de Heer van de legermachten, de legerscharen, de Heer Zebaoth.
U bent de grote Koning, van U en U alleen is alle macht, in de hemel en op de aarde.
Niemand is als U.
U staat boven alle krachten en machten, zowel in de hemelen als op de aarde.
Alles is door Uw hand geschapen, alles is door Uw hand ontstaan en daarmee is ook alles aan U onderworpen.
Niemand is aan U gelijk.
En ik behoor U toe …

De HEERE van de legermachten is met ons; de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.
Psalm 46:8,12

HEERE, God van de legermachten, wie is als U?
Groot van macht bent U, HEERE; Uw trouw omringt U.
Psalm 89:9

Zelfs vindt de mus een huis en de zwaluw haar nest, waarin zij haar jongen legt: bij Uw altaren, HEERE van de legermachten, mijn Koning en mijn God.
Psalm 84:4


Ik behoor toe aan deze Almachtige God en Heere;
de Heer Zebaoth.
Hij, de Almachtige,
de Heere van de legermachten,
is mijn God door de Here Jezus Christus.

 (Opwekking 673)
 


dinsdag 1 januari 2013

Hij gaat aan mijn zij

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (1)

Awesome God van Carmen


Het laat me maar niet los, het woord ‘Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is’  uit Nehemia 4:8.
Steeds opnieuw blijft het maar terugkomen in mijn gedachten.
En zo wordt dit woord van God voor mij een woord, waar ik niet alleen het nieuwe jaar mee wil beginnen, maar dat ik ook mee wil nemen het nieuwe jaar verder in.
Dit woord wil ik graag elke dag voor ogen gaan houden .
Als ik leer om echt iedere dag Zijn grootheid voor ogen te houden, me te bedenken hoe indrukwekkend Hij is, dan zullen de dingen die op mijn weg komen altijd in een ander licht staan dan als ik me dit niet bedenk.

Nu kunnen omstandigheden, de dingen die gebeuren, soms als reuzen op me afkomen en me overweldigen en me soms eerst in het nauw drijven, maar als ik nu iedere dag eens tegemoet zou treden en in zou gaan met Zijn grootheid voor ogen, me bedenkend hoe indrukwekkend onze Hij wel niet is, en van daaruit leer leven, hoe anders zullen mijn dagen dan niet worden, niet zijn.
Als ik door de grote en indrukwekkende daden van God heen naar mijn omstandigheden kijk, naar de dingen die op mijn weg komen; als ik Zijn woorden naast mijn omstandigheden zet, hoe anders zal ik ze dan bekijken.
Als ik de dagen van het komende nieuwe jaar in zal gaan, met wie Hij is, wat Hij heeft gedaan en doet, voor ogen, dan kijk ik als het ware door een andere bril en zal ik alles ook anders gaan zien.
In een ander licht, in een andere setting, in ander perspectief.
Onze God is zo ontzagwekkend groot, Zijn kracht en macht onbeschrijflijk en Zijn liefde en trouw eeuwig.

De Bijbel staat vol van de indrukwekkende daden van de Heer; vol van Zijn liefde en bewogenheid voor ons mensen.
Van het begin tot het einde staan Zijn grote en indrukwekkende daden opgetekend.
Van, hoe Zijn hand alles schiep vanuit het niets, tot hoe het allemaal eens zal zijn als de Here Jezus terugkomt.
En tussen de schepping en de wederkomst is alles opgeschreven om ons te leren, te bemoedigen, te ondersteunen, te leiden, van het begin van ons bestaan tot naar wat op ons wacht.
Wat een geweldige God hebben wij toch!
Hoe indrukwekkend is dit te beseffen alleen al niet!

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was onherbergzaam en verlaten.
Een watervloed bedekte haar en er heerste diepe duisternis.
De wind van God joeg over het water…*a

Tegen een ieder die de profetische woorden van dit boek hoort, zeg ik met nadruk: wie iets aan dit boek toevoegt, hem zal God straffen met de plagen die erin beschreven staan; en wie uit dit profetische boek iets weglaat, hem zal God zijn recht ontnemen op de levensboom en de heilige stad, die in dit boek beschreven zijn.
Hij die van dit alles getuigt, zegt: ‘Ja, ik kom spoedig!’
Ja, kom Heer Jezus!
De genade van de Heer Jezus zij met U allen.’*b

Hij is er, was er en zal er altijd zijn.
Want alles komt van God en alles bestaat door Hem en voor Hem.
Aan Hem de eer in eeuwigheid!
Amen.*c


Adonai, Heer, wat een geweldig woord om dit jaar mee te mogen beginnen, maar ook om mee te nemen dit jaar in.
Het is het verlangen van mijn hart, Heer, om vanuit dit woord, vanuit dit licht, dit nieuwe jaar in te gaan en mij elke dag te gaan beseffen, me bewust te worden, te maken, van wie U bent.
Om de dingen die op mijn pad komen, die U op mijn pad brengt of toelaat in mijn leven, te zien in het licht van wie U bent en wat U doet.
Ik kan niet bedenken, noch overzien, welke veranderingen dit te weeg zal gaan brengen in mijn relatie met U en dus ook in mijn leven, maar dat het een verandering zal brengen, geloof ik met heel mijn hart.
En ik zie er naar uit, Heer.
Ik verlang ernaar dichter tot U te groeien, U beter te leren kennen, meer op U te gaan lijken.
Lieve Vader, leid mij zo aan Uw hand, ook dit komende nieuwe jaar en breng mij dichter tot Uw hart.
Open mijn ogen opdat ik dagelijks zal zien hoe groot en indrukwekkend U bent.
Of het nu in Uw woord is of in de dingen om mij heen; open mijn ogen, o God, open mijn ogen door de kracht en leiding van Uw Geest.

In Jezus' Naam bid ik U dit.

- Amen -

*a Genesis 1:1,2
*b Openbaring 22:18-21
*c Romeinen 11:36



Heer, er is niets
waar U geen weet van hebt;
alles is in Uw hand.
Zo gaat U naast mij
 iedere dag van mijn leven;
tot ik kom
in mijn hemels Vaderland.


Een ieder Gods rijke en onmisbare zegen voor het komende jaar toe gebeden!