Wat een rare zomer is het dit jaar geweest.
De scholen zijn nu allemaal weer begonnen en voor de meesten begint nu echt het gewone leven en het erbij horende ritme weer, maar voor mij ...
O ja, ik heb wel een bepaald ritme dat ik aanhoud, omdat zowel ik als ons hondje dat nu meer dan nodig hebben, maar het is verre van gewoon.
Niets is immers meer hetzelfde, en dat wordt het ook niet meer.
Het huis is stil en leeg.
Geen bed meer in de woonkamer.
Geen thuiszorg meer.
Geen rollator die ergens tegenaan stoot, of waar een hondje voor loopt.
Geen gezamenlijke agenda meer op de telefoon.
Geen afspraken meer waar ik je naar toe moet rijden.
Geen grote pannen meer om in te koken.
Het brood niet meer door de helft in de vriezer.
Geen geluid meer van films of muziek.
Ook het zachte geluid van een spelletje op de Ipad klinkt niet meer.
Een lege stoel tegenover mij aan tafel.
De lege stoel naast de mijne in de tv-kamer.
Maar ook geen harde nies meer waar ik vaak zó van schrok, zelfs na bijna 44 jaar samen zijn (waarvan net geen 43 jaar getrouwd)
Het huis is stil en leeg.
Mijn keukentafel ligt daarentegen vol.
Jouw foto, de rouwkaart, een mand met meer dan honderd kaartjes.
Een vaas met prachtige bloemen, gekregen uit de tuin van een lieve vriendin.
Een map van de Uitvaartzorg, van de natuurbegraafplaats waar je begraven bent, een condoleanceboek.
Een stapeltje boeken, die ik vorige maand nog voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allerlei paperassen, dingen die geregeld moeten worden, of geregeld zijn.
Een beeldje van de Goede Herder Die een schaapje draagt; je had het ooit van mij gekregen en op je bureau in de zaak staan.
Jouw oude agenda, die je gebruikte voor de mobiele telefoons met een agenda.
Mijn papieren agenda ...
![]() |
| Het huis is stil en leeg zonder jou, maar ik ben niet alleen. |
Het huis is stil en leeg.
Mijn gedachten gaan naar de eerste keer dat we in het ziekenhuis spraken over wel of niet reanimeren, en jij toen nog duidelijk aangaf dat je dat echt wilde, want je had nog zoveel te zeggen, zoveel te doen. Zoveel te zeggen, zoveel te doen ...
Je woorden brachten een brok in mijn keel, je was immers geen prater, en je werd steeds beperkter in wat je nog kon.
Maar ondanks dat, wat ben ik dankbaar voor de tijd die we samen nog hebben gehad.
Zeg toch nu wat je hebt te zeggen,
tegen hen die je lief en dierbaar zijn.
Vertel toch nu wat je hebt te vertellen,
al is het nog zo weinig, kort of klein.
Doe toch nu dat wat belangrijk is,
in het bijzonder voor wie dierbaar zijn.
Doe het toch nu, nu het nog kan,
niet meer kunnen, te laat zijn, doet pijn.
Zeg, doe, stel toch niet uit.
Niemand kent zijn uur of tijd.
Het voorkomt pijn en verdriet,
wroeging en heel veel spijt.

