Posts tonen met het label God van Liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God van Liefde. Alle posts tonen

maandag 13 oktober 2025

Open armen ...

Bij Hem kunnen we onszelf zijn.
Tegen Hem kunnen we alles zeggen.
Bij Hem kunnen we alles kwijt, zelfs onze diepste geheimen.
Adam en eva verstopten zich voor God, ze schaamden zich zo voor wat er was gebeurd, voor wat ze hadden gedaan.
De Heere keerde Zich echter niet van hen af, maar zocht hen, riep hen.

Hij, Die onze gedachten kent, zelfs weet wat we willen gaan zeggen, staat met open armen te wachten om ons verhaal te horen, onze diepste geheimen, de dingen waar we ons misschien wel heel erg voor schamen en waardoor we niet tot Hem durven gaan.
Maar Hij wacht met open armen, om te kunnen vergeven, te helen, in liefde te omarmen.


Kom bij Mij!

Ver weggestopt
is wat je werkelijk
denkt en voelt.
Je past je aan
en houdt voor je
wat je eigenlijk bedoelt.

Groot is je pijn,
verborgen, onzichtbaar,
diep weggestopt.
Je dwaalt rond
door alles wat
je hebt opgekropt.

Zachtjes klinkt er een stem:
‘Mijn kind, waar ben je?
Ik wil je zo graag helpen.
Geef het aan Mij, bij Mij is ’t veilig.
Hier ben Ik; niets is te groot, te moeilijk.
Laat Mij toch je bloedende wonden stelpen. 

Laat Mij je toch helen,
je wonden genezen.
Verberg je onder Mijn vleugels
en je hebt niets meer te vrezen.

Kom bij Mij, Mijn kind;
kom naar huis;
laat Mij je omarmen,
Ik wil je zo graag zeggen:

‘Welkom thuis!’

zaterdag 6 januari 2024

Op de treden van mijn ziel ...

De diepe plaats waar niemand komt.
Gesprekken met God op de treden van mijn ziel.
Het is de titel van een boekje van Jill Briscoe dat ik al jaren op mijn boekenplank heb staan, naast de drie andere boekjes die in die serie verschenen zijn, en dat ik inmiddels al verschillende keren heb gelezen, zo mooi vind ik het.
Gister bracht Facebook mij met ‘Je herinneringen op Facebook’ bij een blogje van 10 jaar geleden, en onderaan dit blogje verwees ik naar ‘Op de treden van mijn ziel’, een blogje dat ik in 2008 geschreven had voor een blog op Punt.nl.
Met het opheffen van het domein, is ook mijn blog verdwenen en daarmee is dus ook het stukje niet meer te lezen.
Al teruglezend, merk ik dat het blogje me nog steeds zo dierbaar is, dat ik hem hier op dit blog plaats, zodat het toch weer gelezen kan worden.
Ik plaats het blogje bijna in originele staat, op het laatste stukje na.
Op mijn oude Blog had ik een gedicht van de schrijfster volledig overgenomen – ik was nog maar net begonnen met Bloggen en dacht toen helemaal nog niet aan copyright, en dat heb ik nu weggelaten.

In het boekje deelt de schrijfster vanuit wat er in haar leeft, wat ze voelt, denkt, tegenkomt, enz...
Ze deelt het vanuit de diepe plaats waar niemand komt, waar ze op de treden van haar ziel Jezus ontmoet en alles met Hem deelt en bespreekt.
Wat er ook in haar leven gebeurt, of het nu fijne dingen zijn die vreugde brengen of pijnlijke dingen die droefenis brengen, teleurstellingen, wat dan ook, ze daalt af naar die diepe plaats en neemt plaats op de treden van haar ziel en wacht op de Here Jezus.
En soms is Hij al aanwezig.

De titel van het boekje sprak me heel erg aan.
'De diepe plaats waar niemand komt.
Gesprekken met God op de treden van mijn ziel.'

Toen ik het kocht, wist ik nog niet precies wat ze er nu mee bedoelde, maar het maakte iets in me los, iets wat ik ook wilde.
Ik wilde ook naar die plaats waar niemand komt, plaats nemen op de treden van mijn ziel en daar gesprekken hebben met God.
Maar hoe doe je dat?
Wat of waar is die diepe plaats waar niemand komt, en hoe kom ik op de treden van mijn ziel terecht en hoe moet ik dan gesprekken voeren met God?
Al lezend, ontdekte ik gaandeweg, dat die diepe plaats waar niemand komt, mijn binnenste is, mijn ziel.
Daarin leeft van alles aan gedachten, gevoelens over van alles en iedereen.
Niemand kan op die plaats komen, niemand, behalve God.
Alleen Hij weet wat er in mij omgaat, wat er in mij leeft, wat ik denk of voel.
Hij alleen weet alles van mij.
Het is inderdaad een diepe plaats waar niemand komt, want er kan niemand anders komen dan Hij alleen.
Mijn ziel is die diepe plaats.

De treden van mijn ziel bepalen de diepte van mijn ziel.
Daarmee bepaal ik zelf dus hoever ik wil afdalen in mijn ziel.
Ik kan op de bovenste treden blijven zitten en Hem dáár ontmoeten.
Dan kan ik gezellig keuvelen met de Heer over de oppervlakkige dingen van mijn leven.
Maar ik kan ook verder de trap af gaan en plaats nemen op de onderste treden van mijn ziel en Hem daar ontmoeten.
Dan verandert het oppervlakkige keuvelen in echte gesprekken met God.
De schrijfster zelf heeft daar ook altijd een exemplaar liggen van het ‘Gouden Boek’, oftewel: Gods Woord. 

Maar hoe kom ik daar?
Ik vond het zo mooi klinken allemaal, maar hoe kom ik daar?
Ik heb ontdekt, dat die diepe plaats waar niemand komt, de momenten zijn, waarin ik Hem opzoek.
Als ik me ga richten op Hem, de wereld even de wereld laat, dan ga ik naar die diepe plaats waar niemand komt.
Dan richt ik mijn gedachten naar binnen, naar mijn pijn, mijn problemen, mijn teleurstelling, naar wat er ook speelt of gebeurd is en in gedachten zoek ik Hem op en leg alles aan Hem voor.
Al mijn gevoelens, gedachten, alles en ik hoef me niet mooier voor te doen dan ik ben, want Hij kent mij door en door, Hij weet wat ik wil gaan zeggen nog voor ik het heb uitgesproken, Hij weet wat ik voel en bedoel.
Maar Hij wil wel graag dat ik alles met Hem deel.
Mijn diepste diepte deel met Hem. 

Soms brengt alleen het afdalen al diepe rust en vrede en zit ik gewoon dicht bij Hem aan Zijn voeten.
Eigenlijk zit ik -voor mijn gevoel, altijd één of twee treden lager dan Hem, zo kan ik als het ware met mijn hoofd tegen Zijn knie aan leunen en zitten we gewoon stilletjes bij elkaar.
Af en toe kijk ik dan omhoog en Zijn warme glimlach voelt als een streling aan.
Soms voel ik Zijn hand op mijn hoofd en ik geniet van Zijn aanwezigheid en ik koester mij in de warmte van Zijn liefde.
Maar soms storm ik de trap van mijn ziel af en stort me in Zijn armen en huil met gierende uithalen.
En Hij, Hij slaat Zijn armen om me heen en laat me uithuilen.
Soms storm ik de trap af en sla met m’n vuisten van boosheid tegen Zijn borst en schreeuw het uit tegen Hem.
En Hij, Hij laat me uitrazen en neem mijn handen in die van Hem en kust ze zacht.
En soms, soms raas en tier ik, mijd ik ieder contact met Hem, wil ik niets van Hem, alleen maar al mijn boosheid, frustraties, teleurstellingen enz. voor Zijn voeten neergooien en houd ik vast aan wat mij is aangedaan.
Mijn, ‘U had het tegen moeten gaan, tegen moeten houden’ zet een barrière tussen Hem en mij en ik kan niet in die diepe plaats blijven.
Ik moet daar weg.
Dan houdt zelfs de verdrietige trek om Zijn mond me niet tegen.
‘Had Hij maar moeten ingrijpen’; is dan mijn reactie.
Vergeef mij, Heer Jezus. 

Ik ontdekte, dat ik eigenlijk al veel vaker op die diepe plaats waar niemand komt, ben geweest.
Alleen was het toen nog een naamloze plek en was het regelmatig zoeken naar die plek, omdat ik niet goed wist waar die was.
Nu die plaats een naam heeft gekregen en daardoor ook een echte plaats is geworden, weet ik waar ik heen moet gaan.
Op die plaats vind ik rust en kracht.
Op die plaats breng ik alles wat er in mij leeft.
Op die plaats helpt Hij mij de dingen weer in perspectief te zien.
Op die plaats opent Hij mijn ogen, zowel voor mijn fouten als voor goede dingen.
Zo opende Hij daar mijn ogen voor de waarheid van Zijn woord in Jesaja 42: 3a.
De schrijfster nam mij in deze tekst mee naar de treden van haar ziel en opende daarmee mijn ogen voor dit woord.
Daar zegt Hij:
‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de flauwer wordende pit niet doven.'

Allemaal hebben we ons portie aan verdriet.
Allemaal dragen we wel ergens littekens, veroorzaakt door vlijmscherpe woorden die soms worden uitgesproken.
Allemaal zijn we weleens teleurgesteld, in de steek gelaten, berooft van …, vul maar in.
En soms voelen we ons geslagen en gekneusd.
Misschien ken je het gevoel wel van geknakt-zijn.
Misschien ken je het gevoel een langzaam-uitdovende-vlam-te-zijn wel. 

Toen ik zo op de treden van mijn ziel zat, en met mijn hoofd tegen Zijn knie leunde en deze woorden overdacht, realiseerde ik me ineens, dat ik, op het moment dat ik dacht dat mijn vlam volledig zou uitdoven en ik helemaal geknakt was, er iets veranderde, er was iets gebeurd, ik weet niet eens wat, maar de vlam doofde niet en ik brak niet. 

‘Heer’, zei ik, ‘ik dacht dat mijn vlam volledig zou doven en ik voelde me breken, maar het gebeurde niet.’
‘Nee’, zei Hij, ‘geknakt, maar nooit gebroken.
Wat Mijn Vader deed voor Mij, doe Ik voor jou.’ (Jes.42:4)
Gaandeweg houd ik Hem al mijn plekken voor met pijn, met verdriet, met zorgen, met … noem maar op; alle plekjes van mijn leven en wat er iedere keer nog weer bij komt, en ik vraag Hem mij aan te raken en genezing te brengen. 

De woorden van het gedichtje uit het boekje van Jill Briscoe ervaar ik als Zijn woorden voor mij en ik ervaar daarmee ook de genezende werking die er van uit gaat.
Ik wil je graag in eigen bewoordingen daar even mee naar toe nemen.

Ze zegt:
We kunnen geknakt zijn, maar worden nooit gebroken; we kunnen terneergeslagen zijn, maar we zullen nooit kapotgaan.
De problemen van het leven kunnen op ons beuken, we kunnen ziek zijn of werkeloos; worstelend in ons huwelijk, verworpen, maar in alles blijft Zijn belofte voor ons staan: Geknakt, maar nooit gebroken.

Ze wijst op Zijn Woord als ze spreekt over, dat Hij de gebrokenen van hart heelt en de gevangenen vrijmaakt.
Hoe Hij aanraakt, versterkt, en vertroost, hen, die hunkeren naar vergeving, naar hoop en naar mededogen, en dat Hij hun leven omdraait.
‘Geknakt, maar nooit gebroken, gedimd, maar nooit gedoofd.’

Voordat haar laatste couplet komt, nodigt ze uit om ‘haar woorden te lenen’ als we geknakt zijn of gebroken, en omdat ze daartoe uitnodigt, als ook omdat ik haar woorden meebad, schrijf ik de laatste zinnen even in de ik-vorm, zodat ook jij je eigen gebed ervan kunt maken.

Ik vraag Hem om met Zijn adem te blazen over alle kneuzingen en alle pijn, opdat ik mijn werk zal kunnen blijven doen totdat het klaar is en ik daarin niet zal verflauwen of falen.
Dat Hij blaast over mijn ziel, opdat de vlammen van geloof, die nog nauwelijks branden weer aangewakkerd zullen worden.
Om mij te gebruiken om Zijn helende werk te doen, tot het niet meer nodig is.
En ik dank Hem, dat juist die moeilijk dagen zo’n bediening mogelijk maken.

Kleine aanvulling 6 januari 2024:
Nu ik deze woorden zo in een andere vorm opschrijf, kan ik me voorstellen dat je denkt, dat je zo’n bediening niet hebt.
Maar bij deze gedachte kwam tegelijk de volgende Bijbeltekst in mijn gedachten.
‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.’ - 2 Korinthe 1:3,4
Deze woorden laten ons zien, dat als God ons troost, we daarmee gelijk de taak ontvangen om anderen te troosten met dezelfde troost als die we ontvangen hebben.

Ontmoet Hem op de diepe plaats waar niemand komt.
Ontmoet Hem op de treden van je ziel.
Wees niet bang, want Hij, Die je door en door kent, wacht daar op jou.

Blessings en Shalom!


>> Blog ‘Quality Time’ – ‘Christus is in u’
Dit is het blogje van waaruit verwezen wordt naar ‘Op de treden van mijn ziel.’

Alle boekjes uit deze serie zijn nog verkrijgbaar.
Even voor je op een rijtje:

📚 >> 'Gods voordeur'
📚 >> 'De diepe plaats waar niemand komt'
📚 >> 'De tuin van genade'
📚 >> 'Dansend geloof'

zaterdag 20 mei 2023

Het hoogste Woord ...

Liefde,
het mooiste
en heerlijkste
woord.
Verlangend
om te geven,
om dat te doen
wat de ander
gelukkig maakt.

Liefde,
het heerlijkste,
maar ook
het meest
onbegrepen
woord,
en zoveel meer
dan
een gevoel
alleen.

Liefde,
het heerlijkste,
maar ook
het meest
misverstane
woord;
zo vaak
verward
met lust
en hartstocht.

Liefde,
het woord
met de diepste
betekenis.
Een keuze,
gehoorzaamheid;
handel en wandel,
naast een
gevoel.

Liefde,
niet ik,
maar de ander.
Dienend,
de minste zijn,
zachtmoedig
en nederig,
niet nemend
maar gevend;
ja, zélfs
tot in de
dood.

Liefde,
het mooiste,
het heerlijkste,
het hoogste
Woord.
Liefde,
voor ons
die geloven
een Persoon,
Zijn Naam
is Jezus!



Op mijn Blog >> 'Quality Time' kun je meer lezen over de Liefde van God en Jezus, als ook het citaat waaruit bovenstaande woorden voortkomen.

zaterdag 26 mei 2018

Een nieuwe naam ...

Momenteel lees ik iedere morgen uit het Bijbelboek Jeremia en afgelopen dinsdag was ik aangekomen bij hoofdstuk 20 (vers 1 t/m 6), waar Pashur Jeremia hoort profeteren en hem vervolgens om zijn woorden gevangen zet.
De volgende dag laat Pashur Jeremia vrij, maar dan zegt Jeremia tegen Pashur dat de Heere hem niet de naam ‘Pashur’ geeft, maar de naam ‘Magor-Missabib’.
‘Want’, vers 4, ‘zo zegt de Heere: Zie, Ik ga u tot een bron van angst voor uzelf maken en voor allen die u liefhebben.’
Magor –Massabib betekent dan ook ‘angst van rondom’.

Het liet mij opnieuw zien welk een belangrijke plaats namen in de Bijbel hebben.
We zien dan ook op verschillende andere plaatsen in de Bijbel dat God de namen van mensen veranderd, omdat er dingen (gaan) veranderen,
Bijvoorbeeld: Abram wordt Abraham en Sarai wordt Sara. (Gen. 17)


Zelf was ik nooit zo heel erg blij met de betekenis van mijn naam.
Toen ik het eens opzocht in het namenboekje dat we hadden gekocht met het oog op de naam van ons eerste kind, bleek de naam Rita afkomstig van Maria, wat in verband gebracht werd met mirre, wat bitter betekent.
En hoewel ik niet echt gebukt ging eronder, toch hing deze betekenis op de één of andere manier af en toe zwaar boven mijn hoofd.
Totdat ik op een beurs stond met uitgaven van Caroline van de Vate en mijzelf en een vrouw naar mij toe kwam om over ons boekje en de kaarten te praten.
Op een gegeven moment vroeg ze nogmaals naar mijn naam, en ik antwoordde dat ik Rita was.
‘O’, zei ze, ‘wat een prachtige naam!’

Hoe het precies helemaal ging, weet ik niet meer, maar ik geloof dat ik haar nogal bedenkelijk aankeek, want ze ging verder en vertelde mij dat ze van Spaanse afkomst was en dat mijn naam in het Spaans ‘Waardevol en Parel’ betekende.


Als ik dan vanmorgen nadenk en bid over wat ik gelezen heb, komt de naamsverandering van Pashur terug in mijn gedachten en dat God duidelijk boodschappen afgeeft in de Bijbel met namen en als Hij ze verandert.
En ineens komt de volgende gedachte bij mij binnen:
‘Eigenlijk op dat moment, op het moment dat deze vrouw mij de andere betekenis geeft van mijn naam, kreeg ik als het ware een nieuwe naam van God.
Niet meer ‘bitter’, maar ‘Waardevol en Parel’.
Opnieuw word ik warm van binnen als ik terugdenk aan dat moment als zij mij vol enthousiasme deze betekenissen verteld.

En als ik daar nog wat over doormijmer aan de hand van de naamsverandering van Pashur, voel ik mij een gezegend mens, en zie ik ook hoe God dingen in mijn leven heeft veranderd, en nog steeds verandert.
Het was al begonnen voor ik deze vrouw op de beurs tegenkwam, en het is niet meer opgehouden.
Ik ben waardevol voor God; een Parel in Zijn hand.

zondag 6 december 2015

2e Advent – Het schrille contrast …

Vorige week zondag had ik al aangegeven dat Advent een tijd van voorbereiding is, van verwachten, van uitzien naar.
Een tijd van bezinning, overdenken, stil worden, luisteren, zoeken, en het bracht mij nu bij het schrille contrast tussen wat was en wat het werd.


De laatste jaren lijkt het alsof het met Kerst meer draait om de hoeveelheid aan versieringen en eten dan om de boodschap, om Het Kind dat geboren is.
Ik ga, en wil niet zeggen dat het niet goed is, maar mij treft steeds meer het schrille contrast met de werkelijkheid.
Er was niets moois of romantisch rond Zijn geboorte; Hij had niet eens een fatsoenlijk dak boven Zijn hoofd of een mooie wieg om in te liggen.
Het enige plekje dat Jozef en Maria nog konden vinden om hun vermoeide lichamen tot rust te laten komen, was een stal, en daar is Hij, in de stilte van de nacht, geboren.
Kleertjes hadden ze niet, dus werd Hij in doeken gewikkeld; een wiegje was er ook niet, slechts een voederbak voor de dieren, en dat werd zo Zijn eerste bedje.

Hoe schril is ook niet het contrast met waar Hij vandaan kwam …
Hoe onvoorstelbaar is het eigenlijk niet, dat Hij in de buik van Maria groeide en als een baby ter wereld kwam …
En dat is waar ik merk dat God mij brengt, bij dit schrille contrast, bij dit onvoorstelbare gebeuren; bij wie Hij was, en bij wie Hij werd.


‘In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Door het Woord is alles ontstaan en zonder het Woord is er niets ontstaan. In het Woord was leven, en dat leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet kunnen doven.
Johannes 1:1-5

‘Hij had de gestalte van God, maar heeft Zich niet willen vastklampen aan Zijn gelijkheid met God. Hij heeft Zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden. Hij leefde als een mens en Hij vernederde Zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan een kruis.’
Filippenzen 2:7,8

‘… met de glorie(heerlijkheid) die Ik had bij U, voor de wereld bestond.’
Johannes 17:4

‘…, maar de eniggeboren Zoon, zelf God, die rust aan het hart van de Vader, …’
Johannes 1:18


Hoe indrukwekkend is het om deze verzen te lezen.
Het maakt mij stil als ik ze lees en herlees, en probeer de diepte van de betekenis tot me door te laten dringen.
Welk een uitzonderlijke plek had Jezus niet bij Zijn Vader!
Hoe onvoorstelbaar was Zijn grootheid, hoe adembenemend Zijn heerlijkheid, hoe onaantastbaar Zijn plaats aan het hart van de Vader, of in de schoot van de Vader, zoals andere vertalingen zeggen …

Hij, Jezus, was het Woord, het Woord waaruit alles is ontstaan.
Het Woord …  bij God, was God.
In het Woord leven, en het leven weer licht ...

Wie van ons zou ooit, als hij/zij zo’n soort positie had, die vrijwillig opgeven?
En dan hebben we het niet over dat Hij iets opgaf voor een belangrijk persoon of zo, nee, maar voor mensen die ondankbaar zijn, ontevreden, hebberig; die mopperen en klagen, bitter zijn en vol haat en venijn; egoïstisch zijn en alleen zichzelf zoeken …
Kortom, zondige mensen; mensen, die vanuit zichzelf niet eens instaat zijn om Hem lief te hebben zonder dat Hij hen eerst heeft liefgehad.
Er was in wezen geen enkele reden waarom Jezus dit alles ook maar op had hoeven te geven.
En toch was dit wat Hij deed; … en …  vrijwillig …

Dat Hij dit alles vrijwillig opgaf, is nog maar één onvoorstelbaar iets, het andere is dat Hij daarnaast ook nog eens  bereid was om mens te worden.
En dan niet zo maar mens, een volwassen man met de status en alles wat daar bij hoort en die Hij eigenlijk verdiend, nee, Hij was bereid om vanuit de heerlijkheid die Hij bij Zijn Vader had, klein te worden als een ongeboren baby, die in het donker in de buik van een vrouw groeit, totdat hij groot en sterk genoeg is om geboren te worden.
Hoe onvoorstelbaar is dit eigenlijk wel niet?!
Hebben we daar weleens echt bij stil gestaan; de diepte en de reikwijdte daarvan tot ons door laten dringen?
Jezus, de Zoon van God, die de aarde als voetbank heeft, ruilde de  heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader in voor het duister van een baarmoeder!
Jezus, die de gestalte van God had, werd een baby, een hulpeloos en afhankelijk wezen.

'Het Woord is mens geworden en is onder ons komen wonen.’ - Johannes 1:14
Hij is mens geworden;  mens in de diepste betekenis van het woord!


‘God stuurde de engel Gabriël naar Nazareth, een stad in Galilea, naar een jonge vrouw die aan een zekere Jozef uitgehuwelijkt was. Jozef stamde af van koning David. De vrouw heette Maria. De engel ging haar huis binnen en zei tegen haar: ‘Ik groet u, u die de gunst van de Heer geniet, de Heer is met u.’ Bij deze woorden raakte Maria in verwarring en zij vroeg zich af wat die woorden mochten betekenen. ‘Wees niet bang, Maria,’ vervolgde de engel, ‘God schenkt u Zijn gunst. Luister: u zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en u moet Hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Hij zal de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van Zijn voorvader David geven; Hij zal regeren over de nakomelingen van Jacob, voor altijd; aan Zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria zei tegen de engel: ‘Hoe zou dat kunnen? Want ik heb geen gemeenschap met een man.’ De engel antwoordde haar: ‘De Heilige Geest zal over u komen, de kracht van de Allerhoogste zal u als een schaduw bedekken. Daarom zal het Kind aan God gewijd zijn en Zijn Zoon worden genoemd.’
Lucas 1: 26-3

En wat nog het meest onvoorstelbaar is, is dat Hij dit vrijwillig deed in de wetenschap dat Hij de meest gruwelijke dood zou sterven!


Heer, woorden schieten mij te kort
om U te bedanken voor wat U
voor ons, voor mij, hebt gedaan.
Dat U Uw heerlijkheid opgaf,
klein als een baby wilde worden,
de weg van de minste wilde gaan.

Het gaat mijn voorstellingsvermogen
ver te boven, Heer, om de diepte
en de reikwijdte daarvan te beseffen.
Ik kan niet anders dan voor U knielen
en mijn handen vol dank en eer,
en diep ontzag, naar U opheffen.



zondag 9 november 2014

God hoort, verhoort en leidt ...

Vanmorgen onder de aanbidding in onze gemeente zag ik met het zingen van het refrein (All I have, I give to You. All I am, I give to You. I Lay it at your feet. I Lay it at your feet) van het lied ‘Clean – My God rescued me’ … ineens mijn bureau met enkel het notitieblaadje erop dat er al enkele maanden ligt.
Tussendoor heeft het ook nog weleens even in de la van mijn bureau gelegen, maar ik heb het weer teruggelegd op mijn bureau omdat er een gebed op staat, waar ik zo naar verlang om met mijn hele hart te kunnen bidden.
Het is een zeer ingrijpend gebed, een gebed dat ik jaren geleden, om precies te zijn op 1 juni 2007, overgenomen heb uit het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ van Elisabeth George.
Een gebed dat ik zo graag met heel mijn hart wilde bidden, maar niet kon, omdat ik bang was voor de gevolgen die het zou kunnen hebben, voor de dingen die God van mij zou kunnen vragen.
Maar toch, er was wel een diep verlangen in mijn hart naar het kunnen bidden van dit gebed; naar deze overgave aan Hem.
Het is nu pas, nu ik dit schrijf, dat ik besef, dat God toen al mijn gebed heeft gehoord en verhoord; en aan het werk is gegaan om mij hier te kunnen brengen.

Het beeld liet mij niet los, en daar er voor mij in de dienst geen ruimte was voor meer, voor antwoorden, voor …, ging ik naar huis en trok mij terug op mijn kamertje om in de stilte en de beslotenheid van deze veilige ruimte, Zijn aangezicht te zoeken met dit gebed in mijn handen.
Het bracht mij bij oude schriften, waarin ik zeven jaar geleden mijn wanhopige hart en ziel in bloot gelegd heb, en las opnieuw alles wat ik toen heb geschreven.
Welk een angst en wanhoop klinkt er in door; zoveel vragen en niet begrijpen.
Pijn, verdriet, zelfmedelijden, depressieve gevoelens en gedachten …
Maar ook een verlangen naar dat andere, naar Hem, naar vrijheid, vrijheid van angst en alles wat mij zo gebonden houdt.

Als ik alles heb gelezen, word ik stil, als ik bedenk hoe Hij mijn gebeden heeft verhoord.
Ik word stil als ik bedenk hoe Hij door de jaren heen mij heeft geholpen en gebracht waar ik nu ben.
O, hoe bijzonder zijn niet de beide laatste stukjes in de schriften!
In al mijn wanhoop gaf God mij toch de juiste woorden, zowel om te schrijven en mezelf voor te houden als om van te leren.
Ik herlees de woorden die ik heb opgeschreven van Corrie ten Boom:
‘Als de mens luistert, spreekt God - Ga die cursus doen, Mijn kind!
Als de mens gehoorzaamt, handelt God - Ja, Heer(weliswaar pas na de derde keer dat de advertentie mij onder ogen kwam, maar …) ik ga en zal alles doen wat er wordt gevraagd.
Als de mens bidt: geeft God kracht – In Zijn kracht heb ik alles kunnen doen, en nog veel meer, ook daarna.

Ik pak het andere schrift en lees het gedichtje dat ik toen heb geschreven naar aanleiding van Deuteronomium 31:6,8:

Heer,
mijn God en Vader,
in U, de Ene,
kan ik sterk zijn
en vastbesloten.
Als ik mijn ogen
gericht houd op U,
hoef ik niet te vrezen,
noch te sidderen,
want Uw handen
houden mij veilig
omsloten.

U,
de Ene,
zal mij niet begeven,
en mij niet verlaten,
ja, U zal met mij zijn.
Ik hef mijn hoofd omhoog
en zal mij niet laten breken,
want U, de Ene,
zal altijd
met mij zijn.

- Amen -

Met het besef en het lezen van deze laatste woorden, weet ik dat het moment is gekomen dat ik dit gebed eindelijk kan bidden met heel mijn hart; het is de volgende stap in mijn reis met Hem.

‘Here,
ik geef al mijn plannen en doelstellingen op,
al mijn eigen verlangens en hoop,
en ik neem Uw wil voor mijn leven aan.
Ik geef mijzelf, mijn tijd, mijn alles, ten volle aan U,
om voor eeuwig de Uwe te kunnen zijn.
Vul mij en verzegel mij met Uw Heilige Geest.
Gebruik me zoals U wilt,
zend mij waarheen U wilt,
werk Uw gehele wil uit in mijn leven,
wat het me ook kost,
nu en tot in eeuwigheid.

- Amen -

Ik voel hoe de angst nog zachtjes kriebelt aan de deur van mijn hart, maar ik kies ervoor om mij vast te houden aan Zijn woorden uit Deuteronomium 31:

‘Weest sterk en vastbesloten, vrees niet en siddert niet voor hun aanschijn; immers de Ene, je God, Hij is het die met je gaat, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten!
De Ene, Hij is het die voor je aanschijn uitgaat, Hij zal met je wezen, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten; vrees niet en laat je niet breken!’


Be still  Be Amazed
Stil en verwonderd ben ik, als ik terugkijk(lees) en zie wat Hij heeft gedaan.
Stil en verwonderd ben ik, als ik zie wat Hij doet.
Stil en verwonderd ben ik over het ontdekken van Zijn hand op/in/over … mijn leven, Zijn bemoeienis, Zijn wegen, Zijn liefde.

Door de diepste diepten
heeft U mij geleid.
Al kon ik er nog niets van zien,
toch had U alles voorbereid.
Op geen enkele weg
liet U mij alleen;
U stond elk moment
beschermend om mij heen.
Nu ik terugkijk zie ik,
en ben ik verwonderd en stil.
Ik buig mijn hoofd
en geef mij over aan Uw wil.


Be still  Be Amazed 
Dag 5

zaterdag 31 augustus 2013

Kom terug!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (91)

Ik vraag jullie, ontrouwe kinderen, terug te komen.
Jeremia 3:14a

(Jeremia 3)

‘Ik vraag jullie …’
Deze woorden raakten mij vanmorgen toen ik ze las.
God, die vraagt.
De andere vertalingen zeggen: ‘spreekt de Heere’, of ‘luidt het woord des Heren’, maar mij trof deze woorden zoals ze in de GNB staan.
‘Ik vraag jullie.’

Deze woorden spreekt God bij monde van Jeremia tot Zijn volk Israël en haar zuster Juda.
God vergelijk Zijn volk hier met een overspelige vrouw.
‘Heb je gezien,’ zegt Hij in vers 6, ‘hoe ontrouw Israël Mij geworden is? Ze heeft ontucht bedreven op elke hoge heuvel en onder iedere groenen boom.’
 ‘Met haar lichtzinnige overspel bezoedelde ze het hele land …’
‘… Maar jullie (Israël, Juda, de gehele mensheid) zijn Mij ontrouw geworden, als een vrouw aan haar man, …’

‘Ik vraag jullie. ontrouwe kinderen, terug te komen.
Ik ben niet wraakzuchtig.
Ik zal genade voor recht laten gelden, daar sta Ik voor in.
De enorme liefde van God voor Zijn volk die in deze woorden doorklinkt, raakt me diep.
‘Ik vraag jullie terug te komen!’
Wie zou dat doen?

Aan de kant gezet.
In geruild voor een ander.
Afgewezen.
Onverschilligheid.
Afgedankt.
Vergeten.

‘Ik vraag jullie terug te komen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die zijn afgedwaald, die Mij aan de kant hebben gezet, die Mij niet nodig denken te hebben.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die weggelopen zijn, Mij de rug hebben toegekeerd, Mij hebben afgewezen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die tegen Mij in opstand zijn gekomen, Mij niet willen kennen.
Ik vraag jullie terug te komen …’

Nog steeds klinkt Gods roep.
Ook in deze tijd zegt Hij het nog steeds: ‘Kom terug!’
Nog steeds is er genade.
Nog steeds is er vergeving.
Nog steeds staat Hij klaar om te overladen met Zijn liefde.

Als ik om me heen kijk, de nieuwsberichten hoor of lees; of als ik ook naar mijzelf kijk, naar mijn eigen falen en gebreken, mijn zonden, dan word ik heel klein en stil om zoveel liefde.
Al wat wij hoeven te doen is onze schuld te bekennen en ons af te keren van onze verkeerde wegen, en Hij zal ons opnieuw in genade aannemen.
Hij verlangt er zo naar!
Hoor hoe immers Zijn liefde, Zijn verlangen naar Zijn volk, naar Juda, naar ons, doorklinkt in deze woorden: ‘Ik vraag je: Kom terug!’


Ook vandaag klinkt Zijn vraag: ‘Kom terug! Ik vraag je, kom terug!’
Nog steeds klinkt Zijn liefde, Zijn verlangen, naar deze verloren wereld, naar jou!
Nog steeds zijn Zijn armen uitgestrekt om hen die tot inkeer komen in Zijn armen te nemen.
Zijn liefde en verlangen is niet meer alleen voor Zijn volk, maar een ieder mag, dankzij het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha, delen in deze liefde van God.

Hoe indrukwekkend groot is Zijn liefde …
 


zaterdag 29 juni 2013

Hulp en redding

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (86)

Wie wijs is, let op deze dingen,
hij slaat er acht op
hoe de Heer telkens zijn liefde toont.

Psalm 107:43

De laatste paar dagen komt Psalm 107 steeds opnieuw in mijn gedachten als ik ’s morgens een stukje uit mijn Bijbel wil lezen.
Verschillende keren heb ik inmiddels de Psalm doorgelezen en mijn oog werd getrokken door een paar verzen met dezelfde strekking.

Als ik even kijk naar het hoeveelste stukje het is van ‘Bedenk en onthoud’, zie ik dat ik nog niet zo lang geleden ook over deze Psalm heb geschreven, maar dat deze keer mijn oog op heel andere dingen uit dit hoofdstuk valt.
Toch had ik dezelfde tekst als uitgangspunt genomen, en dat blijf ik ook doen, daar verander ik niets aan, want het is net zo met elkaar verbonden als bij het vorige stukje uit deze Psalm.

In hun angst riepen zij de Heer om hulp en Hij redde hen van een wisse dood.
Deze woorden komen 4 keer terug; namelijk in vers 6, vers 13, vers 19 en vers 28.
De omstandigheden waren telkens anders, maar steeds opnieuw klinken vervolgens deze woorden.
Hoe bijzonder!

Het zij duidelijk dat deze woorden belangrijk zijn en ons iets te zeggen hebben.
Ook de uitgebreide omschrijvingen hebben ons iets vertellen.
Namelijk, dat waar we ons ook bevinden, in welke situatie dan ook; of het nu door ons eigen toedoen is, of dat we beproefd of verzocht worden, vanuit welke omstandigheden we het ook uitroepen naar God, Hij hoort en redt!
En daar blijft het niet bij, God gaat nog verder.
Hij wijst vervolgens de goede weg, leidt naar een veilige plek.
Hij redt uit het diepste duister, verbreekt boeien.
Brengt genezing en stormen tot bedaren.

Laten zij Hem danken, zegt dan de Psalmist, danken voor de liefde die Hij hen heeft bewezen; want alles wat Hij heeft gedaan, getuigt van Zijn grote liefde.
Ook dit woord komt vier keer terug en geeft aan hoe belangrijk het is dat we ook niet vergeten om Hem te bedanken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft bewezen.

Maar dat niet alleen.
De psalm eindigt met de volgende woorden:
‘Wie wijs is, let op deze dingen, hij slaat er acht op hoe de Heer telkens Zijn liefde toont.’
We dienen Hem niet alleen te danken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft getoond, maar de Psalmist drukt ons op het hart om acht te slaan op elke manier waarop God Zijn liefde toont.
Hij noemt het zelfs wijs als we daarop zouden letten.
Zien hoe God ons Zijn liefde toont, bewijst, maakt ons tot een ander mens.
Een dankbaar mens.
Een gelukkig mens.
Niemand kan onveranderd blijven onder de liefde die God de Vader ons bewijst, tenzij wij er geen acht op slaan.
Maar dat zou dom zijn …


Nog steeds toont God Zijn liefde.
Nog steeds hoort Hij elke roep om hulp.
Nog steeds redt Hij.
Nog steeds helpt Hij verder vanuit Zijn gegeven hulp.
Nog steeds bewijst Hij Zijn liefde.
Nog steeds is Hij dezelfde;
toen en  nu.
 
Heer, U hoort mij als ik roep.
Waar ik mij ook bevind,
in welke omstandigheden
ik ook verkeer,
U hoort mij
en komt mij te hulp.
U bewijst aan mij Uw liefde.
Toont mij wegen die ik kan gaan.
U geeft mij een veilige plek om te wonen
en brengt stormen tot bedaren.

Uit het diepste duister haalt U mij.
Ketenen rukt U van mij af.
Op Uw woord word ik gezond
en U redt mij van het graf.

Ik wil U danken, Heer,
Uw Naam loven en prijzen
om de liefde die U mij steeds bewijst.
Ik wil U eren en aanbidden,
U alle eer en hulde brengen
om de liefde die U mij steeds weer geeft.

U bent groot
en zeer te prijzen.
Ik wil niet voorbijgaan
aan de liefde
die U steeds toont.

donderdag 30 mei 2013

Oeps, vergeten ...

Tja, zo heb je niets te doen, nou ja, heel weinig, en zo lopen er verschillende dingen naast en door elkaar.
Morgenochtend gebedsochtend voor de Vervolgde Vrouwen.
De eerste vergadering voor de Kerstavond voor Vrouwen is gepland.
Ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor een nieuw project voor vrouwen bij ons in de gemeente, waar ik nog niets over kan zeggen omdat ik nog met de voorbereidingen bezig ben.
200 hartjes haken voor …
Oeps, mag ik ook nog niet zeggen, ze moeten in ieder geval volgende week een donderdag af zijn.
En donderdag is mijn schrijfdag voor het stukje op ‘In rust met U’, met vrijdag als extra voor het geval ik meer tijd nodig heb of donderdags nog iets wat echt niet op een andere dag kon worden gepland.

In mijn agenda stond het allemaal goed.
Ik had nog tegen Francis gezegd ‘tot donderdagmiddag’.
Ik had in mijn planning nog opgenomen, dat ik na de vergadering daar vlakbij mooi boodschappen kon doen.
Alles paste keurig in elkaar, alleen …
Tja, alleen dan moet je er wel aan denken.

Vanmorgen keurig zoals gepland begonnen aan mijn stukje.
Hoewel ik een heel eind kwam, je zou het zelfs ook klaar kunnen noemen, toch wist ik het nog niet helemaal zeker, dus, zoals ik dan wel vaker doe, ging ik vast op weg om boodschappen doen.
Even totaal wat anders doen, helpt mij dan om mijn hoofd leeg te maken zodat ik er weer fris tegenaan kan kijken.
Ik pakte mijn boodschappentas en krat, deed Jaylinn in de bench en stapte in mijn autootje.
Terwijl ik op weg ging naar de winkel in het nabijgelegen dorp, schoot het ineens in mijn gedachten, pang: ‘Vergadering voor de kerstavond voor Vrouwen bij Theresa!’
O help, die was ik helemaal vergeten.
Ik was zo met mijn hoofd in mijn schrijven blijven steken, dat ik het totaal vergeten was.
Wat nu?
Ik had me niet voorbereid.
Ik had niets bij me, geen pen, geen papier; nou ja, die zal Theresa vast wel voor me hebben.
En, o, o,  ik wist ook niet waar ze woont; Theresa doet voor het eerst mee met de organisatie.
Bijzonder was wel dat ik op het tijdstip wegging om boodschappen te doen, terwijl ik anders ook op dat tijdstip weg zou zijn gegaan naar haar huis, waar we bij elkaar zouden komen.
En ze woont ook in het dorp waar ik mijn boodschappen wilde gaan doen.
Bijzondere dingen eigenlijk, maar ja, de vraag blijft echter wel: maar waar?

Naar huis gaan was geen optie, dat zou te lang duren.
Francis maar bellen, die zal er vast al wel zijn.
Eén keer gebeld, tweede keer gebeld, …
Allebei de keren voicemail.
Zucht.
Wat nu?

Ondertussen rij ik het bewuste dorp binnen en rijd door richting de winkels.
Zal ik dan maar gewoon eerst boodschappen doen en daarna als ik weer thuis ben even bellen?
Of zal ik Francis nog een keertje proberen te bellen?
Of?
Ik rij langs de straat waar we bijna altijd onze gebedsochtend voor Open Doors, voor de Vervolgde Vrouwen hebben.
Magda!
Zal Magda thuis zijn?
Zal ik bij haar langs gaan en op de adressenlijst van onze gemeente kijken waar Theresa woont?
Hi, hi, Magda zal wel denken, je bent een dag te vroeg hoor!
Het is morgen pas gebedsochtend.
Geen slecht idee, vind ik zelf en ik neem de hele rotonde en rij terug naar de straat waar Magda woont.
Ik leg haar de situatie uit en al snel heb ik het adres van Theresa.
Samen lachen we nog wat en snel rij ik naar mijn plaats van bestemming.
In de auto zie ik dat Francis inmiddels mij heeft geprobeerd terug te bellen, maar ik laat het telefoontje voor wat het is en binnen vijf minuten ben ik waar ik wezen moet.

Na mijn verhaal te hebben gedaan, kom ik eerst even bij met een lekker bakkie koffie.
En vervolgens worden we stil en kom ik tot rust als we gaan bidden en de vergadering in Zijn handen leggen.
Nee, ik had niets voor kunnen bereiden en ik had ook niets bij me, maar Gods Geest leidt toch wel, dat hebben we gemerkt.
En de grote lijn voor de Kerstavond voor Vrouwen 2013 ligt klaar.
Tot na de vakantie kan een ieder van ons hier zeker mee aan de slag.
Van binnen borrelt het al bij mij, zoveel kwam er vanmiddag al op tafel.
Mijn handen jeuken om er al mee aan de slag te gaan.
Nieuwe ideeën kwamen onder het eten koken alweer in mij op.

En nu zit ik hier achter mijn bureautje aan mijn laptop met een hart vol dankbaarheid en vreugde om wat God heeft bewerkt vanmiddag.
Maar ook voor wat nog komen gaat.
Want o, het nieuwe project, daar kijk ik toch ook zo naar uit om dat te mogen introduceren.
Mijn hart klopt vol verwachting.
Ik kan haast niet wachten.

Tja, zo heb je niets te doen en zo …
Nog even denk ik terug aan de jaren die zijn geweest en waarin grotendeels door mijn angst totaal geen ruimte was voor iets anders dan mijn gezin, mijn  huis en familie.
En zie nu?

Ach, ik kan hier dan toch ook immers niet anders zitten dan met een blij en dankbaar hart.


Een vreugdevolle glimlach
ligt stilletjes om mijn mond,
terwijl er uit diepe dankbaarheid
een lied in mijn hart opkomt.

‘Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer, mijn God,
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij.
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer, mijn God,
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!’
 

maandag 27 mei 2013

Liefdevol en trouw

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (82)

Het is goed om te verkondigen hoe liefdevol en trouw U bent.

Psalm 92:4 (in andere vertalingen vers 3)


Iedere dag kijk ik even bij Manna-Vandaag naar het persoonlijk woord van God voor jou voor vandaag.
Hier kun je je naam in vullen en de Bijbeltekst wordt persoonlijk gemaakt door je naam erin te verwerken, zeg maar.
Misschien ken je het wel.

Voor vandaag stond er:

Rita, misschien kun jij vandaag verkondigen hoe liefdevol en trouw IK ben. Psalm 92:3,4

De deur ben ik vandaag niet verder uit geweest dan even een rondje met Jaylinn, maar toen ik vanavond weer even achter mijn laptop kroop, schoot het woord van vanmorgen me weer te binnen en ik ben er even voor gaan zitten om vanuit de Psalmen op te schrijven hoe liefdevol en trouw God is.
Dat wil ik toch graag doorgeven en dat kan ook hier en op deze wijze.

HEER, vertellen wil ik hoe liefdevol en trouw U bent,
want dat is goed.
Uw leiding is niet alleen vol liefde,
maar ook betrouwbaar
voor een ieder die zich houdt
aan Uw verbond en geboden.
Als wij ons tot U richten,
beschermt U ons liefdevol
als een schild.
Uw liefde reikt tot in de hemel,
Uw trouw tot in de wolken.
Gerechtigheid heeft U lief, HEER,
en wie U trouw zijn,
laat U niet in de steek.
U beschermt hen, altijd.
Ik wil niet zwijgen, HEER,
over hoe goed U bent.
Hoe liefdevol en trouw,
en hoe U uitkomst brengt.
De eer komt U toe, HEER, aan U en U alleen,
want U bent liefdevol en trouw.
Uw liefde wil ik bezingen,
openlijk aan iedereen vertellen
van Uw trouw steeds weer
en aan elk nieuw geslacht.
En dit zal ik U toezingen:
Uw liefde is standvastig,
Uw trouw onwankelbaar als de hemel!
Uw liefde is overweldigend
en eeuwig is Uw trouw!
Halleluja.

- Amen -

Ja, het is goed te vertellen hoe liefdevol en trouw U bent.

Naar: Ps. 25:10; Ps. 5:13; Ps. 36:6; Ps. 37:28; Ps. 40:11; Ps. 115:1; Ps. 89:2,3; Ps. 117:2;
 Ps. 92:3

Ps. Zowel op hier als op mijn oude 'Into Your Hands', staan persoonlijke getuigenissen van hoe liefdevol en trouw God is.
Ook mijn gedichten vertellen van Zijn liefde en trouw.

vrijdag 24 mei 2013

Ik ben bij je!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (80)

'Ik zal er zijn, Ik ben bij je!'
antwoordde de Heer.

Exodus 3:12

Vandaag het stukje voor op 'In rust met U' voor as. zondag afgemaakt.
Er ging nog veel tijd in zitten en dan vind ik het daarna heerlijk om gewoon even ontspannen wat rond te kijken in mijn mappen met oude stukjes en ik stuitte daar op iets dat ik ergens in 2011 heb geschreven en wat ik graag met je wil delen.
Het getuigt tegelijk van hoe groot en indrukwekkend God is.

Heer,
Uw woord klinkt:
Ik ben met je alle dagen.
In alles wat je doet
ben Ik bij je.
Geen moment laat Ik je alleen;
nog geen fractie van een seconde
ga je zonder Mijn aanwezigheid.
In Mijn Goddelijke kracht en nabijheid
mag je je wegen gaan,
je werk doen.
Vanuit dit woord
mag je leven.
Waak ervoor dat je geen dingen doe
die Mijn aanwezigheid
zullen verduisteren,
waardoor je uit eigen kracht
ga leven en werken.
Mocht dat toch gebeuren,
kniel dan bij Mijn voeten,
belijd en Ik zal vergeven
en je zult opnieuw
Mijn woorden horen:
Ik ben met je alle dagen.

Heer, als ik zo kom in Uw aanwezigheid vanmorgen; Uw aangezicht zoekt, Uw woord lees, dan wordt het stil in en om mij heen.
De geluiden van de wereld zijn er nog steeds, maar de stilte is een stilte die gevuld is met een rust en vrede die het komen in Uw nabijheid brengt.

Opnieuw klinkt Uw woord: 'Ik ben bij je!'

U zei het tegen Mozes toen U hem de opdracht gaf om naar de Farao te gaan om Uw volk vrij te pleiten.
U gaf hem deze belofte, zoals de Here Jezus deze belofte ook aan ons gaf.
'Ik ben bij je!'

Ik sluit mijn ogen en ervaar de diepe vrede en rust van Uw tegenwoordigheid van waaruit het Uw wil is dat wij zullen leven.

'Ik ben bij je!'

Vanuit dit woord, vanuit deze belofte mag ik leven en werken; de dingen doen die
gedaan moeten worden of die van mij gevraagd worden.
Vanuit deze belofte wilt U dat wij gaan, ook als wij het moeilijk hebben; door het duister gaan en niet weten waar het einde van de donkere tunnel is.
Vanuit deze woorden, deze belofte 'Ik ben bij je!' mogen wij doorgaan, ook al is onze weg onzeker en beangstigend.

In welke situatie we ons ook bevinden, vandaag en iedere dag opnieuw, legt U Uw hand op onze schouder en zegt: 'Ga maar, Ik ben bij je!'

donderdag 23 mei 2013

Ik heb het gedaan en Ik blijf het doen

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (79)

'Ik droeg je vanaf je prilste bestaan,
Ik nam je op de arm vanaf je geboorte.
En Ik blijf je dragen,
tot je oud bent en grijs.
Ik heb het gedaan en blijf het doen:
Ik neem je op de schouders,
Ik red je.'

Jesaja 46:3b,4

Wat een geweldige tekst, vind je ook niet?
O, ik vind hem zo bijzonder, en ook zo bemoedigend.
Maar tegelijk getuigt het ook van Zijn grootheid, want er is immers niemand die dit kan doen.
Maar Hij wel.
God, onze Schepper, en onze Vader.

Het leven is niet altijd even lief voor ons en ook het ouder worden brengt haar eigen problemen en zorgen weer met zich mee.
Wat is het dan geweldig om te mogen weten dat God ons op Zijn arm heeft genomen en ons draagt.
Hij draagt ons als we jong zijn, en Hij draagt ons nog als we oud en grijs zijn.
‘Ik heb het gedaan,’ zegt Hij, ‘en Ik blijf het doen.
Ik neem je op de schouders, Ik red je.’

Als we jong zijn, zijn we vaak veel te druk om hier bij stil te staan.
Tenzij er allerlei problemen komen, zijn we eerder geneigd om zelf te lopen in plaats van dat we door Hem gedragen willen worden.
En toch …

Welk een bemoediging is het voor als je oud bent, of zelfs maar ouder wordt.
Want je mag je toekomst tegemoet zien in de armen van God.
Wat het ouder worden ook met zich mee brengt aan lichamelijke kwalen, of verdriet, pijn (tjes), ongemakken, of …, je hoeft er niet alleen doorheen, want God belooft: Ik blijf je dragen!
we hebben bij God niet afgedaan als we oud worden.
Voor Hem zijn we nog net zo kostbaar als toen we jong waren.
‘Ik heb het gedaan en Ik blijf het doen.
Wat een geweldig grote God hebben we toch en wat een onvoorstelbaar lieve Vader.

Als je bang bent om ouder te worden, klem je dan vast aan dit woord van God.
Jouw Vader is de grootste, de sterkste, de machtigste.
Hij draagt je er doorheen tot voorbij de dood, waar je als kind van Hem verder mag leven in Zijn tegenwoordigheid en nabijheid.

‘Ik neem je op de schouders.
Ik red je!’

 
Lieve Vader, wat ben ik  blij en dankbaar met deze bemoedigende woorden.
Ouder/oud worden brengt soms kwalen met zich mee, of beperkingen die beslist niet leuk zijn.
Maar soms horen ze erbij.
We worden niet allemaal in goede gezondheid tachtig, met nog energie voor tien.
Wat kunnen we dan ontmoedigd raken en tegen onze beperkingen aanlopen.
Of ons minderwaardig voelen, omdat we niet meer kunnen wat we voorheen wel konden.
Afhankelijk worden van anderen, of geen controle meer hebben over bepaalde dingen.
Of onze geest wordt aangetast en we raken het spoor van ons leven bijster en worden teruggeworpen in het verleden.
Lieve Vader, wat een bemoediging zijn dan deze woorden van U.
Want U neemt een ieder op Uw arm en draagt.
Een bemoediging, zowel voor degene die oud is, of ouder wordt, als voor hen die de zorg voor hun ouders(s) dragen.
Ik bid U, lieve Vader, dat dit woord van U vele harten zal bemoedigen, opbeuren en nieuwe hoop geven.
Dank U wel, voor Uw grote liefde die in deze woorden ligt besloten.
Ik prijs Uw naam.


- Amen –


Nee, ik weet niets,
niets van de dag van mijn geboorte.
Ik weet niets van mijn eerste ademteug,
noch van mijn moeder's vreugde
en haar armen om mij heen.
Maar U, U was erbij,
vanaf het allereerste begin.
U nam mij op Uw arm en
droeg mij reeds tot waar ik nu ben.

U belooft mij te blijven dragen
tot in de dagen van mijn ouderdom.
Nu kleuren mijn haren langzaam grijs;
de herfst van mijn leven komt eraan.
Maar Uw belofte gaat met mij mee
ook als straks de winter van mijn leven komt
en mijn geest misschien sterker is dan mijn lichaam;
of mijn lichaam sterker dan mijn geest
en ik niets of niemand meer ken.

Laat dan in mijn geheugen staan gegrift,
de woorden die U ooit sprak:
'Ik nam je op de arm vanaf je geboorte.
En Ik blijf je dragen, tot je oud bent en grijs.
Ik heb het gedaan en blijf het doen.'
Zo neemt U mij, of ik het nu besef of niet,
op Uw schouders en draagt mij
tot ik over de drempel
van Uw woning ben.






zaterdag 11 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (Slot)

Toch vruchtdragen
Beschadigd of verwond
Dit is nu ‘mijn’ boompje, oftewel het boompje waar ik het gisteren over had.
Een boompje met een boodschap van God.
Een boompje, dat stil en woordeloos, het geheim van vruchtdragen verkondigt.
Een boompje met een speciale bemoediging.

Dit boompje hoort niet bij de Bijbelstudie ‘Groeien in vertrouwen;’ maar de titel van de Bijbelstudie is wel heel toepasselijk en daarom gebruik ik ook hier dezelfde titel.
Daarbij sluit de boodschap van dit boompje zoals ik gister al zei, naadloos aan bij de boodschap van de afgelopen dagen en is tegelijk ook een mooie afsluiting ervan.

Wij wonen inmiddels ruim 14 jaar in het huis waar we nu wonen en aangezien wij altijd een hond hebben gehad, die dus ook moest worden uitgelaten, loop ik ook al 14 jaar regelmatig langs dit boompje.
Maar het was pas vorige week dat God mijn ogen opende voor de boodschap van dit boompje.
En Hij bracht mijn gedachten bij Jeremia 17:8.

‘Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

Wat mij zo trof in dit boompje, is dat het helemaal niet één van de beste, mooiste en sterkste boompjes is.
Integendeel.
Het boompje heeft op de één of andere manier flinke klappen opgelopen en is daardoor behoorlijk beschadigd geraakt.
Met dat het tot mij doordrong hoe beschadigd dit boompje is, kwam de vraag in mij op, hoe of dat het toch nog mogelijk was dat dit boompje nog kon leven en groeien en bloeien.

 
Bekijk het maar eens goed en zie hoe beschadigt dit boompje is.
Eigenlijk is er niet veel boom meer over.
Onder- en bovenin is de boom nog redelijk zoals hij moet zijn, maar voor de rest is er niet veel meer van over.
Een groot gapend gat maakt dat je er dwars doorheen kunt kijken en voor de rest lijkt de boom één rauwe open wond te zijn.
En toch zitten er blaadjes aan de takken, toch bloeit hij.
Als je goed kijkt, dan zie je dat hij zelfs op heel andere plaatsen dan normaal nieuwe takken heeft gekregen waar ook weer allemaal blaadjes aan groeien.

Mijn uit verbazing voortgekomen vraag, hoe of dat dit boompje toch nog zo kon groeien en bloeien, werd ook op hetzelfde moment nog beantwoord, toen God mij de woorden uit Jeremia 17 in gedachten bracht.
‘… die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

‘Mijn’ boompje staat aan het water. (Zie eerste foto)
Zijn wortels kan ik niet zien, maar daarin ligt wel zijn verborgen geheim.
‘Mijn’ boompje kan groeien, kan bloeien, kan vruchtdragen, omdat het zijn wortels in het water heeft.
Ergens anders, in een woestijn of zo, zal dit boompje het vast niet overleven, maar hier, geplant aan het water, deert het hem niet zo beschadigt te zijn.
Z’n knot, kleiner door de enorme beschadigingen, kan niet zoveel takken voortbrengen als de niet beschadigde bomen naast hem, maar daarvoor komen er op andere plaatsen takken.
En zo groeit en bloeit dit boompje rustig door.

Misschien is jouw leven wel als dit boompje.
Vreselijk beschadigd, overal stukken eruit gereten, vol open en rauwe wonden.
Of misschien ben je wel chronisch ziek en kun je niet veel doordat je aan bed bent gekluisterd, of aan een rolstoel verbonden.
Misschien is het pijn die belemmert om dat te kunnen doen wat een gezond mens wel kan.

Jaren ben ik lichamelijk behoorlijk beperkt geweest in wat in kon.
Je kunt eigenlijk wel zeggen dat er niet veel was wat ik nog wel kon doen.
Werken was uitgesloten, en zelfs mijn eigen huishouden kon ik amper op orde houden en er waren ook veel dingen die ik niet samen met mijn kinderen kon doen.
En hoewel het nu een heel stuk beter gaat, zijn er nog dingen die ik niet kan, of die gewoon niet slim zijn om te doen.
In die jaren voelde ik mij echt waardeloos, en met dat het voortduurde was het leven in mijn ogen soms ook erg zinloos.
Soms dacht ik weleens, Heer, U had me beter maar niet geboren kunnen laten worden, of geen kinderen kunnen geven, of, misschien had ik maar beter niet eens kunnen trouwen.
Allemaal gedachten vol zelfmedelijden en ik wist niet wat ik eraan kon doen of hoe ik soms verder moest.
Mijn ommekeer kwam met het lezen van het boeken ‘Een stem in de wind’ en ‘Een echo in de duisternis’ van Francine Rivers.
(Eigenlijk heeft de gehele trilogie, ook deel drie ‘De onafwendbare dageraad’ een enorme impact in mijn leven gehad)

Ik weet niet meer precies hoe of het allemaal zat, daarvoor is het te lang geleden dat ik deze boeken heb gelezen, maar vergeten doe ik het in ieder geval nooit meer.
Er was een vrouw, iets zeg me dat het de moeder van Marcus was, die ziek op bed lag en niets meer kon, maar ze deed wat ze nog wel kon doen, namelijk bidden.
Haar leven leek zinloos en doelloos, want ze kon immers niets anders meer dan alleen maar liggen, maar ze deed datgene wat ze nog wel kon.
Bidden!
Het deed mij beseffen dat al kon ik niet veel, er zullen altijd dingen  zijn die ik wel kon/kan doen.
Gods genade opende mijn ogen en bracht gaandeweg een keer in mijn denken, in mijn omgaan met mijn ziek-zijn, mijn beperkingen.

Nu, vele jaren later, besef ik meer dan ooit dat niemands leven ooit zinloos is, noch doelloos.
Ongeacht waar je doorheen gaat of hoe je lichamelijke conditie of gesteldheid ook is.
Wat in onze ogen zinloos is, of zonder doel, is voor God misschien juist de mogelijkheid om dat tot stand te brengen wat niemand anders zou kunnen bewerken.
Nee, ik begrijp heel veel dingen die gebeuren niet, noch hoe God sommige dingen toe kan laten, aan kan zien.
Maar ik moet leren om God God te laten zijn en te vertrouwen dat Hij alles in de hand heeft en daarin niemand van ons ooit uit het oog verliest.

Zoals ‘mijn’ boompje op hele andere plaatsen takken kreeg, zo kan God, als wij onze wortels maar in Zijn Bron houden, ook in ons leven, hoe beperkt het in onze ogen ook misschien is, op geheel andere manieren vruchten laten voortbrengen.
Als wij doen wat wij kunnen, zal God doen wat wij niet kunnen.
Vruchtdragen is drinken uit de Bron van Levend water en doorgeven aan anderen; en dat kan op velerlei manieren.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en word gevoed.
Hitte en droogte zullen je dan niet deren,
het is immers God, die je leven doet.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en draag vrucht.
Je zult zijn als een sterke boom,
als je altijd en in alles tot Hem vlucht.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en vertrouw.
Zijn zegen zal op je leven zijn;
je sterkte in tijden van hitte en kou.

zondag 28 april 2013

God is mijn hoop; ook die van jou?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (74)

Niet wie op U hoopt, wordt teleurgesteld, maar wie zich onverschillig van U afkeren.

Psalm 25:3

De vorige keer schreef ik na aanleiding van het citaat ‘Hoop groeit het beste in de aarde van trouw’, uit het dagboek ‘Gods namen – jouw gebed’.

Duidelijk mag zijn geworden, dat God natuurlijk de grond van trouw is.
En dat brengt mij dan automatisch ook bij: God is mijn hoop.


Heel wat mensen hebben de kerk, en daarmee vaak ook God, de rug toegekeerd, omdat ze diep, soms heel erg diep, teleurgesteld zijn en daarom niets meer te maken willen hebben met de kerk, God, christenen.
Het is intens verdrietig als je ziet, waar God allemaal niet de schuld van krijgt.
‘Als dat God is …., dan wil ik niets meer met Hem te maken hebben, en men vergeet te kijken naar wie God eigenlijk is en welke rol de mens heeft in het hele plaatje.

De tekst uit Psalm 25 zegt precies het tegenovergestelde.
Hoe kan het dan toch zo zijn dat zoveel mensen toch teleurgesteld zijn in God?

Teleurstelling heeft alles te maken met verwachting(en).
De definitie van teleurstelling is: een onaangenaam gevoel hebbend, omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is. (Encyclo Online Encyclopedie)

Je hebt bepaalde verwachtingen, een bepaalde hoop en als dan niet gebeurt wat je verwacht of gehoopt had, ben je teleurgesteld.
In principe kun je wel zeggen, dat als we van mensen verwachtingen hebben, we vroeg of laat altijd teleurgesteld zullen worden.
Want mensen stellen elkaar teleur.
We zijn immers onvolmaakt; we vergeten dingen of we kunnen gewoon niet voldoen aan de verwachtingen die mensen soms van ons hebben of wij van hen.
Mensen hebben de neiging om een ander op een voetstuk te plaatsen, maar au, wat is dat dom, want vroeg of laat valt die persoon er vanaf en raken wij teleurgesteld in hen.
Of we hebben bepaalde verwachtingen van onze kinderen, maar zij gaan een andere kant op dan wij hadden gehoopt of verwacht, en opnieuw is daar weer teleurstelling.
Ook door het beroep van iemand hebben mensen bepaalde verwachtingen, of bij een functie, of bij …
Maar welke vaardigheden of verantwoordelijkheden een mens ook hoort te hebben bij bepaalde functies of beroepen, altijd komt daar het moment dat er iemand wordt teleurgesteld, simpelweg omdat wij mensen niet volmaakt zijn.
En het gekke is, dat hoewel wij dat weten, we toch verwachten dat mensen voldoen aan onze verwachtingen.
En zo draaien we al jaar en dag rond in dit kringetje van verwachten, hopen en teleurstelling, en vele ruzies, onenigheden en scheidingen zijn hier uit voortgekomen.

Zo ook naar God toe.
Hoeveel mensen zeggen niet teleurgesteld te zijn in God.
Hij is toch God, Hij kan toch alles!
Hij is toch liefde, Hij is toch alwetend!
Hij is toch …
En de grote waaromvragen rijzen soms de pan uit.
Van Hem mag je toch bepaalde dingen verwachten?
Hij geeft toch beloften in Zijn woord …?
Hoe kan Hij dan zeggen dat je niet teleurgesteld wordt als je op Hem hoopt?

In mijn jongere jaren ben ik heel wat teleurgesteld geweest in God en soms nog merk ik soms dat er gevoelens zijn van teleurstelling.
Maar betekent dit dan automatisch ook dat God ook degene is die mij teleurstelt?
Of is het eerder zo, dat ik teleurgesteld ben omdat mijn verwachtingen van God verkeerd waren?
En dat is iets dat ik heb geleerd in de jaren die achter mij liggen.
Het is niet God die mij teleurstelt, maar mijn verwachtingen van Hem zijn dan niet eerlijk of terecht.

God komt iedere belofte na die Hij doet; Hij belooft niets dat Hij niet nakomt, alleen Hij blijft wel Degene die bepaalt hoe, waar en wanneer.
Hij is ook trouw en rechtvaardig.
Hij is liefde, Hij is genadig, Hij is vergevend.
Hij is …; noem maar wat op en Hij is het!
En boven alles is Hij: Betrouwbaar!

Een kind mag van zijn ouders verwachten dat zij hem te eten geven, maar dat wil niet zeggen dat hij iedere dag dat krijgt wat hij graag wil, want geloof me, dat is niet goed voor hem.
Een kind mag van zijn ouders bescherming verwachten, maar een ouder geeft zijn kind ook de ruimte om fouten te maken of om te vallen, zodat het kind er van kan leren en vervolgens dan ook kan ontdekken, dat zijn vader en moeder nog steeds van hem houden.
En ouders, onvolmaakt als zij allemaal zijn, zullen daarin fouten maken, en er zullen zelfs ouders zijn, die deze dingen niet eens bieden aan hun kinderen, maar zelfs het tegenovergestelde.
We leven immers in een gebroken, zondige wereld.
Maar is dit Gods schuld?

Als we worstelen met gevoelens van teleurstelling naar God toe, is het goed om onszelf de vraag te stellen: Wat waren, wat zijn mijn verwachtingen van God?
Zijn ze gebaseerd op wat ik graag wil, of zijn ze gebaseerd op wat Hij wilt?
De Here Jezus heeft ons zo het voorbeeld gegeven: ‘Niet Mijn wil, Vader, maar Uw wil zal geschiede.’
Omdat Hij Zich richtte op wat Gods wil was, werd Hij nooit teleurgesteld, want Hij wist dat wat God wilde, altijd het beste zou zijn en Hij voegde Zich daarna.

Als God zegt dat Hij ons zal beschermen, dan doet Hij dat ook, maar dat wil niet zeggen dat ons niets zal overkomen, want het belangrijkste voor God is onze ziel en niet ons lichaam.
Als God belooft in Zijn woord dat Hij ons genezing schenkt; dat de striemen en wonden van Jezus onze genezing is, dan wil dat nog niet zeggen dat we nooit ziek zullen worden of dat we, als we ziek worden, ook altijd genezen zullen worden.
De ultieme genezing ontvangen we immers op het moment dat wij voor eeuwig bij Hem zijn; ook sterven is ‘een vorm’ van genezing voor wie in Hem geloven.

Hoe kunnen we toch teleurgesteld zijn in God, als Zijn woord ons waarschuwt voor de moeilijke tijden die komen?
Hoe kunnen we teleurgesteld zijn in God, als Jezus ons juist vertelt, dat deel hebben aan Hem ook betekent deel hebben aan Zijn lijden?
Hoe kunnen we teleurgesteld zijn in God, als Hij ons niets voorhoudt wat niet waar is?
Hoe kunnen we God de schuld geven van onze teleurstelling, terwijl het juist onze verwachtingen zijn die niet juist zijn?

‘… maar U bent onze enige hoop, U bent onze Redder,’ zegt Jeremia 14:8

Wie zich onverschillig van Hem afkeren, zullen teleurgesteld worden, want zij zullen er achter komen dat elk woord dat God heeft gesproken, waar is.
Alleen zal het dan te laat zijn.
Hij is onze Redder, en daarmee is Hij onze Hoop!
En in die Hoop zullen we nooit worden beschaamd, nooit worden teleurgesteld.
Nee, niet alles zal gaan zoals we graag zouden zien of willen, maar we zullen leven in de eeuwigheid met Hem en delen in Zijn heerlijkheid.
Want niets kan ons scheiden van de liefde van Christus!

Wat valt er dan nog te zeggen?
Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem uitgeleverd om ons te redden.
Als Hij zelfs Zijn Zoon heeft gegeven, zal Hij ons al het andere ook niet geven?
…
…
Christus is gestorven, meer nog, Hij is opgewekt en zit nu aan de rechterhand van God.
Hij pleit voor ons.
Wie kan ons scheiden van Christus, die ons liefheeft?
Leed of ellende, vervolging, honger of armoede, levensgevaar of dood?
…
…
Ik ben er zeker van dat niets ons van God kan scheiden: dood of leven, engelen of bovenaardse krachten, heden of toekomst, machten boven of beneden ons, niets in de hele schepping kan ons scheiden van God, die ons liefheeft in Christus Jezus onze Heer.

Romeinen 8:31-39

En deze God is mijn hoop.
Mag Hij ook jou Hoop (weer) zijn?

Gods rijke en liefdevolle zegen toe gebeden.

vrijdag 22 maart 2013

Bescherming, steun en kracht

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (67)

Uw bescherming was mijn schild,
Uw rechterhand was mijn steun,
Uw zorg gaf mij kracht.

Psalm 18:36

In dagen dat we het moeilijk hebben, is het juist belangrijk om te kijken naar wie God is.
Daar ligt onze kracht om verder te kunnen, om vol te houden.
Als we zien op wie Hij is, op Zijn kracht, hoe trouw en betrouwbaar Hij is, hoe liefdevol en bewogen, hoe uit alles blijkt dat Hij voor ons zorgt, dan komt Zijn grootheid ver boven onze moeilijkheden en problemen te staan en zullen we opnieuw beseffen, dat Hij bij ons is in elke omstandigheid en ons de kracht en steun wilt geven die we nodig hebben.
Als we zien op onze omstandigheden dan weten we vaak niet meer hoe we ooit nog verder moeten, maar als we zien op Hem, voor Wie niets verborgen is en Die alles in de hand heeft, dan weten we, dat Hij ons ook in alles nabij zal zijn en zal helpen.
Dan mogen we weten, dat Hij dit op de één of andere manier zal gebruiken om er iets goeds uit voort te doen komen.
Zien op Hem, Zijn hulp verwachten te midden van moeilijkheden, pijn, verdriet, zorgen …, zal onze relatie met Hem doen groeien en we zullen meer en meer ontdekken hoe groot en indrukwekkend Hij is, omdat Hij het ons juist dan zo kan tonen.


Bescherming

Psalm 5:13 - Heer, U zegent wie zich richt naar U, liefdevol beschermt U hem, als een schild.

Richt je naar Mij
in elke omstandigheid.
Ik zal je zegenen
en liefdevol beschermen;
als een schild
rondom je zijn, altijd.


Steun

Jesaja 41:10 - Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.

Wees maar niet bang,
je hoeft niet angstig
om je heen te kijken.
Ik ben jouw God
en zal je helpen
en ondersteunen;
je steeds opnieuw
Mijn heilrijke rechterhand
aanreiken.


Zorg

Psalm 103:13 - Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
Jesaja 49:15 – Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ik zal u niet vergeten.

Mijn geliefd kind,
zoals een vader zorgt
voor zijn kinderen
zo zorg Ik voor jou.
Al zou je moeder
je vergeten,
Ik vergeet je nooit;
zo groot is
mijn liefde voor jou!

Kracht

Jesaja 12:2 - Ja, het is God die mij behoudt, ik ben vol vertrouwen, angst heb ik niet. De Heer geeft mij sterkte en kracht, Hij is mijn behoud.’

Vol vertrouwen,
zonder angst of beven,
kun jij je wegen gaan.
Ik, de Heer, ben het,
die je kracht en sterkte geeft.
Ik ben jouw behoud,
op Mijn woord kun je aan.


donderdag 14 maart 2013

Hij gaat voor mij uit

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (64)

De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.

Deuteronomium 31:8

Wat een fantastisch, bemoedigend woord van God.
Het raakt mij omdat ik daardoor weet, dat ik nooit alleen zal zijn, maar ook omdat Hij, die zo groot en almachtig is, zo naar mij (naar ons) om ziet.
Zijn liefde en trouw zijn eeuwig voor wie Hem toebehoren.
En zo raakt dit woord mij op twee manieren.
Ik word stil van zulk een grote liefde en trouw en ik neem Zijn woorden als bemoediging mee in het leven van iedere dag.

U trekt voor mij uit.
U zult mij terzijde staan.
Nooit laat U mij over aan mijn lot,
hoe mijn leven ook zal gaan.


Ik hoef niet bang te zijn;
U laat mij nimmer alleen.
Niets hoeft mij schrik aan te jagen,
want U bent als een schild om mij heen.


Wat er ook voor mij ligt.
Welke weg ik ook moet gaan.
Hoe onzeker alles ook is.
Hoe angstig vooruit kijken mij ook maakt.
Hoe bang ik ook word als ik denk aan morgen of de toekomst.
Hoe of wat dan ook: U zal Zelf voor mij uit gaan.
U staat mij terzijde.
U laat mij niet aan mijn lot over, noch laat U mij alleen.
Ik hoef dus niet bang te zijn of mij bang te laten maken door wat voor mij ligt.
Uzelf bent er bij!’


Vader, dank U wel, dat U zo voor mij zorgt en over mij waakt.
Dank U, dat Uw hand nooit te kort is.
Uw ogen zien mij, Uw oren horen mij.
Nooit zult U mij alleen laten, in geen enkele omstandigheid.
Dank u voor zoveel liefde, dank U voor zoveel trouw.
Laat mij dit toch nooit vergeten; welke omstandigheden mijn hart ook benauwen.
U bent er altijd bij!
Nog meer dan dat: U gaat voor mij uit!
Dank U wel.

 - Amen -

woensdag 13 maart 2013

Wijsheid en liefde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (63)

‘Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien,’ zei Hij.
En Hij boog Zich opnieuw voorover en schreef op de grond.

Johannes 8:7

Ik ben zo onder de indruk van de wijsheid van de Here Jezus, maar ook van de manier waarop Hij omgaat met situaties, met mensen en ik besef, dat wij christenen, die Zijn voorbeeld willen volgen, vaak nog heel ver verwijderd zijn, van Zijn manier van omgaan met anderen.

De schriftgeleerden en de Farizeeën wilden Jezus in de val laten lopen; ze hadden iets nodig om Hem te beschuldigen en om dat te kunnen bereiken, brachten ze Hem een overspelige vrouw.
Eigenlijk werd deze vrouw door hen misbruikt voor hun eigen doeleinden: Jezus in de val te laten lopen.
Ze hielden Jezus voor dat de vrouw op heterdaad was betrapt en wat de wet van Mozes zegt over overspel en ze vroegen wat Hij er van vond.

Wij mensen hebben dan al vaak en gauw ons woordje klaar; de Bijbel zegt dit, dus ...
En voor we er zelf soms ook maar erg in hebben, hebben we iemand al veroordeeld.

Maar Jezus zweeg en boog Zich voorover en schreef in het zand.
Wat Hij schreef staat nergens vermeld, maar het ging geloof ik ook niet zo zeer om wat Hij schreef als wel om Zijn houding.
Hij wist dat ze Hem in de val wilden laten lopen en Hij zweeg.
Jezus liet Zich niet zomaar in verleiding brengen om snel een antwoord te geven, maar Hij nam de tijd.

Ik kan me zelfs zo voorstellen, dat, terwijl Hij op de grond aan het schrijven was, in stilte sprak met Zijn vader.
'Ziet U, Vader, hoe ze zijn, wat ze willen doen?
Ze gebruiken zelfs deze vrouw om Mij in de val te kunnen laten lopen.
Het interesseert hun helemaal niets wat er met deze vrouw gebeurd; ze zijn alleen
maar op Mij uit, om Mij in de val te laten lopen.'
Jezus had grote liefde en bewogenheid voor deze vrouw.
Ja, Hij wist dat zij gezondigd had en de dood verdiende, maar de schriftgeleerden, de Farizeeën en al die mensen die erom heen stonden, waren geen haar beter.
Daarom kan ik me ook zo voorstellen, dat Hij deze dingen, deelde met Zijn Vader; dat Zijn hart vervuld was van pijn en verdriet om deze dingen die gebeurden.

Uiteindelijk, toen ze door bleven vragen, richtte Jezus Zich op en gaf het volgende, wijze en voor ons zeer leerzame antwoord: 'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien.'
En vervolgens boog Hij Zich opnieuw voorover en schreef op de grond.
Hij zei verder niets.
Hij deed verder niets.

Ik vraag me af of ze nog één woord hebben gezegd.
Zou er een hoop geroezemoes zijn geweest of zou iedereen met stomheid zijn geslagen?
In ieder geval heeft niemand iets meer tegen Jezus gezegd, noch tegen de vrouw.

Na een poosje richtte Jezus Zich op, iedereen was weg.
En dan pas richt Hij Zich tot de vrouw.
'Waar zijn je beschuldigers gebleven; heeft niemand je veroordeeld?'
'Niemand, Heer.'
'Ook Ik veroordeel u niet.
Ga, maar zondig niet meer.'

Welk een wijsheid en inzicht had de Here Jezus.
Hij doorzag de schriftgeleerden en de Farizeeën geheel.
Nu kunnen we zeggen, ja, makkelijk zat, Hij was God, maar er zit een wijze les in voor ons.
Ja, Jezus is God en de Vader liet Hem al deze dingen zien, want Zij waren één.
Maar God heeft ons Zijn Heilige Geest gegeven, zodat Zijn wijsheid ons deel kan zijn.
Maar helaas hebben wij vaak al geantwoord of gehandeld nog voor we naar Hem zijn toegegaan om wijsheid, om inzicht.

Wij mensen zijn vaak heel impulsief in ons handelen.
Wij hebben al snel ons oordeel klaar en zien vaak naar de buitenkant zonder naar het totaal plaatje te kijken.
Wat zijn we daarmee ook een makkelijke prooi voor de boze.
Wat geven we hem een makkelijke ingang om ons in de val te laten lopen.
De boze maakte gebruik van de kwaadaardigheid van de schriftgeleerden en de Farizeeën om Jezus in de val te laten lopen, zo zal hij ook voor ons situaties creëren om ons in de val te laten lopen.

Misschien moeten we deze woorden van de Here Jezus maar goed uit ons hoofd leren, ze inprenten en ze steeds opnieuw in onze gedachten halen.
Ik ben er van overtuigd dat we meer en vaker oordelen dan dat we ons er zelf van bewust zijn.

Jezus houding was een houding van zwijgen, niet gelijk reageren.
Welk antwoord Hij ook zou hebben gegeven buiten het antwoord wat Hij gaf, er zou altijd wel iets in hebben gezeten waar ze Hem op aan zouden kunnen vallen.
Was het niet het één, dan zou het wel het ander zijn.
Het antwoord dat Hij gaf legde een ieder echter het zwijgen op.

Jezus leert ons in dit gedeelte twee belangrijke lessen.
Wees bedachtzaam, denk eerst na voordat je wat zegt.
Gods woord zegt: 'Indien iemand van u in wijsheid te kort schiet, hij vraagt de Vader erom en het zal hem gegeven worden zonder verwijt.'
Door de Heilige Geest wil God ons vullen met wijsheid, zodat ook wij zullen weten wat te doen of te zeggen.
Wij moeten veel meer en dichter bij de Vader leven om zo meer op Jezus te kunnen gaan lijken.
 

HEER, lieve Vader in de hemel, wat zijn wij mensen vaak impulsief en onbedachtzaam.
Wat hebben wij ons oordeel vaak al gauw klaar en ook veel meer dan we ons er zelf van bewust zijn.
Vergeef mij, Vader, dat ik zo makkelijk en ondoordacht mijn oordeel over iemand vel.
Ik weet ook, Vader, dat het voor U niet uitmaakt of ik iets zegt of alleen denk.
Want noch mijn woorden, noch mijn gedachten zijn voor U verborgen.
U heeft mij vergeven en aangenomen als Uw kind, leer mij door Uw ogen kijken naar ieder ander die ik op mijn weg tegenkom.
Ik was zondig en onrein, en toch nam U mij in genade aan.
Leer mij zo ook om genade te betonen zoals U mij Uw genade betoonde.
Maak mijn hart zacht en ontvankelijk voor Uw Geest en leer mij om in liefde en bewogenheid naar mijn naaste te zien.
Geef mij Uw Geest van wijsheid om te kunnen onderscheiden en zet een wacht voor mijn lippen.
En als mijn gedachten willen oordelen of hun oordeel al weer klaar hebben, wijs U mij dan daarop, opdat ik mijn zonde kan belijden en Uw vergeving zal ontvangen.
Oordeel niet opdat u niet veroordeeld wordt; zegt Uw woord.
Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien.
Laten Uw woorden, Heer Jezus, steeds opnieuw weerklinken in mijn hart, want ik verlang ernaar om steeds meer op U te gaan lijken.
In Jezus Naam.

- Amen -

zaterdag 9 maart 2013

You are Loved - Je bent Geliefd

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (61)

Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!
Jij bent zo kostbaar in Mijn ogen,
zo waardevol, en Ik houd zo veel van je …

Jesaja 43:1,4

Hoe bijzonder is het eigenlijk wel niet dat God deze woorden tot ons, tot mij, spreekt.
Ja, ik besef en weet heel goed, dat deze woorden in eerste instantie zijn voor Zijn geliefde volk Israël, maar als kind van Hem ben ik geënt op de stam Israël en zijn deze woorden ook voor mij.

Als ik terug denk aan gisteravond, aan het thema dat wij hadden en hoe heerlijk ik het vind om aan al deze vrouwen te vertellen dat zij geliefde dochters (voor de mannen geldt natuurlijk ‘geliefde zonen’) zijn van de Allerhoogste, dan is daar ineens ook weer het besef dat deze woorden ook voor mij gelden.

Op de één of andere manier lijkt het op dit moment even van belang dat ik dit mezelf even voorhoudt en de diepte van deze waarheid tot mij door laat dringen.
Ik lees en herlees de woorden en proef ze als het ware op mijn tong.

Ik richt mijn blik naar boven; alsof ik Hem aankijk terwijl Hij de woorden nogmaals uitpreekt.

‘Ik heb jou, Rita, bij je naam geroepen, je bent van Mij!
Je bent zo kostbaar in Mijn ogen, zo waardevol!
Ik houd zoveel van je!.’

En Hij gaat verder.

Weet je, Ik heb werkelijk al je haren geteld.
Ik wil dat je weet dat alles wat jou betreft belangrijk is voor Mij.
Zo belangrijk dat er nog geen haar van je hoofd zal vallen zonder dat ik het weet.
Je hoeft dus niet bang te zijn, want Ik zorg voor je.
Ik ben immers jouw God!
Ik zal je helpen en ondersteunen.
Ik bedekt je met Mijn vleugels; onder Mijn hoede ben je veilig.
Mijn trouw is je schild, je pantser.
Ik hoor je als je naar Mij roept om hulp.
Ik luister naar je en geef je kracht.
Je mag je lasten aan Mij geven, Ik zal voor je zorgen.
Ik zal je niet laten bezwijken.
En mocht je eens vallen, dan pak Ik je hand.
Ik wil je zegenen.
O, niets kan jou scheiden van Mijn liefde!

Hoe onvoorstelbaar, hoe nauwelijks te bevatten, Zijn grote, immense grote liefde voor jou en mij.

You are Loved!
Je bent geliefd!
Alle woorden die Hij gesproken heeft getuigen van Zijn liefde.
Hoe groot is Hij!
Hoe groot bent U!
Ik dank U en prijs Uw Naam.

Mattheüs 10:30; Lucas 21:18; Jesaja 41:10; Psalm 91:4; Psalm 28:6,7a; Psalm 55:23; Psalm 37:24; Psalm 115:13; Romeinen 8:38,39

maandag 4 maart 2013

Liefde en trouw ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (60)

Laten liefde en trouw je nooit verlaten,
bind ze om je hals, schrijf ze in je hart.

Spreuken 3:3

Terwijl ik nog eens de afbeelding zat te bekijken met de tekst over liefde en trouw, bedacht ik mij, dat dit ook twee heel belangrijke, zo niet de belangrijkste, kenmerken zijn van de Here Jezus, waar al het andere uit voortkomt.

Liefde en trouw …

Liefde en trouw aan Zijn Vader, aan Zijn opdracht en aan ons mensen.
Niet enkel gebaseerd op gevoelens, maar ook op gehoorzaamheid en op het nakomen van beloften.
Trouw aan Zijn woord, uit liefde.

Liefde: ‘Ik heb jullie lief zoals de Vader Mij liefheeft.’ (Johannes 15:9)
Direct gaan mijn gedachten naar het moment dat Hij uit het water kwam met Zijn doop.
(zie een paar dagen geleden)
De hemel ging open, Gods Geest daalde als een duif op Jezus neer en God sprak: ‘Dit is Mijn geliefde  Zoon, de Man naar Mijn hart.’
Enerzijds de bevestiging en erkenning van wie Hij was en anderzijds de openlijke belijdenis van God hoeveel Hij van Zijn Zoon houdt.
En Jezus heeft ons lief met dezelfde liefde waarmee God Hem liefheeft.
Een liefde waardoor Hij tot het uiterste ging.
Een liefde die eindigde in de dood aan het vloekhout op Golgotha.

Een liefde die hand in hand ging met trouw aan Zijn Vader, aan Zijn opdracht, aan de beloften, eens door God gegeven.
Een liefde, die gehoorzaamheid plaatste boven gevoel.
‘Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.’

Liefde en trouw, kenmerken die Hij zag bij Zijn Vader en die wij weer zien bij Hem.
Liefde en trouw: ‘En zie, Ik ben met u, al de dagen tot de voleinding der wereld.’

Zijn liefde en trouw
is meer dan woorden als:
‘Ik hou van jou!’
Zijn liefde en trouw zegt:
‘Ik gaf Mijn leven voor jou!

Zijn liefde en trouw zegt:
‘Ik ben bij je al de dagen
van je leven.
Zijn liefde en trouw
is met ons leven verweven.

Als Zijn woord zegt: 'Ik heb je lief zoals de Vader Mij liefheeft', en je gaat terug naar dit moment waarop God de Vader hiervan getuigd, en je proeft de diepe liefde die Hij heeft voor Zijn Zoon ...
Met die liefde houdt de Here Jezus van ons, van jou, van mij ...

Meer dan woorden ...

Je kunt zeggen: ‘Ik hou van jou’,
maar daden zeggen meer dan woorden;
wat je laat zien zegt duizend maal meer
dan alle ‘ik hou van jou ’s’
in de mooiste muziekakkoorden ...

Het was kort voor Pasen.
Jezus wist dat voor Hem het uur gekomen was om deze wereld te verlaten en naar de Vader te gaan.
Hij had zijn vrienden in de wereld lief, en Zijn liefde voor hen zou nu tot het uiterste gaan.
Johannes 13:1

‘Ik verzeker u,’ zei Jezus tegen hen, ‘de Zoon kan niets doen uit Zichzelf; Hij doet alleen wat Hij de Vader ziet doen.
Wat Hij doet, doet de Zoon ook.
Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij Zelf doet.
Johannes 5:19-20