Posts tonen met het label rust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rust. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2026

Onze tijden zijn in Uw hand ... (3)

Het einde van de rollercoaster  nadert ...


Van slapen komt deze nacht niet veel, om maar te zeggen helemaal niet.
 Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoest behoorlijk en er zijn flinke apneus.
Toch ben ik er nu niet meer bang voor, verontrust het mij niet meer, diepe rust en vrede is over mij gekomen en ik laat alles komen zoals het is.
De drang om over je borstbeen te wrijven zodat je weer gaat ademhalen is weg.
Het is goed.

Deze nacht pak ik mijn telefoon erbij om even van alles en nog wat te noteren, want het is werkelijk één grote en lange rollercoaster met ups en downs.
Ik noteer wat ik nog weet en voor de rest lig ik naast je, of ik zit in de stoel bij het raam en kijk de nacht in.
Maar ook schrijf ik een gedicht, mijn manier van woorden geven aan, van een plaatst geven aan wat er gebeurt, van verwerken ...

Het is stil.
Het geruis van de ventilatie klinkt.
Je ademhaling wisselt
en toch, mijn hart zingt.

U bent mijn schuilplaats, Heer,
U vult mijn hart steeds weer ...
Ja, met rust en vrede, en dankbaarheid
voor wat U gaf te midden van de strijd.

Het einde nadert.
Nog even samen een stukje ervan gaan.
Tot ik je los moet laten
zodat je aan Zijn hand verder kunt gaan.

Het is stil.
Ik weet niet hoeveel tijd Hij nog geeft.
Ik wacht
op hoe Hij jouw kleed weeft.

Hij is een God van wonderen,
maar zelfs als Hij het niet doet,
kijk ik omhoog en zeg met heel mijn hart:
Heer, wat U doet, is goed!

Onze tijden zijn immers in Uw hand!
En ik vertrouw op U, mijn Heer.
Maak zo deze weg
tot Uw glorie en eer!

- Amen -

Rond kwart voor vijf  krijg ik een appje van een lieve vriendin die niet kon slapen en wat thee ging zetten en mijn appje van 's nachts zag.
We appen even wat over en weer en ze deelt de volgende Bijbeltekst met mij om over jou uit te spreken:
'Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn Deel in Eeuwigheid.'
Ps. 73:26
 Hoe bijzonder, want de woorden die vandaag met mij mee reizen in mijn hoofd zijn: 'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Ps. 31:16a
Hoe prachtig past dit bij elkaar!

Rond kwart voor zes krijg je van de nachtzuster wat morfine, in de hoop dat het je ademhaling ten goede komt.
Al met al ben je de nacht toch redelijk goed doorgekomen.
Je pruttelt wel veel meer, en je begint ook af en toe te kreunen, maar verder ...


De nieuwe dag begint, donderdag 6 augustus.
Je bent net lekker opgefrist, dat is wel fijn na zo'n nacht.
Je bent ook niet alleen wakker, maar je hoort en begrijpt ons ook, alleen het praten ...
Ik weet niet meer wat er gezegd werd, maar je moest er echt om lachen, een duidelijk bewijs van dat je er nog bent.
Wat deed dat goed!
Het was echt fijn om je te zien lachen, hoe kort ook.

Vandaag is een dag vol met bezoek.
Je moeder komt, ze is gebracht door iemand.
Als ze de kamer binnenloopt naar je bed toe zegt ze: 'Ik volg je snel, jongen, ik volg je snel.'
De tranen springen in mijn ogen, zo diep word ik geraakt door deze woorden.
Het hoort toch ook niet; zij net 93 jaar geworden, en haar zoon nog maar 65 jaar.
Even later komt je oudste zus en haar man, je andere zus en haar man zijn in Engeland maar komen morgen terug.
En je broer in Frankrijk, ach, wat heeft hij het moeilijk met alles; ja, jullie hadden een goede band, maar even zo maar heen en weer uit Frankrijk lukt niet.

Wat was het fijn toen ze in de loop van de donderdag je mond gingen schoonmaken, het maakte dat je rustiger werd, minder pruttelde, en ook het hoesten werd erdoor minder.
Hierdoor had je een rustige nacht, en kon ook ik eindelijk even slapen.


Vandaag, vrijdag, heb ik het heel erg moeilijk.
Je had een rustig nacht en was ook 's morgens heel rustig, waardoor ik me toch weer af begon te vragen of we nu wel de juiste keuze hadden gemaakt.
Alles is stopgezet omdat het zo slecht ging, maar nu, nu je een rustige nacht hebt gehad en en vanmorgen toch ook wat reageert en zo rustig bent ...
Ben blij als de arts straks komt en ik het bij haar voor kan leggen.

Maar ik krijg die ochtend ook een heel naar telefoontje, ik houd alles daarover voor mezelf, maar ik ben er compleet overstuur van, als ook heel erg boos.
Ik heb het al zo moeilijk en dan dit er nog bij ...
Wat ben ik dankbaar voor het ontzettend lieve personeel op die afdeling, er is altijd iemand bij wie je terecht kan, je hart kan luchten, die echt de tijd neemt zodat ik mijn verhaal kan doen.
En wat is dat nodig na dit telefoontje.
Nee, het is niet bepaald fijn als er dingen gezegd worden die je het gevoel geven dat als Bram nu dood gaat het in wezen jou schuld is, want ...
Nee, het is niet zo gezegd, en is ook niet zo bedoelt, dat weet ik, maar het neemt niet weg dat als je je in een situatie bevindt als waar ik mij bevind, dingen dubbel en dwars binnenkomen en een vlucht nemen.
Wat zeggen we soms met de beste bedoelingen iets, maar hoe verkeerd kan het uitpakken, en het iemand onnodig moeilijk maken.


Dan is het gesprek er met de arts en ze geeft aan dat je echt heel erg ziek bent.
Je bent goed wakker, maar opnieuw hebben we het over zo doorgaan of  ...
Och, wat vind ik het moeilijk, ik kan toch zo'n keuze niet maken?
Geen medicatie meer, maar ook geen vocht of voeding ...
Je huilt, en ik huil mee.
Wat wil jij, Bram, wat wil jij?
De dokter geeft aan dat er zoveel schade is, dat mocht je er doorheen komen, er weinig herstel zal zijn en je je dagen door zal brengen in een verpleeghuis, half verlamd, en ook nauwelijks kunnen pratend, en wie weet zelfs nog erger.
Uiteindelijk geef je door middel van je duim omhoog aan dat je dat niet wilt, en zo valt opnieuw en nu ook definitief, de beslissing om niets meer te doen.
Maar wat is het moeilijk, wat valt het me zwaar.
Ik stuur zonder omhaal van woorden een kort appje door aan iedereen met deze keuze.

In de loop van de middag komt één van onze jongens nog even met zijn vriendin en twee van de kinderen.
Ze zijn zwaar onder de indruk en hebben het moeilijk.
Maar je bent er nog steeds, en je ziet hen, en je steekt je hand naar hen uit en om de beurt pakken ze je hand vast.
Het beeld wat me het meeste bij blijft is van een meisje dat heel stilletjes naar haar opa kijkt terwijl er stille tranen over haar wangen glijden.
Geen woord, geen enkel geluid, geen gesnif, alleen maar stille tranen die langzaam naar beneden glijden.
Mijn hart breekt ...

Onze oudste zoon is weer terug van vakantie en komt ook nog even.
'Mag ik een Bijbeltekst op het bord schrijven?', vraag hij.
Uiteraard mag dat, hoe zou ik daar nee op kunnen zeggen, en hij begint te schrijven:
'Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Mijn hart springt op, wauw, hoe bijzonder, dezelfde tekst als die een vriendin de vorige dag met mij deelde.
De Heer is erbij, bij jou, bij mij.
Och, ervaar ik dit al niet vanaf dat ik hier ben met jou, dat de Heer er is.
Ook terwijl ik dit aan het schrijven ben, zien mijn geestelijke ogen een plafond van vleugels, en onder mij ervaar eeuwige armen die mij-ons dragen.
Het is misschien vervelend voor sommige mensen, maar ik leef deze dagen in een bubbel, jij, ik en de Heer.
Er is geen ruimte voor iets of iemand anders, dan eigen.
Ja, de appjes en kaarten, alle reacties van mensen die voor ons bidden, ze zijn geweldig; misschien is het juist daarom wel zoals het is.




De zaterdag breekt aan, 8 augustus.
Na opnieuw een rustige nacht gaan we weer een dag in.
Ik houd mijn Stille Tijd, en als ik met jou een lied aan het luisteren ben dat ons allebei emotioneel raakt, komen je zus en zwager, die in Engeland waren, binnen.
Op je broer uit Frankrijk na, heeft nu iedereen afscheid van je genomen, ook mijn twee broers zijn deze week gelukkig nog geweest.
Eén van hen bleef wat langer zodat ik even naar huis kon; hoe kostbaar is het om familie te hebben en goede vrienden.
Maar nog meer telt het spreekwoord: een goede buur is beter dan een verre vriend, want och, hoe ontzettend lief, onze zijbuurvrouw zorgt al al die tijd voor ons hondje.
Uitlaten, eten geven, even bij haar zitten, met haar spelen ...
Hoe kostbaar!

Als ik even naar huis ben, word je door je dochter en een zuster naar beneden, naar buiten gebracht.
Ik zie de foto thuis binnenkomen en zie hoe je geniet; och, wat houd jij van buiten, van de natuur, van ...

Wat ik deze dag echt moeilijk vind, is dat je dorst begint te krijgen en je niets mag/kan drinken.
Gelukkig komt er 's avonds iemand met de oplossing, ijsklontjes op een stokje.
Wat geniet je daarvan zeg!
Maar het komt ook je ademhaling en de slijmvorming ten goede, je hebt er daardoor duidelijk minder last van.
Je wordt weer goed gelegd voor de nacht en je geeft heel duidelijk aan dat je goed ligt.
Het ziet er ook echt comfortabel uit.
Wat moet ik toch, opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik misschien toch iets verkeerd doe.
Hoe ziek ben je werkelijk?
Je ademhaling is nog steeds cheyne stokes, niet normaal en dat zegt ook veel, maar voor de rest ...
Aan de andere kant, zo verder, opgesloten in jezelf, want je kunt niets meer zeggen en nauwelijks meer iets duidelijk maken, zwaar gehandicapt in een verpleeghuis ...


O Heer, toon mij ...
Genees en richt op, of laat het verslechteren en haal hem thuis.


In Uw handen, Heer, in Uw handen ...
Want in Uw handen zijn onze -jouw- tijden.

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

donderdag 19 maart 2015

Dag 30 – Druk, druk, druk …

De vrouw die altijd bezig was.
Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
Lucas 10:40

Druk, druk, druk.
Martha, de bezige bij, loopt bijna haar eigen benen voorbij.
Dit moet nog, en dat, en o, dat mag ze ook niet vergeten.
Nee, als het aan haar ligt komt niemand ook maar iets te kort vandaag.

Niemand?
En jij dan, Martha?

Maar Hij, Jezus, antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.
Mattheüs 4:4

En toen Hij de menigte weggestuurd had, klom Hij de berg op om er in afzondering te bidden.
Toen het avond was geworden, was Hij daar alleen.
Mattheüs 14:24

We lezen meerdere keren in de Bijbel dat Jezus Zich terugtrok om te bidden.
Zijn werk was belangrijk, maar ook Zijn tijd in de stilte met Zijn Vader.
Immers, Hij kon niets doen zonder Zijn vader!
In alles wat Hij deed had Hij Zijn vader nodig.
Daar lag Zijn kracht en sterkte.

En zij kwamen op een plaats waarvan de naam Gethsémané was, en Hij zei tegen Zijn discipelen: Ga hier zitten totdat Ik gebeden zal hebben.
En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en begon ontdaan en zeer angstig te worden; en Hij zei tegen hen:  Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak.
En toen Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich ter aarde en bad dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem voorbij zou gaan.
En Hij zei: Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg,  maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.
…
…
En toen Hij weer weggegaan was, bad Hij en sprak dezelfde woorden.
En Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: Slaap nu maar verder en rust; het is genoeg, het uur is gekomen; zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaars.
Sta op, laten wij gaan; zie, hij die Mij verraadt, is dichtbij.

Marcus 14:32-42

De drukte van het leven kan ons zo in beslag nemen, dat we het vaak maar moeilijk vinden om tijd vrij te maken om met Hem alleen te zijn, om  de Bijbel te lezen, te overdenken en te bidden.
En zo kan het gebeuren, dat als er stormen komen in ons leven we geen of weinig reserves meer hebben.
We proberen Hem wanhopig te zoeken, contact met Hem te krijgen, maar doordat we zo weinig tijd met Hem hebben door gebracht, weten we eigenlijk niet goed wat we moeten doen of waar we het moeten zoeken en we lijken op een schip dat heen en weer geslingerd wordt in een storm.

Martha is druk; druk, druk, en nog eens druk.
Ze wil goed voor iedereen zorgen, daar is toch niets mis mee?
Nee, op zich is daar niets mis mee, alleen de balans is in haar leven zoek.
Er is geen balans tussen werk en rusten bij Hem.
Ze heeft een keuze; ze lijkt zich daar alleen niet bewust van te zijn.


De dagen vliegen voorbij.
Onze bezigheden rijgen zich aaneen.
Jagend en jachtend gaan we vaak voort
en als we niet oppassen
gaan we over onze grenzen heen.

Langzaam neemt de stress toe;
we worden prikkelbaar en geïrriteerd.
Een vriendelijk woord is ver te zoeken
en menig mens
wordt zo door ons bezeerd.

Hoe laat moet het worden?
Hoe diep moeten we zinken?
Hoe ver laten we het komen,
voordat we doorhebben
dat we dreigen te verdrinken?

Wachten we tot we niet meer verder kunnen
of tot we stil worden gezet?
Was Jezus het Zelf niet
die op geregelde tijden
de rust en stilte zocht voor gebed?













Over de vrouw die altijd bezig was, kun  je lezen in:
Lucas 10:38-42

Gedachten bij het boekje 
'Vrouwen rond het kruis'

zondag 23 november 2014

Er is liefde in het oog van de storm

In de afgelopen 18 dagen dat ik bezig ben met het 30-dagen 'Be still  Be Amazed'-dagboek zijn er vele dagen bij geweest dat ik echt moest zoeken naar zaken die mij verwonderen.
De eerste keer dacht ik nog bij mijzelf dat dit toch eigenlijk niet klopte, er moesten toch genoeg dingen zijn gedurende de dag die mij zouden moeten verwonderen, maar ik kwam er al snel achter, dat om verwonderd te geraken de stilte ingaan vaak toch wel heel noodzakelijk is.
De drukte en beslommeringen van alle dag ontnemen me toch vaak het zicht daarop.
Toch is het heel bijzonder om hier tijd voor apart te zetten, stil te worden en  op zoek te gaan naar.
Deze momenten zijn heel speciaal geworden, want soms brachten ze mij terug in de tijd en mocht ik mij opnieuw verwonderen over dingen die God heeft gedaan in mijn(ons) leven.
En soms, als ik daarvan iets had kunnen omzetten in woorden, soms in de vorm van een gedicht, dan verwonderd het mij wat het opnieuw (of is het nog steeds?) met mij doet.
Zo geldt dit ook voor het onderstaande gedicht dat ik vanavond tegenkwam.

De titel 'Er is liefde in het oog van de storm' is een citaat uit het boekje 'Schuilen bij God' van Holley Gerth'.*
En het is nu pas, nu ik dit gedicht vanavond weer tegenkom, doorlas en het hier wilde plaatsen, dat ik moet denken aan het beeld dat iemand had bij mijn doop (29-10-2000).
Het was een beeld over een tornado en de rust in het centrum daarvan.
Ik heb het destijds ook uitgeschreven op papier; woord voor woord van het cassettebandje.

'Rita, de Heer geeft mij het beeld van een tornado. 
Zo'n geweldige wind die rondtolt en die een slurf heeft die over de aarde heen raast.
En het merkwaardige is, dat het centrum van die tornado, daar is rust, daar is geen wind.
Maar ik heb het gevoel dat de Heer wil zeggen dat als je in het centrum van Mijn wil bent, dan zul je met Mijn wind over deze aarde gaan en zal je in geweldige rust zijn zijn, maar toch veel presteren voor Hem.'

Ik stond met mijn doop aan het begin van een totaal nieuw leven en avontuur met de Heer, en had nog totaal geen weet (gelukkig) van alle stormen die in mijn/ons leven zouden gaan waaien, laat staan dat juist door deze stormen ik gekomen ben waar ik nu ben.
'Dan zul je met Mijn wind over deze aarde gaan en zal je in geweldige rust zijn zijn, maar toch veel presteren voor Hem.'
Whauw, 14 jaar geleden zag mijn leven er echt heel anders uit.
Het bestond uit mijn gezin en mijn huis, en heel, heel af en toe kwam er  nog een gedichtje (zoals mijn doopgedicht) uit, maar daar hield het ook op.
En nu?
Nu zijn er vele dingen die ik mag doen door en voor Hem.
'Dan zul je met Mijn wind over deze aarde gaan ...; onze Kunstdichtbundel 'Wandelend in Zijn Licht'
is ook de grens over gegaan en ook mijn Blogs vinden hun weg over de grens!

In het centrum van Zijn wil blijven ...
In het centrum -het oog-  van de storm ...


De storm woedt,
regen en wind razen
om mij heen.
Ze bestoken mij,
dreigen mij omver te gooien,
ik strijd,
ik vecht,
ben ik dan alleen?

God, waar bent U,
waar is Uw ondersteunende hand?
Bijna ga ik ten onder,
zonder U houd ik geen stand?!

De regen overspoelt mij,
de wind drijft mij dan weer voor
en dan weer achteruit.
Het gaat maar voort,
er lijkt geen einde aan te komen,
ik strijd,
ik vecht,
mijn schreeuw klinkt luid.

God, mijn Vader, 
waar, waar bent U dan? 
Ik kan niet meer, 
hoort dit alles bij Uw plan?

Dan ineens bevind ik mij in de stilte,
de storm raast onverminderd voort
buiten mij om.
Zoekend kijk ik rond,
verwachtend, hopend,
ik zwijg,
ik luister,
zachtjes klinkt een stem: ‘Kom.'

'Vader, Vader God,
bent U daar?'
Ik kijk omhoog en zie Uw hand;
mijn last lijkt minder zwaar.
Ik ga even rustig zitten
en koester mij in de liefde
van Zijn aanwezigheid.
Zijn Geest herstelt mijn kracht,
geef mij mijn weerbaarheid terug,
ik adem,
ik drink,
ik ben weer klaar voor de strijd.

Abba, mijn Vader,
de storm deed mijn ogen verblinden,
maar in het oog van de storm
deed U mij opnieuw Uw liefde vinden.

Dan is de stilte voorbij,
de wind en regen slaan opnieuw
ruw tegen mij aan.
Vooruit, achteruit,
opnieuw ben ik doorweekt,
ik strijd,
ik vecht,
maar vanuit mijn ooghoek
zie ik Hem naast mij gaan.


Be still  Be Amazed
'U bent met al mijn wegen vertrouwd.
U sluit mij in van achter en van voren, U legt Uw hand op mij!
Dit kennen - het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij.'

Psalm 139:3b, 5,6


Be still   Be Amazed
Dag 19

zondag 26 oktober 2014

Reis naar de stilte

Stilte,
je bent zo kostbaar,
zo waardevol;
ik heb je zo lief!

Als het na drukte en rumoer stil wordt,
voel ik je als een druk op mijn oren.
Dankbaarheid vindt haar weg naar boven,
terwijl in mijn hart vreugde ontspringt.
Je bent voelbaar, je bent tastbaar;
ik kan je aanwezigheid horen.
Je bent een balsem voor mijn ziel,
die alle onrust en onvrede verdringt.

Stilte,
je bent mij zo kostbaar,
zo waardevol;
ik heb je zo lief …


Inmiddels is het alweer een week geleden dat ik thuiskwam van de Vrouwenconferentie.
En hoewel het hier aansluitend vakantie was en onze zoon en dochter daardoor thuis waren, heb ik genoten van een heerlijk rustige week die ik mezelf heb toegeëigend.
Ik deed niet meer dan het hoognodige en nam de tijd om mezelf als het ware weer terug te dwingen in de rust; de rust om te lezen, te schrijven, of gewoon te keutelen.
Mijn agenda was afgelopen week leeg en bleef leeg, op een afspraak met de tandarts na.
En nieuwe dingen die opgeworpen werden, heb ik niet aangenomen.
Welk een rust geeft dat alleen al niet!

Morgen gaan ze weer naar school en hoewel het deze week vrij rustig bleef, toch weet ik dat als morgenmiddag, en de andere momenten van de week,  iedereen weg is –school en werk– ik deze korte momenten van stilte zal omarmen.
Stilte; voelbare, tastbare stilte, die mij altijd dicht bij God brengt en waar ik zo van geniet en dankbaar voor ben.
Soms zeg ik weleens zachtjes tegen Hem: ‘Hoort U het, Heer, hoort U de stilte ook?!’, en dan gaat een stil dankgebed naar boven en is het soms net even of we samen glimlachen om dit intieme moment van samen genieten van de stilte.

Ik heb deze momenten van stilte te weinig gehad afgelopen jaar.
Ik heb ze hard nodig, dat weet ik van mijzelf, maar er waren teveel dingen op mijn pad gekomen waardoor deze momenten grotendeels verdwenen.
Ik wist het, maar het lukte maar niet om het te veranderen, tot nu, en wat voel ik mij daar goed bij, bij dit vooruitzicht van rust en stilte.
Ik kijk even achterom naar mijn boekenkast, waar mijn werkje van de workshop van de Vrouwenconferentie staat.
Dit werkje (de Bijbeltekst uit Jes. 30:15 - ‘In stilheid en vertrouwen ligt mijn kracht’ getuigt daarvan) maakt ook deel uit van mijn reis terug naar de stilte; naar ontmoetingen met God en met mezelf.
Een reis in de stilte zodat alles weer in evenwicht komt.


Stilte, 
je bent zo kostbaar,
zo waardevol; 
ik heb je zo lief.

Je bent een waardevolle zegen,
voor als ik onrustig ben en verward.
Er gaat kracht van je uit en ...
je brengt vrede terug in mijn hart.
Je brengt mij dicht bij mijn Vader,
waar ik mij veilig weet en bemind.
Je schept licht en ruimte,
waardoor ik mijzelf hervindt.

Stilte,
je bent me zo kostbaar,
zo waardevol;
Stilte, ik heb je zo lief!


vrijdag 3 mei 2013

In Vaders kracht!

Het leven is niet altijd even makkelijk.
De wedloop die we lopen kan soms erg zwaar zijn.
Zo had ik ook even een paar dagen waarin ik het best moeilijk had door verschillende zaken.
En eigenlijk was ik ook een beetje boos op God, omdat Hij ons zoveel te dragen geeft, en dat het zolang duurt..

Ik was moe, eigenlijk ben ik de gehele situatie moe en zat, en door slecht slapen, de overgang die speelt en nog enkele naweeën van het griepje dat ik heb gehad, werd ik nog vermoeider, en daardoor ook kwetsbaarder.
Toen er dan opnieuw iets binnen ons gezin gebeurde, kon ik het even niet meer handelen en wilde het uiteindelijk ook niet meer.

En toch ...
Toch laat Hij ons ook dan niet aan onze lot over.
Vanmorgen, toen ik wakker werd, hoopte ik op een speciaal woord van Hem; een tekst, een mailtje, een ...
Maar niets van dat alles kwam.
Totdat ...

Totdat de wekelijkse bemoediging van Gerry Velema binnenkwam.
Alsof die speciaal voor mij was, en misschien ook wel  speciaal voor jou.
De bemoediging heet: 'In Vaders Kracht.'

Iedere week zet ik de bemoedigingen van Gerry aan de rechterkant op mijn site, maar deze keer, omdat het zo'n speciale bemoediging is, plaats ik hem ook hier.
Dubbelop misschien, maar het is ook een boodschap die het waard is om dubbel onder de aandacht te brengen, omdat het een boodschap is die bemoedigt en nieuwe hoop en kracht geeft.

In Vaders Kracht! - Gerry Velema
Bemoedigingssite
 
 
Alleen, Vader,
kan ik
de wedloop van het leven
niet lopen.
Soms bezwijkt
gewoon mijn kracht
of zijn er obstakels
die ik alleen
 niet nemen kan.
Dank U,
dat U mij
er aan herinnert,
dat U er
voor mij bent
en altijd zult zijn.
U ondersteunt mij
met Uw liefdevolle
Vaderarm,
draagt mij
waar ik niet meer kan.
En zachtjes fluistert U mij toe:
'Mijn lieve kind,
alleen zal het inderdaad
niet lukken.
Maar samen
in Mijn kracht.
en aan Mijn hand,
kun je de wedloop volbrengen
tot het einde toe.
Ik laat je niet alleen,
geen enkele dag,
geen enkel moment.
Vertrouw Mij!
Kom,
we gaan samen
verder.'
 
Soms kunnen moeilijkheden of bepaalde situaties je zo in beslag nemen, dat je zicht op Hem wordt geblokkeerd en je 'vergeet' dat jij het niet hoeft te doen, maar dat je het 'Samen met Hem' mag doen.
Wat ben ik dan dankbaar dat we een genadig en liefdevolle Vader hebben die ons dan weer even daaraan herinnerd.

Dank U wel, Vader, voor Uw liefde en genade.
Dank U wel, voor Uw trouw en nimmer aflatende zorg voor mij.
Dank U wel!

- Amen -
 

woensdag 5 december 2012

Do not disturb - Niet storen!

Inmiddels heb ik aardig wat afbeeldingen verzameld.
Een groot aantal voor mijn weekgedichten, maar ook gewoon omdat ik ze mooi vind, of omdat ze iets in mijn hart raken.
Dit is er ook zo één.

'Do not disturb'
'Niet Storen'

Bron: Grace Bible Fellowship

Dit is wat ik nodig heb om dagelijks te leven en alles aan te kunnen.
Een moment van stilte en rust.
Een moment van alleen zijn met Hem.
Een moment van ongestoord zijn woord laten spreken tot mijn hart.
Een moment om te horen wat Hij tot mij te zeggen heeft, wat Hij mij wilt vertellen, wilt leren.
Een moment tot kracht en bemoediging.
Een moment tot aansporing.
Een moment tot troost.
Een moment van Liefde van Vader tot kind, van kind tot Vader.
Een moment van .....

Dit moment kan voor iedereen verschillend zijn; 's morgens vroeg, onder koffietijd, of in de loop van de middag of 's avonds.
Het tijdstip maakt ook niet uit, dat dit moment er is, dat is wat belangrijk is.
Als je het niet gewend ben, is het misschien in het begin even lastig om je dit eigen te maken, een vast moment, maar al gauw kun je niet meer zonder.
Geloof mij maar.

Heer,
ik kom tot U
en in de stilte
van de ontluikende,
nieuwe dag,
zoek ik
Uw aanwezigheid.

Ik sluit mijn ogen,
vouw mijn handen
en verlang ernaar
even met U
alleen te zijn.

U bent mijn Heer
en het is
mijn diepst verlangen
dat U mij
op al mijn wegen
leidt.

Ik heb geen woorden
om te spreken,
Heer;
‘k wil slechts alleen
even met U
samen zijn.

In de stilte
van deze nieuwe dag,
in Uw aanwezigheid,
kom ik tot rust
en ontvang
nieuwe kracht.

Uw Geest
doorstroom
mijn wezen
als ik U, hier,
in de stilte
ontmoet.

In mijn hart
ontspringt een lied
van lof en dank;
ik zing voor Hem,
heel zacht.

Niets mag
dit stille samen-zijn
verstoren;
hier
ligt mijn sterkte
als ik
de nieuwe dag
begroet.