Posts tonen met het label Troost en Bemoediging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Troost en Bemoediging. Alle posts tonen

dinsdag 1 september 2026

Stil en leeg ...

Wat een rare zomer is het dit jaar geweest.
De scholen zijn nu allemaal weer begonnen en voor de meesten begint nu echt het gewone leven en het erbij horende ritme weer, maar voor mij ...
O ja, ik heb wel een bepaald ritme dat ik aanhoud, omdat zowel ik als ons hondje dat nu meer dan nodig hebben, maar het is verre van gewoon.
Niets is immers meer hetzelfde, en dat wordt het ook niet meer.
Het huis is stil en leeg.

Geen bed meer in de woonkamer.
Geen thuiszorg meer.
Geen rollator die ergens tegenaan stoot, of waar een hondje voor loopt.
Geen gezamenlijke agenda meer op de telefoon.
Geen afspraken meer waar ik je naar toe moet rijden.

Geen grote pannen meer om in te koken.
Het brood niet meer door de helft in de vriezer.
Geen geluid meer van films of muziek.
Ook het zachte geluid van een spelletje op de Ipad klinkt niet meer.

Een lege stoel tegenover mij aan tafel.
De lege stoel naast de mijne in de tv-kamer.
Maar ook geen harde nies meer waar ik vaak zó van schrok, zelfs na bijna 44 jaar samen zijn (waarvan net geen 43 jaar getrouwd)

Het huis is stil en leeg.
Mijn keukentafel ligt daarentegen vol.
Jouw foto, de rouwkaart, een mand met meer dan honderd kaartjes.
Een vaas met prachtige bloemen, gekregen uit de tuin van een lieve vriendin.
Een map van de Uitvaartzorg, van de natuurbegraafplaats waar je begraven bent, een condoleanceboek.

Een stapeltje boeken, die ik vorige maand nog voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allerlei paperassen, dingen die geregeld moeten worden, of geregeld zijn.
Een beeldje van de Goede Herder Die een schaapje draagt; je had het ooit van mij gekregen en op je bureau in de zaak staan.
Jouw oude agenda, die je gebruikte voor de mobiele telefoons met een agenda.
Mijn papieren agenda ...


Het huis is stil en leeg zonder jou,
maar ik ben niet alleen.


Het huis is stil en leeg.
Mijn gedachten gaan naar de eerste keer dat we in het ziekenhuis spraken over wel of niet reanimeren, en jij toen nog duidelijk aangaf dat je dat echt wilde, want je had nog zoveel te zeggen, zoveel te doen. Zoveel te zeggen, zoveel te doen ...
Je woorden brachten een brok in mijn keel, je was immers geen prater, en je werd steeds beperkter in wat je nog kon.
Maar ondanks dat, wat ben ik dankbaar voor de tijd die we samen nog hebben gehad.


Wij mensen denken vaak dat we alle tijd hebben, als het vandaag niet komt, dan morgen wel; maar wat als morgen niet meer komt?

Zeg toch nu wat je hebt te zeggen,
tegen hen die je lief en dierbaar zijn.
Vertel toch nu wat je hebt te vertellen,
al is het nog zo weinig, kort of klein.

Doe toch nu dat wat belangrijk is,
in het bijzonder voor wie dierbaar zijn.
Doe het toch nu, nu het nog kan,
niet meer kunnen, te laat zijn, doet pijn.

Zeg, doe, stel toch niet uit.
Niemand kent zijn uur of tijd.
Het voorkomt pijn en verdriet,
wroeging en heel veel spijt.

zondag 7 juni 2026

Het heuvelland van volmaakt vertrouwen ...

Voor het eerst heb ik een blogje uit de serie ‘Liefde tot het einde’ dat ik reeds geplaatst had, na enkele dagen weer verwijderd.
Ik werd er namelijk bij bepaald dat ik me had laten leiden door mijn omstandigheden en het feit dat ik zo graag weer wat zou willen schrijven, wat tot gevolg had dat ik niet schreef naar aanleiding van het hoofdstukje, maar dat mijn omstandigheden de boventoon voerden.
En zo had ik het weer in concept geplaatst tot ik weer in staat zou zijn – tijd en ruimte, zowel qua agenda als in mijn hoofd, om ‘echt’ te schrijven.
En zo kan het lijken dat sommigen denken van ‘hé, dat heb ik toch al een keer gelezen?’; het is echter een heel ander blogje geworden, want als ik vandaag het boekje opensla en de eerste zin lees (na de titel en Bijbeltekst) word ik daardoor gegrepen en verder geleid.
Lees je (weer) mee?


Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 22








Micha 7:7 (SV)
‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

‘Hartverscheurend leed is vaak de voorbode van een grote geestelijke zegening.’ 
Vervolgens zegt Susannah dat het wel ‘een zware golf van bezoeking’ moet zijn, die sommigen zo ver omhoog doen gaan, dat zij veilig aankomen in de beschutting van volkomen vertrouwen op God. (in mijn eigen woorden weergegeven)
Ze wijst erop dat we moeten leren welk een diepe innerlijke vreugde het geeft als we ons tot God wenden en op Hem vertrouwen, en dat dwars door felle pijn heen, want het is hierin dat wij ontdekken dat alleen Hij een trouwe Vriend is op Wie we altijd aan kunnen. 

‘Maar in het aangezicht van al dit verdriet,
nee, vanwege dit verdriet,
denkt hij aan de Heere,
en blik opwaarts tot Hem
geeft hem een snelle en gewisse steun.’

Susannah Spurgeon

Ze neemt me daarom mee naar de eerste zes verzen van Micha 7, waar de profeet spreekt over de 'trouweloosheid van zijn vrienden, de meedogenloze kwaadwilligheid van zijn tegenstanders' en dat zelfs de dichts bijstaande naasten onbetrouwbaar en vijandig kunnen zijn.
En dan volgt vers 7, Micha’s keuze: ‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

Ach, delen wij allen niet Micha’s ervaringen?
Stormen van verdriet die beuken.
Hoop die schipbreuk lijdt.
Vrienden, ja, zelfs familieleden die ons verlaten.


‘Het onderwijs en de tucht van het leven worden werkelijk aan ons gezegend
wanneer aardse noden ertoe dienen om ons dichter bij onze hemelse Vader te brengen.
Zij worden gezegend als de droevige onbestendigheid van het geschapene
ons duidelijker de onveranderlijkheid laat zien van Hem,
Die ons eeuwig heeft liefgehad.’

Susannah Spurgeon

Hoe is onze reactie, wat is mijn reactie op de stormen van het leven, op golven die beuken, hoop die schipbreuk lijdt, het verlaten worden door vrienden of familie?

‘Maar ik zal uitzien naar de Heere’.
Hoe moeilijk kan dat zijn als golf na golf na golf beukt.
Hoe moeilijk is het soms om je ogen op Hem gericht te houden, op Wie Hij is en op wat Hij zegt, opdat je niet meegenomen wordt in de woeste golven van pijn en verdriet, van onzekerheid, van wanhoop, van …

Opnieuw valt mijn blik op de kaart in mijn boekenkast tegenover mijn bureau.
‘Ik val omdat ik gebroken ben, ik sta op omdat ik geliefd ben, ik val weer omdat ik gebroken ben.
Maar ik zal altijd opstaan omdat ik altijd geliefd ben.’

‘… ik zal wachten op de God mijns heils’.
Al heb ik mij bezeerd, ben ik moe, mijn schuilplaats is de Heere.
‘Daar mag ik wachten totdat de Heere mij de hulp geeft die ik nodig heb, want Hij is de God van mijn redding.'
Oh, hoe kostbaar is mij mijn dooptekst: ‘Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.’ (Hebreeën 4:16)

Het juiste tijdstip …
Tja, ligt daarin vaak niet onze uitdaging?
‘Ik zal wachten’ is makkelijk uit te spreken, maar wat als ons geduld vervolgens flink wordt beproefd?Toch zegt Micha: ‘Ik zal wachten’ – standvastig; ‘op de Gods mijn heils’ – vol geloof en vertrouwen omdat hij God kent.
Mijn gedachten gaan met deze dingen naar >> Romeinen 8:31-39.
‘…
Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus …?
…’

‘…, mijn God zal mij horen.’ 
Ja, daar kunnen we van op aan; daar hoeven we nooit aan te twijfelen!

‘Dit is de taal van de volle verzekerdheid,
de spraak van degenen die wonen
in het heuvelland van volkomen vertrouwen.’

Susannah Spurgeon

Het heuvelland van volkomen vertrouwen.
Vertrouwen op Hem, zowel op de hoogtes als in de dieptes.
Altijd uitzien en wachten op de God van ons heil.

Kom, mijn hart, zie op Hem.
Kom, mijn hart, wacht op Hem.
Kom, mijn hart, vertrouw op Hem.
Kom, mijn hart, kom en leer vertrouwend, wachtend verwachten.

Kom, mijn hart, zie, wacht en vertrouw.
Kom, mijn hart, geloof en verwacht.
Kom, mijn hart, vind rust en vrede in Hem.

Kom mijn hart, verheug je in het heuvelland van volkomen vertrouwen.


Kiezen ...

Soms is ons leven een opeenstapeling
van moeilijkheden, zorgen, verdriet en pijn.
Het ene is nog nauwelijks voorbij
of het volgende dient zich alweer aan.

In het begin voelen we ons sterk en krachtig;
ervaren we Gods kracht en sterkte in ons leven.
Maar gaandeweg rijzen de vragen in ons hart,
over het waarom dit zo lang door moet gaan.

Vermoeidheid en ontmoediging liggen op de loer,
startklaar om ons het zicht op Hem te ontnemen;
en wanhoop en boosheid, zelfmedelijden en bitterheid,
zijn niet ver meer weg om genadeloos toe te slaan.

Dan zijn daar deze woorden die ons een les leren,
en ons de weg wijzen uit onze diepste nood.
Blijven we zien op de woeste golven die beuken, of
kiezen we ervoor om onze ogen naar Hem op te slaan?

Hij is onze schuilplaats, onze toevlucht in nood;
bij Hem komen we tot rust, en vinden we vrede.
Hij is onveranderlijk en trouw, vol liefde en vergeving;
van Hem ontvangen we de kracht om door te gaan.

Laten deze woorden een leidraad worden in ons leven.
‘Uitzien, wachten; God hoort en is mijn redding!’
Hoe moeilijk en zwaar het soms ook zal zijn,
samen met Hem kunnen we werkelijk alles aan.


* 👉 'Rondom de Psalmen'

Een blogje dat hier mooi bij aansluit.
👉 'Staande blijven en opgebeurd worden'

zaterdag 30 mei 2026

Mijn Hoop is op U!

‘Ik heb U hartelijk lief, HEERE, mijn sterkte.
De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder,
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem,
mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting.’
Psalm 18:2,3

De afgelopen weken kwam er niets van schrijven; omstandigheden en daardoor gebrek aan ruimte en rust zijn daar verantwoordelijk voor.
Samengevat: sinds begin maart staat ons leven behoorlijk op z’n kop en is niets meer hetzelfde.

Een heftige, hectische en intensieve tijd ligt achter ons, en een ‘onzekere, vage’ toekomst voor ons.
Een tijd, waarin ik met mijn man in één weekend van huisartsenpost, naar spoedeisende hulp eindigde in een zorgpension (wat overigens ook niet bepaald om de hoek lag); van weer thuiskomen, maar bijna niet meer kunnen lopen en dus ook niet meer werken.
Een tijd, waarin we vaak van het kastje naar de muur werden gestuurd, en waar we nu -ondanks de ziekenhuisbezoekjes, nog steeds niet veel wijzer zijn van wat er nu precies aan de hand is.
Een tijd, waarin revalidatie -fysio, ergo, maatschappelijk werk, nu is begonnen, als ook thuiszorg deel uit is gaan maken van ons leven.
Een tijd, van leren omgaan met alles; met een van de één op de andere dag totaal andere (thuis)situatie en een toekomst die op meerdere terreinen ‘onzeker en vaag is’.
Een tijd, waarbij mijn lichaam behoorlijk protesteert door alle extra’s, en ik ook daarin -met alles, een weg moet zien te vinden.
Een tijd, van zorg, van moeite, verdriet en pijn en waarin tranen rijkelijk stromen, als ook tussen alles door momenten zijn van dankbaarheid, van vreugde en vrede, van geloof en vertrouwen.
Een tijd waarin het één het ander afwisselt, op zoek naar een nieuwe weg en een nieuwe balans.

Het Dagboek van Murray ligt inmiddels al een aardig poosje stil op mijn bureau; ik kon -en kan er (nog) even niet mee verder door mijn vermoeide en worstelende ziel, en het gebrek aan rust en ruimte.
Maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik een ander plekje boven heb gecreëerd (met hulp van één van mijn jongens) waar ik tot rust kan komen; een mooi klein hoekje van een kamer met een fauteuil tussen twee kastjes met mijn belangrijkste ‘spulletjes’.
En daar vertoef ik nu om mijn evenwicht te hervinden, om tot rust te komen, om bij de Heer te zijn, en waar ik mijn Stille Tijd houd.
Een plekje, veilig, beschut, geborgen, en waar ik heel dankbaar voor ben, omdat ik daar even niets moet, maar gewoon mag zijn met alles wat mij bezighoudt.

Vanmorgen zat ik daar weer maar met een onrustig en zwaar gemoed na (opnieuw) een confronterend gesprek gister.
Er is zoveel om over na te denken, zoveel keuzes om te maken, beslissingen om te nemen, en ook al hoeft niet alles niet à la minuut besloten te worden, toch heeft elke beslissing invloed op de volgende.
Het is moeilijk tot rust komen als het een op het andere volgt, en je tussen alle bedrijven door de gewone dingen ook nog moet doen.
Toch is dit plekje boven mijn rustplekje, want vroeg of laat komt mijn onrustige hart -en lichaam- daar dan toch, door Hem, tot rust en vind ik er nieuwe moed en hoop.
Zo ook vanmorgen door de woorden van Jezus in Johannes 4:34 en Psalm 39:8.
‘Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.

‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’

Er gaan allerlei gedachten door mij heen als ik ’s middags achter mijn bureau kruip.
Een wirwar van gedachten die uiteindelijk leiden tot dit schrijven en onderstaand gedicht.
En misschien hiermee ook weer tot wat orde in de chaos van de afgelopen tijd, en een begin in hervinden van rust en balans.
In Uw handen …

Mijn Hoop is op U!

‘Alles aanvaarden als uit Gods hand’,
zijn woorden die mij menigmaal
al op de goede weg hebben geleid;
alleen …,
het kost mij deze keer iets meer tijd.

Als het nu gaat om kleine dingen,
niet echt levensveranderend,
ach, dan is het zo moeilijk nog niet,
alleen …,
nu overheerst vaak nog pijn en verdriet.

Toch bid ik U, Heer,
leer mij om alles, ja, alles, ook dit,
te aanvaarden als uit Uw hand.
Alleen met U kan ik het aan,
alleen met U aan mij zij,
houd ik stand.

Ja, Heer, leer mij alles te aanvaarden,
- wat is, was en komt, als uit Uw hand;
U geeft niet meer dan ik dragen kan.
U ziet het geheel, het totale plaatje,
daardoor weet U ook wat het beste is,
wat past in Uw volmaakte plan.

Daarom proclameer ik Uw Woord:
‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’
U bent immers mijn Heer en God,
mijn toevlucht, mijn rots, mijn Bevrijder;
en niemand, nee, niemand is als U!


>> Shalom <<

dinsdag 10 februari 2026

Vertrouwen voor angstige dagen ...

Als ik vanmiddag weer eens echt de tijd heb om achter mijn laptop te kruipen, eindig ik bij een oud blogje van mijn allereerste Blog.
Ik krijg een brok in mijn keel en al snel lopen met het lezen de tranen over mijn wangen, en niet alleen vanwege de herinneringen, maar ook doordat het aanvoelt als een be(aan)moedigend woord van de Heer.
Waar ik doorgaans de (oude) blogjes praktisch in hun originele staat op dit blog plaats, heb ik dit keer het tussendoor (schuingedrukt) aangevuld vanuit het nu, daar de boodschap die erin staat tijdloos is, en dus ook voor nu geldt.

Het verhaal van het dochtertje van Jaïrus staat in dit verhaal centraal, en in het bijzonder een paar woorden van de Here Jezus.

Het verhaal in grote lijnen.
Het dochtertje van Jaïrus ligt op sterven en Jaïrus spoedt zich naar Jezus toe, die in de omgeving was.
Jaïrus smeekt Jezus om mee te komen en Zijn handen op zijn dochtertje te leggen, dan zou ze beter worden en blijven leven.
Jezus gaat met hem op weg, maar wordt onderweg opgehouden.
Dan komt iemand uit het huis van Jaïrus hem tegemoet met de mededeling dat zijn dochtertje al is gestorven en dat hij de Meester niet meer hoef lastig te vallen.
Jezus hoort wel wat er wordt gezegd, maar Hij zegt tegen Jaïrus dat Hij niet bang moet zijn, maar moet blijven geloven.
Vervolgens neemt Hij drie van Zijn discipelen mee het huis binnen, stuurt iedereen die in het huis is naar buiten en gaat samen met de vader, de moeder en Zijn drie leerlingen de kamer van het meisje binnen.
Hij pakt haar hand en zei tegen het meisje: 'Meisje, Ik zeg je: sta op!’
En het meisje, 12 jaar oud, stond op en begon te lopen.
‘Geef haar wat te eten’, zei Jezus.
👉 Marcus 5:21-43 

Aan de hand van dit verhaal neemt Lucado mij mee op weg naar vertrouwen voor angstige dagen.
Steeds opnieuw raakt het me; de manier waarop hij dingen weet te beschrijven, schildert met woorden, ze aaneenrijg tot een verhaal, zodat het zich bijna als een film voor je afspeelt.
Hierdoor raakt hij steeds opnieuw mijn hart.
Hierdoor gaan zijn woorden voor mij leven en betekenis krijgen.
Hierdoor worden handvatten geen droge kost, maar liefdevol, uitgestoken handen, die mij op weg helpen, of de moed geven om verder te gaan, te kunnen.
Zo ook nu weer.
    

De angst van Jaïrus ken ik, herken ik.
De angst om mijn kind te verliezen …
De wegkwijnende dochter vergelijkt hij met een wegkwijnend huwelijk, of een loopbaan die op z’n retour is, toekomst, vriendschap…

Een gezondheid die achteruit gaat.
Een zaak die je daardoor moet stoppen.
Zoveel dingen niet meer kunnen.
De impact van dit alles.


Knaagt die angst, die onzekerheid nu niet aan mijn deur, als ik denk aan mijn zoon, die eind van de week zijn baan kwijt is en zijn opleiding niet kan vervolgen omdat er geen stageplekken zijn te vinden, maar ondertussen wel zijn onkosten heeft voor vrouw en huis.
Ja, één plekje heeft hij aangeboden gekregen, maar die kunnen hem geen loon betalen.
Verder leren met een uitkering kan, maar na een half jaartje komt hij dan in de bijstand.
Knagende angst, knagende onzekerheid…

Knagende zorg (angst is nu een groot woord, maar soms ...), knagende onzekerheid …
Ook nu weer als met de lichamelijke gesteldheid van mijn man het steeds moeilijker wordt om te werken(nadeel eigen winkel).
Ja, hij heeft wel de beslissing genomen om in augustus vervroegd te stoppen, maar houdt hij het zo lang nog wel vol?
En dan …?
Knagende zorg, knagend onzekerheid …


Zoals Jaïrus neerviel aan de voeten van Jezus en smeekte, zo ben ook ik menigmaal aan de voeten van Jezus neergevallen.
Gesmeekt voor het leven van mijn kind, gesmeekt om hulp voor een kind dat zich snijdt, gesmeekt voor …, om …
Zoals Jezus Jaïrus antwoordde en hoop gaf door mee te gaan, ontving ik hoop van Jezus op velerlei manieren.
Soms werd ik boven alles uitgetild en was er vrede in mijn hart en het rotsvaste zeker weten; het komt goed!

Maar dan blijft Jezus staan; of zoals Lucado het zo mooi verwoord: Halverwege het wonder blijft Jezus staan.
Bij Jaïrus werd Jezus opgehouden door de bloedvloeiende vrouw, bij mij was het soms een telefoontje van: mam, ik sta bij de trein en heb de neiging er onder te stappen, of de depressie, die weer genadeloos toesloeg en m’n kind omsloot en door het huis ging als een zware, zwarte wolk, of zoals nu, een sollicitatiegesprek vlak voor dat hij zijn werk kwijt is, maar …. er is geen loon!
Er zijn zovele dingen die ik op zou kunnen noemen aan momenten waarin Jezus halverwege het wonder bleef staan.
En dan slaat de onzekerheid weer genadeloos toe, moedeloosheid, minderwaardigheid.
Zie je wel, God vergeet mij, Hij vindt mij vast niet goed genoeg, belangrijk genoeg.
Zie je wel, mijn geloof is toch niet groot genoeg….

Wat heb ik het afgelopen jaar Hem al veel bestookt met mijn smeekbedes, vooral toen mijn eigen lichaam ook opnieuw begon te protesteren door het werk dat nu op mij neerkwam.
Hoeveel tranen heb ik al niet vergoten …
Hoe, Heer, hoe …?

Iemand uit het huis van Jaïrus komt eraan en vertelt hem dat zijn dochtertje inmiddels is gestorven en dat hij de Meester niet meer lastig hoeft te vallen.
Te laat.
Stilte.
Dan wijst Lucado met klem op de woorden die de Here Jezus dan uitspreekt:

                                     ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Wees niet bang….
Jaïrus dochtertje is dood.
Geloven?
Wie? Wat? Hoe?
Blijf geloven dat Jezus in staat is om te helpen.

Wees niet bang …
Mijn man op tijd bij de trein om onze zoon op te halen.
Een kaartje, een arm, een tekst, een woord, een boek, …
Uitkering, bijstand, voldoende ...?

Een blogje als dit, maar ook andere schrijfsels, gedichten …
Kaartjes, een arm, liederen, gebed …
Reacties op blogjes …
God Die spreekt door het Dagboek van Murray* heen en mij al schrijvend leidt naar Wie Hij is, en woorden geeft die mij terechtwijzen, onderwijzen, bemoedigen, aanmoedigen, aansporen, nieuwe moed en hoop geven, als ook de kracht om opnieuw …

Lucado wijst met klem op de woorden: ‘Wees niet bang, blijf geloven.’
Hij wijst op het feit, dat Jezus de woorden van de dienaar had gehoord.
Hij wijst op het feit, dat Jezus, hoewel Hij in beslag genomen werd door de zieke vrouw en omgeven was door zoveel mensen, Hij Jaïrus en zijn nood geen moment uit het oog verloor.
Hij wijst op het feit, dat Jezus alles hoorde en Hij het belangrijk genoeg vond om Jaïrus’ angst aan te pakken en mee te gaan naar zijn huis.
Hij wijst op het feit, dat één woord van Jezus vanaf de plaats waar Hij was, genoeg zou zijn geweest.
Hij wijst op het feit, dat Jezus niet alleen wilde laten zien dat Hij doden kon opwekken, maar dat Hij meegaat, komt, om dat te doen.

Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mij.
Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mijn zoon.
Jezus komt en spreekt.
Door een kaartje, door een boek, door een persoon, door een vogel die het hoogste lied zingt, een ree dat stilstaat in de wei langs de weg …’
Een steuntje in de rug.
Lucado wijst op het feit, dat God dat nog steeds doet.
Aan Jaïrus, aan mij.
Aan hen die neerslachtig zijn, aan hen die overmand worden door verdriet.

Ook nu nog, bij mijn man, bij mij, bij ons.

Hij dringt aan: ‘Wees niet bang, blijf geloven!’

Blijven geloven, dat Hij voor mijn kinderen zorgt, waar ze zich ook bevinden, waar ze ook door heen gaan op dit moment.
Blijven geloven, dat Hij komt om mij (en hen) op te beuren.
Blijven geloven, dat Hij mij, ons, belangrijk genoeg vindt.
Blijven geloven.

Blijven geloven, ook nu beurt Hij op, richt Hij op.
Blijven geloven, wat er ook gebeurt, Hij is erbij.
Blijven geloven, Hij gaat met ons mee.
Blijven geloven, Hij geeft de kracht, de moed, de hoop.
Blijven geloven, Hij ziet, Hij hoort; nog steeds.

Lucado schrijft: 'Angst rooft zoveel vrede van onze dagen.'
O, wat een waar woord.
Hoeveel vrede heeft angst al niet van mij geroofd en hoe vaak al niet.
Ik weet het, en toch, het gebeurt iedere keer weer.
Angst, de grootste vijand van mijn vrede.
Angst, de grootste vijand van mijn geloof.
Angst, de grootste vijand van mijn vreugde.
Angst, de grootste vijand van mijn hoop.

Lucado wijst op Gods woord waar Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen.’
(Matt.28:20)
Waar we ook naar toe gaan, waar we ons ook bevinden, nergens op deze aarde is een plaats waar God niet is.
Wees niet bang, maar geloof.

Angst is bij tijden de grote aanwezige in mijn leven.
Soms heeft angst mijn leven bepaald, mijn keuzes, mijn doen en laten.
Het is soms nog steeds mijn grootste, steeds terugkerende vijand.
Wat betekent het veel voor mij als Lucado schrijft:
‘De aanwezigheid van angst betekent niet dat je geen geloof hebt.
Angst gaat bij iedereen op bezoek.
Maar zorg ervoor dat je angst een bezoeker is en geen bewoner.’

Wat hebben mensen mij al vaak gekwetst met hun veroordeling vanwege mijn angst.
Wat hebben mensen mij al vaak pijn gedaan met hun onnadenkende uitspraken.
Wat zeggen we soms makkelijk dingen en halen de bijbel te pas en te onpas aan, zonder te weten of ons te bekommeren waar iets vandaan komt, wat de oorzaak is.
Wat heb ik soms getwijfeld aan mijn geloof vanwege mijn angst en wat mensen daar over te zeggen hadden.
Dan is het alsof God nu zelf tegen mij zegt:
‘Mijn lieve dochter, als angst je weer overvalt, weet dan dat dit niets afdoet aan je geloof in Mij, maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis.’

… maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis …
Ja, het kan me soms zo overvallen, gevoelens van zorg, van moedeloosheid, van niet meer weten hoe ik verder moet, hoe ik het vol ga houden, maar deze gevoelens geen intrek laten nemen in mijn hart en in mijn ziel.
Och, wat is dit soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar wat een geweldig liefdevolle God en Vader hebben wij toch, dat Hij steeds opnieuw komt, en laat zien, en Zijn hand uitstrekt en zegt: 'Kom maar, geef maar aan Mij. Kom maar, wees niet bang, vertrouw Mij!'
Soms in de stilte van je Stille Tijd …
Soms met een koffiebezoekje aan een vriendin …
Soms met lezen.
Soms met …

Ja, angst heeft al heel veel geroofd, maar ik ben op weg mijn angst tegemoet te treden met geloof.
Samen, hand in hand met God, met Jezus, met de Heilige Geest.
Soms, dreigt het kolkende water van angst mij te overspoelen, maar ik grijp die toegestoken hand van Hem uit de hemel.
Soms duurt het even, zie ik niets anders dan die golven, maar Hij vind mij belangrijk; Hij komt, Hij wacht, Hij reikt Zijn hand.

‘Wees niet bang.
Geloof!’



📅 November 2009

* Dagboek van Andrew Murray


woensdag 28 januari 2026

Jezus Overwinnaar!
Een Woord ter Bemoediging ..

N.a.v. 👉 Psalm 107


Vanmorgen met mijn Stille Tijd las ik een bepaald Bijbelvers, en aangezien mij iets opviel, pakte ik mijn NBG-Bijbel erbij.
Nu gaat het mij niet om wat ik las, en hoe het op de ene manier in de ene Bijbel stond, en anders in de andere.
Nee, met het openen van deze Bijbel vond ik achterin een paar schrijfblaadjes met wat ik een soort van getuigenis zou noemen, zeker het gedichtje waarmee alles is afgesloten.
Al lezend drong opnieuw tot mij door hoe groot de waarde is van het opschrijven van de goede en mooie dingen die in ons leven gebeurd zijn of gebeuren.
Want, hoezeer hebben we het soms niet nodig om herinnert te worden aan wat de Heer eerder heeft gedaan voor ons en in ons leven.
Ik zou willen dat ik niets zou vergeten van wat de Heer heeft gedaan, gegeven, veranderd, …, dat ik alles kon onthouden wat ik ooit heb geschreven, maar helaas …
In het leven rijgen herinneringen zich aan elkaar en lopen ook door elkaar heen, en soms springt er ineens iets uit door wat we zien, of horen, of ruiken, of …
Soms mooie dingen, soms moeilijke, verdrietige of pijnlijke dingen.
Ik heb al wel vaker aangegeven hoe ik soms door mijn ‘eigen’ schrijfsels wordt geraakt, of door stilgezet, of aangespoord, of ergens aan herinnert.
En dat laatste was vanmorgen het geval.

Het schrijfseltje nam mij mee naar Psalm 107, echt een heel bijzondere Psalm!
Boven deze Psalm staat: 'Danklied voor verlossing uit allerlei nood', maar zelf zou ik het volgende erboven hebben: 'Oproep tot Lofprijs en Aanbidding', er komt namelijk geen woord van Dank aan te pas, maar telkens opnieuw klinkt de oproep om Hem te loven om wat Hij deed.

Een overzichtje van deze prachtige Psalm.

Psalm 107: 1-3

Opdracht tot het Loven van de Heer door allen die verlost zijn.

Psalm 107:4,5,
Psalm 107:10-12 
Psalm 107:17,18
Psalm 107:23-27

Beschrijving van de omstandigheden en de noden.

Psalm 107:6.7
Psalm 107:13,14
Psalm 107:19,20
Psalm 107:28-30

De roep tot de Heer om verlossing en de verhoring.

Psalm 107: 33-42

De wonderbaarlijke dingen die de Heer doet; voorkomt uit.

Psalm 107:43

Aansporing tot Lofprijs en Aanbidding.


Als je Psalm 107 goed lees, merk je dat het een Psalm is met een bepaalde cadans; steeds opnieuw zie je een herhaling van opsomming van noden - omstandigheden - situaties, vervolgens gebed om hulp en het horen van de Heer in de verlossing die Hij gaf.
Het maakt deze Psalm heel rijk aan troost en bemoediging.
Eigenlijk komt elk denkbare situatie er in voor en laat ons zien dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, en ongeacht hoe we daar ook in zijn gekomen, als we tot de Heere roepen om verlossing zal Hij horen en uitredden; hetzij door het veranderen van omstandigheden, herstel,genezing of vergeving te geven, of de hulp en de kracht die we nodig hebben om ergens door heen te komen.
En wat hebben we, ja, soms opnieuw en opnieuw, het nodig om herinnert te worden aan Wie de Heere is, en wat Hij doet, en wil doen.
Wat kan alleen het herinnerd worden hieraan, al tot kracht en bemoediging zijn!


Hoe goed is het dan ook om de dingen die de Heer in ons leven doet, of geeft, of laat zien, of … op te schrijven.
Wat kunnen ze tot een bemoediging of een aansporing zijn in dagen dat we het moeilijk hebben, of niet meer zien zitten; teleurgesteld zijn of het zicht op Hem even weg of verduisterd.
Dit was zeker zo voor mij het geval met het schrijfsel dat ik vond en dat mij terugbracht bij deze bijzondere Psalm en bij de overwinnende, levengevende woorden die doorklinken in het gedichtje waar het schrijfsel dat ik gevonden had, mee afgesloten werd.
Het is mijn gebed, dat als jij het nodig hebt, ook hierdoor bemoedigd en gesterkt wordt.

Eén ding weet ik nu zeker:

Als ik tot U roep,
al is het vanuit de diepste nood;
U hoort mijn stem
en redt mij uit al mijn angsten.
Hoelang een storm ook duurt,
hoe hoog de golven ook slaan,
hoe donker en duister het ook is,
wat of wie mij ook belaagt,
U hoort en redt;
U verlost en bevrijdt;
U zendt en doet gaan.

Uit al mijn angsten hebt U mij verlost,
door alle stormen heen heeft U mij gedragen.
In elke duisternis kwam altijd Uw licht,
in alles zag ik steeds opnieuw: 
U hebt de boze verslagen!

Jezus, U bent Overwinnaar!

~ ~ * ~ ~

Tot slot wil ik nog een paar woorden doorgeven die ik eergister hoorde met het kijken en luisteren van het filmpje van Aweis, dat ik doorgestuurd kreeg via Open Doors.
Woorden, die mij heel stil maakten en tot diep nadenken stemden, en waaraan ik moest denken met het schrijven van dit blogje.
Dat ze tot inspiratie en bezieling mogen zijn voor ons.


‘Dus, hoeveel dreigingen ook op mij af blijven komen, 
ik ben vastbesloten om koers te houden 
en nooit te verzwakken in mijn geloof 
of in mijn bediening.’


Overwinning begint veelal met een vastbesloten keuze; of zoals over Daniël staat in Daniël 1 vers 8: ‘Daniël nu nam zich in zijn hart voor …’
De Psalm roept ook iedere keer op om de Heer te loven en te aanbidden om Wie Hij is en om wat Hij heeft gedaan.
Onze dankbaarheid en lofprijs heeft twee kanten.
Enerzijds geeft het God de eer die Hem toekomt, anderzijds herinnert het ons nog eens extra aan Zijn grootheid en goedertierenheid.

Maar misschien zijn de woorden van Aweis wel de mooiste  vorm van Lofprijs en Aanbidding die we de Heere kunnen geven: vastbesloten zijn om koers te houden, nooit te verzwakken in ons geloof, of welke bediening (geestelijk of moeder en huisvrouw of …) we ook hebben; in ons hart voornemen dat te doen wat de Heer zegt.
Een onverdeeld hart voor Hem, gesterkt en geleid door de Overwinning van onze Here Jezus Christus.


🙏 Heere ...

donderdag 8 januari 2026

Verborgen boodschap ...

Gistermorgen keek ik vanaf onze eettafel naar buiten.
Alles, de tuintafel met twee stoelen, de schilderijtjes aan de schutting, het eikeltje met pinda’s, het huisje met een pot pindakaas erin, planten, straatje …, alles is bedekt onder een dikke laag sneeuw.
En zo dus ook de arend achterin onze tuin.
Het is de arend die ineens mijn aandacht trekt boven al het andere uit.
Zoals die daar nu staat, in deze houding en onder de sneeuw, vorm hij een hart.
Ik heb dit nog niet eerder gezien, maar ja, zo vaak sneeuwt het ook niet en ook niet zodanig dat het blijft liggen.
Het raakte me, en ik bedacht me welk een mooie boodschap er zo verborgen ligt in het beeld van de arend.


'Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft,
zijn vleugels uitspreidt, ze pakt 
en ze draagt op zijn vlerken, 
zo heeft alleen de HEERE hem geleid, …’
Deuteronomium 32:11,12 

‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.’
Jesaja 40:31

Is het niet de Liefde van God die ten grondslag ligt aan deze woorden van God?
Straks smelt de sneeuw, en daarmee verdwijnt het hart dat nu zichtbaar is, maar in mijn gedachten zal de herinnering blijven en de foto zal het zichtbare bewijs zijn van dat er was.

Is het eigenlijk zo ook niet met de Liefde van God?
Soms zien we die zo duidelijk, maar niet altijd, soms duurt het even eer we Zijn Liefde weer zien en ervaren.
Maar dit wil niet zeggen dat die Liefde er niet is, dat Hij niet van ons houdt.

Soms geeft de Heer ons kostbare, bijzondere momenten waarop Zijn Liefde zichtbaar is, tastbaar, voelbaar; momenten die we koesteren en bewaren voor tijden dat het 'weg' is; we bewaren die momenten in ons hart.
En zoals de foto het zichtbare bewijs is van dit 'verborgen' hart, ik het als een herinnering met mij mee mag dragen, zo is Zijn woord is het zichtbare bewijs van Zijn oneindige Liefde voor ons.
Het is aan ons om dit steeds opnieuw te openen en tot ons te nemen.

Arend, je bent een beeld van God;
van gedragen worden door Hem,
van vernieuwde krachten.
Het hart daarin is echter Zijn liefde,
soms zichtbaar, soms verborgen,
maar altijd aanwezig
voor allen die verwachten.

woensdag 31 december 2025

Morgen is morgen ...

Ook het afgelopen jaar heb ik weer een aantal citaten uit boeken overgenomen, gewoon omdat ze me raken, iets met me doen, iets in mij losmaken.
Soms schrijf ik erover, soms niet, en soms blijven ze liggen voor een later tijdstip, zoals nu.
Als ik de citaten doorlees die ik afgelopen jaar zo heb opgeschreven, blijf ik steken bij eentje uit het boekje ‘Cappuccino’ van Max Lucado.

‘God zal jou nooit de hele weg laten zien.
Dus stop maar met zoeken.
Hij beloofde een lamp voor je voet,
geen kristallen bol voor de toekomst.
We hoeven niet te weten
wat er morgen gaat gebeuren.’

Vandaag is de laatste dag van 2025, en een heel nieuw jaar ligt voor ons.
Met alle ontwikkelingen die gaande zijn in de wereld, en zeker niet minder ook in ons eigen land, kan bezorgdheid ons hart behoorlijk binnenkomen.
We zien de wereld afglijden, we zien ons eigen land afglijden; steeds verder glijden we de diepe duisternis van de afgrond in.
Met de dag raken we verder verwijderd van God en Zijn Woord, en daarmee ook van de zo belangrijke normen en waarden, van leefregels die tot Zijn eer en ons welzijn zijn gegeven.
Zijn Woord mag ons niet meer leiden, en steeds minder wordt geaccepteerd als we willen vasthouden aan Zijn Woord, aan wat Hij ons zegt en leert.
Hoe moet het gaan?
Wat zal 2026 ons brengen?
Ja, in Zijn woord heeft de Heer aangegeven waar we op moeten letten, op de tekenen des tijds,
en ik geloof ook dat dit heel belangrijk is, maar tegelijk mogen we rusten in het vertrouwen dat Hij voor ons zorgt, en zal zorgen.
En dat is -wat ik geloof, dat het citaat ten diepste wil zeggen.


Psalm 119:105 zegt: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.’
Een lamp verlicht slechts een klein gedeelte; er is geen enkele lamp die een heel land kan verlichten, dus als Gods Woord ons laat weten dat het een lamp voor onze voet is, dan moeten we aanvaarden dat de Heer vindt dat dit genoeg is voor ons om te weten, en dat we de rest aan Hem mogen overlaten.
Het kleine stukje weg dat Hij ons toont, is genoeg voor dit moment; morgen is morgen; welk een liefde betoont Hij ons hiermee!
Is het makkelijk?
Nee, dat is het negen van de tien keer niet.
Maar dit is wel de weg van vertrouwen die Hij ons wil leren.

2026 is voor mijn man en mij ook een spannend en onzeker jaar.
De lichamelijke conditie van mijn man is dermate, dat werken een zeer grote uitdaging is geworden en de beslissing is afgelopen maanden gevallen, hij gaat eind augustus stoppen.
Maar hij is pas 65, dus …
Hoe zal het de komende maanden gaan?
Hoe zal de afronding zijn?
Hoe … ?
En dan … ?
Zoveel onzekerheden.
Toch zegt de Heer: ‘Mijn Woord is een lamp voor je voet en een licht op je pad!’

‘En zie, Ik ben met je, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld!
Amen.’ 

‘Ik zal u niet beslist niet loslaten en u beslist niet verlaten.’ 

Heb Ik u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de Heere, uw God, is met u, overal waar u gaat.

Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur.

Gods weg is volmaakt, het Woord van de Heere is gelouterd, Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen.

Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw!

Matth. 28:20, Hebr. 13:5, Joz. 1:9, Psalm 18:30,31, Psalm 91:1,2

Nee, God zal ons nooit de hele weg laten zien, maar Hij geeft ons wel een lamp, Zijn Woord, om het pad dat we hebben te gaan, te verlichten.
Woorden van Hoop.
Woorden van Bemoediging.
Woorden vol Aansporing om vol te houden en standvastig te zijn.
Woorden om te troosten.
Woorden van Wijsheid.
Woorden om te Bidden.
Woorden om ons tot Stilte te manen.
Woorden van, tot, vol van …
Er is niets dat in ons leven gebeurt, waar Zijn Woord ons niet in kan bijstaan.

Nee, we hebben geen kristallenbol nodig om in de Toekomst te kunnen kijken, maar een hart vol Geloof en Vertrouwen, dat Hij Die ons gemaakt heeft, zorgt voor wat Hem toebehoort!

Morgen is morgen.
Elke dag heeft genoeg
aan zijn eigen kwaad.
Morgen is morgen.
Elke dag geeft God ons
door Zijn Woord raad.

Morgen is morgen.
Vandaag wil Hij ons
ontmoeten en geven.
Morgen is morgen.
In de stilte geeft Hij
ons woorden van Leven.

Morgen is morgen.
Vandaag is Zijn Woord
het licht op ons pad.
Zijn verlangen is dat het
in Geloof en Vertrouwen
door ons wordt omvat.


Gods rijke zegen van Licht, Liefde, en Leven, van Geborgenheid en kracht voor het nieuwe jaar dat voor ons ligt.
Dank je wel, voor het meelezen, voor de reacties, voor bemoediging die ik daar doorheen mocht ontvangen.

Een Liefdevolle groet,
Rita

maandag 13 oktober 2025

Open armen ...

Bij Hem kunnen we onszelf zijn.
Tegen Hem kunnen we alles zeggen.
Bij Hem kunnen we alles kwijt, zelfs onze diepste geheimen.
Adam en eva verstopten zich voor God, ze schaamden zich zo voor wat er was gebeurd, voor wat ze hadden gedaan.
De Heere keerde Zich echter niet van hen af, maar zocht hen, riep hen.

Hij, Die onze gedachten kent, zelfs weet wat we willen gaan zeggen, staat met open armen te wachten om ons verhaal te horen, onze diepste geheimen, de dingen waar we ons misschien wel heel erg voor schamen en waardoor we niet tot Hem durven gaan.
Maar Hij wacht met open armen, om te kunnen vergeven, te helen, in liefde te omarmen.


Kom bij Mij!

Ver weggestopt
is wat je werkelijk
denkt en voelt.
Je past je aan
en houdt voor je
wat je eigenlijk bedoelt.

Groot is je pijn,
verborgen, onzichtbaar,
diep weggestopt.
Je dwaalt rond
door alles wat
je hebt opgekropt.

Zachtjes klinkt er een stem:
‘Mijn kind, waar ben je?
Ik wil je zo graag helpen.
Geef het aan Mij, bij Mij is ’t veilig.
Hier ben Ik; niets is te groot, te moeilijk.
Laat Mij toch je bloedende wonden stelpen. 

Laat Mij je toch helen,
je wonden genezen.
Verberg je onder Mijn vleugels
en je hebt niets meer te vrezen.

Kom bij Mij, Mijn kind;
kom naar huis;
laat Mij je omarmen,
Ik wil je zo graag zeggen:

‘Welkom thuis!’

dinsdag 1 april 2025

Mijn moesje

... in liefdevolle en dankbare herinnering ...


Ik richt mijn hart op de Heere,
want mijn hulp komt van Hem,
Die hemel en aarde geschapen heeft.
Hij, Die sluimert noch slaapt,
zal mij voor wankelen behoeden;
Hij is het, Die mij in liefde omgeeft.

Gister plaatste ik dit gedichtje als BemoedigingsMomentje op dit Blog; in gedachten zijnde bij vandaag, de dag dat het vijf jaar geleden is dat de Heere mijn moesje thuishaalde.
Psalm 121 was haar lievelingspsalm.
Vanaf de dag dat mijn jongste broertje verongelukte is het deze Psalm geweest die haar ondersteunde in haar verdriet, die haar de kracht gaf die zij nodig had, en haar hielp om door te gaan ondanks de pijn van het verdriet, het gemis en de lege plek die hij achterliet.

Het is niet het eerste gedichtje dat ik na aanleiding van deze Psalm schreef, en toch is deze heel anders.
Als ik net het Blogje van 5 april 2020 teruglees, -een paar dagen na haar overlijden, en daarmee ook het gedichtje dat ik toen schreef naar deze Psalm, dan voelt het ineens alsof dit kleine gedichtje de echte afsluiting is van dat gedicht, namelijk het antwoord daarop.
Weg is het zoeken, weg zijn de vragen, weg is elke onzekerheid in deze woorden.
De keuze is gemaakt: Ik richt mijn hart op de Heere!
Mijn hulp komt van Hem, Degene Die alles geschapen heeft en alles in Zijn hand heeft.
Die nooit slaapt, zelfs niet even doezelt, maar altijd waakzaam is, ons ziet, ons hoort, met ons is begaan.
Die ons elke dag wilt ondersteunen, dit ook doet, en wat wij ook zullen ervaren als wij Hem toelaten.
Die ons liefheeft met een eeuwige liefde.

Hoewel er vandaag weer tranen zijn, -soms komen herinneringen zo sterk binnen, haar overlijden was immers niet het enige dat speelde in die tijd, zijn het wel tranen die een weer een stukje genezing brengen van waar toen geen tijd en geen kans voor was door haar overlijden.
Wat hebben we toch een liefdevolle God en Vader, dat Hij ons tranen om te huilen heeft gegeven; tranen die ontladen, schoonwassen, stukjes pijn en verdriet meenemen, terwijl Hij ze verzamelt in Zijn kruik.

Vandaag is ook een dag vol dankbaarheid, omdat de Heer haar met het thuishalen, haar bewaarde voor meer pijn en verdriet.
Dankbaarheid, omdat ze herenigd is met mijn vader en haar jongste zoon.
Dankbaarheid, om het voorbeeld dat ze achterliet in de manier waarop zij omging met haar naderende einde.
Dankbaarheid, omdat ik in de afgelopen jaren mocht ervaren, dat God de lege plek die zij achterliet, innam; immers, nu zij weggevallen was, bracht het mij alleen nog maar meer bij Hem.

En zo eindig ik dit ‘in liefdevolle herinnering’ blogje met een dankbaar hart, waardoor het echt een 'in liefdevolle en dankbare herinnering' is.

Op deze dag vol herinneringen,
wil ik niet alleen terugdenken,
maar U bovenal bedanken, Heer.
Danken, voor Wie U bent,
voor Uw nimmer aflatende zorg,
voor Uw troost, hulp en kracht.

Danken, voor de ontfermende liefde
waarmee U mij steeds omgaf en geeft,
en al mijn dagen nog omgeven zult.
Dank U, dat U er altijd was en bent,
en dat U er ook altijd zult zijn, elke dag.
Dank U, dat U boven op mij wacht.

💕 In liefdevolle, en dankbare herinnering aan mijn moesje ✞ 1-04-2020💕   
>> 5-04-2020 - Mijn hulp is van de Heere


maandag 10 maart 2025

Alleen ...

Gedachten bij Hoofdstuk 8 van het boekje ‘Pluspunt’ van Tineke Tuinder -Krause.
Een schrijfboek over aantrekkelijk ouder worden.


Het is bijna een jaar geleden dat ik wat schreef n.a.v. dit boekje.
En opnieuw moet ik bekennen dat ik het wel een paar keer in mijn handen heb gehad, maar dat ik niet wist wat ik toch met het volgende hoofdstukje aan moest, en ja, dan blijft het liggen.
Soms bekroop me ook het gevoel dat ik misschien maar beter niet met dit boekje had kunnen beginnen, zo oud was en ben ik immers nog niet, en toch …
Ik vind het gewoon fijn om dingen te lezen en er al schrijvend over na te denken.
En, laten we eerlijk zijn, wat nu niet is, kan nog wel altijd komen, en dan is het nooit verkeerd om alvast eens over bepaalde dingen nagedacht te hebben.

Het hoofdstukje voor deze keer gaat namelijk over alleen zijn; hetzij doordat je geliefde is overleden, of omdat je nooit getrouwd bent geweest.
En ja, daar liep ik nu tegenaan.
Ik ben geen weduwe, noch weet ik wat het is om alleen ouder te worden zonder ooit getrouwd te zijn geweest.
Dus hoe zou ik hier ooit iets over kunnen zeggen?
En zo kan ik dus ook op de vragen en de te overdenken gedachten en ideeën geen antwoord geven.
Toch besluit ik om er niet meer voor weg te lopen, want al kan ik niet schrijven vanuit ervaring, ik kan wel in eigen woorden iets delen van wat de schrijfster zegt in dit hoofdstukje, als ook enkele Bijbelteksten die zij geeft, en een mooi citaat,
En misschien kan één van mijn gedichten, ook al zijn ze niet geschreven vanuit ervaring, toch tot troost en bemoediging zijn. 


Jesaja 46:4 
‘Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, 
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen;
 Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.’


Van de schrijfster (beknopt en in eigen bewoordingen):
‘Alleen zijn; degene die je lief en dierbaar was is er niet meer, voorbij is het samenzijn en alles wat daarbij hoort.
Nooit getrouwd; maar met het ouder worden, het minder kunnen, het wegvallen van mensen om je heen …, kunnen leegte en stilte je aangrijpen, en je doe afvragen naar de zin van het leven.
En ze wijst op de zegen van het door de jaren geleerd hebben van je openstellen voor wie God op je pad bracht en gesloten en onderhouden vriendschappen.
Hoezeer heeft een mens dit vooral niet nodig als je alleen komt te staan.
Maar ze wijst er ook op dat het nooit te laat is om er anders als nog mee te beginnen als je er voor die tijd geen kans toe hebt gehad.
De mooiste bemoediging vind ik in het laatste dat ze schrijft:
‘Maar blijf bovenal de God van de weduwen en de wezen zoeken, Die jouw lege handen vult met Zijn genade en volheid.’

Psalm 68:5-7
‘Zingt Gode, psalmzingt Zijn naam … Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen,
God in zijn heilige woning; God, die eenzamen in een huisgezin doet wonen, …’

Psalm 37:25 
‘Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden, maar ik heb de rechtvaardige nooit verlaten gezien, of zijn nageslacht op zoek naar brood. De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, en zijn nageslacht is tot zegen.’


Wees maar niet bang!

Nu ben ik alleen.
Mijn huis is leeg.
Geen stem weerklinkt.

Voelbaar is de stilte.
Tastbaar de leegte.
Kwetsbaar de eenzaamheid.

Geen luisterend oor.
Geen arm om mij heen.
Geen warm kloppend hart.

O Heer, het valt mij zo zwaar.
Het alleen zijn, de eenzaamheid.
Het drukt zo op mij neer.
Ik mis zijn stem,
zijn gelach en zijn gemopper.
Alles, alles is nooit meer.

Nooit meer.
Nooit meer.
Wat doen deze woorden pijn.
Nooit meer.
Nooit meer.
Niets zal ooit nog hetzelfde zijn.

Lieve Vader in de hemel,
neem mij toch in Uw armen.
Draag mij waar ik niet kan staan.
Vul mijn hart
met Uw erbarmen.
Zonder u kan ik
alleen niet verder gaan.

‘Mijn lieve kind,
wees maar niet bang.
Want Ik ben altijd bij je.
Kijk maar niet angstig rond,
want Ik ben jouw God.
Ik zal je sterk maken.
Ik zal je helpen.
Ik zal je ondersteunen.
Ik ben je behoud.
Want IK, de Heer,
ben jouw God,
Ik sta jou terzijde.’


Jesaja 41:10,13
'Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.
...
Want Ik ben de HEERE, uw God, Die uw rechterhand vastgrijpt
en tegen u zegt: Wees niet bevreesd, Ik help u.'

vrijdag 24 januari 2025

Ik doe meer dan jij kunt zien!

Voor ik hier op Blogger kwam, heb ik een aantal jaar een Blog gehad op Punt.nl. en de meeste van de blogjes die ik daarvoor geschreven had, heb ik opgeslagen op mijn laptop.
Af en toe heb ik er al eens eentje hier geplaatst, maar nog velen bevinden zich opgeslagen in mijn documenten.
De gedichten heb ik wel allemaal op ‘Words of my Heart’ geplaatst, maar hier slechts enkele schrijfsels.
Zo af en toe lees ik weleens terug wat ik schreef, en soms bekruip mij het gevoel van ‘wat jammer dat dit allemaal weg is', want ja, met het ophouden van het bestaan van Punt.nl, hield uiteraard ook mijn oude Blog op te bestaan.
En zo wil ik dit jaar hier af en toe eens een oud blogje  uit die periode plaatsen.
Ik zal daarbij het origineel zoveel mogelijk in stand houden, en alleen enigszins aanpassen wanneer dat nodig is.

‘God, zie niet werkeloos toe, blijf niet zwijgen,
houdt U niet doof.’

GNB – Psalm 83:1

‘O God, zwijg niet, houd U niet doof,
wees niet stil, o God!’

HSV - Psalm 83:2

Toen ik vanmorgen (Dit was ergens tussen september- november 2010) deze tekst las, moest ik denken aan de preek van vorige week, of beter gezegd, aan één zinnetje van die preek.
Een zinnetje, uitgesproken aan het begin van de preek en die mij niet meer losliet (laat).
'God doet meer dan wij kunnen zien.'
Het was alsof God het tegen míj persoonlijk zei: 'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Soms lijkt het alsof we vastzitten in onze omstandigheden, en hoe wij ook bidden, er lijkt niets te veranderen of te gebeuren.
We zien het niet, we voelen het niet; alles lijkt voort te gaan zonder dat God ingrijpt of ook maar iets lijkt te doen.
En als we dan dit woord uit de Psalmen tegen komen, dan kunnen we het met de schrijver uitschreeuwen: ‘God, zie toch niet werkeloos toe, blijft toch niet zwijgen, houdt U toch niet doof!’
Misschien komt de volgende vraag er wel achter aan: ‘Waar bent U toch?'
We hebben het zo nodig te zien, te ervaren dat U er bent, dat U ons hoort, ons ziet.

Maar niet altijd ervaren we in moeilijke omstandigheden, vooral als situaties langer duren, dat God er is of ook maar iets doet.
Misschien voelt het wel alsof we in een woestenij lopen, we hebben dorst, maar nergens is er water te vinden; we hebben beschutting nodig, maar nergens is er een plaats die schaduw of beschutting biedt.
Alles is troosteloos en triest, heuvels en bergen zijn er genoeg en in de dalen is alles kaal en dor.
Geen boom, geen struikje, geen bron, niets.
Heuvels en bergen te over, maar nergens iemand te bekennen die je helpt, een schuilplaats aan biedt en te eten en te drinken geeft.
En je loopt door, je sjokt door de woestenij en schreeuwt het uit naar boven.
Verstandelijk weet je dat Hij er is, móet zijn; je weet dat Hij je overal ziet en met je mee gaat; dat er niets gebeurt buiten Hem om en dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede omdat je Hem liefhebt, dat zegt Hij immers in Zijn Woord, maar …
Je weet het allemaal, maar nu, op dit moment; het duurt te lang en uitzicht op verandering is in geen velden of wegen te zien.
En toch zegt God op zo'n moment: ‘Ik doe meer dan jij kunt zien!’

Ik werd stil bij dit woord.
Het was als een terechtwijzing, maar tegelijkertijd ook een bemoediging.
Een terechtwijzing, omdat ik zag op de omstandigheden en alleen maar keek met mijn menselijke ogen en niet met geestelijke ogen.
God is zo oneindig groot, zo oneindig machtig, hoe zou ik kunnen begrijpen wat Zijn weg is; maar desondanks heeft Hij bemoeienis met mij, met ons en komt Hij met Zijn woord en spreekt.

'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Wees gerust, klinkt erin door; al zie jij niets, al ervaar jij niets, al lijkt het alsof Ik niets doe, toch gebeurt er zoveel meer dan jij denkt of ziet.
Laat het toch aan Mij over.
Ik heb het beste met je voor.
Het heden, verleden, maar ook de toekomst is in Mijn hand.
Ga, geloof en vertrouw.
Ik ben bij je.
Ik doe meer dan jij kunt zien!

woensdag 15 januari 2025

Een glimlach in het duister ...

Hoe heerlijk is het als er weer tijd en ruimte is in je hart en leven om dingen die je raken weer om te kunnen zetten in woorden.
Wat heb ik dat gemist!
In dit blogje weer een zinnetje dat mijn hart beroerde en vreugde gaf, ja, een warme glimlach op mijn gezicht teweegbracht.
Een klein zinnetje maar, slechts een paar woorden, en toch zo’n grote inhoud.

Het is een zinnetje uit het boekje ‘Hoop en Vertrouwen’ van Debora M. Coty*, een klein boekje met korte bemoedigende overdenkingen; gewoon heerlijk om zo even te lezen tussen alle werkzaamheden door, of voor het slapen gaan, of wanneer je ook maar even een kort bemoedigend woordje kunt gebruiken.

‘Hoop is een glimlach in het duister.’


De een noemt hoop een emotie, een ander vindt het geen emotie maar een manier van denken, hoe je het ook wendt of keert, één ding staat vast: Hoop is iets positiefs.
De schrijfster beschrijft het ook als een emotie, maar noemt het ook een perspectief, discipline, manier van leven.
Ze noemt hoop ook ‘een weg van keuzes’, dat we moeten leren om de boodschappen van ontmoediging, wanhoop en angst te overwinnen; dat als deze ons in moeilijke tijden overvallen, we ons moeten richten op het licht.

Ik weet nog dat toen ik dit voor het eerst las er allerlei flarden van Bijbelteksten door mijn hoofd gingen, er zijn er zovelen; zo mooi, zo bemoedigend.
En terwijl ik nu achter mijn laptop zit, bedenk ik mij dat ik vast al het een en ander over Hoop heb geschreven, dus ik kijk snel ‘even’.
Als ik in mijn documenten het woordje Hoop intyp en op zoeken klik, ben ik verbaasd over wat er allemaal tevoorschijn komt.
Ik lees hier en daar wat, en verbaas mij vervolgens weer over het feit dat ik enerzijds zo ‘vergeetachtig’ ben (gezien wat ik lees), en anderzijds hoe opeenstapeling van moeilijke dingen het toch weer kunnen winnen en een mens voor korte (of langere) tijd hun hoop kunnen roven of besmetten.
Het ‘even’ wordt wat langer als ik documentje na documentje aanklikt, afbeelding na afbeelding met gedichtjes over Hoop en teruglees wat ik allemaal heb geschreven.

Hoop is een glimlach in het duister …
Met het teruglezen van een bepaald gedichtje word ik teruggebracht in de tijd, een heel moeilijke en verdrietige tijd, en herinneringen aan de dag dat ik dit gedichtje schreef, komen terug.
In gedachten zie ik nog de foto, van waaruit ik dit gedichtje heb geschreven, aan de muur hangen.
Weliswaar niet meer in detail, maar wel de kern.
Waar de foto was genomen, weet ik niet meer, maar ze hadden hem opgehangen vanwege de hoop die deze foto uitstraalde.
Het was een foto van een kabeltreintje dat een helling opreed in een stad.
Onderin was het vrij donker, maar waar bovenaan de weg ‘ophield’, was het felle licht van de zon zichtbaar, en daar reed het treintje naar toe.
Ik herinner me weer hoe ik geraakt werd door dit beeld, - ‘Gods licht, -Hoop, dat altijd aan de horizon gloort’, en dat ik dit beeld en deze gedachten mee naar huis nam, terwijl de woorden van het gedichtje zich al in mijn hoofd vormden.
Hoe donker die tijd ook was, deze foto was voor mij een glimlach in het duister, omdat het het Licht van Hoop in mijn ziel ontstak.
Het gedichtje is nooit verder gekomen dan mijn Facebookpagina ‘Bloem in Gods tuin’, zelfs op mijn Gedichtensite stond het niet.
Misschien wachtte het wel speciaal op deze dag, op dit moment, om een glimlach in het duister voor een ander te zijn.

De trein van het leven
trekt voor een ieder
zijn eigen spoor.
Soms zijn er heuvels,
dan weer dalen,
het gaat maar door.
Maar als we stappen
in de trein van Gods genade,
gloort Zijn licht aan de horizon.
Hoop doet onze kracht herleven
als we blijven putten
uit Zijn Bron.


Ja, hoop is een glimlach in het duister!
Want Hoop doet Leven, hoop geeft perspectief, hoop geeft nieuwe moed en kracht, omdat Hoop een Naam heeft, en die Naam is Jezus!

Ooit schreef ik ook het blogje ‘Niets kan je hoop doven’, en hoewel ik zelf nog menigmaal het gevoel heb gehad dat dit wel zo was, was het in werkelijkheid niet zo.
Ja, het zicht op onze hoop kan voor korte of langere tijd ondergedekt of beschadigd raken, maar als kind van Hem hebben we in Jezus een blijvende hoop, een hoop die een anker is voor onze ziel.

‘opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen,
een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben
om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.
Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel,
dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom,
achter het voorhangsel.’
Hebreeën 6:18, 19

‘En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader,
Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade,
moge uw harten vertroosten en u in elk goed woord en werk versterken.’
2 Thessalonicenzen 2:16,17

Zijn licht van hoop
schijnt altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.


*>> ‘Hoop en Vertrouwen’ - Debora M. Coty

👉‘Niets kan je hoop doven’

zondag 28 april 2024

Ontferm U!

Daar ik eigenlijk nog te moe was om te schrijven, ben ik maar weer even verder gegaan met het opruimen en ordenen van alles dat op mijn laptop staat; op de één of andere manier zit daar iets rustgevends in.
En zo gebeurt het, dat ik een opnieuw een opgeslagen ‘kladblokblaadje’ tegen kom met een gedichtje dat mijn binnenste ook dit keer weer in beroering brengt.
Ik zeg opnieuw, omdat ik dit ‘kladblokblaadje’ al vaker ben tegengekomen, maar gewoon niet meer weet of het nu van mijzelf was, of overgenomen, en ik kon het op de één of andere manier ook maar niet vinden.
Het voelt als van mij, en tegelijk ook weer niet, en dus ga ik dit keer eens goed op zoek in mijn documenten en Blogs of ik er ook maar ergens iets van kan terugvinden.
Het is niet eens veel later als ik het stukje vind waaruit dit gedicht komt.
Het blijkt te komen van mijn Blog 'In rust met U', waar ik n.a.v de kalender ‘Jouw dagmoment’ van Beth Moore, iedere week een stukje, gebed en gedicht schreef.
Het betreffende gedicht is van Week 24 - 2013 en gaat over depressie.
En ondanks dat ik niet van plan was te schrijven, brengt dit gedicht mij toch in beweging, daar uit mijn zoekwerk ook blijkt, dat ik het nooit op mijn gedichtensite geplaatst heb.
Daarbij is depressie iets dat de laatste jaren, in het bijzonder sinds de coronatijd, enorm is toegenomen.
En daar wij er in ons gezin vroeger ook mee te maken hebben gehad, raakt het mij nog steeds, want het is ingrijpend; het gaat diep, en doet heel veel met een mens, zowel met de persoon die het heeft, als degenen die ernaast staan; kortom, het beïnvloed het hele gezin.

Maar er is nog een andere reden dat ik iets meer uitweid met oog op dit gedicht, en dat komt door hetgeen ik vanmorgen hoorde met het kijken van een aflevering van een serie die ik keek.
Het is een aflevering waar het naast andere dingen over PTSS gaat.
Ik weet, het is maar een serie, maar er werd op een gegeven moment iets gezegd hierover, dat mij diep raakte, en ik zette de serie op pauze om snel pen en papier te pakken en het op te schrijven, want helaas hebben we ook hiermee in ons gezin te maken.
Van het gedicht, had ik toen nog geen weet.

Als ik dan het gedicht wat later tegenkom met het opruimen van mijn laptop, en vanuit mijn ooghoek het papiertje op mijn bureau zie liggen met het overgenomen citaat erop, kan ik niet anders dan in de pen klimmen om vast te leggen en door te geven wat ik heb gehoord en geschreven.
Biddend, dat het naast meer begrip, ook -al is het maar ietsje, Licht mag brengen in de duisternis van iemands leven.

Laat ik je eerst meenemen naar het citaat uit de serie.

‘Weet je wat het wreedste symptoom van PTSS is?
Het is een dief!
Het ontneemt ons het vermogen om het licht te zien.’

Van depressie weet ik dit; heb het zo van dichtbij gezien, en ergens zag ik het ook bij PTSS, maar met het vanmorgen zo ineens ziende te horen, dát kwam heel erg binnen.
Een dief!
Het ontneemt het vermogen om het licht te zien!
Licht, dat zo nodig is om te leven, om te kunnen functioneren, om ...
Hoe verschillend depressie en PTSS ook zijn, dit hebben ze wel gemeen.
En dat is ook hetgeen in het gedicht zo naar voren komt; de wereld waar licht (praktisch) ontbreekt, maar met de blik op wie God is, en de bede dat Hij erin komt bij eenieder die er mee te dealen heeft.

Al met al maakt me allemaal een beetje stil.
Aan de ene kant zou ik van alles willen schrijven, om op te beuren, om te troosten, om wat Licht te brengen, maar ik heb geen woorden om nog te schrijven; ik heb nauwelijks woorden om te bidden, zo ingrijpend zijn deze dingen.
Maar ik ervaar dat het ook niet hoeft; de woorden van het gedicht, hoewel al meer dan tien jaar oud, zeggen genoeg.


Ontferm U!

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel,
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat,
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel,
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van Liefde,
God van Licht,
God van Kracht,
en God van Leven.
God van Troost,
God van Hoop,
God van Bevrijding,
en God van Genezing.

Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

– Amen –


'Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE;
mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Psalm 18:29 


'En toen zij Jericho uit gingen, volgde een grote menigte Hem.
En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging: Heere, Zoon van David, ontferm U over ons!
De menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Ontferm U over ons, Heere, Zoon van David!
En Jezus stond stil, riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?
Zij zeiden tegen Hem: Heere, dat onze ogen geopend worden.
En Jezus, Die innerlijk met ontferming bewogen was, raakte hun ogen aan; en meteen werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.'
Mattheüs 20:29-34

vrijdag 1 maart 2024

Een Gedenk'steen' ...

Op mijn andere Blog 'Quality Time' plaatste ik in Week 9 een afbeelding waar een verhaal achter zit.
Helaas bestaat het Blog waar ik dit verhaal toen plaatste niet meer, maar sommige verhalen (dingen) zijn echt de moeite waard om te bewaren, al was het om bepaalde dingen gewoon niet te vergeten.
Dit is voor mij zo'n verhaal, waarmee het schilderij voor mij tot een soort van 'Gedenksteen' is geworden.


Terug naar 2009
Het was 9 oktober 2008 dat ik mijn eerste Blog startte op Punt.nl.
Mijn eerste blogjes schreef ik vanaf mijn keukentafel, want ik had toen nog geen eigen studeerkamer.
Maar begin 2009 kwam er een kamertje vrij in ons huis, en kreeg ik mijn eigen plekje om te schrijven.
Mijn prachtige bureau en de zo felbegeerde grote boekenkast waren niet de enige dingen die hun plaats kregen in dit kamertje.

'Mijn kamertje is nu bijna helemaal klaar.
Gisteren zijn we naar Christa Rosier geweest om schilderijen te bekijken.
Voor mijn kamertje wilde ik maar één ding, een reproductie van het schilderij 'Huilende vrouw'.
Dit schilderij heeft zij geschilderd als onderdeel van het rouwproces in het verlies van haar zoon Ephraim.
Op haar site kunt u haar uitleg bij dit schilderij lezen, maar ook haar verhaal.

Zelf heb ik (wij) geen kind verloren, net niet, maar wat kwam het dicht bij.
Twee van onze zonen zijn zo gepest en onderuit gehaald op school, dat ze de zin in het leven verloren en niet meer wisten hoe ze verder moesten.
Menig telefoontje kwam: 'Mam, ik sta hier, ik sta daar en ik heb de neiging onder de trein te stappen, de snelweg op te lopen. Mam, ik weet niet meer waar ik ben.'
Kreten om hulp, maar wat had het verkeerd kunnen aflopen.
Automutilatie, pijn met pijn bestrijden.
O, wat een pijn dat te zien bij je kind.

Ruim zes jaren zijn nu voorbij.
Zware jaren, waarin de depressiviteit van mijn kinderen hun sporen nalieten in en op mijn leven.
Zware jaren, waarin ik het heb uitgeschreeuwd naar God: 'Waarom? Hoelang nog?'
Eerst de één, dan ook nog een andere zoon.
Gebeden, die niet verhoord werden.
En soms toch ook weer wel.
Een tijd, waarin ik mijn rug naar God toekeerde en daardoor Zijn aanwezigheid, Zijn troost niet kon ervaren.
Een tijd, waarin ik met mijn gezicht tegen de muur gedrukt stond, huilend, huilend, huilend.

Nee, ik blijf niet vastzitten in deze pijn, in dit verdriet.
Onze oudste zoon is nu gelukkig en gaat in april trouwen met zijn 'geschenk van God'.
Onze andere zoon is onderweg in zijn genezingsproces.
Nee, ik blijf niet zitten in deze neerwaartse spiraal.
Nee, dit schilderij laat me steeds opnieuw zien, waar God de Vader mij uit vandaan gehaald heeft.
Dit schilderij herinnert mij eraan, dat God, een God van trouw is, vol genade, liefde en geduld.
Vol van vergeving, wachtend tot ik me om zou draaien om  Zijn aanwezigheid weer te kunnen ervaren, Zijn troostende hand op  en om mij heen.

Eens was ik die huilende vrouw, en soms nog weleens even, maar ik weet, Hij is erbij, Hij wacht, wacht, tot ik kom.
Mijn God , Mijn Vader, Mijn Alles in al.
De huilende vrouw is voor mij een schilderij geworden waarin boven alles mijn liefdevolle, hemelse Vader is weerspiegeld.
Een Gedenksteen aan wat was, en Wie Hij nog steeds is!










Tranen zijn een deel
van mijn wezen geworden.
Ik kan niet meer,
ik wil niet meer.
Mijn vele, vele gebeden
lijken niet verder te komen
dan het plafond van mijn huis.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer?

Mijn wereld staat stil,
de rest gaat door.
Mensen komen en gaan,
maar ik, ik zie geen uitkomst meer.
Pijn en verdriet, onmacht en wanhoop,
zijn verweven met mijn bestaan.
Ik sta met mijn gezicht tegen de muur.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer?

Mijn schouders schokken
en ik huil bittere tranen.
Mijn hoofd leunt moedeloos tegen de muur
met uitgestrekte hand naar U, o Heer.

Mijn geliefde dochter.
Draaide je je toch maar eens om.
Dan ervoer je Mijn aanwezigheid
in het licht van troost dat schijnt over jou.
Je huilt bittere tranen,
maar Ik, Ik huil met je mee
Je weet toch immers, diep in je hart,
hoeveel Ik van je hou!

Kom, draai je toch om,
en laat Me delen
in de pijn van je verdriet.
Mijn hart krimpt ineen om jou ...'


Lees ook het blogje waar vandaan ik naar dit verhaal verwees.
👉 Week 9 - Om over na te denken …  - (niet) Kunnen of (niet) Willen?

zaterdag 6 januari 2024

Op de treden van mijn ziel ...

De diepe plaats waar niemand komt.
Gesprekken met God op de treden van mijn ziel.
Het is de titel van een boekje van Jill Briscoe dat ik al jaren op mijn boekenplank heb staan, naast de drie andere boekjes die in die serie verschenen zijn, en dat ik inmiddels al verschillende keren heb gelezen, zo mooi vind ik het.
Gister bracht Facebook mij met ‘Je herinneringen op Facebook’ bij een blogje van 10 jaar geleden, en onderaan dit blogje verwees ik naar ‘Op de treden van mijn ziel’, een blogje dat ik in 2008 geschreven had voor een blog op Punt.nl.
Met het opheffen van het domein, is ook mijn blog verdwenen en daarmee is dus ook het stukje niet meer te lezen.
Al teruglezend, merk ik dat het blogje me nog steeds zo dierbaar is, dat ik hem hier op dit blog plaats, zodat het toch weer gelezen kan worden.
Ik plaats het blogje bijna in originele staat, op het laatste stukje na.
Op mijn oude Blog had ik een gedicht van de schrijfster volledig overgenomen – ik was nog maar net begonnen met Bloggen en dacht toen helemaal nog niet aan copyright, en dat heb ik nu weggelaten.

In het boekje deelt de schrijfster vanuit wat er in haar leeft, wat ze voelt, denkt, tegenkomt, enz...
Ze deelt het vanuit de diepe plaats waar niemand komt, waar ze op de treden van haar ziel Jezus ontmoet en alles met Hem deelt en bespreekt.
Wat er ook in haar leven gebeurt, of het nu fijne dingen zijn die vreugde brengen of pijnlijke dingen die droefenis brengen, teleurstellingen, wat dan ook, ze daalt af naar die diepe plaats en neemt plaats op de treden van haar ziel en wacht op de Here Jezus.
En soms is Hij al aanwezig.

De titel van het boekje sprak me heel erg aan.
'De diepe plaats waar niemand komt.
Gesprekken met God op de treden van mijn ziel.'

Toen ik het kocht, wist ik nog niet precies wat ze er nu mee bedoelde, maar het maakte iets in me los, iets wat ik ook wilde.
Ik wilde ook naar die plaats waar niemand komt, plaats nemen op de treden van mijn ziel en daar gesprekken hebben met God.
Maar hoe doe je dat?
Wat of waar is die diepe plaats waar niemand komt, en hoe kom ik op de treden van mijn ziel terecht en hoe moet ik dan gesprekken voeren met God?
Al lezend, ontdekte ik gaandeweg, dat die diepe plaats waar niemand komt, mijn binnenste is, mijn ziel.
Daarin leeft van alles aan gedachten, gevoelens over van alles en iedereen.
Niemand kan op die plaats komen, niemand, behalve God.
Alleen Hij weet wat er in mij omgaat, wat er in mij leeft, wat ik denk of voel.
Hij alleen weet alles van mij.
Het is inderdaad een diepe plaats waar niemand komt, want er kan niemand anders komen dan Hij alleen.
Mijn ziel is die diepe plaats.

De treden van mijn ziel bepalen de diepte van mijn ziel.
Daarmee bepaal ik zelf dus hoever ik wil afdalen in mijn ziel.
Ik kan op de bovenste treden blijven zitten en Hem dáár ontmoeten.
Dan kan ik gezellig keuvelen met de Heer over de oppervlakkige dingen van mijn leven.
Maar ik kan ook verder de trap af gaan en plaats nemen op de onderste treden van mijn ziel en Hem daar ontmoeten.
Dan verandert het oppervlakkige keuvelen in echte gesprekken met God.
De schrijfster zelf heeft daar ook altijd een exemplaar liggen van het ‘Gouden Boek’, oftewel: Gods Woord. 

Maar hoe kom ik daar?
Ik vond het zo mooi klinken allemaal, maar hoe kom ik daar?
Ik heb ontdekt, dat die diepe plaats waar niemand komt, de momenten zijn, waarin ik Hem opzoek.
Als ik me ga richten op Hem, de wereld even de wereld laat, dan ga ik naar die diepe plaats waar niemand komt.
Dan richt ik mijn gedachten naar binnen, naar mijn pijn, mijn problemen, mijn teleurstelling, naar wat er ook speelt of gebeurd is en in gedachten zoek ik Hem op en leg alles aan Hem voor.
Al mijn gevoelens, gedachten, alles en ik hoef me niet mooier voor te doen dan ik ben, want Hij kent mij door en door, Hij weet wat ik wil gaan zeggen nog voor ik het heb uitgesproken, Hij weet wat ik voel en bedoel.
Maar Hij wil wel graag dat ik alles met Hem deel.
Mijn diepste diepte deel met Hem. 

Soms brengt alleen het afdalen al diepe rust en vrede en zit ik gewoon dicht bij Hem aan Zijn voeten.
Eigenlijk zit ik -voor mijn gevoel, altijd één of twee treden lager dan Hem, zo kan ik als het ware met mijn hoofd tegen Zijn knie aan leunen en zitten we gewoon stilletjes bij elkaar.
Af en toe kijk ik dan omhoog en Zijn warme glimlach voelt als een streling aan.
Soms voel ik Zijn hand op mijn hoofd en ik geniet van Zijn aanwezigheid en ik koester mij in de warmte van Zijn liefde.
Maar soms storm ik de trap van mijn ziel af en stort me in Zijn armen en huil met gierende uithalen.
En Hij, Hij slaat Zijn armen om me heen en laat me uithuilen.
Soms storm ik de trap af en sla met m’n vuisten van boosheid tegen Zijn borst en schreeuw het uit tegen Hem.
En Hij, Hij laat me uitrazen en neem mijn handen in die van Hem en kust ze zacht.
En soms, soms raas en tier ik, mijd ik ieder contact met Hem, wil ik niets van Hem, alleen maar al mijn boosheid, frustraties, teleurstellingen enz. voor Zijn voeten neergooien en houd ik vast aan wat mij is aangedaan.
Mijn, ‘U had het tegen moeten gaan, tegen moeten houden’ zet een barrière tussen Hem en mij en ik kan niet in die diepe plaats blijven.
Ik moet daar weg.
Dan houdt zelfs de verdrietige trek om Zijn mond me niet tegen.
‘Had Hij maar moeten ingrijpen’; is dan mijn reactie.
Vergeef mij, Heer Jezus. 

Ik ontdekte, dat ik eigenlijk al veel vaker op die diepe plaats waar niemand komt, ben geweest.
Alleen was het toen nog een naamloze plek en was het regelmatig zoeken naar die plek, omdat ik niet goed wist waar die was.
Nu die plaats een naam heeft gekregen en daardoor ook een echte plaats is geworden, weet ik waar ik heen moet gaan.
Op die plaats vind ik rust en kracht.
Op die plaats breng ik alles wat er in mij leeft.
Op die plaats helpt Hij mij de dingen weer in perspectief te zien.
Op die plaats opent Hij mijn ogen, zowel voor mijn fouten als voor goede dingen.
Zo opende Hij daar mijn ogen voor de waarheid van Zijn woord in Jesaja 42: 3a.
De schrijfster nam mij in deze tekst mee naar de treden van haar ziel en opende daarmee mijn ogen voor dit woord.
Daar zegt Hij:
‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de flauwer wordende pit niet doven.'

Allemaal hebben we ons portie aan verdriet.
Allemaal dragen we wel ergens littekens, veroorzaakt door vlijmscherpe woorden die soms worden uitgesproken.
Allemaal zijn we weleens teleurgesteld, in de steek gelaten, berooft van …, vul maar in.
En soms voelen we ons geslagen en gekneusd.
Misschien ken je het gevoel wel van geknakt-zijn.
Misschien ken je het gevoel een langzaam-uitdovende-vlam-te-zijn wel. 

Toen ik zo op de treden van mijn ziel zat, en met mijn hoofd tegen Zijn knie leunde en deze woorden overdacht, realiseerde ik me ineens, dat ik, op het moment dat ik dacht dat mijn vlam volledig zou uitdoven en ik helemaal geknakt was, er iets veranderde, er was iets gebeurd, ik weet niet eens wat, maar de vlam doofde niet en ik brak niet. 

‘Heer’, zei ik, ‘ik dacht dat mijn vlam volledig zou doven en ik voelde me breken, maar het gebeurde niet.’
‘Nee’, zei Hij, ‘geknakt, maar nooit gebroken.
Wat Mijn Vader deed voor Mij, doe Ik voor jou.’ (Jes.42:4)
Gaandeweg houd ik Hem al mijn plekken voor met pijn, met verdriet, met zorgen, met … noem maar op; alle plekjes van mijn leven en wat er iedere keer nog weer bij komt, en ik vraag Hem mij aan te raken en genezing te brengen. 

De woorden van het gedichtje uit het boekje van Jill Briscoe ervaar ik als Zijn woorden voor mij en ik ervaar daarmee ook de genezende werking die er van uit gaat.
Ik wil je graag in eigen bewoordingen daar even mee naar toe nemen.

Ze zegt:
We kunnen geknakt zijn, maar worden nooit gebroken; we kunnen terneergeslagen zijn, maar we zullen nooit kapotgaan.
De problemen van het leven kunnen op ons beuken, we kunnen ziek zijn of werkeloos; worstelend in ons huwelijk, verworpen, maar in alles blijft Zijn belofte voor ons staan: Geknakt, maar nooit gebroken.

Ze wijst op Zijn Woord als ze spreekt over, dat Hij de gebrokenen van hart heelt en de gevangenen vrijmaakt.
Hoe Hij aanraakt, versterkt, en vertroost, hen, die hunkeren naar vergeving, naar hoop en naar mededogen, en dat Hij hun leven omdraait.
‘Geknakt, maar nooit gebroken, gedimd, maar nooit gedoofd.’

Voordat haar laatste couplet komt, nodigt ze uit om ‘haar woorden te lenen’ als we geknakt zijn of gebroken, en omdat ze daartoe uitnodigt, als ook omdat ik haar woorden meebad, schrijf ik de laatste zinnen even in de ik-vorm, zodat ook jij je eigen gebed ervan kunt maken.

Ik vraag Hem om met Zijn adem te blazen over alle kneuzingen en alle pijn, opdat ik mijn werk zal kunnen blijven doen totdat het klaar is en ik daarin niet zal verflauwen of falen.
Dat Hij blaast over mijn ziel, opdat de vlammen van geloof, die nog nauwelijks branden weer aangewakkerd zullen worden.
Om mij te gebruiken om Zijn helende werk te doen, tot het niet meer nodig is.
En ik dank Hem, dat juist die moeilijk dagen zo’n bediening mogelijk maken.

Kleine aanvulling 6 januari 2024:
Nu ik deze woorden zo in een andere vorm opschrijf, kan ik me voorstellen dat je denkt, dat je zo’n bediening niet hebt.
Maar bij deze gedachte kwam tegelijk de volgende Bijbeltekst in mijn gedachten.
‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.’ - 2 Korinthe 1:3,4
Deze woorden laten ons zien, dat als God ons troost, we daarmee gelijk de taak ontvangen om anderen te troosten met dezelfde troost als die we ontvangen hebben.

Ontmoet Hem op de diepe plaats waar niemand komt.
Ontmoet Hem op de treden van je ziel.
Wees niet bang, want Hij, Die je door en door kent, wacht daar op jou.

Blessings en Shalom!


>> Blog ‘Quality Time’ – ‘Christus is in u’
Dit is het blogje van waaruit verwezen wordt naar ‘Op de treden van mijn ziel.’

Alle boekjes uit deze serie zijn nog verkrijgbaar.
Even voor je op een rijtje:

📚 >> 'Gods voordeur'
📚 >> 'De diepe plaats waar niemand komt'
📚 >> 'De tuin van genade'
📚 >> 'Dansend geloof'