maandag 28 september 2020

Laten we niet moe worden goed te doen!

'En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven.'

Galaten 6:9
(HSV)


Voor de tweede week is deze tekst mijn MT, en met een reden.
Een tekst kan namelijk zo belangrijk zijn, dat het goed is om hem voor langere tijd iedere dag onder ogen te zien, en dat is voor mij deze weken het geval.
Er wordt hier een appèl gedaan op ons doorzettingsvermogen; een aansporing om vol te houden en niet op te geven, en wat hebben we dat soms (misschien wel vaak) nodig!
En met dat ik deze woorden schrijf, realiseer ik mij dat ze helemaal verwant zijn aan mijn OneWord van dit jaar. 
Mooi zoals God dingen samenbrengt!


En laten wij niet moe worden goed te doen ...

Moe worden ...
Wat mij als eerste in deze vertaling zo trof, is dat er staat 'laten wij niet moe worden' goed te doen.
Andere vertalingen gebruiken woorden als 'niet verslappen', 'niet vertragen', 'nooit teveel worden' of 'niet verzwakken'.
Maar mij trof het woordje 'moe', omdat de Gever van deze woorden hierin al de zwakke plek van de mens heeft opgenomen.
Hoe goed kent God ons mensen!

'Moe worden', geen fut meer hebben, geen zin meer hebben, energieloos, afgemat, afkerig van iets worden ...
Het is teveel, het duurt te lang.
Er valt geen enkele vooruitgang te bespeuren, alles lijkt maar hetzelfde te blijven.
Geen enkel woord van erkenning, nog geen bedankje kan eraf.
...
Moe van iets worden; hoe moeilijk is het vaak niet voor ons mensen om iets vol te houden als het lang duurt, of als we geen vooruitgang zien, of als iemand ons geen dankbaarheid betoont, of  ... er valt genoeg in te vullen.

Laten wij niet moe worden ...
Woorden waarin zowel een aansporing als een waarschuwing klinkt.
De aansporing om vol te houden -volharding leren/betonen, als ook dat we er voor moeten waken dat dat het niet gebeurd.
Eigenlijk vind ik dat de woorden die in de andere vertalingen gebruikt worden, min of meer besloten liggen in deze woorden 'niet moe worden'.
Immers, als we moe worden verslapt onze grip, het wordt zwaar om iets vast of vol te houden.
Als we moe worden vertragen we ook; we kunnen niet in hetzelfde tempo voortgaan als dat we begonnen zijn.
Ook worden dingen ons dan teveel, en we zijn niet meer zo sterk als voorheen, we verzwakken.

Laten wij ...
Wat ook in deze woorden besloten ligt, is het feit dat we hierin een keuze hebben.
Laten ...; met andere woorden zorg ervoor dat je niet moe wordt!
En het woordje 'wij' geeft aan dat deze woorden voor ons allemaal gelden: ook de schrijver (Paulus) schaart zichzelf hieronder.
Laten wij -ik, jij, u, ervoor zorgen dat we niet moe worden.
Maak de juiste keuzes daarvoor, en dan denk ik niet alleen voldoende slaap en ontspanning, goede voeding enz..

Het belangrijkste is denk ik tijd maken, tijd apart zetten, desnoods inplannen, voor de Heere.
Dit was immers ook wat de Here Jezus deed, Hij nam op gezette tijd rust; hoe druk Hij ook was met alles, met regelmaat lezen we dat Hij Zich terugtrok of vroeg opstond om met Zijn Vader te spreken.
Hij was één met de Vader; zonder de Vader kon Hij niets doen.
Wij des te meer niet!
Hoe zullen we anders weten of we ons nog op de goede weg bevinden?
Hoe zullen we anders weten of we ons nog steeds in Zijn wil bevinden met wat we doen?
Waar halen we anders onze kracht vandaan om vol te houden?
Hoe zullen we weten wat we moeten doen?
Voor hoelang, waar, wanneer ....?
Ik geloof namelijk niet dat alles wat maar op onze weg komt bestempeld kan worden als iets dat God van ons vraagt om te doen.
Om te weten wat Zijn wil is, zullen we de stilte in moeten om Zijn aangezicht zoeken, net als de Here Jezus.
En dat ... is een keuze.


Goed te doen ...
Goeddoen, iets doen dat een gunstige uitwerking heeft op iets of iemand; helpen, verlichten, weldoen, liefdadigheid.
Goeddoen omvat ook het juiste doen, doen wat goed is, en dat betekent boven alles gehoorzaam zijn aan God.
Goeddoen is dan ook niet alleen de handen uit de mouwen steken en van alles en nog wat voor iemand doen, maar waar nodig de ander ook aanmoedigen om zelf iets te doen, te ondernemen of te proberen, naast iemand gaan, een extra mijl gaan, als ook ... de handen vouwen.
Goeddoen, zaaien ...

Hoe heerlijk is het niet als we iemand hebben kunnen helpen en dankbaarheid en blijdschap onze beloning is.
Hoe belonend is het niet als we ons inzetten voor iets of iemand en we zien vooruitgang, of nieuwe dingen tot stand komen.
Wat kan het ons een goed gevoel geven als we een keer bij een langdurig zieke, die niet veel bezoek meer krijgt, op bezoek gaan, en de persoon in kwestie op zien leven.
Maar wat als God een nukkig of verbitterd persoon op onze weg plaats?
Wat als God ons vraagt om voor onbepaalde tijd ons ergens voor in te zetten?
Wat als God ons ergens roept waar alles stil lijkt te staan, er geen vooruitgang lijkt te worden geboekt, misschien zelfs eerder achteruitgang?
Wat als we maar bidden en bidden en bidden, en er verandert niets, er gebeurt maar niets?

Laten we niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen we oogsten ...

Want te zijner tijd zullen we oogsten ...
Waar zijn we op gericht als we iets doen?
Voor wie doen we het?
Doen we het voor onszelf, om ons goed te voelen, of omdat we Zijn wil willen doen, Hem willen dienen en eren?
Doen we iets uit verplichting, of uit dankbaarheid?
Zijn we gericht op snel resultaat zien, of  heeft eeuwigheidswaarde voor ons grotere betekenis?
Zijn we bereid om onszelf eventueel weg te cijferen, of om iets te leren, of mag het ons niet echt iets kosten?
Allemaal gedachten en vragen die bij mij (en dus ook naar mijzelf gericht) opkomen als ik hier over nadenk.

Te zijner tijd ...
Wanneer het eenmaal tijd is, wanneer de tijd daarvoor gekomen is.
Hm, dat betekent dus dat we niet weten voor hoelang.
Eén dag, een maand, een jaar?
Twee jaar, tien jaar, na dit leven?
Te zijner tijd ..., och, wat is het voor ons mensen lastig om iets niet te weten of te kunnen over zien; wat is het lastig om niet te weten of te kunnen zien, dat wat wij doen ook maar enig effect heeft.
We leven in een maatschappij waarin alles snel en makkelijk moet zijn.
Eigenschappen als volharding, standvastigheid, toewijding, doorzettingsvermogen, wilskracht, geduld, uithoudingsvermogen, en trouw zijn steeds schaarser te vinden in de mens; egoïstisch en op zichzelf gericht als onze maatschappij aan het worden is.
En het zijn juist deze eigenschappen die we nodig hebben om te doen wat God van ons vraagt, om te leven naar Zijn wil, in gehoorzaamheid aan Hem.

Zullen we ...
Het zal gebeuren!
Misschien weten we nu niet wanneer, en hoe, en ..., maar de dag komt.

De tekst zegt even verderop wel 'als we het niet opgeven', of 'als we niet verslappen', dus we moeten wel volhouden, de moed niet laten zakken, niet moedeloos worden.
Volharding, standvastigheid, doorzettingsvermogen en vastberadenheid zijn hiervoor sleutelwoorden.
Stoppen met het goede doen, betekent immers dat er niets meer te oogsten valt.
Zonder zaaien, valt er niets te oogsten.

Oogsten ...
Binnenhalen; de opbrengst van wat we gezaaid hebben, de uitkomst van wat we gedaan hebben.
Het voortvloeisel van het werk van onze handen, de vruchten van onze inzettingen, de uitwerking van onze gebeden.
Maar er valt alleen iets binnen te halen, als we iets hebben gezaaid.
En al heeft het ene gewas meer tijd nodig om te rijpen dan het andere, voor elk zaad dat gezaaid is komt de tijd van oogsten.
En een goede oogst is afhankelijk van allerlei factoren.
Is het zo bij ons mensen ook niet?

Het spreekwoord luidt: Wat de mens zaait, zal hij oogsten.
Met andere woorden, wees voorzichtig met wat je doet en/of zegt, want alles heeft gevolgen, groot of klein.
Een klein verkeerd woord kan grote ruzies tot gevolg hebben, zelfs oorlogen, als ook een klein gebaar van goede wil, of een vriendelijk woord, grote zegen.

Laten we niet moe worden om goed te doen!
Blijf dicht bij de Heere!
Breng iedere dag tijd door met Hem!
Bij Hem vinden we de kracht om vol te houden.
In Zijn aanwezigheid komen wij tot rust.
Zijn woorden onderwijzen ons, bemoedigen ons, troosten ons.
Zijn liefde beurt ons op en geeft ons nieuwe moed.
Hoor Zijn liefde in de aansporingen van Zijn woord; zie Zijn genade in de tijd die Hij ons geeft!
Met Hem springen we over de hoogste muur, en aan Zijn hand kunnen we door het diepste dal.
Water zal ons niet overspoelen, noch vuur ons verbranden.
Laten we niet moe worden om goed te doen, om het goede te doen, zodat er oogst zal zijn!


zaterdag 29 augustus 2020

Vraag me wie ik ben!

Een indrukwekkend stukje uit de film 'Overcomer'.
>> Trailer van de film
Een stukje om over na te denken.
Wat of waarin is mijn identiteit?
Wie ben ik?
Een stukje waar we onze eigen naam in kunnen vullen als we een kind van God zijn.

Hannah loopt naar haar coach toe en zegt tegen hem:

'Ask me who I am.
Ask me who I am!
Who is Hannah Scott?'

...

'I am created by God; He designed me, so I am not a mistake.
His Son died for me, just so I could be forgiven.
He picked me to be His own, so I am chosen.
He redeemed me, so I am wanted.
He showed me His grace, just so I could be saved.
He has a future for me, because He loves me.
So I don’t wandered anymore, I am a child of God!'


Nederlandse vertaling:

'Vraag me wie ik ben.
Vraag me wie ik ben!
Wie is Hannah Scott?'

...

'Ik ben gemaakt door God; Hij heeft mij ontworpen, dus ik ben geen vergissing.
Zijn Zoon stierf voor mij, alleen maar zodat ik vergeven kon worden.
Hij heeft mij uitgezocht om Zijn eigendom te zijn, dus ik ben uitgekozen.
Hij heeft mij verlost, dus ik ben gewild.
Hij toonde mij genade, alleen maar zodat ik gered kon worden.
Hij heeft een toekomst voor mij, omdat Hij van mij houdt.
Dus ik vraag me niet meer af: Ik ben een kind van God!'


Als ik de woorden 'I don't wandered anymore' op Google even nakijk, zegt de vertaling 'Ik dwaalde niet meer'.
Hoe sterk!
Zolang we ons dus afvragen wie we zijn, dwalen we!
En dwalen wil zeggen: rondlopen zonder doel, rondzwerven, doelloos voortbewegen, mislopen ...

Als kind van God hoeven we niet meer te dwalen, hoeven we ons niet meer af te vragen wie we zijn!
We hoeven niet meer doelloos rond te lopen, ons afvragend of ons leven wel waarde heeft, of wij wel van waarde zijn.
Zijn woord (Lees Efeze 1 & 2) is daar zo duidelijk over, en toch ...
Toch laten we ons vaak beïnvloeden en/of leiden door wat we voelen, of door wat anderen zeggen, of door dingen die gebeuren.
Onze identiteit hangt niet af van wat we doen, hoeveel geld we hebben, welkemaatschappelijke positie we bekleden, of wat dan ook.
Als we Hem kennen als onze Verlosser en Heiland, zijn we een kind van God!


         No longer slaves (I am a Child of God)


vrijdag 28 augustus 2020

Wisselwerking ...

 ‘Haar vader glimlachte. ‘En mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’

‘Het is uw voorbeeld dat ik volg.’

>> Uit: De heer uit het zuiden
Van: Kristen Heitzmann
Blz. 38


‘Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’
‘Het is uw voorbeeld dat ik volg!’

De woorden hakken erin, en doen me het boek opzij leggen om na te denken; wat ze raken mij, deze woorden.
Ze maken me een beetje verdrietig, en tegelijk ook een beetje jaloers op de relatie tussen de vader en zijn dochter in dit boek.
Wat moet het geweldig zijn om zo’n relatie te hebben!
Niet dat de relatie met mijn vader slecht te noemen was, zeker niet, maar het was er geen waarvan ik kon zeggen dat ik zijn voorbeeld volgde; geplaagd als hij werd door zijn verleden, en verschillend als wij waren.
Dit geldt waarschijnlijk voor velen van ons, velen zullen waarschijnlijk niet hetzelfde kunnen zeggen als deze dochter uit het boek.
En er zijn misschien ook niet veel vaders die zullen zeggen dat hun hart wordt verlicht door hun dochter.
Hoeveel pijn en verdriet is er immers niet in de wereld omdat vaders niet de vaders* zijn -waren, zoals God het heeft bedoeld, en hoeveel pijn en verdriet is er niet bij ouders om de wegen die hun kinderen gaan.
Hoeveel beschadigde mensen, jong en oud, lopen er niet rond om wat hen is aangedaan, om wat hen niet is gegeven, om wat hen is afgenomen, of om wat zij hebben gemist.


Maar de woorden brengen mijn gedachten automatisch ook van mijn eigen vader naar mijn hemelse Vader.
In mijn gedachten was het ineens alsof mijn hemelse Vader glimlachte, en ik Hem hoorde zeggen: 'Mijn dochter, Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!’
Hoe moeilijk ik het soms vind te bevatten, toch geloof ik dat Hij zo naar mij kijkt, -en zo ook naar jou.
Met ieder mensenkind die de Heere Jezus aanneemt als Verlosser en Heer, geloof ik dat God glimlacht en tegen hem of haar zegt: ‘Mijn hart wordt verlicht door een zoon/dochter als jij!
Ongeacht hoeveel we nog verkeerd doen; ongeacht dat we Zijn voorbeeld zo graag willen volgen, maar daarin nog zo vaak tekortschieten.

Ik geloof ook, dat met iedere keer dat we in Zijn aanwezigheid komen om bij Hem te zijn, om van Hem te leren, om te ontdekken wie en hoe Hij is, Zijn hart wordt verlicht.
Is dat niet waar Hij zo naar verlangt, naar dit samenzijn met ons?
Dat we daar tijd voor apart zetten, tijd voor vrij maken?
In de stilte, afgezonderd van alles wat ons af kan leiden, met Zijn geopende woord in onze handen; zoekende, wachtende, verlangende naar samenzijn met Hem, Zijn stem te horen?

Het is Uw voorbeeld dat ik volg …
Ik geloof ook dat Zijn hart ook wordt verlicht als we in het voetspoor van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus, treden; het is immers Zijn voorbeeld dat we hebben te volgen.
‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, zegt Jezus.
‘De Zoon kan van Zichzelf niets doen, tenzij Hij het de Vader heeft zien doen; zo Hij doet, zo doet ook de Zoon!
‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik een welbehagen heb.’
En wij, Zijn geliefde zonen en dochters, zijn begenadigd in deze Geliefde.
Zou Zijn hart niet worden verlicht als wij naar Hem opzien en zeggen: 'Het is Uw voorbeeld, dat ik volg!'
Klinkt immers daarin niet onze liefde voor Hem door!

Welk een wisselwerking ligt er eigenlijk in deze twee zinnetjes.
'Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!' en 'Het is Uw voorbeeld dat ik volg.'
Het brengt mij bij de woorden uit 1 Johannes 4 en wel vers 19, waar staat:
'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.'
Wat een voorbeeld om na te volgen, om uit te leven!


Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.

Het levende Woord,
het Licht en de Waarheid;
zowel geliefd als gehoond.

Zoon van God,
voorbeeld om te volgen;
heeft onder ons gewoond.

Vol van genade en waarheid,
in Wie God behagen had;
met doornen gekroond.

Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.







* Vanwege het citaat noem ik hier de moeders niet, maar voor hen geldt hetzelfde.

- Johannes 14:9
- Johannes 5:19
- Efeziërs 1:6


maandag 10 augustus 2020

Verlangen ...


Heer,
ik kom zoals ik ben,
met alles wat mij bezighoudt.
U kent de verlangens van mijn hart.
U kent mijn vragen en mijn twijfels.
Mijn pijn en mijn verdriet.
Mijn angsten en mijn zorgen.
U weet alles van mij,
maar U verlangt ernaar
dat ik ze deel met U,
U deelgenoot maakt
van alles wat in mij leeft.
U kent mijn hart,
U weet wat mij beweegt,
maar U ziet uit naar ons samenzijn,
iedere dag opnieuw,
zodat U kunt komen in alles,
in elke omstandigheid,
in elke gedachte,
in al mijn gevoelens.
U ziet hoe ik soms tob,
voortploeter
en U wacht,
tot dat ik kom…

U verlangt ernaar
om samen met mij
door het leven te gaan.
U verlangt ernaar
dat ik dagelijks bij U kom
en rust in de stilte van Uw aanwezigheid,
schuil in de schaduw van Uw vleugels,
leer van Uw onderwijzing,
me koester in Uw liefde.
U wilt mij te drinken geven
uit Uw bron van levend water,
zodat ik nimmermeer zal dorsten,
opdat stromen van dat water
uit mijn binnenste zullen vloeien
en anderen zullen trekken naar Uw bron,
opdat ook zij kunnen drinken
en nimmermeer dorsten.

Zo wil ik komen, Heer, en knielen.
Alles met U delen wat mij bezighoudt,
en ontvangen al wat U voor mij hebt weggelegd.
Hier ben ik, Heer,
reinig mij,
vul mij,
zend mij.
Mijn ziel verlangt
Uw wil te doen.

- Amen -


Een gebed dat ik ongeveer tien jaar geleden schreef voor op mijn eerste Blog, maar dat nog steeds een gebed van mijn hart is.
Ook van jou?

zondag 2 augustus 2020

Grote vreugde en dankbaarheid

Vandaag is het alweer ruim een week geleden dat wij opnieuw opa en oma mochten worden, en wel van een zesde kleindochter, Evi Jolijn.
Wat een vreugde en welk een dankbaarheid; zo bijzonder.
Maar er lag de eerste dagen wel een schaduw over onze vreugde, daar ze al snel problemen kreeg met haar ademhaling, wat resulteerde in een opname van een gewoon ziekenhuis naar een gespecialiseerd kinderziekenhuis met beademing, infuus en sonde en een behandeling aan haar longetjes.
Gelukkig sloeg alles goed aan en mocht ze vrij snel weer terug naar het ziekenhuis in Amersfoort, waar zij na nog een paar keer onder de blauwe lamp donderdag toch naar huis mocht.
Nu gaat het goed met haar en is ze heerlijk thuis met haar mama, en bij haar papa en haar zusjes, die reikhalzend uitkeken naar deze dag.

Foto: www.juliafotografeert.nl


Welk een wonder is dit nieuwe leven, 
wat een genade dat alles goed mocht gaan.
Hoe wonderlijk mooi is zij geweven,
hoe ontzagwekkend wat U hebt gedaan.

U zag haar toen zij nog geen vorm had;
U kende reeds al de dagen van haar bestaan.
En nog voor ik voor haar bad,
was U haar al toegedaan.

O Heer, hoe groot bent U;
hoe machtig de werken van Uw hand.
Hoe genadig en barmhartig;
Uw trouw houdt eeuwig stand.

Al haar dagen zijn in Uw boek beschreven;
dat te begrijpen is mij te wonderbaar.
Van het begin af houdt U haar omgeven,
Uw liefde is eeuwig en onwankelbaar.

En hoe het ook zal zijn in haar leven,
welke wegen zij ook zal gaan,
ik bid, dat zij zichzelf aan U zal geven,
zodat U elke dag naast haar zal staan.

Leg Uw zegenende hand op haar, Heer,
dat zij geen dag zonder zal zijn.
Laat haar leven tot Uw glorie en eer,
in dagen van vreugde en van pijn.

Zo leg ik haar leven in Uw hand;
draag ik haar op voor Uw troon.
bescherm haar alle dagen 
met het bloed van Uw Zoon.

- Amen -

woensdag 22 juli 2020

Uw weg; niet mijn weg













Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 9.

‘… richt Uw weg voor mijn aangezicht.’
Psalm 5:9

Susannah Spurgeon
‘Richt Uw weg’. Lieve Heere, het is niet dat Uw wegen ooit krom zijn of afwijken, maar mijn ogen zijn geneigd om naar zijpaadjes te kijken, waar de weg niet zo oneffen is, of het wandelen erop niet zo moeizaam als op de verheven baan van de Koning!’

Dit hoofdstuk is één groot gebed; een roep die klinkt vanuit menig vermoeide en verslagen ziel, die bang is dwalende te zijn.
Een gebed om een luisterend oor van onze hemelse Vader, om Zijn leiding en onderwijs.
Om de smalle weg te gaan door de kracht van Zijn liefde.
Om Zijn bescherming en leiding om op de juiste weg te blijven
Om Zijn hand die ons vasthoudt en leidt als we om welke reden dan ook de weg niet kunnen zien.
Om Zijn genade om te blijven vertrouwen wat er ook gebeurt.
Dat we ons over zullen geven aan Zijn leiding en ‘zwaar’  op Hem zullen blijven leunen bij gevaren; dat onze ogen gericht zullen blijven op de vreugde die ons wacht en dat Hij ons zal verlossen van het kleinste verlangen om af te wijken, of te treuzelen.

Gods woord zegt dat Zijn wegen niet onze wegen zijn en Zijn gedachten niet onze gedachten, maar Hij kan wel onze gedachten vullen met die van Hem en mijn wegen maken tot die van Hem.
Dat Hij dit wonder toch in ons zal uitwerken en we Zijn wegen zullen gaan.

‘Laat mijn ziel zo werkelijk en bestendig in U blijven, zo waarachtig en teer, dat ik mij altijd bewust ben van Uw lieflijke aanwezigheid, en dat ik nooit ook maar één stap zal doen bij Uw ondersteunende en verlossende hand vandaan!’

Persoonlijk gebed

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden dat ik onderstaan gedicht schreef naar aanleiding van dit hoofdstuk.
De omstandigheden drukken toen erg zwaar, en hoewel er inmiddels vele dingen veranderd zijn, is dit hoofdstuk, als ook het gedicht, nog net zo actueel als toen.


Een nieuwe dag ligt voor mij;
de zon schijnt naar hartenlust.
Maar mijn gemoed is zwaar
en mijn ziel lijkt maar half verlicht.

De noden van mijn kinderen drukken;
ik wil ze helpen waar ik kan.
Er voor ze zijn waar nodig is, en dus 
kom ik, Heer, voor Uw aangezicht.

Ik heb het nodig dat U mij leidt,
zodat ik ook hierin Uw wegen ga.
Ik wil U niet voor de voeten lopen,
en bid om Uw wijsheid en inzicht.

Help mij, Heer, in het maken en
in het nemen van de juiste keuzes.
Maar laat mij toch in alles bovenal 
op U en op Uw woord zijn gericht.

U bent mijn sterkte en mijn kracht,
samen met U kan ik alles aan.
Zolang ik maar blijf lopen op 
de weg die door U wordt verlicht.

Lieve Vader, wijs zo een ieder van ons 
de weg die U wil dat elk van ons gaat.
Geef ons het geloof en vertrouwen dat U
daarop elk moment naast ons staat.

Houd vast als het duister het zicht ontneemt,
geef moed en kracht, daar waar het ontbreekt.
Geef ogen die zien, en oren die horen als U,
op welke wijze dan ook, tot ons spreekt.

Maak één Uw en onze wil, Uw en onze gedachten,
leer en onderwijs ons iedere dag weer.
Doe ons volhouden tot het einde toe, ja, tot
wij U zien van aangezicht tot aangezicht, o Heer.

- Amen -

vrijdag 17 juli 2020

Verblijd je, juich en spring op van vreugde! (2)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (108)

Zoals ik al hiervoor schreef, soms houdt een vers je langer bezig dan één week, en dat is dit keer duidelijk het geval.
Als de verzen van eergister ons zeggen dat blijdschap ons deel dient te zijn als we onze toevlucht tot God nemen, dat we voor eeuwig zouden moeten juichen omdat Hij ons beschut, en we in Hem van vreugde zouden opspringen als we Hem liefhebben, dan is het goed om ons te bedenken wat het wat het inhoudt als Hij onze toevlucht is, als Hij ons beschut.
Ik kon dan ook niet anders dan de Psalmen induiken en zien wat Zijn woord daarover zegt.
En het deed me opnieuw bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heere is.


Heer, Uw Woord prijst ons gelukkig, noemt ons gezegend, 
als wij tot U onze toevlucht nemen.
En hoe waar is dit niet!
U bent immers El Elyon, de Allerhoogste over de gehele aarde; 
ja, U bent zeer hoog verheven boven alle goden, zegt Uw woord.
U regeert, en gerechtigheid is het fundament van Uw troon.
U bent El Shaddai, de Almachtige, de Ontzagwekkende.
Als wij bij U onze toevlucht zoeken mogen wij ons veilig weten, 
want U bent onze burcht, onze vesting, onze rots; 
vast, onwrikbaar, onoverwinnelijk en oninneembaar.
Als we in Uw schuilplaats zijn, beschermt en beschut U ons met Uw vleugels, 
en is Uw trouw als een schild, ja, als een pantser om ons heen.
Met U aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn. 
Op U kunnen wij vertrouwen.
Bij U ons hart uitstorten.
Bij U komt onze ziel tot rust en vinden we nieuwe kracht.

Het is ook om Uw goedertierenheid, Heere, 
dat wij mensenkinderen, onze toevlucht bij U nemen, 
want Uw goedertierenheid is zo kostbaar.
Uw goedertierenheid, die Uw genade omvat, 
als ook Uw liefdevolle vriendelijkheid, en standvastige liefde, 
als ook mededogen en goedheid, en zelfs Uw trouw is daaraan gekoppeld.
Uw goedertierenheid, die zo groot is en reikt tot aan de hemel, 
en Uw trouw, die reikt tot de wolken.
En het is niet maar tijdelijk, of afhankelijk van, nee, 
U bent Heere en Koning voor eeuwig en altijd.
Uw goedertierenheid is voor eeuwig, 
Uw trouw is voor eeuwig,
Uw troon staat vast voor eeuwig, 
U regeert voor eeuwig, 
Uw heerlijkheid is voor eeuwig, 
U bent Priester voor eeuwig, 
Uw Naam bestaat voor eeuwig, 
U bent voor eeuwig!


Hoe zouden we dan niet van vreugde opspringen, -zelfs als het alleen nog in ons hart is; niemand zoekt immers zijn toevlucht bij iemand die hij niet liefheeft?
En welk een zegen ligt er niet besloten in de bovenstaande woorden voor de rechtvaardige, -en dat is een ieder die de Heere Jezus heeft aangenomen als zijn Verlosser en Heiland.
Welk een schild van goedgunstigheid rondom ons wordt ons hier niet betoond door onze hemelse Vader.

Bedenk, en onthoud hoe groot Hij is,
zowel in tijden van vreugde en voorspoed,
als in tijden van nood en gemis.
Bedenk en onthoud hoe indrukwekkend Hij is,
voor eeuwig de Allerhoogste en de Almachtige;
ja, onveranderlijk, dat is zeker en gewis.