vrijdag 27 maart 2020

Opdat ik op U zou(zal) vertrouwen ...

Ze ging weg zoals ze kwam … onverwacht.

Mijn huis is stil en leeg; het geluid van kleine kindervoeten is verstomd.
De box, het ledikantje, wat speelgoed en kleine vingerafdrukken op mijn ramen zijn de stille getuigen van haar aanwezigheid.
Acht maanden is ze bij ons geweest, acht maanden heb ik voor haar gezorgd, haar getroost, met haar gelachen en gehuild, gebroken en slapeloze nachten gehad, en nu is ze weer weg, precies zoals ze kwam, geheel onverwacht.

Was het afgelopen dinsdag exact 8 maanden plus 1 week dat er besloten werd dat zij tijdelijk bij haar ouders weg moest, afgelopen dinsdag ging het balletje door mijn verkoudheid, het Coronavirus en het feit dat mijn man en ik beiden tot de risicogroep behoren aan het rollen dat ze versneld weg moest.
Er lag een heel plan van aanpak klaar zodat het geleidelijk zou gaan en we allemaal konden wennen aan de nieuwe situatie, maar de omstandigheden veranderden, werden onzeker en er was geen andere keuze dan deze.
Gister heb ik al haar spullen ingepakt, een laatste wasje van haar gedraaid en vanmorgen de laatste dingetjes.
En vandaag, precies acht maanden plus één week dat zij met haar moeder hier kwam -drie dagen eerder dan afgesproken met instanties vanwege escalatie thuis, heb ik haar weer teruggeven aan haar moeder en mag zij weer voor haar gaan zorgen.
Nee, mijn dochter is er nog niet; er is nog veel onverwerkt trauma en allerlei andere dingen waar ze mee heeft te dealen, maar ze is eindelijk op een veilige en goede plek waar ze beiden begeleid en geholpen worden.
En zo weet ik dat het goed is, vooral nu met het Coronavirus dat rondgaat, maar dit kleine meisje heeft een stukje van mijn hart meegenomen.

De zorg was immers soms zo intensief.
Was het eerst vanwege het trauma dat ze thuis had opgelopen en het spanningsveld tussen haar ouders,  kwam daar ook nog de absences bij die ze af en toe had; in het bijzonder die van een maandje geleden, toen ze er ineens drie op één dag had en ze van haar neuroloog, die we toen maar geraadpleegd hebben, dagelijks aan de medicijnen moest.
Medicijnen, die zulke afschuwelijke bijwerkingen hadden dat het arme kind zichzelf letterlijk helemaal voorbij liep en ook zichzelf pijn ging doen, omdat ze zich geen raad wist met wat er met haar gebeurde.
Nu gelukkig andere medicijnen, en tot nu toe, met de lage dosering waar we mee begonnen zijn, zonder bijwerkingen.

De zorg voor haar was echter minder erg dan alles erom heen.
Ik heb nooit stilgestaan bij wat er allemaal bij zou komen kijken met het op me nemen van de zorg voor dit lieve kleine meisje.
Alle instanties, de vele overleggen en telefonische gesprekken; formulieren die ingevuld moesten worden enz. enz.
De verplichte wekelijkse bezoekregelingen voor haar moeder en vader; eerst nog samen en later apart.
De verplichte wekelijkse videobel-afspraken.
Het op de hoogte houden van beide ouders als ze weer een absence had gehad, of koorts kreeg.
Het hanenwaken ’s nachts, omdat er bij koorts een vergrote kans was op een grote aanval.
De extra verantwoording omdat het niet mijn eigen kind was.
En dit jaar kwam ik er ook nog eens echt helemaal alleen voor te staan toen mijn man ernstig ziek werd en zelfs uiteindelijk opgenomen werd in het ziekenhuis met een dubbele longontsteking.
Hoe moeilijk was het niet hem alleen achter te moeten laten op de Spoedeisende hulp van het ziekenhuis.
Hoe moeilijk was het niet dat ik niet iedere dag op bezoek kon, en dat de bezoekjes die ik kon doen, kort waren, want ja, een tweejarige peuter heeft niet veel rust en geduld.
Hoeveel moeilijker werd het niet, toen ook de slokdarmkanker bij mijn moeder terugkwam, en wel in zo’n danig tempo groeide, dat we nog net zaterdags haar vierentachtigste verjaardag konden vieren met allen die haar zo dierbaar zijn, om de dinsdag opgenomen te worden in de hospice.
Hoe zwaar was het niet om daar niet zo maar heen te kunnen, want ik had de zorg voor een klein meisje, en die kon ik daar niet mee naar toe nemen.

Samen
10-03-2020

Samen huilen
om het afscheid
dat ophanden is.
Samen verdriet
om de pijn van het
naderend gemis.

Samen verdriet;
elkaar loslaten
doet zo’n pijn.
Samen huilen;
maar ook lachen nu
we nog samen zijn.

Samen verheugd,
want we zien
elkaar weer.
Samen huilen,
want nu doet alles
even zo zeer.

Samen huilen,
we zijn immers
zover van elkaar.
Samen verdriet;
gevoelens buitelen
door elkaar.

Samen verdriet,
maar geborgen
in Zijn hand.
Samen verheugd,
omdat we beiden
op weg zijn naar
ons Vaderland.

Lieve moesje,
nog even en dan is uw leven hier voorbij;
dan heet de Heere u welkom in Zijn huis.
Nu nog afscheid nemen, langzaam loslaten, 
overgeven aan Hem; Hij brengt u veilig thuis.


Hoe dubbel nu, de pijn omdat onze kleindochter weer weg is, als ook de blijdschap omdat ze nu weer is op de plek waar ze hoort, bij haar moeder; de pijn van de leegte die ze achterlaat, als ook de blijdschap om nu weer naar mijn moeder te kunnen wanneer ik maar wil (met de beperking van wat Coronaregels).
Wat liggen vreugde en verdriet, blijdschap en pijn toch dicht bij elkaar …


Ik heb dit jaar al heel wat tranen vergoten, en wat heb ik het uitgeroepen naar de hemel.
Zoveel vragen, zo weinig begrijpen, zoveel pijn en verdriet, zo weinig vreugde en blijdschap,
zovele beproevingen, zo weinig zichtbare zegeningen.
Hoelang nog, Heere?
Houd het dan nooit op?
Is het nog niet genoeg?
Hoeveel denkt U wel niet dat ik aankan?
Heere, ik kan NIET meer!!!
Het is teveel!!!
Het is teveel …


Niet boven vermogen beproefd worden …

… dat wij het uitermate zwaar te verduren hebben gekregen, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, …
(1 Kor. 13:10; 2 Kor. 1:8,9)

Op de één of andere manier (ik weet gewoon niet meer hoe 😊) kwamen deze verzen in mijn gedachten, en was daar het weten dat daar ergens het antwoord lag waardoor ik verder zou kunnen.
Het hele proces doet er niet meer toe, behalve daar waar ik uitkwam, namelijk bij de woorden ‘opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, …’.
Sinds die dag word ik vergezeld door de woorden ‘opdat je op Mij zou vertrouwen’, want daar komt het op neer.
En hoe moeilijk het soms ook werd, steeds weerklonken deze woorden.
Mijn tranen vloeiden soms rijkelijk, maar gek genoeg vond ik troost in die woorden ‘opdat je op Mij zou vertrouwen’.
Het betekende (en betekent) dat Hij erbij was en is; hoe moeilijk en zwaar mijn wegen ook zijn, Hij is erbij en Hij verlangt ernaar dat ik Hem vertrouwt.
Dat wat er ook gebeurt op de één of andere manier iets goeds zou uitwerken, en mijn vertrouwen in Hem zou groeien.
Zelfs toen ik verkouden werd en twee weken niet meer bij mijn moeder op bezoek kon.
Ik vreesde soms dat ik haar nooit meer levend zou zien.
Maar ook in dit verdriet, in deze pijn was Hij.
Ook dan klonken de woorden ‘opdat je op Mij leert vertrouwen’, en mijn willen leren, mijn willen dat Hij mij zou veranderen, gaf vreugde te midden van alle pijn en verdriet; legde een loflied in mijn mond -ook al was mijn stem krakkemikkig doordat hij bijna weg was.

Groot is Uw trouw, o Heer; mijn God, en Vader.

Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
En uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
Kracht voor vandaag,
Blijde hoop voor de toekomst.
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

Groot is Uw trouw, o Heer
25-03-2020

Lieve moesje,
hoe zwaar valt het me soms 
om niet even bij u te kunnen zijn.
Toch is daar ook die diepe rust en vrede
te midden van alle verdriet en pijn

Wat zou ik u graag nog even knuffelen,
omarmen; ja, nog even zien.
Maar ik weet niet of dat moment nog komt,
doch ik vertrouw op de God Die ik dien.

Misschien ben ik er niet bij 
als u de laatste adem uitblaast.
Die gedachte is soms als een storm
die ruw en onbeheerst raast.

Dan word ik overspoeld door emoties
en mijn tranen stromen en stromen.
Maar door dit alles zie ik ook Zijn hand,
die mij nodigt dicht bij Hem te komen.

Dan leg ik mijn hand in die van Hem
en kijk Hem vol verdriet aan.
‘Opdat je op Mij leert vertrouwen’ klinkt zacht,
‘maar weet dat Ik heel de weg naast je zal gaan.’

‘Opdat je op Mij leert vertrouwen …’
Ik buig mijn hoofd, en geef mij over aan Hem.
Ondanks alles versterken Zijn woorden mij,
en dus ik luister naar Zijn liefdevolle stem.

Ik weet mij geborgen en geliefd,
en vreugde vindt haar weg in mijn hart.
Mijn ziel zingt: Groot is Uw trouw, o Heer;
ja, ook in mijn grootste en diepste smart.


Morgen kan ik toch weer naar haar toe; oftewel ik mag van de hospice komen.
Mijn hoest is nog wel niet helemaal weg, maar mijn licht astmatische gestel zorgt ervoor dat het altijd wat langer duurt voor het weggesleten is.
Ik ben er zo blij om, en tegelijk huiver ik voor wat ik aan zal treffen.
Ze kan al zolang niets meer eten, leeft al zolang op een beetje water/suikerwater.
Maar het is fijn dat ik haar weer kan zien, hoewel ik ook heel blij en dankbaar voor iedere avond dat ik haar kon, en kan spreken aan de telefoon.

Groot is uw trouw, o Heer,
Groot is uw trouw, o Heer,
Iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
Groot is uw trouw, o Heer,
Aan mij betoond.




zondag 5 januari 2020

Hij gaat voor ons uit!

Voor ik hier op Blogger begon met bloggen, had ik vanaf 2008 een blog bij punt.nl.
Maar toen zij het roer omgooiden en alles gingen veranderen kon ik daar mijn weg niet meer vinden en kwam hier terecht.
Voor een aantal jaren bleef mijn Blog met alles wat k geschreven had gewoon bestaan, maar onlangs kwam ik er achter dat het helemaal is opgeheven en dat dus mijn Blog met al mijn schrijfsels weg zijn.
Ik ben dan ook heel dankbaar dat ik bijna alles in mijn bestanden heb doordat ik het meeste eerst in Word schrijf.
En met het rondneuzen tussen die oude bestanden kwam ik onderstaand stukje tegen.
Een mooie bemoediging om dit nieuwe jaar mee in te gaan.
     

De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.

Deuteronomium 31:8


Wat een fantastisch, bemoedigend woord van God.

Wat er ook voor ons ligt, welke weg we ook hebben te gaan, hoe onzeker alles ook is, hoe angstig vooruit kijken ons ook maakt, hoe bang we ook worden als we denken aan morgen of de toekomst; hoe of wat dan ook:
        God de Heer zal Zelf voor ons uit gaan.
        Hij staat ons ter zijde.
        Hij laat ons niet aan ons lot over, noch zal Hij ons alleen laten.
We hoeven dus niet bang te zijn, of ons bang te laten maken door wat voor ons ligt.
God Zelf is en zal erbij zijn!

Vader, dank U wel, dat U zo voor ons zorgt en over ons waakt.
Dank U, dat Uw hand nooit te kort is.
Uw ogen zien ons, Uw oren horen ons.
Nooit zult U ons alleen laten, in geen enkele omstandigheid.
Dank U voor zoveel liefde, dank U voor zoveel trouw.
Laat ons dit nooit vergeten, welke omstandigheden ons hart ook benauwen.
U bent er altijd bij!
Ja, meer nog dan dat: U gaat voor ons uit!
Dank U wel!
We prijzen Uw Naam!

 - Amen -





vrijdag 3 januari 2020

2020 - Volharding

Al heel vroeg kwam vorig jaar mijn OneWord voor dit nieuwe jaar op mijn pad (>> Logje 4 oktober 2019), maar in de tijd naar 2020 toe bleef het woord standvastig staan en dus ik heb het aangenomen als mijn OneWord voor dit jaar.
Erg blij was ik er soms niet erg mee, want ja, Volharding leren we door lijden heen, en ik zit eigenlijk niet op nog meer ‘lijden’ te wachten.
Hadden we immers nog niet genoeg te verstouwen?
Was alles waar we al doorheen gegaan zijn (en wat er in december nog bij kwam) nog niet genoeg; en hoeveel aan moeiten en zorg ligt er nog niet voor ons door alles wat er nu speelt.
En toch, het woord bleef duidelijk staan.
Het feit dat me soms het gevoel bekroop dat ik er helemaal niets mee kon, deed daar niets aan af.
Totdat …

Er kwam een moment dat ik op zoek was naar een Bijbeltekst, en ineens sprong er een tekst uit die als het ware recht in mijn hart sprong; ik weet niet hoe ik het anders zou moeten omschrijven.
Ik ervoer het ook echt als een woord dat God op dat moment aan mij gaf en de vrees die mijn hart ‘lichtelijk’ was binnengekomen met dit nieuwe woord voor 2020, veranderde in hoop en vertrouwen.

Daniël 10:19
‘Hij zei:
               Wees niet bevreesd, zeer gewenste man!
               Vrede zij u.
               Wees sterk, ja, wees sterk.
Terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en ik zei:
               Laat mijn Heere spreken, want U hebt mij versterkt.’

O, ik weet dat dit een speciaal woord was voor Daniël in zeer specifieke omstandigheden, maar ik geloof met heel mijn hart dat God dit woord aan mij gaf om mij op te beuren en te bemoedigen en mijn blik op het juiste spoor te zetten.
Met het lezen voelde ik hoe mijn hart warm werd bij de woorden ‘zeer gewenste’, en rust en vrede deden de vrees verdwijnen, waardoor de woorden ‘wees sterk, ja, wees sterk’ geen enkele bedreiging meer vormden.
Hij sprak, en ik werd versterkt.
Met dat ik me dat realiseerde, begreep ik opnieuw -de volheid daarvan kwam opnieuw binnen, hoe belangrijk Gods woord is, want God spreekt het meest tot ons door Zijn woord.
Laat mijn Heere spreken …
Laat ik Hem de ruimte geven om te spreken door Zijn woord.
Laat ik de tijd nemen om het te lezen; laat ik daar nooit in verslappen, want het is Zijn woord dat mij versterkt!
En dan niet alleen in mijn Stille Tijd, maar ook op andere momenten.

Volhouden wordt makkelijker als iemand in je gelooft, van je houdt, je weet dat je geliefd en kostbaar en gewild bent.
Hoeveel te meer niet als die Iemand onze Heere is!

Weten dat je geliefd bent, ervaren dat je gewenst bent, vult je hart met vreugde, met rust en vrede; je hoeft je niet te bewijzen.
Je mag rusten in Zijn liefde en zo Zijn vrede ontvangen.
Het sterkt ons, maakt ons sterk; niet omdat wij het van nature zijn, maar omdat Hij ons gevuld heeft met Zijn kracht; met de kracht van Zijn Geest, en die kracht wordt lijkt wel als het ware opnieuw wakker geschud.
En het wakker het verlangen naar meer van Hem, meer van Hem horen en leren, van Hem houden en Hem gehoorzaam zijn, aan.
‘Want U hebt mij versterkt!!!’


Vanmorgen was ik mijn toilet aan het  schoonmaken, en wat er allemaal precies in mijn gedachten omging weet ik niet meer, behalve dat toen ik op mijn knieën het vloertje aan het dweilen was, ineens de woorden ‘Volharden in Gebed’ binnenkwamen.
Al die tijd was ik op zoek geweest naar iets van houvast voor dit woord, wat ik er mee moest, enzovoort, en ik kwam er maar niet uit, en dan ineens deze woorden.
En ik wist, dit is het ‘Volharden in Gebed’.
Blijf voor alles bidden, houd er nooit mee op hoelang een antwoord of verhoring ook op zich laat wachten.
Tegelijk vind ik het dan ook zo ontzettend bijzonder dat de tekst die ik eerder kreeg (want zo zie ik het echt) uit Daniël komt, en dan ook precies uit Daniël 10 waar Daniël al lange tijd aan het wachten was op een antwoord op zijn gebed.
Het laat zien, dat er vele redenen kunnen zijn waarom een antwoord of een verhoring lange tijd op zich laat wachten.
Voor mij was het ook door dit hoofdstuk weer de bewustwording van de geestelijke wereld die om ons heen is en de strijd die daarin gaande is.
Daarin zijn gebed en Gods woord de meest krachtige wapens.
Daarbij houdt gebed ons dicht bij de Heere, en door dicht bij Hem te blijven zullen we sterk genoeg blijven om te volharden.


Echter …
In de afgelopen weken dat ik op zoek was naar wat er allemaal te vinden was over Volharding, kwam ik ook een citaat tegen die ik ooit eens in een speciaal schriftje met citaten heb geschreven.
En dan blijkt dat Volharding meer is dan alleen de kracht om lijden te dragen.
Ik heb er echt een tijd op gekauwd, maar de woorden uit Daniël hebben me zo bemoedigd dat ik er nu ook naar verlang dat dit citaat werkelijkheid mag worden in mijn leven.
Het is van William Barday.
Ik ken de beste man niet, en ik weet ook niet meer waar ik het vandaan heb, maar dit schreef hij ooit:

‘Volharding is niet alleen de kracht om lijden te dragen, maar om het in heerlijkheid om te zetten.’

Met het lezen van deze woorden, moest ik gelijk denken aan de tekst uit Mattheüs 5 (vers 16) waar staat: ‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’
En dat is mijn verlangen dat wat er ook nog gebeurd dit jaar (en de jaren die komen) ik meer en meer leer volharden, maar dan zo dat anderen Hem er door zullen verheerlijken.


En daarom ook een ander uiterlijk van mijn Blog met een gedichtje dat ik eerder eens heb geschreven, maar dat ik heel mooi bij dit citaat vind passen.
Ik ken mezelf, en weet dat ik reminders nodig heb, en dit andere uiterlijk is daar één van.
Hoe slecht 2019 ook eindigde en hoe moeilijk en verdrietig 2020 ook begon, het is in Zijn handen.
                                                       


dinsdag 31 december 2019

De Trooster van de treurenden ...













Gedichten (en enkele gedachten/samenvattende woorden) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 7.

'Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen.'
Jesaja 25:8

‘En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn;noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.’
Openbaring 21:4

‘Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in Uw fles; zijn zij niet in Uw register?’
Psalm 56:9

Het einde van het jaar nadert; om me heen klinkt van alle kanten het vuurwerk.
Met ieder jaar dat verstrijkt, krijg ik er een grotere hekel aan.
Maar na de laatste berichtgevingen verlang ik hevig naar een algemeen verbod op het vuurwerk.
Mijn hart huilt om wat er van de mensheid aan het worden is, van wat men elkaar aandoet.
Ik weet dat het me niet moet verbazen, en dat doet het ook eigenlijk niet, maar het doet me verschrikkelijk veel pijn en verdriet en leg de bede om Zijn terugkeer meer en meer op mijn lippen.

Mijn hart treurt ook om mijn kinderen, om wat er in hun levens gebeurt; in het bijzonder van twee van hen.
Ik heb deze maand dan ook al vele en vele tranen vergoten.
Hoe toepasselijk is dan dit hoofstukje van het boekje van Susannah Spurgeon aan het einde van het jaar; de ‘Trooster van de treurende’.
Laat me jou, als je ook een treurende ben, even meenemen naar de woorden waar  ze dit hoofdstukje mee begint.

‘Kom, alle droevige, treurende zielen, en zie wat een kostbare parel van belofte God uit de diepten van uw zee van aanvechting tevoorschijn heeft gebracht.’

Een kostbare parel van belofte, waarin Gods liefde en medelijden zo doorklinkt.
Een kostbare parel van belofte, die onze treurende ziel troost en vertroost.
Te midden van onze zee van aanvechting klinkt daar Gods woord:
‘Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen.'
Als ook …
'En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.'
En …
'Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in Uw fles; zijn zij niet in Uw register?’

Of het nu tranen zijn om onze zonde, om lichamelijk of geestelijk lijden, of het verlies van een dierbare, werk, gezin … God ziet onze tranen en er komt een dag dat Hij ze van onze ogen zal wissen.
Er komt een dag dat er een einde komt aan al onze pijn en verdriet.
En het feit dat Hij ze bewaard in Zijn fles laat ons weten dat elke traan door Hem wordt gezien en voor Hem belangrijk is om straks te drogen.

O, er staan in dit hoofdstukje nog zoveel mooie dingen, helaas kan en mag ik ze hier niet neerschrijven, maar één ding wil ik nog wel als citaat ter bemoediging noemen.
‘Tranen komen misschien, en ze moeten ook komen, maar als ze opwellen in ogen die aldoor opzien tot U en de hemel, zullen ze glinsteren in het stralende licht van de toekomende heerlijkheid.’


God ziet mijn tranen

Heer, welk een kostbare belofte geeft U in Uw woord!
Nee, niet eenmaal, maar zelfs tot tweemaal toe.
Welk een Vaderlijke ontferming wordt hier zichtbaar,
welk een troost en mededogen klinken hierin door.

U ziet onze tranen, en elke is belangrijk voor U.
Niet één wordt er vergeten, of over het hoofd gezien.
Ze worden allen vergaard en bewaard in Uw fles,
omdat U van mij houdt, en ik U toe behoor.

Tranen van spijt en berouw,
tranen van pijn en verdriet.
Tranen van moeite en zorg;
er is geen traan die U niet ziet.

En hier klinkt Uw woord:
‘Ik zal je tranen drogen;
ze Zelf wissen van je gezicht.’
Welk een liefde en mededogen!

Nu zullen tranen nog stromen door allerlei moeiten en zorg,
nog  zijn er tranen van pijn en verdriet, van berouw en spijt.
Maar zie op naar Hem, naar de hemel, met elke traan die je huilt,
en besef dat ze glinsteren in het licht van de toekomstige heerlijkheid.

maandag 2 december 2019

Moed en gehoorzaamheid

Nu het einde van het jaar nadert,  zwierven mijn gedachten afgelopen week van mijn OneWord naar Advent en de Kerstdagen.
Hoewel de boodschap van Kerst belangrijk voor mij blijft, staat de  rest mij steeds meer tegen.
Toch -misschien wel doordat alles dit jaar zo heel anders is, ervaar ik het verlangen om er weer eens schrijvend mee bezig te zijn in combinatie met mijn OneWord.

En zo gingen mijn gedachten van Maria naar mijn OneWord ‘Moed’, en daar vandaan weer terug naar Maria, en vervolgens naar haar ontmoeting met de engel Gabriël, en dan naar het moment dat Maria tegen hem zegt: ‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.’
(>> Mattheüs 1:38)


Ik heb bewondering voor deze jonge vrouw, voor dit jonge meisje, en wat kan ik ontzettend veel van haar leren!
Iedere keer als ik het lees, verbaas ik mij over haar reactie en denkwijze.
Waar ik geschokt zou zijn over de verschijning van de engel, was zij in verwarring over wat hij zei en vroeg zij zich af wat hij toch bedoelde.
Waar ik waarschijnlijk gezegd zou hebben ‘ho eens even, begin eens opnieuw en leg me allemaal eens haarfijn uit wat je bedoel’, vroeg zij maar alleen hoe het allemaal zou kunnen, omdat ze niet getrouwd is.
En waar ik bijna zeker gevraagd zou hebben om tijd om er eens goed over na te denken of ik dit wel zie zitten en wil, zegt zij:  ‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.’

En zo word ik stilgezet bij haar gehoorzaamheid.
Ze gaat niet met de engel in discussie, ze komt niet met allerlei bezwaren, ze legt hem niet de problemen en de ellende die hier uit voort kunnen komen voor.
Nee, ze heeft alleen een praktisch vraag, en als deze is beantwoord, onderwerpt zij zich zondermeer aan wat de engel haar zegt.
En zo verandert dit jonge meisje voor mijn ogen in een moedige vrouw, die bereid is om te doen wat God van haar vraagt ongeacht de gevolgen die dit voor haar kan hebben.


Soms vraagt gehoorzaamheid om moed.
Moed om uit te stappen.
Moed om misschien ergens mee te stoppen.
Moed om misschien ergens heen te gaan, of moed om een bepaalde taak op je te nemen.
Moed om ergens aan te beginnen zonder dat je weet waar het zal eindigen.
Moed om misschien voor je gezin te kiezen in plaats van meer werken om vaker op vakantie te kunnen.
Of misschien wel moed om juist iets niet te doen terwijl alle anderen het wel doen.
Of moed om ergens niet heen te gaan, terwijl al je collega’s wel gaan.
Moed om …
Moed om gehoorzaam te zijn omdat God het zegt in Zijn woord, of van je vraagt.


Maria’s antwoord getuigde van een flink porti moed.
Moed, die voortkwam uit haar geloof en vertrouwen in God.
Moed om gehoorzaam te zijn ondanks wat het haar waarschijnlijk zou gaan kosten.
Moed om niet te kijken naar wat de gevolgen zouden zijn, maar om te blijven zien op Hem Die dit van haar vroeg.
Moed om haar hoofd te buigen en te zeggen: ‘Uw wil geschiede!’


Moed en gehoorzaamheid,
onlosmakend met elkaar verbonden.
Wordt gehoorzaamheid immers niet geleerd
door lijden heen, door dingen die ons verwonden?

Moed en gehoorzaamheid,
op één lijn met geloof en vertrouwen.
Met een hart dat bereid is ‘ja’ te zeggen tegen
welk plan de hemelse Vader ook zal ontvouwen.




zondag 24 november 2019

Ik vergeet je nooit!



Heer,
Uw woord klinkt:
‘Kan een vrouw haar baby vergeten;
zich niet ontfermen over het kind
dat zij droeg in haar schoot?
Maar al zou zij het vergeten,
weet, dat Ik jou nooit vergeet!’

Mijn kind,
zelfs al ben jij Mij ontrouw,
Ik blijf je trouw.
Al doe je Mij nog zoveel pijn en verdriet,
Ik blijf van je houden.

Al verbreken velen hun beloften,
Ik verbreek er geen.
Al laat iedereen je in de steek,
Ik ben bij je iedere dag.
Ik help je,
Ik ondersteun je,
Ik geef je de kracht
die je nodig hebt.

Ik troost je
als je verdriet hebt;
Ik beur je op,
als je moedeloos bent;
Ik ben bij je
ook als je oud bent en grijs.

Zie dus niet op je omstandigheden,
ga niet af op wat je voelt,
of wat je gedachten je vertellen.
Zie op Mij,
vertrouw Mij
en Mijn onfeilbaar woord.
Het is beproefd
en gelouterd
door alle tijden heen.

Geloof en vertrouw:
Ik vergeet je nooit!


Naar: Jesaja 49:15