woensdag 28 oktober 2026

Ik schrijf omdat ...


‘Ik schrijf om mezelf gerust te stellen.
Ik schrijf om mezelf te herinneren aan de waarheid.
Ik schrijf omdat ik geleerd heb dat ik niet de enige ben met deze gevoelens.’

Jenna*


'Afgelopen week waren we weer bij de maatschappelijk werkster met wie wij gesprekken hebben door het revalidatietraject van mijn man.
Het is goed -voor ons beiden, om met haar te praten.
Het is goed om dingen te benoemen, aan te geven wat moeilijk is, wat zwaar is, waar pijnpunten liggen enz., als ook goed om de tranen die met regelmaat achter mijn ogen branden te laten komen.

Als ze vraagt hoe het gaat, geef ik aan dat ik zoveel moeite heb met het hervinden van gewone regelmaat.
Ik weet, ik doe wat ik kan, maar ik ben mijn regelmaat kwijt, en het lukt me maar niet om een nieuw ritme te vinden in mijn dagelijkse bezigheden zoals ze nu zijn.
Wel kon ik haar vertellen dat ik in een poging om dit te hervinden, mezelf 'gedwongen' heb om 's morgens mijn schrijven (Stille Tijd-schrijven) weer op te pakken.
(Het lag al lange tijd stil, simpelweg omdat ik te moe was, en ik was tot niet veel anders in staat dan stil met mijn kopje in mijn stoel zitten en kleine stukjes lezen, uit de Bijbel, de Gideonietjes van Corrie ten Boom, een Leesplan ...)
Ik had het idee, dat als ik nu weer eens dit schrijven op zou pakken, de rest misschien dan ook wel langzaamaan volgt.
Ze wist namelijk -dat had ik haar al eerder gezegd, dat ‘in het schrijven’ mijn kracht ligt, dus ze was blij voor mij dat ik dit weer had opgepakt.
Wel drukte ze me op het hart, dat hoe moeizaam het nu ook nog ging, -het is werkelijk onvoorstelbaar hoeveel schrijffouten ik iedere keer maak, ik me daar niets van aan moest trekken, want het weer oppakken was waar het om ging, en die fouten, och ...

Dit alles bracht mij weer bij een citaat, dat ik uit een boek dat ik onlangs las, had overgenomen.
Een citaat, dat mij mezelf eens de vraag deed stellen waarom ik schrijf.
Van de hoofdpersoon in het boek, Jenna, is het citaat waar dit blogje mee begint, en weet je, inmiddels kan ik me wel aardig vinden in haar reden om te schrijven, al was dit niet zo toen ik met bloggen begon.
Ik ben in oktober/november 2008 begonnen met bloggen (bij het toen nog bestaande Punt.nl.) simpelweg omdat ik zo'n Blog zo leuk vond, en omdat het me geweldig leek om daar van alles bij elkaar te hebben als een soort van boek.
Mijn gedichten, Bijbelverzen die ik mooi vond, of me aanspraken, verhalen, afbeeldingen enz.
Maar al spoedig veranderde dit, en werd mijn blog een soort van plaats van houvast.'

Een verdrietig gevoel bekruipt mij als ik het bovenstaande stukje weer lees; wat is er veel gebeurd en veranderd sinds ik hier een begin mee maakte.
Ik schreef het namelijk precies één dag voordat mijn man werd opgenomen in het ziekenhuis, en waar hij anderhalve week later ook is overleden.
Het roept herinneringen op aan die laatste week dat hij nog leefde en de verlamming in zijn hand die iedere dag steeds een stukje verder omhoog kroop, en mijn zorg en zorgen die met de dag toenamen.
Het brengt mij terug bij mijn met tranen gepaard gaande stille schreeuw naar boven ‘Hoe dan, Heer, hoe moet dit toch verder?’
Hoe snel werd dit eigenlijk niet vervolgens beantwoord, alleen op een andere manier dan ik had gedacht.
Een verpleeghuis was nog wel in mijn gedachten gekomen, maar dat zijn leven anderhalve week later voorbij zou zijn …

Het eerste stukje van dit schrijven, heb ik inmiddels verschillende keren gelezen, maar tot nu toe was ik niet in staat om er mee verder te gaan.
Met het weer oppakken van het schrijven op ‘Quality Time’ n.a.v. het Dagboek van Andrew Murray*, als ook enkele dingen die ik afgelopen week las, doen mij niet alleen teruggaan naar dit onafgemaakte blogje, maar ook in beweging komen om er mee verder te gaan en het af te maken.
Want, ja, waarom schrijf ik, en waarom schrijf ik wat ik schrijf?

Eigenlijk heb ik altijd van schrijven gehouden, alleen … ik wist nooit wat ik moest schrijven.
Nee, ik was helemaal niet goed in opstellen schrijven, en gedichten … ja, als veertien/vijftienjarig meisje hield ik erg veel van de gedichten van Nel Benschop, maar om er ook maar eentje zelf te schrijven kwam toen echt niet in mij op.
En dus bleef mijn liefde voor schrijven beperkt tot het overschrijven van Bijbelteksten en gedichten en andere dingen die ik mooi vond.
Wat dat betreft heeft het beginnen met een blog in 2008 een grote verandering teweeggebracht in mijn leven.
Waar ik begon met bloggen omdat ik zo’n Blog zo mooi vond, kwam ik erachter dat met het op gang komen van mijn eigen schrijfsels, mijn innerlijke onrust -het gevoel van iets te moeten/willen doen, maar niet weten wat, totaal verdween en tot de dag van vandaag nooit meer is teruggekomen.
Gaandeweg met het bloggen kwam ik er ook achter dat mensen soms bemoedigd werden door mijn schrijfsels of gedichten; dat mijn woorden zelfs soms de woorden waren die ze zelf niet konden vinden maar vonden in wat ik schreef.
Dat laatste raakte mij enorm en ik voelde (en voel) me klein en tegelijk gezegend dat ik dit kon, kan en mag doen.
Toch durf ik mezelf met zoveel jaren bloggen achter mij, geen rasechte Blogger te noemen.
Hoewel ik inmiddels wel weet met wat voor soort blogjes ik vaak wel reacties krijg, probeer ik bovenal trouw te blijven aan mezelf, aan waarom ik schrijf en waarover ik schrijf, en waarvan ik ervaar dat ik erover moet schrijven, populair of niet.

Als ik het citaat uit het boek er even weer bijneem, is het vooral de tweede zin, Jenna’s tweede reden om te schrijven, die mijn hart het meeste raakt.
Ik schrijf om mezelf te herinneren aan de waarheid.
Ik kan niet om Gods Waarheid heen, ik kan niet om Jezus heen.
En ja, soms botst het enorm, als ik niet kan accepteren, als ik niet wil, als ik boos ben, als ik het gevoel heb niet meer verder te kunnen.
Maar het schrijven brengt me uiteindelijk bij Zijn Waarheid, bij Hem, bij wat Zijn woord zegt.
Nee, niet alles wat ik schrijf, bezit ik; niet alles wat ik schrijf, kan ik iedere dag in praktijk brengen; niet alles wat ik schrijf, ervaar ik elke dag en elk moment, maar altijd is daar wel dat verlangen ernaar.
Het is wel zo dat ik weet dat Zijn woord waarheid is, en dat in Zijn woord mijn troost, kracht en sterkte ligt, ja, alles wat ik maar nodig heb.
En ja, al schrijvend kom ik dan tot rust, hervind ik kracht en sterkte, word ik bemoedigd.
Maar soms raak ik ook gefrustreerd, als ik iets wil schrijven en het lukt gewoon niet, want ja, die keren zijn er zeker ook.

Soms is schrijven daarom ook worstelen.
Soms is schrijven daarom ook ploeteren om de juiste woorden te vinden voor wat ik voel, ervaar, denk, wat in mij is.
Soms is het schrijven daarom ook confronterend, en moet ik dingen onafgemaakt wegleggen, omdat ik er nog niet klaar voor ben, het nog niet doorleefd heb.
Soms komt er daardoor later een heel ander stukje uit voort, en soms verdwijnt het gewoon in de prullenbak.
En soms sluit ik uit frustratie maar mijn laptop.

Als ik dan Jenna’s redenen om te schrijven nog eens lees, denk ik, ach, eigenlijk schrijf ik om dezelfde redenen.
Het schrijven stelt me immers uiteindelijk (vaak) gerust; word ik herinnerd aan de waarheid, aan Zijn Waarheid.
En ja, ik heb gemerkt dat ik niet de enige ben die door dingen heengaat, dingen ervaart en voelt.
Maar, ik schrijf nu in de eerste plaats, omdat ik denk dat Hij mij daartoe geroepen heeft, gezien de rust en vrede die daarmee in mijn leven gekomen is.

In Uw handen, Heer!


* Hoofdpersoon uit: ‘Wat verloren was
Van: Ginny L. Yttrup
>> Meer info

* 'Mijn momenten met God'

vrijdag 16 oktober 2026

Geloofd zij God!

'Voor alles een eerste keer' zegt een Nederlands spreekwoord, en ook vandaag is weer zo'n dag.
Vandaag zou je namelijk jarig zijn; vandaag zou je zesenzestig jaar zijn geworden.
Maar je wordt het niet meer, jouw leeftijd blijft staan op vijfenzestig, en (gek genoeg) vind ik daar op de één of andere manier ook weer troost in, want ik ben net zelf vijfenzestig jaar geworden deze zomer en het voelt alsof je daardoor net wat dichterbij blijft.


Als ik vanmorgen met mijn kopje koffie op de bank ga zitten voor mijn Stille Tijd, -ik ben nog weer zoekende naar een nieuwe plek, besluit ik mijn Bijbel te openen bij Psalm 66, omdat je dat zou zijn geworden.
Het is een prachtige Psalm, een loflied op de grote daden van de Heer.
En hoewel dat misschien op het eerste gezicht misschien niet zo toepasselijk lijkt, is het dat zeker wel.
Er vele diepe dalen in ons leven geweest zijn, en de laatste jaren vooral ook in jouw leven (en daardoor uiteraard ook in die van mij), toch hebben we ook Zijn hulp, kracht en troost iedere keer weer gezien en ervaren.
Ja, soms waren we vertwijfelt, joegen dingen jou en mij angst aan, in het bijzonder die laatste dagen dat je nog thuis was, maar toch ... we gingen geen dag zonder Hem, in alles was Hij erbij; ook als we het niet ervaarden; dat zagen we later.

Welk een troost ligt er in die wetenschap, ook nu voor mij, nu ik zonder jou verder moet en er zoveel op me afkomt, omdat ik niet alleen privé met dingen heb te dealen, maar ook met allerlei zakelijke dingen waar ik helemaal geen weet van heb.
Wat word ik soms door paniek bevangen, en is mijn nachtrust daardoor soms behoorlijk kort, toch is de Heer erbij, hoort Hij mij en komt Hij mij op de één of andere manier tegemoet.
De ene keer door gebed, de andere keer door Zijn Woord, of door mij met Zijn rust te vullen en mij aan te sporen om de dingen opnieuw te bekijken en mij de weg erdoorheen te wijzen.

O ja, ik zou heel graag wat minder snel in paniek raken, en langzamerhand gebeurt dit ook wel, of is de paniek korter, maar in alles zie ik ook dat Hij daarin heel dichtbij is, dat Hij klaar staat om mij te helpen, en hoe vaak heeft Hij dat al niet gedaan.
Ja, vandaag heb ik - naast de tranen die vloeiden, 'psalmen (en lofliederen) gezongen voor Uw heerlijke Naam, en U mijn lof en eer gegeven'. 
Want U bent een God Die omziet naar wat Hem toebehoord, Die troost in verdriet, weer ruimte geeft, en voeten op de rots plaatst.
U bent een God Die acht slaat op gebeden, die hoort, en luistert.
'Die mijn gebed niet heeft afgewezen en mij Zijn Goedertierenheid niet heeft onthouden!'

Vreugde en verdriet,
soms gaan ze hand in hand.
Een lach en een traan,
soms liggen ze dicht bij elkaar.
Alles in het leven is immers zo
nauw aan elkaar verwant.
Maar met U aan mij zij
is één ding zeker:
in alles bent U daar!

Geloofd zij Uw heilige Naam!

‘Loof, volken, onze God; laat het geluid van Zijn roem horen,
Die onze ziel weer het leven geeft, en niet toelaat dat onze voet wankelt.
Want U hebt ons beproefd, o God, U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht, U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen, maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.
Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

 Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.'

Psalm 66:8-12, 16

dinsdag 6 oktober 2026

Vandaag zouden we ...

Het huis is stil en leeg …

De tafel inmiddels wat leger.
De bloemen zijn verdord, mijn laptop staat weer boven, de stapel paparassen is meer geordend en veel dingen zijn nu opgeborgen in mappen.
De stapel met boeken hebben inmiddels ook een andere plek gekregen.
Gelezen heb ik ze verder nog niet echt; eentje, en af en toe pak ik ook weer het boek waar ik in aan het lezen was in het ziekenhuis.
En ook mijn agenda heeft haar plaats op mijn bureau weer ingenomen, als ook het Dagboek van Murray en het schrift dat erbij hoort.
Nee, het lukt me nog steeds niet om er mee bezig te zijn, hoewel ik het vanmorgen wel voor het eerst weer even heb gelezen, dus misschien … wie weet.
De mand met kaarten staat er nog wel, als uiteraard ook je foto, de rouwkaart, en inmiddels een paar zeer mooie en bemoedigende kaarten.

Ik kijk door het raam vanuit mijn kamertje naar buiten.
De bomen hebben hun glans verloren en sommigen lijken al meer dood dan levend, en ik vraag me af of er nog wel eentje bij zal zijn die de prachtige gouden kleur krijgt die ze normaal hebben.
Een stille, trieste aanblik, eigenlijk wel een beetje zoals ik me vandaag voel.
Waar de eerste anderhalve maand na jouw heengaan er gewoon geen tijd en ruimte was voor gevoelens, voor rouw, door alle drukte en alles dat geregeld en gedaan moest worden, het bezig zijn met jouw kleren, je auto die weg moest, de scootmobiel … brengt me eindelijk bij de leegte, de stilte, het gemis en daarmee komen dan ook eindelijk de tranen.
In de garage staat nog je rollator, en die blijft daar nog even staan als een stille getuige van alles waar we samen doorheen zijn gegaan.
Het is een stukje van jou dat ik nog even langer vast wil houden.
Hij staat ook symbool voor de grote verandering in ons beider leven vrij aan het begin van dit jaar.
Ineens was je volledig thuis, en kon je helemaal niet meer werken.
Je stok, waarmee je je tot die tijd kon redden, verdween doelloos in de gang.
Met de tijd zal ook je rollator een goede bestemming krijgen, maar voor nu blijft hij nog even staan waar hij staat.

Het huis is stil en leeg …
Hoe anders was deze dag 43 jaar geleden.
Waar nu de lucht nog grauw is en grijs (ik schreef dit gedeelte vanmorgen), scheen toen de zon met haar vreugdevolle gouden stralen over onze dag.
Ja, onze dag, omdat we op die dag zijn getrouwd en ons leven samen zijn begonnen.
Wat was je trots op het feit dat het je gelukt was om lelietjes van dalen in mijn trouwboeket te krijgen, ik wilde dat zo graag.
Wat moesten we lachen op het gemeentehuis toen de stoel voor mij veel te hoog bleek voor mijn korte pootjes, en ze snel aankwamen lopen met verschillende telefoonboeken en een gouden gids, zodat mijn voeten niet hoefden te blijven bengelen.
Wat was het mooi en bijzonder om Gods zegen over ons huwelijk te ontvangen met de prachtige tekst uit Psalm 33:22: ‘Laat Uw goedertierenheid over ons zijn, HEERE, zoals wij op U hopen.’
Wat een heerlijke dag was het met iedereen die ons lief en dierbaar was.
En nu, nu moet ik verder zonder jou; de 43 jaar hebben we net samen niet mogen halen.

Vandaag is een dag van terugzien en terugdenken, van herinneringen; van een lach en een traan (tranen), van stilstaan en tegelijk ook doorgaan, van aanvaarden en Zijn liefdevolle troost en aanwezigheid in alles ervaren, vooral in die momenten als ik even breek.
En toch … en toch wil ik ook vandaag getuigen van Zijn goedheid, Zijn liefde en Zijn trouw.
Ja, het huis is stil en leeg, maar ik ben NOOIT alleen!
Ja, er klinkt geen andere stem meer in dit huis, alleen nog die van mij als ik hardop lees uit Zijn Woord of Dagboek, of zing van Zijn liefde en trouw, Zijn goedheid en genade, of praat tegen ons hondje.
Maar tegelijk ervaar ik: U bent bij mij, rondom mij, in mij.
Wat bent U goed voor mij, Heer!

En zo ga ik deze avond in terwijl de zon, die vanmiddag toch nog tevoorschijn kwam, langzaam achter de huizen verdwijnt. 
Het laatste beetje van dit zonlicht schijnt op mijn kamertje naar binnen en opnieuw moet ik denken aan Psalm 18:29 dat zegt: 'Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE; mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Och, als we U kennen, kan er vreugde zijn ondanks verdriet, kunnen we huilen, en tegelijk vrede ervaren, kan er pijn zijn, en tegelijk troost.
Wat bent U goed, o Heer!


Wat bent U goed, o Heer,
wat zorgt U voor mij,
iedere dag opnieuw.
Wat troost U mij,
mag ik Uw nabijheid
daarin zo ervaren.

Wat bent U goed, o Heer,
wat ziet U naar mij om,
elke dag, ja, elk moment.
Wat sterkt U mij,
en mag ik Uw kracht
steeds weer ervaren.

Wat bent U goed, o Heer,
wat doet U Uw woord
gestand, alle dagen.
Wat bemoedigt U mij,
en mag ik de waarheid
van Wie U bent ervaren.

Wat bent U goed, o Heer;
geprezen zij Uw heilige,
en machtige Naam!
U zorgt, ziet en draagt,
ja, gaat met mij mee en zal
mij in Uw hand bewaren.


dinsdag 1 september 2026

Stil en leeg ...

Wat een rare zomer is het dit jaar geweest.
De scholen zijn nu allemaal weer begonnen en voor de meesten begint nu echt het gewone leven en het erbij horende ritme weer, maar voor mij ...
O ja, ik heb wel een bepaald ritme dat ik aanhoud, omdat zowel ik als ons hondje dat nu meer dan nodig hebben, maar het is verre van gewoon.
Niets is immers meer hetzelfde, en dat wordt het ook niet meer.
Het huis is stil en leeg.

Geen bed meer in de woonkamer.
Geen thuiszorg meer.
Geen rollator die ergens tegenaan stoot, of waar een hondje voor loopt.
Geen gezamenlijke agenda meer op de telefoon.
Geen afspraken meer waar ik je naar toe moet rijden.

Geen grote pannen meer om in te koken.
Het brood niet meer door de helft in de vriezer.
Geen geluid meer van films of muziek.
Ook het zachte geluid van een spelletje op de Ipad klinkt niet meer.

Een lege stoel tegenover mij aan tafel.
De lege stoel naast de mijne in de tv-kamer.
Maar ook geen harde nies meer waar ik vaak zó van schrok, zelfs na bijna 44 jaar samen zijn (waarvan net geen 43 jaar getrouwd)

Het huis is stil en leeg.
Mijn keukentafel ligt daarentegen vol.
Jouw foto, de rouwkaart, een mand met meer dan honderd kaartjes.
Een vaas met prachtige bloemen, gekregen uit de tuin van een lieve vriendin.
Een map van de Uitvaartzorg, van de natuurbegraafplaats waar je begraven bent, een condoleanceboek.

Een stapeltje boeken, die ik vorige maand nog voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allerlei paperassen, dingen die geregeld moeten worden, of geregeld zijn.
Een beeldje van de Goede Herder Die een schaapje draagt; je had het ooit van mij gekregen en op je bureau in de zaak staan.
Jouw oude agenda, die je gebruikte voor de mobiele telefoons met een agenda.
Mijn papieren agenda ...


Het huis is stil en leeg zonder jou,
maar ik ben niet alleen.


Het huis is stil en leeg.
Mijn gedachten gaan naar de eerste keer dat we in het ziekenhuis spraken over wel of niet reanimeren, en jij toen nog duidelijk aangaf dat je dat echt wilde, want je had nog zoveel te zeggen, zoveel te doen. Zoveel te zeggen, zoveel te doen ...
Je woorden brachten een brok in mijn keel, je was immers geen prater, en je werd steeds beperkter in wat je nog kon.
Maar ondanks dat, wat ben ik dankbaar voor de tijd die we samen nog hebben gehad.


Wij mensen denken vaak dat we alle tijd hebben, als het vandaag niet komt, dan morgen wel; maar wat als morgen niet meer komt?

Zeg toch nu wat je hebt te zeggen,
tegen hen die je lief en dierbaar zijn.
Vertel toch nu wat je hebt te vertellen,
al is het nog zo weinig, kort of klein.

Doe toch nu dat wat belangrijk is,
in het bijzonder voor wie dierbaar zijn.
Doe het toch nu, nu het nog kan,
niet meer kunnen, te laat zijn, doet pijn.

Zeg, doe, stel toch niet uit.
Niemand kent zijn uur of tijd.
Het voorkomt pijn en verdriet,
wroeging en heel veel spijt.

dinsdag 25 augustus 2026

Tot ziens, Lieverd!' (5)

Eens weer ...



'Al bezwijkt mijn lichaam en mijn hart,
dan is God de Rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Psalm 73:26

'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Psalm 31;16a


Muziek was jouw taal, en zo stond jouw begrafenis ook in het teken van muziek.
We hebben meer gezongen dan gewoon is met een begrafenis, maar wat was dat goed!
Het voelde voor mij alsof ik nog een keer samen met jou zong.
Iets dat we zoveel samen hebben gedaan, maar wat de laatste jaren steeds minder werd, omdat het niet meer zo goed lukte.

Wat was het moeilijk voor je dat je lichaam het steeds meer af liet weten, je steeds minder kon; maar wat vond je het vooral moeilijk voor mij.
Wat hadden we nog hoop dat de revalidatie je weer een beetje meer op de been zou krijgen, en we nog wat kleine dingetjes samen zouden kunnen doen.
Maar het mocht niet meer zo zijn, een bacterie werd jou fataal.

Toch ben ik zo dankbaar, zo ontzettend dankbaar voor de laatste maanden die we samen hebben gehad.
Nee, vanaf maart kon je niet meer werken, en ja, we hebben allebei moeten wennen aan ineens allebei volledig thuis, maar hoe lastig het soms ook was, wat was het tegelijkertijd ook goed en mooi.
Dank je wel, lieverd, voor al die jaren, en in het bijzonder voor deze laatste maanden.

Ja, het is goed, wat Vader doet!
'... het sterven is voor mij winst.'
Fil. 1:21b

✝

In Zijn hand …

Het was een ongelijke strijd,
je sterke geest, je zwakke lichaam.
Maar één ding stond voor mij vast:
Jouw tijd is in Zijn hand.

Het was een moeilijke strijd,
wat werd je lichaam aangevallen.
Maar één ding bleef voor mij staan:
Jouw tijd is in Gods hand.

Ook toen er moeilijke beslissingen 
moesten worden genomen;
ik daarbij heen en weer geslingerd werd 
tussen wat is goed en wat wil jij.
Ook toen waren deze woorden 
in mijn hart verankerd:
Jouw tijd is in Gods hand!

Geen medicijn, noch een behandeling
kan daar iets aan veranderen;
met of zonder bleef dit staan:
Jouw tijd is in Zijn hand.

Nu is het einde gekomen;
voorbij is je aardse reis.
Hij heeft je bij de hand genomen
en thuisgebracht in ’t eeuwig vaderland.

💕