woensdag 2 juni 2021

Mijn gebed voor jou!

Als ik eind van de morgen na een bezoekje bij iemand die het niet makkelijk heeft wegrijd, bid ik automatisch tijdens het rijden voor haar; ze zag er zo moe uit.
En ineens bid ik: 'Heer, geef haar vleugels als die van een arend'
Ik schrok er zelf een beetje van, zo plotseling waren die woorden daar, maar tegelijk dacht ik, ja, dat is het.
Mijn blogje van gister over vleugels als die van een arend, kan ik ook omzetten in een gebed voor een ander.
En al rijdend en biddend ontstond zo het eerste coupletje.
Thuisgekomen schoof ik vlug aan de tafel om de woorden op te schrijven; zelfs na nog een boodschap doen, zaten ze nog steeds in mijn hoofd.
Als ik klaar ben met de dingen die eerst mijn aandacht vroegen, duik ik achter mijn bureau en maak het gebed/gedichtje af.

Heb jij het moeilijk?
Ga jij door een zware tijd?
Ben je moe, en is alles je eigenlijk te veel?
Weet je nauwelijks hoe je verder moet, of hoe dat je het moet volhouden?
Dan is dit gedichtje mijn gebed voor jou!


Ik bid,
dat de Heer
je vleugels
als die van
een arend geeft.
Krachtig
en sterk,
zwevend
op de wind
van Zijn Geest.

Dat ze
je boven
elke storm
zullen leiden die
het leven geeft.
Opdat, als je
terugkijkt,
je zult zien:
Híj is in alles
mijn sterkte
geweest.

🙏


Lees Ook mijn vorige Blogje.
>> Welke vleugels wil jij hebben?

maandag 31 mei 2021

Welke vleugels wil jij hebben?

 Juni 2009

‘Had ik maar vleugels als een duif, dan kon ik wegvliegen, een veilig heenkomen zoeken.
Wegvluchten zou ik, ver weg, de woestijn in.
Snel zou ik een schuilplaats zoeken, tegen de storm, tegen de wind.’
Psalm 55:7-9
(GNB)

Soms komt er zoveel op je af, zoveel aan pijn, moeite, verdriet, zorgen, tegenslagen of wat dan ook.
Soms zou je willen ontsnappen aan de plaats waar je bent.
Even alles ontlopen.
Even weg van alles.
Niemand zien.
Niemand spreken.
Niemand horen.
Wegkruipen, ergens op een plek ver weg van alles en iedereen.
Even vleugels hebben als een duif om weg te kunnen vliegen, zomaar, ineens.
Een schuilplaats zoeken, een schuilplaats die je beschermd tegen de stormen in het leven, tegen de wind die alles omver blaast, meedogenloos kan zijn.

Oh, had ik maar vleugels als een duif …   

Ik staar door het raam naar buiten.
Gevoelens van moedeloosheid drukken me neer.
De zwaarte van de zorgen wordt me teveel.
Oh, mensen zeggen het zo makkelijk; geef maar aan de Heer.

Ik staar door het raam naar buiten,
terwijl de tranenvloed me het zicht bijna ontneemt.
Ik kijk naar de duif bij de buren op het dak.
Hij zit daar dagelijks; dat is op zich niet vreemd.

Maar als hij wegvliegt en verdwijnt tussen de bomen,
dringt zich het volgende beeld in mijn gedachten.
Als ik toch vleugels zou hebben, net als die duif,
dan zou ik wegvluchten, geen moment zou ik daar mee wachten.

Weg, heel ver weg zou ik gaan.
Een schuilplaats zoeken tegen de stormen in mijn leven,
tegen de wind die raast om mij heen
en die mij soms van ontzetting doet beven.

Ik staar door het raam naar buiten.
Maar ineens hoor ik van binnen zachtjes Zijn stem.
‘Ik ben toch je schuilplaats, je toevlucht, Mijn lieve kind?’
Dan kijk ik naar binnen en kruip gauw weg, bij Hem.

Mei 2021

Opnieuw lees ik,  alleen in een andere Bijbelvertaling, de voor mij zo bekende woorden:

‘Daarom zeg ik: Och, gaf iemand mij vleugels als van een duif!
Ik zou wegvliegen naar waar ik blijven kon.
Zie, ik zou ver wegzwerven, ik zou overnachten in de woestijn.
Ik zou mij haasten zodat ik zou ontkomen aan de rukwind, aan de storm.’
Psalm 55:7-9
(HSV)

Vleugels als van een duif willen hebben, of …

Ja, zoveel jaar geleden was dat precies waar ik zo naar verlangde, wat wilde ik immers graag even wegvluchten van alles; och, het was zo moeilijk, zo zwaar …
Als ik mijn oude Blogje weer teruglees, ervaar ik weer iets van wat ik met het schrijven gevoeld heb.
Het weg willen vluchten van alles, maar ook het besef dat het niets oplost, en dat je toevlucht bij Hem zoeken het beste is wat een mens kan doen.

Nu, zoveel jaar later, leer ik afgelopen week een nieuwe les bij deze verzen, eentje die zoveel indruk op me maakt, dat ik het graag wil delen.
En voor degenen die het misschien al eens eerder gehoord of gelezen hebben, bedenk dan maar dat er kracht zit in herhaling 😊
Want hoewel ik de strekking van wat hij zegt, ken, bij deze verzen heb ik er nog nooit aan gedacht.
En dat maakt dat het een nieuwe les voor me is, als tegelijk ook een kracht vanwege de herhaling.

Ik neem je mee naar wat Warren Wiersbe bij deze verzen zegt.
Als eerste geeft hij aan dat weg willen vluchten een natuurlijk gevoel is, een normale, natuurlijke reactie.
David had het, en menigeen zal dit gevoel ook weleens gehad hebben, zo van, hup, tassen inpakken en wegwezen, het is genoeg geweest; ik kan niet meer.
Echter, onze problemen nemen we gewoon mee.
We kunnen er misschien met weggaan even afstand van nemen, maar als we terugkomen zijn alle moeilijkheden en problemen er nog steeds, en soms maken we het eerder erger door weg te vluchten; maken we problemen er zelfs groter door.

Wiersbe geeft aan dat de Heere ons stormen en rukwinden laat meemaken omdat ze ons helpen groeien en volwassen worden.
Dat als we blijven weglopen, net als kinderen zijn die nooit opgroeien.
Dus we hebben echt geen vleugels als die van een duif nodig.
Nee, hij zegt: ‘We hebben vleugels als die van een arend nodig.’

‘Maar wie de Heere verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden.’

Jes. 40:31

‘De arend ziet de storm onder ogen, spreidt zijn brede vleugels uit, en laat zich door de wind boven de storm uittillen.
Loop niet weg. Ga naar de Heere, en laat je door Hem hoog boven de storm uittillen.

Laat God de storm gebruiken om Zijn doelen met jou te bereiken.’

De les: Verlang niet naar vleugels als die van een duif, maar naar vleugels als die van een arend!


Hoe mooi past deze les niet bij mijn OneWord ‘Groei’ voor dit jaar!
Niet (willen) wegvluchten, maar omhoog kijken en de Vader vragen om vleugels als die van een arend, om boven de storm -moeilijkheden en problemen, worstelingen en lasten, uit te kunnen stijgen.
Niet (meer) wegvluchten, maar in de ogen kijken en willen groeien, door te vertrouwen dat Hij de storm wil gebruiken om tot Zijn doel te komen met mijn, en ook met jouw, leven.
(Je kunt vast wel raden welke aantekeningen in mijn Bijbel bij deze Psalm heb gezet.)

Vleugels als die van een arend …



dinsdag 23 maart 2021

Goddelijke zalving

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 11.












'Ik zal met verse olie overgoten worden.’
Psalm 92:11b (Eng. vert.)       

‘… ik ben met verse olie overgoten.’
(HSV - Ned. vert.)

‘… ik word verfrist met verse olie.’
(NB)

Met verse olie overgoten worden …

‘Wat ontmoeten Uw barmhartigheid (Gods mededogen, genade, goedheid, ontferming …)  en mijn gebrek (de noden van mijn ziel) elkaar hier op een heerlijke manier.'

Wanneer Uw liefde mij ’s morgens wakker maakt,
ligt deze bemoedigende gedachte voor mij klaar:
‘Een zalving voor mijn arme, trage en lusteloze ziel.’
Het maakt wat op mij ligt te wachten minder zwaar.

'Vernieuwing door de Heilige Geest, de verlevendiging door de Geest, de komst van de Trooster -het zijn de kostbare bestanddelen die sieraad voor as geven en vreugdeolie voor treurigheid.
Ze doen het gezicht stralen met de weerspiegelde heerlijkheid van de hemel.’

En toch …
Soms lijkt mijn leven op een dood punt te komen;
als een machine die vastloopt door roest en viezigheid.
En totdat ik het uitroep: ‘Maak mij levend, Heer!’,
is mijn ziel gehuld in het stof van de strijd.

Ezechiël 36:27a –
‘Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven.
Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt.’

Dan is daar het antwoord op mijn roepen,
is daar het woord van bevrijding en kracht.
Ervaart mijn ziel de zegen van leven die
Uw Heilige Geest mij liefdevol bracht. 

Ik werd met verse olie overgoten …


Lieve lezer …

Soms staan we op en beginnen de dag
met een zwaar en moedeloos gemoed.
Hoe belangrijk is het dan juist wel niet
dat onze ziel door Hem wordt gevoed.

Daar, aan het begin van de dag, ontmoeten
onze zwakheid en Gods barmhartigheid elkaar.
Maar iedere dag ligt voor de nood van onze ziel
alles wat we nodig hebben, voor ons klaar.

Het is hier op deze stille en heilige plaats,
in de warmte van Zijn liefdevolle aanwezigheid,
waar we met verse olie overgoten worden,
en vreugde de plaats inneemt van treurigheid.

Onze ziel ervaart de gezegende werking van Zijn Geest;
nieuwe moed en kracht vervullen ons en doen ons stralen.
Niet onze omstandigheden, noch wat we denken of voelen,
maar wat God zegt, zal dan de kleur van onze dag bepalen.


Ik dank, en prijs Uw heilige Naam;
U bent zo goed voor mij geweest!
U hebt mij met verse olie overgoten,
mijn ziel verlevendigd door Uw Geest.

Laat deze zalving zichtbaar worden
in alles wat ik doe, en waar ik ga.
Opdat een ieder die ik ontmoet iets
zal ervaren van Uw liefde en gena.


dinsdag 16 maart 2021

Hoop en perspectief

'Alles wat eens zo gewoon was, is niet meer gewoon.
Wat voorheen vanzelfsprekend was, is niet meer zo vanzelfsprekend.
En wat we voorheen gewoon deden, kunnen we nu niet meer doen, of alleen nog met allerlei voorzorgsmaatregelen.
We horen en zien hoe moedeloosheid toeneemt, als ook de onrust vanwege de vele en vaak ook tegenstrijdige berichtgevingen.
Mag ik je te midden van deze gevoelens van neerslachtigheid en onrust eens meenemen ....'


Speciaal voor de Bemoedigingsmaand op 'Krullies schrijfsels' schreef ik de bemoedinging 'Hoop en perspectief'.
Klik op de afbeelding om de rest van de bemoeding te lezen, als ook naar de vele andere bemoedigingen die er reeds op staan.

Blessings!

'Hoop en perspectief'

donderdag 25 februari 2021

Pay it Forward! (Geef het door)

‘En zij allen vatten moed ...’ 

Handelingen 27:36a

 
Het is al heel wat jaar geleden dat ik de film ‘Pay it Forward’ heb gezien, maar het principe van de film heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten, en zo moest ik ook aan deze film denken bij deze woorden uit Handelingen 27: ‘En zij allen vatten moed.’

Alles begint eigenlijk in hoofdstuk 25 waar Paulus zich beroept op de keizer, waardoor hij in hoofdstuk 27 onderweg ging naar Rome.
Onder begeleiding van een officier en samen met nog enkele gevangenen begint hij aan zijn reis naar Rome.
De reis over zee verliep echter niet zo voorspoedig, de wind liet hen in de steek waardoor de reis veel te lang ging duren en ze vervolgens in de problemen kwamen omdat de winter al voor de deur stond.
Paulus waarschuwde nog dat het een reis zou worden vol gevaren en risico's, maar de hoofdman luisterde meer naar de stuurman en de kapitein dan naar Paulus.
En zo gingen ze toch op weg om ergens anders te overwinteren, daar de haven waar ze waren daarvoor ongeschikt was.
Echter zoals Paulus had voorzegd, gebeurde; een stormwind stak op en het schip kwam in zeer grote problemen.
Ze zetten alles op alles om het schip te redden, tot het overboord gooien van lading en scheepswerktuigen toe, maar het mocht niet baten.
Alle hoop op redding werd hun ontnomen, zodanig zelfs dat ze ook niet meer aten.

Maar op een gegeven moment stond Paulus op en vertelde hen o.a. hoe een engel van God aan hem was verschenen, en beloofd had dat niemand het leven zou verliezen.
Het schip zou vergaan, maar hun levens zouden gespaard worden.
Nog duurde de storm voort en uiteindelijk wilden ze het schip met de sloep verlaten, maar Paulus verhinderde dat en gaf aan dat iedereen aan boord moest blijven wilden ze gered worden.

Op een ochtend, bij het aanbreken van de dag, ze zaten zo'n veertien dagen in die storm, spoorde Paulus iedereen aan om toch wat te eten, want ze zouden het nodig hebben voor hun redding.
Nogmaals benadrukte hij daarbij dat van niemand van hen een haar gekrenkt zou worden.
Daarna nam Paulus het brood, dankte God in aanwezigheid van iedereen, brak het en begon te eten.
En dan gebeurt het; en allen vatten moed en begonnen evenals Paulus te eten.
Daarna lezen we hoe ze gesterkt door het eten het schip lichter maken, een inham zien, het schip zo goed mogelijk aan de grond laten lopen en hoe iedereen inderdaad veilig en wel op het strand komt.

En allen vatten moed.
Hoe belangrijk is onze houding naar anderen; hoe groot eigenlijk onze verantwoordelijkheid naar buiten toe; welk een invloed heeft mijn houding niet naar een ander.
Woorden spreken is niet zo moeilijk, maar je woorden omzetten in daden is een ander verhaal.

Als Paulus iedereen moed inspreekt en hen verteld dat God hen gaat redden, dan toont hij zijn vertrouwen in de woorden van God door rustig het brood te nemen, God te danken, het brood te breken en te gaan eten.
Een alledaagse handeling, heel gewoon, niets bijzonders, maar juist dat straalt het vertrouwen uit dat hij heeft in God en waardoor anderen moed vatten en ook durfden te gaan geloven dat er hoop was, hoop op redding.
Paulus maakte het vertrouwen wat hij had in God zichtbaar in een alledaagse handeling.

Ook in ons leven kan het flink stormen.
Golven slaan torenhoog over ons heen en wat kunnen we niet het gevoel hebben dat we vergaan.
Soms, naar mate de tijd verstrijkt, vervliegt onze hoop, en als de storm kan het lijken dat we ten ondergaan.
En al zegt Gods woord dat Hij ons nooit boven vermogen zal beproeven, wat is het soms moeilijk om je niet mee te laten sleuren met de wind en de golven, en om net als die mannen op het schip, alle hoop op redding te verliezen.
Welk een beroep wordt er op zo’n moment niet gedaan op ons geloof!
Maar de woorden van Paulus laten ons ook nog iets anders zien, namelijk dat het niet alleen een test is van ons geloof, maar dat onze reactie en houding in zo’n storm ook van invloed is op anderen.

Ja, Paulus kreeg een boodschap van redding van een engel, maar ook tot ons spreekt God.
Hij heeft ons Zijn Woord gegeven, Zijn Woord dat vol staat met woorden van redding en leven, vol bemoedigen, hoop en kracht.
Ook onze gebeden hoort en verhoord God.
En al spreekt God tegen ons misschien niet door een engel, Hij spreekt nog steeds.
Het is juist op zo'n moment dat ik kan laten zien op Wie ons vertrouwen is, en door onze houding van vertrouwen en geloof, kunnen wij op onze beurt weer anderen bemoedigen of opbeuren; ja, nieuwe hoop geven.
We hoeven daarbij niet te denken aan grote spectaculaire dingen; soms getuigen kleine handelingen van meer geloof en vertrouwen dan de grootste preek.
Misschien vat een ander wel alleen al moed doordat we gewoon ons werk blijven doen ondanks alles; door ons huis op orde te houden, het toch gezellig te maken, te midden van.
Misschien vat een ander wel alleen al moed, als wij ons hoofd omhoog houd, of ondanks alles een vriendelijk woord hebben voor de ander, een kaartje sturen naar iemand die het ook moeilijk heeft.
Misschien vat een ander wel alleen al moed, doordat wij blijven danken, blijven zingen, blijven ...
En misschien geeft het de ander wel zoveel moed en kracht, beurt het een ander zo op, dat hij op zijn beurt weer een volgende nieuwe moed kan geven, enzovoort, enzovoort.