‘Ik schrijf om mezelf gerust te stellen.
Jenna*
Het is goed -voor ons beiden, om met haar te praten.
Het is goed om dingen te benoemen, aan te geven wat moeilijk is, wat zwaar is, waar pijnpunten liggen enz., als ook goed om de tranen die met regelmaat achter mijn ogen branden te laten komen.
Als ze vraagt hoe het gaat, geef ik aan dat ik zoveel moeite heb met het hervinden van gewone regelmaat.
Ik weet, ik doe wat ik kan, maar ik ben mijn regelmaat kwijt, en het lukt me maar niet om een nieuw ritme te vinden in mijn dagelijkse bezigheden zoals ze nu zijn.
Wel kon ik haar vertellen dat ik in een poging om dit te hervinden, mezelf 'gedwongen' heb om 's morgens mijn schrijven (Stille Tijd-schrijven) weer op te pakken.
(Het lag al lange tijd stil, simpelweg omdat ik te moe was, en ik was tot niet veel anders in staat dan stil met mijn kopje in mijn stoel zitten en kleine stukjes lezen, uit de Bijbel, de Gideonietjes van Corrie ten Boom, een Leesplan ...)
Ik had het idee, dat als ik nu weer eens dit schrijven op zou pakken, de rest misschien dan ook wel langzaamaan volgt.
Ze wist namelijk -dat had ik haar al eerder gezegd, dat ‘in het schrijven’ mijn kracht ligt, dus ze was blij voor mij dat ik dit weer had opgepakt.
Wel drukte ze me op het hart, dat hoe moeizaam het nu ook nog ging, -het is werkelijk onvoorstelbaar hoeveel schrijffouten ik iedere keer maak, ik me daar niets van aan moest trekken, want het weer oppakken was waar het om ging, en die fouten, och ...
Dit alles bracht mij weer bij een citaat, dat ik uit een boek dat ik onlangs las, had overgenomen.
Een citaat, dat mij mezelf eens de vraag deed stellen waarom ik schrijf.
Van de hoofdpersoon in het boek, Jenna, is het citaat waar dit blogje mee begint, en weet je, inmiddels kan ik me wel aardig vinden in haar reden om te schrijven, al was dit niet zo toen ik met bloggen begon.
Ik ben in oktober/november 2008 begonnen met bloggen (bij het toen nog bestaande Punt.nl.) simpelweg omdat ik zo'n Blog zo leuk vond, en omdat het me geweldig leek om daar van alles bij elkaar te hebben als een soort van boek.
Mijn gedichten, Bijbelverzen die ik mooi vond, of me aanspraken, verhalen, afbeeldingen enz.
Maar al spoedig veranderde dit, en werd mijn blog een soort van plaats van houvast.'
Een verdrietig gevoel bekruipt mij als ik het bovenstaande stukje weer lees; wat is er veel gebeurd en veranderd sinds ik hier een begin mee maakte.
Ik schreef het namelijk precies één dag voordat mijn man werd opgenomen in het ziekenhuis, en waar hij anderhalve week later ook is overleden.
Het roept herinneringen op aan die laatste week dat hij nog leefde en de verlamming in zijn hand die iedere dag steeds een stukje verder omhoog kroop, en mijn zorg en zorgen die met de dag toenamen.
Het brengt mij terug bij mijn met tranen gepaard gaande stille schreeuw naar boven ‘Hoe dan, Heer, hoe moet dit toch verder?’
Hoe snel werd dit eigenlijk niet vervolgens beantwoord, alleen op een andere manier dan ik had gedacht.
Een verpleeghuis was nog wel in mijn gedachten gekomen, maar dat zijn leven anderhalve week later voorbij zou zijn …
Het eerste stukje van dit schrijven, heb ik inmiddels verschillende keren gelezen, maar tot nu toe was ik niet in staat om er mee verder te gaan.
Met het weer oppakken van het schrijven op ‘Quality Time’ n.a.v. het Dagboek van Andrew Murray*, als ook enkele dingen die ik afgelopen week las, doen mij niet alleen teruggaan naar dit onafgemaakte blogje, maar ook in beweging komen om er mee verder te gaan en het af te maken.
Want, ja, waarom schrijf ik, en waarom schrijf ik wat ik schrijf?
Eigenlijk heb ik altijd van schrijven gehouden, alleen … ik wist nooit wat ik moest schrijven.
Nee, ik was helemaal niet goed in opstellen schrijven, en gedichten … ja, als veertien/vijftienjarig meisje hield ik erg veel van de gedichten van Nel Benschop, maar om er ook maar eentje zelf te schrijven kwam toen echt niet in mij op.
En dus bleef mijn liefde voor schrijven beperkt tot het overschrijven van Bijbelteksten en gedichten en andere dingen die ik mooi vond.
Wat dat betreft heeft het beginnen met een blog in 2008 een grote verandering teweeggebracht in mijn leven.
Waar ik begon met bloggen omdat ik zo’n Blog zo mooi vond, kwam ik erachter dat met het op gang komen van mijn eigen schrijfsels, mijn innerlijke onrust -het gevoel van iets te moeten/willen doen, maar niet weten wat, totaal verdween en tot de dag van vandaag nooit meer is teruggekomen.
Gaandeweg met het bloggen kwam ik er ook achter dat mensen soms bemoedigd werden door mijn schrijfsels of gedichten; dat mijn woorden zelfs soms de woorden waren die ze zelf niet konden vinden maar vonden in wat ik schreef.
Dat laatste raakte mij enorm en ik voelde (en voel) me klein en tegelijk gezegend dat ik dit kon, kan en mag doen.
Toch durf ik mezelf met zoveel jaren bloggen achter mij, geen rasechte Blogger te noemen.
Hoewel ik inmiddels wel weet met wat voor soort blogjes ik vaak wel reacties krijg, probeer ik bovenal trouw te blijven aan mezelf, aan waarom ik schrijf en waarover ik schrijf, en waarvan ik ervaar dat ik erover moet schrijven, populair of niet.
Als ik het citaat uit het boek er even weer bijneem, is het vooral de tweede zin, Jenna’s tweede reden om te schrijven, die mijn hart het meeste raakt.
Ik schrijf om mezelf te herinneren aan de waarheid.
Ik kan niet om Gods Waarheid heen, ik kan niet om Jezus heen.
En ja, soms botst het enorm, als ik niet kan accepteren, als ik niet wil, als ik boos ben, als ik het gevoel heb niet meer verder te kunnen.
Maar het schrijven brengt me uiteindelijk bij Zijn Waarheid, bij Hem, bij wat Zijn woord zegt.
Nee, niet alles wat ik schrijf, bezit ik; niet alles wat ik schrijf, kan ik iedere dag in praktijk brengen; niet alles wat ik schrijf, ervaar ik elke dag en elk moment, maar altijd is daar wel dat verlangen ernaar.
Het is wel zo dat ik weet dat Zijn woord waarheid is, en dat in Zijn woord mijn troost, kracht en sterkte ligt, ja, alles wat ik maar nodig heb.
En ja, al schrijvend kom ik dan tot rust, hervind ik kracht en sterkte, word ik bemoedigd.
Maar soms raak ik ook gefrustreerd, als ik iets wil schrijven en het lukt gewoon niet, want ja, die keren zijn er zeker ook.
Soms is schrijven daarom ook worstelen.
Soms is schrijven daarom ook ploeteren om de juiste woorden te vinden voor wat ik voel, ervaar, denk, wat in mij is.
Soms is het schrijven daarom ook confronterend, en moet ik dingen onafgemaakt wegleggen, omdat ik er nog niet klaar voor ben, het nog niet doorleefd heb.
Soms komt er daardoor later een heel ander stukje uit voort, en soms verdwijnt het gewoon in de prullenbak.
En soms sluit ik uit frustratie maar mijn laptop.
Als ik dan Jenna’s redenen om te schrijven nog eens lees, denk ik, ach, eigenlijk schrijf ik om dezelfde redenen.
Het schrijven stelt me immers uiteindelijk (vaak) gerust; word ik herinnerd aan de waarheid, aan Zijn Waarheid.
En ja, ik heb gemerkt dat ik niet de enige ben die door dingen heengaat, dingen ervaart en voelt.
Maar, ik schrijf nu in de eerste plaats, omdat ik denk dat Hij mij daartoe geroepen heeft, gezien de rust en vrede die daarmee in mijn leven gekomen is.
In Uw handen, Heer!
* Hoofdpersoon uit: ‘Wat verloren was
Van: Ginny L. Yttrup
>> Meer info







