dinsdag 10 februari 2026

Vertrouwen voor angstige dagen ...

Als ik vanmiddag weer eens echt de tijd heb om achter mijn laptop te kruipen, eindig ik bij een oud blogje van mijn allereerste Blog.
Ik krijg een brok in mijn keel en al snel lopen met het lezen de tranen over mijn wangen, en niet alleen vanwege de herinneringen, maar ook doordat het aanvoelt als een be(aan)moedigend woord van de Heer.
Waar ik doorgaans de (oude) blogjes praktisch in hun originele staat op dit blog plaats, heb ik dit keer het tussendoor (schuingedrukt) aangevuld vanuit het nu, daar de boodschap die erin staat tijdloos is, en dus ook voor nu geldt.

Het verhaal van het dochtertje van Jaïrus staat in dit verhaal centraal, en in het bijzonder een paar woorden van de Here Jezus.

Het verhaal in grote lijnen.
Het dochtertje van Jaïrus ligt op sterven en Jaïrus spoedt zich naar Jezus toe, die in de omgeving was.
Jaïrus smeekt Jezus om mee te komen en Zijn handen op zijn dochtertje te leggen, dan zou ze beter worden en blijven leven.
Jezus gaat met hem op weg, maar wordt onderweg opgehouden.
Dan komt iemand uit het huis van Jaïrus hem tegemoet met de mededeling dat zijn dochtertje al is gestorven en dat hij de Meester niet meer hoef lastig te vallen.
Jezus hoort wel wat er wordt gezegd, maar Hij zegt tegen Jaïrus dat Hij niet bang moet zijn, maar moet blijven geloven.
Vervolgens neemt Hij drie van Zijn discipelen mee het huis binnen, stuurt iedereen die in het huis is naar buiten en gaat samen met de vader, de moeder en Zijn drie leerlingen de kamer van het meisje binnen.
Hij pakt haar hand en zei tegen het meisje: 'Meisje, Ik zeg je: sta op!’
En het meisje, 12 jaar oud, stond op en begon te lopen.
‘Geef haar wat te eten’, zei Jezus.
👉 Marcus 5:21-43 

Aan de hand van dit verhaal neemt Lucado mij mee op weg naar vertrouwen voor angstige dagen.
Steeds opnieuw raakt het me; de manier waarop hij dingen weet te beschrijven, schildert met woorden, ze aaneenrijg tot een verhaal, zodat het zich bijna als een film voor je afspeelt.
Hierdoor raakt hij steeds opnieuw mijn hart.
Hierdoor gaan zijn woorden voor mij leven en betekenis krijgen.
Hierdoor worden handvatten geen droge kost, maar liefdevol, uitgestoken handen, die mij op weg helpen, of de moed geven om verder te gaan, te kunnen.
Zo ook nu weer.
    

De angst van Jaïrus ken ik, herken ik.
De angst om mijn kind te verliezen …
De wegkwijnende dochter vergelijkt hij met een wegkwijnend huwelijk, of een loopbaan die op z’n retour is, toekomst, vriendschap…

Een gezondheid die achteruit gaat.
Een zaak die je daardoor moet stoppen.
Zoveel dingen niet meer kunnen.
De impact van dit alles.


Knaagt die angst, die onzekerheid nu niet aan mijn deur, als ik denk aan mijn zoon, die eind van de week zijn baan kwijt is en zijn opleiding niet kan vervolgen omdat er geen stageplekken zijn te vinden, maar ondertussen wel zijn onkosten heeft voor vrouw en huis.
Ja, één plekje heeft hij aangeboden gekregen, maar die kunnen hem geen loon betalen.
Verder leren met een uitkering kan, maar na een half jaartje komt hij dan in de bijstand.
Knagende angst, knagende onzekerheid…

Knagende zorg (angst is nu een groot woord, maar soms ...), knagende onzekerheid …
Ook nu weer als met de lichamelijke gesteldheid van mijn man het steeds moeilijker wordt om te werken(nadeel eigen winkel).
Ja, hij heeft wel de beslissing genomen om in augustus vervroegd te stoppen, maar houdt hij het zo lang nog wel vol?
En dan …?
Knagende zorg, knagend onzekerheid …


Zoals Jaïrus neerviel aan de voeten van Jezus en smeekte, zo ben ook ik menigmaal aan de voeten van Jezus neergevallen.
Gesmeekt voor het leven van mijn kind, gesmeekt om hulp voor een kind dat zich snijdt, gesmeekt voor …, om …
Zoals Jezus Jaïrus antwoordde en hoop gaf door mee te gaan, ontving ik hoop van Jezus op velerlei manieren.
Soms werd ik boven alles uitgetild en was er vrede in mijn hart en het rotsvaste zeker weten; het komt goed!

Maar dan blijft Jezus staan; of zoals Lucado het zo mooi verwoord: Halverwege het wonder blijft Jezus staan.
Bij Jaïrus werd Jezus opgehouden door de bloedvloeiende vrouw, bij mij was het soms een telefoontje van: mam, ik sta bij de trein en heb de neiging er onder te stappen, of de depressie, die weer genadeloos toesloeg en m’n kind omsloot en door het huis ging als een zware, zwarte wolk, of zoals nu, een sollicitatiegesprek vlak voor dat hij zijn werk kwijt is, maar …. er is geen loon!
Er zijn zovele dingen die ik op zou kunnen noemen aan momenten waarin Jezus halverwege het wonder bleef staan.
En dan slaat de onzekerheid weer genadeloos toe, moedeloosheid, minderwaardigheid.
Zie je wel, God vergeet mij, Hij vindt mij vast niet goed genoeg, belangrijk genoeg.
Zie je wel, mijn geloof is toch niet groot genoeg….

Wat heb ik het afgelopen jaar Hem al veel bestookt met mijn smeekbedes, vooral toen mijn eigen lichaam ook opnieuw begon te protesteren door het werk dat nu op mij neerkwam.
Hoeveel tranen heb ik al niet vergoten …
Hoe, Heer, hoe …?

Iemand uit het huis van Jaïrus komt eraan en vertelt hem dat zijn dochtertje inmiddels is gestorven en dat hij de Meester niet meer lastig hoeft te vallen.
Te laat.
Stilte.
Dan wijst Lucado met klem op de woorden die de Here Jezus dan uitspreekt:

                                     ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Wees niet bang….
Jaïrus dochtertje is dood.
Geloven?
Wie? Wat? Hoe?
Blijf geloven dat Jezus in staat is om te helpen.

Wees niet bang …
Mijn man op tijd bij de trein om onze zoon op te halen.
Een kaartje, een arm, een tekst, een woord, een boek, …
Uitkering, bijstand, voldoende ...?

Een blogje als dit, maar ook andere schrijfsels, gedichten …
Kaartjes, een arm, liederen, gebed …
Reacties op blogjes …
God Die spreekt door het Dagboek van Murray* heen en mij al schrijvend leidt naar Wie Hij is, en woorden geeft die mij terechtwijzen, onderwijzen, bemoedigen, aanmoedigen, aansporen, nieuwe moed en hoop geven, als ook de kracht om opnieuw …

Lucado wijst met klem op de woorden: ‘Wees niet bang, blijf geloven.’
Hij wijst op het feit, dat Jezus de woorden van de dienaar had gehoord.
Hij wijst op het feit, dat Jezus, hoewel Hij in beslag genomen werd door de zieke vrouw en omgeven was door zoveel mensen, Hij Jaïrus en zijn nood geen moment uit het oog verloor.
Hij wijst op het feit, dat Jezus alles hoorde en Hij het belangrijk genoeg vond om Jaïrus’ angst aan te pakken en mee te gaan naar zijn huis.
Hij wijst op het feit, dat één woord van Jezus vanaf de plaats waar Hij was, genoeg zou zijn geweest.
Hij wijst op het feit, dat Jezus niet alleen wilde laten zien dat Hij doden kon opwekken, maar dat Hij meegaat, komt, om dat te doen.

Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mij.
Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mijn zoon.
Jezus komt en spreekt.
Door een kaartje, door een boek, door een persoon, door een vogel die het hoogste lied zingt, een ree dat stilstaat in de wei langs de weg …’
Een steuntje in de rug.
Lucado wijst op het feit, dat God dat nog steeds doet.
Aan Jaïrus, aan mij.
Aan hen die neerslachtig zijn, aan hen die overmand worden door verdriet.

Ook nu nog, bij mijn man, bij mij, bij ons.

Hij dringt aan: ‘Wees niet bang, blijf geloven!’

Blijven geloven, dat Hij voor mijn kinderen zorgt, waar ze zich ook bevinden, waar ze ook door heen gaan op dit moment.
Blijven geloven, dat Hij komt om mij (en hen) op te beuren.
Blijven geloven, dat Hij mij, ons, belangrijk genoeg vindt.
Blijven geloven.

Blijven geloven, ook nu beurt Hij op, richt Hij op.
Blijven geloven, wat er ook gebeurt, Hij is erbij.
Blijven geloven, Hij gaat met ons mee.
Blijven geloven, Hij geeft de kracht, de moed, de hoop.
Blijven geloven, Hij ziet, Hij hoort; nog steeds.

Lucado schrijft: 'Angst rooft zoveel vrede van onze dagen.'
O, wat een waar woord.
Hoeveel vrede heeft angst al niet van mij geroofd en hoe vaak al niet.
Ik weet het, en toch, het gebeurt iedere keer weer.
Angst, de grootste vijand van mijn vrede.
Angst, de grootste vijand van mijn geloof.
Angst, de grootste vijand van mijn vreugde.
Angst, de grootste vijand van mijn hoop.

Lucado wijst op Gods woord waar Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen.’
(Matt.28:20)
Waar we ook naar toe gaan, waar we ons ook bevinden, nergens op deze aarde is een plaats waar God niet is.
Wees niet bang, maar geloof.

Angst is bij tijden de grote aanwezige in mijn leven.
Soms heeft angst mijn leven bepaald, mijn keuzes, mijn doen en laten.
Het is soms nog steeds mijn grootste, steeds terugkerende vijand.
Wat betekent het veel voor mij als Lucado schrijft:
‘De aanwezigheid van angst betekent niet dat je geen geloof hebt.
Angst gaat bij iedereen op bezoek.
Maar zorg ervoor dat je angst een bezoeker is en geen bewoner.’

Wat hebben mensen mij al vaak gekwetst met hun veroordeling vanwege mijn angst.
Wat hebben mensen mij al vaak pijn gedaan met hun onnadenkende uitspraken.
Wat zeggen we soms makkelijk dingen en halen de bijbel te pas en te onpas aan, zonder te weten of ons te bekommeren waar iets vandaan komt, wat de oorzaak is.
Wat heb ik soms getwijfeld aan mijn geloof vanwege mijn angst en wat mensen daar over te zeggen hadden.
Dan is het alsof God nu zelf tegen mij zegt:
‘Mijn lieve dochter, als angst je weer overvalt, weet dan dat dit niets afdoet aan je geloof in Mij, maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis.’

… maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis …
Ja, het kan me soms zo overvallen, gevoelens van zorg, van moedeloosheid, van niet meer weten hoe ik verder moet, hoe ik het vol ga houden, maar deze gevoelens geen intrek laten nemen in mijn hart en in mijn ziel.
Och, wat is dit soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar wat een geweldig liefdevolle God en Vader hebben wij toch, dat Hij steeds opnieuw komt, en laat zien, en Zijn hand uitstrekt en zegt: 'Kom maar, geef maar aan Mij. Kom maar, wees niet bang, vertrouw Mij!'
Soms in de stilte van je Stille Tijd …
Soms met een koffiebezoekje aan een vriendin …
Soms met lezen.
Soms met …

Ja, angst heeft al heel veel geroofd, maar ik ben op weg mijn angst tegemoet te treden met geloof.
Samen, hand in hand met God, met Jezus, met de Heilige Geest.
Soms, dreigt het kolkende water van angst mij te overspoelen, maar ik grijp die toegestoken hand van Hem uit de hemel.
Soms duurt het even, zie ik niets anders dan die golven, maar Hij vind mij belangrijk; Hij komt, Hij wacht, Hij reikt Zijn hand.

‘Wees niet bang.
Geloof!’



📅 November 2009

* Dagboek van Andrew Murray


woensdag 28 januari 2026

Jezus Overwinnaar!
Een Woord ter Bemoediging ..

N.a.v. 👉 Psalm 107


Vanmorgen met mijn Stille Tijd las ik een bepaald Bijbelvers, en aangezien mij iets opviel, pakte ik mijn NBG-Bijbel erbij.
Nu gaat het mij niet om wat ik las, en hoe het op de ene manier in de ene Bijbel stond, en anders in de andere.
Nee, met het openen van deze Bijbel vond ik achterin een paar schrijfblaadjes met wat ik een soort van getuigenis zou noemen, zeker het gedichtje waarmee alles is afgesloten.
Al lezend drong opnieuw tot mij door hoe groot de waarde is van het opschrijven van de goede en mooie dingen die in ons leven gebeurd zijn of gebeuren.
Want, hoezeer hebben we het soms niet nodig om herinnert te worden aan wat de Heer eerder heeft gedaan voor ons en in ons leven.
Ik zou willen dat ik niets zou vergeten van wat de Heer heeft gedaan, gegeven, veranderd, …, dat ik alles kon onthouden wat ik ooit heb geschreven, maar helaas …
In het leven rijgen herinneringen zich aan elkaar en lopen ook door elkaar heen, en soms springt er ineens iets uit door wat we zien, of horen, of ruiken, of …
Soms mooie dingen, soms moeilijke, verdrietige of pijnlijke dingen.
Ik heb al wel vaker aangegeven hoe ik soms door mijn ‘eigen’ schrijfsels wordt geraakt, of door stilgezet, of aangespoord, of ergens aan herinnert.
En dat laatste was vanmorgen het geval.

Het schrijfseltje nam mij mee naar Psalm 107, echt een heel bijzondere Psalm!
Boven deze Psalm staat: 'Danklied voor verlossing uit allerlei nood', maar zelf zou ik het volgende erboven hebben: 'Oproep tot Lofprijs en Aanbidding', er komt namelijk geen woord van Dank aan te pas, maar telkens opnieuw klinkt de oproep om Hem te loven om wat Hij deed.

Een overzichtje van deze prachtige Psalm.

Psalm 107: 1-3

Opdracht tot het Loven van de Heer door allen die verlost zijn.

Psalm 107:4,5,
Psalm 107:10-12 
Psalm 107:17,18
Psalm 107:23-27

Beschrijving van de omstandigheden en de noden.

Psalm 107:6.7
Psalm 107:13,14
Psalm 107:19,20
Psalm 107:28-30

De roep tot de Heer om verlossing en de verhoring.

Psalm 107: 33-42

De wonderbaarlijke dingen die de Heer doet; voorkomt uit.

Psalm 107:43

Aansporing tot Lofprijs en Aanbidding.


Als je Psalm 107 goed lees, merk je dat het een Psalm is met een bepaalde cadans; steeds opnieuw zie je een herhaling van opsomming van noden - omstandigheden - situaties, vervolgens gebed om hulp en het horen van de Heer in de verlossing die Hij gaf.
Het maakt deze Psalm heel rijk aan troost en bemoediging.
Eigenlijk komt elk denkbare situatie er in voor en laat ons zien dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, en ongeacht hoe we daar ook in zijn gekomen, als we tot de Heere roepen om verlossing zal Hij horen en uitredden; hetzij door het veranderen van omstandigheden, herstel,genezing of vergeving te geven, of de hulp en de kracht die we nodig hebben om ergens door heen te komen.
En wat hebben we, ja, soms opnieuw en opnieuw, het nodig om herinnert te worden aan Wie de Heere is, en wat Hij doet, en wil doen.
Wat kan alleen het herinnerd worden hieraan, al tot kracht en bemoediging zijn!


Hoe goed is het dan ook om de dingen die de Heer in ons leven doet, of geeft, of laat zien, of … op te schrijven.
Wat kunnen ze tot een bemoediging of een aansporing zijn in dagen dat we het moeilijk hebben, of niet meer zien zitten; teleurgesteld zijn of het zicht op Hem even weg of verduisterd.
Dit was zeker zo voor mij het geval met het schrijfsel dat ik vond en dat mij terugbracht bij deze bijzondere Psalm en bij de overwinnende, levengevende woorden die doorklinken in het gedichtje waar het schrijfsel dat ik gevonden had, mee afgesloten werd.
Het is mijn gebed, dat als jij het nodig hebt, ook hierdoor bemoedigd en gesterkt wordt.

Eén ding weet ik nu zeker:

Als ik tot U roep,
al is het vanuit de diepste nood;
U hoort mijn stem
en redt mij uit al mijn angsten.
Hoelang een storm ook duurt,
hoe hoog de golven ook slaan,
hoe donker en duister het ook is,
wat of wie mij ook belaagt,
U hoort en redt;
U verlost en bevrijdt;
U zendt en doet gaan.

Uit al mijn angsten hebt U mij verlost,
door alle stormen heen heeft U mij gedragen.
In elke duisternis kwam altijd Uw licht,
in alles zag ik steeds opnieuw: 
U hebt de boze verslagen!

Jezus, U bent Overwinnaar!

~ ~ * ~ ~

Tot slot wil ik nog een paar woorden doorgeven die ik eergister hoorde met het kijken en luisteren van het filmpje van Aweis, dat ik doorgestuurd kreeg via Open Doors.
Woorden, die mij heel stil maakten en tot diep nadenken stemden, en waaraan ik moest denken met het schrijven van dit blogje.
Dat ze tot inspiratie en bezieling mogen zijn voor ons.


‘Dus, hoeveel dreigingen ook op mij af blijven komen, 
ik ben vastbesloten om koers te houden 
en nooit te verzwakken in mijn geloof 
of in mijn bediening.’


Overwinning begint veelal met een vastbesloten keuze; of zoals over Daniël staat in Daniël 1 vers 8: ‘Daniël nu nam zich in zijn hart voor …’
De Psalm roept ook iedere keer op om de Heer te loven en te aanbidden om Wie Hij is en om wat Hij heeft gedaan.
Onze dankbaarheid en lofprijs heeft twee kanten.
Enerzijds geeft het God de eer die Hem toekomt, anderzijds herinnert het ons nog eens extra aan Zijn grootheid en goedertierenheid.

Maar misschien zijn de woorden van Aweis wel de mooiste  vorm van Lofprijs en Aanbidding die we de Heere kunnen geven: vastbesloten zijn om koers te houden, nooit te verzwakken in ons geloof, of welke bediening (geestelijk of moeder en huisvrouw of …) we ook hebben; in ons hart voornemen dat te doen wat de Heer zegt.
Een onverdeeld hart voor Hem, gesterkt en geleid door de Overwinning van onze Here Jezus Christus.


🙏 Heere ...

woensdag 14 januari 2026

De Boeien van Ongeloof ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 21     










Mattheüs 17:19b,20a
'Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloof wil …’

Zoals de discipelen in het Bijbelgedeelte waaruit de tekst komt tekortschoten in geloof, zo staat Susannah ook stil bij haar tekortschieten, haar falen, haar ongeloof.
Ze vertelt hoe ze heeft geprobeerd om voor de Heer te leven en te werken, maar dat, hoewel het haar oprechte voornemen was om tot zegen te zijn voor anderen, falen daar vaak aanwezig was.
In haar ontmoeting met de Heer morgen, vuurt ze als het ware een flink aantal vragen op de Heer af, tenminste zo ervaar ik het met het lezen van haar vragen.
‘Heer, waarom …’
Waarom niet de zonde overwinnen?
- … het scherpe woord inhouden?
- … boosheid bedwingen?
- … dicht bij U wandelen zodat mijn leven beheerst wordt door U; elke daad, elke gedachte, elk woord …?
- … de kracht om anderen te beïnvloeden, naar U te leiden voor hulp?
Het Bijbelvers geeft haar, net als de discipelen, het antwoord: Ongeloof.

Waar Susannah me in meeneemt is heel herkenbaar, zowel haar vragen, als ook dat we -in mijn eigen woorden gezegd, het ene moment op de top van de berg zijn, en het volgende in een dal belanden.
Nee, het ligt niet aan de Heer, Zijn kracht blijft altijd en tot in eeuwigheid hetzelfde, het is ons ongeloof dat dat ons naar beneden stort.

‘Heere, het is maar al te waar dat mijn geloof
vaak door de boeien van ongeloof wordt gebonden
en zijn vleugels worden gebroken,
zodat het slechts met pijn
kan proberen hemelwaarts te vliegen.’

Susannah Spurgeon

Ik denk dat ze met de woorden die ze gebruikt in het citaat, ‘de boeien van ongeloof’, het juist beschrijft.
Ongeloof bindt, ontneemt, verhindert, blokkeert, neemt gevangen.
Susannah beperkt zich tot wat ongeloof doet, en bidt om verlossing van dit kwaad en om openbaring van ‘de uitnemende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven’.
Dat de Heer toch alle twijfel en wantrouwen uit haar hart bant, geloof zal overwinnen en alle eer aan Hem zal zijn.

In mijn schrift staan echter nog wat dingen die ik toen had opgezocht over ongeloof, en enkele wil ik daarvan hier ook in opnemen;
Helaas kan ik op Internet niet meer terugvinden waar ik het vandaan heb, maar ze zijn belangrijk genoeg om over na te denken.

‘Ongeloof zien de meeste gelovigen niet als zonde maar als zwakheid, en daarom leren ze het niet om ongeloof te haten als anderen zonden.’

‘Ongeloof is een belediging naar God toe, omdat het impliceert dat God Zijn kinderen niet verzorgd of voorziet.’

Hebreeën 3: 12 zegt: ‘Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; …’

Een verdorven hart vol ongeloof …
Verdorven, boos, kwaadwillig hart.

In de bijbel kunnen we op meerdere plaatsen lezen dat de Here Jezus beperkt werd in Zijn handelen door het ongeloof, dus het laat zien welk een kwaad en schade ongeloof aanricht.
Het laatste coupletje van mijn gedichtje is dan ook echt mijn gebed.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het ontneemt mijn zicht
op wie God werkelijk is en
op wie Hij voor mij wil zijn.
Het beperkt mij in mijn kunnen,
het berooft mij van mijn kracht
en geeft onnodig verdriet en pijn.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het is een zonde, een kwaad, dat mij
doet vergeten dat God in mij
Zijn Geest van kracht heeft gegeven.
Menig gebed wordt niet verhoord,
en maar al te vaak faal ik in
mijn streven naar een heiliger leven.

Ongeloof …, Heer, wat doe ik U vaak 
veel verdriet en pijn met mijn ongeloof.
Ban uit mijn hart, Heer, al mijn twijfel,
mijn sceptisch zijn, mijn wantrouwen.
Schenk mij geloof, Heer; leer mij leven
vanuit Uw kracht die in mij is, en
leer mij om in alles op U te bouwen.

‘En Jezus zei tegen hem: Als u kunt geloven,  alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.
Marcus 9:23,24


donderdag 8 januari 2026

Verborgen boodschap ...

Gistermorgen keek ik vanaf onze eettafel naar buiten.
Alles, de tuintafel met twee stoelen, de schilderijtjes aan de schutting, het eikeltje met pinda’s, het huisje met een pot pindakaas erin, planten, straatje …, alles is bedekt onder een dikke laag sneeuw.
En zo dus ook de arend achterin onze tuin.
Het is de arend die ineens mijn aandacht trekt boven al het andere uit.
Zoals die daar nu staat, in deze houding en onder de sneeuw, vorm hij een hart.
Ik heb dit nog niet eerder gezien, maar ja, zo vaak sneeuwt het ook niet en ook niet zodanig dat het blijft liggen.
Het raakte me, en ik bedacht me welk een mooie boodschap er zo verborgen ligt in het beeld van de arend.


'Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft,
zijn vleugels uitspreidt, ze pakt 
en ze draagt op zijn vlerken, 
zo heeft alleen de HEERE hem geleid, …’
Deuteronomium 32:11,12 

‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.’
Jesaja 40:31

Is het niet de Liefde van God die ten grondslag ligt aan deze woorden van God?
Straks smelt de sneeuw, en daarmee verdwijnt het hart dat nu zichtbaar is, maar in mijn gedachten zal de herinnering blijven en de foto zal het zichtbare bewijs zijn van dat er was.

Is het eigenlijk zo ook niet met de Liefde van God?
Soms zien we die zo duidelijk, maar niet altijd, soms duurt het even eer we Zijn Liefde weer zien en ervaren.
Maar dit wil niet zeggen dat die Liefde er niet is, dat Hij niet van ons houdt.

Soms geeft de Heer ons kostbare, bijzondere momenten waarop Zijn Liefde zichtbaar is, tastbaar, voelbaar; momenten die we koesteren en bewaren voor tijden dat het 'weg' is; we bewaren die momenten in ons hart.
En zoals de foto het zichtbare bewijs is van dit 'verborgen' hart, ik het als een herinnering met mij mee mag dragen, zo is Zijn woord is het zichtbare bewijs van Zijn oneindige Liefde voor ons.
Het is aan ons om dit steeds opnieuw te openen en tot ons te nemen.

Arend, je bent een beeld van God;
van gedragen worden door Hem,
van vernieuwde krachten.
Het hart daarin is echter Zijn liefde,
soms zichtbaar, soms verborgen,
maar altijd aanwezig
voor allen die verwachten.