Posts tonen met het label verdriet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verdriet. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2026

Onze tijden zijn in Uw hand ... (3)

Het einde van de rollercoaster  nadert ...


Van slapen komt deze nacht niet veel, om maar te zeggen helemaal niet.
 Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoest behoorlijk en er zijn flinke apneus.
Toch ben ik er nu niet meer bang voor, verontrust het mij niet meer, diepe rust en vrede is over mij gekomen en ik laat alles komen zoals het is.
De drang om over je borstbeen te wrijven zodat je weer gaat ademhalen is weg.
Het is goed.

Deze nacht pak ik mijn telefoon erbij om even van alles en nog wat te noteren, want het is werkelijk één grote en lange rollercoaster met ups en downs.
Ik noteer wat ik nog weet en voor de rest lig ik naast je, of ik zit in de stoel bij het raam en kijk de nacht in.
Maar ook schrijf ik een gedicht, mijn manier van woorden geven aan, van een plaatst geven aan wat er gebeurt, van verwerken ...

Het is stil.
Het geruis van de ventilatie klinkt.
Je ademhaling wisselt
en toch, mijn hart zingt.

U bent mijn schuilplaats, Heer,
U vult mijn hart steeds weer ...
Ja, met rust en vrede, en dankbaarheid
voor wat U gaf te midden van de strijd.

Het einde nadert.
Nog even samen een stukje ervan gaan.
Tot ik je los moet laten
zodat je aan Zijn hand verder kunt gaan.

Het is stil.
Ik weet niet hoeveel tijd Hij nog geeft.
Ik wacht
op hoe Hij jouw kleed weeft.

Hij is een God van wonderen,
maar zelfs als Hij het niet doet,
kijk ik omhoog en zeg met heel mijn hart:
Heer, wat U doet, is goed!

Onze tijden zijn immers in Uw hand!
En ik vertrouw op U, mijn Heer.
Maak zo deze weg
tot Uw glorie en eer!

- Amen -

Rond kwart voor vijf  krijg ik een appje van een lieve vriendin die niet kon slapen en wat thee ging zetten en mijn appje van 's nachts zag.
We appen even wat over en weer en ze deelt de volgende Bijbeltekst met mij om over jou uit te spreken:
'Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn Deel in Eeuwigheid.'
Ps. 73:26
 Hoe bijzonder, want de woorden die vandaag met mij mee reizen in mijn hoofd zijn: 'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Ps. 31:16a
Hoe prachtig past dit bij elkaar!

Rond kwart voor zes krijg je van de nachtzuster wat morfine, in de hoop dat het je ademhaling ten goede komt.
Al met al ben je de nacht toch redelijk goed doorgekomen.
Je pruttelt wel veel meer, en je begint ook af en toe te kreunen, maar verder ...


De nieuwe dag begint, donderdag 6 augustus.
Je bent net lekker opgefrist, dat is wel fijn na zo'n nacht.
Je bent ook niet alleen wakker, maar je hoort en begrijpt ons ook, alleen het praten ...
Ik weet niet meer wat er gezegd werd, maar je moest er echt om lachen, een duidelijk bewijs van dat je er nog bent.
Wat deed dat goed!
Het was echt fijn om je te zien lachen, hoe kort ook.

Vandaag is een dag vol met bezoek.
Je moeder komt, ze is gebracht door iemand.
Als ze de kamer binnenloopt naar je bed toe zegt ze: 'Ik volg je snel, jongen, ik volg je snel.'
De tranen springen in mijn ogen, zo diep word ik geraakt door deze woorden.
Het hoort toch ook niet; zij net 93 jaar geworden, en haar zoon nog maar 65 jaar.
Even later komt je oudste zus en haar man, je andere zus en haar man zijn in Engeland maar komen morgen terug.
En je broer in Frankrijk, ach, wat heeft hij het moeilijk met alles; ja, jullie hadden een goede band, maar even zo maar heen en weer uit Frankrijk lukt niet.

Wat was het fijn toen ze in de loop van de donderdag je mond gingen schoonmaken, het maakte dat je rustiger werd, minder pruttelde, en ook het hoesten werd erdoor minder.
Hierdoor had je een rustige nacht, en kon ook ik eindelijk even slapen.


Vandaag, vrijdag, heb ik het heel erg moeilijk.
Je had een rustig nacht en was ook 's morgens heel rustig, waardoor ik me toch weer af begon te vragen of we nu wel de juiste keuze hadden gemaakt.
Alles is stopgezet omdat het zo slecht ging, maar nu, nu je een rustige nacht hebt gehad en en vanmorgen toch ook wat reageert en zo rustig bent ...
Ben blij als de arts straks komt en ik het bij haar voor kan leggen.

Maar ik krijg die ochtend ook een heel naar telefoontje, ik houd alles daarover voor mezelf, maar ik ben er compleet overstuur van, als ook heel erg boos.
Ik heb het al zo moeilijk en dan dit er nog bij ...
Wat ben ik dankbaar voor het ontzettend lieve personeel op die afdeling, er is altijd iemand bij wie je terecht kan, je hart kan luchten, die echt de tijd neemt zodat ik mijn verhaal kan doen.
En wat is dat nodig na dit telefoontje.
Nee, het is niet bepaald fijn als er dingen gezegd worden die je het gevoel geven dat als Bram nu dood gaat het in wezen jou schuld is, want ...
Nee, het is niet zo gezegd, en is ook niet zo bedoelt, dat weet ik, maar het neemt niet weg dat als je je in een situatie bevindt als waar ik mij bevind, dingen dubbel en dwars binnenkomen en een vlucht nemen.
Wat zeggen we soms met de beste bedoelingen iets, maar hoe verkeerd kan het uitpakken, en het iemand onnodig moeilijk maken.


Dan is het gesprek er met de arts en ze geeft aan dat je echt heel erg ziek bent.
Je bent goed wakker, maar opnieuw hebben we het over zo doorgaan of  ...
Och, wat vind ik het moeilijk, ik kan toch zo'n keuze niet maken?
Geen medicatie meer, maar ook geen vocht of voeding ...
Je huilt, en ik huil mee.
Wat wil jij, Bram, wat wil jij?
De dokter geeft aan dat er zoveel schade is, dat mocht je er doorheen komen, er weinig herstel zal zijn en je je dagen door zal brengen in een verpleeghuis, half verlamd, en ook nauwelijks kunnen pratend, en wie weet zelfs nog erger.
Uiteindelijk geef je door middel van je duim omhoog aan dat je dat niet wilt, en zo valt opnieuw en nu ook definitief, de beslissing om niets meer te doen.
Maar wat is het moeilijk, wat valt het me zwaar.
Ik stuur zonder omhaal van woorden een kort appje door aan iedereen met deze keuze.

In de loop van de middag komt één van onze jongens nog even met zijn vriendin en twee van de kinderen.
Ze zijn zwaar onder de indruk en hebben het moeilijk.
Maar je bent er nog steeds, en je ziet hen, en je steekt je hand naar hen uit en om de beurt pakken ze je hand vast.
Het beeld wat me het meeste bij blijft is van een meisje dat heel stilletjes naar haar opa kijkt terwijl er stille tranen over haar wangen glijden.
Geen woord, geen enkel geluid, geen gesnif, alleen maar stille tranen die langzaam naar beneden glijden.
Mijn hart breekt ...

Onze oudste zoon is weer terug van vakantie en komt ook nog even.
'Mag ik een Bijbeltekst op het bord schrijven?', vraag hij.
Uiteraard mag dat, hoe zou ik daar nee op kunnen zeggen, en hij begint te schrijven:
'Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Mijn hart springt op, wauw, hoe bijzonder, dezelfde tekst als die een vriendin de vorige dag met mij deelde.
De Heer is erbij, bij jou, bij mij.
Och, ervaar ik dit al niet vanaf dat ik hier ben met jou, dat de Heer er is.
Ook terwijl ik dit aan het schrijven ben, zien mijn geestelijke ogen een plafond van vleugels, en onder mij ervaar eeuwige armen die mij-ons dragen.
Het is misschien vervelend voor sommige mensen, maar ik leef deze dagen in een bubbel, jij, ik en de Heer.
Er is geen ruimte voor iets of iemand anders, dan eigen.
Ja, de appjes en kaarten, alle reacties van mensen die voor ons bidden, ze zijn geweldig; misschien is het juist daarom wel zoals het is.




De zaterdag breekt aan, 8 augustus.
Na opnieuw een rustige nacht gaan we weer een dag in.
Ik houd mijn Stille Tijd, en als ik met jou een lied aan het luisteren ben dat ons allebei emotioneel raakt, komen je zus en zwager, die in Engeland waren, binnen.
Op je broer uit Frankrijk na, heeft nu iedereen afscheid van je genomen, ook mijn twee broers zijn deze week gelukkig nog geweest.
Eén van hen bleef wat langer zodat ik even naar huis kon; hoe kostbaar is het om familie te hebben en goede vrienden.
Maar nog meer telt het spreekwoord: een goede buur is beter dan een verre vriend, want och, hoe ontzettend lief, onze zijbuurvrouw zorgt al al die tijd voor ons hondje.
Uitlaten, eten geven, even bij haar zitten, met haar spelen ...
Hoe kostbaar!

Als ik even naar huis ben, word je door je dochter en een zuster naar beneden, naar buiten gebracht.
Ik zie de foto thuis binnenkomen en zie hoe je geniet; och, wat houd jij van buiten, van de natuur, van ...

Wat ik deze dag echt moeilijk vind, is dat je dorst begint te krijgen en je niets mag/kan drinken.
Gelukkig komt er 's avonds iemand met de oplossing, ijsklontjes op een stokje.
Wat geniet je daarvan zeg!
Maar het komt ook je ademhaling en de slijmvorming ten goede, je hebt er daardoor duidelijk minder last van.
Je wordt weer goed gelegd voor de nacht en je geeft heel duidelijk aan dat je goed ligt.
Het ziet er ook echt comfortabel uit.
Wat moet ik toch, opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik misschien toch iets verkeerd doe.
Hoe ziek ben je werkelijk?
Je ademhaling is nog steeds cheyne stokes, niet normaal en dat zegt ook veel, maar voor de rest ...
Aan de andere kant, zo verder, opgesloten in jezelf, want je kunt niets meer zeggen en nauwelijks meer iets duidelijk maken, zwaar gehandicapt in een verpleeghuis ...


O Heer, toon mij ...
Genees en richt op, of laat het verslechteren en haal hem thuis.


In Uw handen, Heer, in Uw handen ...
Want in Uw handen zijn onze -jouw- tijden.

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

vrijdag 21 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (1)

Het begin van de rollercoaster.


Het is vandaag precies 3 weken geleden dat onze rollercoaster begon, en ik had toen nooit kunnen bedenken dat deze zou eindigen zoals die eindigde 😢 ...

Deze, en de paar komende blogjes zijn in grote lijnen mijn/ons persoonlijke verhaal.
Ik kan deze tijd niet voorbij laten gaan zonder er over te schrijven, het hoort erbij op dit persoonlijke blog waar alles begint en eindigt in Zijn handen.
Het is een verdrietig verhaal, die de rauwe kanten van het leven laat zien, maar ook welk een hoop, rust en vrede er door, en in Hem, is.
Want Hij was er bij elk moment, in iedere traan en nachtwaken, in iedere lach en in elke beslissing die genomen moest worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, ook als het donker is
en er geen lichtstraal doordringt
in de situatie waarin je je bevindt.

Geloof, ook als je zo wordt belaagd
dat je nauwelijks uitkomst ziet;
het lijkt of de storm het wint.

Geloof, ook als het langer duurt
en je het gevoel hebt te komen
aan het einde van je krachten.

Geloof, ook als je onderuit gaat
en je niet meer weet hoe op te staan;
er niets anders rest dan wachten.

Geloof, mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, want Ik zal het licht ontsteken
in de duisternis waarin je je nu bevindt,
en je nieuwe hoop, moed en kracht geven.

Geloof, want Ik trek je uit de woeste golven,
die je het zicht op Mij soms zo ontnemen;
Ik heb overwonnen en geef nieuw leven.

Geloof, al duurt het nog zo lang;
Ik vergeet je niet, Ik ben altijd dicht bij je
en onder je zijn Mijn eeuwige Vaderarmen.

Geloof, ook als je valt; vergeet niet
dat Ik er ben om je op te vangen
en te omringen met Mijn erbarmen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het is bijna een maand geleden dat ik dit gedicht schreef voor op 'Quality Time'.
Geloof, vertrouw dat Ik help dwars door alles heen.
Terugkijkend denk ik dat de Heer mij, met het schrijven van dit gedichtje, aan het klaarmaken was voor dat wat kwam.
Het is immers een heel persoonlijk gedichtje, geschreven vanuit de moeilijke omstandigheden die er al waren en die me soms zo konden aanvliegen toen ook mijn lichaam begon te protesteren.

Niet zo heel lang daarvoor, misschien net twee, drie weekjes, was ik door een thuisbezoekje van iemand van onze huisgemeente -ze kwamen met regelmaat met Bram en mij bidden en avondmaal vieren, in contact gekomen met het Leesplan 'Riskante gebeden' van You Version.
Het bleef hangen, en ik ben het zelf gaan lezen, en nog een keer, en de tweede keer nam ik er alle tijd voor, net zolang als ik voor elke dag nodig had om mijn hart te brengen tot die overgave.
Het ging soms met de nodige traantjes gepaard, maar ik wilde niet alleen verandering, ik wist ook dat ik het nodig had om alles aan te kunnen, om verder te kunnen.
Een proces van sterven aan mezelf.
Een proces dat niet stopt met dit Leesplan, maar onafgebroken doorgaat, iedere dag. 
Maar soms is het even heftiger, is er een tijd van worstelen en strijden; overgave gaat vaak niet zomaar, tenminste niet bij mij.
En zo bracht dit Leesplan mij weer terug bij het Dagboek van Murray en zette mij er weer toe aan om verder te gaan waar ik gebleven was.
En dat laatste gebeurde in de week naar 26 juli toe, de dag waarop ik het blogje met dit gedichtje plaatste.
Ik had toen nog niet kunnen bedenken dat de woorden van de drie coupletjes, die er tussen verweven zijn, zo persoonlijk zouden worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het hele verhaal begint eigenlijk al op de maandag die week, als mijn man thuis komt van fysio en hij de poort bijna niet open en dicht krijgt, omdat zijn vingers niet willen.
Vanaf de midden gewrichtjes lijken zijn vingers niet veel meer te doen, iets waarbij hij met het gaan eten behoorlijk mee wordt geconfronteerd.
Dinsdag zijn de verlammingsverschijnselen wat opgeschoven en dus toch maar de dokter gebeld.
Er wordt overlegd met de neuroloog, en daar je al bloedverdunners slikt, hoef je pas morgenochtend naar de Tia-poli.
Voor nu vallen de woorden Tia/infarctje en Dropping Hand, maar aangezien er verder geen symptomen zijn, denken we allemaal richting Dropping Hand. 

Het was een behoorlijk lange ochtend in het ziekenhuis, we moesten toch al met al nog behoorlijk lang  wachten bij elke poli waar we moesten zijn.
Maar de uitslag was positief, tenminste, er was nergens iets te zien of te vinden.
Zeer waarschijnlijk dus een Dropping Hand, niet gevaarlijk, wel moet het verder onderzocht worden.
Dus met een afspraak voor een EMG voor zijn handen (weer eens wat anders dan van zijn benen) gingen we weer naar huis.


Donderdags vind ik het toch wel een beetje eng worden, de verlamming is weer wat opgeschoven omhoog, waardoor hij zijn hele hand niet meer kan gebruiken.
Wat vind ik het erg voor hem, hij is al zo beperkt, en nu kan hij niet eens meer zijn eigen brood smeren, en dat is eigenlijk nog het minst erge van de dingen die hij niet meer kan.
Ik bestel dezelfde dag nog een rolstoel enz. voor hem, want het lopen achter de rollator begint ook gevaarlijk te worden, zijn hand glijdt er herhaaldelijk af.

's Avonds komt onze parttimester met haar man op bezoek om de laatste dingen door te spreken omdat zaterdag de laatste dag is dat de winkel open is.
Wat zijn we dankbaar voor haar, zij maakt voor ons af, wat Bram niet meer kan, en nog meer; ze is werkelijk een 'Angel in disguise'.
Welk een hard gelag dat hij zaterdag er niet eens bij kan zijn op de laatste dag dat zijn winkel open is.


Vrijdag is een heel drukke dag.
De spullen van Medipoint worden bezorgd, maar doordat ik ze direct de volgende dag wilde hebben, kunnen ze geen goede tijdsindicatie meer geven; ik moet boodschappen doen, ons hondje moet naar de trimster en er komt nog een monteur langs.
Gelukkig kan onze dochter wat bijspringen, zodat er altijd iemand thuis is.

Inmiddels word ik steeds onzekerder over zijn spreken, er klopt toch iets niet, of wel?
Het is zo wisselend, dat ik er niet echt een peil op kan trekken.
Maar 's middags vertrouw ik het toch niet, en ik zeg de monteur af (hij stond afgelopen woensdag al voor niets op de stoep, maar ja ...) en bel de dokter.
Een half uur later staat de ambulance op de stoep.
Ik word een beetje boos op één van de ambulancebroeders, die zegt dat hij toch nog best praat en zijn mond niet scheef hangt; maar ik ken mijn man en ik weet gewoon dat er iets niet klopt, en dat zeg ik hem ook.
'We nemen hem ook wel mee', is zijn weerwoord.
Zucht .., o Heer, als het maar geen herhaling wordt van een half jaar geleden; het klopt gewoon niet, er is echt iets mis.
Dit keer rijd ik met mijn eigen auto naar het ziekenhuis.


Je ligt al geïnstalleerd op de Spoedeisende Hulp als ik daar aankom; bloed hebben ze al afgenomen, maar voor de CT scan wordt je meegenomen als ik er al even ben.
Eindelijk komt er een dokter met de uitslag, en ze zegt dat ze iets op de scan zien dat er afgelopen week niet was.
Een heel kleine schaduw, die hen doet vermoeden dat er toch iets van een infarctje is; soms is dat pas later zichtbaar, zegt ze.
Geen idee, het zal wel als zij dat zeggen, je wordt in ieder geval opgenomen op de afdeling Neurologie en krijgt er een extra bloedverdunner bij.
Voor de rest was er niets aan de hand, alleen verlammingsverschijnselen van inmiddels hand/arm en het spreken, het moeilijker uit je woorden komen.
Geen koorts, geen andere klachten, helemaal niets.
Op afdeling mag je eindelijk wat eten en drinken, en ik ga naar huis als je een beetje geïnstalleerd bent op de 24-uurs zaal.
Doodmoe kom ik thuis en het huilen staat me nader dan het lachen.
Ik laat ons hondje uit, bel nog even met de kinders, drink nog wat en duik mijn bed in.
Nee, het is niet fijn dat je in het ziekenhuis ligt, maar voor mij is het wel een zorg minder in deze situatie, nu zijn er tenminste continue mensen die op je letten en voor je kunnen zorgen.

🙏 In Uw handen, Heer, in Uw handen🙏

donderdag 8 november 2012

Roerige tijden ...


In Uw handen, Heer!

Ook een blog van de tijd dat ik nog op Punt.nl zat, maar die voor mij te waardevol is om weg te doen.
Het is een heel persoonlijk verhaal, maar het herinner mij eraan Wie God is en wil zijn voor mij, en dus ook voor jou.
Niet altijd zijn mijn gevoelens en gedachten zo positief in moeilijke en verdrietige tijden, maar ik geloof wel dat de Heer wil dat ik dit onthoud om aan vast te grijpen in tijden dat de hemel van koper lijkt, en God mijlenver weg.



7-12-2011

Het zijn momenteel roerige tijden.
Wat gebeuren er vele en heftige dingen.
Wat ben ik blij dat ik (lees wij) Hem ken en weet dat Hij voor ons zorgt.
En dat ik het niet alleen weet, maar ook ervaren mag.
Hij is mijn Rots, mijn toevlucht, mijn schild.

Het lied 'Immanuël; God is with us', wat ik zondag op mijn site geplaatst heb, is heel belangrijk geweest voor mij de afgelopen dagen.
Steeds opnieuw weerklonk het refrein in mijn hoofd of zong ik het zachtjes voor me uit.
Immanuël, Gods is with us.
Ja, God is met mij, met ons, ook in deze roerige tijden.

Is met het feit dat mijn 'zussie' borstkanker heeft de borstkanker onze familie binnengekomen, leek het er nu even op dat het ook in mijn persoonlijke leven binnenkwam en dat is best heftig.
Vooral naast de andere dingen die er spelen.
Maar wat een dankbaarheid dat het toch niet zo blijkt te zijn.
Toch wordt je wel even heel erg stil gezet en overspoeld met allerlei gedachten en emoties, ook al is het van korte duur.
De huisarts, waar ik 's middags direct moest komen, heeft me behoorlijk gerust kunnen stellen, maar het telefoontje van 's morgens zaaide heel wat onrust.

Heel even kom je zo een wereld binnen waar je helemaal niet wil zijn, maar waarvan je ook tegelijkertijd weet dat er zich velen in bevinden.
Was alles door waar mijn lieve 'zus' nu doorheen gaat, heel dichtbij gekomen; nu nog meer.
Vanmorgen mocht ik horen dat alles goed was; de echo zag er goed uit; de verdichting die op de foto te zien was, was op de echo niet terug te vinden.
(Of heeft U het weggehaald, Here?)
Nu alleen (voor de zekerheid) over een half jaar terug te komen voor een foto en een echo.
Maar velen zullen een ander bericht ontvangen of hebben ontvangen en mijn hart gaat uit naar al die vrouwen.
Het ging bij mij maar om twee dagen, maar toch heb ik alles opgeschreven wat er door mij heen ging.

Maandagmiddag, 5 december 2011
Vanmorgen, ik was bezig mijn spullen te verzamelen voor onze maandelijkse Vrouwenochtend, kwam mijn dochter de telefoon brengen; de assistente van de huisarts.
Mijn eerste gedachte was, wat moet zij nu; we hebben toch helemaal geen uitslagen te goed of zo.
Maar al snel werd het me duidelijk.
Ze belde voor de uitslag van de mammografie die ik vorige week heb gehad.
De eerste, want ik ben dit jaar 50 jaar geworden.
De schrik sloeg me om het hart, het zal toch niet …
Nee, dat kan niet, ik heb nog helemaal niet gevoeld.
Helaas, dus wel.
Er is een bultje gevonden en of ik vanmiddag gelijk naar het spreekuur kan komen;15.40 uur.
'Ja, ja, ik kom, natuurlijk.
Ja, dag.’

Lichtelijk verdoofd en ontkennend leg ik de telefoon neer.
Mijn dochter kijkt me aan en mijn man komt net mijn studeerkamer binnen en ik vertel ze wat de assistente zei.
Samen met mijn dochter huil ik even en troost haar met de woorden: 'Laten we niet op de dingen vooruit lopen, meisje; het hoeft niets te zijn. Misschien is het een vetbultje of een cyste.’
Maar mijn binnenste roert zich heftig.
Even een hug met mijn man, die gedag kwam zeggen omdat hij naar de zaak moet.
We spreken niet, alleen maar het hoeft niets te betekenen.
Ik weet wat er in hem omgaat en hoe deze boodschap, die nog niets hoeft te betekenen, bij hem binnenkomt.
Er zijn geen woorden nodig.

Hele scenario’s spelen zich op hetzelfde moment in mijn hoofd af.
Misschien zou dat anders niet het geval zijn, maar mijn ‘zussie’ heeft sinds een paar maanden borstkanker en is net aan haar chemo begonnen, dus alles waar zij doorheen gaat, speelt door mijn hoofd.

Ik kan me haast niet voorstellen dat God ons ook hier door heen laat gaan.
Het is zoveel allemaal.
Vorige week net onze zaak verkocht.
Deze maand opheffingsuitverkoop en per 31 december sluiten de deuren van onze zaak in Barneveld zich na bijna 30 jaar.
We hebben er nog boven gewoond en onze tweede zoon woont er nu boven.
Zijn vrouwtje is zwanger van hun eerste en lag vorige week een paar dagen in het ziekenhuis met nierstuwing en het wil nog steeds niet echt.
Onze zoon, die daardoor een andere baan moet gaan zoeken.
Het is allemaal zoveel, zo heftig en al weten we dat het goed is, dat God hierin voorzien heeft  en voorziet en het geleid heeft, toch zijn onze emoties er wel na zoveel jaar.
Voor Bram helemaal, toch een rouwproces waar je doorheen moet.
En nu dit.

Ik ben toch gewoon naar de vrouwengroep gegaan; ik wist dat dat goed was.
Ik ben zo blij met hen, we trekken nu ruim drie jaar met elkaar op.
Sommigen zijn er later bij gekomen, maar we hebben al zoveel met elkaar gedeeld en het is zo vertrouwd.
Ook dit is goed zo.
Als er iets mis zou zijn, dan heb ik ze hard nodig.
Op weg er naar toe was de lucht heel donker, maar met een bepaalde lichtval.
En ik had zoiets van, dit is een lucht waarin je eigenlijk nu een regenboog verwacht.
Het regende wel niet, maar toch, zo zag de lucht eruit.
Maar ik zag er geen; totdat ik de straat inreed waar ik moest zijn, een prachtige regenboog werd zichtbaar.
Een regenboog, Gods belofte aan Noach.
Een teken van Hoop, van bemoediging, van: Vertrouw Mij.
De tranen sprongen in mijn ogen; ‘Dank U Heer’.

Nu, ik ben inmiddels weer thuis, zit ik mijn tijd af te wachten tot 15.40 uur.
De ochtend was fijn.
We hebben samen gebeden en gezongen.
Samen dingen gedeeld.
Zo waardevol, zo kostbaar.

Bram belde net, Joël neemt vanmiddag de zaak even over zodat hij met mij mee kan naar de dokter.
Ik had er niet op gerekend, er moet toch ook iemand in de zaak zijn.
Maar ik ben er blij mee, dat Joël het even doet zodat hij toch mee kan, anders was ik alleen gegaan.
Al was er vanuit de vrouwengroep ook al aangeboden om mee te gaan, toch zou ik vanmiddag alleen gegaan zijn.
Ik weet eigenlijk niet eens waarom; misschien omdat ik zoiets heb van, ze weten en doen toch nog niets.
Het zal blijken wat er moet gaan gebeuren.
Gek, Yvonne heeft het allemaal verteld, maar dit stukje is helemaal blanco, weet ik niets meer van.
Kunnen ook de spanningen zijn, zal ik dan maar zeggen.
Zo eerst nog maar even snel wat boodschapjes doen en eten en dan …

Op mijn Blog had ik gister net een mooi kerstnummer gezet.
Immanuël – God met ons.

Immanuel
Our God is with us
And if God is with us
Who could stand against us
Our God is with us
Immanuel
For all those who live in the shadow of death
A glorious light has dawned

Daar houd ik me maar aan vast.
Hij is met mij, met ons.

Maandagavond, 5 december 2011-12-05
Met toch wel een behoorlijk portie spanning in mijn keel zijn we naar de huisarts gegaan.
En niet alleen in mijn keel, maar zeker ook bij Bram.
Ja, onverwacht kon hij toch me.
Joël viel voor hem in in de zaak, waardoor hij toch met mij mee kon.
Heel fijn vond ik dat.
We waren heel snel aan de beurt; het spreekuur liep keurig op tijd, wat in dit geval heel prettig was en waar ik God ook heel dankbaar voor was.
Binnengekomen vroeg de huisarts of we niet te hard geschrokken waren.
Nou ja, dus wel.
Hoe zou je niet schrikken.
Ik had nog helemaal niets gevoeld en hoewel vorige week die foto was gemaakt, had ik hier eigenlijk geen rekening mee gehouden.
Om heel eerlijk te zijn, was ik die hele foto vergeten.
Niet schrikken, hoe doe je dat met zo’n telefoontje.
Maar goed, hoewel de huisarts niet echt iets mag/kan zeggen, gaf hij toch aan dat hij de indruk had dat het weleens mee kon vallen.
Het was nog heel klein, 0,5 cm en het zag er niet echt slecht uit, al moest er natuurlijk wel verder naar gekeken worden voor de zekerheid.
Maar het kon zo zijn dat de ik na het onderzoek gewoon naar huis gestuurd zou worden.
En dus mag ik aanstaande woensdagmorgen om 8.30 uur al naar het ziekenhuis in Ede voor een nieuwe foto en een echo.
Aansluitend heb ik een afspraak met de chirurg voor de uitslag.

Op dit moment voel ik me eigenlijk best wel rustig.
Het gesprek met de huisarts heeft me wat rust gegeven, maar ook ervaar ik Gods nabijheid.
Hij is heel dicht bij.

Morgen heb ik ook gelukkig genoeg te doen, dus de tijd zal hard genoeg gaan.
Ik moet me voorbereiden voor de Generale Repetitie voor de kerstavond voor Vrouwen morgenavond, dus …
Vanavond kregen we ook nog een geweldig telefoontje van onze Michael en Marijn.
Ze hebben het huis gekregen!
Tussen kerst en oud en nieuw kunnen ze verhuizen.
Eindelijk een plekje voor henzelf.
Geen bijhuurders, echt alleen voor henzelf.
Een contract voor een half jaar, maar goed, ook in het andere huis zaten ze op de schopstoel en dat huis moesten ze nog delen ook met een ander.
Maar nu krijgen ze een klein paleis voor henzelf.
Heer, wat bent U goed.
Wat een vreugde voor hen.
Ik moest daar met mijn verhaal wel een beetje een domper opzetten, maar de vreugde in mijn hart voor hen blijft en ik bid dat God hun vreugde ook zal doen blijven.

Vreugde en dankbaarheid,
zorgen en onzekerheid.
Soms gaan ze hand in hand,
soms voeren ze samen een strijd.

Met beiden wil ik opzien,
opzien naar mijn hemelse Vader;
naar Hem in wiens handen alles besloten ligt.
Bij Hem wil ik schuilen,
in Zijn nabijheid wil ik zijn,
mijn ogen houd ik op Hem gericht.

Zo kan ik lachen en huilen;
vreugde ervaren te midden van verdriet.
Hij kent en doorgrond mij,
Hij is het die mijn diepste diepte ziet.


Dinsdagmiddag, 6 december 2011
Ik voel me goed; er is diepe rust en vrede in mijn hart en ik heb het gevoel dat het allemaal goed is.
Hi, hi, ik ben wel zenuwachtig voor vanavond, dan is de generale repetitie van de Vrouwenkerstavond.
Het wordt een heel andere avond dan anders, nu moeten er dingen echt samen gaan.
Beamer en gedicht, beamer en muziek, beamer en dans ….
Spannend.
Aangezien ik de algehele leiding heb van de organisatie, rust op mij de taak om alles in goede banen te leiden en te regelen.
Het juiste woord ervoor is geloof ik ‘regisseren’ (denk ik), maar dat heb ik nog nooit gedaan en de zenuwen hiervoor doen mijn borstkas bijna uit zijn/haar voegen springen.
Ik hoop maar dat ik door alle omstandigheden niets vergeten ben of vergeet.
Nou ja, dan zien we het wel weer.
Iedereen is voorzien van een draaiboek of programma, dus het zal vast wel goed gaan.
Wel heel spannend.
Af en toe tijdens deze voorbereidingen en net toen ik de keuken de voorbereidingen aan het treffen was voor het avond eten, gingen mijn gedachten wel naar morgen en naar wat als.
Maar op de één of andere manier raakt het me niet en blijft de diepe vrede en rust.
Heer, dank U wel!

Vrede en rust
liggen besloten in mijn hart;
voeren de boventoon
en niet de smart.

Vrede en rust,
door God aan mij gegeven
te midden van donkere dagen
van het leven.

Alleen door Hem
is dit alles mogelijk
en bevind ik mij
in deze serene rust.
Meer dan ooit ben ik mij
van Zijn liefde en bewogenheid,
van Zijn aanwezigheid, bewust.

Dank U, Heer.
Aan U zij alle lof, dank en eer.

 - Amen -


Dinsdagavond, 6 december 2011
Vanavond kwam ik er achter dat ik de teksten van vandaag helemaal nog niet gelezen had, dus alsnog maar even gedaan.
En maar goed ook.
Zowel de tekst van ‘Dagelijks Woord’ als van Manna, waren bijzondere bemoedigingen.
Dagelijks Woord heeft een tekst uit Jesaja; Manna uit Filippenzen

Jesaja 63:9
'In al hun benauwdheid was Hij benauwd;
de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost.
Door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen bevrijd;
Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van weleer.'

Op Manna:
'Rita, IK zal met MIJN vrede die alle begrip te boven gaat, waken over jouw hart en jouw gedachten, in CHRISTUS JEZUS.'
Filippenzen 4:7

Hij waakt zeker over mijn hart en mijn gedachten, dat is iets wat zeker is en wat ik vandaag ook echt ervaar.
En hoe kan ik niet beamen dat Hij mij draagt; voorheen maar ook nu.
Dank U, Heer voor Uw woorden, voor Uw beloften.
U bent trouw tot in eeuwigheid.

 - Amen -

Woensdagmorgen, 7 december 2011
Opnieuw werd ik vanmorgen wakker en besefte ik hoe bijzonder het is, dat ik de afgelopen twee nachten zo goed heb geslapen.
Eigenlijk moet ik zeggen, zeer goed.
Whauw.
Maar vanmorgen kropen toch wel wat zenuwen naar binnen en voelde het een beetje verwrongen aan.
Maar toch was daar ook die stille kalmte, die rust in mijn hoofd, in mijn gedachten.
Een vrede die de boventoon voerde; boven het verwrongen gevoel in mijn maag.

We waren overal heel snel aan de beurt; het langst waar we moesten wachten was bij de inschrijfbalie en even bij de radiologie voor de echo, maar ook dat viel reuze mee.
Onder het maken van de echo komen vanzelf allerlei gedachten m’n hoofd binnen.
Mijn gedachten gaan terug naar andere echo’s, echo’s van tijdens mijn zwangerschappen, echo’s vol nieuw leven.
Zou het nu een echo van de dood zijn?
Nee, er is niets, het is goed; of toch niet.
In Uw handen, Heer…
Into Your hands …
Grappig dat ik daar nu aan denken moet, aan mijn site, of beter gezegd, aan de naam van mijn Blog: 'Into Your hands'.
Ja, zo is mijn leven, Heer, en alles wat er gebeurt, het is in Uw handen.
En zo gaan mijn gedachten door.
Gesproken wordt er niet totdat degene die de echo maakt de stilte verbreekt en zegt dat ze de foto’s even gaat bespreken met de radioloog, maar dat zij niets kan zien, niets terug kan vinden wat de foto wel laat zien.
Als ze terugkomt wil ze nog even ook mijn linkerborst bekijken en ook nog even terug naar de rechter, maar er wordt niets gevonden.
Ik mag me aan gaan kleden en met wat papieren door naar de chirurg om de uitslag te bespreken.
Maar, alles was goed zei ze, en als de radioloog dat zegt, dan kunnen we daar wel van op aan.
En zo lopen Bram en ik de gangen door naar de volgende halte.
Opluchting is duidelijk zichtbaar en merkbaar bij Bram.
Zelf ben ik eigenlijk een beetje verbaasd over mijn eigen gevoelens, namelijk bijna geen.
Alsof het alleen maar een bevestiging was van wat ik al dacht/wist.
Heel raar eigenlijk.
Geen uitzinnige blijdschap of opluchting, maar gewoon, ja gewoon …

Bij de afdeling chirurgie werden we opgehaald door degene die samen met de chirurg de poli deed.
Zij vertelde ons nog eens wat er bij de radiologie al was gezegd, namelijk dat alles goed was.
Het kwartje viel iets meer en langzaamaan begint zich toch iets van blijdschap te vormen in mijn hart.
Na nog een kort onderzoek en een afspraak voor over een half jaar op zak, liepen we samen richting restaurant waar we onszelf even trakteerden op een lekkere kop cappuccino met wat lekkers erbij.
Vervolgens naar huis.
Stille dankbaarheid en blijdschap is wat zich van mij meester maakt en terwijl ik dit alles opschrijf, ligt er een grote glimlach op mijn gezicht, die er maar niet vanaf wil.
Vreugde, stille dankbare vreugde is wat mij heeft vervuld.

Heer, ik dank U
voor Uw goedheid
en Uw trouw
aan mij betoont.

Ik dank U
voor wie U bent
en voor de liefde
waar U mij mee omgaf
en nog steeds omgeeft.

Ik dank U
voor de vrede en de rust
die er was en is
en voor de vreugde
die nu diep in mij leeft.

Ik dank U, Heer,
U bent zo goed voor ons,
voor mij.
Ik houd van U
en ben blij en dankbaar
dat U in mij woont.

Ja, Heer, ik dank U
voor Uw aanwezigheid;
dat U bij mij was, bent
en ook altijd zal zijn.
Ja, tot in alle eeuwigheid.


Met een diepe, stille vreugde en dankbaarheid in mijn hart, gaat  mijn hart tegelijkertijd uit naar al die vrouwen die ander nieuws hebben ontvangen en een heel ander weg gaan bewandelen (of reeds gaan).

Immanuël,
God die met ons is,
wees heel dicht bij hen,
die nu deze donkere
en onzekere weg
moeten bewandelen
of reeds gaan.
Wees hen heel dicht nabij,
troost en bemoedig hen,
geef hen kracht
of draag hen
als zij zelf niet meer
kunnen staan.

Immanuël,
God die met ons is,
ik bid U:
zegen en richt op,
troost en bemoedig.
Geef kracht en sterkte,
hoop en leven
en houdt een ieder
met Uw liefdevolle armen
veilig omgeven.

Kyrie eleison,
Ontferm U, Heer.
Immanuël,
God die met ons is,
in alles
zij U de eer.

- Amen -