Posts tonen met het label Hoop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoop. Alle posts tonen

dinsdag 10 februari 2026

Vertrouwen voor angstige dagen ...

Als ik vanmiddag weer eens echt de tijd heb om achter mijn laptop te kruipen, eindig ik bij een oud blogje van mijn allereerste Blog.
Ik krijg een brok in mijn keel en al snel lopen met het lezen de tranen over mijn wangen, en niet alleen vanwege de herinneringen, maar ook doordat het aanvoelt als een be(aan)moedigend woord van de Heer.
Waar ik doorgaans de (oude) blogjes praktisch in hun originele staat op dit blog plaats, heb ik dit keer het tussendoor (schuingedrukt) aangevuld vanuit het nu, daar de boodschap die erin staat tijdloos is, en dus ook voor nu geldt.

Het verhaal van het dochtertje van Jaïrus staat in dit verhaal centraal, en in het bijzonder een paar woorden van de Here Jezus.

Het verhaal in grote lijnen.
Het dochtertje van Jaïrus ligt op sterven en Jaïrus spoedt zich naar Jezus toe, die in de omgeving was.
Jaïrus smeekt Jezus om mee te komen en Zijn handen op zijn dochtertje te leggen, dan zou ze beter worden en blijven leven.
Jezus gaat met hem op weg, maar wordt onderweg opgehouden.
Dan komt iemand uit het huis van Jaïrus hem tegemoet met de mededeling dat zijn dochtertje al is gestorven en dat hij de Meester niet meer hoef lastig te vallen.
Jezus hoort wel wat er wordt gezegd, maar Hij zegt tegen Jaïrus dat Hij niet bang moet zijn, maar moet blijven geloven.
Vervolgens neemt Hij drie van Zijn discipelen mee het huis binnen, stuurt iedereen die in het huis is naar buiten en gaat samen met de vader, de moeder en Zijn drie leerlingen de kamer van het meisje binnen.
Hij pakt haar hand en zei tegen het meisje: 'Meisje, Ik zeg je: sta op!’
En het meisje, 12 jaar oud, stond op en begon te lopen.
‘Geef haar wat te eten’, zei Jezus.
👉 Marcus 5:21-43 

Aan de hand van dit verhaal neemt Lucado mij mee op weg naar vertrouwen voor angstige dagen.
Steeds opnieuw raakt het me; de manier waarop hij dingen weet te beschrijven, schildert met woorden, ze aaneenrijg tot een verhaal, zodat het zich bijna als een film voor je afspeelt.
Hierdoor raakt hij steeds opnieuw mijn hart.
Hierdoor gaan zijn woorden voor mij leven en betekenis krijgen.
Hierdoor worden handvatten geen droge kost, maar liefdevol, uitgestoken handen, die mij op weg helpen, of de moed geven om verder te gaan, te kunnen.
Zo ook nu weer.
    

De angst van Jaïrus ken ik, herken ik.
De angst om mijn kind te verliezen …
De wegkwijnende dochter vergelijkt hij met een wegkwijnend huwelijk, of een loopbaan die op z’n retour is, toekomst, vriendschap…

Een gezondheid die achteruit gaat.
Een zaak die je daardoor moet stoppen.
Zoveel dingen niet meer kunnen.
De impact van dit alles.


Knaagt die angst, die onzekerheid nu niet aan mijn deur, als ik denk aan mijn zoon, die eind van de week zijn baan kwijt is en zijn opleiding niet kan vervolgen omdat er geen stageplekken zijn te vinden, maar ondertussen wel zijn onkosten heeft voor vrouw en huis.
Ja, één plekje heeft hij aangeboden gekregen, maar die kunnen hem geen loon betalen.
Verder leren met een uitkering kan, maar na een half jaartje komt hij dan in de bijstand.
Knagende angst, knagende onzekerheid…

Knagende zorg (angst is nu een groot woord, maar soms ...), knagende onzekerheid …
Ook nu weer als met de lichamelijke gesteldheid van mijn man het steeds moeilijker wordt om te werken(nadeel eigen winkel).
Ja, hij heeft wel de beslissing genomen om in augustus vervroegd te stoppen, maar houdt hij het zo lang nog wel vol?
En dan …?
Knagende zorg, knagend onzekerheid …


Zoals Jaïrus neerviel aan de voeten van Jezus en smeekte, zo ben ook ik menigmaal aan de voeten van Jezus neergevallen.
Gesmeekt voor het leven van mijn kind, gesmeekt om hulp voor een kind dat zich snijdt, gesmeekt voor …, om …
Zoals Jezus Jaïrus antwoordde en hoop gaf door mee te gaan, ontving ik hoop van Jezus op velerlei manieren.
Soms werd ik boven alles uitgetild en was er vrede in mijn hart en het rotsvaste zeker weten; het komt goed!

Maar dan blijft Jezus staan; of zoals Lucado het zo mooi verwoord: Halverwege het wonder blijft Jezus staan.
Bij Jaïrus werd Jezus opgehouden door de bloedvloeiende vrouw, bij mij was het soms een telefoontje van: mam, ik sta bij de trein en heb de neiging er onder te stappen, of de depressie, die weer genadeloos toesloeg en m’n kind omsloot en door het huis ging als een zware, zwarte wolk, of zoals nu, een sollicitatiegesprek vlak voor dat hij zijn werk kwijt is, maar …. er is geen loon!
Er zijn zovele dingen die ik op zou kunnen noemen aan momenten waarin Jezus halverwege het wonder bleef staan.
En dan slaat de onzekerheid weer genadeloos toe, moedeloosheid, minderwaardigheid.
Zie je wel, God vergeet mij, Hij vindt mij vast niet goed genoeg, belangrijk genoeg.
Zie je wel, mijn geloof is toch niet groot genoeg….

Wat heb ik het afgelopen jaar Hem al veel bestookt met mijn smeekbedes, vooral toen mijn eigen lichaam ook opnieuw begon te protesteren door het werk dat nu op mij neerkwam.
Hoeveel tranen heb ik al niet vergoten …
Hoe, Heer, hoe …?

Iemand uit het huis van Jaïrus komt eraan en vertelt hem dat zijn dochtertje inmiddels is gestorven en dat hij de Meester niet meer lastig hoeft te vallen.
Te laat.
Stilte.
Dan wijst Lucado met klem op de woorden die de Here Jezus dan uitspreekt:

                                     ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Wees niet bang….
Jaïrus dochtertje is dood.
Geloven?
Wie? Wat? Hoe?
Blijf geloven dat Jezus in staat is om te helpen.

Wees niet bang …
Mijn man op tijd bij de trein om onze zoon op te halen.
Een kaartje, een arm, een tekst, een woord, een boek, …
Uitkering, bijstand, voldoende ...?

Een blogje als dit, maar ook andere schrijfsels, gedichten …
Kaartjes, een arm, liederen, gebed …
Reacties op blogjes …
God Die spreekt door het Dagboek van Murray* heen en mij al schrijvend leidt naar Wie Hij is, en woorden geeft die mij terechtwijzen, onderwijzen, bemoedigen, aanmoedigen, aansporen, nieuwe moed en hoop geven, als ook de kracht om opnieuw …

Lucado wijst met klem op de woorden: ‘Wees niet bang, blijf geloven.’
Hij wijst op het feit, dat Jezus de woorden van de dienaar had gehoord.
Hij wijst op het feit, dat Jezus, hoewel Hij in beslag genomen werd door de zieke vrouw en omgeven was door zoveel mensen, Hij Jaïrus en zijn nood geen moment uit het oog verloor.
Hij wijst op het feit, dat Jezus alles hoorde en Hij het belangrijk genoeg vond om Jaïrus’ angst aan te pakken en mee te gaan naar zijn huis.
Hij wijst op het feit, dat één woord van Jezus vanaf de plaats waar Hij was, genoeg zou zijn geweest.
Hij wijst op het feit, dat Jezus niet alleen wilde laten zien dat Hij doden kon opwekken, maar dat Hij meegaat, komt, om dat te doen.

Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mij.
Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mijn zoon.
Jezus komt en spreekt.
Door een kaartje, door een boek, door een persoon, door een vogel die het hoogste lied zingt, een ree dat stilstaat in de wei langs de weg …’
Een steuntje in de rug.
Lucado wijst op het feit, dat God dat nog steeds doet.
Aan Jaïrus, aan mij.
Aan hen die neerslachtig zijn, aan hen die overmand worden door verdriet.

Ook nu nog, bij mijn man, bij mij, bij ons.

Hij dringt aan: ‘Wees niet bang, blijf geloven!’

Blijven geloven, dat Hij voor mijn kinderen zorgt, waar ze zich ook bevinden, waar ze ook door heen gaan op dit moment.
Blijven geloven, dat Hij komt om mij (en hen) op te beuren.
Blijven geloven, dat Hij mij, ons, belangrijk genoeg vindt.
Blijven geloven.

Blijven geloven, ook nu beurt Hij op, richt Hij op.
Blijven geloven, wat er ook gebeurt, Hij is erbij.
Blijven geloven, Hij gaat met ons mee.
Blijven geloven, Hij geeft de kracht, de moed, de hoop.
Blijven geloven, Hij ziet, Hij hoort; nog steeds.

Lucado schrijft: 'Angst rooft zoveel vrede van onze dagen.'
O, wat een waar woord.
Hoeveel vrede heeft angst al niet van mij geroofd en hoe vaak al niet.
Ik weet het, en toch, het gebeurt iedere keer weer.
Angst, de grootste vijand van mijn vrede.
Angst, de grootste vijand van mijn geloof.
Angst, de grootste vijand van mijn vreugde.
Angst, de grootste vijand van mijn hoop.

Lucado wijst op Gods woord waar Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen.’
(Matt.28:20)
Waar we ook naar toe gaan, waar we ons ook bevinden, nergens op deze aarde is een plaats waar God niet is.
Wees niet bang, maar geloof.

Angst is bij tijden de grote aanwezige in mijn leven.
Soms heeft angst mijn leven bepaald, mijn keuzes, mijn doen en laten.
Het is soms nog steeds mijn grootste, steeds terugkerende vijand.
Wat betekent het veel voor mij als Lucado schrijft:
‘De aanwezigheid van angst betekent niet dat je geen geloof hebt.
Angst gaat bij iedereen op bezoek.
Maar zorg ervoor dat je angst een bezoeker is en geen bewoner.’

Wat hebben mensen mij al vaak gekwetst met hun veroordeling vanwege mijn angst.
Wat hebben mensen mij al vaak pijn gedaan met hun onnadenkende uitspraken.
Wat zeggen we soms makkelijk dingen en halen de bijbel te pas en te onpas aan, zonder te weten of ons te bekommeren waar iets vandaan komt, wat de oorzaak is.
Wat heb ik soms getwijfeld aan mijn geloof vanwege mijn angst en wat mensen daar over te zeggen hadden.
Dan is het alsof God nu zelf tegen mij zegt:
‘Mijn lieve dochter, als angst je weer overvalt, weet dan dat dit niets afdoet aan je geloof in Mij, maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis.’

… maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis …
Ja, het kan me soms zo overvallen, gevoelens van zorg, van moedeloosheid, van niet meer weten hoe ik verder moet, hoe ik het vol ga houden, maar deze gevoelens geen intrek laten nemen in mijn hart en in mijn ziel.
Och, wat is dit soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar wat een geweldig liefdevolle God en Vader hebben wij toch, dat Hij steeds opnieuw komt, en laat zien, en Zijn hand uitstrekt en zegt: 'Kom maar, geef maar aan Mij. Kom maar, wees niet bang, vertrouw Mij!'
Soms in de stilte van je Stille Tijd …
Soms met een koffiebezoekje aan een vriendin …
Soms met lezen.
Soms met …

Ja, angst heeft al heel veel geroofd, maar ik ben op weg mijn angst tegemoet te treden met geloof.
Samen, hand in hand met God, met Jezus, met de Heilige Geest.
Soms, dreigt het kolkende water van angst mij te overspoelen, maar ik grijp die toegestoken hand van Hem uit de hemel.
Soms duurt het even, zie ik niets anders dan die golven, maar Hij vind mij belangrijk; Hij komt, Hij wacht, Hij reikt Zijn hand.

‘Wees niet bang.
Geloof!’



📅 November 2009

* Dagboek van Andrew Murray


woensdag 24 december 2025

Kerstgroet ...

Gezegende Dagen! 

- Hoop ontwaakte in Bethlehem -

Dit gedichtje is verbonden met het blogje 'De God van Vrede' op 'Quality Time'.

Gods rijke zegen van Licht, Liefde en Vrede toe gebeden!
Een liefdevolle Groet,
Rita

woensdag 15 januari 2025

Een glimlach in het duister ...

Hoe heerlijk is het als er weer tijd en ruimte is in je hart en leven om dingen die je raken weer om te kunnen zetten in woorden.
Wat heb ik dat gemist!
In dit blogje weer een zinnetje dat mijn hart beroerde en vreugde gaf, ja, een warme glimlach op mijn gezicht teweegbracht.
Een klein zinnetje maar, slechts een paar woorden, en toch zo’n grote inhoud.

Het is een zinnetje uit het boekje ‘Hoop en Vertrouwen’ van Debora M. Coty*, een klein boekje met korte bemoedigende overdenkingen; gewoon heerlijk om zo even te lezen tussen alle werkzaamheden door, of voor het slapen gaan, of wanneer je ook maar even een kort bemoedigend woordje kunt gebruiken.

‘Hoop is een glimlach in het duister.’


De een noemt hoop een emotie, een ander vindt het geen emotie maar een manier van denken, hoe je het ook wendt of keert, één ding staat vast: Hoop is iets positiefs.
De schrijfster beschrijft het ook als een emotie, maar noemt het ook een perspectief, discipline, manier van leven.
Ze noemt hoop ook ‘een weg van keuzes’, dat we moeten leren om de boodschappen van ontmoediging, wanhoop en angst te overwinnen; dat als deze ons in moeilijke tijden overvallen, we ons moeten richten op het licht.

Ik weet nog dat toen ik dit voor het eerst las er allerlei flarden van Bijbelteksten door mijn hoofd gingen, er zijn er zovelen; zo mooi, zo bemoedigend.
En terwijl ik nu achter mijn laptop zit, bedenk ik mij dat ik vast al het een en ander over Hoop heb geschreven, dus ik kijk snel ‘even’.
Als ik in mijn documenten het woordje Hoop intyp en op zoeken klik, ben ik verbaasd over wat er allemaal tevoorschijn komt.
Ik lees hier en daar wat, en verbaas mij vervolgens weer over het feit dat ik enerzijds zo ‘vergeetachtig’ ben (gezien wat ik lees), en anderzijds hoe opeenstapeling van moeilijke dingen het toch weer kunnen winnen en een mens voor korte (of langere) tijd hun hoop kunnen roven of besmetten.
Het ‘even’ wordt wat langer als ik documentje na documentje aanklikt, afbeelding na afbeelding met gedichtjes over Hoop en teruglees wat ik allemaal heb geschreven.

Hoop is een glimlach in het duister …
Met het teruglezen van een bepaald gedichtje word ik teruggebracht in de tijd, een heel moeilijke en verdrietige tijd, en herinneringen aan de dag dat ik dit gedichtje schreef, komen terug.
In gedachten zie ik nog de foto, van waaruit ik dit gedichtje heb geschreven, aan de muur hangen.
Weliswaar niet meer in detail, maar wel de kern.
Waar de foto was genomen, weet ik niet meer, maar ze hadden hem opgehangen vanwege de hoop die deze foto uitstraalde.
Het was een foto van een kabeltreintje dat een helling opreed in een stad.
Onderin was het vrij donker, maar waar bovenaan de weg ‘ophield’, was het felle licht van de zon zichtbaar, en daar reed het treintje naar toe.
Ik herinner me weer hoe ik geraakt werd door dit beeld, - ‘Gods licht, -Hoop, dat altijd aan de horizon gloort’, en dat ik dit beeld en deze gedachten mee naar huis nam, terwijl de woorden van het gedichtje zich al in mijn hoofd vormden.
Hoe donker die tijd ook was, deze foto was voor mij een glimlach in het duister, omdat het het Licht van Hoop in mijn ziel ontstak.
Het gedichtje is nooit verder gekomen dan mijn Facebookpagina ‘Bloem in Gods tuin’, zelfs op mijn Gedichtensite stond het niet.
Misschien wachtte het wel speciaal op deze dag, op dit moment, om een glimlach in het duister voor een ander te zijn.

De trein van het leven
trekt voor een ieder
zijn eigen spoor.
Soms zijn er heuvels,
dan weer dalen,
het gaat maar door.
Maar als we stappen
in de trein van Gods genade,
gloort Zijn licht aan de horizon.
Hoop doet onze kracht herleven
als we blijven putten
uit Zijn Bron.


Ja, hoop is een glimlach in het duister!
Want Hoop doet Leven, hoop geeft perspectief, hoop geeft nieuwe moed en kracht, omdat Hoop een Naam heeft, en die Naam is Jezus!

Ooit schreef ik ook het blogje ‘Niets kan je hoop doven’, en hoewel ik zelf nog menigmaal het gevoel heb gehad dat dit wel zo was, was het in werkelijkheid niet zo.
Ja, het zicht op onze hoop kan voor korte of langere tijd ondergedekt of beschadigd raken, maar als kind van Hem hebben we in Jezus een blijvende hoop, een hoop die een anker is voor onze ziel.

⚓

‘opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen,
een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben
om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.
Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel,
dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom,
achter het voorhangsel.’
Hebreeën 6:18, 19

‘En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader,
Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade,
moge uw harten vertroosten en u in elk goed woord en werk versterken.’
2 Thessalonicenzen 2:16,17

Zijn licht van hoop
schijnt altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.


*>> ‘Hoop en Vertrouwen’ - Debora M. Coty

👉‘Niets kan je hoop doven’

zondag 24 december 2023

Hoop in donkere dagen ...


'Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.'
Johannes 3:16 


Door de speakertjes van mijn laptop klinkt vanaf begin december heerlijk 'kerst'muziek, met name van Future of Forestry; de afgelopen dagen echter alleen nog bovenstaand nummer.
Maar echt onbevangen kan ik deze dagen dit jaar niet beleven.
Steeds meer lees, en hoor ik, dat mensen geen Kerst meer vieren, en het stemt mij tot nadenken.
Nu moet ik zeggen dat met wat er tegenwoordig van wordt gemaakt, het mij ook wel aardig tegen gaat staan, maar, helemaal niet meer ...?

Nee, ik heb helemaal niets (meer) met kerstbomen, noch de vele versieringen, -al vind ik al die lichtjes bij ons in de straat wel heel erg leuk.
Ook heb ik niets met al die uitgebreide kerstdiners, noch met uitgebreid familiebezoek en dergelijke verplichtingen deze dagen, noch met de steeds extremer wordende Kerstvieringen, al geniet ik wel van mooie kerstmuziek op mijn laptop, want wat is er veel prachtige 'Kerst'muziek.
Al wil ik erbij zeggen dat ik deze muziek ook rustig op een ander tijdstip van het jaar luister, immers het gaat toch om het feit dat de Here Jezus ooit kwam naar deze aarde; en de precieze dag of tijd weten we nu eenmaal niet.
Ach, ik geloof ook niet dat een datum of een dag er echt toe doet; dankbaarheid en vreugde om het feit dat God Zijn Zoon zond, -ongeacht wanneer dat precies was, daar gaat het om. 
Hierbij blijven Rom. 14:1-12 en Kol. 2:16-3:4 ook in mijn gedachten komen.
Om deze en andere redenen blijf ik toch de geboorte van onze Here Jezus in deze tijd herdenken -vieren-.
Ik wil je dan ook even meenemen naar de redenen waarom wel, redenen die voor mij belangrijker zijn dan wat ik hier en daar lees en hoor over het waarom niet meer.


God werd mens; een BABY!
In de eerste plaats omdat ik het onvoorstelbaar bijzonder vind, -en blijf vinden, dat de Here Jezus de plaats die Hij in de hemel bij God had, heeft willen opgegeven om als baby in deze wereld geboren te worden om ons mensen te kunnen redden en het eeuwige leven te geven.

'Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.'
Kol. 1:15

'Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid (Zijn wezen NBG), ...'
Hebr. 1:3

'Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.'
Filippenzen 2:6-11

'En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere. En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe. En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.'
Lukas 2:10-14

Het maakt mij stil te beseffen, dat Hij alles wat Hij bij Zijn Vader in de hemel had, heeft opgegeven voor mij, voor de gehele mensheid, omdat Hij, net als Zijn Vader, zoveel van ons hield, dat Hij niet wilde dat ook maar iemand van ons verloren zou hoeven gaan.
En het vult mijn hart met diep ontzag, dankbaarheid en vreugde, waardoor ik Hem, net als de herders en de wijzen, de eer en aanbidding wil geven die Hem toekomt.
En één van de manieren waarop ik dit kan doen, is door er met mijn schrijven in deze tijd aandacht aan te geven en Hem te eren met mijn schrijven.

Liefde, zo immens groot,
zo onvoorstelbaar
en ontzagwekkend,
ik kan niet anders
dan neerbuigen
en Hem aanbidden.

Liefde, zo immens groot,
zo onbegrijpelijk
en wonderbaarlijk,
ik kan niet anders
dan hierbij stilstaan
en het doorvertellen.


Overschaduwd, ondergesneeuwd, bedolven ...
Steeds meer raakt de Boodschap overschaduwd en bedolven onder alles wat de mens fijn vindt en waar de mens plezier aan heeft.
Eten, drinken en vrolijk zijn.
En ook in kerken/gemeenten wordt er steeds meer uitgepakt, tot hele shows om het Kind in de kribbe heen.
Wat blijft er nog over van de Boodschap van de engelen aan de herders in het veld: '..., u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe'; van God, Die mens werd; van Hem, Die de afstraling was van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, bereid was om aan ons mensen gelijk te worden, van Hem, Die alle heerlijkheid en glorie aflegde om aan ons gelijk te worden, echter zonder te zondigen?
Overvloed en overdaad lijkt ieder jaar meer en meer deze boodschap te overschaduwen, onder te sneeuwen, te bedelven.
De Here Jezus werd niet geboren in een koninklijk paleis, Hij had geen gouden wieg, noch de duurste kleertjes.
Er was niet eens een fatsoenlijke plaats waar Maria haar Kindje ter wereld kon brengen; geen plaats, geen plaats, geen plaats ...
Niet welkom, afwijzing; zoveel onwetendheid.
Hoe zouden onze 'Kerstdagen' eruitzien als wij het gingen vieren zonder al die toeters en bellen, maar door gewoon samen te komen en Hem te aanbidden!
Ons hart aan Hem als geschenk zouden geven, voor het eerst of opnieuw; ons opnieuw zouden toewijden aan Hem, of ons opnieuw zouden uitstrekken naar die onderlinge liefde en eenheid, die voor Hem zo belangrijk is.
Hoe graag zou ik al die grote podiums eens zien met alleen stro op de vloer, een lege voerbak en een kruis daarachter, en alle spotlights alleen daar op gericht ...

God, Die mens werd,
zo onvoorstelbaar
en wonderlijk.
Het mag niet
overschaduwd worden,
noch ondergesneeuwd raken.

God, Die mens werd,
zo verbijsterend
en onbegrijpelijk.
De boodschap 
moet blijven klinken,
doorverteld blijven worden.


Het kan nog ...
Ik wil het ook nog blijven herdenken, ervan schrijven en zo getuigen, simpelweg omdat het nu nog kan.
Nog leven wij in vrijheid, nog kunnen wij deze Boodschap van Hoop, van Genade, liefde en vergeving, van eeuwig Leven, doorgeven.
HOOP in donkere dagen ...
Nee, dan bedoel ik niet de donkere dagen voor kerst, maar de donkere dagen waar de Bijbel over spreekt; de donkere dagen, die steeds donkerder worden naar mate de dag nadert dat de Here Jezus terugkomt.
Donkere dagen, omdat de onderlinge liefde verkilt -zoals de Bijbel zegt, mensen meer en meer tegen elkaar opstaan, zelfs in families, ja, zelfs in gezinnen.
Donkere dagen, omdat de boze rondgaat als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij nog kan verslinden, naar wie hij nog weg kan halen, of houden, van Hem, Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon.

Hoe mooi is dan het lied waarmee ik dit blogje ben begonnen!
'Hope awakes in Bethlehem!'
Er is HOOP in deze donkere dagen!

Hoop ontwaakte in Bethlehem,
zo onvoorstelbaar wonderbaar:
God, Die mens werd.

Hoop ontwaakte in Bethlehem,
zo onbegrijpelijk ontzagwekkend:
Christus, de beloofde Verlosser.

Hoop ontwaakte in Bethlehem,
de grootste schat van de hemel;
Geschenk van Liefde en Genade.


Focus ...
Wat zien wij nog deze dagen? 
Wat zie jij?
Nee, er is zeker niets mis met gezelligheid, met samenkomen, met herdenken, met vieren, maar waarop ligt onze focus deze dagen?
Meer nog, wáár zijn we deze dagen vol van?
Zijn onze magen vol van al het eten en lekkers, en onze dagen vol met familiebezoek en wat al niet meer?
Of is ons hart vol; vol van dankbaarheid, omdat we deze dagen terugdenken aan het feit dat God Zijn belofte heeft vervuld, en eren en aanbidden wij Hem daarvoor?


Hoop in donkere dagen ...

Het Licht is gekomen
en schijnt in onze duisternis;
geeft Hoop en uitzicht daar,
waar het donker en eenzaam is.

Het Levende Woord is gekomen,
om te helen de gebrokenen van hart;
om te spreken van genade en vergeving,
te komen in elke nood en elke smart.

Hoop is ontwaakt in Bethlehem;
het Licht, het Levende Woord.
Uit liefde voor jou werden later
Zijn handen en voeten doorboord.

Hoop ontwaakte in Bethlehem,
voor eenieder die vermoeid is en verward.
Hoop ontwaakte in Bethlehem,
maar is het ook ontwaakt in jouw hart?

'Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.
Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.'
Mattheüs 11:28-30

Zegen en een liefdevolle groet,
Rita




(Ook de uitvoering van Laura en Estera Bretan >>Hope awakes in Bethlehem<< is prachtig) 

dinsdag 16 maart 2021

Hoop en perspectief

'Alles wat eens zo gewoon was, is niet meer gewoon.
Wat voorheen vanzelfsprekend was, is niet meer zo vanzelfsprekend.
En wat we voorheen gewoon deden, kunnen we nu niet meer doen, of alleen nog met allerlei voorzorgsmaatregelen.
We horen en zien hoe moedeloosheid toeneemt, als ook de onrust vanwege de vele en vaak ook tegenstrijdige berichtgevingen.
Mag ik je te midden van deze gevoelens van neerslachtigheid en onrust eens meenemen ....'


Speciaal voor de Bemoedigingsmaand op 'Krullies schrijfsels' schreef ik de bemoedinging 'Hoop en perspectief'.
Klik op de afbeelding om de rest van de bemoeding te lezen, als ook naar de vele andere bemoedigingen die er reeds op staan.

Blessings!

'Hoop en perspectief'

vrijdag 20 februari 2015

Dag 3. Genezen, gered ...

Door de ogen van de bloedvloeiende vrouw.
… Ik heb kracht uit Me voelen wegstromen.
Lucas 8:46


Wat heeft ze nog te verliezen?
Ze moet door de mensenmassa heen om bij Hem te komen …
Wat heeft ze te winnen?
Aanraken, alleen de zoom van Zijn kleed …

Citaat:
Hoop,  geboren uit wanhoop.
Geloof, geboren uit vertwijfeling.














Ze werkt zich door de menigte en haar hand
raakt aan de zoom van Zijn kleed.
Zijn kracht doorstroomt haar,
genezing wordt haar deel;
licht breekt door in haar donkere bestaan;
ze heeft weer uitzicht na zoveel leed.

‘Wie, wie heeft Mij aangeraakt?’
De ogen van de Man gaan zoekend rond.
Kracht was van Hem uitgegaan
bij de aanraking van een vrouw
met een uit vertwijfeling geboren geloof,
maar waardoor zij wel genezing vond.

Zijn kracht werd haar kracht,
haar onreinheid nam Hij aan.
Maar nog even, dan hangt Hij te bloeden
aan het kruis op Golgotha en zal
de onreinheid van de gehele wereld
Hem de dood in doen gaan.

Jezus, 
Hij gaf Zijn leven in ruil
voor dat van jou en mij.
Daarvoor kwam Hij,
ja, kwam Hij heel speciaal.
Zijn lijden en sterven maakt ons zo
van zonden voor eeuwig vrij.

Dank U wel, Heer Jezus, voor Uw lijden,
dank U wel, dat U stierf voor mij.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade,
door Uw vergoten bloed ben ik gered en vrij.


Het verhaal van de bloedvloeiende vrouw kun je vinden in:
>> Mattheüs 9:18-26
>> Marcus 5:25-34
>> Lucas 8:40-56

Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'

maandag 16 juni 2014

Jezus, mijn Steen der hulp


Het was afgelopen vrijdagmorgen dat ik weer eens naar de site van Jenedy Paige ging om te kijken naar haar schilderijen.
Voor wie haar niet kennen, Jenedy Paige is kunstschilder en maakt prachtige schilderijen, voornamelijk portretten.
Bij een paar van haar schilderijen heb ik een gedicht geschreven (zie bijvoorbeeld helemaal onderin mijn Blog - Ochtendmeditatie), maar soms sluit een schilderij ook prachtig aan bij wat ik al eerder geschreven heb, en zo bezoek ik af en toe haar site.
Ik heb ook haar toestemming om afbeeldingen van haar schilderijen (met vermelding van haar naam en site) op mijn Blogs te plaatsen.
(mocht je dus één van haar schilderijen tegen komen en willen overnemen, houdt het copyright in ere en vraag ook om haar toestemming en vermeldt vervolgens dan ook altijd naam en site!!!)

Dit maal bezocht ik ook haar Blog.
Haar schilderij "My Ebenezer" trok mijn aandacht; het raakte mij en met het lezen van het verhaal erachter werd ik vervolgens heel stil.
Jenedy en haar man verliezen hun eerstgeboren zoon, en schilderen is voor haar een manier om met haar verdriet om te gaan, een soort van ‘kunsttherapie’.
Ze noemt ‘My Ebenezer’ een ‘grief painting’, een  verdrietschilderij,


In 1 Samuël 7 lezen we hoe de Israëlieten een overwinning behaalden op de Filistijnen en in vers 12 staat er dan: ‘Toen nam Samuël een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam Eben-Haëzer en zei: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.
Ik moet bekennen dat ik altijd heb gedacht dat Eben-Haëzer betekende: ‘Tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen’, maar dit is dus helemaal niet zo; het betekent: Steen der hulp.
Het staat er in mijn Bijbelvertaling ook niet bij moet ik zeggen, en meestal is wat erachter staat min of meer de betekenis, maar nu dus niet.
Met het lezen van de werkelijke betekenis van deze naam en het getuigenis van Jenedy, raakte het schilderij mijn hart nog meer en ging het nog meer voor mij leven.
Ik raad je dan ook aan om het verhaal achter dit schilderij te lezen.
>> Jenedy paige - My Ebenezer 


Het beeld van de vrouw leunend op de steen, bracht mij bij Jezus, de Rots van ons heil, van onze redding.
Zoals de vrouw leunt op de steen, zo mag ik leunen op Jezus, sterker nog, Hij verlangt ernaar dat ik dit doe.

Jezus was(en is) het vaste fundament van Jenedy, Degene aan wie ze zich vasthield als er niets anders meer was, en ze wist, dat zolang ze zich aan Hem vasthield, ze niet zou vallen; maar ook aan wie ze zich nog steeds vasthoudt om ook verder te kunnen.
Jezus wil ook ons vaste fundament zijn, onze ‘Eben-Haëzer, onze Steen der hulp, aan wie je kunt vasthouden, zodat je niet zult vallen, op wie je kunt leunen in tijden van nood.
Van wie je op aan kunt, want Hij is betrouwbaar, op wie je terug kunt vallen, want Hij staat vast.

Eben-Haëzer - Steen der Hulp!
Jezus, mijn Eben-Haëzer.
Mag Hij ook jouw Eben-Haëzer zijn?


Eben-Haëzer:
Jezus,
Mijn ‘Steen der hulp’

Jezus,
U bent mijn rots,
mijn steen der hulp.
U bent mijn sterkte
en mijn kracht;
mijn toevlucht
voor elke dag.

Jezus,
U bent mijn rots,
mijn steen der hulp.
Bij U vind ik troost,
U richt mij op;
ja, U helpt mij
iedere dag.

Jezus,
U bent mijn rots,
mijn steen der hulp.
U bent mijn steun,
mijn toeverlaat;
op U vertrouw ik,
ja, elke dag.

Bij U schuil ik,
bij U huil ik,
bij U vind ik troost,
kom ik tot rust
en vind nieuwe kracht.

U richt mij op,
U bemoedigt mij,
U versterk mijn ziel
meer dan slaap
in de nacht.

Jezus,
U bent mijn rots,
mijn steen der hulp
voor iedere dag!


Copyright schilderij:
Jenedy Paige
Overname met toestemming


zondag 29 september 2013

Zaad van Hoop

'Zaai zaad van hoop en ervaar optimisme.
 Zaai zaad van twijfel en verwacht onzekerheid.'
 
Max Lucado
 
Het spreekwoord zegt het eigenlijk al: 'Hoop doet leven.'
Een mens heeft hoop nodig in zijn leven, het vooruitzicht op betere tijden, op mogelijkheden.
Zolang dat er is, kunnen we volhouden, hebben we de moed om verder te gaan.
Ik denk dat je wel kunt zeggen, dat, als hoop uit ons leven verdwijnt, dat dan ook het licht uit ons leven verdwijnt en alles donker wordt en somber.
 
Persoonlijk ben ik niet één van de meest optimistische mensen; van nature ben ik wat zwaarmoediger, maar wat is er veel veranderd nadat ik ben begonnen met mijn blogs.
Ik ben begonnen met schrijven om alles wat in mij leeft een plekje te geven, maar al gauw werd mijn schrijven een strohalm waar ik mij aan vast kon houden, wat mij moed gaf in de zware en verdrietige omstandigheden waar we in kwamen.
Gedachten, gebeden en gedichten die op 'papier' kwamen door wat ik las in de Bijbel of in boeken, zelfs zinnen uit tv programma's, werden voor mijzelf Zaden van Hoop; als ook muzieknummers, verhalen en schrijfsels van anderen die ik mocht plaatsen.
Het schrijven zorgde ervoor dat dat de Hoop in mij niet doofde.
Het hield mij gericht op Degene bij wie het Zaad van Hoop te vinden is; Degene die Het Licht is.
 
Soms, op momenten als ik het niet meer zag zitten, dwong ik mijzelf om teksten uit de Psalmen uit te schrijven.
Alleen al door het uitschrijven van het woord van God werd er hoop in mijn binnenste gezaaid.
En ik bemerkte dat het soms ook voor anderen Zaden van Hoop werden als ik het op mijn Blog plaatste.
Gods woord is voor mij Het Zaad van Hoop; mijn houvast in elke omstandigheid.
Het geeft vreugde en blijdschap, vrede en moed, ook in moeilijke en verdrietige omstandigheden.
Soms is het eerst (even) vechten, maar ik weet nu, welk een kracht Gods woord heeft, en wat het met je doet als je je daarop richt.
Nog kan ik als het ware voelen welk een verandering er in mij plaatsvond op het moment dat ik temidden van ... Zijn woorden uitschreef, waardoor wie Hij was, wat Hij deed, wat Hij kon doen, etc., de overhand kreeg en mijn gevoelens om de omstandigheden bedekte.
Twijfel en wanhoop werden verdreven en hoop nam hun plaats in.
Dat is wat Gods woord doet.
Gods woord is levend en krachtig!
 
Zaad van Hoop
is zaad van leven.
Zaad van twijfel
zal wanhoop geven.
 
Zaai het Zaad van Hoop,
het Woord van God,
diep in je hart.
Het zal je vreugde geven,
kracht en sterkte,
en helen elke smart.

Zaai het ook
in het leven van
een ander;
strooi Hoop maar
rijkelijk om je heen.
 
Laten we zo
tot steun zijn
voor elkander;
troost brengen
aan een ieder
die weent.
 
Zaad van Hoop
is zaad van Leven.
Laten we delen
en geven.

dinsdag 23 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken (2)

Door de warmte schrijf ik niet veel op dit moment; het is te heet op mijn kamertje.
En beneden, waar de twee kids die nog thuis wonen heen en weer lopen, is ook niet echt een optie, daar ik om te kunnen schrijven stilte en rust nodig heb.
Toch wil ik nog even verder gaan op dit onderwerp, daar het niet af is met alleen het vorige schrijven.
Lag het de vorige keer erg op mijn hart lag om te benoemen dat de hel een realiteit is en geen verzinsel, of iets dat God toch niet zou doen, nu verlangt mijn hart naar de hemel.

Mijn gedachten gaan verschillende kanten uit, maar het meest moet ik terugdenken aan een boek van Adrian Plass waar ik jaren geleden in begonnen ben en nooit heb uitgelezen, omdat ik stuk liep op een bepaald stukje over de hemel.
Het boek, een dagboek, heet ‘De ontluiking’ – Gods reddingsplan voor mensen met angst.
(Zie: Boekinfo)
Angst was, ondanks dat ik geloofde, mijn vijand en metgezel.
Met ieder hoofdstuk dat ik las, schreef ik daarna mijn eigen gedachten en gevoelens op en hoopte dat ik iets verder zou komen in mijn strijd tegen mijn angst.
De schrijfblokjes met al mijn gedachten en gevoelens heb ik nog steeds en ik heb het laatste schrijven even opgezocht.
Dinsdag, 18 februari 1997 – Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Het hoofdstukje heet: Hemel op aarde?
Johannes 14:1-6 is het uitgangspunt.

Ik weet niet of iemand van jullie Adrian Plass kent, maar van zijn schrijfstijl houdt je, denk ik, of niet.
Zelf heb ik verschillende boeken van hem in mijn kast staan; ik houdt over het algemeen wel van zijn schrijven.
(Al is het lange tijd geleden dat ik één van zijn boeken heb gelezen, maar goed, dat is wat anders)
Na het tekstgedeelte schrijft hij niet zoals in de rest van het boekje een stukje en een gebed, maar verwoord in een gedicht zijn gedachten en gevoelens, zijn verlangens en hoop.

‘Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er vliegers zullen zijn …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat ik er vrienden zal ontmoeten in oude Susses-cafë’s vol eikehout …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er seizoenen zullen zijn waarin de kleuren vliegen …

Als ik in de hemel ben
zeg me dan  …’

Ik moest hiermee gaan nadenken over de hemel, maar ik kon niets verzinnen.
Als ik in de hemel ben, ja, wat dan?
Wat verwacht ik?
Wat verlang ik?
Waar verlang ik naar?
In de kringen waar ik vandaan kom, werd er, in mijn herinnering, niet bepaald over de hemel nagedacht of gesproken, eerder over het andere.
Nog weet ik dat ik vreselijk heb zitten huilen, omdat ik niet in staat was om iets te verwoorden.
Ik kon niet, ik durfde niet …
Hoe  kon je zo denken en schrijven?
Angst om dit soort gedachten en verlangens uit te spreken, op te schrijven, verlamden mij.
Er waren zoveel dingen die ik zo graag zou willen, die ik had willen doen, maar die niet mochten, omdat ze ‘fout/zondig’ waren.
Zoveel dingen die ik niet durfde, uit angst voor wat er kon gebeuren.
En ik heb het boekje weggelegd en ben er nooit meer in verder gegaan.
Toch was ik het nooit vergeten; het bleef in mijn achterhoofd zitten en kwam af en toe boven, totdat het moment dat ik in staat was om mijn eigen versie te schrijven van ‘Als ik in de hemel ben, zeg me dan …’

Als ik mijn schrijven weer lees, komen er tranen, tranen van verdriet om de pijn die ik voel die achter deze woorden zit.
Maar tegelijk zijn er een paar liederen die daarboven staan, die weerklinken in mijn hoofd en mij vreugde geven.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik dansen kan,
dansen op hemelse muziek.
Dansen tot de eer van God.
Vol van intense vreugde en dan …
Doorgaan, zonder angst voor kritiek;
gewoon uiting geven aan mijn liefde voor Hem.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er wonderschone gebieden zijn
waar de stilte voelbaar is
en gevoelens van vrede mijn hart overstromen.
Omdat, waar ik ook loop, het altijd veilig zal zijn.
Want dat is iets, wat ik nu zo mis;
een stille, veilige plek in Zijn schepping.

Als ik in de hemel ben,
zeg mij dan, dat er muziek zal zijn
zo wonderbaar mooi,
dat 't mijn ziel tot het diepst beroert.
Zo zuiver, zodat ik niets anders kan
dan Hem loven en prijzen
met een intens dankbaar hart.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik weer uit volle borst
en met een vreugdevol hart,
oprecht en zuiver zingen kan.
Zonder te azen op mijn eer,
maar alleen te zingen tot glorie
van mijn opgestane Heer.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er uitgestrekte,
groene weiden zijn.
Zonovergoten bossen en stranden,
waar ik lopen en genieten kan
zonder angst, zonder beven.
Enkel en alleen dicht bij U zijn.

Als ik in de hemel ben
zeg me dan, dat er dieren zijn,
leeuwen, tijgers, dolfijnen, de olifant.
Van alles waar ik in vrede tussen leven kan;
ze vol bewondering aan kan raken.
Oh Heer, dan zal ik weten,
ik ben thuis in mijn eeuwig Vaderland.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik met volle teugen
van al deze dingen genieten kan.
Overlopend van dankbaarheid.
Met een hart vol van intense vrede,
omdat het gedaan is
met elke vorm van strijd.

Als ik in de hemel ben.....
Heer, ik verlang ernaar
om voor altijd
bij U te zijn.

Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Mijn gedachten gaan terug naar mijn momenten van zwaarmoedigheid en waarin ik God vroeg om mij weg te nemen uit dit leven en dat het kleinste plekje in het uiterste hoekje van de hemel genoeg zou zijn.

De zwaarte van het leven, alle problemen, moeiten en zorgen, doen mij soms hevig verlangen naar de hemel, naar de tijd dat ik voor altijd bij Hem mag zijn.
Als we in de gemeente liederen over de hemel zingen, lopen doorgaans de tranen over mijn wangen.
Wat kan ik dan verlangen naar die tijd …

‘Er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht,
 een dag van blijdschap,
als heel de schepping wordt bevrijd …

Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken …

 Nooit meer tranen nooit meer pijn,
 want wij zullen met hem leven in zijn nabijheid …’

Maar
het lied zegt nog meer:
‘Dus kijk omhoog en zie wat nog verborgen is,
 maar wat beloofd is, dat blijft in alle eeuwigheid.
 En als je lijdt, weet dat het maar voor even is.
 Als Jezus terugkomt, deel je in zijn heerlijkheid …’

Meer en meer leer ik te kijken naar wat beloofd is.
Meer en meer leer ik dat het lijden maar voor even is, al blijft het soms moeilijk en willen mijn gevoelens mij een andere kant op meenemen.
Doorgaan, me richten op wat ik mag doen voor Hem, te midden van alles.
Zien op wie Hij is en daardoor kracht ontvangen, sterker worden, standvastiger.

De hemel …
Jezus is mijn plaats daar aan het voorbereiden, klaarmaken.
Daar wacht mij een erfenis; onvergankelijk, onbederfelijk, onaantastbaar.
Daar zal God Zelf al mijn tranen drogen.
Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen pijn ...
Alles zal Hij nieuw maken …

Het is een beetje een ander stukje geworden dan ik voor ogen had.
Soms gebeurt dat, maar ik geloof, dat God ook daarin de leiding heeft.
Voor mijzelf, om mij te helpen, te leren, dankbaar terug te zien, …
En misschien ook voor jou.
               Opgename mannendag in Assen
 

Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.
En Ik zal hem de morgenster geven.

Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Zie, Ik kom spoedig.
Houd vast wat u hebt,
opdat niemand uw kroon zal wegnemen.

 (Openbaring 2:7b, 11b, 17b, 26-28; 3:5,12,21;
  Openbaring 3:22 (+ 2:7a,11a,17a,29; 3:6,13);
  Openbaring 3:11)

zaterdag 6 juli 2013

Want ik denk ook ...

Soms zijn er van die Bijbelgedeeltes die je diep raken.
Waar je herkenning in vindt, en/of lessen om te leren.
Dit had ik ook met het gedeelte uit Klaagliederen 3:20-26.
Wat sluit het ook mooi aan bij het thema dat ik dit jaar voor mijzelf heb genomen:
'Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is.'
Het laat zo duidelijk zien hoe belangrijk het is om dat steeds opnieuw te beseffen, of er tijd voor te nemen/maken om daar bij stil te staan.
Welk een geschenken liggen er niet voor ons klaar in Zijn woord ...


Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (87)

Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.
Toch blijf ik hopen, want ik denk ook: Het is een geschenk van de Heer dat wij nog leven, Zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw.
Zijn trouw is groot.
Ik behoor aan de Heer, in het diepst van mijn hart; daarom blijf ik op Hem hopen.
Goed is de Heer voor wie naar Hem uitkijkt, voor wie Hem zoekt.
Goed is het in stilte te wachten, te wachten op Hem, op bevrijding.

Klaagliederen 3:20-26
Heb jij ook weleens van die dagen, dat je gedachten maar bij hetzelfde blijven rondcirkelen, terwijl je weet dat je er niets aan veranderen kunt?
Dat je gedachten steeds weer naar hetzelfde gaan, ook al wil je het eigenlijk niet?
Ken je de gevoelens van moedeloosheid die daaruit voortkomen?
En als je niet oppas zelfmedelijden, wat weer uit kan lopen op bitterheid of depressie?

Wat is het dan geweldig dat we Gods woord, de Bijbel hebben, waarin we mensen tegenkomen die dit soort gevoelens ook kennen.
Jeremia schrijft hier zelf: ‘Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.’

Jeremia weeklaagt over de vernietiging van Jeruzalem.
Maar, hij blijft daar niet steken.
Hij gaat verder.
Hij geeft ons hoop met de volgende woorden.
Hij wijst ons op dingen die we zelf misschien door onze moedeloosheid niet meer kunnen zien.
Hij zegt: ‘Toch blijf ik hopen, want ik denk ook …’…’

Toch blijf ik hopen, want ik denk ook … …

Jeremia denkt verder dan de vernietiging van Jeruzalem.
Jeremia kijk naar wie zijn Heer is.
Jeremia kijkt van beneden, van de vernietiging van Jeruzalem, op naar boven, naar wie God is, naar wat Hij allemaal heeft gedaan en wie Hij is, wil zijn, zal zijn.
En hij somt het allemaal op; houdt het zichzelf voor:

1. Het is Gods geschenk aan mij dat ik nog leef.
2. God houdt van mij.
3. Zijn liefde voor mij is iedere morgen nieuw.
4. Gods trouw is groot.
5. Ik behoor Hem toe.
6. Daarom is er altijd hoop.
7. De Heer is goed voor wie Hem verwacht.
8. De Heer is goed voor wie Hem zoekt.

Wat een les voor ons allemaal.
Wat er ook speelt in ons leven, wat ons ook bezighoudt, in beslag neemt, ons moedeloos maakt of dreigt te maken, kijk net als Jeremia naar boven, naar wie God is.

Pak Zijn woord, de Bijbel, en lees over wie Hij is en wat hij allemaal heeft gedaan.
Houdt het jezelf voor, net zoals Jeremia deed.
Spreek het uit; het worden levenbrengende woorden.
Moedeloosheid zal verdwijnen, moed en hoop komen er voor in de plaats.

Hoop geeft leven.
Moed doet ons leven.
God wil ons beiden geven, waardoor wij in Zijn kracht verder kunnen.
Hoop, moed en kracht.

Op deze manier kunnen we met gevouwen handen en Zijn woord opengeslagen, in stilte op Hem wachten,.
En met Hem op de bevrijding die komen zal.

woensdag 3 juli 2013

Licht van Hoop

 
Zijn licht van hoop
schijn altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.
 

maandag 20 mei 2013

Vervulde Belofte

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (78)

Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.

Johannes 14:18

Ik zal u niet als wezen achterlaten …
Ik kom weer naar U toe …

Er staan heel wat beloften in de Bijbel en velen daarvan moeten nog in vervulling gaan.
Maar velen zijn ook al in vervulling gegaan.
De ene helft van de bovenstaande tekst is in vervulling gegaan, terwijl we vol verlangen (de één misschien iets meer dan de ander) uitzien naar de vervulling van de andere helft.
Vandaag vieren we echter dat de eerste helft van deze belofte is vervuld.

Jezus zei: ‘Op Mijn verzoek zal de Vader jullie een ander zenden om jullie bij te staan, Iemand die altijd bij jullie blijft: de Geest van de waarheid.’ (Joh. 14:16)

Plotseling kwam er uit de hemel een geluid alsof er een hevige wind opstak, het vulde het hele huis waar ze zaten.
Toen zagen ze iets dat op tongen van vuur leek: het verdeelde zich en daalde op een ieder van hen neer.
Ze werden  allemaal vervuld van de Heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun te spreken gaf. (Hand. 2:2-4)

‘Begin een nieuw leven,’ antwoordde Petrus, ‘en laat u dopen, ieder van u, in de naam van Jezus Christus, om vergeving te krijgen van uw zonden; en u zult de Heilige Geest als geschenk ontvangen. (Hand. 2:38)

Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.
Gister mochten we vieren dat deze belofte door God is vervuld.
Zo’n tweeduizend jaar geleden zond Hij Zijn Geest en wel ook op zo’n krachtige manier, dat niemand er om heen kon en kan.

Jezus liet ons niet als wezen achter.
De Heilige Geest woont in ons en we mogen God onze Vader noemen.
‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.
Amen.’ (Matth.28:20)
Zijn belofte is vervuld.

En we mogen uitzien naar de vervulling van Zijn andere belofte: ‘Ik kom weer naar U toe.’
Jezus zal terugkomen, precies op dezelfde manier als dat de discipelen Hem hebben zien opvaren naar de hemel. (Hand. 1:11)
En dan zal elke knie zich buigen en iedereen zal openlijk erkennen dat Hij God is. (Rom.14:11)
Dan komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Er zal geen dood meer zijn, geen rouwklacht, geen pijn.
Elke traan zal Hij van onze ogen wissen.
Alle zal Hij nieuw maken. (Openb.21:1-7)
Weet: Ik kom spoedig, en het loon heb Ik bij Me …   (Openb. 22:12)

Een vervulde belofte en een belofte die nog op haar vervulling wacht.
Welk een groot en indrukwekkend God hebben wij, dat Hij ons zo genadig is.
Dat Hij ons, zondige mensen, zo liefheeft.
Dat Hij zo voor ons zorgt, ons omringt, ons helpt.

Kracht voor vandaag en hoop voor de toekomst.
In Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen!
Ik prijs Zijn Naam.
Halleluja.

- Amen -

zaterdag 11 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (Slot)

Toch vruchtdragen
Beschadigd of verwond
Dit is nu ‘mijn’ boompje, oftewel het boompje waar ik het gisteren over had.
Een boompje met een boodschap van God.
Een boompje, dat stil en woordeloos, het geheim van vruchtdragen verkondigt.
Een boompje met een speciale bemoediging.

Dit boompje hoort niet bij de Bijbelstudie ‘Groeien in vertrouwen;’ maar de titel van de Bijbelstudie is wel heel toepasselijk en daarom gebruik ik ook hier dezelfde titel.
Daarbij sluit de boodschap van dit boompje zoals ik gister al zei, naadloos aan bij de boodschap van de afgelopen dagen en is tegelijk ook een mooie afsluiting ervan.

Wij wonen inmiddels ruim 14 jaar in het huis waar we nu wonen en aangezien wij altijd een hond hebben gehad, die dus ook moest worden uitgelaten, loop ik ook al 14 jaar regelmatig langs dit boompje.
Maar het was pas vorige week dat God mijn ogen opende voor de boodschap van dit boompje.
En Hij bracht mijn gedachten bij Jeremia 17:8.

‘Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

Wat mij zo trof in dit boompje, is dat het helemaal niet één van de beste, mooiste en sterkste boompjes is.
Integendeel.
Het boompje heeft op de één of andere manier flinke klappen opgelopen en is daardoor behoorlijk beschadigd geraakt.
Met dat het tot mij doordrong hoe beschadigd dit boompje is, kwam de vraag in mij op, hoe of dat het toch nog mogelijk was dat dit boompje nog kon leven en groeien en bloeien.

 
Bekijk het maar eens goed en zie hoe beschadigt dit boompje is.
Eigenlijk is er niet veel boom meer over.
Onder- en bovenin is de boom nog redelijk zoals hij moet zijn, maar voor de rest is er niet veel meer van over.
Een groot gapend gat maakt dat je er dwars doorheen kunt kijken en voor de rest lijkt de boom één rauwe open wond te zijn.
En toch zitten er blaadjes aan de takken, toch bloeit hij.
Als je goed kijkt, dan zie je dat hij zelfs op heel andere plaatsen dan normaal nieuwe takken heeft gekregen waar ook weer allemaal blaadjes aan groeien.

Mijn uit verbazing voortgekomen vraag, hoe of dat dit boompje toch nog zo kon groeien en bloeien, werd ook op hetzelfde moment nog beantwoord, toen God mij de woorden uit Jeremia 17 in gedachten bracht.
‘… die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

‘Mijn’ boompje staat aan het water. (Zie eerste foto)
Zijn wortels kan ik niet zien, maar daarin ligt wel zijn verborgen geheim.
‘Mijn’ boompje kan groeien, kan bloeien, kan vruchtdragen, omdat het zijn wortels in het water heeft.
Ergens anders, in een woestijn of zo, zal dit boompje het vast niet overleven, maar hier, geplant aan het water, deert het hem niet zo beschadigt te zijn.
Z’n knot, kleiner door de enorme beschadigingen, kan niet zoveel takken voortbrengen als de niet beschadigde bomen naast hem, maar daarvoor komen er op andere plaatsen takken.
En zo groeit en bloeit dit boompje rustig door.

Misschien is jouw leven wel als dit boompje.
Vreselijk beschadigd, overal stukken eruit gereten, vol open en rauwe wonden.
Of misschien ben je wel chronisch ziek en kun je niet veel doordat je aan bed bent gekluisterd, of aan een rolstoel verbonden.
Misschien is het pijn die belemmert om dat te kunnen doen wat een gezond mens wel kan.

Jaren ben ik lichamelijk behoorlijk beperkt geweest in wat in kon.
Je kunt eigenlijk wel zeggen dat er niet veel was wat ik nog wel kon doen.
Werken was uitgesloten, en zelfs mijn eigen huishouden kon ik amper op orde houden en er waren ook veel dingen die ik niet samen met mijn kinderen kon doen.
En hoewel het nu een heel stuk beter gaat, zijn er nog dingen die ik niet kan, of die gewoon niet slim zijn om te doen.
In die jaren voelde ik mij echt waardeloos, en met dat het voortduurde was het leven in mijn ogen soms ook erg zinloos.
Soms dacht ik weleens, Heer, U had me beter maar niet geboren kunnen laten worden, of geen kinderen kunnen geven, of, misschien had ik maar beter niet eens kunnen trouwen.
Allemaal gedachten vol zelfmedelijden en ik wist niet wat ik eraan kon doen of hoe ik soms verder moest.
Mijn ommekeer kwam met het lezen van het boeken ‘Een stem in de wind’ en ‘Een echo in de duisternis’ van Francine Rivers.
(Eigenlijk heeft de gehele trilogie, ook deel drie ‘De onafwendbare dageraad’ een enorme impact in mijn leven gehad)

Ik weet niet meer precies hoe of het allemaal zat, daarvoor is het te lang geleden dat ik deze boeken heb gelezen, maar vergeten doe ik het in ieder geval nooit meer.
Er was een vrouw, iets zeg me dat het de moeder van Marcus was, die ziek op bed lag en niets meer kon, maar ze deed wat ze nog wel kon doen, namelijk bidden.
Haar leven leek zinloos en doelloos, want ze kon immers niets anders meer dan alleen maar liggen, maar ze deed datgene wat ze nog wel kon.
Bidden!
Het deed mij beseffen dat al kon ik niet veel, er zullen altijd dingen  zijn die ik wel kon/kan doen.
Gods genade opende mijn ogen en bracht gaandeweg een keer in mijn denken, in mijn omgaan met mijn ziek-zijn, mijn beperkingen.

Nu, vele jaren later, besef ik meer dan ooit dat niemands leven ooit zinloos is, noch doelloos.
Ongeacht waar je doorheen gaat of hoe je lichamelijke conditie of gesteldheid ook is.
Wat in onze ogen zinloos is, of zonder doel, is voor God misschien juist de mogelijkheid om dat tot stand te brengen wat niemand anders zou kunnen bewerken.
Nee, ik begrijp heel veel dingen die gebeuren niet, noch hoe God sommige dingen toe kan laten, aan kan zien.
Maar ik moet leren om God God te laten zijn en te vertrouwen dat Hij alles in de hand heeft en daarin niemand van ons ooit uit het oog verliest.

Zoals ‘mijn’ boompje op hele andere plaatsen takken kreeg, zo kan God, als wij onze wortels maar in Zijn Bron houden, ook in ons leven, hoe beperkt het in onze ogen ook misschien is, op geheel andere manieren vruchten laten voortbrengen.
Als wij doen wat wij kunnen, zal God doen wat wij niet kunnen.
Vruchtdragen is drinken uit de Bron van Levend water en doorgeven aan anderen; en dat kan op velerlei manieren.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en word gevoed.
Hitte en droogte zullen je dan niet deren,
het is immers God, die je leven doet.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en draag vrucht.
Je zult zijn als een sterke boom,
als je altijd en in alles tot Hem vlucht.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en vertrouw.
Zijn zegen zal op je leven zijn;
je sterkte in tijden van hitte en kou.

vrijdag 10 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (3)

Toch vruchtdragen
Troost en hoop

Vorige maand haalde ik, na aanleiding van de zin ‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw, reeds een paar teksten uit Jeremia 17 aan.
Opnieuw kwam dit hoofdstuk afgelopen weekend op mijn pad in de Bijbelstudie ‘Groeien in Vertrouwen’. (Zie: eerdere logs van deze week en Boekinfo)

Daarnaast waren deze teksten nog niet echt uit mijn gedachten geweest, daar ik vorige week en afgelopen dinsdag even weer, een paar foto’s had gemaakt van een knotwilg die niet zo ver bij ons huis vandaan staat.
Wij wonen aan de rand van het dorp en als je even het straatje uit loopt en de hoek omgaat, loop je zo ons dorp uit en om je heen zijn de boerderijen en weilanden.
Maar vlak daarvoor, net voor je ons dorp uitgaat, staan er een aantal knotwilgen op een rij.
Prachtige boompjes vind ik dat.
Ze groeien schots en scheef, maar dat maakt hen juist zo aantrekkelijk en mooi, vind ik.
Ik had daar vorige week al wat over willen schrijven, want het boompje waar ik het over wil hebben, geeft een bijzondere bemoediging, tenminste, die zie ik erin.
Door omstandigheden kwam er van schrijven vorige week echter niet veel.
Maar ach, wat in het vat zit verzuurd niet en met ons hondje uitlaten zie ik iedere dag ‘mijn’ boompje, dus vergeten doe ik het zeker niet.

Nu echter, na zo de afgelopen dagen met deze Bijbelstudie bezig te zijn geweest, besef ik dat het helemaal niet zo erg is dat ik hier niet over kon schrijven, want de twee verhalen, die van de Bijbelstudie en van ‘mijn’ boompje, passen naadloos bij en in elkaar.
Het is, denk ik, zelfs nog een betere volgorde ook.

Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens,
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte,
die het niet ziet wanneer het goede komt:
hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn,
in zilt en onbewoond land.

Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt,
wiens vertrouwen de HEERE is.
Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is,
en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt,
zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.
 
Jeremia 17:5-8

In deze verzen worden eigenlijk twee kanten belicht.
Het leven van hen die God niet kennen en vertrouwen en van hen die God wel kennen en vertrouwen.
De ene wordt vergeleken met een kale, onvruchtbare struik, terwijl de ander wordt vergeleken met een boom die vrucht draagt.

God verlangt naar een leven dat vrucht draagt.
Deze woorden uit Jeremia laten wel duidelijk zien hoe God naar ons leven kijkt, hoe Hij ons ziet.
Maar ook, dat Hij ons tegemoet komt en laat zien hoe dit in alle omstandigheden ook mogelijk is.
Want God gaat niet voorbij aan moeiten en problemen, pijn en verdriet.
Hij spreekt immers ook over hitte en droogte.
Maar tegelijk laat Hij ook zien dat deze dingen geen belemmering hoeven te zijn om toch vrucht te dragen.

‘Zijn blad blijft groen en hij houdt niet op met vrucht te dragen.’
Hoe dit kan?
Het woord geeft het heel duidelijk aan: ‘… die zijn wortels laat uitlopen bij de waterloop.’
Met andere woorden, de wortels graven zich dieper in de aarde, dichter en dichter naar het water toe, totdat ze uiteindelijk in het water liggen.
Zo hebben ze altijd water, altijd voeding en dan deert het hem niet als er droogte of hitte komt, want zijn wortels liggen in het water.
Hij is verbonden met de bron.

Als zo ons leven ook verbonden is met de Bron van Levend water, onze wortels als het ware in die Bron liggen, dan zullen ook wij in staat zijn om vrucht te dragen ongeacht de omstandigheden.
Want laten we eerlijk zijn, ons leven kent immers ook tijden van hitte en droogte.

Welk een belangrijke lessen, naast een waarschuwing, liggen er in deze paar Bijbelverzen.
Het is mijn verlangen te zijn als deze boom; mijn wortels in de Bron van levend water.
En jij?

Zoals de wortels van een boom
zich hunkerend uitstrekken naar het water;
zich dieper en dieper in de aarde graven
om uiteindelijk bij de bron,
ja, zelfs tot in het water,
te komen, te zijn,
zo verlangt God ernaar
dat wij onze wortels
zullen planten in Hem.
Dan zal hitte en droogte
ons niet deren
en kunnen wij vrucht blijven dragen,
omdat onze wortels verankerd liggen in Hem,
de Bron van Levend water.

zondag 28 april 2013

God is mijn hoop; ook die van jou?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (74)

Niet wie op U hoopt, wordt teleurgesteld, maar wie zich onverschillig van U afkeren.

Psalm 25:3

De vorige keer schreef ik na aanleiding van het citaat ‘Hoop groeit het beste in de aarde van trouw’, uit het dagboek ‘Gods namen – jouw gebed’.

Duidelijk mag zijn geworden, dat God natuurlijk de grond van trouw is.
En dat brengt mij dan automatisch ook bij: God is mijn hoop.


Heel wat mensen hebben de kerk, en daarmee vaak ook God, de rug toegekeerd, omdat ze diep, soms heel erg diep, teleurgesteld zijn en daarom niets meer te maken willen hebben met de kerk, God, christenen.
Het is intens verdrietig als je ziet, waar God allemaal niet de schuld van krijgt.
‘Als dat God is …., dan wil ik niets meer met Hem te maken hebben, en men vergeet te kijken naar wie God eigenlijk is en welke rol de mens heeft in het hele plaatje.

De tekst uit Psalm 25 zegt precies het tegenovergestelde.
Hoe kan het dan toch zo zijn dat zoveel mensen toch teleurgesteld zijn in God?

Teleurstelling heeft alles te maken met verwachting(en).
De definitie van teleurstelling is: een onaangenaam gevoel hebbend, omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is. (Encyclo Online Encyclopedie)

Je hebt bepaalde verwachtingen, een bepaalde hoop en als dan niet gebeurt wat je verwacht of gehoopt had, ben je teleurgesteld.
In principe kun je wel zeggen, dat als we van mensen verwachtingen hebben, we vroeg of laat altijd teleurgesteld zullen worden.
Want mensen stellen elkaar teleur.
We zijn immers onvolmaakt; we vergeten dingen of we kunnen gewoon niet voldoen aan de verwachtingen die mensen soms van ons hebben of wij van hen.
Mensen hebben de neiging om een ander op een voetstuk te plaatsen, maar au, wat is dat dom, want vroeg of laat valt die persoon er vanaf en raken wij teleurgesteld in hen.
Of we hebben bepaalde verwachtingen van onze kinderen, maar zij gaan een andere kant op dan wij hadden gehoopt of verwacht, en opnieuw is daar weer teleurstelling.
Ook door het beroep van iemand hebben mensen bepaalde verwachtingen, of bij een functie, of bij …
Maar welke vaardigheden of verantwoordelijkheden een mens ook hoort te hebben bij bepaalde functies of beroepen, altijd komt daar het moment dat er iemand wordt teleurgesteld, simpelweg omdat wij mensen niet volmaakt zijn.
En het gekke is, dat hoewel wij dat weten, we toch verwachten dat mensen voldoen aan onze verwachtingen.
En zo draaien we al jaar en dag rond in dit kringetje van verwachten, hopen en teleurstelling, en vele ruzies, onenigheden en scheidingen zijn hier uit voortgekomen.

Zo ook naar God toe.
Hoeveel mensen zeggen niet teleurgesteld te zijn in God.
Hij is toch God, Hij kan toch alles!
Hij is toch liefde, Hij is toch alwetend!
Hij is toch …
En de grote waaromvragen rijzen soms de pan uit.
Van Hem mag je toch bepaalde dingen verwachten?
Hij geeft toch beloften in Zijn woord …?
Hoe kan Hij dan zeggen dat je niet teleurgesteld wordt als je op Hem hoopt?

In mijn jongere jaren ben ik heel wat teleurgesteld geweest in God en soms nog merk ik soms dat er gevoelens zijn van teleurstelling.
Maar betekent dit dan automatisch ook dat God ook degene is die mij teleurstelt?
Of is het eerder zo, dat ik teleurgesteld ben omdat mijn verwachtingen van God verkeerd waren?
En dat is iets dat ik heb geleerd in de jaren die achter mij liggen.
Het is niet God die mij teleurstelt, maar mijn verwachtingen van Hem zijn dan niet eerlijk of terecht.

God komt iedere belofte na die Hij doet; Hij belooft niets dat Hij niet nakomt, alleen Hij blijft wel Degene die bepaalt hoe, waar en wanneer.
Hij is ook trouw en rechtvaardig.
Hij is liefde, Hij is genadig, Hij is vergevend.
Hij is …; noem maar wat op en Hij is het!
En boven alles is Hij: Betrouwbaar!

Een kind mag van zijn ouders verwachten dat zij hem te eten geven, maar dat wil niet zeggen dat hij iedere dag dat krijgt wat hij graag wil, want geloof me, dat is niet goed voor hem.
Een kind mag van zijn ouders bescherming verwachten, maar een ouder geeft zijn kind ook de ruimte om fouten te maken of om te vallen, zodat het kind er van kan leren en vervolgens dan ook kan ontdekken, dat zijn vader en moeder nog steeds van hem houden.
En ouders, onvolmaakt als zij allemaal zijn, zullen daarin fouten maken, en er zullen zelfs ouders zijn, die deze dingen niet eens bieden aan hun kinderen, maar zelfs het tegenovergestelde.
We leven immers in een gebroken, zondige wereld.
Maar is dit Gods schuld?

Als we worstelen met gevoelens van teleurstelling naar God toe, is het goed om onszelf de vraag te stellen: Wat waren, wat zijn mijn verwachtingen van God?
Zijn ze gebaseerd op wat ik graag wil, of zijn ze gebaseerd op wat Hij wilt?
De Here Jezus heeft ons zo het voorbeeld gegeven: ‘Niet Mijn wil, Vader, maar Uw wil zal geschiede.’
Omdat Hij Zich richtte op wat Gods wil was, werd Hij nooit teleurgesteld, want Hij wist dat wat God wilde, altijd het beste zou zijn en Hij voegde Zich daarna.

Als God zegt dat Hij ons zal beschermen, dan doet Hij dat ook, maar dat wil niet zeggen dat ons niets zal overkomen, want het belangrijkste voor God is onze ziel en niet ons lichaam.
Als God belooft in Zijn woord dat Hij ons genezing schenkt; dat de striemen en wonden van Jezus onze genezing is, dan wil dat nog niet zeggen dat we nooit ziek zullen worden of dat we, als we ziek worden, ook altijd genezen zullen worden.
De ultieme genezing ontvangen we immers op het moment dat wij voor eeuwig bij Hem zijn; ook sterven is ‘een vorm’ van genezing voor wie in Hem geloven.

Hoe kunnen we toch teleurgesteld zijn in God, als Zijn woord ons waarschuwt voor de moeilijke tijden die komen?
Hoe kunnen we teleurgesteld zijn in God, als Jezus ons juist vertelt, dat deel hebben aan Hem ook betekent deel hebben aan Zijn lijden?
Hoe kunnen we teleurgesteld zijn in God, als Hij ons niets voorhoudt wat niet waar is?
Hoe kunnen we God de schuld geven van onze teleurstelling, terwijl het juist onze verwachtingen zijn die niet juist zijn?

‘… maar U bent onze enige hoop, U bent onze Redder,’ zegt Jeremia 14:8

Wie zich onverschillig van Hem afkeren, zullen teleurgesteld worden, want zij zullen er achter komen dat elk woord dat God heeft gesproken, waar is.
Alleen zal het dan te laat zijn.
Hij is onze Redder, en daarmee is Hij onze Hoop!
En in die Hoop zullen we nooit worden beschaamd, nooit worden teleurgesteld.
Nee, niet alles zal gaan zoals we graag zouden zien of willen, maar we zullen leven in de eeuwigheid met Hem en delen in Zijn heerlijkheid.
Want niets kan ons scheiden van de liefde van Christus!

Wat valt er dan nog te zeggen?
Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem uitgeleverd om ons te redden.
Als Hij zelfs Zijn Zoon heeft gegeven, zal Hij ons al het andere ook niet geven?
…
…
Christus is gestorven, meer nog, Hij is opgewekt en zit nu aan de rechterhand van God.
Hij pleit voor ons.
Wie kan ons scheiden van Christus, die ons liefheeft?
Leed of ellende, vervolging, honger of armoede, levensgevaar of dood?
…
…
Ik ben er zeker van dat niets ons van God kan scheiden: dood of leven, engelen of bovenaardse krachten, heden of toekomst, machten boven of beneden ons, niets in de hele schepping kan ons scheiden van God, die ons liefheeft in Christus Jezus onze Heer.

Romeinen 8:31-39

En deze God is mijn hoop.
Mag Hij ook jou Hoop (weer) zijn?

Gods rijke en liefdevolle zegen toe gebeden.

woensdag 24 april 2013

Waar hoop het beste groeit

Vandaag eigenlijk best nog een hoop te doen en zit me te bedenken wat ik het eerste wil doen.
Eerst m’n huis door, of boodschappen doen of schrijven?
Vanmiddag nog een gesprek met onze dochter ergens, dus die tijd valt ook af en daarna is het hoog tijd om aan het koken te slaan, want er is vanavond kring bij ons thuis en ik heb het nodig om, voor iedereen komt, nog even rustig te kunnen zitten.

Het wordt eerst schrijven.
Ik kwam namelijk zo’n prachtige zin tegen in mijn dagboek, dat het gewoon kriebelt om mee aan de slag te gaan.
En het mag van mijzelf ook, want ik heb toch al een hoop gedaan vanaf vanmorgen 6.00 uur en dit is eigenlijk ook veel belangrijker dan de rest, dat volgt vanzelf nog wel.


‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw.’

Met het lezen van deze zin, sprong mijn ziel in mij op.
Ja, ik zou niet weten hoe ik het anders zou moeten omschrijven; dit was het gevoel toen ik deze zin voor het eerst las.
Maar nog steeds raakt deze zin mij.
Het is namelijk zo’n waarheid!

Psalm 1:2,3 zegt: Gelukkig de mens die vreugde vindt in de woorden van de Heer, ze steeds weer overdenkt, overdag en ’s nachts.
Hij is als een boom aan het water, een boom die altijd vrucht draagt als het de tijd ervoor is, en waarvan nooit de bladeren verdorren.

… in de aarde van trouw, dus in God; in Zijn woorden, in Zijn beloften, in wie Hij is, in wat Hij doet.
De Psalm noemt de mens die dat doet, gelukkig.
Waarom?
Omdat hij is als een boom aan het water.
Daar is altijd voldoende voedsel en drinken, en kan hij groeien en bloeien en zo veel vrucht dragen.
Zijn bladeren kunnen gewoon niet verdorren, want het water voorziet iedere dag opnieuw in alles wat hij nodig heeft.
Hoe gelukkig is dus de mens die dagelijks leeft in de tegenwoordigheid van zijn  Vader, van God.
Dagelijks genoeg te eten, te drinken, want hij leeft in de aanwezigheid van Hem die de Bron is van levend water!
Hij groeit door het tot zich nemen van het woord van God.
Hij drinkt Zijn woorden in en kauwt erop en ze zijn hem tot voedsel.
Hoe meer hij drinkt en eet, hoe meer hij Hem leert kennen en met Hem verbonden raakt.
Dieper en dieper gaan zijn wortels in de grond van Zijn trouw en de hoop van deze mens groeit.

Zijn trouw is wat we nodig hebben om verder te kunnen, om vol te houden, om nieuwe dingen te kunnen gaan doen.
Misschien in het diepe te springen of over grote obstakels.
Zijn trouw; het altijd weten waar je aan toe bent, als het gaat om het weten dat je geliefd en bemind bent, dat Hij er altijd voor je is en zal zijn welke fouten of domme dingen je ook doet.
Zijn trouw; beloften die waar zijn en nagekomen worden, waaraan je nooit hoeft te twijfelen, want Zijn woord is ‘Ja en Amen’.
Zijn trouw; zichtbaar geworden in Zijn grootste geschenk van liefde, het offer van Zijn Zoon aan het kruis op Golgotha.

‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw.’

Is je leven uitzichtloos?
Heb je geen hoop meer?
Of misschien te weinig?
Heb je de moed (bijna) verloren?
Zie je eigenlijk geen uitweg meer?
O, ga (terug) naar Hem, naar Zijn woord, naar Zijn beloften en bemoedigingen!
Drink Zijn woorden in, zoals uitgedroogd land het water opzuigt.

Wacht, of stop niet, omdat je niets voelt als je Zijn woord leest, maar zet je gevoelens aan de kant en drink Zijn woorden in door gewoon te gaan lezen, het liefst hardop, en drink, drink, drink en eet …
Jij hoeft het niet te doen, maar Hij zal het gaan doen in jou!
Zijn woord zal nooit leeg weerkeren!
Niemand anders dan Hij alleen, is trouw tot in alle eeuwigheid!
Leg je leven in Zijn handen; ‘Hier ben ik, Heer!’
Stop met wachten en zoeken, richt je op Hem en Zijn woord en hoop zal groeien, diep in je ziel.

Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens, en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte, die het niet ziet wanneer het goede komt: hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn, in zilt en onbewoond land.
Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is.

Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.

Jeremia 17:5-8

Hoop groeit het best in aarde van trouw …

O, Lieve Vader, dank U wel voor dit woord wat zo’n bemoediging is.
Wat ook (opnieuw) de noodzaak laat inzien van het wortelen in U Die onze grond van trouw bent.
Uw woord lezen, het indrinken en eten, kauwen, herkauwen …
Dicht bij en met U leven, iedere dag.
Uw aangezicht zoeken, elk moment.
Op Uw beloften aannemen, erop gaan staan.
Hoop …
O Vader, U bent mijn hoop!
Dank U, voor dit woord, voor deze bemoediging zo aan het begin van deze nieuwe, mooie dag.
Ik prijs Uw Naam.
Halleluja.

- Amen -

Ps.
Ik zit me net te bedenken dat ook dit weer iets laat zien van hoe groot en indrukwekkend God is
Dus …

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (73)