Posts tonen met het label God verliest ons niet uit het oog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God verliest ons niet uit het oog. Alle posts tonen

dinsdag 4 juni 2013

Onze toevlucht en kracht

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (83)
 
Vandaag geen Naomi, dus ook geen oma-dag.
Maar wel een bemoediging voor een ieder die het nodig heeft.
 
Er zijn, denk ik, altijd wel momenten of perioden zijn in ons leven, dat we meer dan anders verlangen naar Gods aanwezigheid, naar als het ware door Hem te worden vastgehouden.
Als het leven zwaar is, pijn en verdriet onze dagen kleuren, onzekerheid ons omringt, alle zekerheden dreigen weg te vallen; als zorgen ons dreigen te overspoelen en ieder uitzicht hopeloos lijkt, dan verlangen we misschien wel meer dan anders naar Gods nabijheid.

Diep van binnen weten we het allemaal wel.
We weten dat Hij er altijd is, dat Hij van ons houdt zoals we zijn.
We weten dat we Zijn kind zijn, Zijn eigendom en we weten ook dat Hij ons nooit alleen laat, dat Hij altijd voor ons zorgt.
Maar soms willen we net iets meer dan dat.
Dan verlangen we naar het ervaren van Zijn aanwezigheid, willen we Zijn armen om ons heen voelen en ons warmen en troosten in Zijn aanwezigheid.
Dan verlangen we ernaar, dat Hij ons vasthoudt en ons bemoedigend toespreekt.
Dat Hij ons verteld dat Hij van ons houdt, voor ons zorgen zal, iedere dag opnieuw.
Dat we alles bij Hem mogen brengen, aan Zijn voeten mogen neerleggen.

Soms is bidden genoeg om Zijn aanwezigheid, Zijn liefde, ‘Zijn armen om je heen te voelen’; soms we bidden en smeken voor langere tijd.
Soms komt God tot ons door Zijn woord of door andere mensen, een kaartje of telefoontje.
Soms door iets wat we zien - een vogel, een vlinder, een zonsondergang.
En soms door een lied.
 
Klik voor de muziek op de afbeelding
 
Father,
I want You to hold me
I want to rest
in Your arms today

Father,
I want You to show me
How much You care for me
In ev’ry way

I bring all my cares
And I lay them
at Your feet

You are always there
And You love me
as I am

Yes, You love me
as I am

Father,
I know You will hold me
I know I am Your child,
Your own

Father,
I know You will show me
I feel Your arms holding me,
I’m not alone

I bring all my fears
And I lay them
at Your feet

You are always here
And You love me as I am
Yes, You love me as I am

You are always here
And You love me
as I am

En soms ...
Soms gebeurt er niets, gewoon helemaal niets.
Hoe je ook bid of smeekt, Zijn woord doorspit, muziek luistert of zingt; soms lijk de hemel van koper en lijkt het alsof Gods liefdevolle armen spoorloos zijn.
Ze lijken er voor iedereen te zijn, behalve voor jou.
Dan komt het op geloven aan, op vertrouwen.
Dan komt het er op aan om vast te houden aan Zijn beloften.
Hij heeft ons beloofd dat Hij met ons zal zijn tot aan de voleinding van de wereld.
Hij heeft ons gezegd dat Hij van ons houdt en hoeveel Hij van ons houdt; dat niets of niemand ons kan scheiden van Zijn liefde.
Hij heeft ons beloofd dat Hij Zelf voor ons uitgaat; met en voor ons zal strijden.
Dat Zijn eeuwige armen onder ons zijn.
Hij heeft beloofd dat Hij ons zal opbeuren als we moe zijn, sterk zal maken als we geen kracht meer hebben.
Dat, als we op Hem onze hoop stellen, we nieuwe kracht zullen vinden.
God heeft beloofd, dat Hij het geknakte riet niet zal breken en de walmende vlaspit niet zal Hij doven.

Wees niet bang, zegt Hij, want Ik ben bij je!
Kijk niet angstig om je heen, want Ik ben JOUW GOD!
Ik maak je sterk, Ik help je.
Ik ondersteun je met Mijn heilrijke rechterhand.
Laten we ons vastklampen aan Zijn beloften, ze uitspreken, ze proclameren en uitzien naar wat God gaat doen.

God is onze toevlucht, Hij geeft ons kracht;
in de grootste nood heeft Hij ons geholpen.
De Almachtige Heer is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jakob.
 
Psalm 46:2,8
 
 


vrijdag 24 mei 2013

Ik ben bij je!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (80)

'Ik zal er zijn, Ik ben bij je!'
antwoordde de Heer.

Exodus 3:12

Vandaag het stukje voor op 'In rust met U' voor as. zondag afgemaakt.
Er ging nog veel tijd in zitten en dan vind ik het daarna heerlijk om gewoon even ontspannen wat rond te kijken in mijn mappen met oude stukjes en ik stuitte daar op iets dat ik ergens in 2011 heb geschreven en wat ik graag met je wil delen.
Het getuigt tegelijk van hoe groot en indrukwekkend God is.

Heer,
Uw woord klinkt:
Ik ben met je alle dagen.
In alles wat je doet
ben Ik bij je.
Geen moment laat Ik je alleen;
nog geen fractie van een seconde
ga je zonder Mijn aanwezigheid.
In Mijn Goddelijke kracht en nabijheid
mag je je wegen gaan,
je werk doen.
Vanuit dit woord
mag je leven.
Waak ervoor dat je geen dingen doe
die Mijn aanwezigheid
zullen verduisteren,
waardoor je uit eigen kracht
ga leven en werken.
Mocht dat toch gebeuren,
kniel dan bij Mijn voeten,
belijd en Ik zal vergeven
en je zult opnieuw
Mijn woorden horen:
Ik ben met je alle dagen.

Heer, als ik zo kom in Uw aanwezigheid vanmorgen; Uw aangezicht zoekt, Uw woord lees, dan wordt het stil in en om mij heen.
De geluiden van de wereld zijn er nog steeds, maar de stilte is een stilte die gevuld is met een rust en vrede die het komen in Uw nabijheid brengt.

Opnieuw klinkt Uw woord: 'Ik ben bij je!'

U zei het tegen Mozes toen U hem de opdracht gaf om naar de Farao te gaan om Uw volk vrij te pleiten.
U gaf hem deze belofte, zoals de Here Jezus deze belofte ook aan ons gaf.
'Ik ben bij je!'

Ik sluit mijn ogen en ervaar de diepe vrede en rust van Uw tegenwoordigheid van waaruit het Uw wil is dat wij zullen leven.

'Ik ben bij je!'

Vanuit dit woord, vanuit deze belofte mag ik leven en werken; de dingen doen die
gedaan moeten worden of die van mij gevraagd worden.
Vanuit deze belofte wilt U dat wij gaan, ook als wij het moeilijk hebben; door het duister gaan en niet weten waar het einde van de donkere tunnel is.
Vanuit deze woorden, deze belofte 'Ik ben bij je!' mogen wij doorgaan, ook al is onze weg onzeker en beangstigend.

In welke situatie we ons ook bevinden, vandaag en iedere dag opnieuw, legt U Uw hand op onze schouder en zegt: 'Ga maar, Ik ben bij je!'

donderdag 23 mei 2013

Ik heb het gedaan en Ik blijf het doen

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (79)

'Ik droeg je vanaf je prilste bestaan,
Ik nam je op de arm vanaf je geboorte.
En Ik blijf je dragen,
tot je oud bent en grijs.
Ik heb het gedaan en blijf het doen:
Ik neem je op de schouders,
Ik red je.'

Jesaja 46:3b,4

Wat een geweldige tekst, vind je ook niet?
O, ik vind hem zo bijzonder, en ook zo bemoedigend.
Maar tegelijk getuigt het ook van Zijn grootheid, want er is immers niemand die dit kan doen.
Maar Hij wel.
God, onze Schepper, en onze Vader.

Het leven is niet altijd even lief voor ons en ook het ouder worden brengt haar eigen problemen en zorgen weer met zich mee.
Wat is het dan geweldig om te mogen weten dat God ons op Zijn arm heeft genomen en ons draagt.
Hij draagt ons als we jong zijn, en Hij draagt ons nog als we oud en grijs zijn.
‘Ik heb het gedaan,’ zegt Hij, ‘en Ik blijf het doen.
Ik neem je op de schouders, Ik red je.’

Als we jong zijn, zijn we vaak veel te druk om hier bij stil te staan.
Tenzij er allerlei problemen komen, zijn we eerder geneigd om zelf te lopen in plaats van dat we door Hem gedragen willen worden.
En toch …

Welk een bemoediging is het voor als je oud bent, of zelfs maar ouder wordt.
Want je mag je toekomst tegemoet zien in de armen van God.
Wat het ouder worden ook met zich mee brengt aan lichamelijke kwalen, of verdriet, pijn (tjes), ongemakken, of …, je hoeft er niet alleen doorheen, want God belooft: Ik blijf je dragen!
we hebben bij God niet afgedaan als we oud worden.
Voor Hem zijn we nog net zo kostbaar als toen we jong waren.
‘Ik heb het gedaan en Ik blijf het doen.
Wat een geweldig grote God hebben we toch en wat een onvoorstelbaar lieve Vader.

Als je bang bent om ouder te worden, klem je dan vast aan dit woord van God.
Jouw Vader is de grootste, de sterkste, de machtigste.
Hij draagt je er doorheen tot voorbij de dood, waar je als kind van Hem verder mag leven in Zijn tegenwoordigheid en nabijheid.

‘Ik neem je op de schouders.
Ik red je!’

 
Lieve Vader, wat ben ik  blij en dankbaar met deze bemoedigende woorden.
Ouder/oud worden brengt soms kwalen met zich mee, of beperkingen die beslist niet leuk zijn.
Maar soms horen ze erbij.
We worden niet allemaal in goede gezondheid tachtig, met nog energie voor tien.
Wat kunnen we dan ontmoedigd raken en tegen onze beperkingen aanlopen.
Of ons minderwaardig voelen, omdat we niet meer kunnen wat we voorheen wel konden.
Afhankelijk worden van anderen, of geen controle meer hebben over bepaalde dingen.
Of onze geest wordt aangetast en we raken het spoor van ons leven bijster en worden teruggeworpen in het verleden.
Lieve Vader, wat een bemoediging zijn dan deze woorden van U.
Want U neemt een ieder op Uw arm en draagt.
Een bemoediging, zowel voor degene die oud is, of ouder wordt, als voor hen die de zorg voor hun ouders(s) dragen.
Ik bid U, lieve Vader, dat dit woord van U vele harten zal bemoedigen, opbeuren en nieuwe hoop geven.
Dank U wel, voor Uw grote liefde die in deze woorden ligt besloten.
Ik prijs Uw naam.


- Amen –


Nee, ik weet niets,
niets van de dag van mijn geboorte.
Ik weet niets van mijn eerste ademteug,
noch van mijn moeder's vreugde
en haar armen om mij heen.
Maar U, U was erbij,
vanaf het allereerste begin.
U nam mij op Uw arm en
droeg mij reeds tot waar ik nu ben.

U belooft mij te blijven dragen
tot in de dagen van mijn ouderdom.
Nu kleuren mijn haren langzaam grijs;
de herfst van mijn leven komt eraan.
Maar Uw belofte gaat met mij mee
ook als straks de winter van mijn leven komt
en mijn geest misschien sterker is dan mijn lichaam;
of mijn lichaam sterker dan mijn geest
en ik niets of niemand meer ken.

Laat dan in mijn geheugen staan gegrift,
de woorden die U ooit sprak:
'Ik nam je op de arm vanaf je geboorte.
En Ik blijf je dragen, tot je oud bent en grijs.
Ik heb het gedaan en blijf het doen.'
Zo neemt U mij, of ik het nu besef of niet,
op Uw schouders en draagt mij
tot ik over de drempel
van Uw woning ben.






zaterdag 11 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (Slot)

Toch vruchtdragen
Beschadigd of verwond
Dit is nu ‘mijn’ boompje, oftewel het boompje waar ik het gisteren over had.
Een boompje met een boodschap van God.
Een boompje, dat stil en woordeloos, het geheim van vruchtdragen verkondigt.
Een boompje met een speciale bemoediging.

Dit boompje hoort niet bij de Bijbelstudie ‘Groeien in vertrouwen;’ maar de titel van de Bijbelstudie is wel heel toepasselijk en daarom gebruik ik ook hier dezelfde titel.
Daarbij sluit de boodschap van dit boompje zoals ik gister al zei, naadloos aan bij de boodschap van de afgelopen dagen en is tegelijk ook een mooie afsluiting ervan.

Wij wonen inmiddels ruim 14 jaar in het huis waar we nu wonen en aangezien wij altijd een hond hebben gehad, die dus ook moest worden uitgelaten, loop ik ook al 14 jaar regelmatig langs dit boompje.
Maar het was pas vorige week dat God mijn ogen opende voor de boodschap van dit boompje.
En Hij bracht mijn gedachten bij Jeremia 17:8.

‘Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

Wat mij zo trof in dit boompje, is dat het helemaal niet één van de beste, mooiste en sterkste boompjes is.
Integendeel.
Het boompje heeft op de één of andere manier flinke klappen opgelopen en is daardoor behoorlijk beschadigd geraakt.
Met dat het tot mij doordrong hoe beschadigd dit boompje is, kwam de vraag in mij op, hoe of dat het toch nog mogelijk was dat dit boompje nog kon leven en groeien en bloeien.

 
Bekijk het maar eens goed en zie hoe beschadigt dit boompje is.
Eigenlijk is er niet veel boom meer over.
Onder- en bovenin is de boom nog redelijk zoals hij moet zijn, maar voor de rest is er niet veel meer van over.
Een groot gapend gat maakt dat je er dwars doorheen kunt kijken en voor de rest lijkt de boom één rauwe open wond te zijn.
En toch zitten er blaadjes aan de takken, toch bloeit hij.
Als je goed kijkt, dan zie je dat hij zelfs op heel andere plaatsen dan normaal nieuwe takken heeft gekregen waar ook weer allemaal blaadjes aan groeien.

Mijn uit verbazing voortgekomen vraag, hoe of dat dit boompje toch nog zo kon groeien en bloeien, werd ook op hetzelfde moment nog beantwoord, toen God mij de woorden uit Jeremia 17 in gedachten bracht.
‘… die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

‘Mijn’ boompje staat aan het water. (Zie eerste foto)
Zijn wortels kan ik niet zien, maar daarin ligt wel zijn verborgen geheim.
‘Mijn’ boompje kan groeien, kan bloeien, kan vruchtdragen, omdat het zijn wortels in het water heeft.
Ergens anders, in een woestijn of zo, zal dit boompje het vast niet overleven, maar hier, geplant aan het water, deert het hem niet zo beschadigt te zijn.
Z’n knot, kleiner door de enorme beschadigingen, kan niet zoveel takken voortbrengen als de niet beschadigde bomen naast hem, maar daarvoor komen er op andere plaatsen takken.
En zo groeit en bloeit dit boompje rustig door.

Misschien is jouw leven wel als dit boompje.
Vreselijk beschadigd, overal stukken eruit gereten, vol open en rauwe wonden.
Of misschien ben je wel chronisch ziek en kun je niet veel doordat je aan bed bent gekluisterd, of aan een rolstoel verbonden.
Misschien is het pijn die belemmert om dat te kunnen doen wat een gezond mens wel kan.

Jaren ben ik lichamelijk behoorlijk beperkt geweest in wat in kon.
Je kunt eigenlijk wel zeggen dat er niet veel was wat ik nog wel kon doen.
Werken was uitgesloten, en zelfs mijn eigen huishouden kon ik amper op orde houden en er waren ook veel dingen die ik niet samen met mijn kinderen kon doen.
En hoewel het nu een heel stuk beter gaat, zijn er nog dingen die ik niet kan, of die gewoon niet slim zijn om te doen.
In die jaren voelde ik mij echt waardeloos, en met dat het voortduurde was het leven in mijn ogen soms ook erg zinloos.
Soms dacht ik weleens, Heer, U had me beter maar niet geboren kunnen laten worden, of geen kinderen kunnen geven, of, misschien had ik maar beter niet eens kunnen trouwen.
Allemaal gedachten vol zelfmedelijden en ik wist niet wat ik eraan kon doen of hoe ik soms verder moest.
Mijn ommekeer kwam met het lezen van het boeken ‘Een stem in de wind’ en ‘Een echo in de duisternis’ van Francine Rivers.
(Eigenlijk heeft de gehele trilogie, ook deel drie ‘De onafwendbare dageraad’ een enorme impact in mijn leven gehad)

Ik weet niet meer precies hoe of het allemaal zat, daarvoor is het te lang geleden dat ik deze boeken heb gelezen, maar vergeten doe ik het in ieder geval nooit meer.
Er was een vrouw, iets zeg me dat het de moeder van Marcus was, die ziek op bed lag en niets meer kon, maar ze deed wat ze nog wel kon doen, namelijk bidden.
Haar leven leek zinloos en doelloos, want ze kon immers niets anders meer dan alleen maar liggen, maar ze deed datgene wat ze nog wel kon.
Bidden!
Het deed mij beseffen dat al kon ik niet veel, er zullen altijd dingen  zijn die ik wel kon/kan doen.
Gods genade opende mijn ogen en bracht gaandeweg een keer in mijn denken, in mijn omgaan met mijn ziek-zijn, mijn beperkingen.

Nu, vele jaren later, besef ik meer dan ooit dat niemands leven ooit zinloos is, noch doelloos.
Ongeacht waar je doorheen gaat of hoe je lichamelijke conditie of gesteldheid ook is.
Wat in onze ogen zinloos is, of zonder doel, is voor God misschien juist de mogelijkheid om dat tot stand te brengen wat niemand anders zou kunnen bewerken.
Nee, ik begrijp heel veel dingen die gebeuren niet, noch hoe God sommige dingen toe kan laten, aan kan zien.
Maar ik moet leren om God God te laten zijn en te vertrouwen dat Hij alles in de hand heeft en daarin niemand van ons ooit uit het oog verliest.

Zoals ‘mijn’ boompje op hele andere plaatsen takken kreeg, zo kan God, als wij onze wortels maar in Zijn Bron houden, ook in ons leven, hoe beperkt het in onze ogen ook misschien is, op geheel andere manieren vruchten laten voortbrengen.
Als wij doen wat wij kunnen, zal God doen wat wij niet kunnen.
Vruchtdragen is drinken uit de Bron van Levend water en doorgeven aan anderen; en dat kan op velerlei manieren.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en word gevoed.
Hitte en droogte zullen je dan niet deren,
het is immers God, die je leven doet.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en draag vrucht.
Je zult zijn als een sterke boom,
als je altijd en in alles tot Hem vlucht.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en vertrouw.
Zijn zegen zal op je leven zijn;
je sterkte in tijden van hitte en kou.

vrijdag 10 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (3)

Toch vruchtdragen
Troost en hoop

Vorige maand haalde ik, na aanleiding van de zin ‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw, reeds een paar teksten uit Jeremia 17 aan.
Opnieuw kwam dit hoofdstuk afgelopen weekend op mijn pad in de Bijbelstudie ‘Groeien in Vertrouwen’. (Zie: eerdere logs van deze week en Boekinfo)

Daarnaast waren deze teksten nog niet echt uit mijn gedachten geweest, daar ik vorige week en afgelopen dinsdag even weer, een paar foto’s had gemaakt van een knotwilg die niet zo ver bij ons huis vandaan staat.
Wij wonen aan de rand van het dorp en als je even het straatje uit loopt en de hoek omgaat, loop je zo ons dorp uit en om je heen zijn de boerderijen en weilanden.
Maar vlak daarvoor, net voor je ons dorp uitgaat, staan er een aantal knotwilgen op een rij.
Prachtige boompjes vind ik dat.
Ze groeien schots en scheef, maar dat maakt hen juist zo aantrekkelijk en mooi, vind ik.
Ik had daar vorige week al wat over willen schrijven, want het boompje waar ik het over wil hebben, geeft een bijzondere bemoediging, tenminste, die zie ik erin.
Door omstandigheden kwam er van schrijven vorige week echter niet veel.
Maar ach, wat in het vat zit verzuurd niet en met ons hondje uitlaten zie ik iedere dag ‘mijn’ boompje, dus vergeten doe ik het zeker niet.

Nu echter, na zo de afgelopen dagen met deze Bijbelstudie bezig te zijn geweest, besef ik dat het helemaal niet zo erg is dat ik hier niet over kon schrijven, want de twee verhalen, die van de Bijbelstudie en van ‘mijn’ boompje, passen naadloos bij en in elkaar.
Het is, denk ik, zelfs nog een betere volgorde ook.

Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens,
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte,
die het niet ziet wanneer het goede komt:
hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn,
in zilt en onbewoond land.

Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt,
wiens vertrouwen de HEERE is.
Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is,
en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt,
zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.
 
Jeremia 17:5-8

In deze verzen worden eigenlijk twee kanten belicht.
Het leven van hen die God niet kennen en vertrouwen en van hen die God wel kennen en vertrouwen.
De ene wordt vergeleken met een kale, onvruchtbare struik, terwijl de ander wordt vergeleken met een boom die vrucht draagt.

God verlangt naar een leven dat vrucht draagt.
Deze woorden uit Jeremia laten wel duidelijk zien hoe God naar ons leven kijkt, hoe Hij ons ziet.
Maar ook, dat Hij ons tegemoet komt en laat zien hoe dit in alle omstandigheden ook mogelijk is.
Want God gaat niet voorbij aan moeiten en problemen, pijn en verdriet.
Hij spreekt immers ook over hitte en droogte.
Maar tegelijk laat Hij ook zien dat deze dingen geen belemmering hoeven te zijn om toch vrucht te dragen.

‘Zijn blad blijft groen en hij houdt niet op met vrucht te dragen.’
Hoe dit kan?
Het woord geeft het heel duidelijk aan: ‘… die zijn wortels laat uitlopen bij de waterloop.’
Met andere woorden, de wortels graven zich dieper in de aarde, dichter en dichter naar het water toe, totdat ze uiteindelijk in het water liggen.
Zo hebben ze altijd water, altijd voeding en dan deert het hem niet als er droogte of hitte komt, want zijn wortels liggen in het water.
Hij is verbonden met de bron.

Als zo ons leven ook verbonden is met de Bron van Levend water, onze wortels als het ware in die Bron liggen, dan zullen ook wij in staat zijn om vrucht te dragen ongeacht de omstandigheden.
Want laten we eerlijk zijn, ons leven kent immers ook tijden van hitte en droogte.

Welk een belangrijke lessen, naast een waarschuwing, liggen er in deze paar Bijbelverzen.
Het is mijn verlangen te zijn als deze boom; mijn wortels in de Bron van levend water.
En jij?

Zoals de wortels van een boom
zich hunkerend uitstrekken naar het water;
zich dieper en dieper in de aarde graven
om uiteindelijk bij de bron,
ja, zelfs tot in het water,
te komen, te zijn,
zo verlangt God ernaar
dat wij onze wortels
zullen planten in Hem.
Dan zal hitte en droogte
ons niet deren
en kunnen wij vrucht blijven dragen,
omdat onze wortels verankerd liggen in Hem,
de Bron van Levend water.

woensdag 8 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (2)

En zo niet …God God laten zijn …

Vorige maand schreef ik over Nebukadnezar, de drie vrienden Sadrach, Mesach en Abednego en de vurige oven. (Daniël 3:1-30)

Met de Bijbelstudie (waar ik gister al wat over vertelde; zie: Boekinfo) kwam ook dit gedeelte weer terug, alleen lag nu de klemtoon heel ergens anders.
Niet eerder hebben de verzen 15 t/m 18, en dan met name de eerste paar woorden van vers 18, me zo stilgezet.
Vanaf zondagmiddag dat ik met deze studie bezig ben, blijven die paar woorden doorklinken in mijn hart en in mijn gedachten.

Ik ben God zo dankbaar voor dit vrouwengroepje en het boekje dat we gebruiken om samen na te denken over ons vertrouwen in God.

Lag in mijn vorige schrijven over deze mannen de nadruk op de grootheid van God en hoe indrukwekkend Hij heeft ingegrepen om zo de levens van deze mannen te sparen en Nebukadnezar te laten zien dat Hij de Allerhoogste God is, nu ligt de nadruk op slechts drie woordjes: ‘En zo niet …’

Het kleine kopje wat boven dit gedeelte in het Bijbelstudieboekje staat, zegt: ‘God God laten zijn.’

Het leven kent allerlei onbeantwoorde vragen.
Waarom doet God niets?
Waarom laat Hij bepaalde dingen toe?
waarom …?

Een antwoord hierop is erg moeilijk en persoonlijk vraag ik me ook weleens af of wij wel enig antwoord hierop kunnen geven.
Marleen Ramaker, de schrijfster van dit Bijbelstudie boekje geeft een antwoord, dat denk ik misschien wel het enige antwoord is wat je kunt geven.
Namelijk; ‘Misschien dat God vertrouwd wil worden om wie Hij is: een liefdevolle Vader en een soeverein God, die dingen weet die wij niet weten.

De schrijfster neemt ons mee naar Nebukadnezar, de mannen Sadrach, Mesach en Abednego, en de vurige oven, die zelfs zo heet gestookt wordt dat de soldaten die het op moeten stoken er dood van neervallen.

“Nu dan, als u bereid bent op het moment dat u het geluid van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten hoort, neer te vallen en het beeld te aanbidden dat ik gemaakt heb, dan is het goed, maar als u het niet aanbidt, dan zult u op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.
En wie is dan de god die u uit mijn handen kan verlossen?
Sadrach, Mesach en Abednego antwoordden en zeiden tegen koning Nebukadnezar: Wij hoeven u hierop geen antwoord te geven.
Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.
En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.”
Daniël 3:16-18
De mannen weigeren te aanbidden.
Nebukadnezar dreigt.
Nebukadnezar probeert te ontmoedigen.
Nebukadnezar spot.
De mannen weigeren te aanbidden ongeacht de consequenties.

Indien jullie niet aanbidden …
Welke god zal jullie dan nog kunnen bevrijden … ?

Het antwoord van Sadrach, Mesach en Abednego verstomt iedere stem in mij, terwijl tegelijk een diepe vreugde mijn hart binnenstroomt en een verlangen naar een geloof als dat van hen.
‘Wij hoeven u geen antwoord te geven …
Als het moet, kan God ons verlossen …’
En dan komen die paar woorden die zo’n enorme impact hebben op mij.

‘En zo niet, …’

En zo niet …
Zelfs indien niet …
Maar ook al redt Hij ons niet …

Ruimte om God God te laten zijn.

Mijn gedachten gaan naar mijn worstelingen over de grote van mijn geloof, mijn ongeloof, waarom al die dingen gebeuren in ons leven.
De waarom’s; pijn, verdriet, moeiten, zorgen.
Waarom duurt het zo lang?
Waarom komt er geen genezing?
Waarom allemaal bij ons?
Waarom …?
Waarom …?
Heb ik dan niet genoeg geloof?
Is er dan zonde in mijn leven?

Mensen zeggen dat soms zo makkelijk als er geen genezing komt, of als de ene moeite na de andere op je weg komt.
Ik hoor hun woorden soms nog naklinken ...
Je moet geloof hebben?
God geneest iedereen die gelooft!
Kijk maar eens of er toch geen zonde in je leven is, want …

Wat een ander licht werpen de woorden van deze mannen op waaromvragen, op als genezing uitblijft, als moeiten en zorgen, pijn en verdriet, je leven steeds opnieuw binnendringen en op z’n kop zetten.

‘En zo niet …’

Door waar de schrijfster mij (ons) op wijst komt er een enorme ontspanning mijn leven binnen, want ik heb nu de woorden gekregen – van God, want zo ervaar ik het echt – om deze stemmen, die me soms zo kunnen achtervolgen, het zwijgen op te leggen.

Het geloof en vertrouwen van deze drie mannen was volledig en 100% op God.
Onvoorwaardelijke trouw en totale overgave liggen besloten in deze drie woordjes.

‘Wij staan hier voor u, o koning, en de hitte van de oven  komt ons tegemoet.
Maar wij buigen en aanbidden niet!
U denkt dat er geen god is die ons kan redden, maar o, wat zit u ernaast.
Onze God, de God die wij vereren, kan ons weldegelijk redden uit uw hand en uit die vurige oven,
Dat is een fluitje van een cent voor Hem.
Maar koning, zelfs al zou Hij dat niet doen – waar Hij dan ongetwijfeld Zijn redenen voor zal hebben – dan nog zullen wij niet voor u buigen, noch het beeld aanbidden.’

Het geloof en vertrouwen hebben dat God kan redden, kan genezen, voor uitredding kan zorgen, kan voorzien in werk, in woonruimte, ach, vul zelf maar in, maar tegelijk ook de ruimte laten, zoals deze mannen deden, om God God te laten zijn en de uiteindelijke beslissing, hoe die dan ook uitvalt, aan Hem over te laten.
Maar daarin dan ook wel je hoofd buigen voor Zijn beslissing, voor Zijn keuze, want dat is wat deze mannen doen.
Zelfs indien Hij ons niet redt, nou, dan gaan we dood, maar buigen en aanbidden zullen we niet.

Absolute overgave.
Vertrouwen op wie Hij is, op Zijn wijsheid en leiding; ongeacht wat er gebeurt, ongeacht de consequenties.

Sadrach, Mesach en Abednego lieten God God zijn.
In hoeverre laten wij God God zijn?

maandag 6 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (1)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (75)

U hebt mijn omzwervingen geteld;
doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register?

Psalm 56:9

Vanmorgen hadden wij weer onze maandelijkse Vrouwenbijbelstudie.
We gebruiken voor onze Bijbelstudie het boekje ‘Groeien in vertrouwen’ van Marleen Ramaker.
Het is een al wat ouder boekje, maar dat doet niets af aan de schatten die het met zich mee draagt.
(Zie: Boekinfo)

Deze keer mocht ik het voorbereiden en ik ben er gistermiddag dan ook eens goed voor gaan zitten.
Hoe verder ik in het hoofdstuk kwam, hoe meer mijn hart zich vulde met vreugde.
En toen ik klaar was, zat ik bijna op mijn stoel te wippen, zo opgewonden was ik van vreugde door de boodschap.

Dezelfde tekst heb ik er gisteravond al uit gehaald voor mijn pagina ‘Bemoedigingen voor de nacht’, maar ook vandaag moet ik er gewoon nog even op doorgaan en het ook plaatsen onder het label ‘Bedenk en onthoud’.
Want het is zo bijzonder!
Het getuigt van hoe indrukwekkend groot God is, maar er ligt ook zo’n bemoediging in.

Want het zijn niet alleen de omzwervingen van David dit God geteld heeft, maar Hij telt ook die van ons.
Elke stap die wij zetten, elke weg die wij gaan, elke traan die wij huilen, alles is bij Hem bekend!
En nog meer, Hij heeft ze zelfs opgeschreven in Zijn boek en onze tranen in een kruik gedaan.
God verliest ons niet uit het oog.

In dezelfde Psalm, vers 10, zegt David: ‘Dit weet ik: dat God met mij is.’
En dit mogen wij ook zeker weten, God is met ons, met een ieder van ons.

David schrijft deze woorden niet, terwijl het hem voor de wind gaat.
Dus we kunnen niet van hem zeggen dat hij makkelijk spreken heeft, want niets is minder waar.
Hij gaat juist door een hele moeilijke tijd heen; hij wordt van alle kanten belaagd.
Mensen vertrappen hem, benauwen hem, verminken en zoeken het kwade.
Ze loeren op zijn leven, willen hem aanvallen, bespieden hem.
En het is in deze moeilijkheden dat hij toch beseft, dat God hem ziet, bij hem is, voor hem zorgt.
Zijn vertrouwen is en blijft ondanks de omstandigheden op God.

En dit kan, omdat David God gelooft.
Hij gelooft dat God, als de eeuwige, het verleden, het heden en de toekomst overziet en alles in de hand heeft.

En zo is deze cirkel rond.
Indrukwekkend is de grootheid van God in de woorden van David en tegelijkertijd ook zo bemoedigend.
Maar het kan alleen zo bemoedigend zijn, als wij met David geloven in die grootheid van God.
Dat Hij, als de eeuwige, als de Schepper, alles in de hand heeft, alles overziet, ons niet uit het oog verliest.













Mijn wegen zijn U bekend, o God.
Waar ik ook ga of sta,
U hebt ze alle geteld en opgeschreven.

Ook mijn tranen zijn niet voor U verborgen.
U verzamelt ze en doet ze in Uw kruik;
elke traan die ik huil in heel mijn leven.

Het getuigt van Uw indrukwekkende grootheid.
Het bemoedigt mij dat U mij zo ziet.
Het geeft mij kracht, dat U mij niet zult begeven.

U bent de God op wie mijn hoop is.
U bent de God op wie ik vertrouw.
U bent de God die ik alle eer wil geven.