Posts tonen met het label levenslessen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levenslessen. Alle posts tonen

zondag 7 juni 2026

Het heuvelland van volmaakt vertrouwen ...

Voor het eerst heb ik een blogje uit de serie ‘Liefde tot het einde’ dat ik reeds geplaatst had, na enkele dagen weer verwijderd.
Ik werd er namelijk bij bepaald dat ik me had laten leiden door mijn omstandigheden en het feit dat ik zo graag weer wat zou willen schrijven, wat tot gevolg had dat ik niet schreef naar aanleiding van het hoofdstukje, maar dat mijn omstandigheden de boventoon voerden.
En zo had ik het weer in concept geplaatst tot ik weer in staat zou zijn – tijd en ruimte, zowel qua agenda als in mijn hoofd, om ‘echt’ te schrijven.
En zo kan het lijken dat sommigen denken van ‘hé, dat heb ik toch al een keer gelezen?’; het is echter een heel ander blogje geworden, want als ik vandaag het boekje opensla en de eerste zin lees (na de titel en Bijbeltekst) word ik daardoor gegrepen en verder geleid.
Lees je (weer) mee?


Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 22








Micha 7:7 (SV)
‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

‘Hartverscheurend leed is vaak de voorbode van een grote geestelijke zegening.’ 
Vervolgens zegt Susannah dat het wel ‘een zware golf van bezoeking’ moet zijn, die sommigen zo ver omhoog doen gaan, dat zij veilig aankomen in de beschutting van volkomen vertrouwen op God. (in mijn eigen woorden weergegeven)
Ze wijst erop dat we moeten leren welk een diepe innerlijke vreugde het geeft als we ons tot God wenden en op Hem vertrouwen, en dat dwars door felle pijn heen, want het is hierin dat wij ontdekken dat alleen Hij een trouwe Vriend is op Wie we altijd aan kunnen. 

‘Maar in het aangezicht van al dit verdriet,
nee, vanwege dit verdriet,
denkt hij aan de Heere,
en blik opwaarts tot Hem
geeft hem een snelle en gewisse steun.’

Susannah Spurgeon

Ze neemt me daarom mee naar de eerste zes verzen van Micha 7, waar de profeet spreekt over de 'trouweloosheid van zijn vrienden, de meedogenloze kwaadwilligheid van zijn tegenstanders' en dat zelfs de dichts bijstaande naasten onbetrouwbaar en vijandig kunnen zijn.
En dan volgt vers 7, Micha’s keuze: ‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

Ach, delen wij allen niet Micha’s ervaringen?
Stormen van verdriet die beuken.
Hoop die schipbreuk lijdt.
Vrienden, ja, zelfs familieleden die ons verlaten.


‘Het onderwijs en de tucht van het leven worden werkelijk aan ons gezegend
wanneer aardse noden ertoe dienen om ons dichter bij onze hemelse Vader te brengen.
Zij worden gezegend als de droevige onbestendigheid van het geschapene
ons duidelijker de onveranderlijkheid laat zien van Hem,
Die ons eeuwig heeft liefgehad.’

Susannah Spurgeon

Hoe is onze reactie, wat is mijn reactie op de stormen van het leven, op golven die beuken, hoop die schipbreuk lijdt, het verlaten worden door vrienden of familie?

‘Maar ik zal uitzien naar de Heere’.
Hoe moeilijk kan dat zijn als golf na golf na golf beukt.
Hoe moeilijk is het soms om je ogen op Hem gericht te houden, op Wie Hij is en op wat Hij zegt, opdat je niet meegenomen wordt in de woeste golven van pijn en verdriet, van onzekerheid, van wanhoop, van …

Opnieuw valt mijn blik op de kaart in mijn boekenkast tegenover mijn bureau.
‘Ik val omdat ik gebroken ben, ik sta op omdat ik geliefd ben, ik val weer omdat ik gebroken ben.
Maar ik zal altijd opstaan omdat ik altijd geliefd ben.’

‘… ik zal wachten op de God mijns heils’.
Al heb ik mij bezeerd, ben ik moe, mijn schuilplaats is de Heere.
‘Daar mag ik wachten totdat de Heere mij de hulp geeft die ik nodig heb, want Hij is de God van mijn redding.'
Oh, hoe kostbaar is mij mijn dooptekst: ‘Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.’ (Hebreeën 4:16)

Het juiste tijdstip …
Tja, ligt daarin vaak niet onze uitdaging?
‘Ik zal wachten’ is makkelijk uit te spreken, maar wat als ons geduld vervolgens flink wordt beproefd?Toch zegt Micha: ‘Ik zal wachten’ – standvastig; ‘op de Gods mijn heils’ – vol geloof en vertrouwen omdat hij God kent.
Mijn gedachten gaan met deze dingen naar >> Romeinen 8:31-39.
‘…
Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
…
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus …?
…’

‘…, mijn God zal mij horen.’ 
Ja, daar kunnen we van op aan; daar hoeven we nooit aan te twijfelen!

‘Dit is de taal van de volle verzekerdheid,
de spraak van degenen die wonen
in het heuvelland van volkomen vertrouwen.’

Susannah Spurgeon

Het heuvelland van volkomen vertrouwen.
Vertrouwen op Hem, zowel op de hoogtes als in de dieptes.
Altijd uitzien en wachten op de God van ons heil.

Kom, mijn hart, zie op Hem.
Kom, mijn hart, wacht op Hem.
Kom, mijn hart, vertrouw op Hem.
Kom, mijn hart, kom en leer vertrouwend, wachtend verwachten.

Kom, mijn hart, zie, wacht en vertrouw.
Kom, mijn hart, geloof en verwacht.
Kom, mijn hart, vind rust en vrede in Hem.

Kom mijn hart, verheug je in het heuvelland van volkomen vertrouwen.


Kiezen ...

Soms is ons leven een opeenstapeling
van moeilijkheden, zorgen, verdriet en pijn.
Het ene is nog nauwelijks voorbij
of het volgende dient zich alweer aan.

In het begin voelen we ons sterk en krachtig;
ervaren we Gods kracht en sterkte in ons leven.
Maar gaandeweg rijzen de vragen in ons hart,
over het waarom dit zo lang door moet gaan.

Vermoeidheid en ontmoediging liggen op de loer,
startklaar om ons het zicht op Hem te ontnemen;
en wanhoop en boosheid, zelfmedelijden en bitterheid,
zijn niet ver meer weg om genadeloos toe te slaan.

Dan zijn daar deze woorden die ons een les leren,
en ons de weg wijzen uit onze diepste nood.
Blijven we zien op de woeste golven die beuken, of
kiezen we ervoor om onze ogen naar Hem op te slaan?

Hij is onze schuilplaats, onze toevlucht in nood;
bij Hem komen we tot rust, en vinden we vrede.
Hij is onveranderlijk en trouw, vol liefde en vergeving;
van Hem ontvangen we de kracht om door te gaan.

Laten deze woorden een leidraad worden in ons leven.
‘Uitzien, wachten; God hoort en is mijn redding!’
Hoe moeilijk en zwaar het soms ook zal zijn,
samen met Hem kunnen we werkelijk alles aan.


* 👉 'Rondom de Psalmen'

Een blogje dat hier mooi bij aansluit.
👉 'Staande blijven en opgebeurd worden'

maandag 22 september 2025

U laat niet toe dat ...

Weer eens een oud blogje*; ik schreef het meer dan 15 jaar geleden, maar het heeft haar waarde nog steeds niet heeft verloren.
Er liggen belangrijke lessen in om te leren, maar er klinkt ook een grote bemoediging in door.
De afgelopen twee weken was Romeinen 12:2 -over ‘Vernieuwing van onze Gezindheid/Denken’ mijn MT, en wat past dit blogje bij deze tekst.
En weet je wat, ik vind eigenlijk ook wel bij de MT van deze week.
Blessings!

‘Ik zal mij verblijden, juichen over Uw trouw,
want U ziet mijn ellende,
U kent de nood van mijn ziel,
U laat niet toe dat de vijand mij insluit,
U geeft mijn voeten de ruimte.’

Psalm 31:8,9
(NBV)

Hoewel ik geen fan ben van de Nieuwe Bijbelvertaling, kom ik zo af en toe een tekst tegen die mij toch wel op bijzondere wijze kan treffen.
Zo ook gisteren.
Ik sloeg mijn Psalmenkalender om naar 16 maart en daar stond de bovenstaande tekst.
Eén zin in het bijzonder trof mij diep in het hart: 'U laat niet toe dat de vijand mij insluit'.

Nu was er iets dat mijn gedachten behoorlijk beheerste en waar ik maar niet los van kon komen.
Steeds opnieuw kwam het terug in mijn gedachten en hoe ik ook mijn best deed om het weg te sturen, of er voor bad dat God het uit mijn gedachten zou nemen, het lukte maar niet.
Mijn verbolgenheid en boosheid over iets, waren te groot en naar ik vond ook gerechtvaardigd.
Toch, toen ik dit woord las, was het alsof God mij erbij bepaalde dat, hoe gerechtvaardigd mijn boosheid ook mocht lijken, het zorgde er wel voor dat het mij in beslag nam en op andere vlakken lam dreigde te leggen.
Het roofde mijn vreugde, mijn rust met God, mijn tijd met Hem, mijn samen zijn met Hem, maar ook in mijn reacties naar anderen had het een uitwerking.
In een ogenblik zag ik, hoe satan hiermee mij langzaam maar zeker geestelijk aan het insluiten was.
Ik besefte ineens, dat ik mijn gedachten in het begin gewoon had laten gaan en het gevolg daarvan was, dat het me ging beheersen en me langzaamaan dreigde in te sluiten in een wereld van zelfbeklag en bitterheid.
Ineens besefte ik dat, hoe gerechtvaardigd boosheid soms ook mag zijn, het altijd iets met je doet en dat als je niet oppas, je een dubbel slachtoffer wordt; enerzijds door wat er gebeurd is, anderzijds door je reactie erop.
Ik heb immers wel een keuze in wat ik doe met mijn boosheid.

De Bijbel zegt in Efeze 4:26,27: 'Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans.'
Andere vertalingen zeggen: 'Geef de duivel geen voet’.
Ik besefte, dat ik door mijn manier van omgaan met deze boosheid, de satan een kans/voet, had gegeven om aanwezig te zijn op het terrein van mijn boosheid met als gevolg dat hij het iedere keer opnieuw aanwakkerde en op deed laaien als een vuur.
Diep van binnen wist ik het wel, maar ik was het zat; waar het om ging gebeurde immers voor de derde keer en frustratie had zich van mij meester gemaakt.
's Avonds had ik er wel al voor gebeden en mijn frustraties bij God neergelegd, maar het was dit woord dat de volgende morgen tot mij kwam dat de ommekeer in mij in werking zette.
‘U laat niet toe dat de vijand mij insluit.’

Hoe vaak zal God al een poging gedaan hebben om mij te waarschuwen dat satan mij aan het insluiten was.
Het feit dat ik het nu inzag, wil immers niet zeggen dat God mij nooit eerder heeft gewaarschuwd.
Hoe vaak heb ik Zijn waarschuwing(en) in de wind geslagen, niet willen zien?
Ik wil hier niet bij blijven stilstaan, maar het is goed om te onderkennen dat het niet aan God ligt, maar aan mijzelf.
Gods woord zegt mij, dat Hij niet toelaat dat de satan mij insluit, maar ik moet wel zelf inzien wat er gaande is.
Met het besef hiervan kon ik naar God toegaan en Hem danken dat Hij mij door Zijn woord heen waarschuwde wat er aan het gebeuren was.
Ik kon Hem danken voor dit woord, waarin zo duidelijk laat zien dat Hij zorgdraagt voor wat Hem toebehoort.
Ik verheugde mij over Zijn liefde en trouw en vroeg Hem te vergeven dat ik het (weer) zover had laten komen.
God zag de nood die ontstond (dreigde te ontstaan) van mijn ziel en klopte aan de deur van mijn hart met Zijn woord.
Mijn voeten kregen weer ruimte, omdat het net dat de satan aan het spannen was, vernietigd werd.

Vader in de hemel, dank U wel voor Uw grote liefde en trouw.
Dank U wel, voor Uw bemoeienis met mijn leven.
Dank U wel, dat U niet toestaat dat de satan mij insluit.
Dank U wel, voor Uw waarschuwing.
Geef, Vader, dat ik deze woorden, deze les zal onthouden en ervan zal leren.
Ik prijs Uw grote Naam, o Allerhoogste God en Heer.

- Amen -

donderdag 1 juli 2021

Pluspunt in de kerk ...

Gedachten bij Hoofdstuk 6 van het boekje ‘Pluspunt’ van Tineke Tuinder -Krause.
Een schrijfboek over aantrekkelijk ouder worden.



 




Het is al een aardig poosje geleden dat ik n.a.v. dit boekje iets heb geschreven.
Enkele weken geleden had ik al wel weer even gekeken en gelezen, maar door omstandigheden kon ik toen niet schrijven, daarnaast is het ook een hoofdstukje wat nog niet zozeer van toepassing is op mijn leven.
Maar vanmorgen moest ik met mijn Stille Tijd ineens weer aan dit boekje en het hoofdstuk waar ik was gekomen denken.
En zo ben ik er toch maar even voor gaan zitten; ik kan toch moeilijk wachten tot …

In dit hoofdstukje heeft Tineke het over de groep senioren in de kerk, die soms het gevoel kunnen hebben dat zij ook daar met pensioen worden gestuurd, of naar de zijlijn worden verbannen, omdat de jeugd gaandeweg taken overneemt.
Ze wijst erop dat leeftijd voor God geen verschil maakt, dat jong en oud Hem samen mogen loven, dat  Zijn Geestesgaven niet aan leeftijd zijn gebonden, en dat niemand meer of minder is, en dus ook niemand overbodig.
Dat het eigenlijk zo is, dat ‘senioren’ een bijzonder pluspunt hebben t.o.v. de jongeren, namelijk levenservaring en wijsheid, en mogelijk ook meer tijd.
En we met al deze dingen, dat ons eigen plekje in de gemeente kunnen zoeken waar we helemaal tot  ons recht komen, op een nieuwe plek, of met een taak die we al jaren verrichtten.
Als mooiste en belangrijkste taak noemt ze de taak van ‘Gebed’, dit, als we om wat voor reden dan ook geen tastbare bijdrage meer kunnen leveren.


Als eerste ging ik maar eens opzoeken hoe oud je ‘moet’ zijn om senior genoemd te worden.
Nu, dat blijkt niet helemaal vast te liggen, maar gemakshalve hanteert men de pensioengerechtigde leeftijd, en die is gemiddeld 67 jaar.
Wel, ik behoor nog niet bij de seniorengroep, maar met het toenemen van mijn grijze haren als ook mijn leeftijd, -ik hoop volgende maand 60 te worden, is ouder worden wel iets wat me af en toe stilzet en bezighoudt; immers, we worden niet allemaal even kwiek en vitaal oud.
Ook merk ik niet -al word ik bijna 60, dat mijn leeftijd een belemmering is voor bepaalde dingen, hooguit dat ik door mijn lichamelijk conditie niet alles kan doen, maar dat is wat anders.
Ik kan me wel voorstellen dat het niet overal zo is; al vraag ik me dan wel af of dit dan ook werkelijk zo is, of dat dit een persoonlijk gevoel is.
Wat we voelen of ervaren hoeft immers niet te betekenen dat het ook werkelijk zo is.

Wat mijzelf betreft kan ik me er nog geen voorstelling bij maken hoe dit zal zijn, maar ik ben het met Tineke eens als het gaat om het hebben van levenservaring en wijsheid als we ouder zijn en het nut daarvan voor de jongere generatie, als ook dat we echt niet afgedaan hebben, en dat als zelfs Gebed de enige taak is die we nog kunnen beoefenen, deze veel belangrijker is en ‘groter’ dan we misschien wel denken.

En dat brengt mij bij mijn Stille Tijd vanmorgen, wat ik daar las en van meekreeg om over na te denken.
Wiersbe legt twee indringende vragen neer, namelijk: ‘Welke erfenis laat je na aan de komende generaties?’, en ‘Zullen anderen hun vertrouwen op de Heere stellen door jouw leven en getuigenis?’
Misschien zijn dit wel de goede vragen om onszelf eerst te stellen als we onze weg in de gemeente een beetje aan het kwijtraken bent door onze leeftijd, en om dan vandaaruit samen met de Heer te gaan kijken wat we kunnen/mogen doen.
Wat wil ik nalaten?
Hoe, en waar, is mijn leven het beste een getuigenis voor anderen?

Psalm 71:18
‘Ja, ook nu de ouderdom en grijsheid gekomen is – verlaat mij niet, o God, totdat ik deze generatie Uw sterke arm verkondigd heb, alle nakomelingen Uw macht.’

Juist door het ouder zijn, en daarmee door alles wat we dan hebben meegemaakt, kunnen we getuigen van wie God is, getuigen van Zijn grote liefde, genade en trouw.
Van hoe Hij onze gebeden hoorde, en verhoorde, en dat dit niet altijd betekende dat dingen weggenomen werden, of van ons af, maar wel dat Hij er was en ons er doorheen hielp.
En dat we achteraf vaak pas konden zien dat Zijn weg de beste was.
Kunnen we anderen aansporen om toch vooral op Hem te blijven zien, en om op Hem te blijven vertrouwen; dat Hij het echt waard is, en dat dit zal blijken als je volhoudt.
Door te blijven bidden, Hem te blijven loven en prijzen, door op te blijven hopen.
Kunnen we laten zien dat we niet bang hoeven te zijn om ouder te worden, omdat de Heer met ons is, ook als we oud zijn en grijs. (Jes. 46:4)

Psalm 71:3
‘Wees mij tot een rots om daarin te wonen, om voortdurend daarin te gaan.’

Psalm 71:6
‘…  voortdurend zal mijn lof van U zijn.’

Psalm 71:14
‘Maar ík blijf voortdurend hopen en zal U nog meer loven.’

Wiersbe:
'Als wij voortdurend in het gebed de toevlucht nemen tot de Heere, als wij Hem voortdurend vol vreugde loven, en als wij voortdurend op Hem hopen en ons vasthouden aan Zijn beloften, als wij zeggen dat het beste nog moet komen en wij Hem steeds meer loven, dan kunnen we zonder angst oud en grijs worden. We zullen in staat zijn de Heere te verheerlijken en we zullen in staat zijn om de volgende generatie over Hem te vertellen.’

zaterdag 12 september 2015

Oog en venster


… kijk met het oog van het geloof door het venster van gebed.*


Het is alweer enkele dagen geleden dat deze woorden uit het stukje sprongen dat ik las voor ik ging slapen.
Ze raakten mij, en ze raken me nog steeds.
Het stukje uit het boekje zegt me niet zoveel, kan ik (nu) niet zoveel mee, maar deze woorden dringen diep mijn hart binnen en het brengt mij in beweging.
Ik wil deze woorden zo uitpluizen, dat ik de betekenis, die ik in mijn ziel ervaar, omzet in woorden, waardoor de reikwijdte ervan in alle volheid binnen kan stromen en mij dichter  bij Hem brengt en mijn geloof doet groeien.

‘… kijk met het oog van geloof door het venster van gebed …’


Het oog van geloof

Ons oog is het orgaan waarmee we kunnen zien.
Geloof is de overtuiging dat iets waar is; is vertrouwen in de waarheid van iets; kort samengevat: geloof is vertrouwen en zekerheid.

Hebreeën 11:1(HSV) geeft de volgende beschrijving van geloof:
‘Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.’
De Naardense Bijbel (NB) zegt het zo: ‘Geloof viert de werkelijkheid van wat wordt gehoopt, 
is het bewijs van gebeurtenissen die niet waarneembaar zijn.’
Ik had dit vers nog niet eerder in deze vertaling gelezen, maar wat vind ik hem mooi en betekenisvol!

Geloof viert de werkelijkheid van wat wordt gehoopt, …
Iets vieren (feestelijk gedenken) doe je alleen als daar een echte reden voor is, een verjaardag, een slagen, een nieuwe baan, huis …
Als hier dan staat dat geloof de werkelijkheid viert van wat wordt gehoopt, dan viert men nu in dit leven iets, waarvan we weten dat het nu nog wel niet zo is, maar dat het wel gaat gebeuren.
Wat mij ineens doet beseffen dat, als ik zeg dat ik geloof, ik eigenlijk dus iedere dag van mijn leven iets te vieren heb vanwege het vooruitzicht dat ik heb en daarmee zou dus eigenlijk iedere dag een blijde en vreugdevolle dag horen te zijn …
Hmmm …
Als dat geen vaste grond is …

… is het bewijs van gebeurtenissen die niet waarneembaar zijn.
Geloof  is het bewijs dat wat voor het oog niet zichtbaar is, toch bestaat, toch gebeurt.
Denk aan Noach, aan Abraham en Sara, Mozes, …

Als er dan gesproken wordt over ‘het oog van geloof’, dan betekent dit dat we niet zien met onze natuurlijke ogen, maar met onze geestelijke ogen.
We zien niet wat er nu allemaal speelt en gebeurt, maar we zien voorbij deze dingen.
We zien niet op de omstandigheden, maar op Hem die alles in de hand heeft.
We zien niet de chaos in ons leven, of in deze wereld, maar we zien Degene die in control is.
Het oog van geloof is zien wat Hij zegt vanuit de zekerheid dat dit de waarheid is.


Het venster van gebed

Een prachtige definitie van een venster is wat ik vond op encyclo.nl: ‘Door een venster ziet men wat aan `de andere zijde` is.’
Met andere woorden, een venster is een opening waardoor je kunt zien wat aan de andere kant is.
Gebed is een gesprek met God; het is een manier waarop de gelovige contact zoekt/heeft met God.
Tijd in Zijn dichte nabijheid; stil zijn, luisteren, horen, delen, genieten, tot rust komen, opgebouwd worden, bemoedigd worden …
Met het venster van gebed is gebed de opening waardoor God ons kan laten zien wat er aan de andere kant is.


En zo kom ik weer uit bij waar ik begon: ‘
‘… en kijk met het oog van het geloof door het venster van gebed.'
Met het oog van geloof zien we Wie er in control is in alle omstandigheden en gebeurtenissen en het venster van gebed is het middel waardoor dit mogelijk is.

Hoe anders zouden onze dagen eruit zien als we deze zouden leven vanuit dit principe.
Welk een blijdschap en vreugde zal dan dagelijks ons deel zijn; zichtbaar Zijn kracht in ons, onwankelbaar ons vertrouwen en verdwenen onze angsten.
Hoe fier en rechtop zouden we niet gaan, als echte koningskinderen betaamd.
Er zal vreugde en vrede in ons hart zijn te midden van alle tranen van pijn en verdriet.
Onze stap zal vast zijn, omdat we weten waar onze weg heen leidt.
We zullen kunnen loslaten, omdat we weten dat Hij alles vast in handen heeft.
We zullen kunnen overgeven, omdat we weten dat Hij zal doen wat het juiste is, wat past in Zijn plan.
Te midden van elk verdriet, van alle tranen die we huilen, van alle moeilijkheden, strijd, vervolging, ...  wat dan ook, zullen we staande blijven, omdat Hij het is die we zien.
De Ene, de Alpha en Omega, het begin en het einde, die was, is en komen zal.
Jezus Christus, de Koning der koningen.


Leer mij, Vader, om te kijken met het oog van geloof, en help mij om de juiste prioriteiten te stellen om dat te kunnen bereiken; U, en tijd met U boven alles te stellen, boven alles wat er van mij wordt verwacht, boven wat ik ‘moet’ of wil doen.
In Jezus ‘Naam.

- Amen - 


Kijken met het oog van geloof door het venster van gebed zet mij stil;
kijken met het oog van geloof door het venster van gebed
brengt mij bij Hem alvorens ik wat doe of zeg.

Kijken met het oog van geloof door het venster van gebed doet mij andere dingen zien,
kijken met het oog van geloof door het venster van gebed  zorgt ervoor
dat ik steeds opnieuw alles in Zijn handen leg.

Kijken met het oog van geloof door het venster van gebed brengt vrede in mijn hart,
kijken met het oog van geloof door het venster van gebed
houdt mijn blik gericht op de eeuwige weg.

Kijken met het oog van geloof door het venster van gebed …
het is Hem zien boven en in alles en doen wat Hij zegt.


* (Uit: Nieuw elke morgen - Van: Charles Spurgeon) 


zondag 29 september 2013

Zaad van Hoop

'Zaai zaad van hoop en ervaar optimisme.
 Zaai zaad van twijfel en verwacht onzekerheid.'
 
Max Lucado
 
Het spreekwoord zegt het eigenlijk al: 'Hoop doet leven.'
Een mens heeft hoop nodig in zijn leven, het vooruitzicht op betere tijden, op mogelijkheden.
Zolang dat er is, kunnen we volhouden, hebben we de moed om verder te gaan.
Ik denk dat je wel kunt zeggen, dat, als hoop uit ons leven verdwijnt, dat dan ook het licht uit ons leven verdwijnt en alles donker wordt en somber.
 
Persoonlijk ben ik niet één van de meest optimistische mensen; van nature ben ik wat zwaarmoediger, maar wat is er veel veranderd nadat ik ben begonnen met mijn blogs.
Ik ben begonnen met schrijven om alles wat in mij leeft een plekje te geven, maar al gauw werd mijn schrijven een strohalm waar ik mij aan vast kon houden, wat mij moed gaf in de zware en verdrietige omstandigheden waar we in kwamen.
Gedachten, gebeden en gedichten die op 'papier' kwamen door wat ik las in de Bijbel of in boeken, zelfs zinnen uit tv programma's, werden voor mijzelf Zaden van Hoop; als ook muzieknummers, verhalen en schrijfsels van anderen die ik mocht plaatsen.
Het schrijven zorgde ervoor dat dat de Hoop in mij niet doofde.
Het hield mij gericht op Degene bij wie het Zaad van Hoop te vinden is; Degene die Het Licht is.
 
Soms, op momenten als ik het niet meer zag zitten, dwong ik mijzelf om teksten uit de Psalmen uit te schrijven.
Alleen al door het uitschrijven van het woord van God werd er hoop in mijn binnenste gezaaid.
En ik bemerkte dat het soms ook voor anderen Zaden van Hoop werden als ik het op mijn Blog plaatste.
Gods woord is voor mij Het Zaad van Hoop; mijn houvast in elke omstandigheid.
Het geeft vreugde en blijdschap, vrede en moed, ook in moeilijke en verdrietige omstandigheden.
Soms is het eerst (even) vechten, maar ik weet nu, welk een kracht Gods woord heeft, en wat het met je doet als je je daarop richt.
Nog kan ik als het ware voelen welk een verandering er in mij plaatsvond op het moment dat ik temidden van ... Zijn woorden uitschreef, waardoor wie Hij was, wat Hij deed, wat Hij kon doen, etc., de overhand kreeg en mijn gevoelens om de omstandigheden bedekte.
Twijfel en wanhoop werden verdreven en hoop nam hun plaats in.
Dat is wat Gods woord doet.
Gods woord is levend en krachtig!
 
Zaad van Hoop
is zaad van leven.
Zaad van twijfel
zal wanhoop geven.
 
Zaai het Zaad van Hoop,
het Woord van God,
diep in je hart.
Het zal je vreugde geven,
kracht en sterkte,
en helen elke smart.

Zaai het ook
in het leven van
een ander;
strooi Hoop maar
rijkelijk om je heen.
 
Laten we zo
tot steun zijn
voor elkander;
troost brengen
aan een ieder
die weent.
 
Zaad van Hoop
is zaad van Leven.
Laten we delen
en geven.

woensdag 21 augustus 2013

Strijd en overwinning

Toen ik gister 2 Kronieken 20 noemde (en dan om precies te zijn 2 Kronieken 20:1-23), wil ik het daar niet alleen bij laten.
Ik dacht dat ik er al over geschreven had, maar ik kon niets terugvinden, totdat ik even in mijn mappen ging kijken en ja, daar kwam ik wat tegen.
Op mijn oude site* bleek ik er een keer over geschreven te hebben na aanleiding van een toespraak die we op een vrouwenochtend hebben gehoord.
Ik wil het graag ook hier delen; de lessen die erin liggen zijn te waardevol om te laten liggen.
En het past eigenlijk ook heel goed in de serie:

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (90)


U bent onze God. Straf hen af, want wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht.
We weten niet wat we moeten doen, maar onze hoop is gevestigd op u.

2 Kronieken 20:12


De eerste verzen laten de problemen zien.
In Josafat’s  geval een groot leger dat oprukte naar zijn land om oorlog te voeren.
Josafat schrikt verschrikkelijk, maar hij wend zich tot God om hulp.

De bijzondere les van vanmorgen lag (en ligt) in het gebed van Josafat.
(Ik moet bekennen, dat ik dit zelf zo niet had ingezien, maar ik dank God voor mensen die ons onze ogen helpen openen om Gods woord te leren verstaan, want als ik het zelf had gelezen, en dat heb ik vast wel vaker gedaan, toch heb ik niet gezien welke les er in besloten ligt)
Josafat gaat bidden, maar hij begint niet met zijn nood bij God neer te leggen, met klagen, met zijn angst uit te spreken.
Nee, Josafat begint zijn gebed met het uitspreken van wie God is en wat Hij gedaan heeft in het verleden!
Hij richt zijn hart eerst op God en niet op de problemen!
Door zijn hart eerst op God te richten, krijgen de problemen niet de eerste plaats toebedeeld, maar de grootheid van God.
Vervolgens legt hij al zijn nood bij God neer en geeft aan dat alleen God kan helpen.
Wanhoop klinkt er door in zijn gebed als hij aangeeft dat ze zelf niet tegen deze overmacht zijn opgewassen, maar ook klinkt er geloof in door, dat God het wel kan doen.
‘Wij weten niet wat wij moeten doen, maar onze hoop is op U.’
Er klinkt verwachting in door.
Hij verwacht wat van God.

Ik weet niet hoe het bij een ander is, maar ik weet wel, dat, als ik problemen heb, of er gebeuren allerlei vervelende, nare dingen of wat dan ook, dat ik dan vergeet te kijken naar wie God is en wat Hij allemaal al niet voor mij heeft gedaan.
Ik denk daar eigenlijk niet eens aan, nee, ik begin dan gelijk met het uitstorten van met nood, mijn problemen, mijn … wat mij ook bij God brengt.
En ik realiseerde me, dat mijn gebed dan vaak één grote klaagzang is, één grote wanhoopskreet zonder nog te beseffen wie God eigenlijk werkelijk is.
Ja, natuurlijk, ik kom wel aan het eind met: U heeft mij toch al eerder geholpen, wilt U het opnieuw doen, U bent toch God etc., maar mijn problemen krijgen de eerste plaats en de grootheid van God de tweede plaats.
Hierdoor zijn mijn problemen groter dan God in plaats van andersom.
Maar daardoor wordt mijn verwachting van God ook minder groot, want de problemen overheersen.
Maar God is altijd groter dan welk probleem ook.
Dat is een feit!
Eigenlijk was de boodschap zo logisch.
Eigenlijk wist ik het wel.
En toch …

Vervolgens spreekt God door Zijn Geest tot een Leviet en geeft hen antwoord.
En wat voor antwoord.
Ze zouden zelf niets hoeven te doen, God zou het voor hen doen.
God zou voor hen de strijd strijden.
Ze moesten oprukken, oog in oog komen te staan met de vijand, maar ze hoefden niet ten strijde te trekken.
De strijd zou door God gestreden worden.
God zegt hen, dat ze niet bang hoefden te zijn, want Hij staat aan hun kant.
Josafat’s antwoord hierop is in alle nederigheid Gods Almacht erkennen en hij werpt zich ter aarde om God te aanbidden en Hem te prijzen en groot te maken.
De volgende dag doet Josafat wat God hem gezegd had te doen.

In mijn ogen eigenlijk nog meer.
Want naast dat hij oprukt met zijn leger, spreekt hij zijn vertrouwen in God uit naar zijn volk en hij stelt voor in het leger mannen in feestgewaden op om muziek te maken voor de Heer en Hem te loven en te prijzen.
Josafat vierde eigenlijk al de overwinning nog voor die er was.
Hij geloofde, vertrouwde God volledig op Zijn woord.
Hij kende God en hij wist dat God te vertrouwen was en van daaruit handelde hij.
De overwinning kwam, zonder dat ook maar één van hen iets hoefde te doen.
Fysiek, althans.
Want er werd wel iets anders van hen verwacht.
Het eerste wat hij moest doen, was geloven dat God door iemand anders heen Zijn boodschap gaf en erop vertrouwen dat God zou doen wat er gezegd werd.
Vervolgens moesten ze ook gehoorzamen en doen wat God gezegd had door die persoon heen.
Aansluitend getuigde Josafat van zijn geloof en vertrouwen in God door Hem te loven en te prijzen en God groot te maken en de overwinning kwam.

Hiermee laat Gods woord ons ook zien, dat we wel open moeten staan voor woorden die God spreekt door andere mensen heen en niet zo maar naast ons neerleggen.
Ook vandaag de dag spreekt God door mensen heen.
Nee, we moeten niet alles klakkeloos aannemen, maar ook niet zomaar zonder meer afwijzen.
God heeft ons Zijn woord gegeven om te toetsen.
Daarnaast is gehoorzaam zijn een belangrijk aspect.
Als God zegt dat Hij voor ons strijd, en dat zegt Hij ook tegen ons door Zijn woord, dan moeten wij net zoals Josafat doen wat God zegt.
Maar wat is dat moeilijk.
Regelmatig realiseer ik mij achteraf, dat ik als een opstandig kind het weer zelf heb willen doen en het enige wat ik ermee bereik is, dat ik God voor de voeten loopt en Hij niet kan doen wat Hij wilde doen of wil doen.
En waar blijft mijn lofprijs en aanbidding voor dat het einde van de strijd in zicht is?
Durf ik, kan ik Hem danken, loven en prijzen terwijl de strijd nog gestreden moet worden, het einde er nog niet is?
Ja, Jezus heeft de Overwinning behaald, maar leef ik daar ook naar, daar uit?
Tot mijn grote schaamte en verdriet moet ik bekennen dat ik dat vaak vergeet en dat God zelf, of een ander mij daar soms eerst weer op moet wijzen.

Vanmorgen kwam in de studie niet naar voren dat niet iedere strijd op deze zegevierende manier ten einde komt.
Dit Bijbelgedeelte geeft dat ook niet weer.
Zo bidden, zo geloven, vertrouwen, zijn geen garanties dat iedere strijd die we strijden moeten, zo zegevierend ten einde komt.
Toch geloof ik wel, dat als wij staande blijven in ons geloof en in ons vertrouwen in Hem, dat, al lijkt voor de wereld de strijd niet gewonnen, wij toch de strijd gewonnen hebben;
simpelweg om dat Jezus de Overwinning reeds heeft behaald!
Maar ik geloof ook, dat, ik tenminste wel, veel meer nog moet leren staan op wie God is, van daaruit leven, bidden, handelen.
Dat ik nog veel meer moet leren om ten alle tijden eerst God de plaats te geven die Hem toekomt en vervolgens pas met mijn noden bij God te komen, zodat ik krachtiger wordt, sterker wordt omdat ik meer en meer ga beseffen hoe groot God is en hoe afhankelijk ik van Hem ben.
Waardoor Hij meer en meer de ruimte krijgt om in mij en door mij te werken.

Vader God, ik dank U met heel mijn hart voor Uw woord, maar ook voor Uw geduld met mij.
Ik dank U, dat U zoveel tijd en ruimte neemt om mij te onderwijzen en U van mij houdt.
Leg zo al deze woorden in mijn hart en laat ze wortel schieten in mijn hart, opdat mijn geloof in U en mijn liefde voor U alleen groter wordt.
Ik prijs Uw grote naam.
Halleluja.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -

* DD. - 1-02-2010 - www.intoyourhands.punt.nl


zaterdag 4 mei 2013

Je binnenkant versterken

Versterk je binnenkant
om de zorgen aan de buitenkant
onder ogen te kunnen zien.

Max Lucado


Een prachtig, en o zo waar, citaat uit het boekje ‘Vrees niet’ van Max Lucado.
Het is iets wat ik door de jaren heen niet alleen ben gaan inzien, maar ook in praktijk probeer te brengen.
Het is mede één van de redenen dat ik de stukjes ‘Bedenk en onthoud …’ schrijf.
Daarin ligt mijn kracht om dingen aan te kunnen, of om weer sneller op de been te zijn als het allemaal even niet lukt.

Het schrijven helpt mij daarbij.
Ik onthoud het beter en doordat ik van schrijven houd, heb ik ook ontdekt dat ik daardoor veel eerder en veel meer tijd vrijmaak om met Hem en Zijn woord bezig te zijn.
En met dat ik met Zijn woord bezig ben, breng ik tijd door met Hem.
Een stille conversatie vanuit mijn hart en mijn denken naar God vind plaats, en brengt mij op plaatsen waar ik anders niet zo gauw zou komen.

Als we zo dicht bij God blijven, onze dagelijkse omgang met Hem niet versloffen en tijd maken om samen met Hem te zijn, te bidden en Zijn woord te lezen, dan worden wij versterkt.
Onze hoop blijft bestaan, onze kracht vergaat niet en ons vertrouwen in Hem groeit.
En mochten we eens vallen, dan weten we door Zijn woord, dat Hij Zijn hand naar ons uitstrekt.
Zo kunnen we samen met Hem alles wat op ons af komt onder ogen zien en aan, omdat we weten dat Hij met ons mee gaat en alle dagen en in elke omstandigheid bij ons is.

Dit zei God, de HEER, de Heilige van Israël:
‘In rust en inkeer ligt jullie redding,
in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’
Maar jullie wilden niet.
Jesaja 30:15

Weet u het niet?
Hebt u het niet gehoord?
De eeuwige God, de Heere,
de Schepper van de einden der aarde,
wordt niet moe en niet afgemat.
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.
Psalm 147:5

Hij geeft de vermoeide kracht
en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
Jongeren zullen moe en afgemat worden,
jonge mannen zullen zeker struikelen;
maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.
Jesaja 40:28-31

De HEERE is mijn kracht en lied,
Hij is mij tot heil geweest.
Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik;
de God van mijn vader, Hem roem ik.
Exodus 15:2

Citaat is afkomstig uit het boek 'Vrees niet' van Max Lucado.
Zie: Boekinfo

Ps. Schrijven is misschien niet jouw ding, maar probeer eens te ontdekken wat jou zou kunnen helpen om meer tijd apart te zetten om bij Hem te zijn, te bidden, Zijn woord te lezen en te overpeinzen.
Je zult merken dat er dinbgen gaan veranderen in je leven.
Want God zegt Zelf in de Bijbel, dat Zijn woord nooit leeg zal weerkeren.

God Bless You!
Shalom!

maandag 18 maart 2013

Verborgen schat

Als dochterlief naar school vertrokken is, smeer ik snel een broodje voor mijzelf.
Het huis is verder nog in diepe rust; mijn lieve echtgenoot en zoon liggen beiden nog op één oor.
Het is dan ook nog vroeg.

Vanmorgen kruip ik met mijn broodje en kop koffie weer terug in mijn stoel.
Soms kijk even het journaal, maar vanmorgen pak ik even een boekje er bij.
Jaylinn nestelt zich heerlijk op mijn schoot en zo zitten we saampjes in alle rust.
Zij met gesloten oogjes en ik met mijn boek: ‘Verborgen schatten van heiligheid’ van Joni Eareckson Tada.
Het zijn allemaal korte, op zichzelf staande stukjes en fijn om zo eens even tussendoor te lezen.
Met het lezen stuit ik op een zin die me diep raakt en stilzet.
Ik stop met lezen, pak mijn bloknootje wat altijd binnen handbereik ligt en schrijf de zin over.
Wat in dit geval belangrijk is om te weten, (voor diegenen die Joni niet kennen) is, dat  zij heeft op 17 jarige leeftijd met een duik in ondiep water haar nek heeft gebroken en vanaf die dag verlamd is vanaf haar schouders.
(lees << hier >> meer)
Als je dit weet en leest wat ze schrijft, dan ontdek je dat hier een vrouw aan het woord is die geleerd heeft, en nog leert, om de lessen van God te zien in wat op haar pad komt om te groeien in heiligheid.
En zo kom ik met de onderstaande zin bij de verborgen schat van heiligheid van dit hoofdstukje.

‘God gebruikte mijn gedwongen rust om mijn innerlijk aan te passen aan wat met mijn uiterlijk was gebeurd.’

De titel van het hoofdstukje is ‘Stilte van binnen’.
Als tijdens een winkeltochtje de accu van haar rolstoel onverwacht leeg is, moet haar vriendin de rolstoel verder duwen.
Ik kan je verzekeren, een elektrische rolstoel voortduwen is een verschrikkelijk zwaar karwei, ze zijn daar echt niet voor gemaakt en na een poosje geeft haar vriendin het dan ook even op.
Terwijl de vriendin dan maar even de pakjes gaat ophalen om zo gelijk even op adem te komen, blijft Joni bij de winkel achter in haar rolstoel.
En zo wacht ze heel stil tot haar vriendin weer terug is, terwijl de mensen om haar heen voortjagen.

Heel stil, omdat een groot deel van haar lichaam nooit beweegt, omdat zij vanaf haar schouders verlamd is.
Altijd zit ze stijf rechtop, altijd kalm, altijd rustig, omdat haar lichaam niet anders kan.
Nu ligt er echter ook een glimlach op haar lippen terwijl ze in deze gedwongen rust wacht, maar dat was niet altijd zo.
Vlak na het ongeluk heeft ze maanden stil gelegen.
Eerst op de intensive care en de gewone zaal, later uren wachtend in haar rolstoel op de revalidatie.
De nachten waren het meest beangstigend.
Kon ze in de rolstoel zitten nog haar schouders ophalen, liggend in bed was de zwaartekracht haar vijand en kon ze niets anders bewegen dan alleen haar hoofd.
Met het verstrijken van de jaren veranderde er veel door gebed en studie van Gods woord en ze kwam er achter dat ze ergens in die jaren juist Gods vrede en kracht had leren kennen in die moeilijke, claustrofobische uren omdat ze zwak was.
Haar bed, dat eerst een altaar van ellende was, veranderde in een altaar van lofprijs.
Het is de enige plek geworden waar zij in ontspannen rust met God een ontmoeting kan hebben.
Als zij haar slaapkamer binnenkomt reageren haar gedachten met een met: Het is nu tijd om stil te zijn en God beter te leren kennen; tijd om te bidden.
Ze geeft aan dat het zo ook voor ons kan zijn, als wij gedwongen worden om stil te staan, wachten in een rij, in de file of aan een ziekenhuisbed.
Ga niet ongeduldig mopperen, maar gebruikt zulke momenten om stil te worden voor God.

‘God gebruikte mijn gedwongen rust om mijn innerlijk aan te passen aan wat met mijn uiterlijk was gebeurd.’

Als ik bij deze zin aankom, klap ik mijn boek voor een moment dicht om de woorden tot mij door te laten dringen.
Ik kijk naar mijn schrijfblokje waar ik de woorden heb opgeschreven en lees en herlees de woorden terwijl ik mijn gedachten erover laat gaan.
Ze raken me diep deze woorden.
Ik kijk naar m’n gezin, naar alle problemen, naar al het verdriet, naar alle moeite.
En ik kijk naar mijzelf, naar mijn reacties hierop en zet ze in het licht van de boodschap die in deze woorden van Joni verborgen ligt.
Mijn gedachten gaan ook naar zaterdag (ik was op een jubileumfeestje) waar iemand een opmerking maakte over ergeren die nog steeds in mijn gedachten rondgaat.
‘Ergeren is ook zonde; we moeten leren om ons niet te ergeren.’
Ik breng mijn gedachten even tot stilstaan en lees het hoofdstukje uit.

Opnieuw laat ik mijn gedachten gaan en besef dat God tot mij spreekt aan het begin van deze nieuwe dag door deze woorden heen.
De verborgen schat is niet verborgen meer; nu is het mijn taak om er voor te zorgen en hem niet te verliezen.

Ik denk aan de rij bij de kassa, waar ik voor mijn gevoel altijd de verkeerde rij neem.
Ik denk aan waarop ik soms allemaal niet moet wachten.
Ik denk aan mijn kinderen, de problemen en het verdriet, aan hoelang het allemaal al niet duurt en speelt.
Ik denk terug aan de jaren van vechten tegen de pijn en niet instaat zijn te doen wat ik moest doen; over gedwongen stilgezet worden gesproken.
Ik denk aan hoe makkelijk dingen je weer ontglippen als het weer beter gaat.
Ineens denk ik ook weer aan die dagen dat ik soms met heimwee terugdacht aan de bijzondere momenten die ik met God heb gehad in die tijd van pijn en niets kunnen.
En hoe ik moest leren om God ook te vinden, te zien, als alles ‘goed’ gaat.
Mijn gedachten gaan werkelijk alle kanten uit.

Maar deze schat wil ik onthouden, omdat ik opnieuw besef hoe God de dingen die op mijn pad komen, kan en wil gebruiken om mij te leren, zodat ik groeien zal in heiligheid en in mijn relatie met Hem tot eer van Zijn Naam.


‘God gebruikte mijn gedwongen rust
om mijn innerlijk aan te passen
aan wat met mijn uiterlijk was gebeurd.’