Posts tonen met het label Bedenk en onthoud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bedenk en onthoud. Alle posts tonen

dinsdag 16 juni 2020

The God Who sees

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (107)

De afgelopen paar weken klinkt er grotendeels maar één nummer, uit de kleine speakertjes die zijn aangesloten op mijn laptop, namelijk het nummer 'The God Who sees' van Nicole C. Mullen.
Niet alleen qua muziekstijl raakt het mij (prachtige opbouw), maar vooral de woorden komen binnen.
The God Who sees; I am the God who sees!
De God Die ziet; Ik ben de God Die ziet!

Het lied neemt me mee naar de wanhopige moeder Hagar* in de woestijn, en van Hagar naar Ruth*, die haar volk en land verliet en haar schoonmoeder volgde naar Bethlehem.
En van Ruth naar David*, de herdersjongen, de machtige strijder, maar ook de gezalfde koning. 
Via de bloedlijn van David komen we bij de Heere Jezus*, de Messias, de Gezalfde; de Christus, Emmanuel, God met ons.
Het brengt ons bij de ontmoeting van Jezus met Maria Magdalena*, die Hij bevrijdde van zeven demonen, en bij haar liefde voor Hem.
En haar liefde voor Hem neemt ons mee naar het moment dat zij toe moest kijken hoe haar geliefde Heer aan het kruis genageld werd, stierf en begraven werd.

Vier gewone mensen, zoals jij en ik, maar een ieder met hun eigen verhaal, hun eigen pijn, wanhoop en verdriet, hun eigen angsten en eenzaamheid, maar wiens verhalen zijn opgetekend in de Bijbel, Gods woord.
Verhalen, die God ons gegeven heeft om te laten zien dat Hij iedereen en elke omstandigheid ziet; en dat het niet uitmaakt wie je bent, of waar je ook vandaan komt.
Hij ziet en hoort, en dat is wat telt! 
Hij ziet, en hoort, en Hij verlangt ernaar dat dit tot ons diepste innerlijk binnendringt, tot in iedere vezel van ons bestaan, en dat we daaruit (gaan) leven.

Hij zag Hagar wanhopig huilen in de woestijn op een afstand van haar kind, dat stervende was van de dorst; maar Hij ziet ook ons verdriet, onze wanhoop, onze eenzaamheid, onze angst.
Hij zag Ruth, haar pijn en verdriet om het verlies van haar man, en een schoonmoeder die terug wilde naar haar geboortestad, maar Hij ziet ook ons als we alleen achterblijven, wegmoeten van een vertrouwde plek, een vreemd en onbekend leven voor ons ligt.
Hij zag David, een vergeten zoon en eenvoudige herdersjongen, een vervolgde gezalfde, vluchtend voor zijn leven tot in de woestijn, maar Hij ziet ook ons als onze ouders ons vergeten, of niet willen, we vervolgd worden om welke reden dan ook, vluchtend op weg zijn waarvoor dan ook.
Hij zag Maria Magdalena, wiens leven gekweld werd door demonen; maar Hij ziet en kent ook onze demonen, hoeveel of hoe weinig het er ook zijn.
Hij zag, en Hij ziet!
Hij antwoordde, en antwoordt nog steeds.
Nee, niet altijd op de manier zoals wij het graag zouden willen, maar wel op een manier wat voor ons het beste is.
Hij heeft ons geschapen en kent ons immers beter dan wie dan ook!

The God Who sees!
De God Die ziet!
En Hij zegt vandaag tegen jou, en tegen mij:

Ik ben El Roï, de God Die ziet
al jouw pijn, al jouw verdriet.
En Ik steek Mijn hand uit
om jou te helpen,
om al je bloedende wonden 
te stelpen.

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
ook als jij soms denkt van niet.
Ik heb je Mijn woord gegeven,
je vele beloften gedaan;
geloof Mij toch, op Mijn woord
kun je aan!

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
Die rouwklacht omkeert in een vreugdelied.
Zie omhoog, geloof en vertrouw
en je zult Mijn glorie zien.
Zie omhoog, en houdt vast;
leef en dien.



*Gen. 21:14-21
* Ruth 1-4
*1 Samuël 16 v.v.
* Evangeliën - Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes
* Marcus 16:9

vrijdag 5 januari 2018

Niet vergeten!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (106)

Met een zwaar gemoed
begint dit nieuwe jaar.
Maar ik houd mij vast
aan deze wetenschap:
U bent daar!

Vanbinnen is dat
knagende gevoel.
Maar ik houd dit
voor ogen:
Heer, U bent mijn doel!

Appjes en telefoontjes
achtervolgen iedere dag.
Maar ik vergeet niet,
dat ik alles bij U
brengen mag.

In alles weet ik:
ik ben niet alleen!
U gaat met mij
door alles heen.

En al drukt het mij
soms zwaar terneer,
ik blijf vertrouwen
op mijn God en Heer.

In Hem ben ik sterker
dan ik vaak denk.
Zolang ik maar blijf zien
op De Hand die wenkt.

Hij is mijn sterkte,
Hij is mijn kracht.
In mijn zwakheid wordt
Zijn kracht volbracht.

Vanbinnen mag dat
gevoel dan knagen,
Maar dit houd ik
voor ogen:
Hij zal mij dragen!

Wat dit jaar brengen zal,
dat weet ik niet.
Maar aan deze wetenschap
houd ik mij vast:
Mijn Vader vergeet mij niet!


Als de tekst op mijn kalendertje vandaag dan zegt ‘Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet één van Zijn weldaden’, dan prijs ik U, Heer, aan het begin van deze nieuwe dag voor Uw nimmer aflatende zorg, voor Uw liefde en genade, Uw sterkte en Uw kracht, die U iedere dag aan mij betoond.
U bent God, de Allerhoogste; Schepper van hemel en aard, de Almachtige; maar ook mijn Vader, Wiens Geest in mij woont.

Ik prijs U, lieve Vader, dat ik weten mag dat U alle dingen doet mede werken ten goede; dat eens alle moeilijkheden en strijd voorbij zullen zijn; dat Uzelf al mijn tranen zal drogen, straks als we voor altijd samenzijn.

Dank U, Heer, ik prijs Uw Naam!



zaterdag 21 november 2015

Ik zal er zijn!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (105)


‘Ik ben die Ik ben’ is Uw eeuwige naam. 
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan. 
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
Uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

Gister plaatste ik op mijn blog ‘Ogen die zien’ een foto van mijn laptop terwijl het nummer ‘Ik zal er zijn’ van Sela speelt, -dag 19 van mijn ‘verlangen/uitdaging’ om driehonderdvijfenzestig maal een snapshot te plaatsen van iets waar ik dankbaar voor ben, wat een zegen is, een genadegeschenk.
Zoals ik ook daar al bij schreef, klinkt dit lied al een tijdje door de speakertjes bij mijn laptop en het raakt me nog iedere dag zo diep, zo diep …
Op dit blog schreef ik daar al iets over, maar het is het bovenstaande couplet wat mij in beweging brengt om te gaan schrijven.
Het zijn deze woorden die steeds opnieuw, iedere dag weer, ja, zelfs vannacht als ik wakker werd en vanmorgen bij het opstaan, in mijn hart weerklinken en die ik eigenlijk steeds opnieuw, of in mijn gedachten of gewoon heel zachtjes, zing.
Terwijl ik mijn hondje uitlaat, aan het schoonmaken ben, de vaat doe …

'Ik ben die Ik ben …
… Uw eeuwige Naam …
Onnoembaar aanwezig …
… deelt U mijn bestaan …
Hoe adembenemend …
… ontroerend dichtbij …
Ik ben …
… Ik zal er zijn!'

Hoe diep is de betekenis van deze woorden!
Hoe ver reikt de volheid van deze woorden …


Ik ben die Ik ben … 
… Uw eeuwige Naam!

Ik ben die Ik ben …
Jaweh!

In Exodus 3:14 maakt God Zich op deze manier bekent aan Mozes.

‘En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen?
En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden.’

De SV vertaalt het met ‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’ en de NB zegt ‘Ik zal er zijn, zoals Ik er ben!’

God is er altijd al geweest; Hij was er, Hij is er en Hij zal er altijd zijn.
Hij is eeuwig en onveranderlijk; zowel in wezen als in karakter.

Wij mensen zijn even wisselend als het weer; de ene dag zus en de andere dag zo.
Wat zeg ik, we veranderen soms zelfs in een fractie van een seconde.
Alles om ons heen, wat er gebeurd, hoe we hebben geslapen, …, alles is vroeg of laat op de één of andere manier bepalend voor hoe we reageren of hoe we in het leven staan.
Daarnaast ontwikkelen wij ons, leren iedere dag bij (als het goed is); en wij zijn alles behalve eeuwig; hoe broos is niet ons leven
Het heeft een begin en een einde, en hoewel wij door het volbrachte werk van de Here Jezus uitzicht hebben op een eeuwig leven bij Hem, ons bestaan hier is veranderlijk, onvolkomen en vergankelijk.

God echter is niets van dit alles.
Hij is niet onderhevig aan omstandigheden of gebeurtenissen, Hij is immers de Schepper van alles en Hij heeft alles in Zijn hand.
Er is niets in deze gehele wereld, eronder noch er boven, waar Hij geen weet van heeft, waar Hij niet bij is, of wat Hij niet veranderen kan of naar Zijn hand kan zetten.
Hoe duidelijk zien we dit immers niet op vele plekken in de Bijbel, zo ook hier bij Mozes.
God heeft een plan met Zijn volk, en Hij volvoert dit plan; zet het naar Zijn hand.
Alles gebeurd precies zoals Hij het wilt, zoals Hij heeft gezegd.
Soms lijkt het voor ons mensen alsof alles verloren is, alsof Hij ons niet ziet en ons maar door laat tobben, maar niets is hiervan waar.
Het volk Israël dacht dit ook toen Mozes kwam vertellen dat God hun nood had gezien en hen zou redden van de farao, maar de farao hen juist nog harder liet werken, hen het leven nog zwaarder en moeilijker maakte.
Toch bleek dat alles precies gebeurde volgens Gods plan en hoe hebben zij (en wij daardoor ook) niet kunnen zien, dat God juist is wie Hij zegt dat Hij is en dat Hij doet wat Hij zegt dat Hij zal doen.

En zoals God Zich bekend maakte aan Mozes en hem vertelde hoe hij Hem bekend mocht maken aan het volk Israël, zo maakt Hij Zich ook aan ons bekend, want Hij is onveranderlijk.
Hij is nog steeds dezelfde God, de ‘Ik ben die Ik ben’; de ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal’; de Schepper van hemel en aarde,  de God die ons heeft geschapen, van niets en niemand afhankelijk, maar is wie Hij is, en doet wat Hij zegt.

God -Jahweh- , …
O, hoe wonderlijk mooi is Zijn eeuwige Naam!


Onnoembaar aanwezig …
… deelt U mijn bestaan …

Onnoembaar aanwezig …
Onnoembaar, niet te benoemen, onmetelijke, met geen pen te beschrijven.
Er zullen nooit genoeg woorden of manieren zijn die kunnen weergeven hoe zeer Hij aanwezig is in ons leven.
En niet alleen aanwezig, Hij deelt werkelijk ons bestaan!
Niets gebeurd er waar Hij geen weet van heeft.
Al onze haren heeft Hij geteld en geen één daarvan zal verloren gaan.

‘… worden niet twee mussen voor een stuiver verkocht?- en niet één van hen valt neer op de aarde zonder uw Vader; maar van ú zijn zelfs alle haren op het hoofd geteld; …’
Mattheüs 10:30
(NB)

‘…maar geen haar van uw hoofd gaat verloren; …’
(Lucas 21:18
(NB)

‘… en zie, Ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’
Mattheüs 28:20
(NB)


Hoe adembenemend …
… ontroerend dichtbij …

Adembenemend …
‘It takes my breath away …’
Het ontneemt mij de adem …

Soms kan iets zo onvoorstelbaar zijn, zo indrukwekkend, zo buitengewoon, zo overweldigend, zo mooi of angstaanjagend, dat het ons de adem beneemt.
In het Oude Testament was God adembenemend angstaanjagend voor het volk Israël; Mozes moest maar hun woordvoerder zijn, want het volk was te bang voor God.
God was daar nog een God van heel veraf …

‘Heel de gemeente, als ze zien de donderstemmen, de bliksemschichten, de stem van de ramshoorn en de rokende berg; als de gemeente dat ziet, wankelen ze en gaan ver weg staan.
Ze zeggen tot Mozes: spreek jij met ons en we zullen horen; laat niet God met ons spreken, anders zullen we sterven!’
Exodus 19: 18,19
(NB)

Maar in de Here Jezus, door Zijn lijden en sterven voor onze zonden, is Hij dichtbij gekomen.
Zo ontzettend dichtbij …
Het ontneemt me de adem als ik bedenk dat Hij Zijn eigen Zoon overgaf voor mij om de straf, die ik had verdiend voor mijn zonden, op Zich te nemen.

Adembenemend …
Hij wist het welk lijden Hem te wachten stond …
Adembenemend is Zijn liefde voor ons …

‘Van toen af begon Jezus Zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel moest lijden door toedoen van de oudsten, de opperpriesters en de schriftgeleerden, dat Hij moest worden gedood  en op de derde dag door God worden opgewekt.’
Mattheüs 16:21
(GNB)

Adembenemend …
Zijn angst, Zijn strijd, Zijn gehoorzaamheid …
Adembenemend is Zijn liefde voor ons…

‘Hij raakte in doodsangst en Hij begon nog vuriger te bidden. Zijn zweet viel als bloeddruppels op de grond.’

‘Ik smeek U, vader, neem deze beker van Mij weg! Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt moet gebeuren.’
Lucas 22:44,42
(GNB)

Adembenemend is Zijn liefde voor ons …
De afwijzing, de immense pijnen die Hij moest lijden, moest doorstaan …
Verloochend door één van Zijn beste vrienden; vals beschuldigd; bespuugd, geslagen, gehoond, met doornen gekroond, gegeseld en weggeleid naar Golgotha om gekruisigd te worden voor onze zonden.

Adembenemend …
De zwaarte van Zijn lijden, de  eenzaamheid, Zijn sterven …
Adembenemend is Zijn liefde voor ons …

‘Al tegen twaalf uur in de middag werd het donker over het hele land; de zon was verduisterd tot drie uur toe … 

Eli, Eli, Lema sabachtani …  Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Toen scheurde het tempelgordijn middendoor en Jezus riep uit: ‘Vader, in uw handen beveel Ik Mijn geest.’

‘Het is volbracht!’

Toen Hij dat gezegd had, stierf Hij.’

Lucas 23:44,45a; Mattheüs 27:46, Lucas 23:45b,46a; Johannes 19:30b; Lucas 23:46b
(GNB)

Adembenemend …
Dat God, dat Jezus, dit voor mij, voor ons, overhad, wilde doorstaan …
Adembenemend is Zijn liefde voor ons …

‘Want God had de wereld zo lief dat hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.’
Johannes 3:16
(GNB)

En door dit alles zo dichtbij gekomen; ontroerend dichtbij!
Ontroerend: aangrijpend, hartverwarmend, indrukwekkend …

‘Nu wij dan een grote hogepriester hebben die door de hemelen is gekomen, Jezus, de zoon van God, laten wij dan aan deze belijdenis vasthouden; want wij hebben geen hogepriester 
die niet kan meelijden met onze zwakheden, maar een die evenzeer beproefd is geweest 
in alle dingen behalve de zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid komen tot de troon der genade, opdat wij ontferming verkrijgen en genade vinden tot hulp te rechter tijd.’
Hebreeën 4:14-16
(GNB)

‘Op Mijn verzoek zal de Vader jullie een ander zenden om jullie bij te staan, Iemand die altijd bij jullie blijft: de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet of kent. Maar jullie kennen Hem, want Hij woont bij jullie en zal in jullie zijn.’
Johannes 14:16,17
(GNB)

‘… en door die Geest roepen wij tot God: Abba, Vader!’
Romeinen 8:16
(GNB)

Ontroerend dichtbij …
Abba!
Papa!


Ik ben …
… Ik zal er zijn!

Ik zal er zijn!
De grote, ontzagwekkende ‘Ik ben die Ik ben’, die zal er altijd zijn, voor jou, voor mij, voor ons!
In elke omstandigheid en in elke situatie.
Hoe we ons ook voelen, wat we ook wel of niet ervaren, wat we wel of niet zien, Hij is er en zal er zijn.
Hij is erbij als we verdriet hebben, of nachten wakker liggen van de pijn.
Hij is erbij als we te horen hebben gekregen dat we ernstig of ongeneeslijk zijn; als we in rouw is gedompeld.
Hij is erbij als we geboren worden, als we opgroeien, trouwen, kinderen krijgen, sterven.
Hij is bij ons elk moment van ons leven; nooit laat Hij ons alleen!

‘Ik was voor U niet verborgen toen ik in dat duister groeide, als in het binnenste van de aarde. U zag mij toen ik nog geen vorm had, en al de dagen van mijn leven waren al vastgesteld, al geschreven in Uw boek voor er één enkele was aangebroken.’
Psalm 139:15,16
(GNB)

‘Ik droeg je vanaf je prilste bestaan, Ik nam je op de arm vanaf je geboorte. En Ik blijf je dragen tot je oud en grijs bent. Ik heb het gedaan en blijf het doen: Ik neem je op de schouders, Ik red je.’
Jesaja 46:3b, 4
(GNB)

‘Verborgen aanwezig, deelt U mijn bestaan …’

‘Wie zal ons scheiden van de liefde van de Gezalfde?- verdrukking of nood of vervolging 
of honger of naaktheid of gevaar of een zwaard?



Ja, ik ben er zeker van dat noch dood noch leven noch engelen noch overheden noch bestaande toestanden noch toekomstige noch machten noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte zal zijn ons te scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus, onze Heer.’
Romeinen 8:35,38,39
(NB)


‘O Naam aller namen, aan U alle eer!’ 





dinsdag 28 juli 2015

Dat ik U toch zo mag noemen!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (104)

‘Zou U, o God, werkelijk op aarde kunnen wonen?
Het heelal kan U niet eens omvatten, 
laat staan de tempel die ik voor U heb gebouwd.’

2 Kronieken 6:18
(1 Koningen 8:27,28)
GNB

‘… en door die Geest roepen wij tot God: Abba, Vader!’
GNB
‘… door Wie wij roepen: Abba, Vader!’
HSV

Romeinen 8:15


Vanmorgen las ik een paar hoofdstukken uit 2 Kronieken.
De bovenaanstaande Bijbeltekst is een vers uit het gebed van koning Salomo dat hij uitsprak nadat God in al Zijn majesteit bezit had genomen van de tempel. (2 Kron. 5:14)
Andere vertalingen spreken van de ‘heerlijkheid des Heeren’ of de ‘glorie van de Ene’.
Dit moment, het moment dat God de tempel innam als ‘Zijn woning’, was zo ontzagwekkend groots, dat de dienstdoende priesters er niet bij konden blijven staan om hun dienst te verrichten.
Het is na dit moment dat Salomo zijn gebed (Hoofdstuk 6) begint uit te spreken.
En in vers 18 komen  dan de woorden:
‘Zou U, o God, werkelijk op aarde kunnen wonen?
Het heelal kan U niet eens omvatten, 
laat staan de tempel die ik voor U heb gebouwd.’

Dit vers zet mij even stil, en doet mij opnieuw beseffen hoe groot onze eigenlijk God is.
‘Het heelal kan U niet eens bevatten, laat staan …!’
Met dat ik hier bij stilsta en over nadenk, komt de volgende gedachte bij mij binnen: ‘En deze God mag ik Abba, Vader, noemen!’

Is dat niet indrukwekkend?
Geen teken van Zijn grootheid?

Ik word (en werd) hier stil van …


Abba, Vader, …
Dat ik U toch zo mag noemen!
U, die zo groot bent,
zo hoogverheven,
zo vol heerlijkheid en luister.

Abba, Vader, …
Dat ik U toch zo mag noemen!
Het heelal kan U niet eens bevatten,
en toch wilde U wonen in een tempel;
ja, zelfs in ons mensen, in ons hart.

Abba, Vader, …
Dat ik U toch zo mag noemen!
Heer Jezus, vol diep ontzag
buig ik mij voor U neer, want U
maakte dit mogelijk voor mij.


donderdag 23 oktober 2014

God van Trouw

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (103)

Ik zal Me houden aan de eed die Ik je vader Abraham gezworen heb.
Want Abraham heeft naar Mij geluisterd en zich gehouden aan Mijn regels , Mijn geboden, Mijn voorschriften en Mijn wetten.

Genesis 26:3b,5

Als ik deze week (nav. mijn ‘Stille Tijd-kalender’) een aantal hoofdstukken uit het Bijbelboek Genesis lees, word ik getroffen door de trouw van God die erin doorklinkt.
Als ik bij hoofdstuk 26 kom en het doorlees, treft mij gewoon de enorme trouw van God.
Als in een flits gaan de woorden door mij heen: God van trouw, God     van     trouw!
Het raakt me als ik lees hoe God aan Isaak verschijnt en met hem spreekt, en hem belooft dat Hij Zich zal houden aan de eed die Hij aan zijn vader Abraham heeft gezworen, en dat Hij dat doet omdat Abraham naar Hem geluisterd heeft en zich aan Zijn regels heeft gehouden.
Het bemoedigt me, want het zegt iets over hoe God is, het zegt iets over Zijn karakter.
Het vertelt me dat Hij betrouwbaar is en dat ik op Hem kan vertrouwen.

Als ik ga kijken naar de betekenis van het woorden ‘trouw’ en ‘betrouwbaar’, dan kom ik bij beiden het woord ‘getrouw’ tegen.
En als ik daarnaar toe gaat en lees wat er staat, word ik stil.
Als vanzelf zet ik de woorden ‘God is …’ ervoor …

God is Betrouwbaar.
God is Eerlijk.
God is Loyaal 
God is Nauwgezet.
God is Onveranderlijk. 
God is Trouw. 
God is Toegedaan. 
God is Toegewijd. 
God houdt Zich stipt aan iets.
God houdt Zijn woord. 

Met andere woorden: God houdt Zich aan wat Hij ooit heeft afgesproken!
Je kunt op Hem rekenen!
Hij is niet wispelturig of veranderlijk als de mens.
God is trouw!

Zijn wegen mogen dan voor ons vaak niet te begrijpen zijn en vele vragen zullen in  ons leven boven komen waar we geen antwoord op zullen krijgen, maar eens zullen we zien, zullen we weten, zullen we kennen.
Al wat Hij van ons vraagt is dat we net als Abraham, Isaak en Jacob geloven en vertrouwen op Hem, op Zijn woord, op Zijn beloften, op wie Hij is, namelijk:
een God van trouw.
En dat maakt dat ik het lied ’God van trouw’ met mijn hele hart kan meezingen, want ik wil het uitzingen dat Hij trouw is en onveranderlijk, het mezelf zo ook voorhouden.
Het maakt, dat ik steeds het  opnieuw, keer op keer, naar Hem uitroep, want ik weet dat Hij er is, mij hoort, en mij zal helpen.
Hij is mijn Rots en Het Anker in de stormen van mijn leven.
Op wie anders dan op Hem alleen kan ik mijn hoop stellen?
Hij, en Hij alleen is betrouwbaar, getrouw, te vertrouwen.
Hij is: een God van Trouw.


God van trouw,
U verandert nooit.
Eeuwige, U mijn vredevorst.
Aller Heer, ik vertrouw op U.
Heer, ik roep tot U,
opnieuw en opnieuw.
Heer, ik roep tot U,
opnieuw en opnieuw.

U bent mijn rots wanneer ik wankel,
U richt mij op wanneer ik val.
Dwars door de storm
bent U Heer, het anker;
ik stel mijn hoop alleen op U.

donderdag 26 juni 2014

Gelukkig wie bij de Heer bescherming zoeken

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (102)

Gelukkig wie bij de Heer bescherming zoeken.

Psalm 2:12


Als ik mijn bescherming zoekt bij de Heer, ben ik gelukkig omdat:

Hij beschermt mij; Hij is een schild, een rots, een vesting, een toevlucht. (Ps. 3)
Hij geeft mij rust en veiligheid. (Ps. 4)
Hij zegent mij, en beschermd mij liefdevol als een schild. (Ps. 5)
Hij bevrijdt mij mits ik oprecht ben; Hij is een rechtvaardige Rechter.  (Ps. 7)
Hij laat mij niet in de steek.(Ps. 9)
Hij is betrouwbaar. (Ps. 12)
Hij is liefdevol, brengt redding en vreugde. (Ps. 13)
Hij geeft goede raad; Hij is aan mijn zijde en wijst mij de weg naar het leven. (Ps. 16)
Hij geeft antwoord, schenkt aandacht aan mijn woorden; Hij luistert naar wat ik te zeggen heb. (Ps. 17)
Hij is mijn sterkte, mijn bolwerk, mijn machtige bevrijder;
Hij hoort mij, helpt mij en houdt mij staande; Hij is sterk als een rots, geeft overwinning;
Hij is Volmaakt. (Ps. 18)
Zijn richtlijnen zijn volmaakt en geven levenskracht; Zijn woord is zuiver en betrouwbaar, en blijft voor altijd gelden. (Ps. 19)
Hij verhoort, verricht grote daden en brengt bevrijding. (Ps. 20)
Hij vergeeft, wijst mij de weg die ik moet gaan, geeft mij raad en ziet mij waar ik ook ben. (Ps. 32)
De hemel getuigt van Zijn wonderen; de engelen roemen Zijn trouw.
De hemel en aarde zijn van Hem, de wereld met al haar bewoners; Hij zette haar onwrikbaar vast. (Ps. 89)
Hij is koning en bekleed met het hoogste gezag, met macht en majesteit.
Hij is er vanaf het eerste begin. (Ps. 93)
Hij is de Allerhoogste God. (Ps. 97)
Eeuwig duurt Zijn liefde. (Ps. 136)
Hij kent en doorgrond mij; is voor en achter mij, ja, Zijn hand ligt op mijn schouder.
Hij weefde mij in de schoot van mijn moeder, zag mijn vormeloos begin.
Zijn gedachten zijn diep en oneindig in getal. (Ps. 139)
Alles raakt verzadigd als Hij Zijn hand opent.
Alles wat Hij doet is rechtvaardig en uit alles blijkt Zijn liefde.
Op wat Hij zeg, kun je vertrouwen. (Ps. 145)
Er is niemand bij wie ik meer bescherming vind dan bij Hem.
Er is niemand die meer om mij geeft, meer voor mij zorgt, dan Hij.
Er is niemand groter, niemand sterker, niemand machtiger dan Hij.
Ja, ik ben gelukkig, omdat ik mijn bescherming heb gevonden bij Hem.
Dank U wel, Heer God Almachtig; ik prijs Uw Naam!

zondag 30 maart 2014

Mijn God, mijn Rots

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is...    (101)


Aan het einde van elk Hoofdstuk van het boek ‘Zingen in de nacht’ van Anneke Companjen (zie: Reading Challenge), staan vragen ter overdenking.
Echt maken doe ik deze vragen niet, maar lees ze wel.
Maar door vraag 4 van hoofdstuk 4 word ik toch even stilgezet en geraakt en met name door de eerste tekst die ter overdenking is gegeven in deze vraag.
Een tekst, die ik al zo vaak heb overgeschreven, maar die opnieuw vol binnenkomt en mijn hart doet overstromen van liefde voor mijn Heer en God.
En ik bedenk mij, dat deze ook weer heel goed past in mijn rijtje van ‘Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is.

Misschien heb ik hem al eerder genoemd in één van de stukjes die onder dit label staan, maar dat is niet erg.
We kunnen ons nooit genoeg Gods woorden voor ogen houden en eigen maken.
Het bedenken wie Hij is, geeft kracht en maakt ons sterk.
Helpt ons om staande te blijven in tijden van moeiten en zorgen.
En zoals de verhalen van het Boek ‘Zingen in de nacht’ ons laten zien, in tijden van verdrukking en vervolging.
En laten we vooral niet denken dat het ver van ons bed is, de tijden veranderen!

De vraag:
Als er in het Oude Testament over een ‘rots’ wordt gesproken, verwijst de Bijbel eigenlijk naar een rots die zo hoog is als een berg met een onneembare burcht bovenop de top.
Natuurlijk is onze God groter en sterker, maar dat was in die tijd de beste en krachtigste beeldspraak die men kende.
Lees de volgende Bijbelgedeelten en denk na over wat het voor u betekent dat God uw rots is.
Psalm 18:2-4
Psalm 31:2-6
Psalm 71:1-4
Jesaja 26:4
Jesaja 44:6-8

Pas later lees ik de andere teksten, want in eerste instantie kom ik niet verder dan Psalm 18:2-4.

Ik heb U hartelijk lief, HEERE, mijn sterkte.
De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder,
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem,
mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting.
Ik riep de HEERE aan, Die te prijzen is,
en werd verlost van mijn vijanden.

In mijn hart wellen de woorden omhoog:
‘Ja, Heer, U heb ik lief, door U sta ik sterk!’
Ja, U bent mijn rots, mijn burcht, mijn bevrijder!
U bent mijn God, mijn rots, tot U neem ik mijn toevlucht,
bij U schuil ik.’

In één oogopslag zie ik weer voor me hoe ik er aan toe was, slechts enkele jaren geleden en wie ik nu ben, waar ik nu sta en opnieuw ervaar ik de waarheid van deze woorden.
Door U sta ik sterk!
Door U, door U alleen, en door niemand anders!
U riep ik aan en U bevrijdde mij!
U bent de Hoorder der Gebeden!
U doet wat U beloofd!

En mijn gedachten gaan naar de preek van vanmorgen, waar gesproken werd over dat God Zijn beloften houdt en dat wij daar op mogen vertrouwen, op mogen gaan staan, vanuit moeten leven.
Gods belofte aan Abraham; het duurde ‘even’, maar God hield Zijn belofte!
Gods belofte aan Izak, het duurde ‘even’, maar God hield Zijn woord!
Gods belofte aan Eva, het duurde ‘even’, maar God volvoerde Zijn plan!

Ja, wij willen inderdaad vaak een snelle verhoring van onze gebeden, van Gods beloften, we zijn vaak zo ongeduldig in ons wachten en proberen het dan vaak maar zelf in te vullen, met alle gevolgen soms van dien.
Maar God wil dan we leren om op Hem te vertrouwen, ons leven te bouwen op Hem, de Rots.
Het liedje ‘Een dwaas man bouwde zijn huis op het zand – Een wijs man bouwde zijn huis op een rots’ schiet door mijn hoofd.

Een rots, massief, sterk, onwrikbaar, stevig, vast.
God, sterk, betrouwbaar, altijd Dezelfde, het begin en het einde, de Almachtige, de Eeuwige, alles is in Zijn hand!

Ik ervaar in mijn hart hoe vast de grond is onder mijn voeten als ik deze woorden uitspreek.
Niet alleen maar lees, maar ze uitspreek als een feit, ze proclameer.
Deze woorden als het ware de onzichtbare wereld in slingert, en degene die mij zo graag aan het wankelen wil brengen achterover doet slaan.

U, HEER, heb ik lief!
Door U sta ik sterk!
U bent mijn rots, mijn burcht, mijn bevrijder!
U bent mijn God, mijn rots, tot U neem ik mijn toevlucht,
bij U schuil ik.

Gesterkt door Uw woord mag ik deze week ingaan.
Bouwend op de Rots, schuilend in de spleet van de Rots.
Wetend, dat Hij mijn kracht en sterkte is en elke dag voor mij zorgt.

Mijn God, U bent de rots waarop ik bouw.
U bent de HEER, van wie ik zoveel hou.
U bent mijn schild, mijn bevrijder, mijn toevluchtsoord;
de Betrouwbare, Die Zich houdt aan Zijn woord!

Mijn God, U bent de rots bij wie ik schuil.
De Vader, Die de tranen droogt die ik huil.
U bent mijn sterkte, mijn hulp en mijn kracht.
Ja, van U, en U alleen is alle macht!


zondag 19 januari 2014

Spreken en loven

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (100) 

Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken,
alle vlees zal Zijn heilige Naam loven,
voor eeuwig en altijd.

Psalm 145:21


In onze gemeente is het de gewoonte om voor aanvang van de dienst, voor in de zaal, een korte bidstond te houden.
Iedereen is vrij om erbij te komen zitten en mee te bidden.

Vanmorgen begon de dienstdoende oudste deze bidstond met het lezen van Psalm 145; een Psalm om God te prijzen om Zijn grootheid.
Tijdens deze tijd van gebed kwamen het volgende gebed in mijn gedachten:

'Heer,
open onze ogen,
opdat we Uw grootheid
zullen zien.

Open ons hart,
opdat we Uw grootheid
zullen indrinken.

Open onze mond,
opdat we van Uw grootheid
zullen spreken.'

Wat een geweldig mooi begin van een dienst, begin van een zondag!
Deze Psalm laat ons zien om Wie het draait en onze oudste riep ons ook op om gedachten, gevoelens, omstandigheden opzij te zetten en ons te richten op Hem.

Soms kunnen onze omstandigheden ons zo in beslag nemen, dat het moeilijk is om onze aandacht op God te richten.
Soms overheersen onze gedachten en gevoelens zo, dat we onze aandacht maar niet op Hem gevestigd krijgen.
Als we echter Psalm 145 lezen worden we duidelijk bepaald bij wie Hij is, zoveel laat deze Psalm ons zien over Hem.

* God is zo groot, Hij is niet te doorgronden.
* Hij is genadig en barmhartig (ontfermend), geduldig en groot van goedertierenheid (liefde).
* Hij is goed voor iedereen en Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken; Hij ontfermt Zich over heel Zijn schepping.
* Zijn koninkrijk is voor alle eeuwen en is vol luister en heerlijkheid.
* Hij ondersteunt allen die vallen en die gebukt gaan, richt Hij op.
* Hij geeft voedsel op Zijn tijd; als Zijn hand zich opent, wordt alles wat leeft verzadigd.
* Hij is rechtvaardig in alles wat Hij doet en goedertieren (liefdevol) in alles Zijn werken, in alles wat Hij doet.
* Hij is iedereen nabij, die Hem in waarheid, met een oprecht hart, aanroept.
*Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen; Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.
* Hij bewaart iedereen die Hem liefheeft; goddelozen vaagt Hij weg.

David kan niet anders dan Hem prijzen,  Hem danken, elke dag.
Zijn Naam in ere houden en vol lof spreken van Hem.
En hij roept iedereen op om hetzelfde te doen.

God prijzen, groot maken, loven, eren.
Van generatie op generatie Hem roemen.


Heer, U reinigt harten
en vergeeft zonden.
U redt en verlost 
van de dood.
U richt op
en heelt wonden.
Troost en bemoedigt;
bent nabij in elke nood.

Heer, U bent vol liefde
en barmhartigheid.
U bent genadig,
en geduldig.
U bent trouw
en vol goedheid.
U bent elke dag 
onze lofprijs waardig.


dinsdag 31 december 2013

How great Thou art - Hoe groot zijt Gij!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (99) 


O Lord my God, When I in awesome wonder,
Consider all the worlds Thy Hands have made;
I see the stars, I hear the rolling thunder,
Thy pow'r thru'out the universe displayed.

Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art.
Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art!

And when I think, that God, His Son not sparing;
Sent Him to die, I scarce can take it in;
That on the Cross, my burden gladly bearing,
He bled and died to take away my sin.

When Christ shall come, with shout of acclamation,
And take me home, what joy shall fill my heart.
Then I shall bow, in humble adoration,
And then proclaim: "My God, how great Thou art!"

De laatste dag van het jaar is aangebroken.
Het vuurwerk knalt aan alle kanten, terwijl het bovenstaande nummer zachtjes klinkt op mijn laptop.
Eén van mijn favoriete songs, waarbij mijn hart zich vult met blijdschap en mijn gezicht als van zelf lijkt te gaan stralen zodra ik de woorden meezing.
(en dan maakt het niet uit of het in het Nederlands is of in het Engels)
Het kan ook eigenlijk niet anders, want laten we eerlijk zijn, als we toch kijken naar wie God is, naar wat Hij heeft gedaan en naar wat Hij nog zal gaan doen, dat hebben we als Zijn kinderen toch het meest fantastische vooruitzicht!

Dit lied doet mij even alle moeiten en zorgen vergeten doordat het zich zo richt op de grootheid van God.
Het wendt mijn blik af van alles wat er speelt in mijn/ons leven, alles wat er gebeurt, alle onzekerheden en het tilt mij als het ware op en brengt mij boven alle omstandigheden, in een soort laag tussen hemel en aarde waar alleen Hij en ik zijn en verder even niets anders.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Zodra ik de woorden begin te zingen ‘O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht. Het sterrenlicht, het rollen van donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht’, is het alsof mijn ziel wordt opgetild en ik kom in Zijn tegenwoordigheid vol liefde en vrede.
Ik weet niet hoe ik het anders zou moeten omschrijven.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Alles alleen maar mogelijk door het volbrachte werk van de Here Jezus.
Nauwelijks te bevatten dat God Zijn eigen Zoon gaf om te sterven voor mijn zonden.
Dat Jezus, geheel vrijwillig, aan het kruis mijn zonden op Zich nam en stierf voor mij.
Zijn bloed vloeide opdat ik gered zal zijn.
Zijn bloed vloeide opdat ik straks met Hem mee mag, Zijn heerlijkheid in.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!
Ja, HEER, hoe groot zijt Gij!

In gedachten kniel ik uit volle eerbied voor Hem neer en mijn hart stroomt over van liefde en dankbaarheid voor Hem, die mijn Koning is en mijn HEER.



zaterdag 21 december 2013

Dienen en geven

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (98)

… zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

Mattheüs 20:28


Nog slechts een paar dagen en bijna wereldwijd wordt het kerstfeest gevierd.
De etalages, de huizen, zowel binnen als buiten, zijn rijkelijk, soms zeer rijkelijk, versierd.
In vele huizen staat de kerstboom al een paar weken en de tuincentra’s doen goede zaken met weer nieuwe en nog mooiere kerstversieringen.
Je kunt het zo gek nog niet bedenken of het is er.
De folders die je in deze dagen door de deur krijgt, staan overvol met delicatessen, het één nog luxer dan het ander.
En menig recept komt ook voorbij deze dagen; je hoeft je haast niet af te vragen wat je wilt gaan eten, want ideeën zijn er genoeg.
Mensen nodigen elkaar uit, want laten we eerlijk zijn, kerst is immers ook een ‘familiefeest’.

Tja, …
Ook dit jaar vraag ik me af wat de Here Jezus hier Zelf nu van zal denken als Hij dit allemaal zo aanziet.
Hoe schril is het contrast met de stal en de kribbe!
Er was voor Hem geen plaats in de herberg, iemand had alleen nog een lege stal over, die mochten zijn ‘vader’ en moeder wel gebruiken.
Geen mooie, luxe wieg, maar een voerbak voor de dieren werd Zijn eerste bed.
En slechts een paar doeken werden Zijn eerste kleren.

Hoe vreemd is het eigenlijk ook dat dit zo uitbundig wordt gevierd, en dat het Paasfeest niet meer is dan een paar vrije dagen?
Velen weten immers niet eens meer wat het Paasfeest eigenlijk inhoudt.
Al vraag ik me af, als ik zo om me heen kijk, of mensen ook nog wel weten waar het met Kerst om draait.

Want het is meer dan het kindje in de kribbe.
Het is meer dan de herders in het veld, het engelenkoor in de lucht, en het snel naar Bethlehem gaan om te knielen bij de kribbe.
Het is meer dan de ster, die de wijzen uit het Oosten vertelde van de Koning die was geboren.
Het is meer, omdat wij weten mogen, dat dit Kindje in de kribbe, kwam om te dienen en Zijn leven te geven om ons te redden.
Hij verruilde de heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader, voor een wereld die verloren is in schuld.

Hij kwam niet om als een vorst op aarde te leven, Hij kwam om aan ons mensen gelijk te worden.
Ja, nog meer, Hij nam de gestalte van een dienstknecht aan.
Hij waste de voeten van Zijn discipelen, een karweitje van de laagste bediende.
Hij stierf aan het vloekhout zodat wij gered kunnen worden en voor eeuwig met Hem kunnen leven in een wereld waar geen pijn en verdriet meer zal zijn, geen rouw, geen tranen, geen dood.

Achter de kribbe staat levensgroot het kruis.
Hij kwam om Zijn leven, Zijn ziel te geven voor jou en mij.
Wat blijft er over van onze Kerst, als we alles van deze tijd weghalen?
Wat houden we nog over als we de lampjes, de kaarsen, het lekkere eten, de versieringen, alle entourage, weghalen.


Wat doet het ons, als alleen nog de kribbe overblijft?
Zien we dan pas weer het kruis, of konden het kruis toch nog zien ondanks alle bergen versiering en eten?

En zien we hierin nog hoe indrukwekkend groot onze God is, dat Hij dit allemaal, tot in de puntjes, ja, tot in perfectie heeft geregeld.
Elk onderdeel, elk detail.
Van Adam en Eva tot Abraham en Sarah, van koning David tot Ruth en Boaz, van Zacharias, Elisabeth en Johannes tot Jozef en Maria.

Hoe groot is God voor ons deze kerst?

maandag 16 december 2013

Verwachten

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (97)

Verwachten
Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?

Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?

En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?

En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?

Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.

Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.

Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.

Voor de jaarlijkse Kerstavond voor Vrouwen in onze gemeente had ik dit bovenstaande gedicht geschreven.
De voorbereidingen dit jaar voor deze avond gingen niet echt van een leien dakje; we hebben heel wat af gepraat, gedacht en gebeden.
Ook met het gedicht wist ik in eerste instantie totaal niet welke kant ik op moest gaan.
Verwachten, het thema lijkt zo simpel, maar om er handen en voeten aan te geven was duidelijk lastiger en veel moeilijker dan ik ooit had gedacht.
Het heeft me heel wat slapeloze uren gekost.
Maar het was ook in deze slapeloze uren, toen ik uit frustratie maar naar beneden was gegaan voor een beker warme melk, dat God mij ineens de richting wees voor het gedicht en mij deze namen in gedachten gaf.
En met deze namen, het zien naar hun leven en de vragen die in mij opkwamen, raakte ik opnieuw onder de indruk van de grootheid van God.

Want al zondigde Adam en Eva, door te luisteren naar de slang en te eten van de Boom van Goed en Kwaad, God redde hen (en daarmee ons) door hen te verbannen uit het Paradijs, zodat zij niet konden eten van de Boom des Levens.
Denk je eens in hoe dat geweest zou zijn!
Voor eeuwig leven hierop aarde, omgeven door ziekte, pijn, verdriet, moeiten, zorgen, dood, zonder uitzicht op ooit wat anders!
En God redde hen en ons niet alleen hiervan, Hij gaf hun ook nog de belofte dat er Iemand zou komen om alles wat zo fout was gelopen, weer in orde te maken.
Te midden van alle ellende die was voortgekomen uit hun keuze, was God daar en gaf hen toch nieuwe hoop, nieuwe verwachting.

En Abraham?
Hij en Sara zullen niet hebben verwacht dat ze zolang zouden moeten wachten op de door God beloofde zoon, en Abraham zal zeker niet hebben verwacht dat God hem vervolgens ook nog eens zou vragen om diezelfde zoon te offeren.
Wat hebben ze niet geprobeerd om Gods belofte aan hen zelf te vervullen?
Hagar, Ismaël …
En toch, God vergaf en volvoerde Zijn plan, ondanks ongeduld, ondanks zelf invullen, ondanks ongeloof.

En dan die jonge jongen, David, door zijn vader vergeten toen Samuël kwam en vroeg naar zijn zoons.
Een simpele herdersjongen die op jonge leeftijd al tot koning werd gezalfd, maar die door heel wat heen moest voordat hij die troon kon betreden.
Goliath, Saul, Akis, Siklag, Jonathan, Mikal, Bathseba, Uria, Nathan, Absalon, …
Een jongen die man werd, mens was als jij en ik, maar die God noemde een ‘Man naar Mijn hart’ en uit wiens geslacht God de Redder van de wereld deed voortkomen.

Maria, nog een jong meisje, verloofd, maar met een hart dat volledig aan God was toegewijd: ‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.’
Ze besefte een gezegende vrouw te zijn door God uitgekozen om de moeder te worden van de Redder van de wereld, maar welk een pijn en verdriet zal zij als moeder niet hebben gevoeld en ervaren met alles wat de mensen haar Zoon aangedaan hebben.
Hoe zal haar moederhart niet uit elkaar gescheurd zijn, toen haar Zoon aan het kruis werd genageld om de wereld te kunnen redden.
En wat zal er niet door haar heen gegaan zijn toen zij Hem weer ontmoette een paar dagen na Zijn dood; toen Hij weer opvoer naar de hemel om voor ons een plaats te bereiden …

Dwars door het leven van al deze mensen (en nog vele anderen) heen, laat God zien dat Hij niet alleen iets belooft, maar dat Hij ook doet wat Hij beloofd.
Dat Hij Zijn plannen volvoert, en dat Hij de fouten/zonden die wij daarin begaan, vergeeft – vergeven wilt.
Dat Hij in alles onze redding voor ogen heeft, omdat Hij zoveel van ons houdt!
Vanaf het allereerste begin dat er iets fout ging tot de laatste ademtocht van de mens, is Hij er op gericht om de mens te redden.
Zijn liefde voor ons mensen weerklinkt, en is zichtbaar, in de leven van al deze mensen.
Zij maken deel uit van de wolk van getuigen die God ons gegeven heeft om zichtbaar te maken dat Hij betrouwbaar is, vol genade, liefde en trouw.

Onze verwachtingen zijn vaak zo anders dan Zijn gedachten en de wegen die Hij gaat, maar als we op Hem blijven vertrouwen, al begrijpen we niets van de dingen die gebeuren – hemelse stilte, tegenslag, ziekte, geen genezing, verdriet, pijn, moeiten, enz. … - , we zullen nooit worden teleurgesteld.
Zoek je kracht in de Heer en laat Zijn vrede en liefde je hart doorstromen.
En zie daarbij vol verwachting uit naar de dag dat Jezus terug zal komen.

Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden,
afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt.
En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt,
terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.
Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld,
het kruis verdragen en de schande veracht
en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.

Hebreeën 12:1,2

vrijdag 22 november 2013

Hij redt!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is  ...    (96)

Wie vertwijfeld zijn, is Hij nabij;
Hij redt wie alle moed verloren.

Psalm 34:19

Toen vanmorgen deze tekst er voor mij uitsprong toen ik mijn Bijbel opensloeg, moest ik denken aan het verhaal van Hagar en Ismaël.
In gedachten zag ik haar zitten in de snikhete zon in de woestijn.
Een gebogen hoofd boven een paar schokkende schouders, terwijl het geluid van een eenzaam, schreeuwend, stervend kind door merg en been gaat.
Het beeld van een wanhopige vrouw komt op mijn netvlies; vertwijfeling en totale moedeloosheid stralen van haar af.

Hoe wanhopig moet zij wel niet zijn geweest?
Hoe vertwijfeld zal zij zich wel niet hebben gevoeld?
Had zij niet alle reden om de moed te verliezen?

Wat een speelbal was zij eigenlijk in de handen van haar meesteres.
Goed genoeg om eerst voor een nakomeling te zorgen, en vervolgens afgedankt.
Weggestuurd, samen met haar kind de woestijn in, omdat de meesteres niet wil dat haar eigen kind, dat zij uiteindelijk toch nog gekregen heeft, de erfenis moet delen met het kind van haar slavin.
Water dat langzaam opraakt, waardoor ze lijdzaam moet toezien hoe haar kind sterft van de dorst.

Voel de brandende hitte van de meedogenloos schijnende zon.
Hoor hoe het kind smeekt om water.
Zie hoe zijn lipjes openbarsten van de dorst.
Proef de wanhoop van de moeder als zij haar kind onder een struik legt om het daar te laten sterven en zie hoe zij alle moed verliest en een eind verderop gaat zitten wachten, tot dat …
Zie hoe zij alle moed verliest; hoe haar schouders schokken van het huilen om haar kind dat schreeuw, en schreeuwt, en schreeuwt …

Maar God is nabij, Hij hoort het geschreeuw van het kind en het laat Zijn hart niet onbewogen.
Hij kent Hagar’s verhaal, Hij weet wat er is gebeurd.
Hij ziet haar, hoort haar en steekt Zijn reddende hand naar haar uit.
En een engel spreekt: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bang, God heeft de jongen gehoord, daar onder die struik. Ga naar hem toe, neem hem in je armen en houdt hem stevig vast. Ik zal van zijn nakomelingen een groot volk maken.’

Hagar, een slavin.
Ismaël, een buitenechtelijk kind.
Abraham, de stamvader van Israël.
Sara, zijn vrouw.
Izaäk, de erfgenaam.

En toch …
Hoewel God speciale plannen heeft voor Abraham en zijn nageslacht, zijn Hagar en Ismaël voor Hem van net zoveel waarde.
Zijn plannen voor hen zijn anders, hun toekomst is anders, maar Zijn bewogenheid en liefde voor hen is hetzelfde.

Hagar was vertwijfel, maar God was haar nabij.
Hagar had de moed verloren, maar God redde haar en haar zoon.
Misschien ben jij ook vertwijfeld en heb je net als Hagar alle moed verloren, weet dan, dat onze God zo groot is, dat Hij ook jou hoort en ziet.


Genesis 16
Genesis 21:1-21

dinsdag 12 november 2013

Wat zien wij?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (95)

Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde.

Handelingen 7:55

Als ik vanmorgen door mijn Stille Tijd (Johannes 14:16,17) stilgezet wordt bij de Heilige Geest die ons gegeven is, ga ik naar het Bijbelboek ‘Handelingen’.
Ik blader wat, lees hier daar wat stukjes en blijf steken bij het verhaal van Stefanus.

Stefanus, die wordt uitgekozen en de verantwoording krijgt over uitdelen van het voedsel aan zowel de Griekssprekende Joden als de Hebreeuwssprekende Joden, zodat de apostelen zich bezig kunnen blijven houden met de verkondiging van Gods woord, waartoe zij geroepen waren.
Stefanus, vol van de Heilige Geest, verrichtte grootste dingen en wonderen onder het volk, waardoor sommigen in verzet kwamen.
Ze gingen een discussie met hem aan, maar konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waardoor hij sprak.
Of het nu boosheid was, jaloezie, of beiden, het dreef hen tot waanzin en ze kochten een paar mannen om, die een vals getuigenis tegen hem aflegde.
En zo hitsten zij het volk, de oudsten en schriftgeleerden tegen hem op en ze sleurden hem mee en brachten hem voor de Hoge Raad, waar het valse getuigenis tegen hem werd afgelegd.

Het eerste dat mij zo bijzonder raakt is het laatste gedeelte van vers 15 van hoofdstuk 6 uit Handelingen, waar staat: … en zij zagen een gezicht als van een engel.
Stefanus was zo vol van Gods Geest, dat het zichtbaar was voor een ieder die hem zag.
Automatisch gaan mijn gedachten naar Jezus en Mozes.
Jezus, die op de berg, voor de ogen van zijn discipelen van gedaante veranderde; Wiens gezicht toen straalde als de zon en Wiens kleren wit werden als het licht. (Matth. 17:1,2)
Mozes, die toen hij terugkeerde van de berg met de twee stenen tafelen die hij van God had ontvangen, zijn gezicht moest bedekken, omdat het volk het niet aankon om zijn gezicht dan te zien. (Ex. 34:29,30)

De volheid van Gods Geest; de grootheid van God zichtbaar door hen heen voor iedereen die hen ziet …

Als dan de hogepriester aan Stefanus vraagt of alle beschuldigingen waar zijn, begint Stefanus helemaal niet met het weerleggen van alle valse beschuldigingen.
Vanuit ons mens-zijn, zouden we direct in de verdediging springen en het moment dat ons gegeven wordt om te spreken direct benutten om van leer te trekken tegen al die valse beschuldigingen.
We zouden voor onszelf opkomen om met alles wat in ons is de ander te overtuigen van onze onschuld.
Maar Stefanus doet niets van dit alles; hij spreekt geen enkel woord dat hem ook maar vrij zou kunnen pleiten van de beschuldigingen.
Hij doet zijn mond open en getuigt door de Heilige Geest van wie God is en van wat Hij heeft gedaan.
Van Abraham tot Jacob, van Jozef naar Mozes, van Salomo naar Jezus.
Door de Heilige Geest geleid, legt hij de slechtheid van hun hart bloot en ze worden razend.
Maar Stefanus ziet niets anders dan de heerlijkheid van God, en Jezus aan Zijn rechterhand.
Hij kan niet zwijgen en getuigt van wat hij ziet; en al slepen ze hem zodra hij is uitgesproken mee om hem te stenigen, hij valt op zijn knieën en bidt, net als Jezus, voor hen die hem doden: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest en vergeef hen deze zonde.’

Aan de ene kant zo onbegrijpelijk voor ons mensen; hoe kan God dit toelaten?
Iemand die zulk goed werk deed, zoveel betekende, zoveel wijsheid bezat, zo …
Maar aan de andere kant de enorme grootheid van God, van Zijn wijsheid die ons verstand te boven gaat.

God die in controle is, waardoor Stefanus alle tijd en ruimte heeft om te zeggen wat God wil dat er gezegd wordt.
God, die dan pas ruimte geeft aan zijn boosdoeners om te reageren.
God, die toelaat dat ze hem meenemen en stenigen.
God, die hem de genade geeft en de volheid van Zijn Geest om, terwijl de stenen om zijn oren vliegen en hem langzaam doden, te bidden voor om vergeving voor hen die deze zonde begaan.
God, die hem opneemt in Zijn heerlijkheid.

Te begrijpen, te bevatten?
Nee, zoals zoveel dingen die gebeuren niet te bevatten of te begrijpen zijn voor ons menselijk verstand, maar Zijn grootheid, Zijn almacht, Zijn majesteit erkennen en geloven en vertrouwen dat wat Hij doet - of toelaat - het juiste is.
Stefanus zag Gods heerlijkheid, Gods grootheid.
Wat zien wij?

maandag 11 november 2013

Onmogelijk?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (94)

‘Wij vergeten dat ‘onmogelijk’ één van Gods lievelingswoorden is.’
Max Lucado

Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Marcus 10:27

Hoewel dit woord werd uitgesproken door de Here Jezus na aanleiding van de vraag ‘Wie kan dan nog gered worden?’, geldt het voor alle dingen.
Bij God is werkelijk niets onmogelijk.

In wat voor situatie we ons ook bevinden, wat er ook in ons leven gebeurt, of waar we ook doorheen gaan, het is niet zo, dat God niet bij machte is om er ook maar iets aan te doen of te veranderen.
Hoe het er ook voor staat in de wereld, welke natuurrampen de wereld ook teisteren en de mensheid in het nauw brengt, het is niet zo, dat God niet bij machte zou zijn om er ook maar iets aan te doen.
Hij is de Schepper van hemel en aarde, alle dingen zijn in Zijn hand.

Job moest het erkennen:
Hij antwoordde: ‘Ik weet dat U alles kunt, voor U is niets onmogelijk.
U vroeg: Wie durft er zonder kennis van zaken te spreken?
Ik geef het toe, ik sprak over zaken waar ik geen verstand van heb, wonderbaarlijke dingen, die ik niet kan begrijpen.’
(Job 42:2,3)

Jeremia sprak het uit in zijn gebed:
‘Machtige HEER, U bent groot: U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Niets is voor U onmogelijk.

Het feit dat wij niets begrijpen van de dingen die om ons heen gebeuren, wil niet zeggen dat we een God hebben bij wie ook maar iets onmogelijk is.
Ons onbegrip over Zijn niet ingrijpen of handelen, wil niet zeggen dat Hij het niet zou kunnen.

Hoewel deze dingen ook weer allemaal andere vragen oproept, zijn sommige dingen een kwestie van aannemen en geloven.
Van God erkennen als soeverein, almachtig, alwetend, Degene die boven alles staat en alles in Zijn hand heeft; Die regeert en heerst.
Bij Hem zijn alle dingen mogelijk!

Soms kunnen de dingen die gebeuren me echt aanvliegen en me doen vragen ‘Heer, hoe moet dit ooit goed komen? Hoe kan dit ooit veranderen? Het wordt nooit wat. Het komt nooit meer goed.’
En toch: Bij Hem is alles mogelijk.
Dat woord van God wil ik me voor ogen houden in elke omstandigheid, in alles wat er gebeurt.
Hoe onzeker de toekomst ook is en hoe onmogelijk in mijn ogen dingen soms ook kunnen zijn; bij Hem is alles mogelijk!

Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten of beredeneren.
Maar Zijn woord zegt het.
Zijn woord laat het zien!
En dat wil ik aannemen.


HEER, dit woord toont Uw grootheid.
Het laat zien wie U bent!
Het toont Uw Almacht.
Het toont Uw Majesteit.
Het laat Uw heerlijkheid zien, Uw glorie.
Het maakt  mij klein en U groot.

U bent HEER.
U bent God.
Al begrijp ik er niets van, HEER, ik geloof, dat alle dingen bij U mogelijk zijn.

- Amen -

woensdag 30 oktober 2013

Rust en vrede; geen angst

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (93)

De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.

Psalm 46:8,12


Soms gebeurt het dat een bepaald woord van God je ineens pakt en niet uit je gedachten gaat.
Steeds opnieuw komt het terug en het lijkt pas goed te zijn wanneer je er iets mee gedaan hebt.
Dat heb ik deze week met Psalm 46.
Afgelopen maandag las ik deze Psalm, maar had toen, en ook de dag erna, geen tijd om er iets mee te doen.
Vanmorgen kwam de Psalm opnieuw terug in mijn gedachten; ik las hem opnieuw en liet mijn gedachten er overgaan.
Pen en papier ligt steevast binnen handbereik, dus …

De afgelopen week gebeurden er weer enkele dingen in ons gezin, die een aanslag waren op mijn geduld, mijn zelfbeheersing en mijn energie, en dus ook op mijn innerlijke rust en vrede.
Het zijn van die dingen die, als je niet oppast, je het zicht op God zo kunnen ontnemen, waardoor die dingen je leven kunnen gaan beheersen, in plaats van wie God is, wat Hij doet, gedaan heeft.
Gister echter ging het aardig mis, en ik werd na een bepaald akkefietje, door mijn gevoelens en emoties meegesleurd; ik was even niet meer instaat om mezelf er tegen te verzetten.
Hoewel dit goede vruchten afwerpt voor mijn huishouden, ik ben gelijk een stuk verder met het opruimen en schoonmaken van mijn kasten etc., toch hield ik er een nare smaak aan over en wilde het gevoel van rust en vrede maar niet terugkrijgen.

Als ik dan vanmorgen in alle vroegte en stilte mijn dagboek gelezen heb en gebeden, komt opnieuw Psalm 46 terug in mijn gedachten.
En terwijl langzaam mijn ‘huis’ ontwaakt, vind ik mijn rust en vrede terug door deze Psalm.
Wees mijn dagboek mij vanmorgen op het reinigende bloed van de Here Jezus, Psalm 46 wijst mij op de geweldige God die ik aan mijn zijde mag weten en Die door alles wat er weer gebeurt(de) bedekt dreigde te worden.

‘God is ons een toevlucht, Hij geeft ons kracht. in de grootste nood heeft Hij geholpen …’

Dingen die in het verleden gebeurd zijn, komen terug op mijn netvlies, evenals de herinneringen aan de bijhorende pijn, het verdriet, de vergoten tranen.
Maar daar boven staat de onuitwisbare herinnering hoe Hij daar bij was en op het juiste moment steeds opnieuw hulp gaf.
O, in mijn ogen natuurlijk absoluut vaak niet op het juiste moment, maar achteraf …
Nooit zal ik vergeten (ik koester deze herinnering en houdt hem vast en levend) wat er gebeurde, toen ik in alle wanhoop, puur vanuit verstand en niet vanuit wat ik voelde, Zijn woord hardop ging uitbidden, ging proclameren.
De gedachte eraan doet mij opnieuw voelen en ervaren wat er gebeurde, maar wat ik niet anders met woorden kan weergeven, dan alles in mij veranderde.
Zijn kracht openbaarde zich in mijn zwakheid en zo werd Hij mijn toevlucht als nooit te voren.
(dit betekent niet dat ik het nu voor elkaar heb, hoor, maar wel dat ik weet wat ik eigenlijk moet doen; helaas ben ik soms nogal eigenwijs …)
Alleen al deze woorden en deze herinneringen brengen alles terug in de juiste positie.

Maar dan lees ik verder.

‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …’


Slik, angst overheerst soms nog zo mijn leven …
Al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee …
Met andere woorden, al gebeuren er angstaanjagende dingen, dingen die je leven op z’n kop zetten, alles onzeker maken, dan toch geen angst kennen, je leven niet laten regeren door angst, omdat je weet Wie je toevlucht is, Wie je kracht is, Wie je helpt in welke grote nood dan ook.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …
Met andere woorden, laat maar komen wat komt, hoe heftig en ingrijpend dan ook, want Hij staat boven alles; Hij heeft eerder geholpen en zal het steeds opnieuw doen, want dat is Hij aan Zichzelf verplicht.
Hij kan niet anders, want Hij heeft het beloofd.
En zolang wij dicht bij hem blijven, Hem gehoorzaam zijn, ons hart op Hem richten, zal Hij bij ons zijn, blijven en helpen.

Zien op wat Hij doet, wat Hij kan, wie Hij is.
Hij heerst over de volken, Hij heerst over de aarde.
En deze Almachtige God is aan onze zijde; is aan mijn zijde.
Dit mag ik persoonlijk maken, naar mij toe halen.
Hij is aan mijn zijde!

Onze burcht is de God van Jacob.
Als ik denk aan een burcht, hoe dat eruit ziet, hoe sterk en stevig, beschermend …
Als ik denk aan Jacob, aan wat God allemaal niet voor hem heeft gedaan, er voor hem is geweest; hem vergeven heeft, geleid heeft, beschermd heeft, …

Met de woorden ‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee. Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven’, komen opnieuw Paulus en Silas in mijn gedachten.
Ook zij, hun houding in die gevangenis, keren steeds maar weer terug.
Ja, zij zijn voor mij een voorbeeld, de belichaming, van deze woorden.
Zij kenden geen angst.
Ik denk, dat als ik ze er naar kon vragen ze tegen mij zouden zeggen: ‘Lieve kind, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee, het maakt niet uit, want onze God heeft de aarde en de zee gemaakt; Hij heerst over hen. Laat tocht het water maar bruisen en schuimen, laat die bergen maar beven onder die beukende golven, het maakt niet uit, want één woord van Hem, en zij zwijgen, één woord van Hem, en de golven gaan liggen.
Wees niet bang, lief kind van God, want Hij regeert!

Ik heb nog heel wat te leren en te overwinnen, maar ik verlang ernaar en strek me er naar uit.
En alles wat er in mijn leven gebeurt, zal daaraan meewerken.
Zodat ik ook kan zeggen met hen en de Psalmist:

‘Daarom kennen wij geen angst, …
De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.’

zondag 27 oktober 2013

De mens wikt, maar Gods beschikt

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (92)

Al geeft u mij al uw goud en zilver, dan nog zou ik alleen kunnen doen wat de HEER mij beveelt.
Numeri 24:13

In het verhaal van Bileam is ongetwijfeld het fragment met de sprekende ezel het meest bekend, met daaraan gekoppeld het feit dat Bileam het volk Israël alleen kan zegenen en niet vervloeken zoals koning Balak dat van hem vroeg.

Als ik vanmorgen dit verhaal opnieuw lees en overdenk, dan wordt opnieuw mijn hart gevuld met een diepe rust en vrede, door de grootheid van mijn God.
Want boven alles blijkt uit dit gedeelte dat de mens wikt, maar God beschikt.
De mens kan allerlei plannen maken of hebben, maar God is, en blijft, Degene die het uiteindelijk, altijd en in alles, voor het zeggen heeft.

Balak wil het volk Israël laten vervloeken, omdat hij bang is; bang door de verhalen die hij over hen had gehoord, maar nog meer door hun gigantische aantal.
Bileams reputatie deed hem naar hem toegaan om het volk te laten vervloeken, want duidelijk was, dat wie Bileam vervloekte, vervloekt zou zijn en wie hij zou zegenen, gezegend zou zijn.
Maar hoe anders pakt alles in dit geval uit.

Als Bileam uiteindelijk bij Balak komt, kan hij niets anders dan het volk Israël zegenen.
Tot drie keer toe, spreek hij een zegen uit over dit volk.
Toen hij voor de derde keer ging spreken, werd hij zelfs vervuld van Gods Geest, staat er in Numeri 24:2.

Koning Balak is woedend, maar Bileam kan gewoon niets anders.
Hoe graag hij misschien ook gewild zou hebben vanwege de vorstelijke beloning, in dit geval had hij simpelweg gewoon geen keuze.
Hij kon alleen die woorden spreken die God hem ingaf te spreken en dat waren woorden vol zegen, profetische woorden.

‘Hoe kan ik dit volk vervloeken als God het niet vervloeken wil?
Hoe kan ik het verwensen, als de HEER het niet verwensen wil?


Ik kan alleen maar doen wat de HEER mij heeft opgedragen.

Hij heeft me opgedragen te zegenen.
God heeft gezegend.
Daaraan valt niet te tornen.


Heb ik al niet tegen uw gezanten gezegd dat ik in geen geval tegen het bevel van de HEER, mijn God, kan ingaan?
Al geeft u mij al uw goud en zilver, dan nog zou ik alleen kunnen doen wat de HEER mij beveelt.’


(Num. 23:8,12,20; Num. 24:12)

Bileam sprak de woorden niet omdat het volk Israël zo goed gezind was, maar hij kon gewoon echt niet anders.
O, het goud en zilver had hij maar wat graag willen hebben, maar zonder Gods toestemming, goedkeuring, kon hij niet doen wat Balak van hem vroeg.
Wij mensen kunnen nog zoveel willen of doen, maar één ding is zeker, het is God die uiteindelijk altijd alle touwtjes in handen heeft.

Ja, er gebeuren de meest verschrikkelijke dingen waarvan ik overtuigd ben dat God ze niet wil.
Dat Zijn hart ineenkrimpt bij het zien en horen ervan.
Zijn niet ingrijpen is voor ons soms/vaak onbegrijpelijk, maar het neemt niet weg dat Hij een plan, een bedoeling heeft met alles.
Het verhaal van Bileam toont mij een God, die boven alles staat.

De mens wikt, …
… , o, wat denken we het allemaal goed voor elkaar te hebben en het beter te weten.
O, welk een rechten denken we niet te hebben en daarna te handelen.
O, welk een zelfbeschikkingsrecht eigenen we ons niet toe …
… maar God beschikt.

Het moment komt eraan dat heel de wereld zal zien en horen, dat Hij het is die het voor het zeggen heeft.
Vroeger, nu, en tot in alle eeuwigheid.


Hoe groot bent U, o God,
mijn Koning en HEER.

U liegt niet,
noch verandert U
zomaar van gedachten.

U belooft niet
en laat het na;
noch doet U een aankondiging,
en laat het niet doorgaan.

Aan wat U zegt,
of wat U doet,
valt niet te tornen,
wij kunnen op U aan.

U bent trouw en betrouwbaar,
eerlijk een rechtvaardig;
U bent de HEER,
van de hemelse machten.

O, hoe groot bent U,
mijn God, koning en HEER.

zaterdag 31 augustus 2013

Kom terug!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (91)

Ik vraag jullie, ontrouwe kinderen, terug te komen.
Jeremia 3:14a

(Jeremia 3)

‘Ik vraag jullie …’
Deze woorden raakten mij vanmorgen toen ik ze las.
God, die vraagt.
De andere vertalingen zeggen: ‘spreekt de Heere’, of ‘luidt het woord des Heren’, maar mij trof deze woorden zoals ze in de GNB staan.
‘Ik vraag jullie.’

Deze woorden spreekt God bij monde van Jeremia tot Zijn volk Israël en haar zuster Juda.
God vergelijk Zijn volk hier met een overspelige vrouw.
‘Heb je gezien,’ zegt Hij in vers 6, ‘hoe ontrouw Israël Mij geworden is? Ze heeft ontucht bedreven op elke hoge heuvel en onder iedere groenen boom.’
 ‘Met haar lichtzinnige overspel bezoedelde ze het hele land …’
‘… Maar jullie (Israël, Juda, de gehele mensheid) zijn Mij ontrouw geworden, als een vrouw aan haar man, …’

‘Ik vraag jullie. ontrouwe kinderen, terug te komen.
Ik ben niet wraakzuchtig.
Ik zal genade voor recht laten gelden, daar sta Ik voor in.
De enorme liefde van God voor Zijn volk die in deze woorden doorklinkt, raakt me diep.
‘Ik vraag jullie terug te komen!’
Wie zou dat doen?

Aan de kant gezet.
In geruild voor een ander.
Afgewezen.
Onverschilligheid.
Afgedankt.
Vergeten.

‘Ik vraag jullie terug te komen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die zijn afgedwaald, die Mij aan de kant hebben gezet, die Mij niet nodig denken te hebben.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die weggelopen zijn, Mij de rug hebben toegekeerd, Mij hebben afgewezen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die tegen Mij in opstand zijn gekomen, Mij niet willen kennen.
Ik vraag jullie terug te komen …’

Nog steeds klinkt Gods roep.
Ook in deze tijd zegt Hij het nog steeds: ‘Kom terug!’
Nog steeds is er genade.
Nog steeds is er vergeving.
Nog steeds staat Hij klaar om te overladen met Zijn liefde.

Als ik om me heen kijk, de nieuwsberichten hoor of lees; of als ik ook naar mijzelf kijk, naar mijn eigen falen en gebreken, mijn zonden, dan word ik heel klein en stil om zoveel liefde.
Al wat wij hoeven te doen is onze schuld te bekennen en ons af te keren van onze verkeerde wegen, en Hij zal ons opnieuw in genade aannemen.
Hij verlangt er zo naar!
Hoor hoe immers Zijn liefde, Zijn verlangen naar Zijn volk, naar Juda, naar ons, doorklinkt in deze woorden: ‘Ik vraag je: Kom terug!’


Ook vandaag klinkt Zijn vraag: ‘Kom terug! Ik vraag je, kom terug!’
Nog steeds klinkt Zijn liefde, Zijn verlangen, naar deze verloren wereld, naar jou!
Nog steeds zijn Zijn armen uitgestrekt om hen die tot inkeer komen in Zijn armen te nemen.
Zijn liefde en verlangen is niet meer alleen voor Zijn volk, maar een ieder mag, dankzij het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha, delen in deze liefde van God.

Hoe indrukwekkend groot is Zijn liefde …
 


woensdag 21 augustus 2013

Strijd en overwinning

Toen ik gister 2 Kronieken 20 noemde (en dan om precies te zijn 2 Kronieken 20:1-23), wil ik het daar niet alleen bij laten.
Ik dacht dat ik er al over geschreven had, maar ik kon niets terugvinden, totdat ik even in mijn mappen ging kijken en ja, daar kwam ik wat tegen.
Op mijn oude site* bleek ik er een keer over geschreven te hebben na aanleiding van een toespraak die we op een vrouwenochtend hebben gehoord.
Ik wil het graag ook hier delen; de lessen die erin liggen zijn te waardevol om te laten liggen.
En het past eigenlijk ook heel goed in de serie:

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (90)


U bent onze God. Straf hen af, want wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht.
We weten niet wat we moeten doen, maar onze hoop is gevestigd op u.

2 Kronieken 20:12


De eerste verzen laten de problemen zien.
In Josafat’s  geval een groot leger dat oprukte naar zijn land om oorlog te voeren.
Josafat schrikt verschrikkelijk, maar hij wend zich tot God om hulp.

De bijzondere les van vanmorgen lag (en ligt) in het gebed van Josafat.
(Ik moet bekennen, dat ik dit zelf zo niet had ingezien, maar ik dank God voor mensen die ons onze ogen helpen openen om Gods woord te leren verstaan, want als ik het zelf had gelezen, en dat heb ik vast wel vaker gedaan, toch heb ik niet gezien welke les er in besloten ligt)
Josafat gaat bidden, maar hij begint niet met zijn nood bij God neer te leggen, met klagen, met zijn angst uit te spreken.
Nee, Josafat begint zijn gebed met het uitspreken van wie God is en wat Hij gedaan heeft in het verleden!
Hij richt zijn hart eerst op God en niet op de problemen!
Door zijn hart eerst op God te richten, krijgen de problemen niet de eerste plaats toebedeeld, maar de grootheid van God.
Vervolgens legt hij al zijn nood bij God neer en geeft aan dat alleen God kan helpen.
Wanhoop klinkt er door in zijn gebed als hij aangeeft dat ze zelf niet tegen deze overmacht zijn opgewassen, maar ook klinkt er geloof in door, dat God het wel kan doen.
‘Wij weten niet wat wij moeten doen, maar onze hoop is op U.’
Er klinkt verwachting in door.
Hij verwacht wat van God.

Ik weet niet hoe het bij een ander is, maar ik weet wel, dat, als ik problemen heb, of er gebeuren allerlei vervelende, nare dingen of wat dan ook, dat ik dan vergeet te kijken naar wie God is en wat Hij allemaal al niet voor mij heeft gedaan.
Ik denk daar eigenlijk niet eens aan, nee, ik begin dan gelijk met het uitstorten van met nood, mijn problemen, mijn … wat mij ook bij God brengt.
En ik realiseerde me, dat mijn gebed dan vaak één grote klaagzang is, één grote wanhoopskreet zonder nog te beseffen wie God eigenlijk werkelijk is.
Ja, natuurlijk, ik kom wel aan het eind met: U heeft mij toch al eerder geholpen, wilt U het opnieuw doen, U bent toch God etc., maar mijn problemen krijgen de eerste plaats en de grootheid van God de tweede plaats.
Hierdoor zijn mijn problemen groter dan God in plaats van andersom.
Maar daardoor wordt mijn verwachting van God ook minder groot, want de problemen overheersen.
Maar God is altijd groter dan welk probleem ook.
Dat is een feit!
Eigenlijk was de boodschap zo logisch.
Eigenlijk wist ik het wel.
En toch …

Vervolgens spreekt God door Zijn Geest tot een Leviet en geeft hen antwoord.
En wat voor antwoord.
Ze zouden zelf niets hoeven te doen, God zou het voor hen doen.
God zou voor hen de strijd strijden.
Ze moesten oprukken, oog in oog komen te staan met de vijand, maar ze hoefden niet ten strijde te trekken.
De strijd zou door God gestreden worden.
God zegt hen, dat ze niet bang hoefden te zijn, want Hij staat aan hun kant.
Josafat’s antwoord hierop is in alle nederigheid Gods Almacht erkennen en hij werpt zich ter aarde om God te aanbidden en Hem te prijzen en groot te maken.
De volgende dag doet Josafat wat God hem gezegd had te doen.

In mijn ogen eigenlijk nog meer.
Want naast dat hij oprukt met zijn leger, spreekt hij zijn vertrouwen in God uit naar zijn volk en hij stelt voor in het leger mannen in feestgewaden op om muziek te maken voor de Heer en Hem te loven en te prijzen.
Josafat vierde eigenlijk al de overwinning nog voor die er was.
Hij geloofde, vertrouwde God volledig op Zijn woord.
Hij kende God en hij wist dat God te vertrouwen was en van daaruit handelde hij.
De overwinning kwam, zonder dat ook maar één van hen iets hoefde te doen.
Fysiek, althans.
Want er werd wel iets anders van hen verwacht.
Het eerste wat hij moest doen, was geloven dat God door iemand anders heen Zijn boodschap gaf en erop vertrouwen dat God zou doen wat er gezegd werd.
Vervolgens moesten ze ook gehoorzamen en doen wat God gezegd had door die persoon heen.
Aansluitend getuigde Josafat van zijn geloof en vertrouwen in God door Hem te loven en te prijzen en God groot te maken en de overwinning kwam.

Hiermee laat Gods woord ons ook zien, dat we wel open moeten staan voor woorden die God spreekt door andere mensen heen en niet zo maar naast ons neerleggen.
Ook vandaag de dag spreekt God door mensen heen.
Nee, we moeten niet alles klakkeloos aannemen, maar ook niet zomaar zonder meer afwijzen.
God heeft ons Zijn woord gegeven om te toetsen.
Daarnaast is gehoorzaam zijn een belangrijk aspect.
Als God zegt dat Hij voor ons strijd, en dat zegt Hij ook tegen ons door Zijn woord, dan moeten wij net zoals Josafat doen wat God zegt.
Maar wat is dat moeilijk.
Regelmatig realiseer ik mij achteraf, dat ik als een opstandig kind het weer zelf heb willen doen en het enige wat ik ermee bereik is, dat ik God voor de voeten loopt en Hij niet kan doen wat Hij wilde doen of wil doen.
En waar blijft mijn lofprijs en aanbidding voor dat het einde van de strijd in zicht is?
Durf ik, kan ik Hem danken, loven en prijzen terwijl de strijd nog gestreden moet worden, het einde er nog niet is?
Ja, Jezus heeft de Overwinning behaald, maar leef ik daar ook naar, daar uit?
Tot mijn grote schaamte en verdriet moet ik bekennen dat ik dat vaak vergeet en dat God zelf, of een ander mij daar soms eerst weer op moet wijzen.

Vanmorgen kwam in de studie niet naar voren dat niet iedere strijd op deze zegevierende manier ten einde komt.
Dit Bijbelgedeelte geeft dat ook niet weer.
Zo bidden, zo geloven, vertrouwen, zijn geen garanties dat iedere strijd die we strijden moeten, zo zegevierend ten einde komt.
Toch geloof ik wel, dat als wij staande blijven in ons geloof en in ons vertrouwen in Hem, dat, al lijkt voor de wereld de strijd niet gewonnen, wij toch de strijd gewonnen hebben;
simpelweg om dat Jezus de Overwinning reeds heeft behaald!
Maar ik geloof ook, dat, ik tenminste wel, veel meer nog moet leren staan op wie God is, van daaruit leven, bidden, handelen.
Dat ik nog veel meer moet leren om ten alle tijden eerst God de plaats te geven die Hem toekomt en vervolgens pas met mijn noden bij God te komen, zodat ik krachtiger wordt, sterker wordt omdat ik meer en meer ga beseffen hoe groot God is en hoe afhankelijk ik van Hem ben.
Waardoor Hij meer en meer de ruimte krijgt om in mij en door mij te werken.

Vader God, ik dank U met heel mijn hart voor Uw woord, maar ook voor Uw geduld met mij.
Ik dank U, dat U zoveel tijd en ruimte neemt om mij te onderwijzen en U van mij houdt.
Leg zo al deze woorden in mijn hart en laat ze wortel schieten in mijn hart, opdat mijn geloof in U en mijn liefde voor U alleen groter wordt.
Ik prijs Uw grote naam.
Halleluja.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -

* DD. - 1-02-2010 - www.intoyourhands.punt.nl