Posts tonen met het label Rond de Psalmen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rond de Psalmen. Alle posts tonen

woensdag 28 januari 2026

Jezus Overwinnaar!
Een Woord ter Bemoediging ..

N.a.v. šŸ‘‰ Psalm 107


Vanmorgen met mijn Stille Tijd las ik een bepaald Bijbelvers, en aangezien mij iets opviel, pakte ik mijn NBG-Bijbel erbij.
Nu gaat het mij niet om wat ik las, en hoe het op de ene manier in de ene Bijbel stond, en anders in de andere.
Nee, met het openen van deze Bijbel vond ik achterin een paar schrijfblaadjes met wat ik een soort van getuigenis zou noemen, zeker het gedichtje waarmee alles is afgesloten.
Al lezend drong opnieuw tot mij door hoe groot de waarde is van het opschrijven van de goede en mooie dingen die in ons leven gebeurd zijn of gebeuren.
Want, hoezeer hebben we het soms niet nodig om herinnert te worden aan wat de Heer eerder heeft gedaan voor ons en in ons leven.
Ik zou willen dat ik niets zou vergeten van wat de Heer heeft gedaan, gegeven, veranderd, …, dat ik alles kon onthouden wat ik ooit heb geschreven, maar helaas …
In het leven rijgen herinneringen zich aan elkaar en lopen ook door elkaar heen, en soms springt er ineens iets uit door wat we zien, of horen, of ruiken, of …
Soms mooie dingen, soms moeilijke, verdrietige of pijnlijke dingen.
Ik heb al wel vaker aangegeven hoe ik soms door mijn ‘eigen’ schrijfsels wordt geraakt, of door stilgezet, of aangespoord, of ergens aan herinnert.
En dat laatste was vanmorgen het geval.

Het schrijfseltje nam mij mee naar Psalm 107, echt een heel bijzondere Psalm!
Boven deze Psalm staat: 'Danklied voor verlossing uit allerlei nood', maar zelf zou ik het volgende erboven hebben: 'Oproep tot Lofprijs en Aanbidding', er komt namelijk geen woord van Dank aan te pas, maar telkens opnieuw klinkt de oproep om Hem te loven om wat Hij deed.

Een overzichtje van deze prachtige Psalm.

Psalm 107: 1-3

Opdracht tot het Loven van de Heer door allen die verlost zijn.

Psalm 107:4,5,
Psalm 107:10-12 
Psalm 107:17,18
Psalm 107:23-27

Beschrijving van de omstandigheden en de noden.

Psalm 107:6.7
Psalm 107:13,14
Psalm 107:19,20
Psalm 107:28-30

De roep tot de Heer om verlossing en de verhoring.

Psalm 107: 33-42

De wonderbaarlijke dingen die de Heer doet; voorkomt uit.

Psalm 107:43

Aansporing tot Lofprijs en Aanbidding.


Als je Psalm 107 goed lees, merk je dat het een Psalm is met een bepaalde cadans; steeds opnieuw zie je een herhaling van opsomming van noden - omstandigheden - situaties, vervolgens gebed om hulp en het horen van de Heer in de verlossing die Hij gaf.
Het maakt deze Psalm heel rijk aan troost en bemoediging.
Eigenlijk komt elk denkbare situatie er in voor en laat ons zien dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, en ongeacht hoe we daar ook in zijn gekomen, als we tot de Heere roepen om verlossing zal Hij horen en uitredden; hetzij door het veranderen van omstandigheden, herstel,genezing of vergeving te geven, of de hulp en de kracht die we nodig hebben om ergens door heen te komen.
En wat hebben we, ja, soms opnieuw en opnieuw, het nodig om herinnert te worden aan Wie de Heere is, en wat Hij doet, en wil doen.
Wat kan alleen het herinnerd worden hieraan, al tot kracht en bemoediging zijn!


Hoe goed is het dan ook om de dingen die de Heer in ons leven doet, of geeft, of laat zien, of … op te schrijven.
Wat kunnen ze tot een bemoediging of een aansporing zijn in dagen dat we het moeilijk hebben, of niet meer zien zitten; teleurgesteld zijn of het zicht op Hem even weg of verduisterd.
Dit was zeker zo voor mij het geval met het schrijfsel dat ik vond en dat mij terugbracht bij deze bijzondere Psalm en bij de overwinnende, levengevende woorden die doorklinken in het gedichtje waar het schrijfsel dat ik gevonden had, mee afgesloten werd.
Het is mijn gebed, dat als jij het nodig hebt, ook hierdoor bemoedigd en gesterkt wordt.

EƩn ding weet ik nu zeker:

Als ik tot U roep,
al is het vanuit de diepste nood;
U hoort mijn stem
en redt mij uit al mijn angsten.
Hoelang een storm ook duurt,
hoe hoog de golven ook slaan,
hoe donker en duister het ook is,
wat of wie mij ook belaagt,
U hoort en redt;
U verlost en bevrijdt;
U zendt en doet gaan.

Uit al mijn angsten hebt U mij verlost,
door alle stormen heen heeft U mij gedragen.
In elke duisternis kwam altijd Uw licht,
in alles zag ik steeds opnieuw: 
U hebt de boze verslagen!

Jezus, U bent Overwinnaar!

~ ~ * ~ ~

Tot slot wil ik nog een paar woorden doorgeven die ik eergister hoorde met het kijken en luisteren van het filmpje van Aweis, dat ik doorgestuurd kreeg via Open Doors.
Woorden, die mij heel stil maakten en tot diep nadenken stemden, en waaraan ik moest denken met het schrijven van dit blogje.
Dat ze tot inspiratie en bezieling mogen zijn voor ons.


‘Dus, hoeveel dreigingen ook op mij af blijven komen, 
ik ben vastbesloten om koers te houden 
en nooit te verzwakken in mijn geloof 
of in mijn bediening.’


Overwinning begint veelal met een vastbesloten keuze; of zoals over DaniĆ«l staat in DaniĆ«l 1 vers 8: ‘DaniĆ«l nu nam zich in zijn hart voor …’
De Psalm roept ook iedere keer op om de Heer te loven en te aanbidden om Wie Hij is en om wat Hij heeft gedaan.
Onze dankbaarheid en lofprijs heeft twee kanten.
Enerzijds geeft het God de eer die Hem toekomt, anderzijds herinnert het ons nog eens extra aan Zijn grootheid en goedertierenheid.

Maar misschien zijn de woorden van Aweis wel de mooiste  vorm van Lofprijs en Aanbidding die we de Heere kunnen geven: vastbesloten zijn om koers te houden, nooit te verzwakken in ons geloof, of welke bediening (geestelijk of moeder en huisvrouw of …) we ook hebben; in ons hart voornemen dat te doen wat de Heer zegt.
Een onverdeeld hart voor Hem, gesterkt en geleid door de Overwinning van onze Here Jezus Christus.


šŸ™ Heere ...

dinsdag 5 augustus 2025

Een andere kijk op Psalm 23 ...

EĆ©n van de boeken die ik gelezen heb voor de Leeschallenge voor dit jaar, was het boek ‘Undercover voor God’ van Dick Langeveld/Ben Hobrink.
Het boek vertelt het levensverhaal van Dick, die jarenlang in het grootste geheim voor Open Doors achter het Ijzeren Gordijn werkte.
In dit boek staan vele indrukwekkende verhalen van wat hij allemaal heeft meegemaakt, en over de bijzondere ontmoetingen die hij heeft gehad in die jaren.
Een boek dat ik regelmatig weg heb moeten leggen om hetgeen ik las te overdenken of te laten bezinken.
EƩn ding echter in dit boek heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.
Het is maar een heel klein stukje uit dit boek, maar ik wil het graag -gedeeltelijk in eigen woorden/gedeeltelijk geciteerd, hier delen ter overdenking voor eenieder die het leest.
Ik noem hierbij geen namen, noch waar het was; het is slechts een klein onderdeeltje van een groter geheel, dus als het je raakt, zou ik zeggen, koop het boek, zeer de moeite van het lezen waard.

Ik denk dat ik wel kan zeggen dat Psalm 23 een zeer bemoedigende Psalm is, een Psalm die troost en nieuwe moed geeft, zo is het ook altijd voor mij geweest.
Maar na het lezen van dit boek, dit speciale stukje … nee, Psalm 23 zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.
Ik ga er heel bewust na het weergeven van dit stukje verder niet meer op in, dit zodat eenieder er zelf over kan nadenken en binnen laten komen.
Mag de Heer daarin leiden en zegenen.


‘De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam.’
Psalm 23:1-3


Het gaat over een dominee die aan Dick vertelt over een gedachte die hij van God kreeg na een ‘behandeling’ in de gevangenis.
Hij vertelde aan hem dat hij opeens moest denken aan Psalm 23, aan de woorden hier boven, en dat het was alsof God aan hem vroeg waarom Hij Zijn schapen laat grazen en te drinken geeft.
En God liet hem weten dat Hij nu kwam voor de opbrengst.
Deze paar dingetjes gaf de dominee mee aan Dick om daar eens over na te denken.
En dat heeft hij gedaan.
Bij het volgende bezoek deelt hij met deze dominee zijn gedachten erover, welke de dominee vervolgens beaamt.
In de gedachten die Dick deelt met deze dominee, word ik een kant mee opgenomen die ik niet had zien aankomen, en zelf ook niet had kunnen bedenken.

‘Een herder zorgt voor zijn schapen met het doel daar beter van te worden. Hij doet het voor de opbrengst: voor de wol en voor het vlees.’
Hij geeft hierbij aan dat de Here Jezus ons hierin is voorgegaan.
En hij legt uit: De goede daden die Hij op aarde deed, de Woorden die Hij sprak, de genezingen die Hij deed, kun je vergelijken met de wol, maar toen Hij stierf, gaf Hij ook Zijn vlees.

‘De Heer laat ons, Zijn schapen, genieten van grazige weiden, maar wil uiteindelijke wel de opbrengst zien.’
Hij zegt hierover dat zolang wij hier op aarde zijn wol moeten geven, oftewel: ‘ons inzetten en vrucht dragen voor Zijn koninkrijk.’
Het kan echter ook zijn dat we ‘in de gevangenis of met de dood ons vlees moeten geven.’

...



dinsdag 10 juni 2025

Verwachtend wachten ...

'Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem en ik hoop op Zijn woord.
Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.'

Psalm 130:5,6
(*MT voor deze week)

Als ik vanmorgen deze verzen wil memoriseren, gaat het vanzelf over in overdenken …

Ik verwacht de Heere.
Mijn ziel verwacht de Heere.
Eerst is daar dus het verwachten, zowel van mijn ik als van mijn ziel.
Het van mijn ik ervaar ik als van mijn verstand, van daarvoor gekozen te hebben.
Het van mijn ziel ervaar ik als dat mijn hart daarin meegaat; het verlangen naar Hem.

Verwachten …
Ik verwacht …
Mijn ziel verwacht …
Hunkerend uitzien naar … de Heere …: ik zal Hem zeker ontmoeten!

En …?
En ik hoop op Zijn woord.
Nee, geen onzeker verwachten, maar vertrouwend wachten op. 
Hij zal het doen; Hij zal spreken, Hij zal antwoord geven.

Mijn ziel wacht op de Heere.
Meer dan wachters op de morgen.
Wachters op de morgen.
Verwachten betekent vaak ook wachten, bereidt zijn om te wachten, maar in volkomen zekerheid dat het gaat gebeuren, dat je wie je ook denkt te ontmoeten, zal treffen; in dit geval de Heere.
Wachten …
Meer dan wachters op de morgen, ongedurig, verlangend uitziend, hunkerend.
Dan wachters op de morgen …
Dubbel genoemd, dubbele hunkering, dubbel verlangen, ongeduldig, ongedurig, kan niet wachten tot het zover is ...

Als wij de Heer hebben aangeroepen, Hem om raad hebben gevraagd, antwoorden nodig hebben, zijn wij dan ook verwachtend wachtend hopende?

Verwachtend wachten,
vol ongeduld
hopend
op Hem
tot Hij komt
en spreken gaat.

Verwachtend wachten,
ongedurig,
hunkerend
uitzien
tot Hij komt
met Zijn raad.

Verwachtend wachten,
ongedurig en ongeduldig,
hunkerend hopend,
omdat
je weet dƔt
Hij komen gaat.


* šŸ‘‰ MT 

maandag 31 mei 2021

Welke vleugels wil jij hebben?

 Juni 2009

‘Had ik maar vleugels als een duif, dan kon ik wegvliegen, een veilig heenkomen zoeken.
Wegvluchten zou ik, ver weg, de woestijn in.
Snel zou ik een schuilplaats zoeken, tegen de storm, tegen de wind.’
Psalm 55:7-9
(GNB)

Soms komt er zoveel op je af, zoveel aan pijn, moeite, verdriet, zorgen, tegenslagen of wat dan ook.
Soms zou je willen ontsnappen aan de plaats waar je bent.
Even alles ontlopen.
Even weg van alles.
Niemand zien.
Niemand spreken.
Niemand horen.
Wegkruipen, ergens op een plek ver weg van alles en iedereen.
Even vleugels hebben als een duif om weg te kunnen vliegen, zomaar, ineens.
Een schuilplaats zoeken, een schuilplaats die je beschermd tegen de stormen in het leven, tegen de wind die alles omver blaast, meedogenloos kan zijn.

Oh, had ik maar vleugels als een duif …   

Ik staar door het raam naar buiten.
Gevoelens van moedeloosheid drukken me neer.
De zwaarte van de zorgen wordt me teveel.
Oh, mensen zeggen het zo makkelijk; geef maar aan de Heer.

Ik staar door het raam naar buiten,
terwijl de tranenvloed me het zicht bijna ontneemt.
Ik kijk naar de duif bij de buren op het dak.
Hij zit daar dagelijks; dat is op zich niet vreemd.

Maar als hij wegvliegt en verdwijnt tussen de bomen,
dringt zich het volgende beeld in mijn gedachten.
Als ik toch vleugels zou hebben, net als die duif,
dan zou ik wegvluchten, geen moment zou ik daar mee wachten.

Weg, heel ver weg zou ik gaan.
Een schuilplaats zoeken tegen de stormen in mijn leven,
tegen de wind die raast om mij heen
en die mij soms van ontzetting doet beven.

Ik staar door het raam naar buiten.
Maar ineens hoor ik van binnen zachtjes Zijn stem.
‘Ik ben toch je schuilplaats, je toevlucht, Mijn lieve kind?’
Dan kijk ik naar binnen en kruip gauw weg, bij Hem.

Mei 2021

Opnieuw lees ik,  alleen in een andere Bijbelvertaling, de voor mij zo bekende woorden:

‘Daarom zeg ik: Och, gaf iemand mij vleugels als van een duif!
Ik zou wegvliegen naar waar ik blijven kon.
Zie, ik zou ver wegzwerven, ik zou overnachten in de woestijn.
Ik zou mij haasten zodat ik zou ontkomen aan de rukwind, aan de storm.’
Psalm 55:7-9
(HSV)

Vleugels als van een duif willen hebben, of …

Ja, zoveel jaar geleden was dat precies waar ik zo naar verlangde, wat wilde ik immers graag even wegvluchten van alles; och, het was zo moeilijk, zo zwaar …
Als ik mijn oude Blogje weer teruglees, ervaar ik weer iets van wat ik met het schrijven gevoeld heb.
Het weg willen vluchten van alles, maar ook het besef dat het niets oplost, en dat je toevlucht bij Hem zoeken het beste is wat een mens kan doen.

Nu, zoveel jaar later, leer ik afgelopen week een nieuwe les bij deze verzen, eentje die zoveel indruk op me maakt, dat ik het graag wil delen.
En voor degenen die het misschien al eens eerder gehoord of gelezen hebben, bedenk dan maar dat er kracht zit in herhaling 😊
Want hoewel ik de strekking van wat hij zegt, ken, bij deze verzen heb ik er nog nooit aan gedacht.
En dat maakt dat het een nieuwe les voor me is, als tegelijk ook een kracht vanwege de herhaling.

Ik neem je mee naar wat Warren Wiersbe bij deze verzen zegt.
Als eerste geeft hij aan dat weg willen vluchten een natuurlijk gevoel is, een normale, natuurlijke reactie.
David had het, en menigeen zal dit gevoel ook weleens gehad hebben, zo van, hup, tassen inpakken en wegwezen, het is genoeg geweest; ik kan niet meer.
Echter, onze problemen nemen we gewoon mee.
We kunnen er misschien met weggaan even afstand van nemen, maar als we terugkomen zijn alle moeilijkheden en problemen er nog steeds, en soms maken we het eerder erger door weg te vluchten; maken we problemen er zelfs groter door.

Wiersbe geeft aan dat de Heere ons stormen en rukwinden laat meemaken omdat ze ons helpen groeien en volwassen worden.
Dat als we blijven weglopen, net als kinderen zijn die nooit opgroeien.
Dus we hebben echt geen vleugels als die van een duif nodig.
Nee, hij zegt: ‘We hebben vleugels als die van een arend nodig.’

‘Maar wie de Heere verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden.’

Jes. 40:31

‘De arend ziet de storm onder ogen, spreidt zijn brede vleugels uit, en laat zich door de wind boven de storm uittillen.
Loop niet weg. Ga naar de Heere, en laat je door Hem hoog boven de storm uittillen.
…
Laat God de storm gebruiken om Zijn doelen met jou te bereiken.’

De les: Verlang niet naar vleugels als die van een duif, maar naar vleugels als die van een arend!


Hoe mooi past deze les niet bij mijn OneWord ‘Groei’ voor dit jaar!
Niet (willen) wegvluchten, maar omhoog kijken en de Vader vragen om vleugels als die van een arend, om boven de storm -moeilijkheden en problemen, worstelingen en lasten, uit te kunnen stijgen.
Niet (meer) wegvluchten, maar in de ogen kijken en willen groeien, door te vertrouwen dat Hij de storm wil gebruiken om tot Zijn doel te komen met mijn, en ook met jouw, leven.
(Je kunt vast wel raden welke aantekeningen in mijn Bijbel bij deze Psalm heb gezet.)

Vleugels als die van een arend …



zondag 27 december 2020

De Heere is mijn Helper!

' ..., voorzeker, U bent een Helper voor mij geweest;
Mijn ziel klampt zich aan U vast, komt achter U aan, 
Uw rechterhand ondersteunt mij.'

HSV

'Want Gij zijt mij een hulp geweest, in de schaduw van Uw vleugelen jubel ik.
Mijn ziel is aan U verkleefd, Uw rechterhand houdt mij vast.'
NBG

Psalm 63:8,9

Met dat ik deze tekst enkele weken geleden las, wist ik dat ik deze verzen als mijn MT voor de laatste week van het jaar wilde gebruiken.
Dat kwam met name door de eerste woorden van het vers en de laatsten: '..., voorzeker, U bent een Helper voor mij geweest', en 'Uw rechterhand ondersteunt mij'.

Het is een veelbewogen jaar geweest met in de eerste helft van het jaar veel verdriet, zorg en rouw, waardoor de rest van het jaar -naast bepaalde zorgen die bleven, een tijd werd van verwerken, een plaats geven en een weg vinden.
En hoewel gevoelens van verdriet en zorg soms nog ineens toeslaan, toch is daar ook rust en vrede in mijn hart, en ligt er een loflied op mijn lippen.
Want ja! de Heere is voorzeker -waarachtig, mijn Helper geweest, en ik heb ervaren dat Zijn rechterhand mij ondersteunde, en ik weet ook dat Hij dit zal blijven doen.

In elk verdriet was Hij aanwezig; in elke nood was daar Zijn hand om mij te ondersteunen.
Hij gaf mij woorden om verdriet te kunnen uiten en een plaats te geven, Hij gaf mij ruimte om te rouwen en troostte op velerlei manieren, zowel door Zijn woord, als muziek, als door mensen .
Zelfs als ik op mijn bed lag en mijn tranen rijkelijk vloeiden, ervoer ik dat Hij daar was.
Ik had nooit staande kunnen blijven als Hij er niet was geweest.
Vandaar dat de woorden 'mijn ziel is aan U verkleefd' uit de NBG mij zo aanspreken, weer meer dan het woord 'vastklampen' uit de HSV.

Verkleefd.
De NBV gebruikt het woord 'gehecht', wat ook heel mooi is, want beiden geven een soort van 'vastzitten aan', van 'verbonden zijn met' weer.
Hoe diep ik er ook in het leven doorheen kan zitten, hoe donker en uitzichtloos situaties ook kunnen zijn; hoe boos, opstandig en gefrustreerd ik ook kan zijn, ik kan niet zonder Hem.
En Hij?
Hij zal mij NOOIT loslaten!
Verkleefd zijn met Hem is dan ook helemaal niet mijn verdienste,  maar het is de Heer Die mij vasthoudt en die mijn ziel trekt met Zijn koorden van liefde.

En zo ga ik deze laatste dagen van het jaar in met een hart vol dankbaarheid om wie Hij voor mij is geweest: mijn Helper, mijn hulp!
Maar zo kan ik ook het nieuwe over een paar dagen ingaan, met een dankbaar hart, omdat ik weet dat Hij ook daar mijn Helper zal zijn, als ook dat Zijn rechterhand mij zal ondersteunen, elke dag, elk moment.
Daarom kan ik vrolijk zingen, ja, jubelen, want ik ben in de schaduw van Zijn vleugelen; veilig en geborgen.

'Daarom zeg ik met goede moed: De Heere is voor mij een Helper, en ik zal niet vrezen.
Wat zal een mens mij doen?

Want Hijzelf heeft gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.'

Hebreeƫn 13:6,5



vrijdag 17 juli 2020

Verblijd je, juich en spring op van vreugde! (2)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (108)

Zoals ik al hiervoor schreef, soms houdt een vers je langer bezig dan ƩƩn week, en dat is dit keer duidelijk het geval.
Als de verzen van eergister ons zeggen dat blijdschap ons deel dient te zijn als we onze toevlucht tot God nemen, dat we voor eeuwig zouden moeten juichen omdat Hij ons beschut, en we in Hem van vreugde zouden opspringen als we Hem liefhebben, dan is het goed om ons te bedenken wat het wat het inhoudt als Hij onze toevlucht is, als Hij ons beschut.
Ik kon dan ook niet anders dan de Psalmen induiken en zien wat Zijn woord daarover zegt.
En het deed me opnieuw bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heere is.


Heer, Uw Woord prijst ons gelukkig, noemt ons gezegend, 
als wij tot U onze toevlucht nemen.
En hoe waar is dit niet!
U bent immers El Elyon, de Allerhoogste over de gehele aarde; 
ja, U bent zeer hoog verheven boven alle goden, zegt Uw woord.
U regeert, en gerechtigheid is het fundament van Uw troon.
U bent El Shaddai, de Almachtige, de Ontzagwekkende.
Als wij bij U onze toevlucht zoeken mogen wij ons veilig weten, 
want U bent onze burcht, onze vesting, onze rots; 
vast, onwrikbaar, onoverwinnelijk en oninneembaar.
Als we in Uw schuilplaats zijn, beschermt en beschut U ons met Uw vleugels, 
en is Uw trouw als een schild, ja, als een pantser om ons heen.
Met U aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn. 
Op U kunnen wij vertrouwen.
Bij U ons hart uitstorten.
Bij U komt onze ziel tot rust en vinden we nieuwe kracht.

Het is ook om Uw goedertierenheid, Heere, 
dat wij mensenkinderen, onze toevlucht bij U nemen, 
want Uw goedertierenheid is zo kostbaar.
Uw goedertierenheid, die Uw genade omvat, 
als ook Uw liefdevolle vriendelijkheid, en standvastige liefde, 
als ook mededogen en goedheid, en zelfs Uw trouw is daaraan gekoppeld.
Uw goedertierenheid, die zo groot is en reikt tot aan de hemel, 
en Uw trouw, die reikt tot de wolken.
En het is niet maar tijdelijk, of afhankelijk van, nee, 
U bent Heere en Koning voor eeuwig en altijd.
Uw goedertierenheid is voor eeuwig, 
Uw trouw is voor eeuwig,
Uw troon staat vast voor eeuwig, 
U regeert voor eeuwig, 
Uw heerlijkheid is voor eeuwig, 
U bent Priester voor eeuwig, 
Uw Naam bestaat voor eeuwig, 
U bent voor eeuwig!


Hoe zouden we dan niet van vreugde opspringen, -zelfs als het alleen nog in ons hart is; niemand zoekt immers zijn toevlucht bij iemand die hij niet liefheeft?
En welk een zegen ligt er niet besloten in de bovenstaande woorden voor de rechtvaardige, -en dat is een ieder die de Heere Jezus heeft aangenomen als zijn Verlosser en Heiland.
Welk een schild van goedgunstigheid rondom ons wordt ons hier niet betoond door onze hemelse Vader.

Bedenk, en onthoud hoe groot Hij is,
zowel in tijden van vreugde en voorspoed,
als in tijden van nood en gemis.
Bedenk en onthoud hoe indrukwekkend Hij is,
voor eeuwig de Allerhoogste en de Almachtige;
ja, onveranderlijk, dat is zeker en gewis.


dinsdag 14 juli 2020

MT - Verblijd je, juich en spring op van vreugde!

Maar laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen,
laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut;
laat in U van vreugde opspringen wie Uw Naam liefhebben.
U immers zegent de rechtvaardige, Heere, 
U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.

Psalm 5:12,13


Sinds een paar jaar leer ik bijna iedere week een Bijbeltekst uit mijn hoofd.
Nu moet je niet denken dat ik daardoor al vele Bijbelteksten uit mijn hoofd ken, want dat is helaas niet het geval.
Ik ben niet zo goed in het leren en onthouden van teksten, laat staan waar zij precies staan; soms ben ik twee weken later al weer kwijt wat ik geleerd had.
Misschien zeg je nu, waarom zou je dit nu dan nog doen?
Nou, weet je, ik geloof dat wat ik geleerd heb toch ergens in mijn hoofd opgeslagen wordt, en dat als het juiste moment daar is, God het mij door Zijn Geest weer te binnen zal brengen. 
Wat mij daarnaast ook gemotiveerd heeft om het toch te doen, is dat we niet weten hoelang wij nog in alle vrijheid Gods woord kunnen openen en lezen.
Wat als dat ooit wegvalt?
Daarom doe ik nu wat ik kan, er op vertrouwend dat Hij zal doen wat nodig is op het juiste moment.

Inmiddels is het ook meer geworden dan het alleen uit mijn hoofd leren van een Bijbeltekst, zo ben ik wel begonnen, maar tegenwoordig overdenk en leer ik het vers.
En pas als ik het gevoel heb dat ik er ‘klaar’ mee ben, ga ik over naar de volgende.
Het kan ook zijn dat ik een bepaald vers gewoon nog een week aanhoud omdat ik merk dat ik het woord gewoon nog nodig heb, hetzij tot troost, of om van te leren; om me te bemoedigen, of juist aan te moedigen, of simpelweg omdat ik nog geen nieuwe heb ‘gekregen/gevonden’. 

Sinds enkele weken plaatst ik dit vers ook op mijn Blog onder het kopje MT (Memoriseer Tekst) – Week …
Zo zie ik het vers ook iedere keer als ik op mijn Blog kom.
Daaronder probeer ik ook iedere week nog een bijpassend gedicht te plaatsen; soms ƩƩn die ik al eerder geschreven heb, of een nieuwe bij het vers.

De afgelopen tijd -dit keer dus ook langer dan ƩƩn week, ben ik ‘bezig geweest’ met de bovenstaande verzen.
Ze triggerden mij enorm.
Laat verblijd zijn die …
Laat hen voor eeuwig juichen omdat …
Laat in U van vreugde opspringen wie … 
U immers zegent de …
U omringt hem met …
Ik ervaar het als opmerkelijk, daar ik vaker getrokken word door woorden als ‘tot U de toevlucht nemen’, en ‘omdat U hen beschut’ enz.
Maar deze keer komen deze woorden binnen: laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen, laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut, laat in U van vreugde opspringen wie U liefhebben. U immers zegent de rechtvaardige, Heere, U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.’
Wow! 
Van nature ben ik niet bepaald een uitbundig persoon, dus woorden als ‘juichen’ en ‘in U van vreugde opspringen’, zijn eigenlijk niet echt kenmerkend voor mij.
Maar het staat hier toch maar mooi wel in Gods woord om te doen, omdat Hij ons daar alle reden toe geeft.
Ja, in mijn hart kan het juichen, in mijn hart kan ik in Hem van vreugde opspringen, dat ervaar ik regelmatig als ik aan het schrijven ben, of aan het zingen, maar letterlijk …

Het woordje ‘laat’ dat bij alle drie de zinnetjes ervoor staat, impliceert in mijn ogen iets als van ‘gewoon doen’.
Als je tot Hem je toevlucht neemt, wees dan verblijd!
Hij beschut je, iedere dag opnieuw, dus juich voor eeuwig!
Heb je Hem lief? Nou, spring dan op van vreugde!
We hebben er zoals ik al eerder aangaf alle reden voor; want hier zegt Zijn woord vervolgens ook nog dat Hij immers de rechtvaardige zegent, en hem omringt met goedgunstigheid als met een schild!

Ik besef dat ik nog heel veel te leren, en af te leren heb, en tot die tijd hoop ik dat het voor de Heere genoeg is dat mijn hart doet wat mijn lichaam nog niet, of gewoon niet meer, kan.
En ik verblijd en koester mij in de diepte en reikwijdte van Zijn woord en … ik doe maar wat voorlopig nog het meest natuurlijke is voor mij, ik zing …


zaterdag 4 juli 2020

Geopend Woord

Op Uw woord heb ik mijn hoop gesteld.

Uw woorden zijn deuren naar licht,
inzicht krijgt wie nog in het duister tast.

Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

Psalm 119:81b, 130, 105


Heer,
mijn ogen sla ik op
naar U.
Uw woord
ligt geopend
in mijn handen.

Ik vraag U
om inzicht in Uw woord,
opdat het voor mij
zal schijnen
als een Licht 
op mijn levenspad.

Ik vraag U
om openbaring 
door Uw Geest
over Uw woord,
opdat ik zal begrijpen
en verstaan
dat wat ik lees en
wat U tegen mij zegt.

Ik vraag U
dat Uw woord 
zal neerdalen in mijn hart,
opdat niet slechts mijn verstand
maar ook mijn hart
door Uw woord 
wordt verlicht,

Heer,
Uw woord 
ligt geopend 
in mijn handen.
Ontmoet mij hier 
in Uw woord.
Raak mij aan
met het schijnsel
van Uw Licht
en laat Uw licht schijnen
door mij heen.

- Amen -

woensdag 29 april 2020

Zo kostbaar, zo geliefd ...

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Psalm 139:5


Uit het huis van mijn moeder heb ik ook verschillend boekjes meegenomen, waaronder het  boekje ‘Het beste deel komt nog’ van Corrie ten Boom.
Een boekje vol prachtige verhalen -al is misschien ‘getuigenissen’ een betere beschrijving, die bemoedigen en tegelijk leerzaam zijn.
En zo kwam ik vanmorgen bij het hoofdstukje ‘Moeder’, waarin Corrie vertelt over een gesprek dat ze met haar moeder mocht hebben; over haar ziek worden en de gevolgen daarvan, maar ook over de twijfel die haar moeder had, als ook over de vrede en vreugde van de zekerheid die daarvoor in de plaats kwam, hetgeen Corrie echt kon zien als een antwoord op alle gebeden die het gezin voor hun moeder had opgezonden.
Echt praten met haar moeder kon op een gegeven moment door een beroerte niet meer, maar Corrie geloofde en vertrouwde met heel haar hart op Gods woord: als Jezus zegt dat Hij met ons is alle dagen tot aan de voleinding van de wereld (Matth. 28:20), dan is Hij dat ook.
Waar wij dus de ander niet meer kunnen bereiken, kan Hij dat wel.

Maar het is niet dit gedeelte dat zo diep binnenkomt vanmorgen, nee, dat zijn de laatste zinnen van dit hoofdstukje.
Daar schrijft ze:
‘Ik weet dat Hij bij moeder was toen ze stierf en naar huis ging. Hijzelf bracht haar naar Zijn paradijs. ‘Bevorderd tot Heerlijkheid’ zoals de soldaten van het Leger des Heils zeggen.’
En vervolgens eindigt het hoofdstukje met vers 5 uit Psalm 139.


Vandaag is het precies 4 weken geleden dat ik aan het sterfbed zat van mijn moeder; en als ik dit schrijf is het net iets over twaalven, een uurtje voordat zij het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.
Hoewel haar lichaam het nog zwaar had die laatste uren, doet dit niets af aan de vrede en vreugde die haar deel waren, maar die ook van mij bezit hadden genomen.
Maar met het verstrijken van de tijd, vervagen ook die gevoelens van vrede en vreugde; niet dat ze weg zijn, maar het wordt anders.
Het gewone leven gaat door, en neemt je weer mee, ook al probeer ik met herinneringen vast te houden wat er toen was.
Maar die bovennatuurlijke vrede en vreugde verandert; het voelt alsof God je bij wijze van spreken weer langzaam met twee benen op de grond zet.
Maar met het lezen van dit hoofdstukje vanmorgen komt die bijzondere vrede en vreugde weer terug, aangewakkerd door deze woorden van Corrie, maar nog meer door de tekst die zij eronder plaatste, en dan met name de laatste dikgedrukte woorden:

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Mijn moeder was door Hem omgeven, ja, het was overduidelijk dat Hij Zijn hand op haar had gelegd.
Maar wat me vanmorgen diezelfde vrede en vreugde geeft, is dat Hij mij als het ware aankijkt en zegt: ‘Ik omgeef ook jou van achteren en van voren, en Mijn hand ligt ook op jou.’
En dan ineens dringen deze woorden opnieuw diep in mijn binnenste door, Zijn hand ligt ook op mij!
En mijn hart zwelt op door de liefde die ik op dat moment door deze woorden heen ervaar.
‘Mijn hand ligt op jou!’
Zijn hand, die doorboorde hand, ligt op mij, op mijn leven.
Zie, Ik ben met jou alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Hij omgeeft mij van achteren en van voren.
Klinkt hier niet alle liefde van de hemel in door?
Zo kostbaar, zo geliefd!
Ik kan alleen nog maar stil zijn, en koester mij in de vrede en vreugde van deze woorden en de diepe betekenis die daar in besloten ligt.


Wat zijn we toch gezegende mensen als we weten dat onze geliefden Zijn eigendom zijn; wat zijn we gezegend te weten dat zij door Hemzelf naar huis worden gebracht, ja, door Hem Zijn heerlijkheid worden binnengeleid!
Wat een rijkdom te weten dat we elkaar straks bij Hem terug zullen zien.
En tot die tijd zegt Hij iedere dag opnieuw, ja, elk moment: ‘Ik omgeef je van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!’


Ken jij Jezus?
Heb jij je hart en leven aan Hem gegeven?
Weet jij je Zijn eigendom?
Dan zegt Hij vandaag ook tegen jou: 'Mijn geliefd kind, Ik omgeef jou van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!'
Wat we nu wel of niet voelen of ervaren doet er niet toe, Hij zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.

Nu, vandaag, morgen, ja, alle dagen van ons leven, tot aan de voleinding van de wereld.
Zo kostbaar.
Zo geliefd.



zaterdag 17 november 2018

Schuilen bij de Allerhoogste ...

Soms kunnen er situaties in ons leven zijn die ons zorg geven en benauwen, maar waar we niets (of weinig) aan kunnen doen.
In deze momenten is schuilen bij de Allerhoogste; onze toevlucht te zoeken bij Hem en Zijn woord het beste dat we kunnen doen.

‘God, U bent mijn toevlucht en mijn vesting,
U bent in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden, daarom zal ik (ook nu) niet bevreesd zijn.
Ja, zelfs al veranderde de aarde van plaats, werden de bergen verzet naar het hart van zeeƫn; laat haar water maar bruisen, laat het maar schuimen, laat de bergen maar beven door haar onstuimigheid.
U, de Heere van de legermachten bent met mij; U, de God van Jacob, bent mijn veilige vesting.

Daarom is mijn ziel stil voor God, want van Hem is mijn heil.
Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting, ik zal niet teveel wankelen.
Ja, mijn ziel, wees stil voor God, want van Hem is mijn verwachting.
Het staat vast dat Hij mijn rots is en mijn heil, mijn veilige vesting: ik zal niet wankelen.
In Hem is mijn heil en mijn eer; mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God!
Voor Zijn aangezicht stort ik mijn hart uit, en ik vertrouw op Hem, want Hij is mijn toevlucht.

Ik schuil bij de Allerhoogste, overnacht in de schaduw van de Almachtige.
Hij is mijn toevlucht en mijn burcht, de God op Wie ik vertrouw.
Hij beschut mij met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels neem ik mijn toevlucht, Zijn trouw is een schild en een pantser.

Ja, Heere, U bent mijn toevlucht en mijn vesting; mijn hulp in benauwdheden, ik zal niet vrezen!
Ja, Heere, mijn ziel is stil voor U, want van U is mijn verwachting, mijn heil.
Ik vertrouw op U, o Allerhoogste.
U bent mijn toevlucht en mijn vesting.'

- Amen -


Naar: Psalm 46:2-4,8; Psalm 62;2,3,6-9; Psalm 91:1,2,4



dinsdag 6 maart 2018

Gebed ...

Naar: >> Psalm 63 

O Heere, U bent mijn God!       
In de stilte van de vroege morgen
zoek ik U op om te zien
Uw macht en Uw heerlijkheid.

Mijn hart en ziel verlangen,
ja, hunkeren naar U,
zowel in goede als in slechte tijden,
in tijden van overvloed,
als in tijden van dorheid en droogte.

O, Uw goedertierenheid*
is immers beter dat het leven,
en daarom zal ik
in Uw Naam en tot Uw eer
mijn handen opheffen
en zingen tot Uw lof en eer,
want U bent het Die mijn ziel
overvloedig verzadigd.

Als ik ’s nachts niet kan slapen,
richt ik mijn gedachten op U
en op hoe U mij altijd hebt geholpen,
en dan schuil ik opnieuw
in de schaduw van Uw vleugels,
waar ik mij veilig weet en geborgen,
en vanwaar ik kan blijven zingen.

Mijn ziel is aan U verkleeft;
waar U bent wil ik zijn om
de ondersteuning van Uw rechterhand,
die daar altijd voor mij is.

Heere, mijn God,
wat er ook gebeurt in mijn leven,
mijn ziel zal zich in U verblijden,
tot de dag van Jezus Christus.

– Amen –

* = genade, liefdevolle vriendelijkheid, standvastige liefde, mededogen, goedheid en trouw










Ps. Het is heerlijk om na een maand ziek te zijn geweest weer eens te kunnen schrijven.
      God dankbaar dat ik weer bijna ben opgeknapt.

woensdag 20 mei 2015

Psalm 139

EƩn van de opdrachten bij Hoofdstuk 8 van het Bijbelstudieboekje van onze VrouwenBijbelstudiegroep, was om Psalm 139 eens in eigen woorden op te schrijven en om ook je eigen naam daarbij in te vullen.
Was bijzonder om te doen.


Heer, U kent mij, Rita Klapwijk - v.d. Wal, zoals niemand anders mij kent; zelfs ik mijzelf niet eens.
Want U, Heer, weet wat er in mij leeft, maar ook wat mij beweegt.
Ja, alles wat ik doe en waarom ik het doe, is bij U bekend.
Zelfs nog voor ik een woord heb gesproken, weet U al wat ik wil gaan zeggen.
U omringt mij, ja U omsluit mij; Uw hand ligt op mijn leven.
Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten, zo onvoorstelbaar is dit alles.

Ik kan mij voor U ook niet verstoppen.
Wat ik ook zou proberen, waarheen ik ook zou vluchten, nergens, helemaal nergens is er een plek op deze wereld, noch erboven of eronder, waar U niet zou zijn of kunnen komen.
Zelfs in de diepste duisternis kan ik mij voor U niet verbergen, want het is voor U alsof de zon alles verlicht met haar glanzende stralen.

U bent het, Heer, die mij gemaakt heeft in de schoot van mijn moeder, die elk deel van mijn lichaam vorm gaf.
Ik prijs Uw Naam, want wat hebt U mij prachtig, ja, onvoorstelbaar mooi en wonderbaarlijk gemaakt!
Ik besef dat heel, heel erg goed!
Het ontstaan van mijn leven was voor iedereen verborgen, behalve voor U.
U zag mij al vanaf het aller-, allereerste begin, van toen ik zelfs totaal nog geen enkele vorm had.
En in Uw boek was alles reeds opgeschreven over mijn leven, nog voor ik zelfs maar ƩƩn dag had geleefd.
O, Heer, mijn God, hoe buitengewoon zijn Uw gedachten, hoe oneindig en niet te tellen.
Ze zijn als alle korrels zand bij elkaar; ontelbaar …
Al zou ik onder het tellen in slaap vallen, dan nog, als ik wakker wordt bent U bij mij, want U laat mij nimmer in de steek.

Niet iedereen, Heer, is blij met U, met Uw kennis en Uw aanwezigheid; er zijn vele mensen die meedogenloos bloed vergieten en die zich bewust tegen U en U genadeplan opstellen.
Als zij zich niet bekeren, zullen zij zeker sterven.
Met hen wil ik mij niet op ƩƩn lijn stellen.
Want, zou ik niet haten wie U haten; me afkeren van hen die opstandig zijn tegen U?
Ik haat hun zondige levensstijl met een diepe en oprechte haat; het voelt alsof ze mijn eigen vijanden zijn.

Heer, mijn God, ik, Rita Klapwijk, geef U mijn hart, doorzoekt het maar tot in het uiterste en diepste hoekje.
Onderzoekt U het maar, Heer, en weet wat er ten diepste in mij omgaat.
En als blijkt, Heer, dat ik mij op wegen bevind die niet goed zijn, brengt U me dan alstublieft terug op de goede weg, op de weg die naar U toe leidt.



maandag 18 mei 2015

Ontzagwekkend wonderbaarlijk


In de hemel heeft God een foto van ons in Zijn hand en toont dat aan iedereen: ‘Kijk!’, zegt Hij, ‘dit is Mijn dochter. Is ze niet prachtig?
‘Hij raakt de foto zachtjes aan als Hij verder gaat: ‘Ik kan bijna niet wachten tot Ik haar van aangezicht tot aangezicht zal zien!’

‘Ik dank U, dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen, Uw daden zijn wonderen!- mijn ziel erkent dat ten zeerste!’
Psalm 139:14


Erkent mijn ziel echt ten zeerste dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen?
Al zo vaak heb ik het gelezen, zo vaak ook erkent, en toch, als ik de woorden opnieuw lees in het licht van het bovenstaande verhaaltje dat ik lees in hoofdstuk 8 van het Bijbelstudieboekje van ‘Jouw identiteit – Gods zelfportret’ van onze VrouwenBijbelstudiegroep, dan lijkt het alsof ik niet eerder zo de diepte van deze woorden heb gezien.

Ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God.
Geen afgerafeld stukje werk, even snel tussen neus en lippen door gemaakt, maar weloverwogen en met zeer grote zorg,
Ontzagwekkend wonderbaarlijk!

Ja, ik ben te dik, mijn lichaam kan niet alles wat een gezond iemand kan, ik ben een beetje beperkt in wat ik kan, en toch …
Ja, ik doe dingen verkeerd, keer op keer op keer op keer …, en toch …
Ik maak fouten, schiet tekort op vele fronten –zowel naar God toe als naar mensen, en toch …
Ik …
En toch …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God!

Door mijn eigen ogen zie ik al deze dingen, maar als ik mijzelf ga zien door wat Hij zegt in Zijn woord, ga ik ontdekken dat het heel anders is dan ik vaak denk, of zie.

In gedachten zie ik U, Vader, gebogen 
over ƩƩn van Uw in de maak zijnde meesterwerken.
Uw handen gaan zorgvuldig, liefdevol en teder te werk;
niets, helemaal niets zal er zijn op aan te merken.

Als het af is, zie ik de vreugde op Uw gezicht,
en hoor ik U zeggen: ‘Whauw, wat is zij mooi en goed!’
U geeft haar een plaats ergens op de wereld, en zie uit naar de dag
dat U haar weer van aangezicht tot aangezicht ontmoet.

Tot die tijd echter, mag zij op die plaats de gaven en talenten,
die zo zorgvuldig door U in haar leven zijn ingeweven,
ontdekken en ontplooien, om zo tot eer en glorie 
van U, haar Schepper, te leven.

Allerlei dingen zullen op haar afkomen,
U weet daarvan, niets is voor U verborgen.
Maar U houdt haar vast, en zult alle dagen, 
onafgebroken, voor haar zorgen.

Haar naam is in Uw hand gegrift,
haar beeld heeft U elk moment van de dag voor ogen.
Ze is U zo kostbaar, zo dierbaar, zo speciaal, 
niemand anders dan U is zo over haar bewogen.


Ontzagwekkend, wonderlijk gemaakt …
Ik proef Zijn liefde; voel de gewenstheid van mijn bestaan.
Ja, Uw daden zijn wonderen; mijn ziel weet dat zeer wel!











dinsdag 7 oktober 2014

Ik sla mijn ogen naar de bergen ...


Schilderij©Caroline van de Vate
Sla je ogen op naar de hemel
en verwacht je hulp van Hem,
Die hemel en aarde geschapen heeft.
Hij, de Bewaarder van Israƫl,
Die niet sluimert, noch slaapt,
is het die jou met liefde omgeeft.

Je voet zal niet wankelen.
Hij is de schaduw aan je hand.
Elke dag zal Hij over je waken
tot je komt in het Beloofde Land.

Zie omhoog en verwacht;
van Hem komt je hulp en kracht.

Naar: Psalm 121


zaterdag 11 januari 2014

Gelukkig ben je als ...

In de Psalmen kom je heel wat keren het woord welzalig/gelukkig tegen.
Het begint al bij Psalm 1: 'Welzalig, gelukkig, de man die niet wandelt ...'
Ik denk dat we soms lang niet genoeg beseffen hoe gelukkig we eigenlijk zijn.
Gelukkig zijn is meer dan je 'gelukkig voelen'.
Als je de Psalmen erop nalees, wordt je stil van de hoeveelheid aan voorbeelden die de Psalmisten ons geven van de dingen die ons werkelijk gelukkig maken.

Misschien dat je geneigd bent om te zeggen dat wat de ƩƩn gelukkig maakt, niet per definitie de ander ook gelukkig zal maken, maar dan bevind je je op het pad van gevoelens.
Het echte, ware gelukkig zijn, komt voort uit alles met en van Hem, die ons geschapen heeft.

Het was bijzonder om zo in Gods woord, in de Psalmen te duiken en te lezen wat zij schrijven over gelukkig zijn.
Ik heb het een beetje in eigen woorden weergegeven.
Dat het je mag bemoedigen!






Gelukkig ben je
als je vreugde vind
in de woorden van de HEER.
Ze steeds weer overdenkt,
zowel overdag als in de nacht.

Gelukkig ben je
als je bij de HEER
je bescherming zoekt.

Gelukkig ben je
als je schuilt bij de HEER,
Je zult zien,
je zult merken,
hoe goed Hij is.

Gelukkig ben je
als je op de HEER vertrouwd,
en je niet wendt tot hen
die hoogmoedig zijn,
of verstrikt in leugen
en bedrog.

Gelukkig ben je
als je omziet naar hen
die zwak zijn, of arm,
of het minder hebben dan jij,
als je zelf in nood kom
zal de HEER
voor uitkomst zorgen.

Gelukkig ben je
als je door de HEER
wordt uitgekozen,
mag wonen
in Zijn voorhoven,
Hij overlaadt je
met al het goede
van Zijn huis.

Gelukkig ben je
als je woont in het huis
van de HEER;
voortdurend
zul je Hem loven.

Gelukkig ben je
als je je kracht en sterkte
vindt in de HEER.
Vol verlangen
zul je op weg gaan
naar Hem.

Naar: Ps. 1:2; Ps. 2:12; Ps. 34:9; Ps. 40:5; Ps. 41:2; Ps. 65:5; Ps. 84:5,6;


woensdag 30 oktober 2013

Rust en vrede; geen angst

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (93)

De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.

Psalm 46:8,12


Soms gebeurt het dat een bepaald woord van God je ineens pakt en niet uit je gedachten gaat.
Steeds opnieuw komt het terug en het lijkt pas goed te zijn wanneer je er iets mee gedaan hebt.
Dat heb ik deze week met Psalm 46.
Afgelopen maandag las ik deze Psalm, maar had toen, en ook de dag erna, geen tijd om er iets mee te doen.
Vanmorgen kwam de Psalm opnieuw terug in mijn gedachten; ik las hem opnieuw en liet mijn gedachten er overgaan.
Pen en papier ligt steevast binnen handbereik, dus …

De afgelopen week gebeurden er weer enkele dingen in ons gezin, die een aanslag waren op mijn geduld, mijn zelfbeheersing en mijn energie, en dus ook op mijn innerlijke rust en vrede.
Het zijn van die dingen die, als je niet oppast, je het zicht op God zo kunnen ontnemen, waardoor die dingen je leven kunnen gaan beheersen, in plaats van wie God is, wat Hij doet, gedaan heeft.
Gister echter ging het aardig mis, en ik werd na een bepaald akkefietje, door mijn gevoelens en emoties meegesleurd; ik was even niet meer instaat om mezelf er tegen te verzetten.
Hoewel dit goede vruchten afwerpt voor mijn huishouden, ik ben gelijk een stuk verder met het opruimen en schoonmaken van mijn kasten etc., toch hield ik er een nare smaak aan over en wilde het gevoel van rust en vrede maar niet terugkrijgen.

Als ik dan vanmorgen in alle vroegte en stilte mijn dagboek gelezen heb en gebeden, komt opnieuw Psalm 46 terug in mijn gedachten.
En terwijl langzaam mijn ‘huis’ ontwaakt, vind ik mijn rust en vrede terug door deze Psalm.
Wees mijn dagboek mij vanmorgen op het reinigende bloed van de Here Jezus, Psalm 46 wijst mij op de geweldige God die ik aan mijn zijde mag weten en Die door alles wat er weer gebeurt(de) bedekt dreigde te worden.

‘God is ons een toevlucht, Hij geeft ons kracht. in de grootste nood heeft Hij geholpen …’

Dingen die in het verleden gebeurd zijn, komen terug op mijn netvlies, evenals de herinneringen aan de bijhorende pijn, het verdriet, de vergoten tranen.
Maar daar boven staat de onuitwisbare herinnering hoe Hij daar bij was en op het juiste moment steeds opnieuw hulp gaf.
O, in mijn ogen natuurlijk absoluut vaak niet op het juiste moment, maar achteraf …
Nooit zal ik vergeten (ik koester deze herinnering en houdt hem vast en levend) wat er gebeurde, toen ik in alle wanhoop, puur vanuit verstand en niet vanuit wat ik voelde, Zijn woord hardop ging uitbidden, ging proclameren.
De gedachte eraan doet mij opnieuw voelen en ervaren wat er gebeurde, maar wat ik niet anders met woorden kan weergeven, dan alles in mij veranderde.
Zijn kracht openbaarde zich in mijn zwakheid en zo werd Hij mijn toevlucht als nooit te voren.
(dit betekent niet dat ik het nu voor elkaar heb, hoor, maar wel dat ik weet wat ik eigenlijk moet doen; helaas ben ik soms nogal eigenwijs …)
Alleen al deze woorden en deze herinneringen brengen alles terug in de juiste positie.

Maar dan lees ik verder.

‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …’


Slik, angst overheerst soms nog zo mijn leven …
Al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee …
Met andere woorden, al gebeuren er angstaanjagende dingen, dingen die je leven op z’n kop zetten, alles onzeker maken, dan toch geen angst kennen, je leven niet laten regeren door angst, omdat je weet Wie je toevlucht is, Wie je kracht is, Wie je helpt in welke grote nood dan ook.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …
Met andere woorden, laat maar komen wat komt, hoe heftig en ingrijpend dan ook, want Hij staat boven alles; Hij heeft eerder geholpen en zal het steeds opnieuw doen, want dat is Hij aan Zichzelf verplicht.
Hij kan niet anders, want Hij heeft het beloofd.
En zolang wij dicht bij hem blijven, Hem gehoorzaam zijn, ons hart op Hem richten, zal Hij bij ons zijn, blijven en helpen.

Zien op wat Hij doet, wat Hij kan, wie Hij is.
Hij heerst over de volken, Hij heerst over de aarde.
En deze Almachtige God is aan onze zijde; is aan mijn zijde.
Dit mag ik persoonlijk maken, naar mij toe halen.
Hij is aan mijn zijde!

Onze burcht is de God van Jacob.
Als ik denk aan een burcht, hoe dat eruit ziet, hoe sterk en stevig, beschermend …
Als ik denk aan Jacob, aan wat God allemaal niet voor hem heeft gedaan, er voor hem is geweest; hem vergeven heeft, geleid heeft, beschermd heeft, …

Met de woorden ‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee. Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven’, komen opnieuw Paulus en Silas in mijn gedachten.
Ook zij, hun houding in die gevangenis, keren steeds maar weer terug.
Ja, zij zijn voor mij een voorbeeld, de belichaming, van deze woorden.
Zij kenden geen angst.
Ik denk, dat als ik ze er naar kon vragen ze tegen mij zouden zeggen: ‘Lieve kind, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee, het maakt niet uit, want onze God heeft de aarde en de zee gemaakt; Hij heerst over hen. Laat tocht het water maar bruisen en schuimen, laat die bergen maar beven onder die beukende golven, het maakt niet uit, want ƩƩn woord van Hem, en zij zwijgen, ƩƩn woord van Hem, en de golven gaan liggen.
Wees niet bang, lief kind van God, want Hij regeert!

Ik heb nog heel wat te leren en te overwinnen, maar ik verlang ernaar en strek me er naar uit.
En alles wat er in mijn leven gebeurt, zal daaraan meewerken.
Zodat ik ook kan zeggen met hen en de Psalmist:

‘Daarom kennen wij geen angst, …
De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.’

vrijdag 25 oktober 2013

Geef mij weer aanzien!

Wilt U komen en mij troosten?
Wilt U mij weer aanzien geven?

Psalm 71:21
(Het Boek)

Ik heb een klein boekje  dat heet: 'Fluistergebeden voor vrouwen'.
Korte, eenvoudige gebeden, soms ook wel 'ademgebeden' genoemd.
Bijvoorbeeld: 'Wees mijn rotst, o Heer', of 'wees mijn veiligheid, o Allerhoogste', of 'Heer, help mij', of 'Heer, zegen ...', of 'Heer, ontferm U over ...'.

Het boekje stond eigenlijk al een tijdje wat verloren ergens op een kastje, maar afgelopen week stond ik een keer stil bij dit kastje en keek naar wat er allemaal opstond.
Mijn oog werd naar dit kleine boekje getrokken en ik nam het mee naar mijn plekje bij het raam.
Ik bladerde wat en stopte bij de bladzijde waar ik ooit was blijven steken; erg ver was ik nog niet gekomen, merkte ik wel.
Bovenaan de bladzijde staat: 'Geef mij weer aanzien'.

Veracht, vernedert, uitgelachen, belachelijk gemaakt, zijn de woorden waar het stukje mee begint en ze raken me diep.
Hoeveel mensen zijn er wel niet, die dit aan de lijfe hebben ondervonden en daardoor verschrikkelijk beschadigd zijn geraakt.
En hoeveel mensen zullen er wel niet zijn, die dit dagelijks nog ondervinden ...
O Heer, ontferm U ...

Schaamte, minderwaardigheidgevoelens, onzekerheid; gevoelens die hier weer uit voort kunnen komen.
De ƩƩn zal terugvechten, de ander echter haar hoofd laten hangen.
De ƩƩn zal proberen nog beter te presteren, terwijl de ander zich verstopt en wegkruipt.
O, wat ken ik deze laatste gevoelens!
Je hoofd laten hangen, verstoppen, wegkruipen.
Maar toch ...

'Wilt U komen en mij troosten? Wilt U mij weer aanzien geven?,' zegt de tekst uit Het Boek.

De GNB die ik persoonlijk iedere dag gebruik zegt het zo: 'Troost mij ook nu, herstel mij in mijn eer.'
Gelijk gaan mijn gedachten  naar zo'n vier jaar geleden naar mijn eerste Vrouwenconferentie van 'His word stands 4 ever'.
Wat een geweldige dagen waren dat en wat was het thema toepasselijk.
Wat sluit het hier feilloos bij aan ...
Het thema was 'In ere hersteld'* en voor mijzelf werd het ook een weekend, waarin ik het ook aan mocht nemen.
'Geef mij weer aanzien', een fluistergebed voor als  mensen op je neer kijken, voor als je je schaamt voor jezelf, voor als je reputatie is besmeurd, voor als je afgewezen bent, voor als je God hebt teleurgesteld.'*

Blijf God maar bestoken met je gebed!
Denk maar aan de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter; uiteindelijk luisterde hij.
Zou God het niet des te meer doen?
(Lucas 18:1-8)


* Citaat boekje
* Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 1
   Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 2
   Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 3

zondag 18 november 2012

Verlangen naar God

Nog eentje van mijn oude Blog.


5-05- 2012
Na een drukke week, het is immers vakantie, geniet ik van de stilte van deze ochtend.
Het huis is in diepe rust.
Slechts ƩƩn kind is er nu thuis en die ligt nog op ƩƩn oor.
Manlief is aan het werk en ik drink de stilte en diepe rust in.
Met die rust en stilte is er gelijk ook het verlangen om te schrijven en ik pak mijn Psalmenreflectiedagboek er weer eens bij.
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik daarin gekeken heb en mijn gedachten heb laten gaan over de teksten uit de Psalmen die daarin staan.
Mijn hand stopt bij 'Verlangen naar God.'

'Beter ƩƩn dag in Uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten ...
Ik roep tot U, Heer: 'U bent mijn schuilplaats.'
Wijs mij Uw weg, Heer, laat mij wandelen op het pad van Uw waarheid,
vervul mijn hart met diep ontzag voor Uw Naam.
U, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart, Uw Naam voor eeuwig prijzen.
Ik strek mijn handen naar U uit ...'


Heer, dicht bij U zijn,
iedere dag van mijn leven,
is mijn diepst verlangen.
Dagelijks te wandelen,
met diep ontzag voor U
en een hart vol lofgezangen.

Wijs mij Uw weg, o Heer,
opdat ik het pad
van Uw waarheid zal gaan.
U wil ik eren en dienen
al de dagen van mijn leven;
U is mijn hart toegedaan.

Mijn handen strek ik uit naar U,
omdat ik van U alles,
ja, alles verwacht.
U bent mijn schuilplaats,
mijn al in al,
mijn Bron van Liefde,
mijn Hoop en mijn Kracht.

- Amen -

Als ik deze woorden aan het papier heb toevertrouwd, komt de vraag in mij op of ik werkelijk wel zo naar God verlang?
Soms is het schrijven ook een worstelen met woorden om iets op papier te krijgen, niet altijd is het makkelijk om wat je voelt, wat er in je leeft in woorden om te zetten en soms is er ook niet echt een gevoel bij, het gevoel dat 'erbij zou horen.'

Verlang ik werkelijk zo naar God?
Wil ik echt Zijn wegen wel gaan, Zijn pad van waarheid bewandelen?
Is Hij echt mijn al in al, is mijn hart Hem echt toegedaan?
Voel, ervaar ik die diepe hunkering?

Terwijl ik deze woorden schreef, was er geen diepe hunkering, geen diep verlangen, maar eerder een worstelen met de woorden uit de Bijbelteksten om alles op papier te zetten.
Maar als ik vervolgens mijn gedachten over deze dingen laat gaan en mezelf de vragen stel, komt er een diep gevoel van innerlijke rust en vrede in mijn hart.
Niet altijd is er een uitbundige uiting van verlangen naar God, soms is er gewoon dat stille zeker weten dat je niets anders wil dan Hem volgen, dienen en eren.
Ik besef weer eens opnieuw dat gevoelens bedriegelijk zijn, dat ik niet afhankelijk ban van wat ik voel om deze dingen te kunnen schrijven, maar dat ik het kan en mag omdat het diep in mijn hart verankerd is.

Ja, Hij is mijn al in al, mijn alles.
Naar Hem verlangt mijn hart.


Naar: Ps. 84:11; Ps. 142:6; Ps. 86:11,12; Ps. 143:6