Posts tonen met het label Liefde-tot-het-einde-SusannahSpurgeon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liefde-tot-het-einde-SusannahSpurgeon. Alle posts tonen

woensdag 14 januari 2026

De Boeien van Ongeloof ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 21     










Mattheüs 17:19b,20a
'Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloof wil …’

Zoals de discipelen in het Bijbelgedeelte waaruit de tekst komt tekortschoten in geloof, zo staat Susannah ook stil bij haar tekortschieten, haar falen, haar ongeloof.
Ze vertelt hoe ze heeft geprobeerd om voor de Heer te leven en te werken, maar dat, hoewel het haar oprechte voornemen was om tot zegen te zijn voor anderen, falen daar vaak aanwezig was.
In haar ontmoeting met de Heer morgen, vuurt ze als het ware een flink aantal vragen op de Heer af, tenminste zo ervaar ik het met het lezen van haar vragen.
‘Heer, waarom …’
Waarom niet de zonde overwinnen?
- … het scherpe woord inhouden?
- … boosheid bedwingen?
- … dicht bij U wandelen zodat mijn leven beheerst wordt door U; elke daad, elke gedachte, elk woord …?
- … de kracht om anderen te beïnvloeden, naar U te leiden voor hulp?
Het Bijbelvers geeft haar, net als de discipelen, het antwoord: Ongeloof.

Waar Susannah me in meeneemt is heel herkenbaar, zowel haar vragen, als ook dat we -in mijn eigen woorden gezegd, het ene moment op de top van de berg zijn, en het volgende in een dal belanden.
Nee, het ligt niet aan de Heer, Zijn kracht blijft altijd en tot in eeuwigheid hetzelfde, het is ons ongeloof dat dat ons naar beneden stort.

‘Heere, het is maar al te waar dat mijn geloof
vaak door de boeien van ongeloof wordt gebonden
en zijn vleugels worden gebroken,
zodat het slechts met pijn
kan proberen hemelwaarts te vliegen.’

Susannah Spurgeon

Ik denk dat ze met de woorden die ze gebruikt in het citaat, ‘de boeien van ongeloof’, het juist beschrijft.
Ongeloof bindt, ontneemt, verhindert, blokkeert, neemt gevangen.
Susannah beperkt zich tot wat ongeloof doet, en bidt om verlossing van dit kwaad en om openbaring van ‘de uitnemende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven’.
Dat de Heer toch alle twijfel en wantrouwen uit haar hart bant, geloof zal overwinnen en alle eer aan Hem zal zijn.

In mijn schrift staan echter nog wat dingen die ik toen had opgezocht over ongeloof, en enkele wil ik daarvan hier ook in opnemen;
Helaas kan ik op Internet niet meer terugvinden waar ik het vandaan heb, maar ze zijn belangrijk genoeg om over na te denken.

‘Ongeloof zien de meeste gelovigen niet als zonde maar als zwakheid, en daarom leren ze het niet om ongeloof te haten als anderen zonden.’

‘Ongeloof is een belediging naar God toe, omdat het impliceert dat God Zijn kinderen niet verzorgd of voorziet.’

Hebreeën 3: 12 zegt: ‘Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; …’

Een verdorven hart vol ongeloof …
Verdorven, boos, kwaadwillig hart.

In de bijbel kunnen we op meerdere plaatsen lezen dat de Here Jezus beperkt werd in Zijn handelen door het ongeloof, dus het laat zien welk een kwaad en schade ongeloof aanricht.
Het laatste coupletje van mijn gedichtje is dan ook echt mijn gebed.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het ontneemt mijn zicht
op wie God werkelijk is en
op wie Hij voor mij wil zijn.
Het beperkt mij in mijn kunnen,
het berooft mij van mijn kracht
en geeft onnodig verdriet en pijn.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het is een zonde, een kwaad, dat mij
doet vergeten dat God in mij
Zijn Geest van kracht heeft gegeven.
Menig gebed wordt niet verhoord,
en maar al te vaak faal ik in
mijn streven naar een heiliger leven.

Ongeloof …, Heer, wat doe ik U vaak 
veel verdriet en pijn met mijn ongeloof.
Ban uit mijn hart, Heer, al mijn twijfel,
mijn sceptisch zijn, mijn wantrouwen.
Schenk mij geloof, Heer; leer mij leven
vanuit Uw kracht die in mij is, en
leer mij om in alles op U te bouwen.

‘En Jezus zei tegen hem: Als u kunt geloven,  alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.
Marcus 9:23,24


dinsdag 2 december 2025

Genezing voor ontevredenheid ...

Lof en dankzegging

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 20







 
Psalm 71:8
‘Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, de ganse dag met Uw heerlijkheid.’

‘Wat gebeurt het maar zelden dat
de tedere genade van de overdenking in de vroege morgen
aanhoudt in de drukke uren van de dag!’

Susannah Spurgeon


Wat staat er ontzettend veel in dit hoofdstukje dat mij tot nadenken stemt, als ook dat het mij tot belijden van mijn zonden brengt.
Misschien herken je het wel.
We beginnen de dag met de Heer, het is fijn, het is goed, en met een verheugd hart starten we de dag.
Maar hoe vaak gebeurt het niet dat voor we ook maar een paar uur verder zijn, daar nog maar weinig meer van over is.
De zon die in onze ziel scheen toen we vanmorgen tijd met Hem doorbrachten, is inmiddels door wolken verduisterd en de eerste regendruppels vallen al en beginnen langzaam de vreugde te doven.
Dingen die verkeerd gaan, ruziënde kinderen, een lekke band of een flinke file waardoor we te laat op ons werk komen doen ons humeur niet bepaald goed.
Als er dan ook nog een stapel werk op ons wacht, en we ondertussen het ene na het andere telefoontje krijgen, dan blijft er soms maar weinig meer over van de vreugde waar we de dag mee begonnen.
De wil is er, maar de uitkomst …

Misschien hebben we ons geduld al wel een paar keer verloren, hebben we al heel wat gemopperd, of gefoeterd, en misschien zelfs wel al een lelijk woord gezegd, of veel scherper op iemand gereageerd dan goed was; hoe makkelijk komt soms zowel zegen als vervloeking uit dezelfde mond …
Van ons zonnige humeur is niet veel meer over, en misschien moeten we wel alle zeilen bijzetten om niet chagrijnig tegen iedereen om ons heen te reageren.
Misschien hebben we zelfs wel een beetje wanhopig naar boven gekeken en gevraagd ‘Heer, waarom al dit misgaan, waarom zit alles zo tegen, net nu ik zo blij was vanmorgen door onze tijd samen?’

Wat blijft er soms weinig over van ons verlangen en onze wil om Hem te weerspiegelen, om vriendelijk te zijn naar iedereen, om dankbaar te zijn in alle omstandigheden.
Wat ligt er soms nog maar weinig lofzang op onze lippen naar mate de dag vordert.
En hoe vaak hebben we Hem al niet moeten belijden dat we niet goed reageerden, verkeerde dingen gezegd hebben, we niet bepaald een lichtend licht en een zoutend zout waren.
Wat zou er vaak veel meer liefde, lofprijs en dankzegging in onze woorden kunnen zijn …

‘O Heere Jezus Christus, wat moet U vaak
vergeving schenken en medelijden hebben!
Wat is het er bij mij nog ver vandaan
dat ik aan Uw beeld gelijkvormig word gemaakt!’

Susannah Spurgeon

Hoe vaak beginnen we de dag niet
met een fris en goed gemoed.
We hebben lekker geslapen
en ons met Zijn woord gevoed.

Met een blij gezicht gaan we op weg
om deze dag tot Zijn eer te leven.
Ons hart is vol van Zijn liefde en
we verlangen ernaar dit door te geven.

Maar al snel komen de eerste barstjes.
Kinderen die niet luisteren, stoplichten op rood.
Een glas in duizend stukjes doordat je met
je elleboog tegen een deur aan stoot.

Een collega die slecht heeft geslapen en
de stapel werk op je bureau doen ook geen goed.
Of de file waar je in terecht komt, een botsing …
en voor je het weet: weg is je goed gemoed.

Hoe makkelijk wordt onze vrede
soms niet door kleine dingen geroofd.
Hoe snel het vuur van passie en liefde
door moeite of tegenslag gedoofd.

‘Van de morgen tot de avond
moge de belangrijkste gedachte van mijn leven zijn
hoe ik mijn God zal verheerlijken
door goed te spreken van Zijn Naam.’

Susannah Spurgeon

Maar welke tegenslagen ons ook omringen,
we hebben altijd redenen tot dankbaarheid.
En een mond vervuld met lof en dankzegging,
laat weinig ruimte voor ontevredenheid.

‘Wie dank offert, zal Mij eren; wie de rechte weg gaat, zal Ik Gods heil doen zien.’
Psalm 50:23

‘Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn.
Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
Maak de HEERE met mij groot, laten wij tezamen Zijn Naam roemen.’

Psalm 34:2-4

‘Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.'
‘Psalm 81:11b

Heer, vult U onze mond met Uw lof en luister,
vanaf dat we wakker worden tot we slapen gaan.
Laat Uw onmetelijke goedheid, liefde en genade
ons in voor- en tegenspoed altijd voor ogen staan.

dinsdag 12 augustus 2025

Houd moed, mijn ziel!

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Distels en mirtebomen)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 19 








Jesaja 55:13

‘Voor een doorn zal een dennenboom opgaan, voor een distel zal een mirtenboom opgaan; en het zal den Heere wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.’
SV

‘Voor een doornstruik zal een cipres opkomen, voor een distel zal een mirt opkomen; en het zal de HEERE zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist.’
HSV

Onze God is een liefdevol en genadig God.
Als we terneergeslagen zijn of bedroefd, ontmoedigd, vol zorgen of pijn, hetzij vanwege onze zonden of van buitenaf, dan is Hij daar om ons te leiden naar Zijn barmhartigheid; om beschutting te vinden bij Hem en rust voor onze benauwde, verontruste geest.
Ja, meer nog dan dat.
‘Zijn macht is zo groot, dat Hij juist de dingen die mij verwonden en pijn doen, verandert in middelen van genade en zegen voor mijn hart en leven.’

Moeilijke, pijnlijke, teleurstellende, ja, wat voor negatiefs in ons leven ook, zijn als doornen en distels die ons kwellen.
Maar als God ons Zijn Woord geeft, en Zijn vrede in ons hart komt, verdwijnt dit alles.
De ene keer gelijk, een andere keer duurt het even, maar het komt als we op Hem blijven zien en vertrouwen.
Susannah zegt dan het volgende over de dennenboom/cipres en de mirteboom:
'De ‘bladeren van de dennenboom/cipres’ worden als een zacht tapijt onder vermoeide voeten, en de sneeuwwitte bloesem van de mirteboom en de glanzende bladeren een aangename geur en zoetheid.’

‘Als dat wat schijnbaar kwaad is,
in iets goeds wordt veranderd,
als U de beproevingen van Uw kinderen
in overwinningen verandert
en hun pijn in vreugde –
dan is dit een heerlijk bewijs van Uw medelijden en Uw macht.’

Susannah Spurgeon


Heer, leer ons de noden die komen te beschouwen als wegen en middelen om U te verheerlijken.
Leer ons ze te aanvaarden als toetsingen en beproevingen van ons geloof.
Leer ons, om ze met een onverschrokken hart tegemoet te treden, en om de verlossing van U te verwachten.
Doe ons beseffen dat als alles altijd maar goed zou gaan, er geen doornen en distels op onze wegen zouden zijn, we weinig tot niets van Uw liefde, barmhartigheid en verlossing kunnen proeven. 

– Amen – 

Houd moed, mijn ziel; roem in je zwakheden, zodat de Kracht van Christus in je wone.

Dank U, Vader, dat ik weten mag,
dat wat mij nu teleurstelt,
verdriet doet of pijn,
er is om mij dichter te brengen bij U,
en opdat alles tot vermeerdering
van Uw eer en glorie zal zijn.

Soms zijn onze wegen vol distels en doornen,
lopen we overal krassen op en
worden we aan alle kanten gestoken.
Soms is alles zelfs zo moeilijk en zwaar, dat
het lijkt alsof we niet meer verder kunnen;
alsof we totaal zijn gebroken.

Maar als we in die gebrokenheid
op Hem blijven zien en vertrouwen,
onze hulp van Hem blijven verwachten,
komt de dag dat de distels en doornen verdorren,
en Zijn macht, Zijn majesteit zichtbaar wordt,
zelfs in onze duisterste nachten.

Hij verandert onze pijn in vreugde,
iets kwaads in iets goeds,
en onze beproeving in overwinning.
We leren Hem kennen en zien hoe Hij is;
we zien Zijn wonderbare liefde en genade;
de bewijzen van Zijn ontferming.

Heer, leer mij als er noden komen,
ze te beschouwen als toetsingen
en beproevingen van mijn geloof.
Laat mij ze tegemoet treden met
vertrouwen en een onverschrokken hart:
want U bent God en doet wat U beloofd.

donderdag 13 februari 2025

Heer, ga Uw gang …

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Tijden van beproeving, het bewijs van liefde)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 18












Exodus 20:20a
‘…, vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht.’
SV

Gehele tekst:
‘Mozes zei tegen het volk: Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt.’
HSV

Als eerste wil ik een kleine kanttekening plaatsten bij het woordje ‘verzocht’ dat de StatenVertaling gebruikt.
De meeste Bijbelvertalingen gebruiken de woorden ‘op de proef stellen’, wat in mijn ogen heel wat anders is dan ‘verzocht’.
Beproeven is testen, verzoeken (waar het woord verzocht uit voortkomt) is verleiden, in verleiding brengen, en God verzoekt niet.
Jacobus 1:13 - ‘Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand.’
Iets verder op in het hoofdstukje wordt een gedeelte uit Deuteronomium 13:3 aangehaald en ook daar wordt ‘verzoekt’ gebruikt, maar in dit vers is het duidelijker dat het hier niet gaat om in verleiding brengen.

Waar het volk Israël sidderde van angst toen de woorden uit Ex.20:20 tot hen kwamen, vanwege de donderslagen, bliksems, bazuingeschal en de rokende berg, was dat bij Susannah heel anders.
De woorden kwamen tot haar in de vorm van een zacht fluisterende stem in de rust van haar eigen kamer, en ze brachten haar moed en troost in een tijd van grote nood en neerslachtigheid.
Ze ervaarde de woorden ‘Vrees niet!’ als een tedere boodschap, en zag in de woorden ‘want God is gekomen om u op de proef te stellen’, de reden om te vertrouwen.

Dezelfde woorden, maar binnenkomend op een geheel andere manier.
Dezelfde woorden, maar ook vanuit een heel andere omgeving en situatie gesproken.

Susannah wijst erop dat op het moment dat we beproefd worden, of in moeilijkheden komen, onze eerste gedachte niet moet zijn hoe we hier toch zo snel mogelijk aan kunnen ontkomen, of hoe we de pijn die we erdoor lijden, kunnen verzachten, maar hoe we God hierin kunnen verheerlijken, en de les leren die Hij ons wil leren.
En ook dat we ons moeten bedenken hoe groot Zijn liefde wel niet voor ons moet zijn, dat Hij ons waardig acht om de gehoorzaamheid en toewijding van ons hart te onderzoeken.

God beproefde Zijn volk, God beproeft ook ons.
Maar hoe reageren wij?
Hoe gaan wij ermee om?
Volledige overgave of halfhartigheid?

‘De beproeving werd niet weggenomen,
maar mijn ogen werden wel geopend om te zien
dat als die beproeving kwam van de hand van God,
er dan zegen in moest zijn.

De ziel die het gezegende geheim heeft geleerd
om Gods hand te zien in alles wat haar betreft,
kan geen prooi zijn voor vrees.'

Susannah Spurgeon

Laten we niet bang zijn
als ons geloof door God
op de proef wordt gesteld.
Het is namelijk een kans
om Hem te laten zien dat Hij
Degene is Die boven alles telt.

Laten we sterk en dapper zijn
in alles wat ons overkomt, of in
wat God toelaat in ons leven.
Laten we niet op de vlucht slaan
maar bereid zijn de lessen te leren
die Hij ons wenst te geven.

Laten we Zijn liefde voor ons
beantwoorden met toewijding
en gehoorzaamheid.
Opdat ons leven een waar
getuigenis zal zijn tot Zijn lof
en heerlijkheid.

maandag 15 juli 2024

Dwars door het vuur ...

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Bij de vurige ovens)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 17








Numeri 31:23

‘Alle ding dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde.’
SV

‘… elk ding dat vuurvast is, moet u door het vuur laten gaan, zodat het rein wordt, …’
HSV

‘Als wij Gods goud zijn,
moeten we doorlopend onderworpen worden
aan de loutering door het vuur.
Als Hij stelt dat wij zilver zijn,
dan moeten we telkens weer gereinigd worden,
opdat onze verontreiniging uitgezuiverd zal worden
en opdat alles wat echt en kostbaar is
in een nieuwe schittering zal stralen tot Zijn eer.’

Susannah Spurgeon

‘Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.’
1 Petrus 4:12

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7


Dwars door het vuur

Door mijn hoofd gaan de woorden,
dat Hij mij dwars door het vuur
rein maakt, en puur.
Dat ik mij uitstrek naar Jezus, naar
meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar ben ik daar werkelijk toe bereid?

In mijn ziel is dat diepe verlangen
naar rein willen zijn en puur,
maar wil ik wel écht door dat vuur?
Alles in mij verlangt naar meer van Hem,
naar meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar door het vuur is géén kleinigheid.

Het vuur dat mijn leven zuivert, doet pijn,
en in dit proces huil ik vaak menige traan.
Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik bezwijk,
dat ik er volledig aan onderdoor zal gaan.

Opnieuw klinken er woorden in mijn hoofd:
‘Wees niet bang, Ik ben bij je
ook nu je door het vuur moet gaan.
Wees niet bang, want Ik ben je God en Heiland.
Het vuur zal je niet verbranden,
maar je straks rein voor Mij doen staan.’

Vrede daalt neer, en maakt mijn hart bereid.
‘Hier ben ik, Heer, ga gerust Uw gang.
Laat alles verdwijnen wat niet is tot Uw eer;
meer van U, minder van mij is al wat ik verlang.’

Het is inmiddels bijna 5 jaar geleden dat ik het gedichtje schreef bij dit hoofdstukje.
En hoewel ik er een aantal weken geleden al mee begonnen was om er een blogje van te maken, waren er opnieuw allerlei dingen die er tussen kwamen.
Maar vanmorgen kwam ik het opnieuw tegen en het lezen van het gedichtje zette mij weer even goed stil, om mij daarna in beweging te brengen. 
Nee, het gaat hier nog steeds niet echt lekker; er gebeurt nog van alles, en doordat ik zelf ook nog eens in de lappenmand zit, vind ik het op dit moment allemaal best moeilijk en zwaar.
En dan lees ik dit gedichtje, het hoofdstukje waaruit het komt, als ook wat ik geschreven heb in mijn Stille Tijdschrift.

Dwars door het vuur …
Wat zing ik deze woorden vaak makkelijk; het is ook wel een prachtige melodie om te zingen, en het is immers ook het verlangen van mijn hart.
Maar …, ik bedenk me vandaag dat ik met de moeilijkheden die er zijn en elkaar soms zo blijven opvolgen, er vaak maar weinig bij stilsta dat dit ook Gods reinigende, louterende vuur kan zijn.

‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.

Dwars door het vuur …
Ik lees wat ik schreef in mijn schrift:
🙏 
Heer, het vuur heb ik niet lief, ik vrees het soms (vaak), maar toch Heer, ga Uw gang, opdat alles wat niet tot Uw eer is, verdwijnen zal. 
- Amen - 

Een ‘enkel vuur’ om doorheen te gaan is vaak nog niet zo moeilijk, maar wat als de ene vuurstorm op de andere volgt?
Blijf ik dan ook staande in geloof, met vreugde, vrede, kracht, troost, hoop …?
‘De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’

‘Het vlees mag er van tijd tot tijd voor terugschrikken om gezuiverd te worden, maar we hoeven niet bang te zijn, want het is niet gericht op onze ondergang.’
(eigen weergave van Susannah’s woorden)   

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7

Dwars door het vuur …
Heel wat gedachten buitelen door mijn hoofd terwijl ik met dit blogje bezig ben; te veel om te beschrijven.
Woorden van het lied ‘Maak mij rein voor U’ blijven maar terugkomen in mijn gedachten.
‘Dwars door het vuur …
Ik strek mijn uit …
Ja, ik besluit, Jezus, …
een dienstknecht te zijn van U, mijn Meester,
steeds tot Uw wil bereid.’

Steeds tot Uw wil bereid!
Ook in het vuur van beproeving, omdat het tot Zijn eer en glorie is.

‘Als Zijn beproefde goud tevoorschijn komt, zal dit bij Zijn verschijning bevonden worden tot lof en eer en heerlijkheid.’
Susannah Spurgeon

Dwars door het vuur!
Ziende op de liefde van Hem, Die ons gaf wat Hem het dierbaarst was om ons te redden.
Horende Zijn liefdevolle woorden: ‘Vrees niet, want Ik ben met u!’
Wetende: nooit langer dan nodig is.

Gelovend vertrouwen.
‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.



  Opwekking 427 - Maak mij rein voor U


‘En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen,
omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt,
en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
En de hoop beschaamt niet,
omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is
door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’

Romeinen 5:3-5

‘Acht het enkel vreugde, mijn broeders,
wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt,
want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.
Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken,
opdat u volmaakt bent en geheel oprecht,
en in niets tekortschiet.’

Jakobus 1:2-4

dinsdag 13 februari 2024

De bron in de woestijn ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 16 










Deuteronomium 15:18a 
‘Het zal niet hard zijn in uw ogen ...’
NBG
‘Laat het niet moeilijk zijn in uw ogen …’
HSV

Soms kan Gods Woord heel duidelijk tot ons spreken, ook al gaat het in de context heel ergens anders over.
God Zelf spreekt namelijk (is ook mijn ervaring, net als die van Susannah hier, soms heel persoonlijk tot ons hart.
Dan mag het in de Bijbel, zoals hier over slaven gaan, en hoe God wil dat ermee wordt omgegaan, maar de heer gebruikt dezelfde woorden om ons iets duidelijk te maken, of tot de orde te roepen, of te bemoedigen of te troosten, of te leren, of …
En dat is duidelijk hetgeen hier bij de schrijfster is gebeurd.
Ze ervaarde hetgeen waar ze doorheen moest als ‘heel hard’, iets heel moeilijks en zwaar.
Hoewel Gods genade haar ervan weerhouden heeft om openlijk te mopperen en te klagen, ze vond het wel heel moeilijk waar ze doorheen moest.

Maar met dat zij deze woorden ‘Het zal niet te hard zijn in uw ogen’ leest, ervaart zij in haar binnenste dat de Heer tot haar spreekt, en dat Hij haar zegt, dat het haar niet te hard mag lijken.
Want dat haar vertrouwen, geloof en gehoorzaamheid zo volkomen, sterk en volmaakt hoort te zijn, dat geen enkele beproeving die Hij zend haar schrik aan mag jagen.
‘Ben Ik voor u niet altijd krachtig bevonden, een Hulp in benauwdheden?’

'Gods boog wordt nooit op goed geluk gespannen. Hij maakt geen fouten, noch in het tellen van de sterren, noch in het toemeten van al het verdriet aan mij. Dat moet mij leren om Hem te verheerlijken.’
Susannah Spurgeon


Zoals deze woorden bij haar binnen zijn gekomen, zo mogen ook wij deze woorden tot ons nemen, en naast onze situatie leggen.
Al moeten we ons daarbij wel bewust zijn van het feit, dat deze troost niet van toepassing kan zijn op narigheid voortkomen uit onze eigen verkeerde keuzes, onze zonden.
‘Maar een last of een verdriet door God gegeven, gebracht in de zonneschijn van Zijn liefde en aan Zijn gezegende voeten gelegd, verliest meteen al het ‘harde/moeilijke’ en wordt veranderd in zegen.’ (Susannah Spurgeon)

Het is goed en belangrijk om ons te beseffen dat we de Heer pijn en verdriet doen als we Hem tot hardvochtig en meedogenloos bestempelen.
Ziende op het volbrachte werk van de Here Jezus weten we dat God een God is van eeuwige Liefde!

🙏 Laat mij anders leren kijken, Heer, als beproevingen mijn leven binnenkomen; laat mij ze niet meer te moeilijk of te zwaar lijken, maar help mij om te geloven en te vertrouwen op Uw eeuwige liefde; om te zien op wie U bent, terwijl ik de woorden 'het zal niet hard/moeilijk zijn in uw ogen' in het licht van Uw liefde tot mij neem.
En laat mij in gehoorzaamheid Uw wegen gaan, opdat Uw Naam zal worden verheerlijkt.


- Amen - 


Gebed

Heer, we weten dat U in Uw woord zegt
dat U ons niet boven vermogen
beproeven zal.
Maar toch zijn er momenten in ons leven
dat we het te zwaar, te moeilijk vinden,
zo diep is ons dal.

Hoe moeilijk is het dan soms, Heer,
voor ogen te blijven houden wat U zegt,
en wie U bent.
Dat U met de beproeving ook een uitweg geeft;
dat U niet alleen heden en verleden, maar ook
de toekomst kent.

Dat we kostbaar en waardevol zijn voor U;
dat U alles doet meewerken ten goede voor
wie van U houdt.
Dat U ons bijstaat iedere dag van ons leven;
ja, dat U een krachtige hulp voor ons bent
als het leven benauwt.

Och, Heer, laat mijn vertrouwen in U zo volkomen zijn,
mijn geloof in Uw liefde zo sterk, dat niets wat U geeft
mij te moeilijk zal zijn.
Laat mij in alles steeds opnieuw zien op wie U bent,
en help mij om dagelijks te blijven drinken uit Uw
levengevende fontein.

U bent immers de Bron van leven, liefde en licht;
alleen bij U wordt mijn ziel vervuld van troost
in elke smart.
Dan zal er vrede en vreugde zijn in elke moeilijkheid,
en te midden van pijn en verdriet een lofzang opstijgen
vanuit mijn hart.

- Amen -

zondag 6 augustus 2023

Het benauwde hart ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 15.












Johannes 14:27b
‘Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.’
SV

‘Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.’
HSV

Hoewel de woorden een gebod inhouden, proef ik tegelijk een grote liefde in deze woorden die de Here Jezus spreekt.
Liefde, als ook kennis van ons menselijk hart, van mijn hart.
Uw hart worde niet ontroerd of versaagd …
Ontroerd, oftewel: ontsteld, aangedaan, onthutst, geschokt, overstuur, van slag, radeloos.
Versaagd, oftewel: bevreesd, moedeloos, terneergeslagen, lusteloos, bang, wanhopig, vertwijfeld.

Uw hart worde niet ontroerd of versaagd …

De afgelopen week was ik een beetje down.
Ik was moe, had pijn, en was erg futloos en het ontbrak me gewoon aan enige energie.
Alles kostte zoveel moeite, en mijn tranen zaten hoog; elk vriendelijk woord bracht ze weer naar boven.
En hoewel het misschien in de huidige omstandigheden misschien niet zo vreemd is, toch voelde het vervelend en wilde ik me helemaal niet zo voelen, en toch lukte het me maar niet om me er overheen te zetten, ook al waren er bijzondere momenten, waarin ik Gods troostende nabijheid zo ervoer.
En zo kwam daar gister de gedachte om dan maar weer eens verder te gaan met deze serie, alleen, ik kon me er gewoon nog niet toe zetten, en ook vandaag lukte het me eigenlijk maar niet.
Het is dan ook al ver in de middag als ik tenslotte toch maar besluit om het boekje en het gedicht, dat ik er al bij geschreven had, te pakken om er toch maar mee aan de slag te gaan.

En uitgerekend deze keer gaat het over ‘Het benauwde hart’, en word ik er op gewezen dat ‘waar ik een benauwde geest in mij omdraag, ik in rechtstreekse ongehoorzaamheid aan Zijn gebod handel’. 
Maar Susannah wijst op meer dan alleen het gebod dat in deze woorden van de Here Jezus ligt.
Ze wijst ook op Degene die deze woorden spreekt, op Zijn liefde en genade.
Ze wijst op het verdriet dat we Hem aandoen met ons gebrek aan vertrouwen; onze dwaasheid om lasten zelf te willen dragen in plaats van aan Zijn voeten neer te werpen.
Over de toon van bestraffing en teleurstelling die ze ook in deze woorden hoort.
En dat ons hart eigenlijk, na alles wat Hij voor ons heeft gedaan, helemaal niet bang behoort te zijn.
‘Maar toch’, zegt ze, ‘wat haalt vrees de voetstappen van blijde verzekerdheid vaak in! Wat ga ik spoedig weg uit het licht van Uw aangezicht naar de diepe schaduw die de berg van mijn zonde werpt.’

Waarom zou ons hart ontroerd zijn?
Is het zonde, zijn het gevoelens van onwaardig zijn?
Of zijn het de dingen die gebeuren, de zorgen van het leven, ergernissen, teleurstellingen?
Het zijn haar volgende woorden die in mij iets raken en verandering brengen.
‘Ga opnieuw tot uw lieve Heere, mijn ziel, en leg alles wat u in de war brengt en u verdriet doet aan Zijn voeten neer. U zult Hem zeker horen zeggen: Uw hart worde niet ontroerd of versaagd. Heel uw smart is bij Mij bekend. Ik leid en bestuur alles wat op u betrekking heeft. Is het moeilijker om in al het kwaad van de aarde op Mijn liefde te vertrouwen dan op de eeuwige vreugden?’

Als ik het gedichtje erbij pak, zie ik dat ik er een notitie bij had gemaakt: ‘Niet vergeten welke woorden Jezus ervoor spreekt!’
Susannah verwijst er niet naar, maar doordat ik meestal nog even de gegeven Bijbelteksten nalees in mijn Bijbel, wil ik het toch aanhalen, omdat ik denk dat deze woorden juist heel belangrijk zijn voor hetgeen vandaag centraal staat.
De Here Jezus zegt: ‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef ik u; niet zoals de wereld die geef, geef Ik die u.’
En dan volgen de woorden: ‘Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.’
Mijn vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u, geen gewone vrede, geen vrede zoals we kennen in de wereld, maar hemelse vrede, Shalom!
Vrede, die elk verstand te boven gaat, omdat zij komt van de Vredevorst.
Het is op basis van de Vrede die Hij geeft, dat Hij ook zegt: Uw hart worde niet ontroerd en versaagd!'
Het betekent voor ons, voor mij, kiezen.
Blijf ik hangen in, of zet ik alles op alles om te midden van wat mijn hart ook zo ontroerd en versaagd, op Hem te zien, op wie Hij is, op wat Hij heeft gedaan, en wat Hij heeft gezegd en beloofd.

‘Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.’
Of zoals de NB zo mooi zegt: 'Geef zicht aan mijn ogen, dat ik acht sla op de wonderen uit uw Wet!'
Psalm 119:18


Kiezen

Heer, wat kent U het hart
van ons mensen toch goed.
U geeft ons een opdracht,
maar komt ons daarvoor al
met zoveel liefde tegemoet.

U, Die Zelf mens was,
weet hoe wij mensen zijn.
Hoe makkelijk wij ons
laten leiden door zorgen,
door verdriet en pijn.

O, Heer, is het daarom niet
dat U eerst Uw vrede geeft?
En is dat tegelijk geen blijk
van welk een grote liefde U
voor Uw kinderen heeft?

Heer, laat zo Uw vrede heersen in mijn hart,
dan zal er geen ruimte zijn voor smart.
Want Uw Liefde en Vrede zal mijn angst verjagen,
als ook andere dingen die mij zo kunnen belagen.
Help mij steeds opnieuw te kiezen om op U te zien,
vertrouwend op de grootheid van de God die ik dien.

- Amen -

woensdag 8 maart 2023

De kleine dingen van het dagelijks leven ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 14.












Psalm 139:2 
‘Gij weet mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten.’

Overbekende woorden deze woorden uit Psalm 139, maar wat doen ze ons als we -misschien opnieuw, een moment nemen om ze te overdenken?
Wat voor effect hebben deze woorden op ons?
Voelen we ons er ongemakkelijk onder, of kunnen we ze lezen en overdenken met een blij hart?

Susannah Spurgeon zegt het zo mooi:
‘Niets dan de volle verzekerdheid van het geloof in het dierbaar bloed dat voor u op Golgotha werd gestort, kan u deze vrijmoedigheid schenken. 
Gelukkig bent u, mijn ziel, als u weet dat God door de wonden van Jezus heen op u ziet.’

‘Geheel zijt gij schoon, 
Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u.’
Hooglied 4:7

Hierin ligt het geheimenis van met vreugde, -zonder dat we ons ongemakkelijk voelen of in verlegenheid gebracht, deze woorden kunnen lezen.
Tegelijkertijd mogen ze een aansporing zijn om ons waakzaam te maken over hoe we ons dagelijks leven leven.
‘Mijn zitten en mijn opstaan …’
Hoe is onze houding en ons gedrag?
Thuis, op ons werk, als ‘niemand’ ons ziet, in welke omstandigheid dan ook.
‘Gij verstaat van verre mijn gedachten …’
Wat gaat er om in ons hoofd?
Hoe makkelijk brengen onze gedachten ons niet in verwarring, maken ze ons bezorgd of opstandig, zijn ze zondig en allesbehalve heilig.

Een laatste citaat van Susannah Spurgeon, omdat ik hem zo ontzettend mooi vind, maar ook opdat het tot hulp mag zijn voor een ieder, die net als ik, zo kan worstelen met zijn gedachten:
‘De God Die uw gedachten ‘van verre’ kan verstaan, heeft de kracht om ze te beteugelen. Nee, meer nog: voor dat ze u bereiken, terwijl ze nog op afstand zijn en niet onder woorden gebracht, zal Hij ze reinigen en zuiveren.’


‘Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; 
beproef mij, en ken mijn gedachten.
En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; 
en leid mij op de eeuwige weg.’
Psalm 139:23,24


Door Jezus alleen

Heer, het besef dat U
alles van mij weet,
zelfs wat ik denk,
maakt mij niet bang,
noch bezorgd, noch
brengt het mij in
verlegenheid.

Want ik weet dat U
van mij houdt
zoals ik ben;
met al mijn fouten
en al mijn gebreken,
met al mijn worstelingen
en in al mijn strijd.

Welk een gevoel van
veiligheid ligt er besloten
in dit weten.
Welk een vreugde en 
dankbaarheid omdat U
naar mij omziet met
zulk een tederheid.

Begrijpen kan ik het niet,
het is zo onvoorstelbaar
bijzonder en groots.
Laat het mij toch doen leven
tot Uw glorie en eer en 
met koninklijke 
waardigheid.

Jezus, mijn Redder en Heer,
ik dank U, want U bent het 
door Wie de Vader mij ziet;
U stierf voor mij, vergoot 
Uw bloed voor mij, en 
bekleedde mij met het kleed 
van Rechtvaardigheid.

U komt toe al mijn lof,
mijn dank en mijn eer.
U wil ik loven en prijzen,
Uw Naam grootmaken
en bezingen tot in
alle eeuwigheid.

-  Amen - 

zaterdag 21 mei 2022

Neergeslagen ogen ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 13.








‘Mijn ogen kunnen niet omhoog zien.
O Heere, ik word onderdrukt, wees Gij mijn borg.’

Eng. vert. 

‘Mijn ogen smachten naar den hoge; o Here, ik ben angstig, wees borg voor mij.’
NBG
Jesaja 38:14b


De vele verschillende vertalingen kunnen het ons soms knap lastig maken om een tekst goed te begrijpen, en dat gebeurde hier in dit hoofdstukje ook bij Susannah.
Het bleek dat het woordje ‘zien’ later is toegevoegd, dat het niet in het oorspronkelijke Hebreeuws staat.
Het is een klein verschil, maar het zet de tekst in een heel ander daglicht.
Waar Susannah het eerst las als zijnde dat koning Hizkia zo aanhoudend en ononderbroken naar boven had gekeken, dat zijn ogen er vermoeid van raakten, blijkt de letterlijke betekenis als volgt te zijn, ik citeer: ‘Mijn ogen zijn neergeslagen, mijn ogen zijn te zwak om omhoog te zien.’
Met andere woorden: ‘Ik ben uitermate zwak, Heere; het gewicht van zonde, verdriet en ziekte drukt op mij. Ik ben zo in de diepte gebracht, dat ik niet eens meer mijn ogen tot U op kan heffen.’
En dat is vast iets dat velen van ons vast wel herkennen; ik in ieder geval wel.
Soms zo terneergedrukt zijn, zo gebukt gaan onder ziekte, of de tegenslagen van het leven; zo moe en moedeloos geworden zijn omdat het maar voortduurt en niet ophoudt, dat je niet eens meer in staat bent om nog naar Hem op te zien.
Welk een troost bevatten dan haar woorden die erop volgen: ‘Maar kom, zit aan mijn bed, dicht bij mij, Heere, zodat ik niet hoef op te zien, maar alleen mijn vermoeide ogen heb te sluiten vanwege de vreugde dat U in het tederste medelijden op mij neerziet en zegt: Vrees niet, Ik ben met u.’

‘Wees Gij mijn borg.’
Wees Gij mijn zekerheid, mijn gerustheid, mijn veiligheid.
Alles in Zijn handen leggen, daar alles laten en aan Hem overlaten.
Deze stap in geloof van harte zetten.
Geloven, vertrouwen; vrede en vreugde ontvangen!

Te moe ...

Heer, vanuit de diepte
van mijn ellende
roep ik het uit tot U.
Het gewicht van mijn lijden
drukt zo zwaar, dat ik
niet eens meer mijn ogen 
naar boven op kan slaan.

Kom U toch, Heer,
heel dicht bij mij, zodat
ik niet hoef op te zien.
Dat ik mijn vermoeide ogen
slechts heb te sluiten en
aan Uw zachte stem hoor
hoe U met mij bent begaan.

Dan hoor ik in mijn binnenste
Uw troostrijke woorden
liefdevol weerklinken:
‘Vrees niet, Mijn kind,
Ik ben met je in tijden
van vreugde, maar ook hier
in je diepste smart.’

O Heer, U bent mijn Borg,
mijn Toeverlaat, ja,
U bent mijn alles in al.
In U vindt mijn ziel vrede,
bij U komt zij tot rust.
U geeft nieuwe vreugde
aan mijn beproefde hart.

maandag 8 november 2021

Open oren

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 12.








‘Doe mij Uw goedertierenheid in de morgenstond horen, want ik betrouw op U; ...’
Psalm 143:8a
(SV)

‘Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen, want ik vertrouw op U; …’
(HSV)


Hoe mooi en bijzonder hoe sommige dingen soms samenkomen, zo ook vandaag.
Hoewel het Dagboek dat ik dit jaar in mijn Stille Tijd gebruik mij een bepaalde kant op nam, werd mijn hart getrokken naar twee andere verzen uit hetzelfde gedeelte.
Ze bleven trekken en spreken, waardoor ik deze verzen uitschreef op een kaartje, en zichtbaar op mijn bureau naast mijn laptop neerleg.
Ik heb het gevoel dat ik er iets mee moet doen, uitwerken, schrijven …

’s Middags neem ik het boekje van Susannah Spurgeon uit de vensterbank om daar weer eens mee verder te gaan op dit Blog.
Ik ben al een tijdje niet helemaal in orde, waardoor van schrijven niet zoveel komt, en me soms ook best veel kost.
Maar als ik lees wat daar staat, als ook het gedichtje dat ik vanuit dit hoofdstukje heb geschreven, ervaar ik des te meer de verzen van vanmorgen als door God tot mij gesproken woorden.
Blijdschap en vreugde zijn de kernwoorden uit die twee verzen, net de woorden die mij sinds het schrijven van mijn laatste blogje op ‘Quality Time’ zo bezighouden.
Maar vandaag gaat het niet om deze twee verzen, maar om het feit dat de Heere mijn hart en oren daarvoor opende waardoor ik ze opschreef om niet te vergeten maar te overdenken en wie weet wat nog meer.


In hoofdstuk 12 uit ‘Liefde tot het einde’ heeft Susannah het over dichtzittende oren van haar ziel, die pas opengaan als de Heere ze opent; gevolgd door het gebed dat de Heere haar oren zal openen voor Zijn zachte stem, zoals Hij de ogen van de knecht van Elisa opende, waardoor hij de legers van de Heere kon zien die klaarstonden ter verdediging en bescherming.
‘Doe mij horen; open mijn oren; of als ik te zeer verdoofd ben door het razen en het bulderen van de verwarring en de nood op aarde, spreek dan wat harder tot mij, Heere’. 

Uw goedertierenheid, oftewel Uw ‘liefhebbende vriendelijkheid’.
‘Een wonder van Goddelijke neerbuigendheid en medelijden.’
Hulp uit de hemel, genade, barmhartigheid.

Doe mij horen in de morgenstond.
‘Als allen rondom mij slapen, Heere, wek dan mijn hart met Uw tedere roep op. Hef mijn ziel op tot ware gemeenschap met U. De vroege uren met mijn God zullen de hele dag heiligen.’
In de stilte van de vroege morgen, eerst Hij; toegerust voor de rest van de dag.

‘… want ik betrouw (vertrouw) op U.’
‘Mijn ziel rust in U, zij ligt terneer op de vaste beloften van Uw Woord, en is op een lieflijke manier tevreden.’
Rust en vrede in het hart te midden van dagelijkse beslommeringen of de stormen van het leven.
Vasthouden aan Zijn beloften, daarop zien, daarnaar grijpen.


Doe mij horen ...

Och Heere …

Doe mij iedere dag ontwaken
met de tedere roep van Uw stem
naar mijn nog slapende hart.
Wek mij, en hef mijn ziel op tot
stille en kostbare momenten van
samenzijn met Uw Vaderhart.

Doe mij horen Uw lieflijke woorden
van genade, liefde, en mededogen,
van trouw en vol vriendelijkheid.
Laat ze mij de gehele dag vergezellen;
van uur tot uur in mijn gedachten zijn,
opdat ik mij elk moment in U verblijd.

Op U is immers mijn vertrouwen,
ook in tijden dat U stil bent,
of ik U in het geheel niet hoor.
Want ook in de stilte, of Uw zwijgen,
klinkt de fluistering van ‘Ik heb je
liefgehad met een eeuwige liefde’
, door.

Vul zo, lieve Vader, in ons stille samenzijn
mijn hart en ziel met de lieflijke klanken
van Uw onfeilbare en troostrijke woord.
Opdat mijn leven een melodie mag zijn
van vreugde door Uw grote liefde en trouw,
en die ook door anderen wordt gehoord.

- Amen -

dinsdag 23 maart 2021

Goddelijke zalving

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 11.












'Ik zal met verse olie overgoten worden.’
Psalm 92:11b (Eng. vert.)       

‘… ik ben met verse olie overgoten.’
(HSV - Ned. vert.)

‘… ik word verfrist met verse olie.’
(NB)

Met verse olie overgoten worden …

‘Wat ontmoeten Uw barmhartigheid (Gods mededogen, genade, goedheid, ontferming …)  en mijn gebrek (de noden van mijn ziel) elkaar hier op een heerlijke manier.'

Wanneer Uw liefde mij ’s morgens wakker maakt,
ligt deze bemoedigende gedachte voor mij klaar:
‘Een zalving voor mijn arme, trage en lusteloze ziel.’
Het maakt wat op mij ligt te wachten minder zwaar.

'Vernieuwing door de Heilige Geest, de verlevendiging door de Geest, de komst van de Trooster -het zijn de kostbare bestanddelen die sieraad voor as geven en vreugdeolie voor treurigheid.
Ze doen het gezicht stralen met de weerspiegelde heerlijkheid van de hemel.’

En toch …
Soms lijkt mijn leven op een dood punt te komen;
als een machine die vastloopt door roest en viezigheid.
En totdat ik het uitroep: ‘Maak mij levend, Heer!’,
is mijn ziel gehuld in het stof van de strijd.

Ezechiël 36:27a –
‘Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven.
Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt.’

Dan is daar het antwoord op mijn roepen,
is daar het woord van bevrijding en kracht.
Ervaart mijn ziel de zegen van leven die
Uw Heilige Geest mij liefdevol bracht. 

Ik werd met verse olie overgoten …


Lieve lezer …

Soms staan we op en beginnen de dag
met een zwaar en moedeloos gemoed.
Hoe belangrijk is het dan juist wel niet
dat onze ziel door Hem wordt gevoed.

Daar, aan het begin van de dag, ontmoeten
onze zwakheid en Gods barmhartigheid elkaar.
Maar iedere dag ligt voor de nood van onze ziel
alles wat we nodig hebben, voor ons klaar.

Het is hier op deze stille en heilige plaats,
in de warmte van Zijn liefdevolle aanwezigheid,
waar we met verse olie overgoten worden,
en vreugde de plaats inneemt van treurigheid.

Onze ziel ervaart de gezegende werking van Zijn Geest;
nieuwe moed en kracht vervullen ons en doen ons stralen.
Niet onze omstandigheden, noch wat we denken of voelen,
maar wat God zegt, zal dan de kleur van onze dag bepalen.


Ik dank, en prijs Uw heilige Naam;
U bent zo goed voor mij geweest!
U hebt mij met verse olie overgoten,
mijn ziel verlevendigd door Uw Geest.

Laat deze zalving zichtbaar worden
in alles wat ik doe, en waar ik ga.
Opdat een ieder die ik ontmoet iets
zal ervaren van Uw liefde en gena.


donderdag 21 januari 2021

De lieflijkheid van God over Zijn volk

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 10.







‘En de liefelijkheid des Heeren onzes Gods zij over ons.’
Psalm 90:17

Een vrij lastig hoofdstukje om te volgen.
Deels komt de verwarring die het oproept voort uit de verschillende vertalingen die ik er op nasloeg om het beter te kunnen begrijpen, en die niet alleen verschillende woorden gebruiken voor het woord ‘liefelijkheid’, maar ook zelfs de strekking compleet veranderen.
Bijvoorbeeld de NBV: ‘Laat ons Uw genade zien, Heer, onze God.’
Of de GNB: ‘Heer, onze God, toon ons genegenheid, …’
Of de BGT: ‘Heer, onze God, laat ons zien hoe goed U bent.’
Geen van deze vertalingen brengen mij bij de heiligheid van God, en Zijn oproep om ook heilig te zijn als Hij.
En toch is dat waar het in dit hoofdstukje om gaat, om Gods heiligheid over en in ons leven.
De vraag die bij de schrijfster bovenkomt is deze: ‘O mijn ziel, rust deze liefelijkheid -deze schoonheid- nu op u en op uw dagelijks leven?’
Een vraag die ze koppelt aan God’s opdracht om heilig te zijn en in hoeverre dit in ons leven een plek heeft.
En die het gebed in haar legt dat God haar ziel zal doen ontwaken tot een diep besef van de grote verantwoordelijkheid die besloten ligt in het toebehoren aan Hem en het dragen van Zijn Naam.

De schoonheid van heiligheid.
Haar gedachten gaan daarbij terug naar de schepping; eens was alles goed: ‘God zag dat het goed was; zeer goed’.
Naar de zondeval; de mens in zonde gevallen en daardoor misvormd en geschonden.
Maar ze gaan ook naar de heuvel Golgotha, waar de Here Jezus, ‘Die één en al liefelijkheid was’, reiniging, verzoening en herstel bewerkt heeft met Zijn kostbaar bloed.
Zijn bloed, dat niet alleen onze mismaaktheid bedekt, maar ook wegneemt en ons de lieflijkheid schenkt. 

‘O mijn ziel, verlangt u er niet vóór alle dingen naar dat deze ‘schoonheid der heiligheid’ uw eervolle kleed zal zijn? Dan moet u heel dicht bij de Meester blijven, de deur van uw hart sluiten voor alle kwaad en die wijd openzetten opdat Zijn Heilige Geest zal binnenkomen, Die u, doordat Hij Christus aan u openbaart, op Hem zal doen lijken.’


Heiliging

O Heer, houd mij dicht bij U,
dicht bij wie U bent
en dicht bij Uw Woord.
Help mij om de deur van mijn hart
wijd open te houden voor Uw Geest,
maar gesloten voor elk kwaad.
Laat mij mijn leven zo leven
dat het U vreugde schenkt,
ja, Uw hart bekoort;
dat mijn leven heiliger wordt,
en steeds meer laat zien
dat ik U toebehoor.

woensdag 22 juli 2020

Uw weg; niet mijn weg

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 9.


‘… richt Uw weg voor mijn aangezicht.’
Psalm 5:9

Susannah Spurgeon
‘Richt Uw weg’. Lieve Heere, het is niet dat Uw wegen ooit krom zijn of afwijken, maar mijn ogen zijn geneigd om naar zijpaadjes te kijken, waar de weg niet zo oneffen is, of het wandelen erop niet zo moeizaam als op de verheven baan van de Koning!’

Dit hoofdstuk is één groot gebed; een roep die klinkt vanuit menig vermoeide en verslagen ziel, die bang is dwalende te zijn.
Een gebed om een luisterend oor van onze hemelse Vader, om Zijn leiding en onderwijs.
Om de smalle weg te gaan door de kracht van Zijn liefde.
Om Zijn bescherming en leiding om op de juiste weg te blijven
Om Zijn hand die ons vasthoudt en leidt als we om welke reden dan ook de weg niet kunnen zien.
Om Zijn genade om te blijven vertrouwen wat er ook gebeurt.
Dat we ons over zullen geven aan Zijn leiding en ‘zwaar’  op Hem zullen blijven leunen bij gevaren; dat onze ogen gericht zullen blijven op de vreugde die ons wacht en dat Hij ons zal verlossen van het kleinste verlangen om af te wijken, of te treuzelen.

Gods woord zegt dat Zijn wegen niet onze wegen zijn en Zijn gedachten niet onze gedachten, maar Hij kan wel onze gedachten vullen met die van Hem en mijn wegen maken tot die van Hem.
Dat Hij dit wonder toch in ons zal uitwerken en we Zijn wegen zullen gaan.

‘Laat mijn ziel zo werkelijk en bestendig in U blijven, zo waarachtig en teer, dat ik mij altijd bewust ben van Uw lieflijke aanwezigheid, en dat ik nooit ook maar één stap zal doen bij Uw ondersteunende en verlossende hand vandaan!’

Persoonlijk gebed

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden dat ik onderstaan gedicht schreef naar aanleiding van dit hoofdstuk.
De omstandigheden drukken toen erg zwaar, en hoewel er inmiddels vele dingen veranderd zijn, is dit hoofdstuk, als ook het gedicht, nog net zo actueel als toen.


Een nieuwe dag ligt voor mij;
de zon schijnt naar hartenlust.
Maar mijn gemoed is zwaar
en mijn ziel lijkt maar half verlicht.

De noden van mijn kinderen drukken;
ik wil ze helpen waar ik kan.
Er voor ze zijn waar nodig is, en dus 
kom ik, Heer, voor Uw aangezicht.

Ik heb het nodig dat U mij leidt,
zodat ik ook hierin Uw wegen ga.
Ik wil U niet voor de voeten lopen,
en bid om Uw wijsheid en inzicht.

Help mij, Heer, in het maken en
in het nemen van de juiste keuzes.
Maar laat mij toch in alles bovenal 
op U en op Uw woord zijn gericht.

U bent mijn sterkte en mijn kracht,
samen met U kan ik alles aan.
Zolang ik maar blijf lopen op 
de weg die door U wordt verlicht.

Lieve Vader, wijs zo een ieder van ons 
de weg die U wil dat elk van ons gaat.
Geef ons het geloof en vertrouwen dat U
daarop elk moment naast ons staat.

Houd vast als het duister het zicht ontneemt,
geef moed en kracht, daar waar het ontbreekt.
Geef ogen die zien, en oren die horen als U,
op welke wijze dan ook, tot ons spreekt.

Maak één Uw en onze wil, Uw en onze gedachten,
leer en onderwijs ons iedere dag weer.
Doe ons volhouden tot het einde toe, ja, tot
wij U zien van aangezicht tot aangezicht, o Heer.

- Amen -

woensdag 6 mei 2020

De liefelijkheid van Gods wil

Gedichten (en enkele gedachten,samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 8.



‘Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.’
Mattheüs 6:10

Susannah Spurgeon
‘Wanneer mijn ziel heen en weer geslingerd wordt op de ruwe golven van de bewogen zee van dit leven, en als ik dan het anker van de hoop maar kan uitwerpen in de diepten van Gods heilige wil, dan heeft het meteen houvast, en de winden en de golven worden bestraft.’

Dit zijn de woorden waarmee Susannah dit hoofdstukje begint, en ze vervolgt met een dankwoord naar de Vader waarin ze Hem dankt dat Hij Zijn wil zo kostbaar voor haar heeft gemaakt.
Nee, niet zomaar van zelf, maar in het midden van een heel donkere en verdrietige periode heeft de Heer het mogelijk gemaakt dat zij dit kan zeggen: ‘Hij heeft alles wel gemaakt.’
En ook later als alles rustiger is, kan zij dit nog steeds zeggen.

En wij?
Kunnen wij dit ook zeggen ondanks, of te midden van moeilijke of verdrietige omstandigheden?
Kunnen wij met haar zeggen: ‘Uw wil geschiede’, als geliefden ons ontvallen?
Kunnen wij troost vinden in de wetenschap dat zij op de beste plaats zijn?
Kunnen we zo rusten in de wil van God, in de volle overtuiging dat wat onze hemelse Vader ook doet, dit het beste voor ons is en getuigt van Zijn liefde?

'Uw wil geschiede’, woorden die de Heere Jezus ons leerde in de Hof van Gethsémané.

‘Het doen van Gods wil – en dat van harte – moet op z’n minst de weerspiegeling , de afdruk zijn van de volmaakte gehoorzaamheid van de heiligen in de heerlijkheid. O, om zo te beginnen aan het dienen in de hemel, terwijl we nog op aarde zijn! Om hier te oefenen, en dáár vervolmaakt te worden!'

Bereiden wij – onze ziel, ons zo voor op ons burgerschap in de hemel?
Een indringende vraag die door dit hoofdstukje, in een moeilijke, onzekere tijd, naar ons toekomt.


Uw wil geschiede ...

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ’Uw wil geschiede’,
dan betekent dit niet
dat ik maar lijdzaam toekijk
en alles gelaten onderga,
maar dat ik ‘mijn anker uitwerp
in de diepten van Gods heilige wil’
en daar mijn houvast en rust vind;
ja, mijn kracht zodat ik mij
met Zijn hulp door alles heen sla.

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ‘Uw wil geschiede’,
dan richt ik mij op
en aanvaard wat Hij geeft
om mij te vormen naar Zijn wil.
Hem wil ik immers dienen;
heilig worden, ja, zijn als Hij.
En wetende dat Hij altijd het beste
voor mij voor ogen heeft,
aanvaard ik gehoorzaam en stil.

dinsdag 31 december 2019

De Trooster van de treurenden ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 7.



'Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen.'
Jesaja 25:8

‘En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn;noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.’
Openbaring 21:4

‘Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in Uw fles; zijn zij niet in Uw register?’
Psalm 56:9

Het einde van het jaar nadert; om me heen klinkt van alle kanten het vuurwerk.
Met ieder jaar dat verstrijkt, krijg ik er een grotere hekel aan.
Maar na de laatste berichtgevingen verlang ik hevig naar een algemeen verbod op het vuurwerk.
Mijn hart huilt om wat er van de mensheid aan het worden is, van wat men elkaar aandoet.
Ik weet dat het me niet moet verbazen, en dat doet het ook eigenlijk niet, maar het doet me verschrikkelijk veel pijn en verdriet en leg de bede om Zijn terugkeer meer en meer op mijn lippen.

Mijn hart treurt ook om mijn kinderen, om wat er in hun levens gebeurt; in het bijzonder van twee van hen.
Ik heb deze maand dan ook al vele en vele tranen vergoten.
Hoe toepasselijk is dan dit hoofstukje van het boekje van Susannah Spurgeon aan het einde van het jaar; de ‘Trooster van de treurende’.
Laat me jou, als je ook een treurende ben, even meenemen naar de woorden waar  ze dit hoofdstukje mee begint.

‘Kom, alle droevige, treurende zielen, en zie wat een kostbare parel van belofte God uit de diepten van uw zee van aanvechting tevoorschijn heeft gebracht.’

Een kostbare parel van belofte, waarin Gods liefde en medelijden zo doorklinkt.
Een kostbare parel van belofte, die onze treurende ziel troost en vertroost.
Te midden van onze zee van aanvechting klinkt daar Gods woord:
‘Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen.'
Als ook …
'En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.'
En …
'Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in Uw fles; zijn zij niet in Uw register?’

Of het nu tranen zijn om onze zonde, om lichamelijk of geestelijk lijden, of het verlies van een dierbare, werk, gezin … God ziet onze tranen en er komt een dag dat Hij ze van onze ogen zal wissen.
Er komt een dag dat er een einde komt aan al onze pijn en verdriet.
En het feit dat Hij ze bewaard in Zijn fles laat ons weten dat elke traan door Hem wordt gezien en voor Hem belangrijk is om straks te drogen.

O, er staan in dit hoofdstukje nog zoveel mooie dingen, helaas kan en mag ik ze hier niet neerschrijven, maar één ding wil ik nog wel als citaat ter bemoediging noemen.
‘Tranen komen misschien, en ze moeten ook komen, maar als ze opwellen in ogen die aldoor opzien tot U en de hemel, zullen ze glinsteren in het stralende licht van de toekomende heerlijkheid.’


God ziet mijn tranen

Heer, welk een kostbare belofte geeft U in Uw woord!
Nee, niet eenmaal, maar zelfs tot tweemaal toe.
Welk een Vaderlijke ontferming wordt hier zichtbaar,
welk een troost en mededogen klinken hierin door.

U ziet onze tranen, en elke is belangrijk voor U.
Niet één wordt er vergeten, of over het hoofd gezien.
Ze worden allen vergaard en bewaard in Uw fles,
omdat U van mij houdt, en ik U toe behoor.

Tranen van spijt en berouw,
tranen van pijn en verdriet.
Tranen van moeite en zorg;
er is geen traan die U niet ziet.

En hier klinkt Uw woord:
‘Ik zal je tranen drogen;
ze Zelf wissen van je gezicht.’
Welk een liefde en mededogen!

Nu zullen tranen nog stromen door allerlei moeiten en zorg,
nog  zijn er tranen van pijn en verdriet, van berouw en spijt.
Maar zie op naar Hem, naar de hemel, met elke traan die je huilt,
en besef dat ze glinsteren in het licht van de toekomstige heerlijkheid.

vrijdag 4 oktober 2019

Nu al een OneWord voor 2020 ...?

Hoewel het inmiddels al wel bijna oktober is, duurt het meestal toch nog wel even voor ik me buig over een nieuw OneWord voor het volgende jaar.
Echter een week geleden(of twee, dat weet ik niet meer precies) was ik iets aan het lezen waar het woord 'Volharding' in een zin stond.
En met dat ik het las is daar in mijn gedachten: dit is je OneWord voor volgend jaar.
Ik weet nog dat ik daardoor even stopte met lezen, en als het ware mijn hoofd even schudde van 'waar komt dit vandaan', en vervolgens 'ja, hoor, dit jaar 'Moed' en volgend jaar 'Volharding'; zo op elkaar volgend en bij elkaar aansluitend dat het is alsof ik het bij elkaar heb gezocht.
Het is ook hierom dat ik het verder niet heb opgeschreven maar eigenlijk maar gewoon liet voor wat het was.
Het woord laat me echter niet los; met regelmaat moet ik er aan denken; en waarom zou het niet toch mijn OneWord voor volgend jaar kunnen zijn?

Is het te vroeg om al een nieuw woord te hebben?
Is het omdat het lijkt alsof ik het bij elkaar heb gezocht?
Is het omdat ... ach, allerlei gedachten komen en gaan erover, maar een sterk gevoel van zekerheid is telkens daar als ik terugdenk aan dat moment, aan dat woord, aan de gedachte die binnenkwam.
En ... aan het feit dat God mij kent en weet wat ik nodig heb, wat goed voor mij is.

Volharding ...
Een indringend woord, dat hard werken in zich mee draagt, keuzes maken, beslissingen nemen.
Een woord dat ... Moed ... vereist.
Een woord waarin moeite, pijn en verdriet schuilt.
Een woord waarvan ik bij voorbaat ervaar dat het me 'iets' zal gaan kosten.

Volharding ...
Een indringend woord, maar dat ook beloning inhoudt, vreugde, kracht, toekomst, hoop ...
Een woord dat me dan ook automatisch bij Gods woord brengt.

Romeinen 5:3-5
'En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.'

Romeinen 8:24,25
'Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?
Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.'

Romeinen 12:12
'Verblijd u in de hoop. 
Wees geduldig in de verdrukking. 
Volhard in het gebed.'

Hebreeën 10:36
'Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen.'

Jacobus 1:3-5
'..., want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.
Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.
En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden.' 

2 Petrus 1:5-7
'En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen.'

Er staan nog veel meer teksten in de Bijbel met oog op 'Volharding', maar dit zijn even zo degenen die mij gelijk aanspreken.
Voorlopig laat ik het verder los, en 'houd mij vast' aan het woordje 'Moed', en aan de twee Bijbelteksten die er voor dit jaar bij hoorden:

'Heb Ik het u niet geboden?
Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de Heere, Uw God, is met u, overal waar u heen gaat.'
Jozua 1:9 (HSV)

‘… vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn heilrijke rechterhand.'
Jesaja 41:10 (NBG)

Heb Ik het u niet geboden!
Wees sterk en moedig; vrees niet!
Vertrouw!
Daar houd ik mij aan vast; dat is waar ik me door wil laten leiden (soms met vallen en opstaan).
Dat is waar ik voor kies, en dat is waar ik op ga staan, iedere keer opnieuw als ik het even niet zie zitten, of moe ben, of wat dan ook.
Hij heeft beloofd dat Hij met mij meegaat, overal waar ik ga.
Hij heeft beloofd dat Hij mij helpt, en ondersteunt.
En God breekt nimmer Zijn woord, nimmer Zijn beloften, en liegen kan Hij niet.


Het brengt mijn gedachten gelijk terug naar het één na laatste stukje dat ik schreef nav. het boekje van Susannah Spurgeon over 'De uitnemende kracht van Gods grootheid'; over het wandelen overeenkomstig mijn hoge roeping.
Wandelen, leven vanuit de kracht die Hij ons gegeven heeft.
Vasthouden aan Zijn beloften en die mezelf keer op keer voorhouden.
Kracht putten uit wat Hij zegt.
Mijn gedachten en gevoelens aan Zijn woord ondergeschikt maken en ... daarin volharden.

Ik weet dat er meerdere mensen zijn die twijfelen of ik dit allemaal wel ga volhouden, deze intensieve zorg voor mijn kleindochter, maar ik weet dat het kan vanuit Zijn kracht in mij.
En daar houd ik mij aan vast; daar richt ik mij op.
En als twijfel me aanvalt, wijs ik hem de deur door Gods woord voor te houden.
Hij heeft gezegd; Hij heeft beloofd!
Hem komt toe alle lof en eer, tot in alle eeuwigheid!
Amen!


donderdag 19 september 2019

De uitnemende kracht van Gods grootheid ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 6.



‘… verlichte ogen des verstands, opdat gij moogt weten welke is de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom is der heerlijkheid Zijner erfenis in de heiligen; en welke de uitnemende grootheid Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht.’
Efeze 1:18,19


De Statenvertaling, als ook de Herziene Staten Vertaling, spreken over ‘verlichte ogen van het verstand’, andere vertalingen spreken over ‘verlichte ogen van het hart’.
Een uitleg die ik er over las, verwees naar ‘de overleggingen van het hart (Psalm 19:15) en dat het daarom eigenlijk verlichte ogen van het hart moest zijn.
Oftewel: niet het intellect, maar het begrijpen.

Susannah begint dit hoofdstukje met ‘Kom, mijn hart, verzadig en verheug u vanmorgen met …’.
Het raakt mij, omdat Susannah, net als de Psalmisten uit de Bijbel, haar hart oproept om zich te verzadigen en te verheugen over wat onze machtige God kan doen, over wat Hij geeft en wil geven; over wat Hij heeft klaarliggen voor ons.
Hoe goed en belangrijk is het om de macht en kracht (de uitnemende grootheid) van God te overdenken!
Zijn woord vertelt en toont het ons, en om ons heen zien we de wonderen van Zijn machtige hand.
De schepping, ja, de hele natuur toont ons het werk van Zijn hand.
Uitnemende grootheid, alles overtreffende grootheid …
Gegeven aan ons die geloven!
Hoe onvoorstelbaar!
Geloof ik dit?
En …
Leef ik daar naar?
'Wandel ik mijn hoge roeping waardig?'

Ik moet bekennen dat mijn gevoel, meer dan me lief is, de overhand neemt, waardoor ik niet waardig mijn roeping -wie ik ben in Hem, met alles wat ik van Hem heb ontvangen, wandel.
En het laat me zien hoe ontzettend belangrijk het dus is om Gods woord veel te lezen en te overdenken; om het zo eigen te maken, dat ik er iedere dag meer naar, en uit ga leven.
Zijn uitnemende kracht in mij, waardoor ik alles kan doen door Jezus, Die mij kracht geeft. (Fil. 4:13)
En meer dan ooit, gezien de omstandigheden waarin ik nu verkeer, is het belangrijk dat ik me daar iedere dag van bewust ben, zodat ik telkens opnieuw ervoor kies om daaruit te leven.
En daarom is het me iedere morgen vroeg opstaan, om met Hem te kunnen beginnen, meer dan waard!


Wandelend overeenkomstig onze roeping ...

Stil worden;
Zijn woord lezen en horen.
Stil zijn en overdenken,
zodat nieuwe inzichten
kunnen worden geboren.

Stil worden;
Zijn Geest laten spreken.
Luisteren en overdenken,
zodat Hij Zijn licht in ons
binnenste kan ontsteken.

Stil worden;
Zijn wijsheid ontvangen.
Overdenken en begrijpen,
waarop ons hart zich vult
met dankbare lofgezangen.

Kom, mijn hart,
verzadig je,
aan Zijn sterkende,
en ondersteunende kracht,
die Hij in Christus aan je
heeft geopenbaard.

Kom, mijn ziel,
verheug je
om de genade
die Hij schenkt,
om de heerlijkheid
die Hij voor je bewaart.

Kom, mijn hart, mijn ziel,
aanbid Hem,
om  wie Hij is,
om wat Hij gaf en geeft;
aanbid Hem in alles,
onverschrokken en onvervaard.

woensdag 2 januari 2019

Gods goedertierenheid ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 5.



‘Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbonds Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere Uw Ontfermer.’
Jesaja 54:10

‘Nooit echter, voor nog geen ogenblik, heeft onze God de liefde teruggenomen waarmee Hij ons van alle eeuwigheid aan heeft liefgehad! 
Nooit heeft Hij een van degenen die hun vertrouwen op Hem hadden gesteld, verlaten of vergeten.
Het is waar: onze zonden en onze ondankbaarheid kunnen Hem zo smarten en tarten, dat Hij Zijn aangezicht een tijdje voor ons kan verbergen.
Maar zelfs dan is het: Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken.’
Susannah Spurgeon

Als ons leven zwaar en moeilijk is, verlangen we vaak graag naar de hemel, naar hoe het daar zal, naar de troost die ons daar te wachten staat; zien we er naar uit dat onze hemelse Vader onze tranen zal drogen.
Maar dit woord van God toont dat Hij ons ook in ons gewone dagelijks leven, en alles wat daar bij komt aan strijd, wil helpen en troosten.
Gods goedertierenheid is zo oneindig groot en zo onveranderlijk.
Goedertierenheid: genade, liefdevolle vriendelijkheid, goedheid, mededogen, standvastige liefde, trouw.


Wijken noch wankelen

Soms is het leven zo zwaar
dat we vol verlangen uit zien
naar de dag dat Jezus terugkomt
en we voor altijd bij Hem zullen zijn.

Soms zijn er zoveel zorgen, is er zoveel verdriet,
dat we alleen nog kunnen bidden: Heer, kom spoedig,
want ik weet niet meer hoe ik verder moet;
ik verlang zo naar de rust bij U, verlost van alle pijn.

Soms …, maar dan ineens is hier Uw woord:
‘Bergen zullen wijken en heuvelen wankelen,
maar Mijn goedertierenheid en vrede
zullen er elk moment voor je zijn.

Want Mijn liefde is eeuwig en standvastig,
Mijn goedheid ongeëvenaard.
Mijn mededogen is als een geurende balsem,
Mijn genade, die jou bewaart.

Mijn vriendelijkheid is vol liefde,
en door Mijn trouw ben Ik er iedere dag.
Mijn geliefde kind, dat Mijn woord toch
aan jou haar waarheid bewijzen mag.

Zoek toch je toevlucht bij Mij;
Ik ben een schuilplaats in een wereld
vol veranderingen.
Ik ben Degene die troost, ja,
je steeds opnieuw vol ontferming
zal omringen.

Adem Mijn woorden in;
laat ze neerdalen in je hart
en put daaruit je kracht.
Zie omhoog waar Ik met Mijn
goedertierenheid en vrede
geduldig op jou wacht.

zondag 16 december 2018

Zijn grote liefde!

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 4.



‘… niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden.’
1 Johannes 4:10

Een hoofdstukje vol hoop en leven voor de ziel die mat, dor en droog is; met woorden van God om onze ziel op te frissen, te verkwikken, te laven; op te wekken om Hem opnieuw met hart en ziel lief te hebben.
Want Hij heeft ons eerst liefgehad, en Zijn Zoon gezonden tot verzoening voor onze zonden.

‘Soms is ons hart ongevoelig en hard; is er geen of weinig geloof, en gevoel.
Soms worstelen we wat af, en lijkt ons leven leeg, kaal en krachteloos.
Soms is onze geest benauwd en zijn zuchten en tranen onze enige gebeden.
Hoor dan deze woorden vol liefde, laat ze -opnieuw, tot je doordringen en je gevangen ziel bevrijden en verlichten.
Laat Zijn liefde -groot, vol en vrij, en even eeuwig als Hijzelf, je troosten, en laat de genade van dit woord het ongeloof, waarin we onszelf hebben opgesloten, ons bevrijden van de banden die ons vasthouden, de deuren van onze gevangenis openen en doen uitgaan in het licht van de ware vrede die te vinden is in het geloof.’

Niet dat wij God liefgehad hebben …
Van nature zijn wij haters en vijanden van God; we kunnen Hem niet liefhebben door onze zondige natuur. (>> Rom. 1:30; >> Rom. 5:10)


Persoonlijk
(Uit mijn Stille Tijd Dagboek)

Maar Hij heeft ons liefgehad; Hij heeft MIJ liefgehad!
God heeft mij altijd al liefgehad, altijd.
Van kleins af aan heeft Hij mij onder Zijn hoede genomen, maar door mijn angst heb ik heel, heel veel van Zijn liefde voor mij gemist.
Niet dat het er niet was, maar ik zat gevangen in mijn angst en was te bang en niet in staat om mezelf daaruit te bevrijden.
Ik zag toen niet eens dat ik daarin gevangen zat.
Maar het is Zijn liefde die mijn ogen heeft geopend en mij stap voor stap daaruit aan het bevrijden is.
Ik heb al een lange weg afgelegd, maar ben er nog niet.
Toch zie ik vandaag scherper dan ooit te voren, de waarheid van Zijn woord, dat Hij mij heeft liefgehad en mij vergeven heeft door Zijn Zoon, mijn Heere Jezus Christus.

Ik dacht Hem lief te hebben, maar mijn liefde was gebonden, beperkt, gevangen in angst voor Hem, voor de mensen.
Maar Hij had mij lief -ondanks, en opende mijn ogen en bevrijdde mij.

Dank U, Heer, dank U, Jezus!
Ja, U had, U heeft mij lief.
Zo lief, dat U mij niet loslaat, maar doorgaat met Uw werk in mij, totdat ik U van aangezicht tot aangezicht zal zien.


‘Niet dat wij God liefgehad hebben …
Dat betekent duisternis, bitterheid en eeuwige ondergang.

Maar dat Hij ons lief heeft gehad!
En dat betekent licht en vergeving, vrede en eeuwig leven.’


Woord van Hoop

O dierbaar woord van hoop!
Verdwenen is de duisternis,
de bitterheid en eeuwige ondergang.
Uw liefde verdreef mijn angst
en vulde mijn hart en ziel
met een nieuw lofgezang.

O dierbaar woord van hoop,
dat mijn hart doet zingen
van vreugde en gelukzaligheid.
U hebt mij liefgehad – dat is
licht, vergeving, vrede en eeuwig leven.
Ontvang mijn lied van dankbaarheid.


maandag 26 november 2018

Gave van God

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 3.



‘Indien  gij de Gave Gods kendet, en Wie Hij is Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zou u levend water gegeven hebben.’
Johannes 4:10


Welk een troost, kracht, ja, welk een zegen ligt er besloten in deze woorden.

‘Indien gij kendet’.
Als je Hem zou kennen; als je zou weten Wie …
Jezus, de ‘Gezegende Gave Gods’
In genade aan ons geopenbaard.
Redder en Verzadiger van onze ziel.
Degene in Wie de diepte en omvang van Gods liefde zijn onthuld.

‘Gij zoudt begeerd hebben.’
Je zou gesmacht hebben, gehongerd, ja, vurig verlangd hebben …
Nee, niet naar alles wat Hij kan geven, noch naar Zijn genade of heerlijkheid, maar naar Hemzelf; naar Hem, de Gave boven alle gaven; Hij, die het Levende water is.
‘Heere, stort in de dorst van mijn lege hart de volle stroom van Uw levende liefde uit.
Geef mij Uzelf, of ik sterf!’*


Jezus

Jezus,
gezegende
Gave van God,
in genade hebt U
Zich aan mij
geopenbaard.

Jezus,
Verlosser en Heer,
door Uw liefde
is mijn ziel
voor eeuwig
bewaard.

Jezus,
liefdevolle
Trooster
van al mijn pijn,
mijn verdriet,
en smart.

Jezus,
Gezalfde Heer,
Bron van Levend water,
Verzadiger
van mijn
hart.

Jezus,
kostbare
Gave van God,
doorstroom mij
geheel en al met
meer van U.

Jezus,
onuitputtelijke Bron,
U, Die mijn ziel
verzadigt en vult,
ik dank en prijs
U nu.

Als een vermoeide vogel
vouw ik mijn vleugels samen
bij de liefelijke bronput van troost.
Ik kruip in de rotskloof,
kom tot rust daar mijn ziel
door U wordt getroost.

U hebt mij lief;
U hebt Uzelf 
voor mij gegeven.
Vergeven is mijn zonde,
mijn ziel vervuld en verzadigd
met vrede en leven. **


* Citaat uit het boekje
** Naar de laatste zin en laatste stukje van dit hoofdstuk
     Zie ook >> 'De Heer is mijn licht en mijn heil'