donderdag 3 december 2020

Verdriet ...

Verdriet,
- pijn van zorgen,
- van gemis,
- van ‘nooit meer’,
soms overval je me
in alle heftigheid.
Je doet mijn tranen stromen,
stromen en stromen,
zodanig, dat er geen einde
aan lijkt te komen.

Verdriet,
- pijn van zorgen,
- van gemis,
- van ‘nooit meer’,
soms overval je me
met zoveel intensiteit,
dat ik alleen maar kan huilen,
huilen en huilen.
En in gedachten leg ik dan
mijn hoofd maar tegen U aan,
om bij U te schuilen.

Verdriet,
- pijn van zorgen,
- van gemis,
- van ‘nooit meer’,
soms overval je me
in alle heftigheid.
En ik kan niet anders
dan je laten komen.
Want ik weet dat met elke traan,
Zijn genezing daar doorheen
zal stromen.

Verdriet,
- pijn van zorgen,
- van gemis,
- van nooit meer’,
eens ben je voorbij.
En elke traan
door jou ontstaan,
wordt behoedzaam door Hem
van mijn ogen gewist.
Voorbij is dan je lijden,
voorbij het strijden,
voor eens en altijd
is jouw bestaan
volledig uitgewist.



zaterdag 21 november 2020

Ter nagedachtenis aan onze lieve Shaila ...

Gistermiddag heb ik onze lieve Shaila, ruim zestien jaar oud, in laten slapen.
De laatste maanden ging ze ineens hard achteruit.
Schildklier- en hartproblemen, blaasontstekingen en in de afgelopen weken werd ze blind.
Medicatie kon daar niets meer aan veranderen.
Hoewel ze nog steeds ontzettend lief en aanhankelijk was, met smaak at wat ik voor haar neerzette (soms meerdere keren omdat ze het anders niet meer kon vinden), was ze daarnaast voornamelijk een zielig beestje geworden dat overal tegenaan liep en haar weg kwijt was.
Zo stond ze afgelopen week stond op de bank en wist ze niet eens meer hoe en waar ze er vanaf moest, en toen ik haar op de grond zette, liep ze van het één tegen het ander aan, zo zielig.
Haar wereldje was heel klein geworden, en ze lag eigenlijk alleen nog maar te liggen.
Zelfs de kattenbak leek ze niet altijd meer te kunnen vinden, wat resulteerde in regelmatig plassen in haar eigen mandje en op de plavuizen.

De keuze maken om haar in te laten slapen, vond ik heel moeilijk.
Doe ik er wel goed aan, is het niet te vroeg?
Maar als ik haar dan weer zag zitten, naar de grond starend, en vervolgens moest toekijken hoe ze schoorvoetend, met alle nageltjes uit, weer overal tegenaan liep en ook opnieuw haar eigen mandje had bevuild en er dan ook nog in sliep, dan ...
Maar och, het is en blijft moeilijk.

Toen ze bijna zes jaar was, heb ik een verhaal 'vanuit haar perspectief' geschreven; het stond op mijn allereerste Blog.
Vandaag plaats ik het hier als herinnering aan onze lieve poes.
  

                                            
                                                          (Shaila met haar favoriete thee)
Hallo, ik ben Shaila.
Een hele lieve poes van bijna zes jaar oud en dus in de bloei van mijn leven.
Mijn vrouwtje heeft er voor gezorgd, dat de baas deze foto's maakte; dat vond zij leuk om aan anderen te kunnen laten zien.
Nou, ik kan je vertellen, ik niet echt, maar ja, ik heb weinig in te brengen.
Maar laat ik je het hele verhaal vertellen.

De baas des huizes hield eigenlijk helemaal niet van katten; 'De mooiste kat was een platte kat,' zei hij altijd.
Puh, nou, dat was een vriendelijke opmerking, daar mocht ik dus in huis komen.
Gelukkig is mijn vrouwtje dol op katten en eindelijk na zoveel jaar, was de heer des huizes gezwicht voor haar smeekbeden en ik mocht komen.
Blijkbaar zag hij toch iets liefs in mij.

Toen ik hier kwam bleek ik niet het enige huisdier te zijn.
Ik was blij dat ik in mijn kooi zat, want er kwam me toch een reus op me af.
Kijk, nu was ik dat wel gewend, want waar ik vandaan kwam hadden ze ook zo'n groot ding rondlopen, maar deze was toch vreemd en dan moet je toch even uitkijken niet waar; maar we zijn goede maatjes geworden, hoor.
Af en toe daag ik haar eens lekker uit en dan stuift zij achter mij aan.
Vroeger gebeurde dat vaker dan nu, maar ja, dat krijg je als je wat ouder wordt, dan speel je toch minder en eigenlijk is mijn grote vriendin Shirah eigenlijk ook altijd wel een beetje heel erg lui geweest, als ik het even zeggen mag.
Vorig jaar oktober vierde zij haar tiende verjaardag en ja, dat is toch al behoorlijk oud voor een Berner Sennen hond.

Mijn baasjes hebben ook nog een paar vissen, maar die staan op de aanrecht en daar kan ik niet bij.
Ik moet je namelijk bekennen dat ik niet zo goed ergens op kan springen.
Ik kan wel heel erg goed in de lucht springen, wel anderhalve meter hoog, maar ergens op  of van naar..., nee, dat kan ik niet zo goed.
Dat gaat nog weleens mis en lig ik weer op de grond.
Ik doe dan maar altijd alsof er niets aan de hand is en loop gewoon maar gauw ergens anders heen, want ja, laten we eerlijk zijn, een blamage is het natuurlijk wel een beetje als je een kat bent en je kan niet goed springen.
Dat betekent dus ook dat het me niet lukt om op de aanrecht te springen, dus die vissen vallen buiten mijn bereik.
Het vrouwtje heeft me wel even kennis laten maken met ze, maar daarna werd ik weer op de grond gezet, ze waren dus duidelijk niet voor mij bestemd.

Ook hadden ze nog 4 kinderen rondlopen toen ik hier in huis kwam, maar daar zijn er inmiddels twee van weg, wat betekent dat ik wat meer rust heb gekregen.
Vooral die ene was soms echt erg, brr.
Ze komen natuurlijk wel regelmatig thuis, dan kroelen we even en dan is het wat mij betreft wel weer goed.
Tenslotte bepaal ik toch zelf wel een beetje wat ik wel en niet wil.

 Waar ik wel even aan moest wennen toen ik hier kwam, was dat riempje waar ik aan vast kwam te zitten.
De grote baas vond het dan wel goed dat ik kwam, maar dan moest ik buiten wel vast aan een riempje, want als hij ergens een hekel aan had, dan was het wel aan al die katten die in andermans tuin hun behoefte deden.
Nou, daar had mijn vrouwtje geen moeite mee; ze was al blij dat ik mocht komen.
Ik hoorde ook, dat zij al eens eerder een kat had gehad en dat die onder een auto was gekomen.
Hij was nog wel naar huis komen lopen en ze waren ook nog naar de dierenarts geweest, maar het mocht niet meer baten en hij ging dood.
Daar is mijn vrouwtje heel erg overstuur van geweest en ze heeft hem heel erg gemist; oud was hij ook niet geworden, maar anderhalf.
Tja, dat is ook best wel zielig en dan snap ik het ook wel, hoor, dat ze mij aan een riempje doet.
En daarbij, buiten de poort vind ik het ook best wel heel erg eng.

Ach, laten we eerlijk zijn, zo'n ramp is dat riempje nu ook niet.
Ik ben er inmiddels helemaal aan gewend.
Als het mooi weer is, lig ik prinsheerlijk buiten op mijn slaapzak; ja, het vrouwtje zorgt goed voor mij.
Ze zorgt ervoor dat dat de parasol mooi boven de slaapzak staat, de kattenbak binnen pootbereik en ook mijn brokjes en water in de buurt.
Meestal kruip ik heerlijk in de slaapzak, dat ligt zo lekker.
In de felle zon vind ik het niet lekker.
Mijn achterbuurman wel, die ligt bij een beetje zon al op het platte dak van de garage, maar ik hou niet van die felle zon.
Het voorjaarszonnetje vind ik wel lekker, maar die brandende zon ...
Hi, hi, ik lijk wel een beetje op mijn vrouwtje, die heeft dat precies zo.

Wat alleen af en toe wel erg lastig en soms zelfs heel erg vervelend is, is dat het riempje niet langer is.
Ik heb helemaal niet zoveel ruimte nodig hoor, maar er zijn situaties dat ik er ontzettend van baal dat dat ding niet langer is.
Mijn baasjes hebben namelijk twee vogelbadjes in hun tuin staan.
Eigenlijk is het heel gemeen dat zij die niet hebben weggehaald; ze houden wat dat betreft helemaal geen rekening met mijn poezengevoelens en katteninstinct.
Als ik dan zo buiten ben, hè, dan gebeurt het regelmatig, -vooral bij mooi weer, dat de vogels komen en die gaan dan heerlijk zitten badderen, pal voor mijn neus.
Vreselijk!
Ze zien er zó lekker uit en ik kan er niet bij!
Soms heb ik het gevoel dat ze me gewoon uitlachen: 'Ha, ha, je kan ons toch lekker niet pakken! Lekker puh!'
Oeh, op die momenten, dan baal ik echt van dat riempje.
Lijdzaam moet ik dan maar toezien hoe zij lekker poedelen in het water, terwijl bij mij het water uit mijn bekje loopt.

Mijn baasjes vinden het prachtig.
Zij vinden het 'bijzonder' dat die vogels toch komen ook al zit ik buiten.
Nou, ze kunnen me wat; 'bijzonder', poeh.

Zo ook afgelopen winter.
Het vrouwtje zet dan altijd een schaal met brood, pinda's en zaadjes op de tuintafel voor de vogels en dan zitten die dingen natuurlijk steeds op tafel.
Als ik dan binnen op de stoel bij het raam ga zitten dan kan ik ze heel goed zien en oh, dan loopt het water je in de bek.
Als ik er toch ooit één te pakken krijg ...

                 
Hoe frustrerend het is kun je zien op de foto's hier boven.
Die hebben zij gemaakt toen ik in de sneeuw even naar buiten mocht.
Niet te lang natuurlijk, want anders vat ik kou.
Als er sneeuw ligt blijf ik altijd dicht bij het huis, want daar ligt minder sneeuw en tegen het huis aan helemaal niet.
Al die sneeuw is immers niet goed voor mij en mijn pootjes.
Nou, en op een dag zat ik daar en ja hoor, daar kwam die vervelende vogel weer.
Hij ziet me en trekt zich niets van mij aan.
Van de stoel springt hij gewoon op tafel en gaat wat eten.
Nou ja, zeg ik je, wat blijft er dan nog over van de kattenreputatie!
Ja, mijn baasjes zijn daar verantwoordelijk voor; ik kan er niets aan doen dat mijn reputatie als roofdier een lachertje is geworden.
Ik had het ook wat dat betreft graag anders gezien.
Ik vind het helemaal niet erg om vast te zitten en doorgaans is het riempje lang genoeg, alleen zou het moeten kunnen uitschuiven als er een vogel in de buurt is.

Ik zou nog wel meer kunnen vertellen hoor, maar voor nu stop ik er maar mee.
Normaal staan hier toch andere dingen, maar dit mocht ik van mijn vrouwtje even vertellen omdat zij het op de één of andere manier toch heel bijzonder vind.
Nou ja, het zal wel, ik ben geen mens; daar zal het wel aan liggen dat ik dat niet begrijp.


Augustus 2012

Ps. De laatste 8 jaar van mijn leven had ik een nieuw vriendje, Jaylinn.
Dit was wel veel leuker dan die grote loebas van een Shirah, want dit was tenminste meer van mijn formaat.
Samen hebben we heel veel gespeeld, tot ik ziek werd, toen vond ik het spelen niet meer zo leuk.

De laatste foto van ons saampjes - 19-11-2020


Shaila, 19-11-2020

zondag 8 november 2020

Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u ...

Voor deze week is mijn MT Johannes 14:27.

'Vrede laat Ik u,
Mijn vrede -Shalom- geef Ik u;
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u.
Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.'


Een heel bekende tekst die ik eigenlijk al wel uit mijn hoofd ken, behalve dat laatste stukje kwam ik achter.
Als ik het lees dan is het weer van 'o ja', maar verder ...
En zo is het dan ook helemaal niet verkeerd om een tekst die zo bekend is, nog weer eens tot een memoriseer tekst te maken, daar werd ik gister echt bij bepaald toen ik ervoer dat dit de tekst was voor de komende week.
Met dat ik er vanmorgen verder over nadacht en op zoek ging naar meer hierover, kwamen de woorden dieper binnen dan ooit te voren.
Op Internet kun je ontzettend veel erover vinden, maar hier even een paar dingen die ik gevonden heb en die in mijn gedachten kwamen.


We weten vanuit deze tekst dat de vrede waar de Here Jezus over spreekt een heel andere vrede is dan de vrede van de wereld.
Als ik de betekenis van het woord opzoek, kom ik bij o.a. het volgende: afwezigheid van oorlog, als ook einde van oorlog en geen oorlog, behaaglijke rust en kalmte, periode van rust, gewetensrust, rustigheid, rust, kalmte, eendracht, harmonie, ideale toestand, kerstwens, als ook het woord -en dit moest ik ook even opzoeken, pacificatie =herstel van verbroken eenheid, en shalom.
En het is dit laatste woord, het woord 'Shalom' wat ook in mijn gedachten komt als ik deze tekst lees of hoor.

Shalom is het Hebreeuwse woord voor vrede en beschrijft het algeheel welbevinden, of het leven in harmonie met anderen.
In Israël begroeten de Joden elkaar hiermee; een soort heilwens.
Shalom: gaafheid, gezondheid, heelheid, voorspoed, tevredenheid, rust, vriendschap, welzijn.
Wat mij heel diep raakte was een zin die ik naast deze dingen las op de site van Het Zoeklicht:

'In een gebroken wereld wordt zo elkaar heelheid toegewenst.'


Als ik dan terugga naar de woorden van de Here Jezus, en daar dit woord Shalom met haar betekenis invul, is het net alsof de woorden pas echt tot leven komen.

'Vrede -Shalom- laat Ik u,
Mijn vrede -Shalom- geef Ik u;
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u ...'


Shalom; gaafheid, gezondheid, heelheid, voorspoed, tevredenheid, rust, vriendschap, welzijn.
Jezus kwam in deze gebroken wereld om ons Gods heelheid te brengen.

'Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen.
Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.
Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen.'

Jesaja 53:4-6

Gods heelheid door het lijden en sterven van de Here Jezus tot vergeving van onze zonden, herstel van onze verbroken relatie met God, heling van onze gebroken harten, en het vooruitzicht op het eeuwige leven met Hem.
Gods heelheid, wat in ons voltrokken wordt op het moment dat we Jezus aannemen als onze Verlosser en Zaligmaker, en als het ware zichtbaar wordt in het Kleed van Rechtvaardigheid dat Hij dan op onze schouders legt.

De Here Jezus spreekt deze woorden aan de 'vooravond' van Zijn gevangenneming, Zijn lijden en Zijn sterven.
Hij wil Zijn discipelen met deze woorden bemoedigen, als ook aanmoedigen.
Hij wenst hen niet Zijn vrede, maar Hij laat het hen na, geeft het aan hen, vanuit de wetenschap dat dit is wat Zijn dood zal bewerken.
Vrede; volmaakte, volkomen vrede met God.

'Laat uw hart niet in beroering raken of bevreesd worden' zijn de woorden waar Hij me afsluit.
Er zou nog heel wat gebeuren; Jezus zou gevangengenomen worden, weggevoerd, gemarteld en uiteindelijk de dood vinden aan het kruis.
Maar Hij zegt: 'Verlies de moed niet als je hier getuige van bent; wees niet bang, want deze dingen moeten gebeuren.'

'Gebroken en Volmaakt.
Volmaakt werd gebroken,
gebroken volmaakt.'

'Vrede -Shalom- laat Ik u, Mijn vrede -Mijn Shalom- geef Ik u, ...'
'Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden!'

Wat er ook nog gebeurd in je leven, welke stormen er ook nog zullen woedden; welke strijd je ook nog te leveren heb, hoe uitzichtloos iets ook mag lijken, hoe zwaar je weg ook is, of zal zijn, wees niet bang, en geef de moed niet op, wat Ik heb alles volbracht, en de overwinning behaald.



maandag 28 september 2020

Laten we niet moe worden goed te doen!

'En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven.'

Galaten 6:9
(HSV)


Voor de tweede week is deze tekst mijn MT, en met een reden.
Een tekst kan namelijk zo belangrijk zijn, dat het goed is om hem voor langere tijd iedere dag onder ogen te zien, en dat is voor mij deze weken het geval.
Er wordt hier een appèl gedaan op ons doorzettingsvermogen; een aansporing om vol te houden en niet op te geven, en wat hebben we dat soms (misschien wel vaak) nodig!
En met dat ik deze woorden schrijf, realiseer ik mij dat ze helemaal verwant zijn aan mijn OneWord van dit jaar. 
Mooi zoals God dingen samenbrengt!


En laten wij niet moe worden goed te doen ...

Moe worden ...
Wat mij als eerste in deze vertaling zo trof, is dat er staat 'laten wij niet moe worden' goed te doen.
Andere vertalingen gebruiken woorden als 'niet verslappen', 'niet vertragen', 'nooit teveel worden' of 'niet verzwakken'.
Maar mij trof het woordje 'moe', omdat de Gever van deze woorden hierin al de zwakke plek van de mens heeft opgenomen.
Hoe goed kent God ons mensen!

'Moe worden', geen fut meer hebben, geen zin meer hebben, energieloos, afgemat, afkerig van iets worden ...
Het is teveel, het duurt te lang.
Er valt geen enkele vooruitgang te bespeuren, alles lijkt maar hetzelfde te blijven.
Geen enkel woord van erkenning, nog geen bedankje kan eraf.
...
Moe van iets worden; hoe moeilijk is het vaak niet voor ons mensen om iets vol te houden als het lang duurt, of als we geen vooruitgang zien, of als iemand ons geen dankbaarheid betoont, of  ... er valt genoeg in te vullen.

Laten wij niet moe worden ...
Woorden waarin zowel een aansporing als een waarschuwing klinkt.
De aansporing om vol te houden -volharding leren/betonen, als ook dat we er voor moeten waken dat dat het niet gebeurd.
Eigenlijk vind ik dat de woorden die in de andere vertalingen gebruikt worden, min of meer besloten liggen in deze woorden 'niet moe worden'.
Immers, als we moe worden verslapt onze grip, het wordt zwaar om iets vast of vol te houden.
Als we moe worden vertragen we ook; we kunnen niet in hetzelfde tempo voortgaan als dat we begonnen zijn.
Ook worden dingen ons dan teveel, en we zijn niet meer zo sterk als voorheen, we verzwakken.

Laten wij ...
Wat ook in deze woorden besloten ligt, is het feit dat we hierin een keuze hebben.
Laten ...; met andere woorden zorg ervoor dat je niet moe wordt!
En het woordje 'wij' geeft aan dat deze woorden voor ons allemaal gelden: ook de schrijver (Paulus) schaart zichzelf hieronder.
Laten wij -ik, jij, u, ervoor zorgen dat we niet moe worden.
Maak de juiste keuzes daarvoor, en dan denk ik niet alleen voldoende slaap en ontspanning, goede voeding enz..

Het belangrijkste is denk ik tijd maken, tijd apart zetten, desnoods inplannen, voor de Heere.
Dit was immers ook wat de Here Jezus deed, Hij nam op gezette tijd rust; hoe druk Hij ook was met alles, met regelmaat lezen we dat Hij Zich terugtrok of vroeg opstond om met Zijn Vader te spreken.
Hij was één met de Vader; zonder de Vader kon Hij niets doen.
Wij des te meer niet!
Hoe zullen we anders weten of we ons nog op de goede weg bevinden?
Hoe zullen we anders weten of we ons nog steeds in Zijn wil bevinden met wat we doen?
Waar halen we anders onze kracht vandaan om vol te houden?
Hoe zullen we weten wat we moeten doen?
Voor hoelang, waar, wanneer ....?
Ik geloof namelijk niet dat alles wat maar op onze weg komt bestempeld kan worden als iets dat God van ons vraagt om te doen.
Om te weten wat Zijn wil is, zullen we de stilte in moeten om Zijn aangezicht zoeken, net als de Here Jezus.
En dat ... is een keuze.


Goed te doen ...
Goeddoen, iets doen dat een gunstige uitwerking heeft op iets of iemand; helpen, verlichten, weldoen, liefdadigheid.
Goeddoen omvat ook het juiste doen, doen wat goed is, en dat betekent boven alles gehoorzaam zijn aan God.
Goeddoen is dan ook niet alleen de handen uit de mouwen steken en van alles en nog wat voor iemand doen, maar waar nodig de ander ook aanmoedigen om zelf iets te doen, te ondernemen of te proberen, naast iemand gaan, een extra mijl gaan, als ook ... de handen vouwen.
Goeddoen, zaaien ...

Hoe heerlijk is het niet als we iemand hebben kunnen helpen en dankbaarheid en blijdschap onze beloning is.
Hoe belonend is het niet als we ons inzetten voor iets of iemand en we zien vooruitgang, of nieuwe dingen tot stand komen.
Wat kan het ons een goed gevoel geven als we een keer bij een langdurig zieke, die niet veel bezoek meer krijgt, op bezoek gaan, en de persoon in kwestie op zien leven.
Maar wat als God een nukkig of verbitterd persoon op onze weg plaats?
Wat als God ons vraagt om voor onbepaalde tijd ons ergens voor in te zetten?
Wat als God ons ergens roept waar alles stil lijkt te staan, er geen vooruitgang lijkt te worden geboekt, misschien zelfs eerder achteruitgang?
Wat als we maar bidden en bidden en bidden, en er verandert niets, er gebeurt maar niets?

Laten we niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen we oogsten ...

Want te zijner tijd zullen we oogsten ...
Waar zijn we op gericht als we iets doen?
Voor wie doen we het?
Doen we het voor onszelf, om ons goed te voelen, of omdat we Zijn wil willen doen, Hem willen dienen en eren?
Doen we iets uit verplichting, of uit dankbaarheid?
Zijn we gericht op snel resultaat zien, of  heeft eeuwigheidswaarde voor ons grotere betekenis?
Zijn we bereid om onszelf eventueel weg te cijferen, of om iets te leren, of mag het ons niet echt iets kosten?
Allemaal gedachten en vragen die bij mij (en dus ook naar mijzelf gericht) opkomen als ik hier over nadenk.

Te zijner tijd ...
Wanneer het eenmaal tijd is, wanneer de tijd daarvoor gekomen is.
Hm, dat betekent dus dat we niet weten voor hoelang.
Eén dag, een maand, een jaar?
Twee jaar, tien jaar, na dit leven?
Te zijner tijd ..., och, wat is het voor ons mensen lastig om iets niet te weten of te kunnen over zien; wat is het lastig om niet te weten of te kunnen zien, dat wat wij doen ook maar enig effect heeft.
We leven in een maatschappij waarin alles snel en makkelijk moet zijn.
Eigenschappen als volharding, standvastigheid, toewijding, doorzettingsvermogen, wilskracht, geduld, uithoudingsvermogen, en trouw zijn steeds schaarser te vinden in de mens; egoïstisch en op zichzelf gericht als onze maatschappij aan het worden is.
En het zijn juist deze eigenschappen die we nodig hebben om te doen wat God van ons vraagt, om te leven naar Zijn wil, in gehoorzaamheid aan Hem.

Zullen we ...
Het zal gebeuren!
Misschien weten we nu niet wanneer, en hoe, en ..., maar de dag komt.

De tekst zegt even verderop wel 'als we het niet opgeven', of 'als we niet verslappen', dus we moeten wel volhouden, de moed niet laten zakken, niet moedeloos worden.
Volharding, standvastigheid, doorzettingsvermogen en vastberadenheid zijn hiervoor sleutelwoorden.
Stoppen met het goede doen, betekent immers dat er niets meer te oogsten valt.
Zonder zaaien, valt er niets te oogsten.

Oogsten ...
Binnenhalen; de opbrengst van wat we gezaaid hebben, de uitkomst van wat we gedaan hebben.
Het voortvloeisel van het werk van onze handen, de vruchten van onze inzettingen, de uitwerking van onze gebeden.
Maar er valt alleen iets binnen te halen, als we iets hebben gezaaid.
En al heeft het ene gewas meer tijd nodig om te rijpen dan het andere, voor elk zaad dat gezaaid is komt de tijd van oogsten.
En een goede oogst is afhankelijk van allerlei factoren.
Is het zo bij ons mensen ook niet?

Het spreekwoord luidt: Wat de mens zaait, zal hij oogsten.
Met andere woorden, wees voorzichtig met wat je doet en/of zegt, want alles heeft gevolgen, groot of klein.
Een klein verkeerd woord kan grote ruzies tot gevolg hebben, zelfs oorlogen, als ook een klein gebaar van goede wil, of een vriendelijk woord, grote zegen.

Laten we niet moe worden om goed te doen!
Blijf dicht bij de Heere!
Breng iedere dag tijd door met Hem!
Bij Hem vinden we de kracht om vol te houden.
In Zijn aanwezigheid komen wij tot rust.
Zijn woorden onderwijzen ons, bemoedigen ons, troosten ons.
Zijn liefde beurt ons op en geeft ons nieuwe moed.
Hoor Zijn liefde in de aansporingen van Zijn woord; zie Zijn genade in de tijd die Hij ons geeft!
Met Hem springen we over de hoogste muur, en aan Zijn hand kunnen we door het diepste dal.
Water zal ons niet overspoelen, noch vuur ons verbranden.
Laten we niet moe worden om goed te doen, om het goede te doen, zodat er oogst zal zijn!


zaterdag 29 augustus 2020

Vraag me wie ik ben!

Een indrukwekkend stukje uit de film 'Overcomer'.
>> Trailer van de film
Een stukje om over na te denken.
Wat of waarin is mijn identiteit?
Wie ben ik?
Een stukje waar we onze eigen naam in kunnen vullen als we een kind van God zijn.

Hannah loopt naar haar coach toe en zegt tegen hem:

'Ask me who I am.
Ask me who I am!
Who is Hannah Scott?'

...

'I am created by God; He designed me, so I am not a mistake.
His Son died for me, just so I could be forgiven.
He picked me to be His own, so I am chosen.
He redeemed me, so I am wanted.
He showed me His grace, just so I could be saved.
He has a future for me, because He loves me.
So I don’t wandered anymore, I am a child of God!'


Nederlandse vertaling:

'Vraag me wie ik ben.
Vraag me wie ik ben!
Wie is Hannah Scott?'

...

'Ik ben gemaakt door God; Hij heeft mij ontworpen, dus ik ben geen vergissing.
Zijn Zoon stierf voor mij, alleen maar zodat ik vergeven kon worden.
Hij heeft mij uitgezocht om Zijn eigendom te zijn, dus ik ben uitgekozen.
Hij heeft mij verlost, dus ik ben gewild.
Hij toonde mij genade, alleen maar zodat ik gered kon worden.
Hij heeft een toekomst voor mij, omdat Hij van mij houdt.
Dus ik vraag me niet meer af: Ik ben een kind van God!'


Als ik de woorden 'I don't wandered anymore' op Google even nakijk, zegt de vertaling 'Ik dwaalde niet meer'.
Hoe sterk!
Zolang we ons dus afvragen wie we zijn, dwalen we!
En dwalen wil zeggen: rondlopen zonder doel, rondzwerven, doelloos voortbewegen, mislopen ...

Als kind van God hoeven we niet meer te dwalen, hoeven we ons niet meer af te vragen wie we zijn!
We hoeven niet meer doelloos rond te lopen, ons afvragend of ons leven wel waarde heeft, of wij wel van waarde zijn.
Zijn woord (Lees Efeze 1 & 2) is daar zo duidelijk over, en toch ...
Toch laten we ons vaak beïnvloeden en/of leiden door wat we voelen, of door wat anderen zeggen, of door dingen die gebeuren.
Onze identiteit hangt niet af van wat we doen, hoeveel geld we hebben, welkemaatschappelijke positie we bekleden, of wat dan ook.
Als we Hem kennen als onze Verlosser en Heiland, zijn we een kind van God!


         No longer slaves (I am a Child of God)


vrijdag 28 augustus 2020

Wisselwerking ...

 ‘Haar vader glimlachte. ‘En mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’

‘Het is uw voorbeeld dat ik volg.’

>> Uit: De heer uit het zuiden
Van: Kristen Heitzmann
Blz. 38


‘Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’
‘Het is uw voorbeeld dat ik volg!’

De woorden hakken erin, en doen me het boek opzij leggen om na te denken; wat ze raken mij, deze woorden.
Ze maken me een beetje verdrietig, en tegelijk ook een beetje jaloers op de relatie tussen de vader en zijn dochter in dit boek.
Wat moet het geweldig zijn om zo’n relatie te hebben!
Niet dat de relatie met mijn vader slecht te noemen was, zeker niet, maar het was er geen waarvan ik kon zeggen dat ik zijn voorbeeld volgde; geplaagd als hij werd door zijn verleden, en verschillend als wij waren.
Dit geldt waarschijnlijk voor velen van ons, velen zullen waarschijnlijk niet hetzelfde kunnen zeggen als deze dochter uit het boek.
En er zijn misschien ook niet veel vaders die zullen zeggen dat hun hart wordt verlicht door hun dochter.
Hoeveel pijn en verdriet is er immers niet in de wereld omdat vaders niet de vaders* zijn -waren, zoals God het heeft bedoeld, en hoeveel pijn en verdriet is er niet bij ouders om de wegen die hun kinderen gaan.
Hoeveel beschadigde mensen, jong en oud, lopen er niet rond om wat hen is aangedaan, om wat hen niet is gegeven, om wat hen is afgenomen, of om wat zij hebben gemist.


Maar de woorden brengen mijn gedachten automatisch ook van mijn eigen vader naar mijn hemelse Vader.
In mijn gedachten was het ineens alsof mijn hemelse Vader glimlachte, en ik Hem hoorde zeggen: 'Mijn dochter, Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!’
Hoe moeilijk ik het soms vind te bevatten, toch geloof ik dat Hij zo naar mij kijkt, -en zo ook naar jou.
Met ieder mensenkind die de Heere Jezus aanneemt als Verlosser en Heer, geloof ik dat God glimlacht en tegen hem of haar zegt: ‘Mijn hart wordt verlicht door een zoon/dochter als jij!
Ongeacht hoeveel we nog verkeerd doen; ongeacht dat we Zijn voorbeeld zo graag willen volgen, maar daarin nog zo vaak tekortschieten.

Ik geloof ook, dat met iedere keer dat we in Zijn aanwezigheid komen om bij Hem te zijn, om van Hem te leren, om te ontdekken wie en hoe Hij is, Zijn hart wordt verlicht.
Is dat niet waar Hij zo naar verlangt, naar dit samenzijn met ons?
Dat we daar tijd voor apart zetten, tijd voor vrij maken?
In de stilte, afgezonderd van alles wat ons af kan leiden, met Zijn geopende woord in onze handen; zoekende, wachtende, verlangende naar samenzijn met Hem, Zijn stem te horen?

Het is Uw voorbeeld dat ik volg …
Ik geloof ook dat Zijn hart ook wordt verlicht als we in het voetspoor van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus, treden; het is immers Zijn voorbeeld dat we hebben te volgen.
‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, zegt Jezus.
‘De Zoon kan van Zichzelf niets doen, tenzij Hij het de Vader heeft zien doen; zo Hij doet, zo doet ook de Zoon!
‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik een welbehagen heb.’
En wij, Zijn geliefde zonen en dochters, zijn begenadigd in deze Geliefde.
Zou Zijn hart niet worden verlicht als wij naar Hem opzien en zeggen: 'Het is Uw voorbeeld, dat ik volg!'
Klinkt immers daarin niet onze liefde voor Hem door!

Welk een wisselwerking ligt er eigenlijk in deze twee zinnetjes.
'Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!' en 'Het is Uw voorbeeld dat ik volg.'
Het brengt mij bij de woorden uit 1 Johannes 4 en wel vers 19, waar staat:
'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.'
Wat een voorbeeld om na te volgen, om uit te leven!


Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.

Het levende Woord,
het Licht en de Waarheid;
zowel geliefd als gehoond.

Zoon van God,
voorbeeld om te volgen;
heeft onder ons gewoond.

Vol van genade en waarheid,
in Wie God behagen had;
met doornen gekroond.

Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.







* Vanwege het citaat noem ik hier de moeders niet, maar voor hen geldt hetzelfde.

- Johannes 14:9
- Johannes 5:19
- Efeziërs 1:6


maandag 10 augustus 2020

Verlangen ...


Heer,
ik kom zoals ik ben,
met alles wat mij bezighoudt.
U kent de verlangens van mijn hart.
U kent mijn vragen en mijn twijfels.
Mijn pijn en mijn verdriet.
Mijn angsten en mijn zorgen.
U weet alles van mij,
maar U verlangt ernaar
dat ik ze deel met U,
U deelgenoot maakt
van alles wat in mij leeft.
U kent mijn hart,
U weet wat mij beweegt,
maar U ziet uit naar ons samenzijn,
iedere dag opnieuw,
zodat U kunt komen in alles,
in elke omstandigheid,
in elke gedachte,
in al mijn gevoelens.
U ziet hoe ik soms tob,
voortploeter
en U wacht,
tot dat ik kom…

U verlangt ernaar
om samen met mij
door het leven te gaan.
U verlangt ernaar
dat ik dagelijks bij U kom
en rust in de stilte van Uw aanwezigheid,
schuil in de schaduw van Uw vleugels,
leer van Uw onderwijzing,
me koester in Uw liefde.
U wilt mij te drinken geven
uit Uw bron van levend water,
zodat ik nimmermeer zal dorsten,
opdat stromen van dat water
uit mijn binnenste zullen vloeien
en anderen zullen trekken naar Uw bron,
opdat ook zij kunnen drinken
en nimmermeer dorsten.

Zo wil ik komen, Heer, en knielen.
Alles met U delen wat mij bezighoudt,
en ontvangen al wat U voor mij hebt weggelegd.
Hier ben ik, Heer,
reinig mij,
vul mij,
zend mij.
Mijn ziel verlangt
Uw wil te doen.

- Amen -


Een gebed dat ik ongeveer tien jaar geleden schreef voor op mijn eerste Blog, maar dat nog steeds een gebed van mijn hart is.
Ook van jou?

zondag 2 augustus 2020

Grote vreugde en dankbaarheid

Vandaag is het alweer ruim een week geleden dat wij opnieuw opa en oma mochten worden, en wel van een zesde kleindochter, Evi Jolijn.
Wat een vreugde en welk een dankbaarheid; zo bijzonder.
Maar er lag de eerste dagen wel een schaduw over onze vreugde, daar ze al snel problemen kreeg met haar ademhaling, wat resulteerde in een opname van een gewoon ziekenhuis naar een gespecialiseerd kinderziekenhuis met beademing, infuus en sonde en een behandeling aan haar longetjes.
Gelukkig sloeg alles goed aan en mocht ze vrij snel weer terug naar het ziekenhuis in Amersfoort, waar zij na nog een paar keer onder de blauwe lamp donderdag toch naar huis mocht.
Nu gaat het goed met haar en is ze heerlijk thuis met haar mama, en bij haar papa en haar zusjes, die reikhalzend uitkeken naar deze dag.

Foto: www.juliafotografeert.nl


Welk een wonder is dit nieuwe leven, 
wat een genade dat alles goed mocht gaan.
Hoe wonderlijk mooi is zij geweven,
hoe ontzagwekkend wat U hebt gedaan.

U zag haar toen zij nog geen vorm had;
U kende reeds al de dagen van haar bestaan.
En nog voor ik voor haar bad,
was U haar al toegedaan.

O Heer, hoe groot bent U;
hoe machtig de werken van Uw hand.
Hoe genadig en barmhartig;
Uw trouw houdt eeuwig stand.

Al haar dagen zijn in Uw boek beschreven;
dat te begrijpen is mij te wonderbaar.
Van het begin af houdt U haar omgeven,
Uw liefde is eeuwig en onwankelbaar.

En hoe het ook zal zijn in haar leven,
welke wegen zij ook zal gaan,
ik bid, dat zij zichzelf aan U zal geven,
zodat U elke dag naast haar zal staan.

Leg Uw zegenende hand op haar, Heer,
dat zij geen dag zonder zal zijn.
Laat haar leven tot Uw glorie en eer,
in dagen van vreugde en van pijn.

Zo leg ik haar leven in Uw hand;
draag ik haar op voor Uw troon.
bescherm haar alle dagen 
met het bloed van Uw Zoon.

- Amen -

woensdag 22 juli 2020

Uw weg; niet mijn weg













Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 9.

‘… richt Uw weg voor mijn aangezicht.’
Psalm 5:9

Susannah Spurgeon
‘Richt Uw weg’. Lieve Heere, het is niet dat Uw wegen ooit krom zijn of afwijken, maar mijn ogen zijn geneigd om naar zijpaadjes te kijken, waar de weg niet zo oneffen is, of het wandelen erop niet zo moeizaam als op de verheven baan van de Koning!’

Dit hoofdstuk is één groot gebed; een roep die klinkt vanuit menig vermoeide en verslagen ziel, die bang is dwalende te zijn.
Een gebed om een luisterend oor van onze hemelse Vader, om Zijn leiding en onderwijs.
Om de smalle weg te gaan door de kracht van Zijn liefde.
Om Zijn bescherming en leiding om op de juiste weg te blijven
Om Zijn hand die ons vasthoudt en leidt als we om welke reden dan ook de weg niet kunnen zien.
Om Zijn genade om te blijven vertrouwen wat er ook gebeurt.
Dat we ons over zullen geven aan Zijn leiding en ‘zwaar’  op Hem zullen blijven leunen bij gevaren; dat onze ogen gericht zullen blijven op de vreugde die ons wacht en dat Hij ons zal verlossen van het kleinste verlangen om af te wijken, of te treuzelen.

Gods woord zegt dat Zijn wegen niet onze wegen zijn en Zijn gedachten niet onze gedachten, maar Hij kan wel onze gedachten vullen met die van Hem en mijn wegen maken tot die van Hem.
Dat Hij dit wonder toch in ons zal uitwerken en we Zijn wegen zullen gaan.

‘Laat mijn ziel zo werkelijk en bestendig in U blijven, zo waarachtig en teer, dat ik mij altijd bewust ben van Uw lieflijke aanwezigheid, en dat ik nooit ook maar één stap zal doen bij Uw ondersteunende en verlossende hand vandaan!’

Persoonlijk gebed

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden dat ik onderstaan gedicht schreef naar aanleiding van dit hoofdstuk.
De omstandigheden drukken toen erg zwaar, en hoewel er inmiddels vele dingen veranderd zijn, is dit hoofdstuk, als ook het gedicht, nog net zo actueel als toen.


Een nieuwe dag ligt voor mij;
de zon schijnt naar hartenlust.
Maar mijn gemoed is zwaar
en mijn ziel lijkt maar half verlicht.

De noden van mijn kinderen drukken;
ik wil ze helpen waar ik kan.
Er voor ze zijn waar nodig is, en dus 
kom ik, Heer, voor Uw aangezicht.

Ik heb het nodig dat U mij leidt,
zodat ik ook hierin Uw wegen ga.
Ik wil U niet voor de voeten lopen,
en bid om Uw wijsheid en inzicht.

Help mij, Heer, in het maken en
in het nemen van de juiste keuzes.
Maar laat mij toch in alles bovenal 
op U en op Uw woord zijn gericht.

U bent mijn sterkte en mijn kracht,
samen met U kan ik alles aan.
Zolang ik maar blijf lopen op 
de weg die door U wordt verlicht.

Lieve Vader, wijs zo een ieder van ons 
de weg die U wil dat elk van ons gaat.
Geef ons het geloof en vertrouwen dat U
daarop elk moment naast ons staat.

Houd vast als het duister het zicht ontneemt,
geef moed en kracht, daar waar het ontbreekt.
Geef ogen die zien, en oren die horen als U,
op welke wijze dan ook, tot ons spreekt.

Maak één Uw en onze wil, Uw en onze gedachten,
leer en onderwijs ons iedere dag weer.
Doe ons volhouden tot het einde toe, ja, tot
wij U zien van aangezicht tot aangezicht, o Heer.

- Amen -

vrijdag 17 juli 2020

Verblijd je, juich en spring op van vreugde! (2)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (108)

Zoals ik al hiervoor schreef, soms houdt een vers je langer bezig dan één week, en dat is dit keer duidelijk het geval.
Als de verzen van eergister ons zeggen dat blijdschap ons deel dient te zijn als we onze toevlucht tot God nemen, dat we voor eeuwig zouden moeten juichen omdat Hij ons beschut, en we in Hem van vreugde zouden opspringen als we Hem liefhebben, dan is het goed om ons te bedenken wat het wat het inhoudt als Hij onze toevlucht is, als Hij ons beschut.
Ik kon dan ook niet anders dan de Psalmen induiken en zien wat Zijn woord daarover zegt.
En het deed me opnieuw bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heere is.


Heer, Uw Woord prijst ons gelukkig, noemt ons gezegend, 
als wij tot U onze toevlucht nemen.
En hoe waar is dit niet!
U bent immers El Elyon, de Allerhoogste over de gehele aarde; 
ja, U bent zeer hoog verheven boven alle goden, zegt Uw woord.
U regeert, en gerechtigheid is het fundament van Uw troon.
U bent El Shaddai, de Almachtige, de Ontzagwekkende.
Als wij bij U onze toevlucht zoeken mogen wij ons veilig weten, 
want U bent onze burcht, onze vesting, onze rots; 
vast, onwrikbaar, onoverwinnelijk en oninneembaar.
Als we in Uw schuilplaats zijn, beschermt en beschut U ons met Uw vleugels, 
en is Uw trouw als een schild, ja, als een pantser om ons heen.
Met U aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn. 
Op U kunnen wij vertrouwen.
Bij U ons hart uitstorten.
Bij U komt onze ziel tot rust en vinden we nieuwe kracht.

Het is ook om Uw goedertierenheid, Heere, 
dat wij mensenkinderen, onze toevlucht bij U nemen, 
want Uw goedertierenheid is zo kostbaar.
Uw goedertierenheid, die Uw genade omvat, 
als ook Uw liefdevolle vriendelijkheid, en standvastige liefde, 
als ook mededogen en goedheid, en zelfs Uw trouw is daaraan gekoppeld.
Uw goedertierenheid, die zo groot is en reikt tot aan de hemel, 
en Uw trouw, die reikt tot de wolken.
En het is niet maar tijdelijk, of afhankelijk van, nee, 
U bent Heere en Koning voor eeuwig en altijd.
Uw goedertierenheid is voor eeuwig, 
Uw trouw is voor eeuwig,
Uw troon staat vast voor eeuwig, 
U regeert voor eeuwig, 
Uw heerlijkheid is voor eeuwig, 
U bent Priester voor eeuwig, 
Uw Naam bestaat voor eeuwig, 
U bent voor eeuwig!


Hoe zouden we dan niet van vreugde opspringen, -zelfs als het alleen nog in ons hart is; niemand zoekt immers zijn toevlucht bij iemand die hij niet liefheeft?
En welk een zegen ligt er niet besloten in de bovenstaande woorden voor de rechtvaardige, -en dat is een ieder die de Heere Jezus heeft aangenomen als zijn Verlosser en Heiland.
Welk een schild van goedgunstigheid rondom ons wordt ons hier niet betoond door onze hemelse Vader.

Bedenk, en onthoud hoe groot Hij is,
zowel in tijden van vreugde en voorspoed,
als in tijden van nood en gemis.
Bedenk en onthoud hoe indrukwekkend Hij is,
voor eeuwig de Allerhoogste en de Almachtige;
ja, onveranderlijk, dat is zeker en gewis.


dinsdag 14 juli 2020

MT - Verblijd je, juich en spring op van vreugde!

Maar laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen,
laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut;
laat in U van vreugde opspringen wie Uw Naam liefhebben.
U immers zegent de rechtvaardige, Heere, 
U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.

Psalm 5:12,13


Sinds een paar jaar leer ik bijna iedere week een Bijbeltekst uit mijn hoofd.
Nu moet je niet denken dat ik daardoor al vele Bijbelteksten uit mijn hoofd ken, want dat is helaas niet het geval.
Ik ben niet zo goed in het leren en onthouden van teksten, laat staan waar zij precies staan; soms ben ik twee weken later al weer kwijt wat ik geleerd had.
Misschien zeg je nu, waarom zou je dit nu dan nog doen?
Nou, weet je, ik geloof dat wat ik geleerd heb toch ergens in mijn hoofd opgeslagen wordt, en dat als het juiste moment daar is, God het mij door Zijn Geest weer te binnen zal brengen. 
Wat mij daarnaast ook gemotiveerd heeft om het toch te doen, is dat we niet weten hoelang wij nog in alle vrijheid Gods woord kunnen openen en lezen.
Wat als dat ooit wegvalt?
Daarom doe ik nu wat ik kan, er op vertrouwend dat Hij zal doen wat nodig is op het juiste moment.

Inmiddels is het ook meer geworden dan het alleen uit mijn hoofd leren van een Bijbeltekst, zo ben ik wel begonnen, maar tegenwoordig overdenk en leer ik het vers.
En pas als ik het gevoel heb dat ik er ‘klaar’ mee ben, ga ik over naar de volgende.
Het kan ook zijn dat ik een bepaald vers gewoon nog een week aanhoud omdat ik merk dat ik het woord gewoon nog nodig heb, hetzij tot troost, of om van te leren; om me te bemoedigen, of juist aan te moedigen, of simpelweg omdat ik nog geen nieuwe heb ‘gekregen/gevonden’. 

Sinds enkele weken plaatst ik dit vers ook op mijn Blog onder het kopje MT (Memoriseer Tekst) – Week …
Zo zie ik het vers ook iedere keer als ik op mijn Blog kom.
Daaronder probeer ik ook iedere week nog een bijpassend gedicht te plaatsen; soms één die ik al eerder geschreven heb, of een nieuwe bij het vers.

De afgelopen tijd -dit keer dus ook langer dan één week, ben ik ‘bezig geweest’ met de bovenstaande verzen.
Ze triggerden mij enorm.
Laat verblijd zijn die …
Laat hen voor eeuwig juichen omdat …
Laat in U van vreugde opspringen wie … 
U immers zegent de …
U omringt hem met …
Ik ervaar het als opmerkelijk, daar ik vaker getrokken word door woorden als ‘tot U de toevlucht nemen’, en ‘omdat U hen beschut’ enz.
Maar deze keer komen deze woorden binnen: laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen, laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut, laat in U van vreugde opspringen wie U liefhebben. U immers zegent de rechtvaardige, Heere, U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.’
Wow! 
Van nature ben ik niet bepaald een uitbundig persoon, dus woorden als ‘juichen’ en ‘in U van vreugde opspringen’, zijn eigenlijk niet echt kenmerkend voor mij.
Maar het staat hier toch maar mooi wel in Gods woord om te doen, omdat Hij ons daar alle reden toe geeft.
Ja, in mijn hart kan het juichen, in mijn hart kan ik in Hem van vreugde opspringen, dat ervaar ik regelmatig als ik aan het schrijven ben, of aan het zingen, maar letterlijk …

Het woordje ‘laat’ dat bij alle drie de zinnetjes ervoor staat, impliceert in mijn ogen iets als van ‘gewoon doen’.
Als je tot Hem je toevlucht neemt, wees dan verblijd!
Hij beschut je, iedere dag opnieuw, dus juich voor eeuwig!
Heb je Hem lief? Nou, spring dan op van vreugde!
We hebben er zoals ik al eerder aangaf alle reden voor; want hier zegt Zijn woord vervolgens ook nog dat Hij immers de rechtvaardige zegent, en hem omringt met goedgunstigheid als met een schild!

Ik besef dat ik nog heel veel te leren, en af te leren heb, en tot die tijd hoop ik dat het voor de Heere genoeg is dat mijn hart doet wat mijn lichaam nog niet, of gewoon niet meer, kan.
En ik verblijd en koester mij in de diepte en reikwijdte van Zijn woord en … ik doe maar wat voorlopig nog het meest natuurlijke is voor mij, ik zing …


maandag 6 juli 2020

Hope will rise!

Enige jaren geleden kwam ik via via op YouTube bij een nummer tegen wat mij geweldig aansprak, zowel qua tekst als muziek als uitvoering.
Weken, zo niet maanden, 'draaide' ik dit nummer, maar in de loop van de jaren ben ik het nummer kwijt geraakt.
Ik kon me ook met geen mogelijkheid meer herinneren hoe de band heette, dus het nummer terugvinden lukte me dan ook niet.
Vorige week nog zocht ik naar het nummer, maar mijn geheugen liet me nog steeds in de steek, en ik wist ook niet meer waar ik zoeken moest, noch op welke woorden.
Tot vanmorgen.
Terwijl ik naar iets anders op zoek ben, komt ineens de band Warr Acres voorbij, en met dat ik de naam zag wist ik dat dit de band was, en ja, toen was het nummer snel gevonden.
Deze keer heb ik het nummer snel opgeslagen, zodat ik het niet meer kwijt zal raken.
Blij als een kind zit ik dan ook achter mijn laptop, terwijl het nummer 'Hope will rise' weer door mijn speakertjes klinkt.


Warr Acres - Hope will rise


zaterdag 4 juli 2020

Geopend Woord

Op Uw woord heb ik mijn hoop gesteld.

Uw woorden zijn deuren naar licht,
inzicht krijgt wie nog in het duister tast.

Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

Psalm 119:81b, 130, 105


Heer,
mijn ogen sla ik op
naar U.
Uw woord
ligt geopend
in mijn handen.

Ik vraag U
om inzicht in Uw woord,
opdat het voor mij
zal schijnen
als een Licht 
op mijn levenspad.

Ik vraag U
om openbaring 
door Uw Geest
over Uw woord,
opdat ik zal begrijpen
en verstaan
dat wat ik lees en
wat U tegen mij zegt.

Ik vraag U
dat Uw woord 
zal neerdalen in mijn hart,
opdat niet slechts mijn verstand
maar ook mijn hart
door Uw woord 
wordt verlicht,

Heer,
Uw woord 
ligt geopend 
in mijn handen.
Ontmoet mij hier 
in Uw woord.
Raak mij aan
met het schijnsel
van Uw Licht
en laat Uw licht schijnen
door mij heen.

- Amen -

zondag 28 juni 2020

Here You come running, my Lover, to me!

Verhalenderwijs ...

Waar zijn de woorden als je het gevoel hebt om te stikken in de pijn en het verdriet wat je met woorden is aangedaan.
Zijn er dan alleen maar tranen die kunnen stromen?
Gevoel van verstikking, een prop in je keel zo dik dat je het gevoel hebt dat het bijna afgesloten wordt.
Een druk op je borst zodat het bijna voelt alsof alle lucht er wordt uitgeperst.
Hoelang nog, Heere?
Hoeveel nog komt er over mij?
Wanneer is het genoeg?
Uiteengerukt.
Woordeloos, terwijl er zoveel is dat ze zou willen zeggen.
Zo oneerlijk.
Zo onterecht.
Zo misplaatst.
Zo onrechtvaardig.

Ze staart naar buiten, terwijl de tranen zachtjes over haar wangen glijden.
Binnenin haar woelt een diepe strijd.
Wat is er toch fout gegaan?
Waar is het fout gegaan?
Wat doet ze dan fout?
Ze durft niet te reageren, bang als ze is om het verkeerde te zeggen en nog meer over zich heen te krijgen.
Ze zou van alles willen zeggen,  ze heeft immers niets verkeerds gedaan.
De verwijten klinken nog steeds na, en trekken diepe sporen van pijn en verdriet in haar hart.
Nu is ook niet de goede tijd om er op terug te komen; ze zou reageren vanuit haar pijn en haar verdriet, en dan misschien woorden spreken die niet meer teruggenomen kunnen worden, en misschien nog meer schade aanrichten.
Opnieuw maar wachten, wachten tot zij komt en sorry zegt; wachten op een ingang om terug te komen op de oneerlijke verwijten, om de dingen -voor zover het mogelijk is, uit te spreken.
Och, vaak zegt ze niet eens alles.
Hoewel ze nu niet meer bang is dat haar dochter nooit meer thuis zal komen, of nooit meer contact zal zoeken, zoals vroeger, maar daar is wel het weten dat ze wat beperkt is in inleven en aanvoelen als de dingen van het leven haar boven het hoofd groeien.
En dat maakt dat ze voorzichtig is met wat ze zegt, zich soms teveel wegcijfert en niet alles zegt.
De tijd helpt haar vaak wel om de dingen een plek te geven, maar soms voelt het alsof dingen zich ook opstapelen.
Kan dat goed gaan?

Tegelijk is ze dankbaar, dankbaar dat haar dochter inmiddels wel geleerd heeft om zelf terug te komen op dingen en sorry te zeggen.
Nog niet altijd, en soms duurt het even, maar toch, het komt nu vaak wel, en daar is ze zo dankbaar voor.
Hoe anders was dat vroeger; nee, daar wilt ze maar liever niet meer aan terugdenken.
Kijken naar het nu is beter, ondanks dat het af en toe mis gaat.
Ze zal straks vast wel zelf contact opnemen en dan …
Maar voor nu blijven er tranen komen.
Hè, waarom juist nu, nu ze vanavond visite krijgt en er al een moeilijk gesprek op programma staat.
De telefoon gaat en een ‘kleine’ stem klinkt: ‘Hai mam, sorry van vanmorgen …’
 
Het volgende moment is het alsof de Heer dicht bij haar staat met Zijn hand op haar schouder, en zachtjes naar haar glimlacht, en het is dan dat ze beseft dat Hij er -opnieuw- al die tijd bij was, ook al kon ze dat door de pijn niet zien of ervaren.
Een dankbare glimlach licht haar gezicht op, en stille woorden van dank vinden hun weg naar boven.
Ze loopt naar boven naar haar laptop en zet het nummer aan dat ze de laatste tijd veel luistert, en de muziek en de woorden nemen de laatste restjes van pijn en verdriet van die ochtend mee terwijl ze zingt …

Over the mountains 
Over the sea 
Here You come running 
My Lover, to me …

Song of Solomon





ⓒHanna

dinsdag 16 juni 2020

The God Who sees

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (107)

De afgelopen paar weken klinkt er grotendeels maar één nummer, uit de kleine speakertjes die zijn aangesloten op mijn laptop, namelijk het nummer 'The God Who sees' van Nicole C. Mullen.
Niet alleen qua muziekstijl raakt het mij (prachtige opbouw), maar vooral de woorden komen binnen.
The God Who sees; I am the God who sees!
De God Die ziet; Ik ben de God Die ziet!

Het lied neemt me mee naar de wanhopige moeder Hagar* in de woestijn, en van Hagar naar Ruth*, die haar volk en land verliet en haar schoonmoeder volgde naar Bethlehem.
En van Ruth naar David*, de herdersjongen, de machtige strijder, maar ook de gezalfde koning. 
Via de bloedlijn van David komen we bij de Heere Jezus*, de Messias, de Gezalfde; de Christus, Emmanuel, God met ons.
Het brengt ons bij de ontmoeting van Jezus met Maria Magdalena*, die Hij bevrijdde van zeven demonen, en bij haar liefde voor Hem.
En haar liefde voor Hem neemt ons mee naar het moment dat zij toe moest kijken hoe haar geliefde Heer aan het kruis genageld werd, stierf en begraven werd.

Vier gewone mensen, zoals jij en ik, maar een ieder met hun eigen verhaal, hun eigen pijn, wanhoop en verdriet, hun eigen angsten en eenzaamheid, maar wiens verhalen zijn opgetekend in de Bijbel, Gods woord.
Verhalen, die God ons gegeven heeft om te laten zien dat Hij iedereen en elke omstandigheid ziet; en dat het niet uitmaakt wie je bent, of waar je ook vandaan komt.
Hij ziet en hoort, en dat is wat telt! 
Hij ziet, en hoort, en Hij verlangt ernaar dat dit tot ons diepste innerlijk binnendringt, tot in iedere vezel van ons bestaan, en dat we daaruit (gaan) leven.

Hij zag Hagar wanhopig huilen in de woestijn op een afstand van haar kind, dat stervende was van de dorst; maar Hij ziet ook ons verdriet, onze wanhoop, onze eenzaamheid, onze angst.
Hij zag Ruth, haar pijn en verdriet om het verlies van haar man, en een schoonmoeder die terug wilde naar haar geboortestad, maar Hij ziet ook ons als we alleen achterblijven, wegmoeten van een vertrouwde plek, een vreemd en onbekend leven voor ons ligt.
Hij zag David, een vergeten zoon en eenvoudige herdersjongen, een vervolgde gezalfde, vluchtend voor zijn leven tot in de woestijn, maar Hij ziet ook ons als onze ouders ons vergeten, of niet willen, we vervolgd worden om welke reden dan ook, vluchtend op weg zijn waarvoor dan ook.
Hij zag Maria Magdalena, wiens leven gekweld werd door demonen; maar Hij ziet en kent ook onze demonen, hoeveel of hoe weinig het er ook zijn.
Hij zag, en Hij ziet!
Hij antwoordde, en antwoordt nog steeds.
Nee, niet altijd op de manier zoals wij het graag zouden willen, maar wel op een manier wat voor ons het beste is.
Hij heeft ons geschapen en kent ons immers beter dan wie dan ook!

The God Who sees!
De God Die ziet!
En Hij zegt vandaag tegen jou, en tegen mij:

Ik ben El Roï, de God Die ziet
al jouw pijn, al jouw verdriet.
En Ik steek Mijn hand uit
om jou te helpen,
om al je bloedende wonden 
te stelpen.

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
ook als jij soms denkt van niet.
Ik heb je Mijn woord gegeven,
je vele beloften gedaan;
geloof Mij toch, op Mijn woord
kun je aan!

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
Die rouwklacht omkeert in een vreugdelied.
Zie omhoog, geloof en vertrouw
en je zult Mijn glorie zien.
Zie omhoog, en houdt vast;
leef en dien.



*Gen. 21:14-21
* Ruth 1-4
*1 Samuël 16 v.v.
* Evangeliën - Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes)
* Marcus 16:9

vrijdag 29 mei 2020

Je bent nooit alleen!



Heer, 
Uw woord klinkt:
‘Ik zal u niet als wezen achterlaten;
Ik kom weer naar u toe.’

Mijn kind,
misschien voel je je
-vooral in deze tijd,
wel heel erg eenzaam
en alleen.
Ben je verstoken van 
bijna elk menselijk contact.
Misschien voel je je
nu wel als een wees
doordat je verstoken bent
van je familie;
je man, je vrouw,
je vader, je moeder,
je kind(eren),
je kleinkinderen.

Misschien voel je je
wel als een wees
nu je verstoken bent
van het samenkomen
in de kerk of gemeente.
En misschien heeft zelfs 
de eenzaamheid
en het verstoken zijn van ...
je berooft van het zicht op Mij
en op Mijn woord.

Maar nog steeds 
is daar Mijn woord,
Mijn belofte,
dat Ik je niet als wees
zal achterlaten,
en … 
dat Ik eens
weer terugkom!

Geloof ook in Mijn woorden,
als je in Mij gelooft!

Ik heb je beloofd
dat Ik altijd bij je
zal zijn, 
ja, tot aan de 
voleinding van de wereld.
Ik heb je beloofd 
dat Mijn Vader, en Ik
naar je toe zullen komen
en bij je in zullen wonen,
als je Mij liefhebt en je 
aan Mijn woorden houdt.
Ik heb je beloofd 
dat Mijn Vader je
een andere Trooster
te sturen, Eén, 
Die in je zal wonen,
en waardoor je nooit
alleen zult zijn;
Die je bij zal staan,
alles zal leren,
en alles in herinnering 
zal brengen
wat Ik heb gezegd. 

Vergeet toch niet dat je 
door Mij Zijn kind bent!
Dus al ben je verlaten
van alles en iedereen:
Ik verlaat jou nooit!
Jouw leven is met Mij
verborgen in God.


Naar: Johannes 14:15-28
(Ef.1:5; Kol. 3:3)

donderdag 21 mei 2020

Zegenende handen!

Een woord ter bemoediging. 
Door: Tjitske Meijer

'En Hij leidde hen  buiten tot aan Bethanië en Zijn handen  opheffende, zegende Hij ze.'
Lukas 24:50,51 | Num. 6:24-27
 
Zijn hemelvaart ging niet gepaard met trompetgeschal en met pracht en praal. 
Niet door een vurige wagen en vurige paarden. 
Geen engelen die Hem zouden vergezellen, maar Hij werd door God, Zijn Vader,  zelf opgenomen in de hemel. 
Voordat Jezus afscheid nam van Zijn discipelen sprak Hij Zijn zegen over hen uit met gezag. 
Geen holle woorden maar een zegen die van grote betekenis is en Zijn discipelen begrepen dit ook. Toen Jezus hen zegende zagen ze Zijn doorstoken handen en begrepen zij wat ‘Die Zegen’ Hem gekost heeft. 
Door het zien van Die doorstoken handen is op zichzelf al een zegen van vergeving en eeuwig leven!

Maar ook waren het Deze Handen, die het brood braken en dit uitdeelde aan omtrent vijfduizend mannen.  ( Marc.6:42-44)  
Het was diezelfde hand, die was uitgestrekt tot redding van Petrus, toen hij  in Galilea’s golven zonk! Het was diezelfde hand, die Thomas wilde zien, eer hij aan de opstanding wilde geloven. 
Het zijn Zijn zegenende handen, die hij uitstrekt en zegt: 'Kom tot Mij, als je vermoeid bent en gebukt gaat door allerlei angst en zorgen, Ik zal je rust geven en je zult rust vinden voor je ziel.' (Matt.11:28 vrije vertaling) 
Dit is een uitnodiging!

Het is diezelfde hand met haar diepe tekenen van liefde en genade, die vandaag aan de deur klopt om binnengelaten te worden.  
Hij spreidt, tot op vandaag de dag, Zijn doorstoken handen uit naar hen die deze zegen van vergeving en eeuwig leven willen ontvangen. 
Handen, die voor onze verzoening met God aan het kruis doorstoken werden.  

Hemelvaart is niet het einde, maar een begin van een nieuw leven. 
Het aardse werk van de Verlosser is volbracht. 
Wij zijn in de tegenwoordigheid van Eén Die zegt: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde'; en wederom: 'Ik Ben met jullie al de dagen...'
Hij zegt niet: 'Ik was', nee, Hij zegt: 'Ik Ben met jullie al de dagen tot de voleindng der wereld. AMEN!'  (Matt.28:18,20 ) 
Het is Zijn belofte! 
Laten we dit ‘AMEN’ niet over het hoofd zien. 
Het is niet een monogram, slechts bedoeld als een slotwoord, een einde aan een boek. 
Het is Zijn AMEN waarin alle beloften JA en AMEN Zijn. 

Na droefheid komt vreugde, na regen komt zonneschijn. 
Na tegenslag komt er weer een tijd dat het beter wordt. 
Wees hierdoor bemoedigd

  

Tjitske Meijer
>> Het Beste Deel

zondag 17 mei 2020

Op die dag in de hemel ...

Het is een vrij rustige zondag.
Naast enkele telefoontjes van mijn dochter die er een beetje doorheen zit, is het stil.
Buiten schijnt de zon, en een zacht windje doet de blaadjes aan de bomen ritselen.
Maar in mij is het nog onrustig door alles wat er afgelopen week door mij heen gegaan is na het intens verdrietige bericht, van het verongelukken van iemand uit onze gemeente, dat we maandag ontvingen.
Onrustig, omdat het zovele herinneringen opriep, en daarmee ook zoveel losmaakte in mij; meer dan ik voor mogelijk had gehouden na zoveel jaar.
Flashbacks, waarin opnieuw de wanhoop en angst mijn ziel raakt.

Leek het me van te voren heel zwaar de sleutel van de flat van mijn moeder in te leveren, toch werd dit overschaduwt door dit nieuws dat ons vlak daarvoor bereikte.
Het overschaduwde ook het feit dat het woensdag de 13e mei de verjaardag van mijn broertje zou zijn geweest -50 jaar zou hij zijn geworden; als ook dat vrijdag de 15e mei, toen de begrafenis was, mijn vader jarig zou zijn geweest.

En toch, hoe onrustig deze week ook was, en het nog binnenin mij is, toch is daar dat lied dat we vrijdag zongen: ‘Op die dag in de hemel, wat een dag, wat een vreugde zal dat zijn. Dan zijn wij bij Jezus, en klinkt het overwinningslied!’
Kon ik de eerste nachten na dit nieuws slecht slapen, wakker gehouden door het nieuws en de herinneringen die het opriep, vanaf dat ik dit lied hoorde (mijn man en ik waren gevraagd om te spelen en te zingen met de afscheidsdienst) is dit lied in mijn hart en op mijn lippen.
Welk een troost ligt in dit lied, welk een vooruitzicht en vreugde! en langzaam worden de herinneringen, als ook de pijn en het verdriet van het afsluiten van de flat van mijn moeder, begraven onder de troost en vreugde die van dit lied uitgaan.
Wat hoop en bid ik, dat dit ook zo zal zijn voor de familie van; mijn hart en gebeden gaan naar hen uit.
Dat God hen zal blijven dragen, ook de komende tijd als de pijn en het verdriet van het gemis voelbaarder en tastbaarder wordt.

Sommige dingen, Heer, 
zullen we nooit begrijpen.
noch een antwoord krijgen
op het waarom.
En waar wij afscheid
moeten nemen,
klinkt tegelijk Uw stem:
Wees welkom!

Uw woord zei het ons al
dat we het in dit leven
zwaar te verduren 
zouden krijgen.
Maar soms is het zo
moeilijk en onbegrijpelijk,
dat ons niets anders rest
dan te zwijgen.

Toch is daar Uw troost,
Uw aanwezigheid,
ja, Uw nabijheid
in alle pijn.
En richt U onze blik
op dat we eens
allemaal bij U
zullen zijn.

Geen dood meer,
en geen tranen,
geen pijn meer 
zo ook geen verdriet.
En tot die tijd
mogen we weten
dat U er bent en
alles van ons ziet.


Op die dag in de hemel ...

dinsdag 12 mei 2020

Nooit weer ...


Het is stil in de auto als mijn man en ik terugrijden naar huis.
Af en toe glijden er tranen over mijn wangen terwijl het landschap aan mijn ogen voorbij trekt.
Nu is het echt voorbij; nooit weer, nooit weer…


Stilletjes en een ieder in eigen gedachten verzonken rijden we naar de flat van mijn moeder.
Nog één keer wil ik door de flat heen voor ik de sleutels achterlaat in haar brievenbus voor mijn broer, die ze ’s avonds mee zal nemen.
Dit is iets wat ik nog alleen wil doen, moet doen.
Maar mijn gevoelens zijn heel dubbel, daar we net voor we weggingen zeer droevig nieuws hebben ontvangen over iemand uit onze gemeente.

Aangekomen bij haar flat lopen we samen naar boven, en even later laat mijn man me alleen, zoals ik graag wil.
Nog even alleen, nog even alleen met mijn gedachten en herinneringen.

Nu de flat leeg is lijkt hij heel klein, gek is dat toch; met haar spullen erin leek het echt veel ruimer.
Langzaam loop ik door de paar kamers; elke kamer heeft zijn eigen herinneringen.
Het kleinste kamertje, waar ik altijd sliep met ons hondje als ik een nachtje bij mijn moeder bleef.
Haar slaapkamer, waar mijn vader opgebaard heeft gelegen, waar zij ook nog had horen te liggen maar door de corona niet mocht, en ik haar kleren heb opgevouwen en allemaal op het bed had gelegd alvorens ik ze inpakte om weg te doen.
De badkamer met de toilet, waar ik negen van de tien direct heen vloog als ik bij haar binnenkwam. 
De keuken, waar we zoveel koffie hebben ingeschonken, broodjes hebben gesmeerd, samen de vaat deden.
In de kamer blijf ik uiteindelijk voor het raam staan en kijk voor de laatste keer naar buiten.
Het is een vrij drukke weg die voor de flat ligt, maar eigenlijk zie ik niets meer; het ‘nooit weer’ vertroebelt mijn zicht.

Enkele tranen glijden stilletjes naar beneden. 
Ik zucht eens diep, veeg ze weg en loop langzaam naar de deur.
Voor de laatste keer draai ik de sleutel om en loop naar de lift.
Er is gelukkig niemand, niet bij de lift,  niet in de lift, en ook niemand beneden in de hal.
Ik loop naar de uitgang, dit maal de andere, want ik moet bij de brievenbus zijn.
Mijn blik valt nog op het glazen kastje in de hal waar berichten opgehangen kunnen worden; de rouwkaart weg is.
Voor de laatste keer druk ik op de knop en loop naar buiten naar de brievenbus.
Ik zoek haar nummer, doe de klep open en laat langzaam de envelop met de sleutels in de brievenbus glijden.


zondag 10 mei 2020

God prijzen in de nacht!











Er is weer een nieuwe 'Bemoediging voor de Nacht'.
>> 'God prijzen in de nacht' n.a.v. Psalm 63:4

Welterusten en slaap lekker straks!

Een liefdevolle groet,
Rita

woensdag 6 mei 2020

De liefelijkheid van Gods wil













Gedichten (en enkele gedachten,samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 8.

‘Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.’
Mattheüs 6:10

Susannah Spurgeon
‘Wanneer mijn ziel heen en weer geslingerd wordt op de ruwe golven van de bewogen zee van dit leven, en als ik dan het anker van de hoop maar kan uitwerpen in de diepten van Gods heilige wil, dan heeft het meteen houvast, en de winden en de golven worden bestraft.’

Dit zijn de woorden waarmee Susannah dit hoofdstukje begint, en ze vervolgt met een dankwoord naar de Vader waarin ze Hem dankt dat Hij Zijn wil zo kostbaar voor haar heeft gemaakt.
Nee, niet zomaar van zelf, maar in het midden van een heel donkere en verdrietige periode heeft de Heer het mogelijk gemaakt dat zij dit kan zeggen: ‘Hij heeft alles wel gemaakt.’
En ook later als alles rustiger is, kan zij dit nog steeds zeggen.

En wij?
Kunnen wij dit ook zeggen ondanks, of te midden van moeilijke of verdrietige omstandigheden?
Kunnen wij met haar zeggen: ‘Uw wil geschiede’, als geliefden ons ontvallen?
Kunnen wij troost vinden in de wetenschap dat zij op de beste plaats zijn?
Kunnen we zo rusten in de wil van God, in de volle overtuiging dat wat onze hemelse Vader ook doet, dit het beste voor ons is en getuigt van Zijn liefde?

'Uw wil geschiede’, woorden die de Heere Jezus ons leerde in de Hof van Gethsémané.

‘Het doen van Gods wil – en dat van harte – moet op z’n minst de weerspiegeling , de afdruk zijn van de volmaakte gehoorzaamheid van de heiligen in de heerlijkheid. O, om zo te beginnen aan het dienen in de hemel, terwijl we nog op aarde zijn! Om hier te oefenen, en dáár vervolmaakt te worden!'

Bereiden wij – onze ziel, ons zo voor op ons burgerschap in de hemel?
Een indringende vraag die door dit hoofdstukje, in een moeilijke, onzekere tijd, naar ons toekomt.


Uw wil geschiede ...

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ’Uw wil geschiede’,
dan betekent dit niet
dat ik maar lijdzaam toekijk
en alles gelaten onderga,
maar dat ik ‘mijn anker uitwerp
in de diepten van Gods heilige wil’
en daar mijn houvast en rust vind;
ja, mijn kracht zodat ik mij
met Zijn hulp door alles heen sla.

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ‘Uw wil geschiede’,
dan richt ik mij op
en aanvaard wat Hij geeft
om mij te vormen naar Zijn wil.
Hem wil ik immers dienen;
heilig worden, ja, zijn als Hij.
En wetende dat Hij altijd het beste
voor mij voor ogen heeft,
aanvaard ik gehoorzaam en stil.