zaterdag 29 augustus 2020

Vraag me wie ik ben!

Een indrukwekkend stukje uit de film 'Overcomer'.
>> Trailer van de film
Een stukje om over na te denken.
Wat of waarin is mijn identiteit?
Wie ben ik?
Een stukje waar we onze eigen naam in kunnen vullen als we een kind van God zijn.

Hannah loopt naar haar coach toe en zegt tegen hem:

'Ask me who I am.
Ask me who I am!
Who is Hannah Scott?'

...

'I am created by God; He designed me, so I am not a mistake.
His Son died for me, just so I could be forgiven.
He picked me to be His own, so I am chosen.
He redeemed me, so I am wanted.
He showed me His grace, just so I could be saved.
He has a future for me, because He loves me.
So I don’t wandered anymore, I am a child of God!'


Nederlandse vertaling:

'Vraag me wie ik ben.
Vraag me wie ik ben!
Wie is Hannah Scott?'

...

'Ik ben gemaakt door God; Hij heeft mij ontworpen, dus ik ben geen vergissing.
Zijn Zoon stierf voor mij, alleen maar zodat ik vergeven kon worden.
Hij heeft mij uitgezocht om Zijn eigendom te zijn, dus ik ben uitgekozen.
Hij heeft mij verlost, dus ik ben gewild.
Hij toonde mij genade, alleen maar zodat ik gered kon worden.
Hij heeft een toekomst voor mij, omdat Hij van mij houdt.
Dus ik vraag me niet meer af: Ik ben een kind van God!'


Als ik de woorden 'I don't wandered anymore' op Google even nakijk, zegt de vertaling 'Ik dwaalde niet meer'.
Hoe sterk!
Zolang we ons dus afvragen wie we zijn, dwalen we!
En dwalen wil zeggen: rondlopen zonder doel, rondzwerven, doelloos voortbewegen, mislopen ...

Als kind van God hoeven we niet meer te dwalen, hoeven we ons niet meer af te vragen wie we zijn!
We hoeven niet meer doelloos rond te lopen, ons afvragend of ons leven wel waarde heeft, of wij wel van waarde zijn.
Zijn woord (Lees Efeze 1 & 2) is daar zo duidelijk over, en toch ...
Toch laten we ons vaak beïnvloeden en/of leiden door wat we voelen, of door wat anderen zeggen, of door dingen die gebeuren.
Onze identiteit hangt niet af van wat we doen, hoeveel geld we hebben, welkemaatschappelijke positie we bekleden, of wat dan ook.
Als we Hem kennen als onze Verlosser en Heiland, zijn we een kind van God!


         No longer slaves (I am a Child of God)


vrijdag 28 augustus 2020

Wisselwerking ...

 ‘Haar vader glimlachte. ‘En mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’

‘Het is uw voorbeeld dat ik volg.’

>> Uit: De heer uit het zuiden
Van: Kristen Heitzmann
Blz. 38


‘Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter zoals jij.’
‘Het is uw voorbeeld dat ik volg!’

De woorden hakken erin, en doen me het boek opzij leggen om na te denken; wat ze raken mij, deze woorden.
Ze maken me een beetje verdrietig, en tegelijk ook een beetje jaloers op de relatie tussen de vader en zijn dochter in dit boek.
Wat moet het geweldig zijn om zo’n relatie te hebben!
Niet dat de relatie met mijn vader slecht te noemen was, zeker niet, maar het was er geen waarvan ik kon zeggen dat ik zijn voorbeeld volgde; geplaagd als hij werd door zijn verleden, en verschillend als wij waren.
Dit geldt waarschijnlijk voor velen van ons, velen zullen waarschijnlijk niet hetzelfde kunnen zeggen als deze dochter uit het boek.
En er zijn misschien ook niet veel vaders die zullen zeggen dat hun hart wordt verlicht door hun dochter.
Hoeveel pijn en verdriet is er immers niet in de wereld omdat vaders niet de vaders* zijn -waren, zoals God het heeft bedoeld, en hoeveel pijn en verdriet is er niet bij ouders om de wegen die hun kinderen gaan.
Hoeveel beschadigde mensen, jong en oud, lopen er niet rond om wat hen is aangedaan, om wat hen niet is gegeven, om wat hen is afgenomen, of om wat zij hebben gemist.


Maar de woorden brengen mijn gedachten automatisch ook van mijn eigen vader naar mijn hemelse Vader.
In mijn gedachten was het ineens alsof mijn hemelse Vader glimlachte, en ik Hem hoorde zeggen: 'Mijn dochter, Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!’
Hoe moeilijk ik het soms vind te bevatten, toch geloof ik dat Hij zo naar mij kijkt, -en zo ook naar jou.
Met ieder mensenkind die de Heere Jezus aanneemt als Verlosser en Heer, geloof ik dat God glimlacht en tegen hem of haar zegt: ‘Mijn hart wordt verlicht door een zoon/dochter als jij!
Ongeacht hoeveel we nog verkeerd doen; ongeacht dat we Zijn voorbeeld zo graag willen volgen, maar daarin nog zo vaak tekortschieten.

Ik geloof ook, dat met iedere keer dat we in Zijn aanwezigheid komen om bij Hem te zijn, om van Hem te leren, om te ontdekken wie en hoe Hij is, Zijn hart wordt verlicht.
Is dat niet waar Hij zo naar verlangt, naar dit samenzijn met ons?
Dat we daar tijd voor apart zetten, tijd voor vrij maken?
In de stilte, afgezonderd van alles wat ons af kan leiden, met Zijn geopende woord in onze handen; zoekende, wachtende, verlangende naar samenzijn met Hem, Zijn stem te horen?

Het is Uw voorbeeld dat ik volg …
Ik geloof ook dat Zijn hart ook wordt verlicht als we in het voetspoor van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus, treden; het is immers Zijn voorbeeld dat we hebben te volgen.
‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, zegt Jezus.
‘De Zoon kan van Zichzelf niets doen, tenzij Hij het de Vader heeft zien doen; zo Hij doet, zo doet ook de Zoon!
‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik een welbehagen heb.’
En wij, Zijn geliefde zonen en dochters, zijn begenadigd in deze Geliefde.
Zou Zijn hart niet worden verlicht als wij naar Hem opzien en zeggen: 'Het is Uw voorbeeld, dat ik volg!'
Klinkt immers daarin niet onze liefde voor Hem door!

Welk een wisselwerking ligt er eigenlijk in deze twee zinnetjes.
'Mijn hart wordt verlicht door het hebben van een dochter als jij!' en 'Het is Uw voorbeeld dat ik volg.'
Het brengt mij bij de woorden uit 1 Johannes 4 en wel vers 19, waar staat:
'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.'
Wat een voorbeeld om na te volgen, om uit te leven!


Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.

Het levende Woord,
het Licht en de Waarheid;
zowel geliefd als gehoond.

Zoon van God,
voorbeeld om te volgen;
heeft onder ons gewoond.

Vol van genade en waarheid,
in Wie God behagen had;
met doornen gekroond.

Jezus Christus,
mens geworden God,
Die ons de Vader toont.







* Vanwege het citaat noem ik hier de moeders niet, maar voor hen geldt hetzelfde.

- Johannes 14:9
- Johannes 5:19
- Efeziërs 1:6


maandag 10 augustus 2020

Verlangen ...


Heer,
ik kom zoals ik ben,
met alles wat mij bezighoudt.
U kent de verlangens van mijn hart.
U kent mijn vragen en mijn twijfels.
Mijn pijn en mijn verdriet.
Mijn angsten en mijn zorgen.
U weet alles van mij,
maar U verlangt ernaar
dat ik ze deel met U,
U deelgenoot maakt
van alles wat in mij leeft.
U kent mijn hart,
U weet wat mij beweegt,
maar U ziet uit naar ons samenzijn,
iedere dag opnieuw,
zodat U kunt komen in alles,
in elke omstandigheid,
in elke gedachte,
in al mijn gevoelens.
U ziet hoe ik soms tob,
voortploeter
en U wacht,
tot dat ik kom…

U verlangt ernaar
om samen met mij
door het leven te gaan.
U verlangt ernaar
dat ik dagelijks bij U kom
en rust in de stilte van Uw aanwezigheid,
schuil in de schaduw van Uw vleugels,
leer van Uw onderwijzing,
me koester in Uw liefde.
U wilt mij te drinken geven
uit Uw bron van levend water,
zodat ik nimmermeer zal dorsten,
opdat stromen van dat water
uit mijn binnenste zullen vloeien
en anderen zullen trekken naar Uw bron,
opdat ook zij kunnen drinken
en nimmermeer dorsten.

Zo wil ik komen, Heer, en knielen.
Alles met U delen wat mij bezighoudt,
en ontvangen al wat U voor mij hebt weggelegd.
Hier ben ik, Heer,
reinig mij,
vul mij,
zend mij.
Mijn ziel verlangt
Uw wil te doen.

- Amen -


Een gebed dat ik ongeveer tien jaar geleden schreef voor op mijn eerste Blog, maar dat nog steeds een gebed van mijn hart is.
Ook van jou?

zondag 2 augustus 2020

Grote vreugde en dankbaarheid

Vandaag is het alweer ruim een week geleden dat wij opnieuw opa en oma mochten worden, en wel van een zesde kleindochter, Evi Jolijn.
Wat een vreugde en welk een dankbaarheid; zo bijzonder.
Maar er lag de eerste dagen wel een schaduw over onze vreugde, daar ze al snel problemen kreeg met haar ademhaling, wat resulteerde in een opname van een gewoon ziekenhuis naar een gespecialiseerd kinderziekenhuis met beademing, infuus en sonde en een behandeling aan haar longetjes.
Gelukkig sloeg alles goed aan en mocht ze vrij snel weer terug naar het ziekenhuis in Amersfoort, waar zij na nog een paar keer onder de blauwe lamp donderdag toch naar huis mocht.
Nu gaat het goed met haar en is ze heerlijk thuis met haar mama, en bij haar papa en haar zusjes, die reikhalzend uitkeken naar deze dag.

Foto: www.juliafotografeert.nl


Welk een wonder is dit nieuwe leven, 
wat een genade dat alles goed mocht gaan.
Hoe wonderlijk mooi is zij geweven,
hoe ontzagwekkend wat U hebt gedaan.

U zag haar toen zij nog geen vorm had;
U kende reeds al de dagen van haar bestaan.
En nog voor ik voor haar bad,
was U haar al toegedaan.

O Heer, hoe groot bent U;
hoe machtig de werken van Uw hand.
Hoe genadig en barmhartig;
Uw trouw houdt eeuwig stand.

Al haar dagen zijn in Uw boek beschreven;
dat te begrijpen is mij te wonderbaar.
Van het begin af houdt U haar omgeven,
Uw liefde is eeuwig en onwankelbaar.

En hoe het ook zal zijn in haar leven,
welke wegen zij ook zal gaan,
ik bid, dat zij zichzelf aan U zal geven,
zodat U elke dag naast haar zal staan.

Leg Uw zegenende hand op haar, Heer,
dat zij geen dag zonder zal zijn.
Laat haar leven tot Uw glorie en eer,
in dagen van vreugde en van pijn.

Zo leg ik haar leven in Uw hand;
draag ik haar op voor Uw troon.
bescherm haar alle dagen 
met het bloed van Uw Zoon.

- Amen -

woensdag 22 juli 2020

Uw weg; niet mijn weg













Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 9.

‘… richt Uw weg voor mijn aangezicht.’
Psalm 5:9

Susannah Spurgeon
‘Richt Uw weg’. Lieve Heere, het is niet dat Uw wegen ooit krom zijn of afwijken, maar mijn ogen zijn geneigd om naar zijpaadjes te kijken, waar de weg niet zo oneffen is, of het wandelen erop niet zo moeizaam als op de verheven baan van de Koning!’

Dit hoofdstuk is één groot gebed; een roep die klinkt vanuit menig vermoeide en verslagen ziel, die bang is dwalende te zijn.
Een gebed om een luisterend oor van onze hemelse Vader, om Zijn leiding en onderwijs.
Om de smalle weg te gaan door de kracht van Zijn liefde.
Om Zijn bescherming en leiding om op de juiste weg te blijven
Om Zijn hand die ons vasthoudt en leidt als we om welke reden dan ook de weg niet kunnen zien.
Om Zijn genade om te blijven vertrouwen wat er ook gebeurt.
Dat we ons over zullen geven aan Zijn leiding en ‘zwaar’  op Hem zullen blijven leunen bij gevaren; dat onze ogen gericht zullen blijven op de vreugde die ons wacht en dat Hij ons zal verlossen van het kleinste verlangen om af te wijken, of te treuzelen.

Gods woord zegt dat Zijn wegen niet onze wegen zijn en Zijn gedachten niet onze gedachten, maar Hij kan wel onze gedachten vullen met die van Hem en mijn wegen maken tot die van Hem.
Dat Hij dit wonder toch in ons zal uitwerken en we Zijn wegen zullen gaan.

‘Laat mijn ziel zo werkelijk en bestendig in U blijven, zo waarachtig en teer, dat ik mij altijd bewust ben van Uw lieflijke aanwezigheid, en dat ik nooit ook maar één stap zal doen bij Uw ondersteunende en verlossende hand vandaan!’

Persoonlijk gebed

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden dat ik onderstaan gedicht schreef naar aanleiding van dit hoofdstuk.
De omstandigheden drukken toen erg zwaar, en hoewel er inmiddels vele dingen veranderd zijn, is dit hoofdstuk, als ook het gedicht, nog net zo actueel als toen.


Een nieuwe dag ligt voor mij;
de zon schijnt naar hartenlust.
Maar mijn gemoed is zwaar
en mijn ziel lijkt maar half verlicht.

De noden van mijn kinderen drukken;
ik wil ze helpen waar ik kan.
Er voor ze zijn waar nodig is, en dus 
kom ik, Heer, voor Uw aangezicht.

Ik heb het nodig dat U mij leidt,
zodat ik ook hierin Uw wegen ga.
Ik wil U niet voor de voeten lopen,
en bid om Uw wijsheid en inzicht.

Help mij, Heer, in het maken en
in het nemen van de juiste keuzes.
Maar laat mij toch in alles bovenal 
op U en op Uw woord zijn gericht.

U bent mijn sterkte en mijn kracht,
samen met U kan ik alles aan.
Zolang ik maar blijf lopen op 
de weg die door U wordt verlicht.

Lieve Vader, wijs zo een ieder van ons 
de weg die U wil dat elk van ons gaat.
Geef ons het geloof en vertrouwen dat U
daarop elk moment naast ons staat.

Houd vast als het duister het zicht ontneemt,
geef moed en kracht, daar waar het ontbreekt.
Geef ogen die zien, en oren die horen als U,
op welke wijze dan ook, tot ons spreekt.

Maak één Uw en onze wil, Uw en onze gedachten,
leer en onderwijs ons iedere dag weer.
Doe ons volhouden tot het einde toe, ja, tot
wij U zien van aangezicht tot aangezicht, o Heer.

- Amen -

vrijdag 17 juli 2020

Verblijd je, juich en spring op van vreugde! (2)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (108)

Zoals ik al hiervoor schreef, soms houdt een vers je langer bezig dan één week, en dat is dit keer duidelijk het geval.
Als de verzen van eergister ons zeggen dat blijdschap ons deel dient te zijn als we onze toevlucht tot God nemen, dat we voor eeuwig zouden moeten juichen omdat Hij ons beschut, en we in Hem van vreugde zouden opspringen als we Hem liefhebben, dan is het goed om ons te bedenken wat het wat het inhoudt als Hij onze toevlucht is, als Hij ons beschut.
Ik kon dan ook niet anders dan de Psalmen induiken en zien wat Zijn woord daarover zegt.
En het deed me opnieuw bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heere is.


Heer, Uw Woord prijst ons gelukkig, noemt ons gezegend, 
als wij tot U onze toevlucht nemen.
En hoe waar is dit niet!
U bent immers El Elyon, de Allerhoogste over de gehele aarde; 
ja, U bent zeer hoog verheven boven alle goden, zegt Uw woord.
U regeert, en gerechtigheid is het fundament van Uw troon.
U bent El Shaddai, de Almachtige, de Ontzagwekkende.
Als wij bij U onze toevlucht zoeken mogen wij ons veilig weten, 
want U bent onze burcht, onze vesting, onze rots; 
vast, onwrikbaar, onoverwinnelijk en oninneembaar.
Als we in Uw schuilplaats zijn, beschermt en beschut U ons met Uw vleugels, 
en is Uw trouw als een schild, ja, als een pantser om ons heen.
Met U aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn. 
Op U kunnen wij vertrouwen.
Bij U ons hart uitstorten.
Bij U komt onze ziel tot rust en vinden we nieuwe kracht.

Het is ook om Uw goedertierenheid, Heere, 
dat wij mensenkinderen, onze toevlucht bij U nemen, 
want Uw goedertierenheid is zo kostbaar.
Uw goedertierenheid, die Uw genade omvat, 
als ook Uw liefdevolle vriendelijkheid, en standvastige liefde, 
als ook mededogen en goedheid, en zelfs Uw trouw is daaraan gekoppeld.
Uw goedertierenheid, die zo groot is en reikt tot aan de hemel, 
en Uw trouw, die reikt tot de wolken.
En het is niet maar tijdelijk, of afhankelijk van, nee, 
U bent Heere en Koning voor eeuwig en altijd.
Uw goedertierenheid is voor eeuwig, 
Uw trouw is voor eeuwig,
Uw troon staat vast voor eeuwig, 
U regeert voor eeuwig, 
Uw heerlijkheid is voor eeuwig, 
U bent Priester voor eeuwig, 
Uw Naam bestaat voor eeuwig, 
U bent voor eeuwig!


Hoe zouden we dan niet van vreugde opspringen, -zelfs als het alleen nog in ons hart is; niemand zoekt immers zijn toevlucht bij iemand die hij niet liefheeft?
En welk een zegen ligt er niet besloten in de bovenstaande woorden voor de rechtvaardige, -en dat is een ieder die de Heere Jezus heeft aangenomen als zijn Verlosser en Heiland.
Welk een schild van goedgunstigheid rondom ons wordt ons hier niet betoond door onze hemelse Vader.

Bedenk, en onthoud hoe groot Hij is,
zowel in tijden van vreugde en voorspoed,
als in tijden van nood en gemis.
Bedenk en onthoud hoe indrukwekkend Hij is,
voor eeuwig de Allerhoogste en de Almachtige;
ja, onveranderlijk, dat is zeker en gewis.


dinsdag 14 juli 2020

MT - Verblijd je, juich en spring op van vreugde!

Maar laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen,
laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut;
laat in U van vreugde opspringen wie Uw Naam liefhebben.
U immers zegent de rechtvaardige, Heere, 
U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.

Psalm 5:12,13


Sinds een paar jaar leer ik bijna iedere week een Bijbeltekst uit mijn hoofd.
Nu moet je niet denken dat ik daardoor al vele Bijbelteksten uit mijn hoofd ken, want dat is helaas niet het geval.
Ik ben niet zo goed in het leren en onthouden van teksten, laat staan waar zij precies staan; soms ben ik twee weken later al weer kwijt wat ik geleerd had.
Misschien zeg je nu, waarom zou je dit nu dan nog doen?
Nou, weet je, ik geloof dat wat ik geleerd heb toch ergens in mijn hoofd opgeslagen wordt, en dat als het juiste moment daar is, God het mij door Zijn Geest weer te binnen zal brengen. 
Wat mij daarnaast ook gemotiveerd heeft om het toch te doen, is dat we niet weten hoelang wij nog in alle vrijheid Gods woord kunnen openen en lezen.
Wat als dat ooit wegvalt?
Daarom doe ik nu wat ik kan, er op vertrouwend dat Hij zal doen wat nodig is op het juiste moment.

Inmiddels is het ook meer geworden dan het alleen uit mijn hoofd leren van een Bijbeltekst, zo ben ik wel begonnen, maar tegenwoordig overdenk en leer ik het vers.
En pas als ik het gevoel heb dat ik er ‘klaar’ mee ben, ga ik over naar de volgende.
Het kan ook zijn dat ik een bepaald vers gewoon nog een week aanhoud omdat ik merk dat ik het woord gewoon nog nodig heb, hetzij tot troost, of om van te leren; om me te bemoedigen, of juist aan te moedigen, of simpelweg omdat ik nog geen nieuwe heb ‘gekregen/gevonden’. 

Sinds enkele weken plaatst ik dit vers ook op mijn Blog onder het kopje MT (Memoriseer Tekst) – Week …
Zo zie ik het vers ook iedere keer als ik op mijn Blog kom.
Daaronder probeer ik ook iedere week nog een bijpassend gedicht te plaatsen; soms één die ik al eerder geschreven heb, of een nieuwe bij het vers.

De afgelopen tijd -dit keer dus ook langer dan één week, ben ik ‘bezig geweest’ met de bovenstaande verzen.
Ze triggerden mij enorm.
Laat verblijd zijn die …
Laat hen voor eeuwig juichen omdat …
Laat in U van vreugde opspringen wie … 
U immers zegent de …
U omringt hem met …
Ik ervaar het als opmerkelijk, daar ik vaker getrokken word door woorden als ‘tot U de toevlucht nemen’, en ‘omdat U hen beschut’ enz.
Maar deze keer komen deze woorden binnen: laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen, laat hen voor eeuwig juichen omdat U hen beschut, laat in U van vreugde opspringen wie U liefhebben. U immers zegent de rechtvaardige, Heere, U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.’
Wow! 
Van nature ben ik niet bepaald een uitbundig persoon, dus woorden als ‘juichen’ en ‘in U van vreugde opspringen’, zijn eigenlijk niet echt kenmerkend voor mij.
Maar het staat hier toch maar mooi wel in Gods woord om te doen, omdat Hij ons daar alle reden toe geeft.
Ja, in mijn hart kan het juichen, in mijn hart kan ik in Hem van vreugde opspringen, dat ervaar ik regelmatig als ik aan het schrijven ben, of aan het zingen, maar letterlijk …

Het woordje ‘laat’ dat bij alle drie de zinnetjes ervoor staat, impliceert in mijn ogen iets als van ‘gewoon doen’.
Als je tot Hem je toevlucht neemt, wees dan verblijd!
Hij beschut je, iedere dag opnieuw, dus juich voor eeuwig!
Heb je Hem lief? Nou, spring dan op van vreugde!
We hebben er zoals ik al eerder aangaf alle reden voor; want hier zegt Zijn woord vervolgens ook nog dat Hij immers de rechtvaardige zegent, en hem omringt met goedgunstigheid als met een schild!

Ik besef dat ik nog heel veel te leren, en af te leren heb, en tot die tijd hoop ik dat het voor de Heere genoeg is dat mijn hart doet wat mijn lichaam nog niet, of gewoon niet meer, kan.
En ik verblijd en koester mij in de diepte en reikwijdte van Zijn woord en … ik doe maar wat voorlopig nog het meest natuurlijke is voor mij, ik zing …


maandag 6 juli 2020

Hope will rise!

Enige jaren geleden kwam ik via via op YouTube bij een nummer tegen wat mij geweldig aansprak, zowel qua tekst als muziek als uitvoering.
Weken, zo niet maanden, 'draaide' ik dit nummer, maar in de loop van de jaren ben ik het nummer kwijt geraakt.
Ik kon me ook met geen mogelijkheid meer herinneren hoe de band heette, dus het nummer terugvinden lukte me dan ook niet.
Vorige week nog zocht ik naar het nummer, maar mijn geheugen liet me nog steeds in de steek, en ik wist ook niet meer waar ik zoeken moest, noch op welke woorden.
Tot vanmorgen.
Terwijl ik naar iets anders op zoek ben, komt ineens de band Warr Acres voorbij, en met dat ik de naam zag wist ik dat dit de band was, en ja, toen was het nummer snel gevonden.
Deze keer heb ik het nummer snel opgeslagen, zodat ik het niet meer kwijt zal raken.
Blij als een kind zit ik dan ook achter mijn laptop, terwijl het nummer 'Hope will rise' weer door mijn speakertjes klinkt.


Warr Acres - Hope will rise


zaterdag 4 juli 2020

Geopend Woord

Op Uw woord heb ik mijn hoop gesteld.

Uw woorden zijn deuren naar licht,
inzicht krijgt wie nog in het duister tast.

Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

Psalm 119:81b, 130, 105


Heer,
mijn ogen sla ik op
naar U.
Uw woord
ligt geopend
in mijn handen.

Ik vraag U
om inzicht in Uw woord,
opdat het voor mij
zal schijnen
als een Licht 
op mijn levenspad.

Ik vraag U
om openbaring 
door Uw Geest
over Uw woord,
opdat ik zal begrijpen
en verstaan
dat wat ik lees en
wat U tegen mij zegt.

Ik vraag U
dat Uw woord 
zal neerdalen in mijn hart,
opdat niet slechts mijn verstand
maar ook mijn hart
door Uw woord 
wordt verlicht,

Heer,
Uw woord 
ligt geopend 
in mijn handen.
Ontmoet mij hier 
in Uw woord.
Raak mij aan
met het schijnsel
van Uw Licht
en laat Uw licht schijnen
door mij heen.

- Amen -

zondag 28 juni 2020

Here You come running, my Lover, to me!

Verhalenderwijs ...

Waar zijn de woorden als je het gevoel hebt om te stikken in de pijn en het verdriet wat je met woorden is aangedaan.
Zijn er dan alleen maar tranen die kunnen stromen?
Gevoel van verstikking, een prop in je keel zo dik dat je het gevoel hebt dat het bijna afgesloten wordt.
Een druk op je borst zodat het bijna voelt alsof alle lucht er wordt uitgeperst.
Hoelang nog, Heere?
Hoeveel nog komt er over mij?
Wanneer is het genoeg?
Uiteengerukt.
Woordeloos, terwijl er zoveel is dat ze zou willen zeggen.
Zo oneerlijk.
Zo onterecht.
Zo misplaatst.
Zo onrechtvaardig.

Ze staart naar buiten, terwijl de tranen zachtjes over haar wangen glijden.
Binnenin haar woelt een diepe strijd.
Wat is er toch fout gegaan?
Waar is het fout gegaan?
Wat doet ze dan fout?
Ze durft niet te reageren, bang als ze is om het verkeerde te zeggen en nog meer over zich heen te krijgen.
Ze zou van alles willen zeggen,  ze heeft immers niets verkeerds gedaan.
De verwijten klinken nog steeds na, en trekken diepe sporen van pijn en verdriet in haar hart.
Nu is ook niet de goede tijd om er op terug te komen; ze zou reageren vanuit haar pijn en haar verdriet, en dan misschien woorden spreken die niet meer teruggenomen kunnen worden, en misschien nog meer schade aanrichten.
Opnieuw maar wachten, wachten tot zij komt en sorry zegt; wachten op een ingang om terug te komen op de oneerlijke verwijten, om de dingen -voor zover het mogelijk is, uit te spreken.
Och, vaak zegt ze niet eens alles.
Hoewel ze nu niet meer bang is dat haar dochter nooit meer thuis zal komen, of nooit meer contact zal zoeken, zoals vroeger, maar daar is wel het weten dat ze wat beperkt is in inleven en aanvoelen als de dingen van het leven haar boven het hoofd groeien.
En dat maakt dat ze voorzichtig is met wat ze zegt, zich soms teveel wegcijfert en niet alles zegt.
De tijd helpt haar vaak wel om de dingen een plek te geven, maar soms voelt het alsof dingen zich ook opstapelen.
Kan dat goed gaan?

Tegelijk is ze dankbaar, dankbaar dat haar dochter inmiddels wel geleerd heeft om zelf terug te komen op dingen en sorry te zeggen.
Nog niet altijd, en soms duurt het even, maar toch, het komt nu vaak wel, en daar is ze zo dankbaar voor.
Hoe anders was dat vroeger; nee, daar wilt ze maar liever niet meer aan terugdenken.
Kijken naar het nu is beter, ondanks dat het af en toe mis gaat.
Ze zal straks vast wel zelf contact opnemen en dan …
Maar voor nu blijven er tranen komen.
Hè, waarom juist nu, nu ze vanavond visite krijgt en er al een moeilijk gesprek op programma staat.
De telefoon gaat en een ‘kleine’ stem klinkt: ‘Hai mam, sorry van vanmorgen …’
 
Het volgende moment is het alsof de Heer dicht bij haar staat met Zijn hand op haar schouder, en zachtjes naar haar glimlacht, en het is dan dat ze beseft dat Hij er -opnieuw- al die tijd bij was, ook al kon ze dat door de pijn niet zien of ervaren.
Een dankbare glimlach licht haar gezicht op, en stille woorden van dank vinden hun weg naar boven.
Ze loopt naar boven naar haar laptop en zet het nummer aan dat ze de laatste tijd veel luistert, en de muziek en de woorden nemen de laatste restjes van pijn en verdriet van die ochtend mee terwijl ze zingt …

Over the mountains 
Over the sea 
Here You come running 
My Lover, to me …

Song of Solomon





ⓒHanna

dinsdag 16 juni 2020

The God Who sees

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (107)

De afgelopen paar weken klinkt er grotendeels maar één nummer, uit de kleine speakertjes die zijn aangesloten op mijn laptop, namelijk het nummer 'The God Who sees' van Nicole C. Mullen.
Niet alleen qua muziekstijl raakt het mij (prachtige opbouw), maar vooral de woorden komen binnen.
The God Who sees; I am the God who sees!
De God Die ziet; Ik ben de God Die ziet!

Het lied neemt me mee naar de wanhopige moeder Hagar* in de woestijn, en van Hagar naar Ruth*, die haar volk en land verliet en haar schoonmoeder volgde naar Bethlehem.
En van Ruth naar David*, de herdersjongen, de machtige strijder, maar ook de gezalfde koning. 
Via de bloedlijn van David komen we bij de Heere Jezus*, de Messias, de Gezalfde; de Christus, Emmanuel, God met ons.
Het brengt ons bij de ontmoeting van Jezus met Maria Magdalena*, die Hij bevrijdde van zeven demonen, en bij haar liefde voor Hem.
En haar liefde voor Hem neemt ons mee naar het moment dat zij toe moest kijken hoe haar geliefde Heer aan het kruis genageld werd, stierf en begraven werd.

Vier gewone mensen, zoals jij en ik, maar een ieder met hun eigen verhaal, hun eigen pijn, wanhoop en verdriet, hun eigen angsten en eenzaamheid, maar wiens verhalen zijn opgetekend in de Bijbel, Gods woord.
Verhalen, die God ons gegeven heeft om te laten zien dat Hij iedereen en elke omstandigheid ziet; en dat het niet uitmaakt wie je bent, of waar je ook vandaan komt.
Hij ziet en hoort, en dat is wat telt! 
Hij ziet, en hoort, en Hij verlangt ernaar dat dit tot ons diepste innerlijk binnendringt, tot in iedere vezel van ons bestaan, en dat we daaruit (gaan) leven.

Hij zag Hagar wanhopig huilen in de woestijn op een afstand van haar kind, dat stervende was van de dorst; maar Hij ziet ook ons verdriet, onze wanhoop, onze eenzaamheid, onze angst.
Hij zag Ruth, haar pijn en verdriet om het verlies van haar man, en een schoonmoeder die terug wilde naar haar geboortestad, maar Hij ziet ook ons als we alleen achterblijven, wegmoeten van een vertrouwde plek, een vreemd en onbekend leven voor ons ligt.
Hij zag David, een vergeten zoon en eenvoudige herdersjongen, een vervolgde gezalfde, vluchtend voor zijn leven tot in de woestijn, maar Hij ziet ook ons als onze ouders ons vergeten, of niet willen, we vervolgd worden om welke reden dan ook, vluchtend op weg zijn waarvoor dan ook.
Hij zag Maria Magdalena, wiens leven gekweld werd door demonen; maar Hij ziet en kent ook onze demonen, hoeveel of hoe weinig het er ook zijn.
Hij zag, en Hij ziet!
Hij antwoordde, en antwoordt nog steeds.
Nee, niet altijd op de manier zoals wij het graag zouden willen, maar wel op een manier wat voor ons het beste is.
Hij heeft ons geschapen en kent ons immers beter dan wie dan ook!

The God Who sees!
De God Die ziet!
En Hij zegt vandaag tegen jou, en tegen mij:

Ik ben El Roï, de God Die ziet
al jouw pijn, al jouw verdriet.
En Ik steek Mijn hand uit
om jou te helpen,
om al je bloedende wonden 
te stelpen.

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
ook als jij soms denkt van niet.
Ik heb je Mijn woord gegeven,
je vele beloften gedaan;
geloof Mij toch, op Mijn woord
kun je aan!

Ik ben El Roï, de God Die ziet,
Die rouwklacht omkeert in een vreugdelied.
Zie omhoog, geloof en vertrouw
en je zult Mijn glorie zien.
Zie omhoog, en houdt vast;
leef en dien.



*Gen. 21:14-21
* Ruth 1-4
*1 Samuël 16 v.v.
* Evangeliën - Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes)
* Marcus 16:9

vrijdag 29 mei 2020

Je bent nooit alleen!



Heer, 
Uw woord klinkt:
‘Ik zal u niet als wezen achterlaten;
Ik kom weer naar u toe.’

Mijn kind,
misschien voel je je
-vooral in deze tijd,
wel heel erg eenzaam
en alleen.
Ben je verstoken van 
bijna elk menselijk contact.
Misschien voel je je
nu wel als een wees
doordat je verstoken bent
van je familie;
je man, je vrouw,
je vader, je moeder,
je kind(eren),
je kleinkinderen.

Misschien voel je je
wel als een wees
nu je verstoken bent
van het samenkomen
in de kerk of gemeente.
En misschien heeft zelfs 
de eenzaamheid
en het verstoken zijn van ...
je berooft van het zicht op Mij
en op Mijn woord.

Maar nog steeds 
is daar Mijn woord,
Mijn belofte,
dat Ik je niet als wees
zal achterlaten,
en … 
dat Ik eens
weer terugkom!

Geloof ook in Mijn woorden,
als je in Mij gelooft!

Ik heb je beloofd
dat Ik altijd bij je
zal zijn, 
ja, tot aan de 
voleinding van de wereld.
Ik heb je beloofd 
dat Mijn Vader, en Ik
naar je toe zullen komen
en bij je in zullen wonen,
als je Mij liefhebt en je 
aan Mijn woorden houdt.
Ik heb je beloofd 
dat Mijn Vader je
een andere Trooster
te sturen, Eén, 
Die in je zal wonen,
en waardoor je nooit
alleen zult zijn;
Die je bij zal staan,
alles zal leren,
en alles in herinnering 
zal brengen
wat Ik heb gezegd. 

Vergeet toch niet dat je 
door Mij Zijn kind bent!
Dus al ben je verlaten
van alles en iedereen:
Ik verlaat jou nooit!
Jouw leven is met Mij
verborgen in God.


Naar: Johannes 14:15-28
(Ef.1:5; Kol. 3:3)

donderdag 21 mei 2020

Zegenende handen!

Een woord ter bemoediging. 
Door: Tjitske Meijer

'En Hij leidde hen  buiten tot aan Bethanië en Zijn handen  opheffende, zegende Hij ze.'
Lukas 24:50,51 | Num. 6:24-27
 
Zijn hemelvaart ging niet gepaard met trompetgeschal en met pracht en praal. 
Niet door een vurige wagen en vurige paarden. 
Geen engelen die Hem zouden vergezellen, maar Hij werd door God, Zijn Vader,  zelf opgenomen in de hemel. 
Voordat Jezus afscheid nam van Zijn discipelen sprak Hij Zijn zegen over hen uit met gezag. 
Geen holle woorden maar een zegen die van grote betekenis is en Zijn discipelen begrepen dit ook. Toen Jezus hen zegende zagen ze Zijn doorstoken handen en begrepen zij wat ‘Die Zegen’ Hem gekost heeft. 
Door het zien van Die doorstoken handen is op zichzelf al een zegen van vergeving en eeuwig leven!

Maar ook waren het Deze Handen, die het brood braken en dit uitdeelde aan omtrent vijfduizend mannen.  ( Marc.6:42-44)  
Het was diezelfde hand, die was uitgestrekt tot redding van Petrus, toen hij  in Galilea’s golven zonk! Het was diezelfde hand, die Thomas wilde zien, eer hij aan de opstanding wilde geloven. 
Het zijn Zijn zegenende handen, die hij uitstrekt en zegt: 'Kom tot Mij, als je vermoeid bent en gebukt gaat door allerlei angst en zorgen, Ik zal je rust geven en je zult rust vinden voor je ziel.' (Matt.11:28 vrije vertaling) 
Dit is een uitnodiging!

Het is diezelfde hand met haar diepe tekenen van liefde en genade, die vandaag aan de deur klopt om binnengelaten te worden.  
Hij spreidt, tot op vandaag de dag, Zijn doorstoken handen uit naar hen die deze zegen van vergeving en eeuwig leven willen ontvangen. 
Handen, die voor onze verzoening met God aan het kruis doorstoken werden.  

Hemelvaart is niet het einde, maar een begin van een nieuw leven. 
Het aardse werk van de Verlosser is volbracht. 
Wij zijn in de tegenwoordigheid van Eén Die zegt: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde'; en wederom: 'Ik Ben met jullie al de dagen...'
Hij zegt niet: 'Ik was', nee, Hij zegt: 'Ik Ben met jullie al de dagen tot de voleindng der wereld. AMEN!'  (Matt.28:18,20 ) 
Het is Zijn belofte! 
Laten we dit ‘AMEN’ niet over het hoofd zien. 
Het is niet een monogram, slechts bedoeld als een slotwoord, een einde aan een boek. 
Het is Zijn AMEN waarin alle beloften JA en AMEN Zijn. 

Na droefheid komt vreugde, na regen komt zonneschijn. 
Na tegenslag komt er weer een tijd dat het beter wordt. 
Wees hierdoor bemoedigd

  

Tjitske Meijer
>> Het Beste Deel

zondag 17 mei 2020

Op die dag in de hemel ...

Het is een vrij rustige zondag.
Naast enkele telefoontjes van mijn dochter die er een beetje doorheen zit, is het stil.
Buiten schijnt de zon, en een zacht windje doet de blaadjes aan de bomen ritselen.
Maar in mij is het nog onrustig door alles wat er afgelopen week door mij heen gegaan is na het intens verdrietige bericht, van het verongelukken van iemand uit onze gemeente, dat we maandag ontvingen.
Onrustig, omdat het zovele herinneringen opriep, en daarmee ook zoveel losmaakte in mij; meer dan ik voor mogelijk had gehouden na zoveel jaar.
Flashbacks, waarin opnieuw de wanhoop en angst mijn ziel raakt.

Leek het me van te voren heel zwaar de sleutel van de flat van mijn moeder in te leveren, toch werd dit overschaduwt door dit nieuws dat ons vlak daarvoor bereikte.
Het overschaduwde ook het feit dat het woensdag de 13e mei de verjaardag van mijn broertje zou zijn geweest -50 jaar zou hij zijn geworden; als ook dat vrijdag de 15e mei, toen de begrafenis was, mijn vader jarig zou zijn geweest.

En toch, hoe onrustig deze week ook was, en het nog binnenin mij is, toch is daar dat lied dat we vrijdag zongen: ‘Op die dag in de hemel, wat een dag, wat een vreugde zal dat zijn. Dan zijn wij bij Jezus, en klinkt het overwinningslied!’
Kon ik de eerste nachten na dit nieuws slecht slapen, wakker gehouden door het nieuws en de herinneringen die het opriep, vanaf dat ik dit lied hoorde (mijn man en ik waren gevraagd om te spelen en te zingen met de afscheidsdienst) is dit lied in mijn hart en op mijn lippen.
Welk een troost ligt in dit lied, welk een vooruitzicht en vreugde! en langzaam worden de herinneringen, als ook de pijn en het verdriet van het afsluiten van de flat van mijn moeder, begraven onder de troost en vreugde die van dit lied uitgaan.
Wat hoop en bid ik, dat dit ook zo zal zijn voor de familie van; mijn hart en gebeden gaan naar hen uit.
Dat God hen zal blijven dragen, ook de komende tijd als de pijn en het verdriet van het gemis voelbaarder en tastbaarder wordt.

Sommige dingen, Heer, 
zullen we nooit begrijpen.
noch een antwoord krijgen
op het waarom.
En waar wij afscheid
moeten nemen,
klinkt tegelijk Uw stem:
Wees welkom!

Uw woord zei het ons al
dat we het in dit leven
zwaar te verduren 
zouden krijgen.
Maar soms is het zo
moeilijk en onbegrijpelijk,
dat ons niets anders rest
dan te zwijgen.

Toch is daar Uw troost,
Uw aanwezigheid,
ja, Uw nabijheid
in alle pijn.
En richt U onze blik
op dat we eens
allemaal bij U
zullen zijn.

Geen dood meer,
en geen tranen,
geen pijn meer 
zo ook geen verdriet.
En tot die tijd
mogen we weten
dat U er bent en
alles van ons ziet.


Op die dag in de hemel ...

dinsdag 12 mei 2020

Nooit weer ...


Het is stil in de auto als mijn man en ik terugrijden naar huis.
Af en toe glijden er tranen over mijn wangen terwijl het landschap aan mijn ogen voorbij trekt.
Nu is het echt voorbij; nooit weer, nooit weer…


Stilletjes en een ieder in eigen gedachten verzonken rijden we naar de flat van mijn moeder.
Nog één keer wil ik door de flat heen voor ik de sleutels achterlaat in haar brievenbus voor mijn broer, die ze ’s avonds mee zal nemen.
Dit is iets wat ik nog alleen wil doen, moet doen.
Maar mijn gevoelens zijn heel dubbel, daar we net voor we weggingen zeer droevig nieuws hebben ontvangen over iemand uit onze gemeente.

Aangekomen bij haar flat lopen we samen naar boven, en even later laat mijn man me alleen, zoals ik graag wil.
Nog even alleen, nog even alleen met mijn gedachten en herinneringen.

Nu de flat leeg is lijkt hij heel klein, gek is dat toch; met haar spullen erin leek het echt veel ruimer.
Langzaam loop ik door de paar kamers; elke kamer heeft zijn eigen herinneringen.
Het kleinste kamertje, waar ik altijd sliep met ons hondje als ik een nachtje bij mijn moeder bleef.
Haar slaapkamer, waar mijn vader opgebaard heeft gelegen, waar zij ook nog had horen te liggen maar door de corona niet mocht, en ik haar kleren heb opgevouwen en allemaal op het bed had gelegd alvorens ik ze inpakte om weg te doen.
De badkamer met de toilet, waar ik negen van de tien direct heen vloog als ik bij haar binnenkwam. 
De keuken, waar we zoveel koffie hebben ingeschonken, broodjes hebben gesmeerd, samen de vaat deden.
In de kamer blijf ik uiteindelijk voor het raam staan en kijk voor de laatste keer naar buiten.
Het is een vrij drukke weg die voor de flat ligt, maar eigenlijk zie ik niets meer; het ‘nooit weer’ vertroebelt mijn zicht.

Enkele tranen glijden stilletjes naar beneden. 
Ik zucht eens diep, veeg ze weg en loop langzaam naar de deur.
Voor de laatste keer draai ik de sleutel om en loop naar de lift.
Er is gelukkig niemand, niet bij de lift,  niet in de lift, en ook niemand beneden in de hal.
Ik loop naar de uitgang, dit maal de andere, want ik moet bij de brievenbus zijn.
Mijn blik valt nog op het glazen kastje in de hal waar berichten opgehangen kunnen worden; de rouwkaart weg is.
Voor de laatste keer druk ik op de knop en loop naar buiten naar de brievenbus.
Ik zoek haar nummer, doe de klep open en laat langzaam de envelop met de sleutels in de brievenbus glijden.


zondag 10 mei 2020

God prijzen in de nacht!











Er is weer een nieuwe 'Bemoediging voor de Nacht'.
>> 'God prijzen in de nacht' n.a.v. Psalm 63:4

Welterusten en slaap lekker straks!

Een liefdevolle groet,
Rita

woensdag 6 mei 2020

De liefelijkheid van Gods wil













Gedichten (en enkele gedachten,samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.
Hoofdstuk 8.

‘Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.’
Mattheüs 6:10

Susannah Spurgeon
‘Wanneer mijn ziel heen en weer geslingerd wordt op de ruwe golven van de bewogen zee van dit leven, en als ik dan het anker van de hoop maar kan uitwerpen in de diepten van Gods heilige wil, dan heeft het meteen houvast, en de winden en de golven worden bestraft.’

Dit zijn de woorden waarmee Susannah dit hoofdstukje begint, en ze vervolgt met een dankwoord naar de Vader waarin ze Hem dankt dat Hij Zijn wil zo kostbaar voor haar heeft gemaakt.
Nee, niet zomaar van zelf, maar in het midden van een heel donkere en verdrietige periode heeft de Heer het mogelijk gemaakt dat zij dit kan zeggen: ‘Hij heeft alles wel gemaakt.’
En ook later als alles rustiger is, kan zij dit nog steeds zeggen.

En wij?
Kunnen wij dit ook zeggen ondanks, of te midden van moeilijke of verdrietige omstandigheden?
Kunnen wij met haar zeggen: ‘Uw wil geschiede’, als geliefden ons ontvallen?
Kunnen wij troost vinden in de wetenschap dat zij op de beste plaats zijn?
Kunnen we zo rusten in de wil van God, in de volle overtuiging dat wat onze hemelse Vader ook doet, dit het beste voor ons is en getuigt van Zijn liefde?

'Uw wil geschiede’, woorden die de Heere Jezus ons leerde in de Hof van Gethsémané.

‘Het doen van Gods wil – en dat van harte – moet op z’n minst de weerspiegeling , de afdruk zijn van de volmaakte gehoorzaamheid van de heiligen in de heerlijkheid. O, om zo te beginnen aan het dienen in de hemel, terwijl we nog op aarde zijn! Om hier te oefenen, en dáár vervolmaakt te worden!'

Bereiden wij – onze ziel, ons zo voor op ons burgerschap in de hemel?
Een indringende vraag die door dit hoofdstukje, in een moeilijke, onzekere tijd, naar ons toekomt.


Uw wil geschiede ...

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ’Uw wil geschiede’,
dan betekent dit niet
dat ik maar lijdzaam toekijk
en alles gelaten onderga,
maar dat ik ‘mijn anker uitwerp
in de diepten van Gods heilige wil’
en daar mijn houvast en rust vind;
ja, mijn kracht zodat ik mij
met Zijn hulp door alles heen sla.

Als ik mijn hoofd buig
en zeg: ‘Uw wil geschiede’,
dan richt ik mij op
en aanvaard wat Hij geeft
om mij te vormen naar Zijn wil.
Hem wil ik immers dienen;
heilig worden, ja, zijn als Hij.
En wetende dat Hij altijd het beste
voor mij voor ogen heeft,
aanvaard ik gehoorzaam en stil.

woensdag 29 april 2020

Zo kostbaar, zo geliefd ...

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Psalm 139:5


Uit het huis van mijn moeder heb ik ook verschillend boekjes meegenomen, waaronder het  boekje ‘Het beste deel komt nog’ van Corrie ten Boom.
Een boekje vol prachtige verhalen -al is misschien ‘getuigenissen’ een betere beschrijving, die bemoedigen en tegelijk leerzaam zijn.
En zo kwam ik vanmorgen bij het hoofdstukje ‘Moeder’, waarin Corrie vertelt over een gesprek dat ze met haar moeder mocht hebben; over haar ziek worden en de gevolgen daarvan, maar ook over de twijfel die haar moeder had, als ook over de vrede en vreugde van de zekerheid die daarvoor in de plaats kwam, hetgeen Corrie echt kon zien als een antwoord op alle gebeden die het gezin voor hun moeder had opgezonden.
Echt praten met haar moeder kon op een gegeven moment door een beroerte niet meer, maar Corrie geloofde en vertrouwde met heel haar hart op Gods woord: als Jezus zegt dat Hij met ons is alle dagen tot aan de voleinding van de wereld (Matth. 28:20), dan is Hij dat ook.
Waar wij dus de ander niet meer kunnen bereiken, kan Hij dat wel.

Maar het is niet dit gedeelte dat zo diep binnenkomt vanmorgen, nee, dat zijn de laatste zinnen van dit hoofdstukje.
Daar schrijft ze:
‘Ik weet dat Hij bij moeder was toen ze stierf en naar huis ging. Hijzelf bracht haar naar Zijn paradijs. ‘Bevorderd tot Heerlijkheid’ zoals de soldaten van het Leger des Heils zeggen.’
En vervolgens eindigt het hoofdstukje met vers 5 uit Psalm 139.


Vandaag is het precies 4 weken geleden dat ik aan het sterfbed zat van mijn moeder; en als ik dit schrijf is het net iets over twaalven, een uurtje voordat zij het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.
Hoewel haar lichaam het nog zwaar had die laatste uren, doet dit niets af aan de vrede en vreugde die haar deel waren, maar die ook van mij bezit hadden genomen.
Maar met het verstrijken van de tijd, vervagen ook die gevoelens van vrede en vreugde; niet dat ze weg zijn, maar het wordt anders.
Het gewone leven gaat door, en neemt je weer mee, ook al probeer ik met herinneringen vast te houden wat er toen was.
Maar die bovennatuurlijke vrede en vreugde verandert; het voelt alsof God je bij wijze van spreken weer langzaam met twee benen op de grond zet.
Maar met het lezen van dit hoofdstukje vanmorgen komt die bijzondere vrede en vreugde weer terug, aangewakkerd door deze woorden van Corrie, maar nog meer door de tekst die zij eronder plaatste, en dan met name de laatste dikgedrukte woorden:

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Mijn moeder was door Hem omgeven, ja, het was overduidelijk dat Hij Zijn hand op haar had gelegd.
Maar wat me vanmorgen diezelfde vrede en vreugde geeft, is dat Hij mij als het ware aankijkt en zegt: ‘Ik omgeef ook jou van achteren en van voren, en Mijn hand ligt ook op jou.’
En dan ineens dringen deze woorden opnieuw diep in mijn binnenste door, Zijn hand ligt ook op mij!
En mijn hart zwelt op door de liefde die ik op dat moment door deze woorden heen ervaar.
‘Mijn hand ligt op jou!’
Zijn hand, die doorboorde hand, ligt op mij, op mijn leven.
Zie, Ik ben met jou alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Hij omgeeft mij van achteren en van voren.
Klinkt hier niet alle liefde van de hemel in door?
Zo kostbaar, zo geliefd!
Ik kan alleen nog maar stil zijn, en koester mij in de vrede en vreugde van deze woorden en de diepe betekenis die daar in besloten ligt.


Wat zijn we toch gezegende mensen als we weten dat onze geliefden Zijn eigendom zijn; wat zijn we gezegend te weten dat zij door Hemzelf naar huis worden gebracht, ja, door Hem Zijn heerlijkheid worden binnengeleid!
Wat een rijkdom te weten dat we elkaar straks bij Hem terug zullen zien.
En tot die tijd zegt Hij iedere dag opnieuw, ja, elk moment: ‘Ik omgeef je van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!’


Ken jij Jezus?
Heb jij je hart en leven aan Hem gegeven?
Weet jij je Zijn eigendom?
Dan zegt Hij vandaag ook tegen jou: 'Mijn geliefd kind, Ik omgeef jou van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!'
Wat we nu wel of niet voelen of ervaren doet er niet toe, Hij zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.

Nu, vandaag, morgen, ja, alle dagen van ons leven, tot aan de voleinding van de wereld.
Zo kostbaar.
Zo geliefd.



zondag 26 april 2020

Nog even ...

Als mijn leven hier op aarde voorbij is;
het einde daar is van mijn aardse bestaan,
dan neemt Hij mij bij de hand en samen 
met Hem mag ik de hemel binnengaan.

Daar ontvang ik een nieuw kleed
en een nieuwe naam,
en mag ik Hem brengen alle lof,
alle eer, alle dank en alle aanbidding
met de engelen saam.


Vandaag kwam ik bij dit gedichtje, ooit geschreven op mijn vorige Blog bij Punt.nl. (bestaat helaas niet meer)
Precies weet ik het niet meer, maar waarschijnlijk heb ik het geschreven naar aanleiding van de onderstaande afbeelding.











Het raakt me opnieuw, en brengt mijn gedachten bij mijn moesje die nog maar kortgeleden het aardse leven inruilde voor het eeuwige leven.
Ik mis haar!

Gister was het zaterdag, en het afgelopen jaar ging ik bijna iedere zaterdag naar haar toe.
Maar gister bleef mijn autootje doelloos stilstaan voor de deur; voorbij …
Met enige regelmaat wil ik de telefoon pakken om haar te bellen, en dan is daar dat besef, 0 nee, ze is er niet meer.
Vooral de afgelopen twee dagen toen er weer zorg was om onze kleine Luna; vreselijk hoesten, koorts, en ja, daardoor toch weer door de medicatie heen, die absences, en daardoor ook weer het ziekenhuis in.
Gelukkig deze keer maar voor een nachtje daar de medicijnen deze keer goed aansloegen, en de coronatest negatief was, maar toch.
En dan kwamen die momenten dat ik de telefoon wilde pakken om het aan haar te vertellen, mijn zorg te uit te spreken en te delen, in de wetenschap dat ze op haar beurt haar handen zou vouwen voor Luna, haar moeder, als ook voor mij.

Soms schiet ik ook op de gekste momenten vol en zijn daar ineens weer die tranen; niet altijd even praktisch, maar het geeft niet, ik laat ze maar gewoon komen.
Huilen mag immers, verdriet hebben mag, rouwen mag; want ja, het kan, en gaat vaak hand in hand met vrede en vreugde; de bekende lach en een traan.

En dat is ook eigenlijk wat er gebeurde toen ik dit gedichtje weer las, want gun ik haar immers niet het beste, en het mooiste!
Meer nog, lag daarin niet haar diepe vrede en vreugde in de laatste weken van haar leven hier.
En ligt in haar diepe vrede en vreugde ook niet mijn vrede en vreugde besloten, en ja, ook een diepe troost.
Jezus nam haar bij de hand en leidde haar de hemel binnen, en gaf haar een nieuw kleed en een nieuwe naam. (Openb. 3:5; 2:17)


Ik ben nog niet weer terug geweest in haar flat; mijn broers en hun vrouwen die dichtbij wonen, regelen het verdere leeghalen en opruimen; maar de sleutel hangt nog wel aan mijn sleutelbos.
De gedachte aan de dag dat ik die moet gaan inleveren vult me met pijn en verdriet, want dan zal het laatst tastbare, de plek waar we zoveel hebben gedeeld, weg zijn.
Dan valt definitief de deur van het ouderlijk huis in het slot.

Afscheid nemen doet pijn …


Nog heel even, en dan valt de deur voorgoed in het slot;
nog heel even, en dan is het echt allemaal voorbij.
Nog heel even, en dan kom ik daar nooit meer terug;
deze dag komt met rasse schreden steeds dichterbij.

Pijn en verdriet vullen bij dit vooruitzicht mijn hart,
want het betekent definitief afscheid nemen van.
Nu breekt een nieuwe fase in mijn leven aan;
ik geef mij over aan U, Heer, openbaar mij Uw plan.

Voor alles onder de hemel is een tijd, zegt Uw woord,
en een nieuw tijdperk breekt nu voor mij aan.
Voorbij is de tijd dat ik een biddende moeder heb,
maar vol zijn de schalen die voor Uw troon staan.

Dank U, Vader, dat U mij haar tot mijn moeder gaf;
dank U, voor het voorbeeld dat zij mij heeft gegeven.
Dank U bovenal, Vader, voor de diepe vrede en vreugde 
die zij doorgaf in de laatste dagen van haar leven.

Het maakt dat ik met vreugde en hoop verder kan,
en het doet mij naar nog meer van U verlangen.
Het geeft moed en troost in de pijn van het gemis;
maar ook de zekerheid dat ik al wat ik nodig heb, 
van U zal ontvangen.












Lees eventueel ook >> 'Afscheid'
En >> 'Elke dag komt de hemel een stukje dichterbij'


Ik heb me afgevraagd of ik mijn verwerkingsproces met het overlijden van mijn moeder wel zo uitgebreid op mijn Blog moest zetten, maar ik merk om mij heen dat er nog vele vrouwen zijn die worstelen, en/of diep verdriet hebben van het wegvallen van hun moeder.
Ik bid en hoop dat mijn schrijven tot enige troost en bemoediging mag zijn.

donderdag 23 april 2020

Toeval bestaat niet ...

Vandaag is het alweer iets meer dan drie weken geleden dat mijn moeder naar Huis ging, maar het is pas sinds deze week dat ik voor het eerst de hele week weer thuis ben en gevoelens van gemis gaan doordringen.
Niet meer iedere morgen appen, niet meer even een belletje, zaterdags niet meer weg, maar thuis zijn ...
Overal in huis liggen nog spullen van haar die ik nog een plek moet geven, moet nakijken en opruimen.
Ik neem er de tijd voor, en haast me niet.
Eén van de dingen die ik meegenomen heb uit haar huis is het dagboek 'Toeval bestaat niet' van Joke Verweerd.


Het is een ander Dagboek dan gewoonlijk, want bij dit Dagboek zitten kaartjes met een nummer en een tekst, en het is de bedoeling dat je elke dag blindelings een kaartje pakt waarop een nummer staat en een tekst.
In het boek zoek je dan het nummer op en kun je de tekst lezen die op het kaartje vermeld staat, samen met een korte overdenking.
(Je kunt <<hier>> meer over dit Dagboek lezen)
Ze had het ooit van mij gekregen, maar ik heb het weer mee teruggenomen.
Het lag nog op mijn eettafel naast wat andere spullen van haar, en met dat ik een kopje koffie aan het drinken was, bedacht ik mij dat het wel mooi zou zijn om voortaan iedere dag onder het genot van mijn kopje koffie (of wat anders 😉) een kaartje te pakken en te lezen wat erop en bij staat.

Nu is het zo dat ik het kaartje er iedere dag in laat zitten voor als ik het nog eens wil lezen die dag, en ik haal het er dus pas uit vlak voor ik een nieuw kaartje pak.
Zo ook vandaag; ik stop het kaartje van gister terug in de doos, schudt een beetje en pak een nieuw kaartje.
Maar met dat ik dit doe wipt er aan de andere kant van de doos een kaartje uit.
Ik pak het kaartje en stop het terug in de doos, maar zie nog net dat het de tekst van gister was.
Gezien de titel van het boek, en het feit dat ik zelf ook geloof dat toeval niet bestaat, besluit ik om toch nog eerst een keertje de tekst van gister aandachtig te lezen, en vervolgens ga ik naar de tekst van vandaag.
Was het de bedoeling van Joke dat een ieder met dit Dagboek een ‘cadeautje’ zou krijgen, dan is de opzet zeker geslaagd, want hoe bijzonder blijkt wat er gebeurde!
Daarom ook dit logje, want ik wil het gewoon heel graag vastleggen en met je delen.


Het eerste kaartje is en tekst uit 1 Korinthiërs, en wel hoofdstuk 2 vers 9b waar staat:
‘Wat het oog niet gezien heeft, en het oor niet gehoord heeft, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefhebben.’

Joke schrijft hierbij dat we er ons geen voorstelling van kunnen maken van de bestemming die God voor ons heeft.
Het zal altijd mooier zijn; zo nieuw, zo zuiver, en er zal zoveel ruimte zijn dat ons hart aan alle kanten zal opengaan, en een compleet nieuwe wereld onze beleving zal binnenrollen.
En daar zullen we in opgenomen worden, deel van worden; ja, als we van God houden gaan we dat meemaken.

Met alleen al het lezen van deze woorden heb ik al het gevoel dat mijn hart van binnen verder open gaat staan om alles van wat Hij heeft en wil geven, binnen te laten.
Mijn hart zwelt op van stille vreugde.
Ja, wat kijk ik daar naar uit; en ik geloof met heel mijn hart dat het altijd mooier en beter zal zijn, puurder, zuiverder, nieuw.
‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw!’

Ik pak het andere kaartje: Jozua 21:45.
‘Hij brak niet één van de beloften die Hij Israël had gedaan. Hij deed ze alle gestand.’
Voor even stokt mijn adem; ik pak het eerste kaartje er weer bij en lees …
‘Wat het oog niet gezien heeft, en het oor niet gehoord heeft, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefhebben.’
Ik ga weer terug naar het andere:
‘Hij brak niet één van de beloften die Hij Israël had gedaan. Hij deed ze alle gestand.’
Wow …!
Joke schrijft hierover, en ik citeer: ‘Beloften zijn voorschotjes op de toekomst. Bij een belofte krijg je een stukje ‘ooit’ cadeau. En als die belofte aan jou wordt gedaan, krijg je een stukje ‘ooit’ alvast in handen.’
Verder schrijft ze onder andere dat mensen met regelmaat -en hiervoor kunnen allerlei redenen zijn, hun beloften breken, maar God nooit!
God doet wat Hij belooft, daar kunnen we op rekenen!

Wat een prachtig cadeau nu het gemis iedere dag voelbaarder wordt en een plek moet krijgen.
Wat een prachtig cadeau als er allerlei dingen verwerkt moeten worden, en verdriet soms de overhand dreigt te krijgen.
Wat een prachtig cadeau om met opgeheven hoofd moedig voorwaarts te gaan, ongeacht alle onzekerheden van deze tijd en de toekomst hier op aarde.
Wat een bemoediging om mee te nemen, om kracht uit te putten en om naar uit te zien.


Dat ook jij bemoedigd mag worden met deze belofte van God, met dit ‘cadeau’.
Dat de toekomst die ons wacht bij Hem, vele malen mooier zal zijn dan wij ooit kunnen bedenken.
En …
Dat het ook werkelijk zal zijn en gebeuren zoals Hij het heeft gezegd en beloofd!

Mijn kind,
je zult je ogen niet geloven
als je in Mijn heerlijkheid komt
en ziet wat Ik voor jou heb bereid.
Je zult je oren niet geloven
als je de aanbidding hoort,
nu alleen aan Mij gewijd.

Mijn kind,
nooit zul je beseffen,
noch weet hebben van wat Ik
voor jou bij Mij hebt bereid.
Doch geloof en onthoud:
Ik vergeet geen enkele belofte,
maar kom ze na, altijd.


zondag 12 april 2020

Pasen ...

Dit jaar zo anders dan anders, en niet alleen door de corona.


Het is vandaag 1e Paasdag, maar niet eerder is deze dag zo anders geweest.
En dan niet alleen vanwege het feit dat we deze morgen achter de tv de dienst bekijken in plaats van dat we te midden van de gemeente zijn, maar ook omdat het nog net geen week geleden is dat we onze moeder hebben begraven.
En dat is wat eigenlijk deze dagen het meest bij mij binnenkomt, dat door Zijn opstanding uit de dood dat er vrede en vreugde was te midden van het verdriet op haar sterfbed.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde was te midden van het verdriet op het moment van haar sterven.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde was te midden van het verdriet met het begraven van haar lichaam.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde is te midden van het verdriet van het gemis dat nu pas voelbaar wordt tot in de kleinste dingen.

Vrede en vreugde, 
omdat U uit liefde 
voor ons de weg 
van lijden en sterven
gewillig bent gegaan.

Vrede en vreugde,
omdat U de dood,
door Uw opstanding
voor eens en altijd
teniet hebt gedaan.

Vrede en vreugde,
omdat we eens samen
met onze geliefden,
die ons in U ontvallen zijn,
voor Uw troon zullen staan. 



maandag 6 april 2020

Tot ziens, lieve moesje!


Langzaam doofde het licht in uw ogen;
maar vol vrede wachtte u op de Heere.
Alles was goed, ieder woord gezegd,
naar Hem toegaan was al wat u begeerde.

Stilletjes lag u geduldig te wachten
met af en toe een glimlach op uw gezicht.
Onrust of angst kende u niet, want
uw hart was op uw eeuwig thuis gericht.

Er waren nog wat laatste woorden;
tranen, die zich vermengden met een lach.
Maar wat ik nooit vergeten zal, was 
de vreugde die ik deze dagen bij u zag.

Het was goed, u was klaar om te gaan;
en ik, ik wachtte, onze tijden zijn immers in Zijn hand.
Nog even moest u door het laatste stukje heen,
maar nu bent u thuis in het eeuwig Vaderland.


Vandaag brachten wij ons lieve moedertje naar haar laatste aardse rustplaats.




Rust nu maar uit, lieve moesje,
u hebt uw aardse strijd gestreden
en mocht de hemelse glorie binnengaan.
Voorbij zijn nu alle moeilijkheden,
alle pijn, elk verdriet, ja, met iedere
traan is het nu voorgoed gedaan.

Rust nu maar uit, lieve moesje,
en geniet met volle teugen van
het altijd samen zijn met onze Heere.
Rust nu maar uit en jubel
met alles wat in u is tot
Zijn glorie en Zijn ere.


Tot ziens, lieve moesje.
Eens zingen we weer samen
tot eer en glorie van onze Heere!

zondag 5 april 2020

Mijn hulp is van de Heere!


Zaterdag, 4 april

Het is nu een week geleden dat ik weer naar mijn moeder kon, omdat onze Luna weer terug is bij haar moeder.
De tranen lopen opnieuw over mijn wangen als ik terugdenk aan het moment dat ik de kamer van mijn moeder in de hospice binnenkwam; welk een vreugde, en blijdschap, en welk een liefde in haar begroeting.
Haar sterk vermagerde armen sloeg zij om mij heen, terwijl er een bijna 'hemelse' blijdschap van haar gezicht straalde.
Deze ochtend hebben we eigenlijk voor het laatst nog echt wat met elkaar kunnen praten, voor zij te moe werd om dit nog te kunnen doen.
Zondags was het nog maar heel even en moest ik 'dreigen' met weggaan zodat ze zou gaan liggen en rusten.
'Ja maar,' zei ze, 'het is anders zo ongezellig voor jou!'
Dit tekende mijn lieve moedertje, altijd eerst aan een ander denken.
Maar ik kwam niet meer voor de gezelligheid, ik kwam om bij haar te zijn in de laatste dagen van haar leven, en dat betekende dat ze mocht gaan slapen, terwijl ik naast haar bed zat, haar hand vasthield en rustig mijn boek las.
O, wat ben ik God dankbaar voor deze tijd, voor deze dagen!

Maandag was er omdat het einde naderde een kleine versoepeling van de bezoekregels en konden  'mijn' kinderen ook nog even afscheid nemen van hun geliefde oma.
Zo bijzonder hoe zij zich voor de laatste keer oprichtte -het was de laatste keer dat dit haar lukte, om haar armen om 'mijn' jongens heen te slaan en hen te vertellen hoe blij ze was dat ze hen nog een keer kon zien.
Hoe bijzonder dat we bijna allemaal de tijd hebben gekregen om afscheid te nemen, een ieder op zijn eigen manier en tijd.
O, ik ben God zo dankbaar!

Mijn beide broers bleven vanaf maandag bij haar slapen, ze wilden haar niet meer alleen laten.
Dinsdags ging het ineens heel hard achteruit, en dachten we dat ze de avond niet meer zou halen.
Ik was namelijk nauwelijks uit mijn auto bij de hospice, of mijn broer belde.
'O, ben je beneden? Kom dan maar snel naar boven.'
Nog één keer hebben we elkaar begroet, en gedag gezegd, waarna zij wegzakte in een 'slaap', waaruit zij niet meer wakker zou worden.

Het laatste 'stukje' duurde best wel lang, van het moment dat ik bij haar kwam tot woensdag net na de middag, maar met enige regelmaat was daar toch steeds ook weer die glimlach op haar gezicht.
Ja, haar ademhaling was zeer onregelmatig en bleef soms langere tijd weg; het was voor haar lichaam zwaar dit laatste stukje, maar de vrede was en bleef voelbaar voor mij.
Al was er met regelmaat een stil gebed van mij naar boven: 'Heer, is haar plekje bij U nu nog niet klaar? U moet wel een heel mooi plekje voor haar maken. Bent U de puntjes op de 'i' aan het zetten, Heer?'
Samen hebben we ook nog enkele liederen gezongen, wat was het mooi en fijn om dit samen te doen.
Zingen verlicht het hart, omdat het zich naar boven richt; en och, wat hield ze zelf ook van zingen.
Wat hebben we dat niet veel samen gedaan ...
O, Heere, wat ben ik U dankbaar voor deze dagen; welk een wonder heeft U mij gegeven door dit mogelijk te maken.
Dank U, Heere, voor zoveel genade!


Nog een laatste beetje morfine en een kleine sedatie, haar lichaam ontspande, en haar laatste adem blies zij uit.
Ze was thuis,  en vreugde en dankbaarheid vermengde zich met diep verdriet ...


Nu is mijn hart vol dubbele gevoelens.
Diep verdriet, omdat mijn ‘moesje’ er niet meer is, en stille, diepe vrede, omdat ik weet dat het goed is zo.
Diep verdriet, omdat ik haar zo verschrikkelijk ga missen, en blijdschap, omdat ik weet dat het maar tijdelijk is.
Diep verdriet om alles wat er nooit meer zal zijn, en vreugdevolle zekerheid omdat we elkaar straks weer zullen zien.

Diep verdriet voor mijzelf, maar blij voor haar, want nu is zij thuis bij de Heere, en … herenigd met Jacco, haar jongste zoon en mijn jongste broertje, als ook mijn vader, die haar zijn voorgegaan.
Vooral het sterven van onze Jacco, zijn plotselinge dood door een ongeval op 21-jarige leeftijd, heeft haar leven gekleurd.
Niet dat elke dag nu zwart was, maar het was een verdriet dat er altijd was.
De ene dag meer dan de andere, in het bijzonder de dagen naar de datum van zijn sterven toe.
Ze zei altijd: Het voelt als een amputatie van een arm of been; het is er niet meer, maar je voelt het iedere dag.

Mijn moeder was een eenvoudige, rustige, zeer liefdevolle, zichzelf wegcijferende, gelovige vrouw.
Ze liep niet te koop met haar diepe verdriet, noch met alle moeilijkheden, zorgen en pijn die ze heeft gehad in haar leven.
Waar sommigen aangeven dat ze ergens niets aan kunnen doen omdat ze het nooit hebben geleerd of meegekregen, was mijn moeders motto juist: geven wat zij had ontbeerd.

De kracht om alles aan te kunnen, om verder en door te gaan, ontving zij van de Heere.
Hij was haar hulp, iedere dag, vooral in de donkerste en zwartste dagen met het sterven van haar kind.
De woorden van Psalm 121, de verzen 1 en 2, waren de leidraad van haar leven.

‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?
Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.’

Ze wist dat ze vanuit haarzelf nooit alles aan kon, daar had ze de hulp van Boven voor nodig, van Hem, Die de hemel en aarde heeft gemaakt.
Hij droeg haar iedere dag.

En dat is wat zij ook wilde dat doorgegeven zou worden.
Niet zozeer wie zij was, wat ze allemaal had meegemaakt en noem maar op, maar dat de Heere God, Hij, Die de hemel en aarde heeft gemaakt, een zeer betrouwbare hulp is, en ook wil zijn voor een ieder die Hem aanroept.
Hij wil, en zal dragen, dag aan dag.


Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoe moeilijk de wegen soms ook waren
die zij in haar leven had te gaan,
steeds opnieuw keek zij omhoog en wist,
ook hier zal Hij naast mij staan.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoe uitzichtloos het soms ook was,
hoe zwaar en donker het leven,
toch was daar steeds Zijn woord:
Ik zal je niet verlaten, noch begeven.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoeveel vragen er soms ook waren;
hoe onbegrijpelijk de dingen die gebeurden,
vroeg of laat was daar altijd die vrede
die de horizon van haar ziel kleurde.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Ook in het diepste verdriet,
ja, in de duisterste en zwartste nacht,
wist zij zich in Hem geborgen;
Hij was haar Toevlucht, Rots en Kracht.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde heeft gemaakt.

‘Dag aan dag draagt Hij mij’, dat is 
wat zij steeds opnieuw bemerkte.
Dag aan dag was daar Zijn hulp,
Zijn troost, Zijn kracht, Zijn sterkte.

Welke nood er ook in jouw leven is,
zie toch omhoog en verwacht.
Hij wil niets liever dan ook jou helpen;
je voorzien van Zijn troost en kracht.


Op 1 april 2020 is mijn lieve moeder naar onze Heere en Heiland toegegaan.
Haar laatste adem blies zij uit, terwijl haar hand in die van mij lag, en mijn andere hand om haar hoofd.
Wat mij echter altijd bij zal blijven, was de vreugde die ik bij haar zag, ook toen haar einde naderde.
Welk een rust en vrede was er in haar, in haar kamer; welk een vreugde tekende zich soms niet af op haar gezicht.
Ik ben zo dankbaar! 
En welk een voorbeeld laat zij niet na aan ons, haar kinderen, aan mij ...

Dank U, Jezus; dank U, Vader, voor al wat U gaf.
Dank voor Uw liefde, Uw genade, voor Uw trouw.
Dank U, dat U voelbaar aanwezig bent in deze dagen.
Dank U, voor Uw troost in deze dagen van rouw.