Het huis is stil en leeg …
De tafel inmiddels wat leger.
De bloemen zijn verdord, mijn laptop staat weer boven, de stapel paparassen is meer geordend en veel dingen zijn nu opgeborgen in mappen.
De stapel met boeken hebben inmiddels ook een andere plek gekregen.
Gelezen heb ik ze verder nog niet echt; eentje, en af en toe pak ik ook weer het boek waar ik in aan het lezen was in het ziekenhuis.
En ook mijn agenda heeft haar plaats op mijn bureau weer ingenomen, als ook het Dagboek van Murray en het schrift dat erbij hoort.
Nee, het lukt me nog steeds niet om er mee bezig te zijn, hoewel ik het vanmorgen wel voor het eerst weer even heb gelezen, dus misschien … wie weet.
De mand met kaarten staat er nog wel, als uiteraard ook je foto, de rouwkaart, en inmiddels een paar zeer mooie en bemoedigende kaarten.
Ik kijk door het raam vanuit mijn kamertje naar buiten.
De bomen hebben hun glans verloren en sommigen lijken al meer dood dan levend, en ik vraag me af of er nog wel eentje bij zal zijn die de prachtige gouden kleur krijgt die ze normaal hebben.
Een stille, trieste aanblik, eigenlijk wel een beetje zoals ik me vandaag voel.
Waar de eerste anderhalve maand na jouw heengaan er gewoon geen tijd en ruimte was voor gevoelens, voor rouw, door alle drukte en alles dat geregeld en gedaan moest worden, het bezig zijn met jouw kleren, je auto die weg moest, de scootmobiel … brengt me eindelijk bij de leegte, de stilte, het gemis en daarmee komen dan ook eindelijk de tranen.
In de garage staat nog je rollator, en die blijft daar nog even staan als een stille getuige van alles waar we samen doorheen zijn gegaan.
Het is een stukje van jou dat ik nog even langer vast wil houden.
Hij staat ook symbool voor de grote verandering in ons beider leven vrij aan het begin van dit jaar.
Ineens was je volledig thuis, en kon je helemaal niet meer werken.
Je stok, waarmee je je tot die tijd kon redden, verdween doelloos in de gang.
Met de tijd zal ook je rollator een goede bestemming krijgen, maar voor nu blijft hij nog even staan waar hij staat.
Het huis is stil en leeg …
Hoe anders was deze dag 43 jaar geleden.
Waar nu de lucht nog grauw is en grijs (ik schreef dit gedeelte vanmorgen), scheen toen de zon met haar vreugdevolle gouden stralen over onze dag.
Ja, onze dag, omdat we op die dag zijn getrouwd en ons leven samen zijn begonnen.
Wat was je trots op het feit dat het je gelukt was om lelietjes van dalen in mijn trouwboeket te krijgen, ik wilde dat zo graag.
Wat moesten we lachen op het gemeentehuis toen de stoel voor mij veel te hoog bleek voor mijn korte pootjes, en ze snel aankwamen lopen met verschillende telefoonboeken en een gouden gids, zodat mijn voeten niet hoefden te blijven bengelen.
Wat was het mooi en bijzonder om Gods zegen over ons huwelijk te ontvangen met de prachtige tekst uit Psalm 33:22: ‘Laat Uw goedertierenheid over ons zijn, HEERE, zoals wij op U hopen.’
Wat een heerlijke dag was het met iedereen die ons lief en dierbaar was.
En nu, nu moet ik verder zonder jou; de 43 jaar hebben we net samen niet mogen halen.
Vandaag is een dag van terugzien en terugdenken, van herinneringen; van een lach en een traan (tranen), van stilstaan en tegelijk ook doorgaan, van aanvaarden en Zijn liefdevolle troost en aanwezigheid in alles ervaren, vooral in die momenten als ik even breek.
En toch … en toch wil ik ook vandaag getuigen van Zijn goedheid, Zijn liefde en Zijn trouw.
Ja, het huis is stil en leeg, maar ik ben NOOIT alleen!
Ja, er klinkt geen andere stem meer in dit huis, alleen nog die van mij als ik hardop lees uit Zijn Woord of Dagboek, of zing van Zijn liefde en trouw, Zijn goedheid en genade, of praat tegen ons hondje.
Maar tegelijk ervaar ik: U bent bij mij, rondom mij, in mij.
Wat bent U goed voor mij, Heer!
En zo ga ik deze avond in terwijl de zon, die vanmiddag toch nog tevoorschijn kwam, langzaam achter de huizen verdwijnt.
Het laatste beetje van dit zonlicht schijnt op mijn kamertje naar binnen en opnieuw moet ik denken aan Psalm 18:29 dat zegt: 'Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE; mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Och, als we U kennen, kan er vreugde zijn ondanks verdriet, kunnen we huilen, en tegelijk vrede ervaren, kan er pijn zijn, en tegelijk troost.
Wat bent U goed, o Heer!


