woensdag 29 april 2020

Zo kostbaar, zo geliefd ...

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Psalm 139:5


Uit het huis van mijn moeder heb ik ook verschillend boekjes meegenomen, waaronder het  boekje ‘Het beste deel komt nog’ van Corrie ten Boom.
Een boekje vol prachtige verhalen -al is misschien ‘getuigenissen’ een betere beschrijving, die bemoedigen en tegelijk leerzaam zijn.
En zo kwam ik vanmorgen bij het hoofdstukje ‘Moeder’, waarin Corrie vertelt over een gesprek dat ze met haar moeder mocht hebben; over haar ziek worden en de gevolgen daarvan, maar ook over de twijfel die haar moeder had, als ook over de vrede en vreugde van de zekerheid die daarvoor in de plaats kwam, hetgeen Corrie echt kon zien als een antwoord op alle gebeden die het gezin voor hun moeder had opgezonden.
Echt praten met haar moeder kon op een gegeven moment door een beroerte niet meer, maar Corrie geloofde en vertrouwde met heel haar hart op Gods woord: als Jezus zegt dat Hij met ons is alle dagen tot aan de voleinding van de wereld (Matth. 28:20), dan is Hij dat ook.
Waar wij dus de ander niet meer kunnen bereiken, kan Hij dat wel.

Maar het is niet dit gedeelte dat zo diep binnenkomt vanmorgen, nee, dat zijn de laatste zinnen van dit hoofdstukje.
Daar schrijft ze:
‘Ik weet dat Hij bij moeder was toen ze stierf en naar huis ging. Hijzelf bracht haar naar Zijn paradijs. ‘Bevorderd tot Heerlijkheid’ zoals de soldaten van het Leger des Heils zeggen.’
En vervolgens eindigt het hoofdstukje met vers 5 uit Psalm 139.


Vandaag is het precies 4 weken geleden dat ik aan het sterfbed zat van mijn moeder; en als ik dit schrijf is het net iets over twaalven, een uurtje voordat zij het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.
Hoewel haar lichaam het nog zwaar had die laatste uren, doet dit niets af aan de vrede en vreugde die haar deel waren, maar die ook van mij bezit hadden genomen.
Maar met het verstrijken van de tijd, vervagen ook die gevoelens van vrede en vreugde; niet dat ze weg zijn, maar het wordt anders.
Het gewone leven gaat door, en neemt je weer mee, ook al probeer ik met herinneringen vast te houden wat er toen was.
Maar die bovennatuurlijke vrede en vreugde verandert; het voelt alsof God je bij wijze van spreken weer langzaam met twee benen op de grond zet.
Maar met het lezen van dit hoofdstukje vanmorgen komt die bijzondere vrede en vreugde weer terug, aangewakkerd door deze woorden van Corrie, maar nog meer door de tekst die zij eronder plaatste, en dan met name de laatste dikgedrukte woorden:

‘Gij omgeeft mij van achteren en van voren, en Gij legt Uw hand op mij.’

Mijn moeder was door Hem omgeven, ja, het was overduidelijk dat Hij Zijn hand op haar had gelegd.
Maar wat me vanmorgen diezelfde vrede en vreugde geeft, is dat Hij mij als het ware aankijkt en zegt: ‘Ik omgeef ook jou van achteren en van voren, en Mijn hand ligt ook op jou.’
En dan ineens dringen deze woorden opnieuw diep in mijn binnenste door, Zijn hand ligt ook op mij!
En mijn hart zwelt op door de liefde die ik op dat moment door deze woorden heen ervaar.
‘Mijn hand ligt op jou!’
Zijn hand, die doorboorde hand, ligt op mij, op mijn leven.
Zie, Ik ben met jou alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Hij omgeeft mij van achteren en van voren.
Klinkt hier niet alle liefde van de hemel in door?
Zo kostbaar, zo geliefd!
Ik kan alleen nog maar stil zijn, en koester mij in de vrede en vreugde van deze woorden en de diepe betekenis die daar in besloten ligt.


Wat zijn we toch gezegende mensen als we weten dat onze geliefden Zijn eigendom zijn; wat zijn we gezegend te weten dat zij door Hemzelf naar huis worden gebracht, ja, door Hem Zijn heerlijkheid worden binnengeleid!
Wat een rijkdom te weten dat we elkaar straks bij Hem terug zullen zien.
En tot die tijd zegt Hij iedere dag opnieuw, ja, elk moment: ‘Ik omgeef je van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!’


Ken jij Jezus?
Heb jij je hart en leven aan Hem gegeven?
Weet jij je Zijn eigendom?
Dan zegt Hij vandaag ook tegen jou: 'Mijn geliefd kind, Ik omgeef jou van achteren en van voren, Mijn hand ligt op jou!'
Wat we nu wel of niet voelen of ervaren doet er niet toe, Hij zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.

Nu, vandaag, morgen, ja, alle dagen van ons leven, tot aan de voleinding van de wereld.
Zo kostbaar.
Zo geliefd.



zondag 26 april 2020

Nog even ...

Als mijn leven hier op aarde voorbij is;
het einde daar is van mijn aardse bestaan,
dan neemt Hij mij bij de hand en samen 
met Hem mag ik de hemel binnengaan.

Daar ontvang ik een nieuw kleed
en een nieuwe naam,
en mag ik Hem brengen alle lof,
alle eer, alle dank en alle aanbidding
met de engelen saam.


Vandaag kwam ik bij dit gedichtje, ooit geschreven op mijn vorige Blog bij Punt.nl. (bestaat helaas niet meer)
Precies weet ik het niet meer, maar waarschijnlijk heb ik het geschreven naar aanleiding van de onderstaande afbeelding.











Het raakt me opnieuw, en brengt mijn gedachten bij mijn moesje die nog maar kortgeleden het aardse leven inruilde voor het eeuwige leven.
Ik mis haar!

Gister was het zaterdag, en het afgelopen jaar ging ik bijna iedere zaterdag naar haar toe.
Maar gister bleef mijn autootje doelloos stilstaan voor de deur; voorbij …
Met enige regelmaat wil ik de telefoon pakken om haar te bellen, en dan is daar dat besef, 0 nee, ze is er niet meer.
Vooral de afgelopen twee dagen toen er weer zorg was om onze kleine Luna; vreselijk hoesten, koorts, en ja, daardoor toch weer door de medicatie heen, die absences, en daardoor ook weer het ziekenhuis in.
Gelukkig deze keer maar voor een nachtje daar de medicijnen deze keer goed aansloegen, en de coronatest negatief was, maar toch.
En dan kwamen die momenten dat ik de telefoon wilde pakken om het aan haar te vertellen, mijn zorg te uit te spreken en te delen, in de wetenschap dat ze op haar beurt haar handen zou vouwen voor Luna, haar moeder, als ook voor mij.

Soms schiet ik ook op de gekste momenten vol en zijn daar ineens weer die tranen; niet altijd even praktisch, maar het geeft niet, ik laat ze maar gewoon komen.
Huilen mag immers, verdriet hebben mag, rouwen mag; want ja, het kan, en gaat vaak hand in hand met vrede en vreugde; de bekende lach en een traan.

En dat is ook eigenlijk wat er gebeurde toen ik dit gedichtje weer las, want gun ik haar immers niet het beste, en het mooiste!
Meer nog, lag daarin niet haar diepe vrede en vreugde in de laatste weken van haar leven hier.
En ligt in haar diepe vrede en vreugde ook niet mijn vrede en vreugde besloten, en ja, ook een diepe troost.
Jezus nam haar bij de hand en leidde haar de hemel binnen, en gaf haar een nieuw kleed en een nieuwe naam. (Openb. 3:5; 2:17)


Ik ben nog niet weer terug geweest in haar flat; mijn broers en hun vrouwen die dichtbij wonen, regelen het verdere leeghalen en opruimen; maar de sleutel hangt nog wel aan mijn sleutelbos.
De gedachte aan de dag dat ik die moet gaan inleveren vult me met pijn en verdriet, want dan zal het laatst tastbare, de plek waar we zoveel hebben gedeeld, weg zijn.
Dan valt definitief de deur van het ouderlijk huis in het slot.

Afscheid nemen doet pijn …


Nog heel even, en dan valt de deur voorgoed in het slot;
nog heel even, en dan is het echt allemaal voorbij.
Nog heel even, en dan kom ik daar nooit meer terug;
deze dag komt met rasse schreden steeds dichterbij.

Pijn en verdriet vullen bij dit vooruitzicht mijn hart,
want het betekent definitief afscheid nemen van.
Nu breekt een nieuwe fase in mijn leven aan;
ik geef mij over aan U, Heer, openbaar mij Uw plan.

Voor alles onder de hemel is een tijd, zegt Uw woord,
en een nieuw tijdperk breekt nu voor mij aan.
Voorbij is de tijd dat ik een biddende moeder heb,
maar vol zijn de schalen die voor Uw troon staan.

Dank U, Vader, dat U mij haar tot mijn moeder gaf;
dank U, voor het voorbeeld dat zij mij heeft gegeven.
Dank U bovenal, Vader, voor de diepe vrede en vreugde 
die zij doorgaf in de laatste dagen van haar leven.

Het maakt dat ik met vreugde en hoop verder kan,
en het doet mij naar nog meer van U verlangen.
Het geeft moed en troost in de pijn van het gemis;
maar ook de zekerheid dat ik al wat ik nodig heb, 
van U zal ontvangen.












Lees eventueel ook >> 'Afscheid'
En >> 'Elke dag komt de hemel een stukje dichterbij'


Ik heb me afgevraagd of ik mijn verwerkingsproces met het overlijden van mijn moeder wel zo uitgebreid op mijn Blog moest zetten, maar ik merk om mij heen dat er nog vele vrouwen zijn die worstelen, en/of diep verdriet hebben van het wegvallen van hun moeder.
Ik bid en hoop dat mijn schrijven tot enige troost en bemoediging mag zijn.

donderdag 23 april 2020

Toeval bestaat niet ...

Vandaag is het alweer iets meer dan drie weken geleden dat mijn moeder naar Huis ging, maar het is pas sinds deze week dat ik voor het eerst de hele week weer thuis ben en gevoelens van gemis gaan doordringen.
Niet meer iedere morgen appen, niet meer even een belletje, zaterdags niet meer weg, maar thuis zijn ...
Overal in huis liggen nog spullen van haar die ik nog een plek moet geven, moet nakijken en opruimen.
Ik neem er de tijd voor, en haast me niet.
Eén van de dingen die ik meegenomen heb uit haar huis is het dagboek 'Toeval bestaat niet' van Joke Verweerd.


Het is een ander Dagboek dan gewoonlijk, want bij dit Dagboek zitten kaartjes met een nummer en een tekst, en het is de bedoeling dat je elke dag blindelings een kaartje pakt waarop een nummer staat en een tekst.
In het boek zoek je dan het nummer op en kun je de tekst lezen die op het kaartje vermeld staat, samen met een korte overdenking.
(Je kunt <<hier>> meer over dit Dagboek lezen)
Ze had het ooit van mij gekregen, maar ik heb het weer mee teruggenomen.
Het lag nog op mijn eettafel naast wat andere spullen van haar, en met dat ik een kopje koffie aan het drinken was, bedacht ik mij dat het wel mooi zou zijn om voortaan iedere dag onder het genot van mijn kopje koffie (of wat anders ūüėČ) een kaartje te pakken en te lezen wat erop en bij staat.

Nu is het zo dat ik het kaartje er iedere dag in laat zitten voor als ik het nog eens wil lezen die dag, en ik haal het er dus pas uit vlak voor ik een nieuw kaartje pak.
Zo ook vandaag; ik stop het kaartje van gister terug in de doos, schudt een beetje en pak een nieuw kaartje.
Maar met dat ik dit doe wipt er aan de andere kant van de doos een kaartje uit.
Ik pak het kaartje en stop het terug in de doos, maar zie nog net dat het de tekst van gister was.
Gezien de titel van het boek, en het feit dat ik zelf ook geloof dat toeval niet bestaat, besluit ik om toch nog eerst een keertje de tekst van gister aandachtig te lezen, en vervolgens ga ik naar de tekst van vandaag.
Was het de bedoeling van Joke dat een ieder met dit Dagboek een ‘cadeautje’ zou krijgen, dan is de opzet zeker geslaagd, want hoe bijzonder blijkt wat er gebeurde!
Daarom ook dit logje, want ik wil het gewoon heel graag vastleggen en met je delen.


Het eerste kaartje is en tekst uit 1 Korinthi√ęrs, en wel hoofdstuk 2 vers 9b waar staat:
‘Wat het oog niet gezien heeft, en het oor niet gehoord heeft, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefhebben.’

Joke schrijft hierbij dat we er ons geen voorstelling van kunnen maken van de bestemming die God voor ons heeft.
Het zal altijd mooier zijn; zo nieuw, zo zuiver, en er zal zoveel ruimte zijn dat ons hart aan alle kanten zal opengaan, en een compleet nieuwe wereld onze beleving zal binnenrollen.
En daar zullen we in opgenomen worden, deel van worden; ja, als we van God houden gaan we dat meemaken.

Met alleen al het lezen van deze woorden heb ik al het gevoel dat mijn hart van binnen verder open gaat staan om alles van wat Hij heeft en wil geven, binnen te laten.
Mijn hart zwelt op van stille vreugde.
Ja, wat kijk ik daar naar uit; en ik geloof met heel mijn hart dat het altijd mooier en beter zal zijn, puurder, zuiverder, nieuw.
‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw!’

Ik pak het andere kaartje: Jozua 21:45.
‘Hij brak niet √©√©n van de beloften die Hij Isra√ęl had gedaan. Hij deed ze alle gestand.’
Voor even stokt mijn adem; ik pak het eerste kaartje er weer bij en lees …
‘Wat het oog niet gezien heeft, en het oor niet gehoord heeft, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefhebben.’
Ik ga weer terug naar het andere:
‘Hij brak niet √©√©n van de beloften die Hij Isra√ęl had gedaan. Hij deed ze alle gestand.’
Wow …!
Joke schrijft hierover, en ik citeer: ‘Beloften zijn voorschotjes op de toekomst. Bij een belofte krijg je een stukje ‘ooit’ cadeau. En als die belofte aan jou wordt gedaan, krijg je een stukje ‘ooit’ alvast in handen.’
Verder schrijft ze onder andere dat mensen met regelmaat -en hiervoor kunnen allerlei redenen zijn, hun beloften breken, maar God nooit!
God doet wat Hij belooft, daar kunnen we op rekenen!

Wat een prachtig cadeau nu het gemis iedere dag voelbaarder wordt en een plek moet krijgen.
Wat een prachtig cadeau als er allerlei dingen verwerkt moeten worden, en verdriet soms de overhand dreigt te krijgen.
Wat een prachtig cadeau om met opgeheven hoofd moedig voorwaarts te gaan, ongeacht alle onzekerheden van deze tijd en de toekomst hier op aarde.
Wat een bemoediging om mee te nemen, om kracht uit te putten en om naar uit te zien.


Dat ook jij bemoedigd mag worden met deze belofte van God, met dit ‘cadeau’.
Dat de toekomst die ons wacht bij Hem, vele malen mooier zal zijn dan wij ooit kunnen bedenken.
En …
Dat het ook werkelijk zal zijn en gebeuren zoals Hij het heeft gezegd en beloofd!

Mijn kind,
je zult je ogen niet geloven
als je in Mijn heerlijkheid komt
en ziet wat Ik voor jou heb bereid.
Je zult je oren niet geloven
als je de aanbidding hoort,
nu alleen aan Mij gewijd.

Mijn kind,
nooit zul je beseffen,
noch weet hebben van wat Ik
voor jou bij Mij hebt bereid.
Doch geloof en onthoud:
Ik vergeet geen enkele belofte,
maar kom ze na, altijd.


zondag 12 april 2020

Pasen ...

Dit jaar zo anders dan anders, en niet alleen door de corona.


Het is vandaag 1e Paasdag, maar niet eerder is deze dag zo anders geweest.
En dan niet alleen vanwege het feit dat we deze morgen achter de tv de dienst bekijken in plaats van dat we te midden van de gemeente zijn, maar ook omdat het nog net geen week geleden is dat we onze moeder hebben begraven.
En dat is wat eigenlijk deze dagen het meest bij mij binnenkomt, dat door Zijn opstanding uit de dood dat er vrede en vreugde was te midden van het verdriet op haar sterfbed.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde was te midden van het verdriet op het moment van haar sterven.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde was te midden van het verdriet met het begraven van haar lichaam.
Dat er door Zijn opstanding uit de dood vrede en vreugde is te midden van het verdriet van het gemis dat nu pas voelbaar wordt tot in de kleinste dingen.

Vrede en vreugde, 
omdat U uit liefde 
voor ons de weg 
van lijden en sterven
gewillig bent gegaan.

Vrede en vreugde,
omdat U de dood,
door Uw opstanding
voor eens en altijd
teniet hebt gedaan.

Vrede en vreugde,
omdat we eens samen
met onze geliefden,
die ons in U ontvallen zijn,
voor Uw troon zullen staan. 



maandag 6 april 2020

Tot ziens, lieve moesje!


Langzaam doofde het licht in uw ogen;
maar vol vrede wachtte u op de Heere.
Alles was goed, ieder woord gezegd,
naar Hem toegaan was al wat u begeerde.

Stilletjes lag u geduldig te wachten
met af en toe een glimlach op uw gezicht.
Onrust of angst kende u niet, want
uw hart was op uw eeuwig thuis gericht.

Er waren nog wat laatste woorden;
tranen, die zich vermengden met een lach.
Maar wat ik nooit vergeten zal, was 
de vreugde die ik deze dagen bij u zag.

Het was goed, u was klaar om te gaan;
en ik, ik wachtte, onze tijden zijn immers in Zijn hand.
Nog even moest u door het laatste stukje heen,
maar nu bent u thuis in het eeuwig Vaderland.


Vandaag brachten wij ons lieve moedertje naar haar laatste aardse rustplaats.




Rust nu maar uit, lieve moesje,
u hebt uw aardse strijd gestreden
en mocht de hemelse glorie binnengaan.
Voorbij zijn nu alle moeilijkheden,
alle pijn, elk verdriet, ja, met iedere
traan is het nu voorgoed gedaan.

Rust nu maar uit, lieve moesje,
en geniet met volle teugen van
het altijd samen zijn met onze Heere.
Rust nu maar uit en jubel
met alles wat in u is tot
Zijn glorie en Zijn ere.


Tot ziens, lieve moesje.
Eens zingen we weer samen
tot eer en glorie van onze Heere!

zondag 5 april 2020

Mijn hulp is van de Heere!


Zaterdag, 4 april

Het is nu een week geleden dat ik weer naar mijn moeder kon, omdat onze Luna weer terug is bij haar moeder.
De tranen lopen opnieuw over mijn wangen als ik terugdenk aan het moment dat ik de kamer van mijn moeder in de hospice binnenkwam; welk een vreugde, en blijdschap, en welk een liefde in haar begroeting.
Haar sterk vermagerde armen sloeg zij om mij heen, terwijl er een bijna 'hemelse' blijdschap van haar gezicht straalde.
Deze ochtend hebben we eigenlijk voor het laatst nog echt wat met elkaar kunnen praten, voor zij te moe werd om dit nog te kunnen doen.
Zondags was het nog maar heel even en moest ik 'dreigen' met weggaan zodat ze zou gaan liggen en rusten.
'Ja maar,' zei ze, 'het is anders zo ongezellig voor jou!'
Dit tekende mijn lieve moedertje, altijd eerst aan een ander denken.
Maar ik kwam niet meer voor de gezelligheid, ik kwam om bij haar te zijn in de laatste dagen van haar leven, en dat betekende dat ze mocht gaan slapen, terwijl ik naast haar bed zat, haar hand vasthield en rustig mijn boek las.
O, wat ben ik God dankbaar voor deze tijd, voor deze dagen!

Maandag was er omdat het einde naderde een kleine versoepeling van de bezoekregels en konden  'mijn' kinderen ook nog even afscheid nemen van hun geliefde oma.
Zo bijzonder hoe zij zich voor de laatste keer oprichtte -het was de laatste keer dat dit haar lukte, om haar armen om 'mijn' jongens heen te slaan en hen te vertellen hoe blij ze was dat ze hen nog een keer kon zien.
Hoe bijzonder dat we bijna allemaal de tijd hebben gekregen om afscheid te nemen, een ieder op zijn eigen manier en tijd.
O, ik ben God zo dankbaar!

Mijn beide broers bleven vanaf maandag bij haar slapen, ze wilden haar niet meer alleen laten.
Dinsdags ging het ineens heel hard achteruit, en dachten we dat ze de avond niet meer zou halen.
Ik was namelijk nauwelijks uit mijn auto bij de hospice, of mijn broer belde.
'O, ben je beneden? Kom dan maar snel naar boven.'
Nog één keer hebben we elkaar begroet, en gedag gezegd, waarna zij wegzakte in een 'slaap', waaruit zij niet meer wakker zou worden.

Het laatste 'stukje' duurde best wel lang, van het moment dat ik bij haar kwam tot woensdag net na de middag, maar met enige regelmaat was daar toch steeds ook weer die glimlach op haar gezicht.
Ja, haar ademhaling was zeer onregelmatig en bleef soms langere tijd weg; het was voor haar lichaam zwaar dit laatste stukje, maar de vrede was en bleef voelbaar voor mij.
Al was er met regelmaat een stil gebed van mij naar boven: 'Heer, is haar plekje bij U nu nog niet klaar? U moet wel een heel mooi plekje voor haar maken. Bent U de puntjes op de 'i' aan het zetten, Heer?'
Samen hebben we ook nog enkele liederen gezongen, wat was het mooi en fijn om dit samen te doen.
Zingen verlicht het hart, omdat het zich naar boven richt; en och, wat hield ze zelf ook van zingen.
Wat hebben we dat niet veel samen gedaan ...
O, Heere, wat ben ik U dankbaar voor deze dagen; welk een wonder heeft U mij gegeven door dit mogelijk te maken.
Dank U, Heere, voor zoveel genade!


Nog een laatste beetje morfine en een kleine sedatie, haar lichaam ontspande, en haar laatste adem blies zij uit.
Ze was thuis,  en vreugde en dankbaarheid vermengde zich met diep verdriet ...


Nu is mijn hart vol dubbele gevoelens.
Diep verdriet, omdat mijn ‘moesje’ er niet meer is, en stille, diepe vrede, omdat ik weet dat het goed is zo.
Diep verdriet, omdat ik haar zo verschrikkelijk ga missen, en blijdschap, omdat ik weet dat het maar tijdelijk is.
Diep verdriet om alles wat er nooit meer zal zijn, en vreugdevolle zekerheid omdat we elkaar straks weer zullen zien.

Diep verdriet voor mijzelf, maar blij voor haar, want nu is zij thuis bij de Heere, en … herenigd met Jacco, haar jongste zoon en mijn jongste broertje, als ook mijn vader, die haar zijn voorgegaan.
Vooral het sterven van onze Jacco, zijn plotselinge dood door een ongeval op 21-jarige leeftijd, heeft haar leven gekleurd.
Niet dat elke dag nu zwart was, maar het was een verdriet dat er altijd was.
De ene dag meer dan de andere, in het bijzonder de dagen naar de datum van zijn sterven toe.
Ze zei altijd: Het voelt als een amputatie van een arm of been; het is er niet meer, maar je voelt het iedere dag.

Mijn moeder was een eenvoudige, rustige, zeer liefdevolle, zichzelf wegcijferende, gelovige vrouw.
Ze liep niet te koop met haar diepe verdriet, noch met alle moeilijkheden, zorgen en pijn die ze heeft gehad in haar leven.
Waar sommigen aangeven dat ze ergens niets aan kunnen doen omdat ze het nooit hebben geleerd of meegekregen, was mijn moeders motto juist: geven wat zij had ontbeerd.

De kracht om alles aan te kunnen, om verder en door te gaan, ontving zij van de Heere.
Hij was haar hulp, iedere dag, vooral in de donkerste en zwartste dagen met het sterven van haar kind.
De woorden van Psalm 121, de verzen 1 en 2, waren de leidraad van haar leven.

‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?
Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.’

Ze wist dat ze vanuit haarzelf nooit alles aan kon, daar had ze de hulp van Boven voor nodig, van Hem, Die de hemel en aarde heeft gemaakt.
Hij droeg haar iedere dag.

En dat is wat zij ook wilde dat doorgegeven zou worden.
Niet zozeer wie zij was, wat ze allemaal had meegemaakt en noem maar op, maar dat de Heere God, Hij, Die de hemel en aarde heeft gemaakt, een zeer betrouwbare hulp is, en ook wil zijn voor een ieder die Hem aanroept.
Hij wil, en zal dragen, dag aan dag.


Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoe moeilijk de wegen soms ook waren
die zij in haar leven had te gaan,
steeds opnieuw keek zij omhoog en wist,
ook hier zal Hij naast mij staan.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoe uitzichtloos het soms ook was,
hoe zwaar en donker het leven,
toch was daar steeds Zijn woord:
Ik zal je niet verlaten, noch begeven.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Hoeveel vragen er soms ook waren;
hoe onbegrijpelijk de dingen die gebeurden,
vroeg of laat was daar altijd die vrede
die de horizon van haar ziel kleurde.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?

Ook in het diepste verdriet,
ja, in de duisterste en zwartste nacht,
wist zij zich in Hem geborgen;
Hij was haar Toevlucht, Rots en Kracht.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde heeft gemaakt.

‘Dag aan dag draagt Hij mij’, dat is 
wat zij steeds opnieuw bemerkte.
Dag aan dag was daar Zijn hulp,
Zijn troost, Zijn kracht, Zijn sterkte.

Welke nood er ook in jouw leven is,
zie toch omhoog en verwacht.
Hij wil niets liever dan ook jou helpen;
je voorzien van Zijn troost en kracht.


Op 1 april 2020 is mijn lieve moeder naar onze Heere en Heiland toegegaan.
Haar laatste adem blies zij uit, terwijl haar hand in die van mij lag, en mijn andere hand om haar hoofd.
Wat mij echter altijd bij zal blijven, was de vreugde die ik bij haar zag, ook toen haar einde naderde.
Welk een rust en vrede was er in haar, in haar kamer; welk een vreugde tekende zich soms niet af op haar gezicht.
Ik ben zo dankbaar! 
En welk een voorbeeld laat zij niet na aan ons, haar kinderen, aan mij ...

Dank U, Jezus; dank U, Vader, voor al wat U gaf.
Dank voor Uw liefde, Uw genade, voor Uw trouw.
Dank U, dat U voelbaar aanwezig bent in deze dagen.
Dank U, voor Uw troost in deze dagen van rouw.