Posts tonen met het label Persoonlijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Persoonlijk. Alle posts tonen

woensdag 28 oktober 2026

Ik schrijf omdat ...


‘Ik schrijf om mezelf gerust te stellen.
Ik schrijf om mezelf te herinneren aan de waarheid.
Ik schrijf omdat ik geleerd heb dat ik niet de enige ben met deze gevoelens.’

Jenna*


'Afgelopen week waren we weer bij de maatschappelijk werkster met wie wij gesprekken hebben door het revalidatietraject van mijn man.
Het is goed -voor ons beiden, om met haar te praten.
Het is goed om dingen te benoemen, aan te geven wat moeilijk is, wat zwaar is, waar pijnpunten liggen enz., als ook goed om de tranen die met regelmaat achter mijn ogen branden te laten komen.

Als ze vraagt hoe het gaat, geef ik aan dat ik zoveel moeite heb met het hervinden van gewone regelmaat.
Ik weet, ik doe wat ik kan, maar ik ben mijn regelmaat kwijt, en het lukt me maar niet om een nieuw ritme te vinden in mijn dagelijkse bezigheden zoals ze nu zijn.
Wel kon ik haar vertellen dat ik in een poging om dit te hervinden, mezelf 'gedwongen' heb om 's morgens mijn schrijven (Stille Tijd-schrijven) weer op te pakken.
(Het lag al lange tijd stil, simpelweg omdat ik te moe was, en ik was tot niet veel anders in staat dan stil met mijn kopje in mijn stoel zitten en kleine stukjes lezen, uit de Bijbel, de Gideonietjes van Corrie ten Boom, een Leesplan ...)
Ik had het idee, dat als ik nu weer eens dit schrijven op zou pakken, de rest misschien dan ook wel langzaamaan volgt.
Ze wist namelijk -dat had ik haar al eerder gezegd, dat ‘in het schrijven’ mijn kracht ligt, dus ze was blij voor mij dat ik dit weer had opgepakt.
Wel drukte ze me op het hart, dat hoe moeizaam het nu ook nog ging, -het is werkelijk onvoorstelbaar hoeveel schrijffouten ik iedere keer maak, ik me daar niets van aan moest trekken, want het weer oppakken was waar het om ging, en die fouten, och ...

Dit alles bracht mij weer bij een citaat, dat ik uit een boek dat ik onlangs las, had overgenomen.
Een citaat, dat mij mezelf eens de vraag deed stellen waarom ik schrijf.
Van de hoofdpersoon in het boek, Jenna, is het citaat waar dit blogje mee begint, en weet je, inmiddels kan ik me wel aardig vinden in haar reden om te schrijven, al was dit niet zo toen ik met bloggen begon.
Ik ben in oktober/november 2008 begonnen met bloggen (bij het toen nog bestaande Punt.nl.) simpelweg omdat ik zo'n Blog zo leuk vond, en omdat het me geweldig leek om daar van alles bij elkaar te hebben als een soort van boek.
Mijn gedichten, Bijbelverzen die ik mooi vond, of me aanspraken, verhalen, afbeeldingen enz.
Maar al spoedig veranderde dit, en werd mijn blog een soort van plaats van houvast.'

Een verdrietig gevoel bekruipt mij als ik het bovenstaande stukje weer lees; wat is er veel gebeurd en veranderd sinds ik hier een begin mee maakte.
Ik schreef het namelijk precies één dag voordat mijn man werd opgenomen in het ziekenhuis, en waar hij anderhalve week later ook is overleden.
Het roept herinneringen op aan die laatste week dat hij nog leefde en de verlamming in zijn hand die iedere dag steeds een stukje verder omhoog kroop, en mijn zorg en zorgen die met de dag toenamen.
Het brengt mij terug bij mijn met tranen gepaard gaande stille schreeuw naar boven ‘Hoe dan, Heer, hoe moet dit toch verder?’
Hoe snel werd dit eigenlijk niet vervolgens beantwoord, alleen op een andere manier dan ik had gedacht.
Een verpleeghuis was nog wel in mijn gedachten gekomen, maar dat zijn leven anderhalve week later voorbij zou zijn …

Het eerste stukje van dit schrijven, heb ik inmiddels verschillende keren gelezen, maar tot nu toe was ik niet in staat om er mee verder te gaan.
Met het weer oppakken van het schrijven op ‘Quality Time’ n.a.v. het Dagboek van Andrew Murray*, als ook enkele dingen die ik afgelopen week las, doen mij niet alleen teruggaan naar dit onafgemaakte blogje, maar ook in beweging komen om er mee verder te gaan en het af te maken.
Want, ja, waarom schrijf ik, en waarom schrijf ik wat ik schrijf?

Eigenlijk heb ik altijd van schrijven gehouden, alleen … ik wist nooit wat ik moest schrijven.
Nee, ik was helemaal niet goed in opstellen schrijven, en gedichten … ja, als veertien/vijftienjarig meisje hield ik erg veel van de gedichten van Nel Benschop, maar om er ook maar eentje zelf te schrijven kwam toen echt niet in mij op.
En dus bleef mijn liefde voor schrijven beperkt tot het overschrijven van Bijbelteksten en gedichten en andere dingen die ik mooi vond.
Wat dat betreft heeft het beginnen met een blog in 2008 een grote verandering teweeggebracht in mijn leven.
Waar ik begon met bloggen omdat ik zo’n Blog zo mooi vond, kwam ik erachter dat met het op gang komen van mijn eigen schrijfsels, mijn innerlijke onrust -het gevoel van iets te moeten/willen doen, maar niet weten wat, totaal verdween en tot de dag van vandaag nooit meer is teruggekomen.
Gaandeweg met het bloggen kwam ik er ook achter dat mensen soms bemoedigd werden door mijn schrijfsels of gedichten; dat mijn woorden zelfs soms de woorden waren die ze zelf niet konden vinden maar vonden in wat ik schreef.
Dat laatste raakte mij enorm en ik voelde (en voel) me klein en tegelijk gezegend dat ik dit kon, kan en mag doen.
Toch durf ik mezelf met zoveel jaren bloggen achter mij, geen rasechte Blogger te noemen.
Hoewel ik inmiddels wel weet met wat voor soort blogjes ik vaak wel reacties krijg, probeer ik bovenal trouw te blijven aan mezelf, aan waarom ik schrijf en waarover ik schrijf, en waarvan ik ervaar dat ik erover moet schrijven, populair of niet.

Als ik het citaat uit het boek er even weer bijneem, is het vooral de tweede zin, Jenna’s tweede reden om te schrijven, die mijn hart het meeste raakt.
Ik schrijf om mezelf te herinneren aan de waarheid.
Ik kan niet om Gods Waarheid heen, ik kan niet om Jezus heen.
En ja, soms botst het enorm, als ik niet kan accepteren, als ik niet wil, als ik boos ben, als ik het gevoel heb niet meer verder te kunnen.
Maar het schrijven brengt me uiteindelijk bij Zijn Waarheid, bij Hem, bij wat Zijn woord zegt.
Nee, niet alles wat ik schrijf, bezit ik; niet alles wat ik schrijf, kan ik iedere dag in praktijk brengen; niet alles wat ik schrijf, ervaar ik elke dag en elk moment, maar altijd is daar wel dat verlangen ernaar.
Het is wel zo dat ik weet dat Zijn woord waarheid is, en dat in Zijn woord mijn troost, kracht en sterkte ligt, ja, alles wat ik maar nodig heb.
En ja, al schrijvend kom ik dan tot rust, hervind ik kracht en sterkte, word ik bemoedigd.
Maar soms raak ik ook gefrustreerd, als ik iets wil schrijven en het lukt gewoon niet, want ja, die keren zijn er zeker ook.

Soms is schrijven daarom ook worstelen.
Soms is schrijven daarom ook ploeteren om de juiste woorden te vinden voor wat ik voel, ervaar, denk, wat in mij is.
Soms is het schrijven daarom ook confronterend, en moet ik dingen onafgemaakt wegleggen, omdat ik er nog niet klaar voor ben, het nog niet doorleefd heb.
Soms komt er daardoor later een heel ander stukje uit voort, en soms verdwijnt het gewoon in de prullenbak.
En soms sluit ik uit frustratie maar mijn laptop.

Als ik dan Jenna’s redenen om te schrijven nog eens lees, denk ik, ach, eigenlijk schrijf ik om dezelfde redenen.
Het schrijven stelt me immers uiteindelijk (vaak) gerust; word ik herinnerd aan de waarheid, aan Zijn Waarheid.
En ja, ik heb gemerkt dat ik niet de enige ben die door dingen heengaat, dingen ervaart en voelt.
Maar, ik schrijf nu in de eerste plaats, omdat ik denk dat Hij mij daartoe geroepen heeft, gezien de rust en vrede die daarmee in mijn leven gekomen is.

In Uw handen, Heer!


* Hoofdpersoon uit: ‘Wat verloren was
Van: Ginny L. Yttrup
>> Meer info

* 'Mijn momenten met God'

vrijdag 16 oktober 2026

Geloofd zij God!

'Voor alles een eerste keer' zegt een Nederlands spreekwoord, en ook vandaag is weer zo'n dag.
Vandaag zou je namelijk jarig zijn; vandaag zou je zesenzestig jaar zijn geworden.
Maar je wordt het niet meer, jouw leeftijd blijft staan op vijfenzestig, en (gek genoeg) vind ik daar op de één of andere manier ook weer troost in, want ik ben net zelf vijfenzestig jaar geworden deze zomer en het voelt alsof je daardoor net wat dichterbij blijft.


Als ik vanmorgen met mijn kopje koffie op de bank ga zitten voor mijn Stille Tijd, -ik ben nog weer zoekende naar een nieuwe plek, besluit ik mijn Bijbel te openen bij Psalm 66, omdat je dat zou zijn geworden.
Het is een prachtige Psalm, een loflied op de grote daden van de Heer.
En hoewel dat misschien op het eerste gezicht misschien niet zo toepasselijk lijkt, is het dat zeker wel.
Er vele diepe dalen in ons leven geweest zijn, en de laatste jaren vooral ook in jouw leven (en daardoor uiteraard ook in die van mij), toch hebben we ook Zijn hulp, kracht en troost iedere keer weer gezien en ervaren.
Ja, soms waren we vertwijfelt, joegen dingen jou en mij angst aan, in het bijzonder die laatste dagen dat je nog thuis was, maar toch ... we gingen geen dag zonder Hem, in alles was Hij erbij; ook als we het niet ervaarden; dat zagen we later.

Welk een troost ligt er in die wetenschap, ook nu voor mij, nu ik zonder jou verder moet en er zoveel op me afkomt, omdat ik niet alleen privé met dingen heb te dealen, maar ook met allerlei zakelijke dingen waar ik helemaal geen weet van heb.
Wat word ik soms door paniek bevangen, en is mijn nachtrust daardoor soms behoorlijk kort, toch is de Heer erbij, hoort Hij mij en komt Hij mij op de één of andere manier tegemoet.
De ene keer door gebed, de andere keer door Zijn Woord, of door mij met Zijn rust te vullen en mij aan te sporen om de dingen opnieuw te bekijken en mij de weg erdoorheen te wijzen.

O ja, ik zou heel graag wat minder snel in paniek raken, en langzamerhand gebeurt dit ook wel, of is de paniek korter, maar in alles zie ik ook dat Hij daarin heel dichtbij is, dat Hij klaar staat om mij te helpen, en hoe vaak heeft Hij dat al niet gedaan.
Ja, vandaag heb ik - naast de tranen die vloeiden, 'psalmen (en lofliederen) gezongen voor Uw heerlijke Naam, en U mijn lof en eer gegeven'. 
Want U bent een God Die omziet naar wat Hem toebehoord, Die troost in verdriet, weer ruimte geeft, en voeten op de rots plaatst.
U bent een God Die acht slaat op gebeden, die hoort, en luistert.
'Die mijn gebed niet heeft afgewezen en mij Zijn Goedertierenheid niet heeft onthouden!'

Vreugde en verdriet,
soms gaan ze hand in hand.
Een lach en een traan,
soms liggen ze dicht bij elkaar.
Alles in het leven is immers zo
nauw aan elkaar verwant.
Maar met U aan mij zij
is één ding zeker:
in alles bent U daar!

Geloofd zij Uw heilige Naam!

‘Loof, volken, onze God; laat het geluid van Zijn roem horen,
Die onze ziel weer het leven geeft, en niet toelaat dat onze voet wankelt.
Want U hebt ons beproefd, o God, U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht, U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen, maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.
Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

 Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.'

Psalm 66:8-12, 16

dinsdag 6 oktober 2026

Vandaag zouden we ...

Het huis is stil en leeg …

De tafel inmiddels wat leger.
De bloemen zijn verdord, mijn laptop staat weer boven, de stapel paparassen is meer geordend en veel dingen zijn nu opgeborgen in mappen.
De stapel met boeken hebben inmiddels ook een andere plek gekregen.
Gelezen heb ik ze verder nog niet echt; eentje, en af en toe pak ik ook weer het boek waar ik in aan het lezen was in het ziekenhuis.
En ook mijn agenda heeft haar plaats op mijn bureau weer ingenomen, als ook het Dagboek van Murray en het schrift dat erbij hoort.
Nee, het lukt me nog steeds niet om er mee bezig te zijn, hoewel ik het vanmorgen wel voor het eerst weer even heb gelezen, dus misschien … wie weet.
De mand met kaarten staat er nog wel, als uiteraard ook je foto, de rouwkaart, en inmiddels een paar zeer mooie en bemoedigende kaarten.

Ik kijk door het raam vanuit mijn kamertje naar buiten.
De bomen hebben hun glans verloren en sommigen lijken al meer dood dan levend, en ik vraag me af of er nog wel eentje bij zal zijn die de prachtige gouden kleur krijgt die ze normaal hebben.
Een stille, trieste aanblik, eigenlijk wel een beetje zoals ik me vandaag voel.
Waar de eerste anderhalve maand na jouw heengaan er gewoon geen tijd en ruimte was voor gevoelens, voor rouw, door alle drukte en alles dat geregeld en gedaan moest worden, het bezig zijn met jouw kleren, je auto die weg moest, de scootmobiel … brengt me eindelijk bij de leegte, de stilte, het gemis en daarmee komen dan ook eindelijk de tranen.
In de garage staat nog je rollator, en die blijft daar nog even staan als een stille getuige van alles waar we samen doorheen zijn gegaan.
Het is een stukje van jou dat ik nog even langer vast wil houden.
Hij staat ook symbool voor de grote verandering in ons beider leven vrij aan het begin van dit jaar.
Ineens was je volledig thuis, en kon je helemaal niet meer werken.
Je stok, waarmee je je tot die tijd kon redden, verdween doelloos in de gang.
Met de tijd zal ook je rollator een goede bestemming krijgen, maar voor nu blijft hij nog even staan waar hij staat.

Het huis is stil en leeg …
Hoe anders was deze dag 43 jaar geleden.
Waar nu de lucht nog grauw is en grijs (ik schreef dit gedeelte vanmorgen), scheen toen de zon met haar vreugdevolle gouden stralen over onze dag.
Ja, onze dag, omdat we op die dag zijn getrouwd en ons leven samen zijn begonnen.
Wat was je trots op het feit dat het je gelukt was om lelietjes van dalen in mijn trouwboeket te krijgen, ik wilde dat zo graag.
Wat moesten we lachen op het gemeentehuis toen de stoel voor mij veel te hoog bleek voor mijn korte pootjes, en ze snel aankwamen lopen met verschillende telefoonboeken en een gouden gids, zodat mijn voeten niet hoefden te blijven bengelen.
Wat was het mooi en bijzonder om Gods zegen over ons huwelijk te ontvangen met de prachtige tekst uit Psalm 33:22: ‘Laat Uw goedertierenheid over ons zijn, HEERE, zoals wij op U hopen.’
Wat een heerlijke dag was het met iedereen die ons lief en dierbaar was.
En nu, nu moet ik verder zonder jou; de 43 jaar hebben we net samen niet mogen halen.

Vandaag is een dag van terugzien en terugdenken, van herinneringen; van een lach en een traan (tranen), van stilstaan en tegelijk ook doorgaan, van aanvaarden en Zijn liefdevolle troost en aanwezigheid in alles ervaren, vooral in die momenten als ik even breek.
En toch … en toch wil ik ook vandaag getuigen van Zijn goedheid, Zijn liefde en Zijn trouw.
Ja, het huis is stil en leeg, maar ik ben NOOIT alleen!
Ja, er klinkt geen andere stem meer in dit huis, alleen nog die van mij als ik hardop lees uit Zijn Woord of Dagboek, of zing van Zijn liefde en trouw, Zijn goedheid en genade, of praat tegen ons hondje.
Maar tegelijk ervaar ik: U bent bij mij, rondom mij, in mij.
Wat bent U goed voor mij, Heer!

En zo ga ik deze avond in terwijl de zon, die vanmiddag toch nog tevoorschijn kwam, langzaam achter de huizen verdwijnt. 
Het laatste beetje van dit zonlicht schijnt op mijn kamertje naar binnen en opnieuw moet ik denken aan Psalm 18:29 dat zegt: 'Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE; mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Och, als we U kennen, kan er vreugde zijn ondanks verdriet, kunnen we huilen, en tegelijk vrede ervaren, kan er pijn zijn, en tegelijk troost.
Wat bent U goed, o Heer!


Wat bent U goed, o Heer,
wat zorgt U voor mij,
iedere dag opnieuw.
Wat troost U mij,
mag ik Uw nabijheid
daarin zo ervaren.

Wat bent U goed, o Heer,
wat ziet U naar mij om,
elke dag, ja, elk moment.
Wat sterkt U mij,
en mag ik Uw kracht
steeds weer ervaren.

Wat bent U goed, o Heer,
wat doet U Uw woord
gestand, alle dagen.
Wat bemoedigt U mij,
en mag ik de waarheid
van Wie U bent ervaren.

Wat bent U goed, o Heer;
geprezen zij Uw heilige,
en machtige Naam!
U zorgt, ziet en draagt,
ja, gaat met mij mee en zal
mij in Uw hand bewaren.


dinsdag 1 september 2026

Stil en leeg ...

Wat een rare zomer is het dit jaar geweest.
De scholen zijn nu allemaal weer begonnen en voor de meesten begint nu echt het gewone leven en het erbij horende ritme weer, maar voor mij ...
O ja, ik heb wel een bepaald ritme dat ik aanhoud, omdat zowel ik als ons hondje dat nu meer dan nodig hebben, maar het is verre van gewoon.
Niets is immers meer hetzelfde, en dat wordt het ook niet meer.
Het huis is stil en leeg.

Geen bed meer in de woonkamer.
Geen thuiszorg meer.
Geen rollator die ergens tegenaan stoot, of waar een hondje voor loopt.
Geen gezamenlijke agenda meer op de telefoon.
Geen afspraken meer waar ik je naar toe moet rijden.

Geen grote pannen meer om in te koken.
Het brood niet meer door de helft in de vriezer.
Geen geluid meer van films of muziek.
Ook het zachte geluid van een spelletje op de Ipad klinkt niet meer.

Een lege stoel tegenover mij aan tafel.
De lege stoel naast de mijne in de tv-kamer.
Maar ook geen harde nies meer waar ik vaak zó van schrok, zelfs na bijna 44 jaar samen zijn (waarvan net geen 43 jaar getrouwd)

Het huis is stil en leeg.
Mijn keukentafel ligt daarentegen vol.
Jouw foto, de rouwkaart, een mand met meer dan honderd kaartjes.
Een vaas met prachtige bloemen, gekregen uit de tuin van een lieve vriendin.
Een map van de Uitvaartzorg, van de natuurbegraafplaats waar je begraven bent, een condoleanceboek.

Een stapeltje boeken, die ik vorige maand nog voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allerlei paperassen, dingen die geregeld moeten worden, of geregeld zijn.
Een beeldje van de Goede Herder Die een schaapje draagt; je had het ooit van mij gekregen en op je bureau in de zaak staan.
Jouw oude agenda, die je gebruikte voor de mobiele telefoons met een agenda.
Mijn papieren agenda ...


Het huis is stil en leeg zonder jou,
maar ik ben niet alleen.


Het huis is stil en leeg.
Mijn gedachten gaan naar de eerste keer dat we in het ziekenhuis spraken over wel of niet reanimeren, en jij toen nog duidelijk aangaf dat je dat echt wilde, want je had nog zoveel te zeggen, zoveel te doen. Zoveel te zeggen, zoveel te doen ...
Je woorden brachten een brok in mijn keel, je was immers geen prater, en je werd steeds beperkter in wat je nog kon.
Maar ondanks dat, wat ben ik dankbaar voor de tijd die we samen nog hebben gehad.


Wij mensen denken vaak dat we alle tijd hebben, als het vandaag niet komt, dan morgen wel; maar wat als morgen niet meer komt?

Zeg toch nu wat je hebt te zeggen,
tegen hen die je lief en dierbaar zijn.
Vertel toch nu wat je hebt te vertellen,
al is het nog zo weinig, kort of klein.

Doe toch nu dat wat belangrijk is,
in het bijzonder voor wie dierbaar zijn.
Doe het toch nu, nu het nog kan,
niet meer kunnen, te laat zijn, doet pijn.

Zeg, doe, stel toch niet uit.
Niemand kent zijn uur of tijd.
Het voorkomt pijn en verdriet,
wroeging en heel veel spijt.

dinsdag 25 augustus 2026

Tot ziens, Lieverd!' (5)

Eens weer ...



'Al bezwijkt mijn lichaam en mijn hart,
dan is God de Rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Psalm 73:26

'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Psalm 31;16a


Muziek was jouw taal, en zo stond jouw begrafenis ook in het teken van muziek.
We hebben meer gezongen dan gewoon is met een begrafenis, maar wat was dat goed!
Het voelde voor mij alsof ik nog een keer samen met jou zong.
Iets dat we zoveel samen hebben gedaan, maar wat de laatste jaren steeds minder werd, omdat het niet meer zo goed lukte.

Wat was het moeilijk voor je dat je lichaam het steeds meer af liet weten, je steeds minder kon; maar wat vond je het vooral moeilijk voor mij.
Wat hadden we nog hoop dat de revalidatie je weer een beetje meer op de been zou krijgen, en we nog wat kleine dingetjes samen zouden kunnen doen.
Maar het mocht niet meer zo zijn, een bacterie werd jou fataal.

Toch ben ik zo dankbaar, zo ontzettend dankbaar voor de laatste maanden die we samen hebben gehad.
Nee, vanaf maart kon je niet meer werken, en ja, we hebben allebei moeten wennen aan ineens allebei volledig thuis, maar hoe lastig het soms ook was, wat was het tegelijkertijd ook goed en mooi.
Dank je wel, lieverd, voor al die jaren, en in het bijzonder voor deze laatste maanden.

Ja, het is goed, wat Vader doet!
'... het sterven is voor mij winst.'
Fil. 1:21b

✝

In Zijn hand …

Het was een ongelijke strijd,
je sterke geest, je zwakke lichaam.
Maar één ding stond voor mij vast:
Jouw tijd is in Zijn hand.

Het was een moeilijke strijd,
wat werd je lichaam aangevallen.
Maar één ding bleef voor mij staan:
Jouw tijd is in Gods hand.

Ook toen er moeilijke beslissingen 
moesten worden genomen;
ik daarbij heen en weer geslingerd werd 
tussen wat is goed en wat wil jij.
Ook toen waren deze woorden 
in mijn hart verankerd:
Jouw tijd is in Gods hand!

Geen medicijn, noch een behandeling
kan daar iets aan veranderen;
met of zonder bleef dit staan:
Jouw tijd is in Zijn hand.

Nu is het einde gekomen;
voorbij is je aardse reis.
Hij heeft je bij de hand genomen
en thuisgebracht in ’t eeuwig vaderland.

💕
 

maandag 24 augustus 2026

Kom maar bij Mij! (4)

Jouw Tijd is in Gods hand!
Het einde van de rollercoaster ...


Het wordt zondagmorgen, we zijn nu bijna twee weken verder dan toen alles begon met je vingers.
Ik ben 's morgens doorgaans vroeg wakker in het ziekenhuis, het blijft toch ongewoon en met alles dat speelt ...
Maar er is ook genoeg rust en stilte, ze komen maar heel af en toe even kijken en zo heb ik ook in het ziekenhuis tijd voor mijn Stille Tijd.
Wel anders dan thuis, maar toch, gewoon even een momentje met de Heer is zo belangrijk om vol te houden.
Deze morgen is het wel een beetje anders, want ik kan bijna niet meer.
Het hele gebeuren trekt een wissel op mij, en ik weet niet goed meer hoe er mee om te gaan.

Deze week las ik het boekje 'George Müller - De man van Geloof en Gebed'; ik heb het vorige maand voor mijn verjaardag gekregen, en vanmorgen trok ik de stoute schoenen aan om te bidden in de lijn van hoe deze man leefde, namelijk Bidden en Verwachten.
En ik bid God dat er vandaag een kentering in de situatie zal komen, want dit wordt me teveel.
Het niet goed kunnen peilen welke kant het opgaat, wat de artsen zeggen tegenover wat ik zag en zie; ups en downs, de rust, het genieten als hij buiten was en met de ijsklontjes ...
Ik bid mijn hemelse Vader dat Hij vandaag een kentering gaat geven, hetzij ten goede, dat de artsen zelf zeggen we gaan toch nog weer wat doen, of ten slechte, waardoor ik los zal komen van alle twijfels of we wel de juiste keuze hebben gemaakt, of ik je wel goed heb begrepen.
Want dit steeds terugkerende 'redelijk stabiele' maakt mij onzeker en ik wil niet dat je lijdt.

Breng deze kentering, Abba, vandaag.
Ik verwacht het te zien.
In Jezus' Naam.

Amen

Je krijgt nu met regelmaat ijsklontjes op een stokje, ze hebben ze zelfs met aardbeiensmaak.
Wat ben ik daar blij mee, want om te zien dat je dorst hebt, vind ik verschrikkelijk.
In het begin liet ik het de zuster/broeder doen, ik vond het een beetje eng.
Ik hielp al wel met goed leggen en je mond schoonhouden, maar dit.
Een keer hapte je namelijk het hele blokje in je mond en wat schrok ik daarvan, je had er zo in kunnen stikken.
Och, uiteindelijk toch maar doen, maar ... ik zei je wel dat als je je mond dicht zou doen om het ijklontje heen, ik het weg zou halen en je niets meer zou geven.
Toen dat later een keertje bijna gebeurde en ik zei, pas op of ik ..., moest je lachen en deed je weer netjes wat je gevraagd werd.
Kleine lichtpuntjes in deze donkere onzekere dagen.
Wat geniet je van die ijsklontjes, het is alles wat je nog nodig heb, lijkt het wel.
Wat later op de ochtend gaan we samen nog even naar buiten, een zuster helpt ons even.
Helaas kan het niet zo lang, want de zon haalt ons in, maar wat genoot je opnieuw van het even buiten zijn, van het briesje.


Zondagavond zijn we met z'n tweetjes.
's Middags zijn mijn broertje en zijn vrouw nog even geweest, en ook de kinderen lopen in en uit.
Het is stil.
Ik hoor je onregelmatige ademhaling met stops, en ik zit stilletjes bij je met mijn boek.
Je zoekt mijn hand, steeds weer.
Als die te heet wordt, laat je hem los, om hem vervolgens weer snel te zoeken en vast te houden.
Je bent er nog, en toch ook niet meer helemaal.
Een enkele keer doe je je ogen open, maar je blik oogt leeg.
's Avonds, maar vooral in de loop van de nacht glijd je langzaam steeds verder weg.

Dank U, Heer, ik weet genoeg en het is goed.


Het is maandagmorgen rond half zes als de nachtzuster even om een hoekje kijkt.
We raken aan de praat over jou, over je werk, je ziek zijn, enz., terwijl ze er een stoel bij pakt en er rustig bij komt zitten.
Voor ze weggaat legt ze je hoofd nog een beetje goed, maar we merken dat je het niet fijn vindt, voor het eerst trek je een grimas waarbij we zien dat het niet prettig is, of misschien zelfs zeer doet.
De zuster zegt me dat ze in het rapport zal aangeven dat ze je voor het wassen eerst maar wat morfine moeten geven, zodat je met het wassen en goedleggen geen pijn zult hebben.
Als ze weg is, pak ik wat spullen, ga naar de badkamer en gooi wat water in mijn gezicht en haal een borstel door mijn haar.
Ik haal mijn eerste koffie, mijn tweede en mijn derde ...

Ze geven je inderdaad wat morfine, via een spuitje, en er wordt een nieuw vlindertje gezet, want die er zat, zit dicht.
Je bent er wel, en je bent er niet.
Op de prik reageer je wel wat, je ogen gaan af en toe even open, maar je blik is leeg; je lijkt niets meer te zien, geen herkenning.
Michael komt nog even, en opnieuw zoek je iemand om vast te houden, Michael eerst, want die zit naast je, en daarna die van mij als ik zijn plaats weer inneem.
De dokter komt, dezelfde als afgelopen vrijdag, zij is iets optimistischer over jouw algehele toestand in waarnemen, maar doet geen uitspraken.
Lijden hoeft je in ieder geval niet meer, ik mag zo om meer morfine vragen, maar je bent zo rustig dat ik denk dat je geen pijn hebt.
Zo meteen komt Rachelle weer, en kan ik even naar huis.
Ik ben niet bang dat je wegglipt als ik er niet ben, vrede is wat ik ervaar.

Als ik dit schrijf is het één uur 's middags, en de zon komt de kamer binnen, en verlicht haar.
De volgende tekst komt in mijn gedachten:
'Want U doet Uw lamp schijnen, Heere, mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Psalm 18:29


Vanaf hier stopt het schrijven in mijn telefoon; ik heb verder niet meer de kans gehad dingen bij te houden, zo snel ging alles ineens.
Ik ben naar huis gegaan, om even te douchen en om te kleden en even bij ons hondje te zijn, want ze at bijna niet meer.
Het zal ergens rond half vijf/vijf uur zijn geweest als ik weer terug ben in het ziekenhuis.
Ergens deze week op een stil moment heb ik nog een gedicht geschreven, alleen het laatste coupletje ontbreekt, want dat kan ik pas schrijven als je Thuis bent.
Ik lees en herlees het met regelmaat; ja, dit is zoals het was en is; en dit is wat ik ook met jouw begrafenis ga voordragen.

Onze dochter is weer naar huis gegaan, maar wel met mijn belofte dat als er ook maar iets verandert, ik haar zal bellen.
Ik ga bij je zitten, en zet nog wat muziek aan, maar er komt geen reactie meer, wel verandert je ademhaling onder het nummer; de cheyne stokes is weg, het wordt dieper en langzamer.
Ook Joël komt nog even.

Wat later komt de broeder even om een hoekje kijken; hij is er voor de derde avond, en dat is fijn, want zo herkent hij ook de verandering.
En dan komt het einde van deze rollercoaster dichterbij.
Opnieuw heb je koorts, je krijgt een paracetamolzetpil, maar deze doet niets, de koorts is hoger in plaats van lager.
Er worden natte koude handdoeken over je heen gelegd, met een ventilator erbij.
Ook dit helpt niet, de koorts is nog weer hoger.
Ze gaan contact opnemen met de arts over een morfinepomp.
Het antwoord laat nog even op zich wachten, maar ze komen wel terug om bij je te kijken, en de koorts is inmiddels weer boven de 40.
Onze dochter, die ik gebeld had is er inmiddels ook.
Je gaat inderdaad een morfinepomp krijgen, maar meer kunnen ze niet meer voor je doen.

We besluiten om het je zo comfortabel mogelijk te maken door het bed te verschonen en je op je andere zij te leggen.
De pomp wordt aangesloten, zij gaan weg, en wij zitten bij je, wachtend tot de Heer zegt: 'Kom maar bij Mij.'
In het uur dat volgt verandert je ademheling, langzaam maar toch ook duidelijk.
Een teug en stilte.
Nog een keer, en nog een keer ..., langzaam zien we het leven uit je wegglijden.
Dan is het stil.
Je bent Thuis.

Bram Klapwijk
Haarlem, 16-10-1960  -  Ede, 10-8-2026

zondag 23 augustus 2026

Onze tijden zijn in Uw hand ... (3)

Het einde van de rollercoaster  nadert ...


Van slapen komt deze nacht niet veel, om maar te zeggen helemaal niet.
 Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoest behoorlijk en er zijn flinke apneus.
Toch ben ik er nu niet meer bang voor, verontrust het mij niet meer, diepe rust en vrede is over mij gekomen en ik laat alles komen zoals het is.
De drang om over je borstbeen te wrijven zodat je weer gaat ademhalen is weg.
Het is goed.

Deze nacht pak ik mijn telefoon erbij om even van alles en nog wat te noteren, want het is werkelijk één grote en lange rollercoaster met ups en downs.
Ik noteer wat ik nog weet en voor de rest lig ik naast je, of ik zit in de stoel bij het raam en kijk de nacht in.
Maar ook schrijf ik een gedicht, mijn manier van woorden geven aan, van een plaatst geven aan wat er gebeurt, van verwerken ...

Het is stil.
Het geruis van de ventilatie klinkt.
Je ademhaling wisselt
en toch, mijn hart zingt.

U bent mijn schuilplaats, Heer,
U vult mijn hart steeds weer ...
Ja, met rust en vrede, en dankbaarheid
voor wat U gaf te midden van de strijd.

Het einde nadert.
Nog even samen een stukje ervan gaan.
Tot ik je los moet laten
zodat je aan Zijn hand verder kunt gaan.

Het is stil.
Ik weet niet hoeveel tijd Hij nog geeft.
Ik wacht
op hoe Hij jouw kleed weeft.

Hij is een God van wonderen,
maar zelfs als Hij het niet doet,
kijk ik omhoog en zeg met heel mijn hart:
Heer, wat U doet, is goed!

Onze tijden zijn immers in Uw hand!
En ik vertrouw op U, mijn Heer.
Maak zo deze weg
tot Uw glorie en eer!

- Amen -

Rond kwart voor vijf  krijg ik een appje van een lieve vriendin die niet kon slapen en wat thee ging zetten en mijn appje van 's nachts zag.
We appen even wat over en weer en ze deelt de volgende Bijbeltekst met mij om over jou uit te spreken:
'Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn Deel in Eeuwigheid.'
Ps. 73:26
 Hoe bijzonder, want de woorden die vandaag met mij mee reizen in mijn hoofd zijn: 'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Ps. 31:16a
Hoe prachtig past dit bij elkaar!

Rond kwart voor zes krijg je van de nachtzuster wat morfine, in de hoop dat het je ademhaling ten goede komt.
Al met al ben je de nacht toch redelijk goed doorgekomen.
Je pruttelt wel veel meer, en je begint ook af en toe te kreunen, maar verder ...


De nieuwe dag begint, donderdag 6 augustus.
Je bent net lekker opgefrist, dat is wel fijn na zo'n nacht.
Je bent ook niet alleen wakker, maar je hoort en begrijpt ons ook, alleen het praten ...
Ik weet niet meer wat er gezegd werd, maar je moest er echt om lachen, een duidelijk bewijs van dat je er nog bent.
Wat deed dat goed!
Het was echt fijn om je te zien lachen, hoe kort ook.

Vandaag is een dag vol met bezoek.
Je moeder komt, ze is gebracht door iemand.
Als ze de kamer binnenloopt naar je bed toe zegt ze: 'Ik volg je snel, jongen, ik volg je snel.'
De tranen springen in mijn ogen, zo diep word ik geraakt door deze woorden.
Het hoort toch ook niet; zij net 93 jaar geworden, en haar zoon nog maar 65 jaar.
Even later komt je oudste zus en haar man, je andere zus en haar man zijn in Engeland maar komen morgen terug.
En je broer in Frankrijk, ach, wat heeft hij het moeilijk met alles; ja, jullie hadden een goede band, maar even zo maar heen en weer uit Frankrijk lukt niet.

Wat was het fijn toen ze in de loop van de donderdag je mond gingen schoonmaken, het maakte dat je rustiger werd, minder pruttelde, en ook het hoesten werd erdoor minder.
Hierdoor had je een rustige nacht, en kon ook ik eindelijk even slapen.


Vandaag, vrijdag, heb ik het heel erg moeilijk.
Je had een rustig nacht en was ook 's morgens heel rustig, waardoor ik me toch weer af begon te vragen of we nu wel de juiste keuze hadden gemaakt.
Alles is stopgezet omdat het zo slecht ging, maar nu, nu je een rustige nacht hebt gehad en en vanmorgen toch ook wat reageert en zo rustig bent ...
Ben blij als de arts straks komt en ik het bij haar voor kan leggen.

Maar ik krijg die ochtend ook een heel naar telefoontje, ik houd alles daarover voor mezelf, maar ik ben er compleet overstuur van, als ook heel erg boos.
Ik heb het al zo moeilijk en dan dit er nog bij ...
Wat ben ik dankbaar voor het ontzettend lieve personeel op die afdeling, er is altijd iemand bij wie je terecht kan, je hart kan luchten, die echt de tijd neemt zodat ik mijn verhaal kan doen.
En wat is dat nodig na dit telefoontje.
Nee, het is niet bepaald fijn als er dingen gezegd worden die je het gevoel geven dat als Bram nu dood gaat het in wezen jou schuld is, want ...
Nee, het is niet zo gezegd, en is ook niet zo bedoelt, dat weet ik, maar het neemt niet weg dat als je je in een situatie bevindt als waar ik mij bevind, dingen dubbel en dwars binnenkomen en een vlucht nemen.
Wat zeggen we soms met de beste bedoelingen iets, maar hoe verkeerd kan het uitpakken, en het iemand onnodig moeilijk maken.


Dan is het gesprek er met de arts en ze geeft aan dat je echt heel erg ziek bent.
Je bent goed wakker, maar opnieuw hebben we het over zo doorgaan of  ...
Och, wat vind ik het moeilijk, ik kan toch zo'n keuze niet maken?
Geen medicatie meer, maar ook geen vocht of voeding ...
Je huilt, en ik huil mee.
Wat wil jij, Bram, wat wil jij?
De dokter geeft aan dat er zoveel schade is, dat mocht je er doorheen komen, er weinig herstel zal zijn en je je dagen door zal brengen in een verpleeghuis, half verlamd, en ook nauwelijks kunnen pratend, en wie weet zelfs nog erger.
Uiteindelijk geef je door middel van je duim omhoog aan dat je dat niet wilt, en zo valt opnieuw en nu ook definitief, de beslissing om niets meer te doen.
Maar wat is het moeilijk, wat valt het me zwaar.
Ik stuur zonder omhaal van woorden een kort appje door aan iedereen met deze keuze.

In de loop van de middag komt één van onze jongens nog even met zijn vriendin en twee van de kinderen.
Ze zijn zwaar onder de indruk en hebben het moeilijk.
Maar je bent er nog steeds, en je ziet hen, en je steekt je hand naar hen uit en om de beurt pakken ze je hand vast.
Het beeld wat me het meeste bij blijft is van een meisje dat heel stilletjes naar haar opa kijkt terwijl er stille tranen over haar wangen glijden.
Geen woord, geen enkel geluid, geen gesnif, alleen maar stille tranen die langzaam naar beneden glijden.
Mijn hart breekt ...

Onze oudste zoon is weer terug van vakantie en komt ook nog even.
'Mag ik een Bijbeltekst op het bord schrijven?', vraag hij.
Uiteraard mag dat, hoe zou ik daar nee op kunnen zeggen, en hij begint te schrijven:
'Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Mijn hart springt op, wauw, hoe bijzonder, dezelfde tekst als die een vriendin de vorige dag met mij deelde.
De Heer is erbij, bij jou, bij mij.
Och, ervaar ik dit al niet vanaf dat ik hier ben met jou, dat de Heer er is.
Ook terwijl ik dit aan het schrijven ben, zien mijn geestelijke ogen een plafond van vleugels, en onder mij ervaar eeuwige armen die mij-ons dragen.
Het is misschien vervelend voor sommige mensen, maar ik leef deze dagen in een bubbel, jij, ik en de Heer.
Er is geen ruimte voor iets of iemand anders, dan eigen.
Ja, de appjes en kaarten, alle reacties van mensen die voor ons bidden, ze zijn geweldig; misschien is het juist daarom wel zoals het is.




De zaterdag breekt aan, 8 augustus.
Na opnieuw een rustige nacht gaan we weer een dag in.
Ik houd mijn Stille Tijd, en als ik met jou een lied aan het luisteren ben dat ons allebei emotioneel raakt, komen je zus en zwager, die in Engeland waren, binnen.
Op je broer uit Frankrijk na, heeft nu iedereen afscheid van je genomen, ook mijn twee broers zijn deze week gelukkig nog geweest.
Eén van hen bleef wat langer zodat ik even naar huis kon; hoe kostbaar is het om familie te hebben en goede vrienden.
Maar nog meer telt het spreekwoord: een goede buur is beter dan een verre vriend, want och, hoe ontzettend lief, onze zijbuurvrouw zorgt al al die tijd voor ons hondje.
Uitlaten, eten geven, even bij haar zitten, met haar spelen ...
Hoe kostbaar!

Als ik even naar huis ben, word je door je dochter en een zuster naar beneden, naar buiten gebracht.
Ik zie de foto thuis binnenkomen en zie hoe je geniet; och, wat houd jij van buiten, van de natuur, van ...

Wat ik deze dag echt moeilijk vind, is dat je dorst begint te krijgen en je niets mag/kan drinken.
Gelukkig komt er 's avonds iemand met de oplossing, ijsklontjes op een stokje.
Wat geniet je daarvan zeg!
Maar het komt ook je ademhaling en de slijmvorming ten goede, je hebt er daardoor duidelijk minder last van.
Je wordt weer goed gelegd voor de nacht en je geeft heel duidelijk aan dat je goed ligt.
Het ziet er ook echt comfortabel uit.
Wat moet ik toch, opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik misschien toch iets verkeerd doe.
Hoe ziek ben je werkelijk?
Je ademhaling is nog steeds cheyne stokes, niet normaal en dat zegt ook veel, maar voor de rest ...
Aan de andere kant, zo verder, opgesloten in jezelf, want je kunt niets meer zeggen en nauwelijks meer iets duidelijk maken, zwaar gehandicapt in een verpleeghuis ...


O Heer, toon mij ...
Genees en richt op, of laat het verslechteren en haal hem thuis.


In Uw handen, Heer, in Uw handen ...
Want in Uw handen zijn onze -jouw- tijden.

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

vrijdag 21 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (1)

Het begin van de rollercoaster.


Het is vandaag precies 3 weken geleden dat onze rollercoaster begon, en ik had toen nooit kunnen bedenken dat deze zou eindigen zoals die eindigde 😢 ...

Deze, en de paar komende blogjes zijn in grote lijnen mijn/ons persoonlijke verhaal.
Ik kan deze tijd niet voorbij laten gaan zonder er over te schrijven, het hoort erbij op dit persoonlijke blog waar alles begint en eindigt in Zijn handen.
Het is een verdrietig verhaal, die de rauwe kanten van het leven laat zien, maar ook welk een hoop, rust en vrede er door, en in Hem, is.
Want Hij was er bij elk moment, in iedere traan en nachtwaken, in iedere lach en in elke beslissing die genomen moest worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, ook als het donker is
en er geen lichtstraal doordringt
in de situatie waarin je je bevindt.

Geloof, ook als je zo wordt belaagd
dat je nauwelijks uitkomst ziet;
het lijkt of de storm het wint.

Geloof, ook als het langer duurt
en je het gevoel hebt te komen
aan het einde van je krachten.

Geloof, ook als je onderuit gaat
en je niet meer weet hoe op te staan;
er niets anders rest dan wachten.

Geloof, mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, want Ik zal het licht ontsteken
in de duisternis waarin je je nu bevindt,
en je nieuwe hoop, moed en kracht geven.

Geloof, want Ik trek je uit de woeste golven,
die je het zicht op Mij soms zo ontnemen;
Ik heb overwonnen en geef nieuw leven.

Geloof, al duurt het nog zo lang;
Ik vergeet je niet, Ik ben altijd dicht bij je
en onder je zijn Mijn eeuwige Vaderarmen.

Geloof, ook als je valt; vergeet niet
dat Ik er ben om je op te vangen
en te omringen met Mijn erbarmen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het is bijna een maand geleden dat ik dit gedicht schreef voor op 'Quality Time'.
Geloof, vertrouw dat Ik help dwars door alles heen.
Terugkijkend denk ik dat de Heer mij, met het schrijven van dit gedichtje, aan het klaarmaken was voor dat wat kwam.
Het is immers een heel persoonlijk gedichtje, geschreven vanuit de moeilijke omstandigheden die er al waren en die me soms zo konden aanvliegen toen ook mijn lichaam begon te protesteren.

Niet zo heel lang daarvoor, misschien net twee, drie weekjes, was ik door een thuisbezoekje van iemand van onze huisgemeente -ze kwamen met regelmaat met Bram en mij bidden en avondmaal vieren, in contact gekomen met het Leesplan 'Riskante gebeden' van You Version.
Het bleef hangen, en ik ben het zelf gaan lezen, en nog een keer, en de tweede keer nam ik er alle tijd voor, net zolang als ik voor elke dag nodig had om mijn hart te brengen tot die overgave.
Het ging soms met de nodige traantjes gepaard, maar ik wilde niet alleen verandering, ik wist ook dat ik het nodig had om alles aan te kunnen, om verder te kunnen.
Een proces van sterven aan mezelf.
Een proces dat niet stopt met dit Leesplan, maar onafgebroken doorgaat, iedere dag. 
Maar soms is het even heftiger, is er een tijd van worstelen en strijden; overgave gaat vaak niet zomaar, tenminste niet bij mij.
En zo bracht dit Leesplan mij weer terug bij het Dagboek van Murray en zette mij er weer toe aan om verder te gaan waar ik gebleven was.
En dat laatste gebeurde in de week naar 26 juli toe, de dag waarop ik het blogje met dit gedichtje plaatste.
Ik had toen nog niet kunnen bedenken dat de woorden van de drie coupletjes, die er tussen verweven zijn, zo persoonlijk zouden worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het hele verhaal begint eigenlijk al op de maandag die week, als mijn man thuis komt van fysio en hij de poort bijna niet open en dicht krijgt, omdat zijn vingers niet willen.
Vanaf de midden gewrichtjes lijken zijn vingers niet veel meer te doen, iets waarbij hij met het gaan eten behoorlijk mee wordt geconfronteerd.
Dinsdag zijn de verlammingsverschijnselen wat opgeschoven en dus toch maar de dokter gebeld.
Er wordt overlegd met de neuroloog, en daar je al bloedverdunners slikt, hoef je pas morgenochtend naar de Tia-poli.
Voor nu vallen de woorden Tia/infarctje en Dropping Hand, maar aangezien er verder geen symptomen zijn, denken we allemaal richting Dropping Hand. 

Het was een behoorlijk lange ochtend in het ziekenhuis, we moesten toch al met al nog behoorlijk lang  wachten bij elke poli waar we moesten zijn.
Maar de uitslag was positief, tenminste, er was nergens iets te zien of te vinden.
Zeer waarschijnlijk dus een Dropping Hand, niet gevaarlijk, wel moet het verder onderzocht worden.
Dus met een afspraak voor een EMG voor zijn handen (weer eens wat anders dan van zijn benen) gingen we weer naar huis.


Donderdags vind ik het toch wel een beetje eng worden, de verlamming is weer wat opgeschoven omhoog, waardoor hij zijn hele hand niet meer kan gebruiken.
Wat vind ik het erg voor hem, hij is al zo beperkt, en nu kan hij niet eens meer zijn eigen brood smeren, en dat is eigenlijk nog het minst erge van de dingen die hij niet meer kan.
Ik bestel dezelfde dag nog een rolstoel enz. voor hem, want het lopen achter de rollator begint ook gevaarlijk te worden, zijn hand glijdt er herhaaldelijk af.

's Avonds komt onze parttimester met haar man op bezoek om de laatste dingen door te spreken omdat zaterdag de laatste dag is dat de winkel open is.
Wat zijn we dankbaar voor haar, zij maakt voor ons af, wat Bram niet meer kan, en nog meer; ze is werkelijk een 'Angel in disguise'.
Welk een hard gelag dat hij zaterdag er niet eens bij kan zijn op de laatste dag dat zijn winkel open is.


Vrijdag is een heel drukke dag.
De spullen van Medipoint worden bezorgd, maar doordat ik ze direct de volgende dag wilde hebben, kunnen ze geen goede tijdsindicatie meer geven; ik moet boodschappen doen, ons hondje moet naar de trimster en er komt nog een monteur langs.
Gelukkig kan onze dochter wat bijspringen, zodat er altijd iemand thuis is.

Inmiddels word ik steeds onzekerder over zijn spreken, er klopt toch iets niet, of wel?
Het is zo wisselend, dat ik er niet echt een peil op kan trekken.
Maar 's middags vertrouw ik het toch niet, en ik zeg de monteur af (hij stond afgelopen woensdag al voor niets op de stoep, maar ja ...) en bel de dokter.
Een half uur later staat de ambulance op de stoep.
Ik word een beetje boos op één van de ambulancebroeders, die zegt dat hij toch nog best praat en zijn mond niet scheef hangt; maar ik ken mijn man en ik weet gewoon dat er iets niet klopt, en dat zeg ik hem ook.
'We nemen hem ook wel mee', is zijn weerwoord.
Zucht .., o Heer, als het maar geen herhaling wordt van een half jaar geleden; het klopt gewoon niet, er is echt iets mis.
Dit keer rijd ik met mijn eigen auto naar het ziekenhuis.


Je ligt al geïnstalleerd op de Spoedeisende Hulp als ik daar aankom; bloed hebben ze al afgenomen, maar voor de CT scan wordt je meegenomen als ik er al even ben.
Eindelijk komt er een dokter met de uitslag, en ze zegt dat ze iets op de scan zien dat er afgelopen week niet was.
Een heel kleine schaduw, die hen doet vermoeden dat er toch iets van een infarctje is; soms is dat pas later zichtbaar, zegt ze.
Geen idee, het zal wel als zij dat zeggen, je wordt in ieder geval opgenomen op de afdeling Neurologie en krijgt er een extra bloedverdunner bij.
Voor de rest was er niets aan de hand, alleen verlammingsverschijnselen van inmiddels hand/arm en het spreken, het moeilijker uit je woorden komen.
Geen koorts, geen andere klachten, helemaal niets.
Op afdeling mag je eindelijk wat eten en drinken, en ik ga naar huis als je een beetje geïnstalleerd bent op de 24-uurs zaal.
Doodmoe kom ik thuis en het huilen staat me nader dan het lachen.
Ik laat ons hondje uit, bel nog even met de kinders, drink nog wat en duik mijn bed in.
Nee, het is niet fijn dat je in het ziekenhuis ligt, maar voor mij is het wel een zorg minder in deze situatie, nu zijn er tenminste continue mensen die op je letten en voor je kunnen zorgen.

🙏 In Uw handen, Heer, in Uw handen🙏

zondag 7 juni 2026

Het heuvelland van volmaakt vertrouwen ...

Voor het eerst heb ik een blogje uit de serie ‘Liefde tot het einde’ dat ik reeds geplaatst had, na enkele dagen weer verwijderd.
Ik werd er namelijk bij bepaald dat ik me had laten leiden door mijn omstandigheden en het feit dat ik zo graag weer wat zou willen schrijven, wat tot gevolg had dat ik niet schreef naar aanleiding van het hoofdstukje, maar dat mijn omstandigheden de boventoon voerden.
En zo had ik het weer in concept geplaatst tot ik weer in staat zou zijn – tijd en ruimte, zowel qua agenda als in mijn hoofd, om ‘echt’ te schrijven.
En zo kan het lijken dat sommigen denken van ‘hé, dat heb ik toch al een keer gelezen?’; het is echter een heel ander blogje geworden, want als ik vandaag het boekje opensla en de eerste zin lees (na de titel en Bijbeltekst) word ik daardoor gegrepen en verder geleid.
Lees je (weer) mee?


Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 22








Micha 7:7 (SV)
‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

‘Hartverscheurend leed is vaak de voorbode van een grote geestelijke zegening.’ 
Vervolgens zegt Susannah dat het wel ‘een zware golf van bezoeking’ moet zijn, die sommigen zo ver omhoog doen gaan, dat zij veilig aankomen in de beschutting van volkomen vertrouwen op God. (in mijn eigen woorden weergegeven)
Ze wijst erop dat we moeten leren welk een diepe innerlijke vreugde het geeft als we ons tot God wenden en op Hem vertrouwen, en dat dwars door felle pijn heen, want het is hierin dat wij ontdekken dat alleen Hij een trouwe Vriend is op Wie we altijd aan kunnen. 

‘Maar in het aangezicht van al dit verdriet,
nee, vanwege dit verdriet,
denkt hij aan de Heere,
en blik opwaarts tot Hem
geeft hem een snelle en gewisse steun.’

Susannah Spurgeon

Ze neemt me daarom mee naar de eerste zes verzen van Micha 7, waar de profeet spreekt over de 'trouweloosheid van zijn vrienden, de meedogenloze kwaadwilligheid van zijn tegenstanders' en dat zelfs de dichts bijstaande naasten onbetrouwbaar en vijandig kunnen zijn.
En dan volgt vers 7, Micha’s keuze: ‘Maar ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’

Ach, delen wij allen niet Micha’s ervaringen?
Stormen van verdriet die beuken.
Hoop die schipbreuk lijdt.
Vrienden, ja, zelfs familieleden die ons verlaten.


‘Het onderwijs en de tucht van het leven worden werkelijk aan ons gezegend
wanneer aardse noden ertoe dienen om ons dichter bij onze hemelse Vader te brengen.
Zij worden gezegend als de droevige onbestendigheid van het geschapene
ons duidelijker de onveranderlijkheid laat zien van Hem,
Die ons eeuwig heeft liefgehad.’

Susannah Spurgeon

Hoe is onze reactie, wat is mijn reactie op de stormen van het leven, op golven die beuken, hoop die schipbreuk lijdt, het verlaten worden door vrienden of familie?

‘Maar ik zal uitzien naar de Heere’.
Hoe moeilijk kan dat zijn als golf na golf na golf beukt.
Hoe moeilijk is het soms om je ogen op Hem gericht te houden, op Wie Hij is en op wat Hij zegt, opdat je niet meegenomen wordt in de woeste golven van pijn en verdriet, van onzekerheid, van wanhoop, van …

Opnieuw valt mijn blik op de kaart in mijn boekenkast tegenover mijn bureau.
‘Ik val omdat ik gebroken ben, ik sta op omdat ik geliefd ben, ik val weer omdat ik gebroken ben.
Maar ik zal altijd opstaan omdat ik altijd geliefd ben.’

‘… ik zal wachten op de God mijns heils’.
Al heb ik mij bezeerd, ben ik moe, mijn schuilplaats is de Heere.
‘Daar mag ik wachten totdat de Heere mij de hulp geeft die ik nodig heb, want Hij is de God van mijn redding.'
Oh, hoe kostbaar is mij mijn dooptekst: ‘Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.’ (Hebreeën 4:16)

Het juiste tijdstip …
Tja, ligt daarin vaak niet onze uitdaging?
‘Ik zal wachten’ is makkelijk uit te spreken, maar wat als ons geduld vervolgens flink wordt beproefd?Toch zegt Micha: ‘Ik zal wachten’ – standvastig; ‘op de Gods mijn heils’ – vol geloof en vertrouwen omdat hij God kent.
Mijn gedachten gaan met deze dingen naar >> Romeinen 8:31-39.
‘…
Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
…
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus …?
…’

‘…, mijn God zal mij horen.’ 
Ja, daar kunnen we van op aan; daar hoeven we nooit aan te twijfelen!

‘Dit is de taal van de volle verzekerdheid,
de spraak van degenen die wonen
in het heuvelland van volkomen vertrouwen.’

Susannah Spurgeon

Het heuvelland van volkomen vertrouwen.
Vertrouwen op Hem, zowel op de hoogtes als in de dieptes.
Altijd uitzien en wachten op de God van ons heil.

Kom, mijn hart, zie op Hem.
Kom, mijn hart, wacht op Hem.
Kom, mijn hart, vertrouw op Hem.
Kom, mijn hart, kom en leer vertrouwend, wachtend verwachten.

Kom, mijn hart, zie, wacht en vertrouw.
Kom, mijn hart, geloof en verwacht.
Kom, mijn hart, vind rust en vrede in Hem.

Kom mijn hart, verheug je in het heuvelland van volkomen vertrouwen.


Kiezen ...

Soms is ons leven een opeenstapeling
van moeilijkheden, zorgen, verdriet en pijn.
Het ene is nog nauwelijks voorbij
of het volgende dient zich alweer aan.

In het begin voelen we ons sterk en krachtig;
ervaren we Gods kracht en sterkte in ons leven.
Maar gaandeweg rijzen de vragen in ons hart,
over het waarom dit zo lang door moet gaan.

Vermoeidheid en ontmoediging liggen op de loer,
startklaar om ons het zicht op Hem te ontnemen;
en wanhoop en boosheid, zelfmedelijden en bitterheid,
zijn niet ver meer weg om genadeloos toe te slaan.

Dan zijn daar deze woorden die ons een les leren,
en ons de weg wijzen uit onze diepste nood.
Blijven we zien op de woeste golven die beuken, of
kiezen we ervoor om onze ogen naar Hem op te slaan?

Hij is onze schuilplaats, onze toevlucht in nood;
bij Hem komen we tot rust, en vinden we vrede.
Hij is onveranderlijk en trouw, vol liefde en vergeving;
van Hem ontvangen we de kracht om door te gaan.

Laten deze woorden een leidraad worden in ons leven.
‘Uitzien, wachten; God hoort en is mijn redding!’
Hoe moeilijk en zwaar het soms ook zal zijn,
samen met Hem kunnen we werkelijk alles aan.


* 👉 'Rondom de Psalmen'

Een blogje dat hier mooi bij aansluit.
👉 'Staande blijven en opgebeurd worden'

zaterdag 30 mei 2026

Mijn Hoop is op U!

‘Ik heb U hartelijk lief, HEERE, mijn sterkte.
De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder,
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem,
mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting.’
Psalm 18:2,3

De afgelopen weken kwam er niets van schrijven; omstandigheden en daardoor gebrek aan ruimte en rust zijn daar verantwoordelijk voor.
Samengevat: sinds begin maart staat ons leven behoorlijk op z’n kop en is niets meer hetzelfde.

Een heftige, hectische en intensieve tijd ligt achter ons, en een ‘onzekere, vage’ toekomst voor ons.
Een tijd, waarin ik met mijn man in één weekend van huisartsenpost, naar spoedeisende hulp eindigde in een zorgpension (wat overigens ook niet bepaald om de hoek lag); van weer thuiskomen, maar bijna niet meer kunnen lopen en dus ook niet meer werken.
Een tijd, waarin we vaak van het kastje naar de muur werden gestuurd, en waar we nu -ondanks de ziekenhuisbezoekjes, nog steeds niet veel wijzer zijn van wat er nu precies aan de hand is.
Een tijd, waarin revalidatie -fysio, ergo, maatschappelijk werk, nu is begonnen, als ook thuiszorg deel uit is gaan maken van ons leven.
Een tijd, van leren omgaan met alles; met een van de één op de andere dag totaal andere (thuis)situatie en een toekomst die op meerdere terreinen ‘onzeker en vaag is’.
Een tijd, waarbij mijn lichaam behoorlijk protesteert door alle extra’s, en ik ook daarin -met alles, een weg moet zien te vinden.
Een tijd, van zorg, van moeite, verdriet en pijn en waarin tranen rijkelijk stromen, als ook tussen alles door momenten zijn van dankbaarheid, van vreugde en vrede, van geloof en vertrouwen.
Een tijd waarin het één het ander afwisselt, op zoek naar een nieuwe weg en een nieuwe balans.

Het Dagboek van Murray ligt inmiddels al een aardig poosje stil op mijn bureau; ik kon -en kan er (nog) even niet mee verder door mijn vermoeide en worstelende ziel, en het gebrek aan rust en ruimte.
Maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik een ander plekje boven heb gecreëerd (met hulp van één van mijn jongens) waar ik tot rust kan komen; een mooi klein hoekje van een kamer met een fauteuil tussen twee kastjes met mijn belangrijkste ‘spulletjes’.
En daar vertoef ik nu om mijn evenwicht te hervinden, om tot rust te komen, om bij de Heer te zijn, en waar ik mijn Stille Tijd houd.
Een plekje, veilig, beschut, geborgen, en waar ik heel dankbaar voor ben, omdat ik daar even niets moet, maar gewoon mag zijn met alles wat mij bezighoudt.

Vanmorgen zat ik daar weer maar met een onrustig en zwaar gemoed na (opnieuw) een confronterend gesprek gister.
Er is zoveel om over na te denken, zoveel keuzes om te maken, beslissingen om te nemen, en ook al hoeft niet alles niet à la minuut besloten te worden, toch heeft elke beslissing invloed op de volgende.
Het is moeilijk tot rust komen als het een op het andere volgt, en je tussen alle bedrijven door de gewone dingen ook nog moet doen.
Toch is dit plekje boven mijn rustplekje, want vroeg of laat komt mijn onrustige hart -en lichaam- daar dan toch, door Hem, tot rust en vind ik er nieuwe moed en hoop.
Zo ook vanmorgen door de woorden van Jezus in Johannes 4:34 en Psalm 39:8.
‘Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.’

‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’

Er gaan allerlei gedachten door mij heen als ik ’s middags achter mijn bureau kruip.
Een wirwar van gedachten die uiteindelijk leiden tot dit schrijven en onderstaand gedicht.
En misschien hiermee ook weer tot wat orde in de chaos van de afgelopen tijd, en een begin in hervinden van rust en balans.
In Uw handen …

Mijn Hoop is op U!

‘Alles aanvaarden als uit Gods hand’,
zijn woorden die mij menigmaal
al op de goede weg hebben geleid;
alleen …,
het kost mij deze keer iets meer tijd.

Als het nu gaat om kleine dingen,
niet echt levensveranderend,
ach, dan is het zo moeilijk nog niet,
alleen …,
nu overheerst vaak nog pijn en verdriet.

Toch bid ik U, Heer,
leer mij om alles, ja, alles, ook dit,
te aanvaarden als uit Uw hand.
Alleen met U kan ik het aan,
alleen met U aan mij zij,
houd ik stand.

Ja, Heer, leer mij alles te aanvaarden,
- wat is, was en komt, als uit Uw hand;
U geeft niet meer dan ik dragen kan.
U ziet het geheel, het totale plaatje,
daardoor weet U ook wat het beste is,
wat past in Uw volmaakte plan.

Daarom proclameer ik Uw Woord:
‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’
U bent immers mijn Heer en God,
mijn toevlucht, mijn rots, mijn Bevrijder;
en niemand, nee, niemand is als U!


>> Shalom <<

dinsdag 1 april 2025

Mijn moesje

... in liefdevolle en dankbare herinnering ...


Ik richt mijn hart op de Heere,
want mijn hulp komt van Hem,
Die hemel en aarde geschapen heeft.
Hij, Die sluimert noch slaapt,
zal mij voor wankelen behoeden;
Hij is het, Die mij in liefde omgeeft.

Gister plaatste ik dit gedichtje als BemoedigingsMomentje op dit Blog; in gedachten zijnde bij vandaag, de dag dat het vijf jaar geleden is dat de Heere mijn moesje thuishaalde.
Psalm 121 was haar lievelingspsalm.
Vanaf de dag dat mijn jongste broertje verongelukte is het deze Psalm geweest die haar ondersteunde in haar verdriet, die haar de kracht gaf die zij nodig had, en haar hielp om door te gaan ondanks de pijn van het verdriet, het gemis en de lege plek die hij achterliet.

Het is niet het eerste gedichtje dat ik na aanleiding van deze Psalm schreef, en toch is deze heel anders.
Als ik net het Blogje van 5 april 2020 teruglees, -een paar dagen na haar overlijden, en daarmee ook het gedichtje dat ik toen schreef naar deze Psalm, dan voelt het ineens alsof dit kleine gedichtje de echte afsluiting is van dat gedicht, namelijk het antwoord daarop.
Weg is het zoeken, weg zijn de vragen, weg is elke onzekerheid in deze woorden.
De keuze is gemaakt: Ik richt mijn hart op de Heere!
Mijn hulp komt van Hem, Degene Die alles geschapen heeft en alles in Zijn hand heeft.
Die nooit slaapt, zelfs niet even doezelt, maar altijd waakzaam is, ons ziet, ons hoort, met ons is begaan.
Die ons elke dag wilt ondersteunen, dit ook doet, en wat wij ook zullen ervaren als wij Hem toelaten.
Die ons liefheeft met een eeuwige liefde.

Hoewel er vandaag weer tranen zijn, -soms komen herinneringen zo sterk binnen, haar overlijden was immers niet het enige dat speelde in die tijd, zijn het wel tranen die een weer een stukje genezing brengen van waar toen geen tijd en geen kans voor was door haar overlijden.
Wat hebben we toch een liefdevolle God en Vader, dat Hij ons tranen om te huilen heeft gegeven; tranen die ontladen, schoonwassen, stukjes pijn en verdriet meenemen, terwijl Hij ze verzamelt in Zijn kruik.

Vandaag is ook een dag vol dankbaarheid, omdat de Heer haar met het thuishalen, haar bewaarde voor meer pijn en verdriet.
Dankbaarheid, omdat ze herenigd is met mijn vader en haar jongste zoon.
Dankbaarheid, om het voorbeeld dat ze achterliet in de manier waarop zij omging met haar naderende einde.
Dankbaarheid, omdat ik in de afgelopen jaren mocht ervaren, dat God de lege plek die zij achterliet, innam; immers, nu zij weggevallen was, bracht het mij alleen nog maar meer bij Hem.

En zo eindig ik dit ‘in liefdevolle herinnering’ blogje met een dankbaar hart, waardoor het echt een 'in liefdevolle en dankbare herinnering' is.

Op deze dag vol herinneringen,
wil ik niet alleen terugdenken,
maar U bovenal bedanken, Heer.
Danken, voor Wie U bent,
voor Uw nimmer aflatende zorg,
voor Uw troost, hulp en kracht.

Danken, voor de ontfermende liefde
waarmee U mij steeds omgaf en geeft,
en al mijn dagen nog omgeven zult.
Dank U, dat U er altijd was en bent,
en dat U er ook altijd zult zijn, elke dag.
Dank U, dat U boven op mij wacht.

💕 In liefdevolle, en dankbare herinnering aan mijn moesje ✞ 1-04-2020💕   
>> 5-04-2020 - Mijn hulp is van de Heere