Posts tonen met het label Alwetend God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alwetend God. Alle posts tonen

woensdag 8 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (2)

En zo niet …God God laten zijn …

Vorige maand schreef ik over Nebukadnezar, de drie vrienden Sadrach, Mesach en Abednego en de vurige oven. (Daniël 3:1-30)

Met de Bijbelstudie (waar ik gister al wat over vertelde; zie: Boekinfo) kwam ook dit gedeelte weer terug, alleen lag nu de klemtoon heel ergens anders.
Niet eerder hebben de verzen 15 t/m 18, en dan met name de eerste paar woorden van vers 18, me zo stilgezet.
Vanaf zondagmiddag dat ik met deze studie bezig ben, blijven die paar woorden doorklinken in mijn hart en in mijn gedachten.

Ik ben God zo dankbaar voor dit vrouwengroepje en het boekje dat we gebruiken om samen na te denken over ons vertrouwen in God.

Lag in mijn vorige schrijven over deze mannen de nadruk op de grootheid van God en hoe indrukwekkend Hij heeft ingegrepen om zo de levens van deze mannen te sparen en Nebukadnezar te laten zien dat Hij de Allerhoogste God is, nu ligt de nadruk op slechts drie woordjes: ‘En zo niet …’

Het kleine kopje wat boven dit gedeelte in het Bijbelstudieboekje staat, zegt: ‘God God laten zijn.’

Het leven kent allerlei onbeantwoorde vragen.
Waarom doet God niets?
Waarom laat Hij bepaalde dingen toe?
waarom …?

Een antwoord hierop is erg moeilijk en persoonlijk vraag ik me ook weleens af of wij wel enig antwoord hierop kunnen geven.
Marleen Ramaker, de schrijfster van dit Bijbelstudie boekje geeft een antwoord, dat denk ik misschien wel het enige antwoord is wat je kunt geven.
Namelijk; ‘Misschien dat God vertrouwd wil worden om wie Hij is: een liefdevolle Vader en een soeverein God, die dingen weet die wij niet weten.

De schrijfster neemt ons mee naar Nebukadnezar, de mannen Sadrach, Mesach en Abednego, en de vurige oven, die zelfs zo heet gestookt wordt dat de soldaten die het op moeten stoken er dood van neervallen.

“Nu dan, als u bereid bent op het moment dat u het geluid van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten hoort, neer te vallen en het beeld te aanbidden dat ik gemaakt heb, dan is het goed, maar als u het niet aanbidt, dan zult u op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.
En wie is dan de god die u uit mijn handen kan verlossen?
Sadrach, Mesach en Abednego antwoordden en zeiden tegen koning Nebukadnezar: Wij hoeven u hierop geen antwoord te geven.
Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.
En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.”
Daniël 3:16-18
De mannen weigeren te aanbidden.
Nebukadnezar dreigt.
Nebukadnezar probeert te ontmoedigen.
Nebukadnezar spot.
De mannen weigeren te aanbidden ongeacht de consequenties.

Indien jullie niet aanbidden …
Welke god zal jullie dan nog kunnen bevrijden … ?

Het antwoord van Sadrach, Mesach en Abednego verstomt iedere stem in mij, terwijl tegelijk een diepe vreugde mijn hart binnenstroomt en een verlangen naar een geloof als dat van hen.
‘Wij hoeven u geen antwoord te geven …
Als het moet, kan God ons verlossen …’
En dan komen die paar woorden die zo’n enorme impact hebben op mij.

‘En zo niet, …’

En zo niet …
Zelfs indien niet …
Maar ook al redt Hij ons niet …

Ruimte om God God te laten zijn.

Mijn gedachten gaan naar mijn worstelingen over de grote van mijn geloof, mijn ongeloof, waarom al die dingen gebeuren in ons leven.
De waarom’s; pijn, verdriet, moeiten, zorgen.
Waarom duurt het zo lang?
Waarom komt er geen genezing?
Waarom allemaal bij ons?
Waarom …?
Waarom …?
Heb ik dan niet genoeg geloof?
Is er dan zonde in mijn leven?

Mensen zeggen dat soms zo makkelijk als er geen genezing komt, of als de ene moeite na de andere op je weg komt.
Ik hoor hun woorden soms nog naklinken ...
Je moet geloof hebben?
God geneest iedereen die gelooft!
Kijk maar eens of er toch geen zonde in je leven is, want …

Wat een ander licht werpen de woorden van deze mannen op waaromvragen, op als genezing uitblijft, als moeiten en zorgen, pijn en verdriet, je leven steeds opnieuw binnendringen en op z’n kop zetten.

‘En zo niet …’

Door waar de schrijfster mij (ons) op wijst komt er een enorme ontspanning mijn leven binnen, want ik heb nu de woorden gekregen – van God, want zo ervaar ik het echt – om deze stemmen, die me soms zo kunnen achtervolgen, het zwijgen op te leggen.

Het geloof en vertrouwen van deze drie mannen was volledig en 100% op God.
Onvoorwaardelijke trouw en totale overgave liggen besloten in deze drie woordjes.

‘Wij staan hier voor u, o koning, en de hitte van de oven  komt ons tegemoet.
Maar wij buigen en aanbidden niet!
U denkt dat er geen god is die ons kan redden, maar o, wat zit u ernaast.
Onze God, de God die wij vereren, kan ons weldegelijk redden uit uw hand en uit die vurige oven,
Dat is een fluitje van een cent voor Hem.
Maar koning, zelfs al zou Hij dat niet doen – waar Hij dan ongetwijfeld Zijn redenen voor zal hebben – dan nog zullen wij niet voor u buigen, noch het beeld aanbidden.’

Het geloof en vertrouwen hebben dat God kan redden, kan genezen, voor uitredding kan zorgen, kan voorzien in werk, in woonruimte, ach, vul zelf maar in, maar tegelijk ook de ruimte laten, zoals deze mannen deden, om God God te laten zijn en de uiteindelijke beslissing, hoe die dan ook uitvalt, aan Hem over te laten.
Maar daarin dan ook wel je hoofd buigen voor Zijn beslissing, voor Zijn keuze, want dat is wat deze mannen doen.
Zelfs indien Hij ons niet redt, nou, dan gaan we dood, maar buigen en aanbidden zullen we niet.

Absolute overgave.
Vertrouwen op wie Hij is, op Zijn wijsheid en leiding; ongeacht wat er gebeurt, ongeacht de consequenties.

Sadrach, Mesach en Abednego lieten God God zijn.
In hoeverre laten wij God God zijn?

maandag 6 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (1)

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (75)

U hebt mijn omzwervingen geteld;
doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register?

Psalm 56:9

Vanmorgen hadden wij weer onze maandelijkse Vrouwenbijbelstudie.
We gebruiken voor onze Bijbelstudie het boekje ‘Groeien in vertrouwen’ van Marleen Ramaker.
Het is een al wat ouder boekje, maar dat doet niets af aan de schatten die het met zich mee draagt.
(Zie: Boekinfo)

Deze keer mocht ik het voorbereiden en ik ben er gistermiddag dan ook eens goed voor gaan zitten.
Hoe verder ik in het hoofdstuk kwam, hoe meer mijn hart zich vulde met vreugde.
En toen ik klaar was, zat ik bijna op mijn stoel te wippen, zo opgewonden was ik van vreugde door de boodschap.

Dezelfde tekst heb ik er gisteravond al uit gehaald voor mijn pagina ‘Bemoedigingen voor de nacht’, maar ook vandaag moet ik er gewoon nog even op doorgaan en het ook plaatsen onder het label ‘Bedenk en onthoud’.
Want het is zo bijzonder!
Het getuigt van hoe indrukwekkend groot God is, maar er ligt ook zo’n bemoediging in.

Want het zijn niet alleen de omzwervingen van David dit God geteld heeft, maar Hij telt ook die van ons.
Elke stap die wij zetten, elke weg die wij gaan, elke traan die wij huilen, alles is bij Hem bekend!
En nog meer, Hij heeft ze zelfs opgeschreven in Zijn boek en onze tranen in een kruik gedaan.
God verliest ons niet uit het oog.

In dezelfde Psalm, vers 10, zegt David: ‘Dit weet ik: dat God met mij is.’
En dit mogen wij ook zeker weten, God is met ons, met een ieder van ons.

David schrijft deze woorden niet, terwijl het hem voor de wind gaat.
Dus we kunnen niet van hem zeggen dat hij makkelijk spreken heeft, want niets is minder waar.
Hij gaat juist door een hele moeilijke tijd heen; hij wordt van alle kanten belaagd.
Mensen vertrappen hem, benauwen hem, verminken en zoeken het kwade.
Ze loeren op zijn leven, willen hem aanvallen, bespieden hem.
En het is in deze moeilijkheden dat hij toch beseft, dat God hem ziet, bij hem is, voor hem zorgt.
Zijn vertrouwen is en blijft ondanks de omstandigheden op God.

En dit kan, omdat David God gelooft.
Hij gelooft dat God, als de eeuwige, het verleden, het heden en de toekomst overziet en alles in de hand heeft.

En zo is deze cirkel rond.
Indrukwekkend is de grootheid van God in de woorden van David en tegelijkertijd ook zo bemoedigend.
Maar het kan alleen zo bemoedigend zijn, als wij met David geloven in die grootheid van God.
Dat Hij, als de eeuwige, als de Schepper, alles in de hand heeft, alles overziet, ons niet uit het oog verliest.













Mijn wegen zijn U bekend, o God.
Waar ik ook ga of sta,
U hebt ze alle geteld en opgeschreven.

Ook mijn tranen zijn niet voor U verborgen.
U verzamelt ze en doet ze in Uw kruik;
elke traan die ik huil in heel mijn leven.

Het getuigt van Uw indrukwekkende grootheid.
Het bemoedigt mij dat U mij zo ziet.
Het geeft mij kracht, dat U mij niet zult begeven.

U bent de God op wie mijn hoop is.
U bent de God op wie ik vertrouw.
U bent de God die ik alle eer wil geven.

maandag 28 januari 2013

Hoeveel te meer ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (28)

Graf en verderf liggen open voor de HEERE –
hoeveel te meer de harten van de mensenkinderen.

Spreuken 15:11

Opnieuw raak ik onder de indruk van hoe God de mens kent, hem doorgrond.
Het blijft ook overal in de Bijbel opduiken en terugkomen.
Ook hier in het vijftiende hoofdstuk van het Bijbelboek Spreuken komt het weer naar voren dat niets voor God verborgen is.
Hoe meer ik hier mee bezig ben; hoe meer ik lees en terugzie in Zijn woord, hoe Hij ons kent en ons hart doorgrond, hoe meer ik het gevoel heb dat het terrein van mijn hart opener en groter wordt.
Leek het voorheen (gevoelsmatig) een afgebakend terrein, nu lijkt het wel of er steeds meer omheining verdwijnt.
Niet omdat ik dingen voor Hem verborgen probeerde te houden, maar doordat de diepte, de reikwijdte van Zijn woord, in mij groter wordt.
(Weet niet goed hoe ik het anders zou moeten omschrijven)

Graf en verderf – andere vertalingen spreken van ‘de afgrond van het dodenrijk’, of ‘de hel en het verderf’, of ‘de hel en de onderwereld’.
Maar hoe je het ook noemt, het gaat erom dat God ook bekent is met alles wat er zich afspeelt aan de andere zijde van het leven.

Job zegt hierover: *Het graf is naakt voor Hem, en er is geen bedekking voor het verderf.
*Open en bloot ligt het dodenrijk voor Hem, in de onderwereld is niets voor Hem verborgen. (Job 26:6 – HSV & GNB)

Hoeveel te meer, zegt de tekst dan, liggen de harten van de mensenkinderen niet voor Hem open.
Tja, als God zelfs tot in de hel weet wat er gebeurt, dan weet Hij zeker ook wat er zich afspeelt in ons binnenste en in onze gedachtewereld.

(Hart en gedachten worden vaak in één adem gebruikt.
Ons gevoelsleven en onze gedachtewereld zijn immers ook zeer nauw met elkaar verbonden en het is soms ook heel moeilijk om ze van elkaar los te maken.
Ons denken beïnvloed ons gevoel en andersom.)

Een mooi voorbeeld wat de Bijbel ons geeft over hoe de Heer ons kent en doorgrond, is uit Johannes 2:23-25:
‘Tijdens het Paasfeest was Hij -Jezus- in Jeruzalem, en bij het zien van de wondertekenen die Hij deed, gaven velen Hem hun vertrouwen en kwamen tot geloof in Hem.
Maar Jezus gaf hun Zijn vertrouwen niet, want Hij kende hen allen.
Niemand hoefde Hem iets over de mens te vertellen, want Hij wist wat er in de mens omgaat.

Dat Jezus dit ook echt wist, bleek later wel weer, als Hij aangeeft in Johannes 6:64:
‘Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. (Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden.)’

Ook  nog wat later, als Zijn lijden sterven al voorbij is, komt het opnieuw terug, als Jezus aan Petrus voor de derde keer vraagt of hij van Hem houdt.
Petrus zegt dan: ‘Petrus werd bedroefd, omdat Hij voor de derde keer tegen hem zei: Houdt u van Mij? En hij zei tegen Hem: Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik van U houd. Jezus zei tegen hem: Weid Mijn schapen.’

Niets is voor Hem verborgen.
Noch de diepe roerselen van ons hart, noch onze gedachten.
Noch wat we voelen, noch wat we denken.
Hij doorgrondt en kent ons volkomen.

Arglistig is het hart, boven alles,
ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren,
en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen,
overeenkomstig de vrucht van zijn daden.
Jeremia 17:9,10

… zou God dat niet onderzoeken?
Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt.
Psalm 44:22

… luistert U dan vanuit de hemel, Uw vaste woonplaats, vergeef, en geef een ieder naar al zijn wegen, U, Die zijn hart kent.
U alleen kent immers het hart van de mensenkinderen …
2 Kronieken 6:30

zondag 27 januari 2013

Tot op de bodem van ons hart ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (27)

In eigen ogen heeft een mens altijd juist gehandeld,
maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart.

Spreuken 21:2

Maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart …

Met het laatste gedeelte van deze tekst gaan mijn gedachten (automatisch) naar een  tekst uit Samuël, waar hij naar Bethlehem gaat om daar de man tot koning te zalven, die de HEER hem aan zou wijzen. (1 Samuël 16:1-13) 

Ik weet dat het eigenlijk niets met elkaar te maken heeft, gezien het eerste gedeelte van de bovenstaande tekst, maar toch gaan mijn gedachten steeds opnieuw naar dit woord.

 ‘… want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.’
1 Samuël 16:7 (het laatste gedeelte)

Hoewel het in eerste instantie twee totaal verschillende teksten zijn, komen ze uiteindelijk toch op hetzelfde neer.
In beide gevallen ziet God verder dan de mens; in beide gevallen ziet God naar het hart.
Voor God is het hart van de mens het belangrijkste.
Het hart is waar het bij Hem om draait.

God ziet door mooie buitenkanten heen.
God ziet voorbij onze redenaties.
God ziet wat achter de boodschap zit die we afgeven.
God ziet de oorsprong van ons handelen en Hij ziet het doel van ons handelen.

In onze eigen ogen kunnen we misschien altijd wel goed gehandeld hebben en vaak kunnen we mensen daarin nog meenemen en om te tuin leiden, maar voor God is niets verborgen.

We kunnen mensen ergens aanstellen, omdat ze zo goed kunnen spreken, of zo charmant zijn, of zo charismatisch of …, en er vervolgens achterkomen, dat hun hart niet op de juiste plaats zit.

God kijkt tot op de bodem van ons hart en weet, ziet, proeft …

Bewaak daarom boven alles je eigen hart,
want daar ligt de bron van het leven.

Spreuken 4:23


HEER, U ziet
tot op de bodem
van ons hart.
U ziet wat daar leeft,
en of het
Uw woorden tart.

U ziet onze motieven;
U ziet, wat aan ons handelen
ten grondslag ligt.
Moet het verborgen blijven,
of verdraagt het
Uw licht?

Leer ons
boven alles
ons hart te bewaken,
opdat de bron van leven
niet met verkeerde dingen
besmet zal raken.

maandag 14 januari 2013

Ik buig en kniel voor U

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is …   (14)

Mijn God, doorgrond mij,
kijk in mijn hart,
onderzoek mij,
peil mijn gedachten.
Dreig ik van U af te dwalen,
breng mij dan terug op de weg naar U.

Psalm 139:23,24

Er is Iemand  voor wie niets verborgen is.
Voor wie geen enkel hart ook maar iets kan verbergen.
Voor wie geen gedachte onbekend is.

Iemand die je zo door en door kent; je zo kent zoals je jezelf soms niet eens kent.
Die weet heeft van hetgeen ten diepste in je leeft, wat er ten grondslag ligt aan wat je wel of niet doet, en het waarom.
Je motieven kent, je intentie, je gevoelens, je hartsgesteldheid.
En Die dan ook nog bereid is om je, als je je op de verkeerde weg bevindt, terug te leiden op de juiste weg, als je Hem daarom vraagt.

Dit ontdekken, tot deze ontdekking komen, maakt je klein, heel klein, en stil.
Het doet je beseffen hoe oneindig groot Hij is en hoe indrukwekkend Zijn daden.

God, Jaweh, Adonai, El Elohim …

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid eren.

U doorgrond mijn hart,
U ziet mijn wegen.
U kent al mijn gedachten,
de woorden,
die ik voor U hield verzwegen

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Niets kan ik voor U verbergen,
nergens kan ik U ontlopen.
U ziet mij,
al zou ik in het donkerste hoekje
zijn weggekropen.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

U weefde mij, schiep mij,
zag mijn vormeloos begin.
Uw gedachten
zijn talrijk en kostbaar;
geven mijn leven zin.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Laat mij nimmer vergeten
hoe groot en machtig U bent.
En dat U,
Die grote G’D en HEER,
mij bij name kent.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
en Uw grootheid eren.
 
                                                         Heer die mij ziet zoals ik ben.
                                       The Psalmproject
 

woensdag 9 januari 2013

U ziet mij en weet wat ik zeg, denk of doe

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is …  (9)

U slaat mij gade
of ik nu rust of werk.
Wat ik ook doe:
het is U vertrouwd.
Voor er een woord over mijn lippen komt,
weet U al, Heer, wat ik denk.

Psalm 139:3,4

Hij weet alles van mij, van jou, van ons allemaal.
Hij ziet wat we aan het doen zijn, nog meer dan dat, Hij ziet het niet alleen, het is Hem bekend, het is Hem eigen, het verrast Hem niet.
Of we nu aan het werk zijn of lekker lui in een stoel een boek zitten te lezen.
Of we nu aan het sporten zijn of met de hond aan het wandelen zijn in het bos.
Of we nu op school zitten, in de lesbanken, of onderweg zijn in de auto.

Of we nu iets vriendelijks willen gaan zeggen of willen gaan schelden.
Of we willen gaan zingen of gaan mopperen.
Of we nu woorden willen gaan spreken die leven brengen of woorden die af zullen gaan breken.

Of we nu …
Of …

Wat we ook doen, niets zal Hem verrassen.
Ook niet in ons spreken, in wat we zellfs maar willen gaan zeggen.
Met al onze wegen, met ons zijn, is Hij bekend.


De Heer kijkt naar de mensen op aarde,
vanuit de hemel houdt Hij hen in het oog.
Vanuit de plaats waar Hij woont
slaat Hij hen gade.

Hijzelf heeft hen gemaakt,
Hij doorziet al hun bedoelingen.
Psalm 33:13-15

Waar mensen naar kijken is niet belangrijk; mensen kijken immers naar het uiterlijk, maar ik kijk naar het hart.’
1 Samuël 16:7b

Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.
Spreuken 4:23


Niets is voor Uw ogen verborgen,
met al mijn wegen bent U bekend.
Toch hoef ik niet te vrezen
dat U mij zo goed kent.
 
Vanuit Uw liefde ziet U op mij neer;
U wilt mij leiden op mijn wegen.
Mij corrigeren daar waar nodig is
en mij overladen met Uw zegen.

 
 


dinsdag 8 januari 2013

Hij kent mij!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is …   (8)

Heer, U doorgrond me,
U kent me.
U ziet mij,
of ik nu zit of sta.
U verstaat mijn gedachten
al van verre

Psalm 139:1,2b

Niemand kent mijn gedachten
niemand kan voelen
wat ik voel.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kan mijn pijn voelen,
niemand ziet de tranen
die in stilte vloeien.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kent mij echt,
niemand weet
waarom ik soms lach
terwijl mijn hart huilt.
Niemand weet
wat er ten diepste
in mij omgaat.

Niemand kan mij doorgronden,
ik soms mijzelf niet eens.
Mijn diepste roerselen
zijn soms zelfs
voor mij verborgen.

Maar Hij kent mij!
Hij kent mij
zoals niemand anders
mij kent,
noch ik soms mijzelf.
Hij alleen weet
wat er ten diepste
in mij leeft.
En in die God
is mijn leven geborgen.