zaterdag 31 augustus 2013

Kom terug!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (91)

Ik vraag jullie, ontrouwe kinderen, terug te komen.
Jeremia 3:14a

(Jeremia 3)

‘Ik vraag jullie …’
Deze woorden raakten mij vanmorgen toen ik ze las.
God, die vraagt.
De andere vertalingen zeggen: ‘spreekt de Heere’, of ‘luidt het woord des Heren’, maar mij trof deze woorden zoals ze in de GNB staan.
‘Ik vraag jullie.’

Deze woorden spreekt God bij monde van Jeremia tot Zijn volk Israël en haar zuster Juda.
God vergelijk Zijn volk hier met een overspelige vrouw.
‘Heb je gezien,’ zegt Hij in vers 6, ‘hoe ontrouw Israël Mij geworden is? Ze heeft ontucht bedreven op elke hoge heuvel en onder iedere groenen boom.’
 ‘Met haar lichtzinnige overspel bezoedelde ze het hele land …’
‘… Maar jullie (Israël, Juda, de gehele mensheid) zijn Mij ontrouw geworden, als een vrouw aan haar man, …’

‘Ik vraag jullie. ontrouwe kinderen, terug te komen.
Ik ben niet wraakzuchtig.
Ik zal genade voor recht laten gelden, daar sta Ik voor in.
De enorme liefde van God voor Zijn volk die in deze woorden doorklinkt, raakt me diep.
‘Ik vraag jullie terug te komen!’
Wie zou dat doen?

Aan de kant gezet.
In geruild voor een ander.
Afgewezen.
Onverschilligheid.
Afgedankt.
Vergeten.

‘Ik vraag jullie terug te komen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die zijn afgedwaald, die Mij aan de kant hebben gezet, die Mij niet nodig denken te hebben.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die weggelopen zijn, Mij de rug hebben toegekeerd, Mij hebben afgewezen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die tegen Mij in opstand zijn gekomen, Mij niet willen kennen.
Ik vraag jullie terug te komen …’

Nog steeds klinkt Gods roep.
Ook in deze tijd zegt Hij het nog steeds: ‘Kom terug!’
Nog steeds is er genade.
Nog steeds is er vergeving.
Nog steeds staat Hij klaar om te overladen met Zijn liefde.

Als ik om me heen kijk, de nieuwsberichten hoor of lees; of als ik ook naar mijzelf kijk, naar mijn eigen falen en gebreken, mijn zonden, dan word ik heel klein en stil om zoveel liefde.
Al wat wij hoeven te doen is onze schuld te bekennen en ons af te keren van onze verkeerde wegen, en Hij zal ons opnieuw in genade aannemen.
Hij verlangt er zo naar!
Hoor hoe immers Zijn liefde, Zijn verlangen naar Zijn volk, naar Juda, naar ons, doorklinkt in deze woorden: ‘Ik vraag je: Kom terug!’


Ook vandaag klinkt Zijn vraag: ‘Kom terug! Ik vraag je, kom terug!’
Nog steeds klinkt Zijn liefde, Zijn verlangen, naar deze verloren wereld, naar jou!
Nog steeds zijn Zijn armen uitgestrekt om hen die tot inkeer komen in Zijn armen te nemen.
Zijn liefde en verlangen is niet meer alleen voor Zijn volk, maar een ieder mag, dankzij het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha, delen in deze liefde van God.

Hoe indrukwekkend groot is Zijn liefde …
 


dinsdag 27 augustus 2013

Blijf klimmen!

De dag ‘Women to Womendag’ van Open Doors is inmiddels alweer even geleden; ruim twee maanden om precies te zijn, maar net kreeg ik het notitieblokje in handen dat ik die dag had gebruikt.
Ik bladerde het nog wat door en kwam bij de laatste zin die ik had opgeschreven van de toespraak van Makruhi (niet haar echte naam) over de vrouwen in Irak.
Een zin, die mij diep raakte en bemoedigde; en nog steeds.

‘Blijf klimmen, want de top kan weleens dichterbij zijn dan je denkt’

In haar toespraak vergeleek ze geloven met het beklimmen van een berg.
Ik weet niet meer wat ze er allemaal precies over heeft gezegd, maar uit mijn aantekeningen komt wel de vraag naar voren: blijven klimmen of opgeven?
Aan ons de keuze.

Ik herlees de punten die ik opgeschreven heb over wat ik kan leren van de vrouwen uit Irak.
* Niet vasthouden aan het materiële.
* Niet terugkijken naar wat is geweest.
* Zien op hoe God heeft geholpen in het verleden.
* Vol moed naar de toekomst kijken.
* God verlaat nooit.
* Uitdagingen en moeilijkheden helpen je je gaven en talenten ontdekken en ontwikkelen, zodat je moeilijkheden kunt doorstaan.

Ik weet niet of ik alle punten heb kunnen noteren toen, maar deze punten zijn al heel wat.
Als ik de berg in gedachten neem bij deze punten, dan zie ik hoe vasthouden aan het materiële, betekent dat je niet verder kunt klimmen.
Je hebt immers je handen vol.
Ook terugkijken naar wat is geweest, helpt ons niet verder; het ontneemt ons eerder de moed om verder te gaan.
Zien op hoe God ons eerder heeft geholpen, is als een uitgestoken hand op de berg.
Kom maar, Ik hielp je toen, en doe het nu nog steeds.
Het geeft hoop en moed voor de toekomst.
God verlaat ons immers nooit!
Met het omhoog kijken kunnen we verder klimmen.
Allerlei obstakels zullen we op de berg tegenkomen, maar met Zijn hulp kunnen en zullen we ze overwinnen, en daarin versteld staan van Hem, maar ook van onszelf.
We zullen soms dingen kunnen of doen, die we nooit van onszelf hadden verwacht.

Ook gaf ze drie redenen om door te gaan met klimmen en niet op te geven.
* Denk aan de prijs; zie op de prijs!
De prijs die ons wacht is een eeuwig leven met Christus.
* Er zijn pleisterplaatsen, hulpposten onderweg naar boven.
Ook in onze geestelijk klim zijn deze er; vele gelovigen zijn ons immers voorgegaan.
* We kunnen anderen helpen in onze klim naar boven.
De helpende hand zijn voor zowel de mensen in Irak en alle andere vervolgde landen, door gebed, een kaartje …, als voor mensen dichtbij.
‘Een zin van bemoediging kan je hele leven veranderen.’ (Makruhi)
* Blijf klimmen, want de top kan weleens dichterbij zijn dan je denkt.
Soms is de top van een berg niet eerder zichtbaar dan wanneer je het laatste stukje heb gehad.
Opeens ben je er.

‘Blijf klimmen, want de top kan weleens dichterbij zijn dan je denkt.’
Houd vol, als je leven vol moeilijkheden is en tegenslagen.
Zie Zijn uitgestoken hand die jou wilt helpen.
Hij is als het touw en de zekeringen in de berg, waardoor je niet te pletter valt.
Houd moed, als alles om je heen donker en onzeker is.
Jezus is het licht der wereld, een licht door niets en niemand ooit te doven en Hij schijnt in jouw duisternis met Zijn liefde en kracht.
Bij Hem kun je uitrusten en op krachten komen.
Geef niet op, als stormen je (bijna) tot wanhoop drijven; zie op Hem, Hij is je in alles voorgegaan en wacht op jou om je de prijs te geven.
De kroon des Levens.
 

‘Blijf klimmen, want de top kan weleens dichterbij zijn dan je denkt’

woensdag 21 augustus 2013

Strijd en overwinning

Toen ik gister 2 Kronieken 20 noemde (en dan om precies te zijn 2 Kronieken 20:1-23), wil ik het daar niet alleen bij laten.
Ik dacht dat ik er al over geschreven had, maar ik kon niets terugvinden, totdat ik even in mijn mappen ging kijken en ja, daar kwam ik wat tegen.
Op mijn oude site* bleek ik er een keer over geschreven te hebben na aanleiding van een toespraak die we op een vrouwenochtend hebben gehoord.
Ik wil het graag ook hier delen; de lessen die erin liggen zijn te waardevol om te laten liggen.
En het past eigenlijk ook heel goed in de serie:

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (90)


U bent onze God. Straf hen af, want wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht.
We weten niet wat we moeten doen, maar onze hoop is gevestigd op u.

2 Kronieken 20:12


De eerste verzen laten de problemen zien.
In Josafat’s  geval een groot leger dat oprukte naar zijn land om oorlog te voeren.
Josafat schrikt verschrikkelijk, maar hij wend zich tot God om hulp.

De bijzondere les van vanmorgen lag (en ligt) in het gebed van Josafat.
(Ik moet bekennen, dat ik dit zelf zo niet had ingezien, maar ik dank God voor mensen die ons onze ogen helpen openen om Gods woord te leren verstaan, want als ik het zelf had gelezen, en dat heb ik vast wel vaker gedaan, toch heb ik niet gezien welke les er in besloten ligt)
Josafat gaat bidden, maar hij begint niet met zijn nood bij God neer te leggen, met klagen, met zijn angst uit te spreken.
Nee, Josafat begint zijn gebed met het uitspreken van wie God is en wat Hij gedaan heeft in het verleden!
Hij richt zijn hart eerst op God en niet op de problemen!
Door zijn hart eerst op God te richten, krijgen de problemen niet de eerste plaats toebedeeld, maar de grootheid van God.
Vervolgens legt hij al zijn nood bij God neer en geeft aan dat alleen God kan helpen.
Wanhoop klinkt er door in zijn gebed als hij aangeeft dat ze zelf niet tegen deze overmacht zijn opgewassen, maar ook klinkt er geloof in door, dat God het wel kan doen.
‘Wij weten niet wat wij moeten doen, maar onze hoop is op U.’
Er klinkt verwachting in door.
Hij verwacht wat van God.

Ik weet niet hoe het bij een ander is, maar ik weet wel, dat, als ik problemen heb, of er gebeuren allerlei vervelende, nare dingen of wat dan ook, dat ik dan vergeet te kijken naar wie God is en wat Hij allemaal al niet voor mij heeft gedaan.
Ik denk daar eigenlijk niet eens aan, nee, ik begin dan gelijk met het uitstorten van met nood, mijn problemen, mijn … wat mij ook bij God brengt.
En ik realiseerde me, dat mijn gebed dan vaak één grote klaagzang is, één grote wanhoopskreet zonder nog te beseffen wie God eigenlijk werkelijk is.
Ja, natuurlijk, ik kom wel aan het eind met: U heeft mij toch al eerder geholpen, wilt U het opnieuw doen, U bent toch God etc., maar mijn problemen krijgen de eerste plaats en de grootheid van God de tweede plaats.
Hierdoor zijn mijn problemen groter dan God in plaats van andersom.
Maar daardoor wordt mijn verwachting van God ook minder groot, want de problemen overheersen.
Maar God is altijd groter dan welk probleem ook.
Dat is een feit!
Eigenlijk was de boodschap zo logisch.
Eigenlijk wist ik het wel.
En toch …

Vervolgens spreekt God door Zijn Geest tot een Leviet en geeft hen antwoord.
En wat voor antwoord.
Ze zouden zelf niets hoeven te doen, God zou het voor hen doen.
God zou voor hen de strijd strijden.
Ze moesten oprukken, oog in oog komen te staan met de vijand, maar ze hoefden niet ten strijde te trekken.
De strijd zou door God gestreden worden.
God zegt hen, dat ze niet bang hoefden te zijn, want Hij staat aan hun kant.
Josafat’s antwoord hierop is in alle nederigheid Gods Almacht erkennen en hij werpt zich ter aarde om God te aanbidden en Hem te prijzen en groot te maken.
De volgende dag doet Josafat wat God hem gezegd had te doen.

In mijn ogen eigenlijk nog meer.
Want naast dat hij oprukt met zijn leger, spreekt hij zijn vertrouwen in God uit naar zijn volk en hij stelt voor in het leger mannen in feestgewaden op om muziek te maken voor de Heer en Hem te loven en te prijzen.
Josafat vierde eigenlijk al de overwinning nog voor die er was.
Hij geloofde, vertrouwde God volledig op Zijn woord.
Hij kende God en hij wist dat God te vertrouwen was en van daaruit handelde hij.
De overwinning kwam, zonder dat ook maar één van hen iets hoefde te doen.
Fysiek, althans.
Want er werd wel iets anders van hen verwacht.
Het eerste wat hij moest doen, was geloven dat God door iemand anders heen Zijn boodschap gaf en erop vertrouwen dat God zou doen wat er gezegd werd.
Vervolgens moesten ze ook gehoorzamen en doen wat God gezegd had door die persoon heen.
Aansluitend getuigde Josafat van zijn geloof en vertrouwen in God door Hem te loven en te prijzen en God groot te maken en de overwinning kwam.

Hiermee laat Gods woord ons ook zien, dat we wel open moeten staan voor woorden die God spreekt door andere mensen heen en niet zo maar naast ons neerleggen.
Ook vandaag de dag spreekt God door mensen heen.
Nee, we moeten niet alles klakkeloos aannemen, maar ook niet zomaar zonder meer afwijzen.
God heeft ons Zijn woord gegeven om te toetsen.
Daarnaast is gehoorzaam zijn een belangrijk aspect.
Als God zegt dat Hij voor ons strijd, en dat zegt Hij ook tegen ons door Zijn woord, dan moeten wij net zoals Josafat doen wat God zegt.
Maar wat is dat moeilijk.
Regelmatig realiseer ik mij achteraf, dat ik als een opstandig kind het weer zelf heb willen doen en het enige wat ik ermee bereik is, dat ik God voor de voeten loopt en Hij niet kan doen wat Hij wilde doen of wil doen.
En waar blijft mijn lofprijs en aanbidding voor dat het einde van de strijd in zicht is?
Durf ik, kan ik Hem danken, loven en prijzen terwijl de strijd nog gestreden moet worden, het einde er nog niet is?
Ja, Jezus heeft de Overwinning behaald, maar leef ik daar ook naar, daar uit?
Tot mijn grote schaamte en verdriet moet ik bekennen dat ik dat vaak vergeet en dat God zelf, of een ander mij daar soms eerst weer op moet wijzen.

Vanmorgen kwam in de studie niet naar voren dat niet iedere strijd op deze zegevierende manier ten einde komt.
Dit Bijbelgedeelte geeft dat ook niet weer.
Zo bidden, zo geloven, vertrouwen, zijn geen garanties dat iedere strijd die we strijden moeten, zo zegevierend ten einde komt.
Toch geloof ik wel, dat als wij staande blijven in ons geloof en in ons vertrouwen in Hem, dat, al lijkt voor de wereld de strijd niet gewonnen, wij toch de strijd gewonnen hebben;
simpelweg om dat Jezus de Overwinning reeds heeft behaald!
Maar ik geloof ook, dat, ik tenminste wel, veel meer nog moet leren staan op wie God is, van daaruit leven, bidden, handelen.
Dat ik nog veel meer moet leren om ten alle tijden eerst God de plaats te geven die Hem toekomt en vervolgens pas met mijn noden bij God te komen, zodat ik krachtiger wordt, sterker wordt omdat ik meer en meer ga beseffen hoe groot God is en hoe afhankelijk ik van Hem ben.
Waardoor Hij meer en meer de ruimte krijgt om in mij en door mij te werken.

Vader God, ik dank U met heel mijn hart voor Uw woord, maar ook voor Uw geduld met mij.
Ik dank U, dat U zoveel tijd en ruimte neemt om mij te onderwijzen en U van mij houdt.
Leg zo al deze woorden in mijn hart en laat ze wortel schieten in mijn hart, opdat mijn geloof in U en mijn liefde voor U alleen groter wordt.
Ik prijs Uw grote naam.
Halleluja.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -

* DD. - 1-02-2010 - www.intoyourhands.punt.nl


maandag 19 augustus 2013

Door de dood heen ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (89)

De laatste week dringen de woorden uit Nehemia zich weer behoorlijk op.
Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is.
Bedenk!
Zo ook vanmorgen.
Ik was al vroeg wakker en kon niet meer in slaap komen, dus ben ik maar naar beneden gegaan en pakte mijn Bijbel.

Door een kaart die als een soort liniaal in mijn Bijbel ligt, slaat mijn Bijbel automatisch open bij 2 Kronieken 20.
En prachtig hoofdstuk, waar ik al veel door heb geleerd, maar toch bladerde mijn hand wat heen en weer en bleef liggen rusten bij 2 Koningen 13:14-21.
Het gaat over de dood van de profeet Elisa.
Samen met Elia is hij één van de profeten die behoorlijke indruk op mij maken.
Bepaalde gebeurtenissen uit hun levens zal ik nooit vergeten.
En met het lezen van dit stukje over zijn dood, hoor ik tegelijk in mijn achterhoofd nog de woorden die hij tegen Elia sprak bij zijn heengaan: ‘Geef mij een dubbel portie van uw geest.’  (2 Kon. 2:9)

Ik lees over het bezoek van koning Joas aan de doodziek Elisa.
Over zijn aanraken van de handen van de koning terwijl de koning een boog vasthoudt.
Het wegschieten van de pijl en het slaan op de grond met de pijlen en Elisa’s boosheid, omdat de koning na drie keer slaan al ophoudt.
Een verhaal over Gods grootheid op zich, en toch is het de laatste zin van het laatste vers van dit stukje dat mij vanmorgen zo raakt en stilzet bij de grootheid van God.

‘En het gebeurde, toen men een man aan het begraven was, dat zij, zie, een bende zagen. Daarom wierpen zij de man in het graf van Elisa.
Toen de man daarin terechtkwam en met de beenderen van Elisa in aanraking kwam, werd hij weer levend en rees overeind op zijn voeten.’

Meer dan ooit realiseer ik me dat het niet zozeer iets zegt over Elisa maar alles over God.
Er zijn geen grenzen aan Zijn macht!
Door de dood heen maakt Hij levend!

Bewijs: door God gezonden.
Zichtbaar: de grootheid van God.
Hoe indrukwekkend!

En dat besef raakt me deze morgen.
Elisa is dood en begraven en nog werkt God door hem heen!
Nog wordt een andere dode levend als hij in aanraking komt met de beenderen van Elisa.
Duidelijker kan niet: leven en dood zijn in Gods hand!

Met dat ik de woorden ‘door de dood heen maakt Hij levend’ schrijf, komt er één Naam in mijn gedachten: Jezus!
Zijn dood bracht ons leven.
De dood heeft niet het laatste woord; de dood is overwonnen door Jezus Christus, Gods Zoon!

… werd hij weer levend en rees overeind op zijn voeten …
… Met Hem begraven en weer opgestaan …
God laat zien wie Hij is door de dood van Elisa heen.
God laat nog meer zien wie Hij is door de dood van Jezus heen.
Steeds opnieuw laat God zien wie Hij is.
De vraag is: zien wij?
 
HEER, hoe groot en indrukwekkend zijn  Uw daden!
Hoe onvoorstelbaar groot is Uw kracht!
Hoe weergaloos zijn Uw wonderen!
Hoe onovertroffen is Uw macht!

Hoe buitengewoon is Uw grootheid!
Hoe majestueus is Uw heerlijkheid!
Hoe ontzagwekkend is Uw majesteit!
Hoe onvergetelijk Uw liefde en bewogenheid!

- Amen -

zondag 18 augustus 2013

Zingen over Gods kracht en liefde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (88)


Maar ik zal zingen over Uw kracht,
juichen over Uw liefde, mijn God,
vanaf de vroege morgen.
Want U bent een burcht voor mij,
een toevlucht in nood.
Ik zal zingen voor U,
want U geeft mij kracht.
God, U bent mijn burcht,
de God die van mij houdt.

Psalm 59:17,18

U hoort, Heer!
Ik reken op Uw kracht!
Heer, U bent ons schild!

Maar ik zal zingen over Uw kracht, juichen over Uw liefde!
Vanaf de vroege morgen, want …
Ik zal zingen …

David had alle reden om bang te zijn, Saul had immers bevolen om zijn huis te omsingelen en hem te doden.
Je kunt dus wel zeggen dat hij behoorlijk in het nauw zat.
En Hij doet het enige dat hij kan doen, Gods aangezicht zoeken en zijn hart uitstorten bij God.
Hij houdt God het gehele plaatje voor van de situatie waarin hij zit en hij schroomt niet om al zijn gedachten  en gevoelens voor God bloot te leggen.
Ik kan hem bijna horen kreunen van ellende, of de boosheid en machteloosheid proeven van het onrecht.
En toch …

En toch klinkt middenin zijn betoog zijn vertrouwen op wie God is.
En toch kiest hij ervoor om zijn betoog te eindigen met een loflied waarin hij Gods grootheid, Gods trouw en liefde wil bezingen, ja, er zelfs over juicht!
Ondanks de omstandigheden waarin David verkeer, kiest hij ervoor om te midden van zijn hachelijke omstandigheden te zien op wie God is.
Gods grootheid, Gods liefde en trouw, Zijn bescherming houdt hij voor ogen!

U geeft mij kracht!
U bent mijn burcht!
U bent de God die van mij houdt!

Ik zal zingen, ook al wordt ik omringd door vijanden die mij naar het leven staan.
Ik zal juichen, ook al blijven ze terugkomen om mij te zoeken om te doden.
Ik zal zingen, vanaf de vroege morgen, want U bent …’

Want U bent!

O, welk een grote les ligt hierin voor ons.
Blijven wij zien op onze omstandigheden of kiezen we er net als David voor om te zien op wie God is?

Het jaar is al iets meer dan half om en door allerlei omstandigheden ben ik niet verder gekomen met het schrijven over hoe groot en indrukwekkend God is.
Natuurlijk ging het nog wel door mijn gedachten, maar er over schijven was al weer even geleden.
Toch merk ik nog steeds dat daarin  mijn kracht en sterkte ligt; bij het steeds opnieuw, iedere dag en in elke omstandigheid bedenken hoe groot en indrukwekkend God is.

Met deze woorden van David besef ik weer opnieuw  hoe zien op de omstandigheden  onze blik van God afhoudt en ons krachtelozer en kwetsbaarder maakt, terwijl als we zien op wie Hij is, op wat Hij allemaal gedaan heeft en wat Hij beloofd heeft om nog te zullen doen, ons boven onze omstandigheden plaatst en God regeert in plaats van de omstandigheden.
Dan kunnen de omstandigheden nog hetzelfde zijn, alleen wij staan er heel anders in.
En als onze lofprijs en aanbidding dan klinkt, net als van David, zal de hemel in beweging worden gebracht, daarvan ben ik overtuigd.

 
En zo wil ik met David zingen over Uw kracht, o God,
met David juichen over Uw liefde.
Ja, vanaf de vroege morgen,
want U bent mijn burcht,
mijn toevlucht in nood!
Voor U zal ik zingen,
want U geeft mij kracht.
U bent mijn burcht,
U houdt van mij!
Halleluja!
 
- Amen -
 

vrijdag 16 augustus 2013

Een instrument van Uw vrede




Heer, maak mij een instrument van Uw vrede.
                        
Laat mij liefde brengen waar haat heerst.
Laat mij vergeven wie mij beledigde.
Laat mij verzoenen wie in onmin leven.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij waarheid brengen aan wie dwaalt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.
Laat mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.

Laat mij niet zoeken getroost te worden, maar te troosten.
Niet begrepen te worden, maar te begrijpen.
Bemind te worden, maar te beminnen.

Want het is toch door te geven, dat men ontvangt,
door te verliezen, dat men vindt,
door te vergeven, dat men vergiffenis ervaart,
door te sterven, dat men verrijst tot het eeuwige leven.

- Amen -

©Franciscus van Assisi
   (1181-1226)

dinsdag 13 augustus 2013

Kom maar bij Mij!

Afgelopen zaterdag had ik een  moeilijke dag.
Ons leven is de laatste jaren niet bepaald makkelijk; ons geloof en vertrouwen in onze hemelse Vader wordt behoorlijk getest.
Echter een telefoontje zaterdagmorgen sloeg mij behoorlijk uit het lood.
Wat kunnen woorden kwetsen; wat kunnen woorden je onderuit halen en je minderwaardig doen voelen.
Ook al zijn ze zo niet bedoel; zijn ze uitgesproken zonder eigenlijk iets verkeerds te bedoelen, gewoon ondoordacht uitgesproken, toch kunnen ze binnenkomen en  flink huishouden.
Een paar uur lang kon ik dan ook niets anders dan alleen maar huilen, huilen en nog eens huilen, zo diep ging de pijn.
Als ik dan op zoek ga naar troost, een lieve vriendin mijn verhaal mail en vraag om gebed voor mij, kom ik bij een gedicht dat ik ooit eens heb geschreven en het zijn deze woorden, naast de gebeden, die mij troosten en weer opbeuren.
Misschien een beetje vreemd om getroost worden door je de woorden van een door jezelf geschreven gedicht, maar zo werkt God soms ook.

Misschien ben jij ook wel verdrietig, of is er in jouw hart een diepe pijn; ben je moe van het huilen of van wat je is, of wordt aangedaan, dan hoop ik dat ook jij getroost en bemoedigd wordt door dit gedicht.












Mijn geliefde dochter,
wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Wees maar niet bang;
wat er ook gebeurt,
waar je ook bent,
waar je ook doorheen gaat,
Ik ben erbij,
je bent niet alleen.

Wordt maar stil
en kom tot rust bij Mij.
Zoals een kind
tot rust komt bij zijn moeder,
zo mag jij tot rust komen
bij Mij.
Leg alles wat je bezighoudt,
alles waarover je je zorgen maakt
maar in Mijn handen
en vertrouw Mij.
Ik ga met jou
door elke situatie heen.

Wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Rust uit
en ontvang nieuwe kracht.
Laat Mij je geest vernieuwen
en je sterk maken.
Immers,
wie moe is beur Ik op;
wie geen kracht meer heeft
maak Ik sterk.

Kom maar
en rust,
rust maar uit
dicht aan Mijn hart.
Ik laat je geen moment alleen.

maandag 12 augustus 2013

Bijzondere bewogenheid

God heeft een bijzondere bewogenheid voor de verschopten.
Hij sluit in Zijn armen wie door de wereld is buitengesloten.
God raapt op wie door de wereld is afgeschreven.

Max Lucado
Uit: Zijn Naam is Jezus

Toen ik deze paar zinnetjes las, ervoer ik de enorme liefde die God voor mij heeft.
Ik ervoer Zijn bewogenheid, ik voelde Zijn armen om mij heen en het was alsof ik opnieuw beleefde hoe Hij mij opraapte en ik voel opnieuw hoe Zijn handen over mijn leven gaan, aanrakend elke verwonding, elke pijn, elke nood, elke ...

En dit wil ik graag delen met iedereen.
Voel jij je zo?
Een verschoppeling, buitengesloten, afgeschreven?
Mag ik je dan deze woorden doorgeven.
God HOUDT van je!
Hij heeft een grote bewogenheid juist voor jou!
Hij wil je oprapen en je in Zijn armen sluiten!
Hij wil je aanraken, vergeven en genezen.

Jezus kwam voor jou, voor mij.
Hij kwam en schaamde Zich niet om met tollenaars en zondaars te eten.
Hij kwam niet om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen.
Hij kwam voor mensen zoals jij en ik, beschadigd, verwond, ziek, zondig en onrein.
(Lucas 5:27-32)
Hij kwam, hoorde, luisterde, antwoordde.

Lees je even met me mee?
Gewoon, zomaar een paar voorbeelden.

Een man die melaats was, kwam naar Hem toe, viel op zijn knieën voor Jezus neer en zei: 'Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken?'
Jezus stak Zijn hand uit raakte hem aan en zei: 'Ik wil het, word rein.'
Op het zelfde ogenblik was de man van zijn melaatsheid af en was hij rein.
Hij mocht het aan niemand vertellen, maar moest zich wel als getuigenis aan de priester gaan laten zien en het offer brengen dat Mozes had voorgeschreven.
(Mattheüs 8:2-4)

Een vrouw, die al twaalf jaar aan bloedingen leed, kwam vlak bij Jezus en raakte de kwast van Zijn kleed aan, want dacht zij, als ik Hem maar aanraak zal ik beter zijn en met het aanraken van Zijn kleed hield de bloeding op en was zij genezen.
Jezus voelde hoe er kracht van Hem was uitgegaan en sprak de vrouw aan.
Zij vertelde Hem haar verhaal en Hij zei: 'Uw geloof heeft u gered, Mijn kind. Ga in vrede; u bent van uw kwaal genezen.'
(Marcus 5:25-34)

Een blinde man, Bartimeüs genaamd, zat langs de weg te bedelen.
Toen hij hoorde dat Jezus voorbij kwam begon hij te roepen: 'Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!'
Hoe meer de mensen hem vertelden dat hij zijn mond moest houden, hoe harder hij ging roepen.
En Jezus bleef staan en zei: 'Roep hem hier. Wat kan Ik voor je doen? Wat wil je?'
'Weer zien, Rabbi!' antwoordde hij.
'Ga maar,'zei Jezus, 'uw geloof heeft u gered.'
Meteen kon Hij weer zien en hij volgde Jezus op zijn weg.
(Marcus 10:46-52)

Een vrouw, die op overspel was betrapt, werd door de schriftgeleerden en Farizeeën bij Jezus gebracht.
Hun bedoeling was om Jezus in de val te laten loten, want de wet van Mozes schreef voor dat deze vrouwen gestenigd moesten worden; zo zouden ze een mogelijk hebben om Hem te beschuldigen.
Terwijl Jezus zwijgend op de grond schreef bleven zij doorvragen totdat Hij Zich oprichtte en zei: 'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien.'
Opnieuw boog Hij Zich voorover en schreef verder.
Toen Hij wat later opkeek zag Hij niemand meer, al haar beschuldenaars waren weggegaan, alleen Jezus en de vrouw waren achtergebleven en Hij vroeg: 'Waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?'
'Niemand, Heer,' antwoordde zij.
'Ga, maar zondig voortaan niet meer.'
(Johannes 8:1-11)

Melaats.
Bloedvloeiend.
Blind.
Overspel.
Zomaar even een paar voorbeelden uit de Bijbel van mensen die door de wereld worden buitengesloten.
Verschoppelingen, afgeschreven.
Onrein verklaard, de mond gesnoerd.
Voor hen geen arm om de schouder, geen vriendelijk woord.
Geen liefde, geen kinderen, geen ...
Veroordeeld door de mensen, geen barmhartigheid, geen genade.

En Jezus?
Hij loopt niet door, Hij stopt en praat met hen.
Hij steekt Zijn hand uit en raakt aan.
Niemand stuurt Hij weg.
Hij neemt de tijd, heeft medelijden, is bewogen.
Hij reikt een ieder de hand en helpt hen overeind.
Hij vergeeft en geneest.
Hij oordeelt niet; zondig niet meer, is Zijn opdracht.
Jezus stuurt niemand weg die bij Hem komt.
Hij heeft juist een bewogen hart voor hen die door de wereld worden uitgespuugd.
Hij wil juist de levens die kapot en beschadigd zijn in Zijn handen nemen, aanraken, vergeven, genezen.
Geen zonde is te groot, geen ziekte te ernstig.
Jezus kijkt niet naar uiterlijk, naar geld, naar status, naar macht.
Nee, bij Hem mag je komen zoals je bent.

Mijn gedachten gaan naar het laatste vers van het gedicht dat ik heb geschreven bij het schilderij 'Waardevol' van Caroline van de Vate.
 
 
"Ik was niet meer dan een beschadigde bloem.
Wachtend om te worden vertrapt of weggedaan.
Maar Hij tilde mij op, omringde mij met zorg
en nam mij, als een waardevolle bloem, in genade aan."

Ben jij die beschadigde bloem?
Wachtend op de om te worden vertrapt, wachtend op de volgende afwijzing?
Weet dan, dat Hij je wil optillen en je met zorg wil omringen.
Hij wil je in genade aannemen, je met alle liefde en tedere zorg omringen.
Strek je uit naar Hem, roep Hem aan en Hij zal je horen!
Roep!
Ook al zeggen mensen om je heen misschien, net als bij Bartimeüs, dat je je mond moet houden.
Roep Hem aan, want Hij zal antwoorden!
Roep hem aan, laat Hem jou in ere herstellen.
Je bent kostbaar, geliefd, bemind en zo ontzettend waardevol!


* Van dit schilderij is ook een kaart met het gedichtje verkrijgbaar.
   Zie: Info en shop

maandag 5 augustus 2013

Ik geef je nieuwe kracht


Heer,
Uw woord klinkt:
'Kom bij Mij;
Ik geef je nieuwe kracht
en maak je sterk.'


Kom bij Mij!
Wordt stil!
Neem een moment van rust.
Laat even alles liggen
en kom in Mijn aanwezigheid.
Je werk loopt niet weg;
het is er straks ook nog.
Kom toch
en rust in Mijn liefde,
wordt verkwikt door Mijn woord,
gesterkt door Mijn Geest.

Je bent Mij zo dierbaar!
Het gaat Me zo aan Mijn hart,
als Ik je zo zie voortjagen.
Het doet Mij zo’n pijn te zien
dat je jezelf soms zo voorbij loopt.
Kom toch,
kom bij Mij
en vind rust voor je vermoeide ziel.
Ook Ik nam Mijn momenten van rust,
zou jij niet hetzelfde moeten doen?

Luister toch naar Mij
en kom, kom bij Mij!
Dan zal Ik  je nieuwe kracht geven
en je sterk maken.

Naar: Jeremia 31:25

zondag 4 augustus 2013

Zegeningen in regendruppels


Bovenstaand lied met zijn indringende tekst, raakte mij, inmiddels alweer even geleden, diep in mijn hart.
Zo herkenbaar en zo waar.
Vandaag moest ik er weer aan denken.
De vermoeidheid van de warmte en van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen maken me kwetsbaar en emotioneel.
Dan is het goed om zo'n lied weer eens te luisteren, de woorden diep tot me door te laten dringen en de woorden die ik er eens bij schreef ook nog eens te herlezen.
Soms geeft God immers Zijn genade, Zijn barmhartigheid juist door de pijn en moeiten van het leven heen.
Dit lied spoorde, en spoort, mij aan om in moeilijke omstandigheden verder te kijken dan wat mijn ogen op dat moment zien.

Dat het niet alleen voor mij maar ook voor jou een eyeopener mag zijn, en tot zegen en bemoediging.


Misschien is het goed
om mezelf eens af en toe
bepaalde dingen af te vragen,
in plaats van boos of verdrietig te worden,
te twijfelen aan Zijn goedheid of liefde,
in plaats van te klagen.

Misschien zitten er wel zegeningen
in de regendruppels,
komt er genezing door tranen heen.
Misschien wil God mij wel leren
door de beproevingen van het leven:
je bent nooit, nee, nooit alleen.

Deze wereld is niet mijn thuis.
De steeds terugkerende pijn in mijn hart,
om alles wat er gebeurt,
getuigt daarvan.
Maar wat als de grootste teleurstellingen,
de pijn van het leven,
deel uitmaken van Gods grote plan?

Ik bid om zegeningen,
om voorspoed,
om bescherming voor mijn leven.
Maar wat als God
Zijn genade en barmhartigheden
nu eens door beproevingen heen wil geven? 
 
 

woensdag 31 juli 2013

The touch of the Master's Hand

In de ogen van mensen kan iets waardeloos zijn,
van geen enkele waarde,
maar in de hand van de Meester ...



Iedereen die zat; niemand die nog stond.
De veilingmeester keek gespannen in ’’t rond.
De veiling kon nu gaan beginnen,
al viel voor die viool niet veel te innen.

Hij hield het ding hoog in de lucht,
"Wie biedt er?" zei hij met een zucht.
Gehavend, bekrast en erg verkleurd,
vandaag dus wordt dit ding verbeurd.

“Wie wil er dan wat geven;
‘'t is mij om het even.
Wie durft? Wie heeft er moed?
Dat ding doet het vast nog heel erg goed.

Zie ik daar dan iemand die het wil?”
Maar niemand sprak, het werd heel stil...
Hoor ik vijf euro, zes of hoor ik zeven?
Maar nee, echt niemand wilde er wat geven.

Toen kwam er iemand aangelopen
die wist hoe hij dat ding moest gaan verkopen.
Hij nam de viool en sprak heel zacht:
“Ik toon u zijn diepe, ware pracht.”

Hij veegde het stof af met een lap,
keek even rond en zette zich toen schrap.
Toen bespeelde hij de snaren
alsof er engelen aan het musiceren waren.

Iedereen luisterde stil en diep geboeid
Voorwaar de hemel was hiermee gemoeid.
Wat een geluid, wat een mooi en zuiver stuk.
Dit was bijzonder, dit was geluk.

Toen het lied ten einde was gekomen,
zaten de mensen stil te dromen.
Geen mens bewoog, niemand sprak een woord
na die muziek van het hemels oord.

Toen klonk opeens de veilingmeester weer:
“Wie wil dit instrument? Aan wie de eer?
Wie wil er dan wat geven
‘t is mij echt om het even.

Maar voor dit klassiek juweel
geeft iemand vast heel veel.
Zie ik daar dan iemand die het wil?”
Och mensen, nu was het niet meer stil.

“Vijfduizend euro, zes of zeven wel misschien?
We gaan al snel nu naar de tien
Wie biedt er meer, wie maken we dan blij?
Verkocht aan iemand op de tweede rij...

Twaalf duizend euro? Nee 't was zelfs iets meer...
Verkocht aan een dikke mijnheer.”
Wat een opwinding daar in de zaal;
duizenden euro's zonder gedraal.

Iedereen schreeuwde wild en verbeten.
Wie had het gedacht, wie had het geweten?
Toen vroeg iemand heel verlegen:
“Waarom is de waarde opeens zo gestegen?

Kan men mij vertellen waar dat aan lag?
Terwijl niemand er eerst wat in zag?
Was het de Meester misschien
die ons het licht heeft doen zien?

Toen hij speelde zagen wij pas
wat een juweel die viool wel niet was.”
"Ja," beaamde toen iedereen daar,
“dat is het antwoord zowaar.

De waarde lag diep in de viool besloten
maar alleen door de meester werd zij ontsloten.”
Zo lopen er ook heel wat mensen hier rond,
gebroken, eenzaam en o zo verwond.

Mensen waar men geen cent voor wil geven,
omdat de zonde aan hen schijnt te kleven.
Maar de Meester wil ook bij hen zo graag spelen
en het duister uit hun leven bevelen.

Alleen de Meester kan de muziek laten klinken.
Alleen door Hem kan de eenzaamheid zinken.


Het gedicht kreeg ik lag geleden toegestuurd via 'Actiefonline', het filmpje vond ik op You Tube.
Dat het je mag bemoedigen!


Vrij vertaald naar een gedicht van Myra Brooks Welch
Copyright 2010 Actiefonline
www.actiefonline.com 
Alle rechten voorbehouden

zondag 28 juli 2013

Als ik in de hemel ben, zeg me dan ...

Vijf dagen geleden (23 juni) plaatste ik het gedicht 'Als ik in de hemel ben, zeg me dan ...' nav. het onderwerp 'De hel leert ons de hemel zoeken (2).
Daar kwamen meerdere reacties op; ook via facebook.
Maar één daarvan vond ik zo bijzonder, dat ik hem graag wil delen.
Wat zou het trouwens geweldig zijn als het ook jou zou inspireren om je eigen versie te schrijven.
Nadenken over de hemel, hoe het zal zijn; gewoon jouw gedachten, jouw verlangens verwoorden.
Het hoeft niet te rijmen, het hoeven geen prachtige volzinnen te zijn, gewoon wat in jouw hart leeft, waar jij naar verlangt, wat jij hoopt.
En mocht je dat doen, wat zou ik het dan bijzonder vinden als je dat met mij (met iedereen) zou willen delen.
Mail het mij (bloemingodstuin@upcmail.nl) en ik plaats het hier op mijn Blog.

Samen nadenken over de hemel; delen waar we naar verlangen.
Eén in Hem, die ons heeft vrijgekocht en waardoor we straks samen voor altijd bij Hem zullen zijn.


Als ik in de hemel ben
Wijst U me dan een plekje
waar ik kan rusten
want ik ben zo moe
moe van het dragen
moe van de pijn
moe van de eenzaamheid

Als ik in de hemel ben
vraag ik niet veel
alleen maar armen om me heen
Armen,
die me wiegen, en
alleen maar een
klein stukje van Uw mantel
om mijn tranen te drogen

Als ik in de hemel ben
wil ik alleen maar
aan Uw voeten zitten
en alleen
maar luisteren
naar Uw stem
Nu zijn er
zoveel geluiden
waardoor ik Uw stem
haast niet herken

Als ik in de hemel ben
dan zou ik zou heel zacht
de liederen horen
die gezongen worden
door hemel koren
en dan Uw stem
het is Volbracht
Op jouw
mijn lieve dochter
heb Ik
zo lang gewacht

Als ik in Uw hemel ben
Dan mag ik schitteren
in witte kleren
en lopen door prachtige
straten van goud
En voor altijd en eeuwig weten
dat ik een echte Vader heb
die van me houd!

(Anoniem, maar met toestemming geplaatst)

vrijdag 26 juli 2013

Zegen de moeders en ontferm U, Heer ...

Ooit kwam ik de hieronderstaande zegenbede voor moeders tegen.
Als moeder raakte het mij en ik vond het mooi om te lezen en ook te bidden voor alle andere moeders.
Ik wilde het graag plaatsen om andere moeders te laten delen in dit gebed, maar terwijl ik er mee bezig was, voelde ik een pijn in mijn hart om de vrouwen die dit misschien ook lezen, maar nooit geen moeder zullen zijn of die nog verwikkeld zitten in de medische molen,.
Of die nog in gevecht zijn met hun grootste wens en verlangen en de wetenschap: (misschien) nooit voor mij.
Speciaal voor hen schreef ik onder elk vers voor moeders een vers voor hen.
Zegen de moeders, en ontferm U, Heer!


Lieve Jezus,
zegen de moeders
die vannacht op waren
met hun huilende baby's.

Zegen de vrouwen
die 's nachts soms wakker liggen
door hun verdriet van het verlangen
naar een kind in hun armen.


Zegen de moeders
die hun kind elke avond
hetzelfde lievelings verhaal voorlezen.
Elke dag weer
op enthousiaste toon verteld.

Zegen de vrouwen
die elke avond gaan slapen
met dezelfde bede op hun lippen.

Elke dag weer dezelfde pijn,
hetzelfde verdriet ervaren, voelen.

Zegen de moeders
die er een verzameling
kindertekeningen op na houden
en je het gevoel geven
dat die hun grootste schat is.

Zegen de vrouwen
die dossiers vol papieren
in hun la hebben liggen
van alle onderzoeken
en die hen nog steeds

hetzelfde vertellen:
nee, nee, nee.

Zegen de moeders
die hun gezinnen financieel onderhouden,
ook al moeten ze soms naar hun werk
met babyspuug op hun blouses,
luiers in hun handtas
en bijtringen aan hun sleutelhangers.

Zegen de vrouwen
die steeds opnieuw worden geconfronteerd
met andere vrouwen die wel kinderen krijgen.

Die op het werk aankomen met babyfoto's
verhalen over het eerste tandje
en het eerste woordje.


Zegen de moeders
die juichen voor het kind
dat een doelpunt scoorde
en zegen de moeders
die juichen voor het kind
dat nooit gescoord heeft.

Zegen de vrouwen
in wiens huis
geen kinderstemmen klinken.
Tegen wie nooit 'mama'zal worden gezegd.
Zegen hen als zij anderen feliciteren
met de geboorte van hun kind,

terwijl hun eigen hart misschien huilt
van stil verdriet  en pijn.

Zegen de moeders
die het nooit moe worden
om voor hun kinderen te bidden.

Zegen  de vrouwen
in hun strijd en gebeden
om te accepteren
dat ze nooit moeder zullen zijn.


Zegen de moeders
die voor hun zieke kind zorgen
en dan genieten van de extra tijd
die ze met hun kind hebben
in plaats van te mopperen
over al dat extra werk.

Zegen de vrouwen
die klaarstaan

voor andermans kinderen.
Ze liefhebben en verwennen;
zodat hun moeders even
tijd hebben voor zichzelf.

Zegen de moeders
die hun kinderen dagelijks
liefde, vrede, vergiffenis,
verdraagzaamheid en nederigheid
proberen bij te brengen
door hun eigen voorbeeld.

Zegen de vrouwen
die , soms misschien dagelijks,

ondoordachte opmerkingen,
of goedbedoelde bemoedigingen
moeten incasseren

en toch verdraagzaam blijven
en vergevingsgezind.


Zegen de moeders
die hun kinderen leren
hun handjes te vouwen in gebed,
voordat ze nog maar een woord
kunnen zeggen.

Zegen de vrouwen
die hun handen vouwen
voor de kinderen van anderen.
Die hun eigen wens (even)
aan de kant zetten
om voorbede te doen.

Zegen de moeders
die genegenheid laten zien
aan hun kinderen.
Geen toonbeeld van perfectie
maar een verpersoonlijking
van liefde.

Zegen de vrouwen
die soms tegen hun eigen gevoelens in,
blij zijn voor de ander,
meeleven  en bewogen zijn.
Terwijl ze later als ze alleen zijn
hun tranen laten gaan.

Dank u, Heer, voor moeders,
voor de door de wol geverfde veteranen,
voor de kersverse moeders
en voor de moeders in wording.
gehuwd of ongehuwd,
arm of rijk,
moeders van hun eigen kinderen,
moeders van pleegkinderen
of moeders van wezen,
want zonder moeders
zou niemand het mooiste kennen
dat er op aarde bestaat:

Moederliefde!

Ontferm U, Heer, over de vrouwen,
die de leeftijd van nog kinderen kunnen krijgen,
zijn gepasseerd.
Ontferm U, Heer, over de vrouwen,

die de grens bereiken
om nog zwanger kunnen worden.
Ontferm U, Heer, over de vrouwen,

die strijden om te accepteren.
Ontferm U, Heer, over de vrouwen,
die ziekenhuis in, ziekenhuis uit lopen;
leven tussen hoop en vrees,
tussen verwachting en teleurstelling,
tussen blijdschap en verdriet.
Ontferm U, Heer, over de vrouwen,
die net te horen hebben gekregen,
dat ze nooit moeder zullen worden,
of alleen 'misschien' via een lange
en moeilijk begaanbare weg.
Ontferm U, Heer, over al deze vrouwen,
wees hen heel dicht nabij
in hun verlangen om wat het mooiste kennen

hier op aarde wordt genoemd.
Ontferm U, Heer!

- Amen -


©Bonita Hele
Met toestemming overgenomen.
Uit: Actiefwww.activatednederland.nl

©Rita Klapwijk

dinsdag 23 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken (2)

Door de warmte schrijf ik niet veel op dit moment; het is te heet op mijn kamertje.
En beneden, waar de twee kids die nog thuis wonen heen en weer lopen, is ook niet echt een optie, daar ik om te kunnen schrijven stilte en rust nodig heb.
Toch wil ik nog even verder gaan op dit onderwerp, daar het niet af is met alleen het vorige schrijven.
Lag het de vorige keer erg op mijn hart lag om te benoemen dat de hel een realiteit is en geen verzinsel, of iets dat God toch niet zou doen, nu verlangt mijn hart naar de hemel.

Mijn gedachten gaan verschillende kanten uit, maar het meest moet ik terugdenken aan een boek van Adrian Plass waar ik jaren geleden in begonnen ben en nooit heb uitgelezen, omdat ik stuk liep op een bepaald stukje over de hemel.
Het boek, een dagboek, heet ‘De ontluiking’ – Gods reddingsplan voor mensen met angst.
(Zie: Boekinfo)
Angst was, ondanks dat ik geloofde, mijn vijand en metgezel.
Met ieder hoofdstuk dat ik las, schreef ik daarna mijn eigen gedachten en gevoelens op en hoopte dat ik iets verder zou komen in mijn strijd tegen mijn angst.
De schrijfblokjes met al mijn gedachten en gevoelens heb ik nog steeds en ik heb het laatste schrijven even opgezocht.
Dinsdag, 18 februari 1997 – Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Het hoofdstukje heet: Hemel op aarde?
Johannes 14:1-6 is het uitgangspunt.

Ik weet niet of iemand van jullie Adrian Plass kent, maar van zijn schrijfstijl houdt je, denk ik, of niet.
Zelf heb ik verschillende boeken van hem in mijn kast staan; ik houdt over het algemeen wel van zijn schrijven.
(Al is het lange tijd geleden dat ik één van zijn boeken heb gelezen, maar goed, dat is wat anders)
Na het tekstgedeelte schrijft hij niet zoals in de rest van het boekje een stukje en een gebed, maar verwoord in een gedicht zijn gedachten en gevoelens, zijn verlangens en hoop.

‘Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er vliegers zullen zijn …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat ik er vrienden zal ontmoeten in oude Susses-cafë’s vol eikehout …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er seizoenen zullen zijn waarin de kleuren vliegen …

Als ik in de hemel ben
zeg me dan  …’

Ik moest hiermee gaan nadenken over de hemel, maar ik kon niets verzinnen.
Als ik in de hemel ben, ja, wat dan?
Wat verwacht ik?
Wat verlang ik?
Waar verlang ik naar?
In de kringen waar ik vandaan kom, werd er, in mijn herinnering, niet bepaald over de hemel nagedacht of gesproken, eerder over het andere.
Nog weet ik dat ik vreselijk heb zitten huilen, omdat ik niet in staat was om iets te verwoorden.
Ik kon niet, ik durfde niet …
Hoe  kon je zo denken en schrijven?
Angst om dit soort gedachten en verlangens uit te spreken, op te schrijven, verlamden mij.
Er waren zoveel dingen die ik zo graag zou willen, die ik had willen doen, maar die niet mochten, omdat ze ‘fout/zondig’ waren.
Zoveel dingen die ik niet durfde, uit angst voor wat er kon gebeuren.
En ik heb het boekje weggelegd en ben er nooit meer in verder gegaan.
Toch was ik het nooit vergeten; het bleef in mijn achterhoofd zitten en kwam af en toe boven, totdat het moment dat ik in staat was om mijn eigen versie te schrijven van ‘Als ik in de hemel ben, zeg me dan …’

Als ik mijn schrijven weer lees, komen er tranen, tranen van verdriet om de pijn die ik voel die achter deze woorden zit.
Maar tegelijk zijn er een paar liederen die daarboven staan, die weerklinken in mijn hoofd en mij vreugde geven.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik dansen kan,
dansen op hemelse muziek.
Dansen tot de eer van God.
Vol van intense vreugde en dan …
Doorgaan, zonder angst voor kritiek;
gewoon uiting geven aan mijn liefde voor Hem.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er wonderschone gebieden zijn
waar de stilte voelbaar is
en gevoelens van vrede mijn hart overstromen.
Omdat, waar ik ook loop, het altijd veilig zal zijn.
Want dat is iets, wat ik nu zo mis;
een stille, veilige plek in Zijn schepping.

Als ik in de hemel ben,
zeg mij dan, dat er muziek zal zijn
zo wonderbaar mooi,
dat 't mijn ziel tot het diepst beroert.
Zo zuiver, zodat ik niets anders kan
dan Hem loven en prijzen
met een intens dankbaar hart.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik weer uit volle borst
en met een vreugdevol hart,
oprecht en zuiver zingen kan.
Zonder te azen op mijn eer,
maar alleen te zingen tot glorie
van mijn opgestane Heer.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er uitgestrekte,
groene weiden zijn.
Zonovergoten bossen en stranden,
waar ik lopen en genieten kan
zonder angst, zonder beven.
Enkel en alleen dicht bij U zijn.

Als ik in de hemel ben
zeg me dan, dat er dieren zijn,
leeuwen, tijgers, dolfijnen, de olifant.
Van alles waar ik in vrede tussen leven kan;
ze vol bewondering aan kan raken.
Oh Heer, dan zal ik weten,
ik ben thuis in mijn eeuwig Vaderland.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik met volle teugen
van al deze dingen genieten kan.
Overlopend van dankbaarheid.
Met een hart vol van intense vrede,
omdat het gedaan is
met elke vorm van strijd.

Als ik in de hemel ben.....
Heer, ik verlang ernaar
om voor altijd
bij U te zijn.

Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Mijn gedachten gaan terug naar mijn momenten van zwaarmoedigheid en waarin ik God vroeg om mij weg te nemen uit dit leven en dat het kleinste plekje in het uiterste hoekje van de hemel genoeg zou zijn.

De zwaarte van het leven, alle problemen, moeiten en zorgen, doen mij soms hevig verlangen naar de hemel, naar de tijd dat ik voor altijd bij Hem mag zijn.
Als we in de gemeente liederen over de hemel zingen, lopen doorgaans de tranen over mijn wangen.
Wat kan ik dan verlangen naar die tijd …

‘Er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht,
 een dag van blijdschap,
als heel de schepping wordt bevrijd …

Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken …

 Nooit meer tranen nooit meer pijn,
 want wij zullen met hem leven in zijn nabijheid …’

Maar
het lied zegt nog meer:
‘Dus kijk omhoog en zie wat nog verborgen is,
 maar wat beloofd is, dat blijft in alle eeuwigheid.
 En als je lijdt, weet dat het maar voor even is.
 Als Jezus terugkomt, deel je in zijn heerlijkheid …’

Meer en meer leer ik te kijken naar wat beloofd is.
Meer en meer leer ik dat het lijden maar voor even is, al blijft het soms moeilijk en willen mijn gevoelens mij een andere kant op meenemen.
Doorgaan, me richten op wat ik mag doen voor Hem, te midden van alles.
Zien op wie Hij is en daardoor kracht ontvangen, sterker worden, standvastiger.

De hemel …
Jezus is mijn plaats daar aan het voorbereiden, klaarmaken.
Daar wacht mij een erfenis; onvergankelijk, onbederfelijk, onaantastbaar.
Daar zal God Zelf al mijn tranen drogen.
Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen pijn ...
Alles zal Hij nieuw maken …

Het is een beetje een ander stukje geworden dan ik voor ogen had.
Soms gebeurt dat, maar ik geloof, dat God ook daarin de leiding heeft.
Voor mijzelf, om mij te helpen, te leren, dankbaar terug te zien, …
En misschien ook voor jou.
               Opgename mannendag in Assen
 

Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.
En Ik zal hem de morgenster geven.

Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Zie, Ik kom spoedig.
Houd vast wat u hebt,
opdat niemand uw kroon zal wegnemen.

 (Openbaring 2:7b, 11b, 17b, 26-28; 3:5,12,21;
  Openbaring 3:22 (+ 2:7a,11a,17a,29; 3:6,13);
  Openbaring 3:11)

zaterdag 20 juli 2013

Even bij praten ...

Wat een week!
Na de drukte van onze verjaardagen, onze dochter was twee dagen na mij jarig, nog een paar heerlijke dag samen met m'n moeder gehad.
Gezellig samen gewinkeld, ergens een kop koffie gedronken, een broodje gegeten en gewoon gezellig samen gekletst.
Het was eigenlijk veel te lang geleen dat ze was blijven logeren, maar soms zijn de omsandigheden zo, dat het er niet van komt.
Hoe waardevol zijn dan deze dagen weer geweest, zowel voor haar als voor mij.
Echt iets om dankbaar voor te zijn.
Donderdagmiddag ging zij weer naar huis.

Vrijdagmiddag echter kwam mijn volgende gast, nou ja, gastje.
Onze lieve, kleine Naomi werd weer een middagje (wat uitliep op middag en halve avond) aan mijn zorgen toevertrouwd.
Haar papa en mama gingen naar Nijmegen om het zusje van haar mama binnen te halen die de
4-Daagse had gelopen.
Nou, dat vond oma helemaal niet erg hoor.
Heerlijk weer mijn kleine meisje over de vloer.
Thuis hebben ze allang geen box meer staan, maar ik vind het toch wel heel handig, dus zet ik nog steeds als zij komt de box even neer.
Hoe lief onze Jaylinn en shaila ook zijn, als ik even weg moet, dan zet ik haar toch even in de box.
Naomi vindt het ook helemaal niet erg.
Dat blijkt wel, want ik had amper de box neergezet of ze wilde er zelf al in.
Ook als ze moe is, vindt ze het heerlijk om tegen de grote beer aan een flesje te drinken.
Eén van mijn favoriete momenten is ook als zij haar rozijntjes oppeuzeld.
Een genot om te zien hoe ze daarvan geniet.
Ze had ook weer iets nieuws.
Iets vreselijk liefs.
Na het eten 's avonds gingen we een blokje om lopen.
Nou, madammeke kan er wat wat van hoor.
Ze loopt heerlijk met mee, en luistert redelijk goed als ik zeg dat ze wat zachter moet lopen.
Het was gewoon een genot om naar dat dribbelende meisje te kijken.
Op een gegeven moment echter stopt ze, ik weet alleen niet meer waar ze de eerste keer stopte, want wat er gebeurde, gebeurde nog daarna nog vele malen.
Ze stopte, wees met haar vingertje ergens naar en zei: 'Mooi!'
Zo bijzonder, zo lief, zo ... mooi!
Later hoorde ik van haar papa, dat ze dat nog niet eerder had gedaan of gezegd.
Maar wat genoot ik ervan.

Naast dat ik zo vandaag ook nog wel het een en ander aan huishoudelijk werk had in te halen, moest ik natuurlijk ook nog mijn stukje voor morgen klaarhebben.
Zo weliswaar een deadline dus dit keer, maar gelukt. (Niet mijn verdienste overigens, maar alle eer aan Hem)

Nu is het dan weer avond, de week is al weer bijna voorbij.
Druk, intensief, maar ook heel mooi.
(Ik was namelijk naast dit alles ook nog heel druk met ..., dat blijft nog even een geheimpje)
Nu zit ik achter mijn laptopje en merk opnieuw hoe ik tot rust kom terwijl ik gewoon even de dingen van van de afgelopen week schrijvend op een rijtje zet en tegelijk nog even na geniet van al deze dingen.
Mijn hart vult zich met rust en vrede, en met dankbaarheid naar Hem, die al deze dingen mogelijk maakte.

vrijdag 12 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken

Deze zin las ik vanmorgen in mijn dagboek, en ik vroeg mij af of dit -nog- wel zo is.
Het dagboek is tien jaar oud en in onze maatschappij is er toch wel heel veel veranderd in die tien jaar.
Het lijkt erop dat steeds minder mensen geloven in de hel.
God is toch liefde, dan stuurt Hij toch geen mensen naar de hel?
Daarbij jaag je mensen alleen maar angst aan als je spreek over de hel.

Ik vroeg mezelf ook eigenlijk wel af of ik wel over dit citaat moest/wilde schrijven, of dat ik het gewoon alleen zelf zou overdenken.
Maar de Bijbel is heel duidelijk over het bestaan van de hel, dus waarom zou ik niet mijn gedachten ook hier over gewoon onder woorden brengen?
Of de mens het nu wil erkennen of niet, de Bijbel spreekt er over en we kunnen het dus niet schrappen omdat de boodschap over de hel ons niet ligt.

Ben ik, in mijn beleving, opgegroeid met 'hel en verdoemenis', in Evangelische/charismatische kring mis ik een waarschuwende boodschap.
Was het een toornende God die in mijn jonge jaren de boventoon voerde, lijkt het in Evangelische/charismatische kring alsof God alles maar goed vindt, want Hij is liefde en heeft het beste met ons mensen voor.
Een balans in deze beide kanten van God, lijkt soms maar moeilijk te vinden.
Toch is God beiden.
Hij is een God die toornt over de zonden, maar is tegelijk ook liefde.
En zoals het vooruitzicht voor Zijn kinderen de hemel is, zo is daar ook de hel voor een ieder die niet in Hem, in het verlossende werk van Jezus, gelooft.

De meest bekende tekst uit de Bijbel is denk ik wel Johannes 3:16:

'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.'
… opdat een ieder die in Hem gelooft – in Jezus, Zijn Zoon – niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft …

Geloven of niet geloven.
Eeuwig leven of verloren gaan.
Hemel of hel.

De hel is een realiteit, of wij het nu willen of niet.
Waarom zou God anders Zijn Zoon hebben laten lijden en sterven voor onze zonden?
Waarom zou Hij anders zoveel moeite hebben gedaan om ons te redden?
Trouwens, waar zouden we anders van gered moeten worden?

Ja, God is liefde!
Ja, God is een genadig en vergevend God!
Wie in Hem geloven, mogen Hem zelfs Vader noemen!
Maar de enige weg tot deze Vader is Jezus Christus!

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot  de Vader dan door Mij!’

(Johannes 14:6)

Je kunt het aan de kant schuiven; als een struisvogel je hoofd in het zand steken, maar dat verandert niets aan wat God in Zijn woord zegt.
Zegt de Here Jezus Zelf ook niet:
Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.
En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.

(Mattheüs 5:29,30)

Ik denk niet dat de Here Jezus bedoelde dat we nu maar gelijk ons oog eruit zouden moeten rukken, of onze hand afhakken als het ons tot zonde brengt, maar is het wel een zeer grote waarschuwing voor ons allemaal, om te laten zien hoe ernstig Hij het meent.
Hoe serieus Hij is als het gaat om zonde, om verloren gaan.
Hoe het Hem aan Zijn hart gaat.
Maar aan de andere kant, Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, dus ik kan me ook zo voorstellen dat Hij het inderdaad wel echt en serieus meent.
Want als geen ander weet Hij immers wat het inhoudt.
Hij ziet ons liever zonder oog of hand door het leven gaan met Hem, dan dat we met twee gezonde ogen of handen recht op de hel af gaan.

De hel leert ons de hemel zoeken.
Moet angst voor de hel ons dan doen zoeken naar de hemel, naar Jezus, naar God?
Leert de hel ons nog de hemel zoeken?
Gelovigen?
Ongelovigen?

Ik geloof dat Hij liever heeft dat iedereen Hem zoekt om Zijn liefde, Zijn genade en Zijn vergeving.
Ik geloof dat Hij veel liever heeft dat we inzien dat we eigenlijk helemaal niet zonder Hem kunnen.
Dat ons leven leeg en doelloos is zonder Hem en dat we pas tot rust komen als we Hem hebben gevonden.
Dat Hij het is die ons leven vol en compleet maakt, omdat Hij onze Schepper is.
Maar ik geloof ook dat Hij blij is als iemand Hem leert kennen (of Hem beter leert kennen) door angst voor de hel.

De Here Jezus zegt immers ook:
En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.
(Mattheüs 10:28)

Zonde en God gaan niet samen.
En er is geen enkele manier waarop wij onze zonden ook maar kunnen goedpraten of kunnen vergoelijken, waardoor Zijn oordeel niet over ons zou komen.
Voor mensen kunnen we de dingen soms zo mooi recht praten dat het verkeerde goed lijkt, maar God ziet er dwars door heen.
Niets is voor Zijn ogen verborgen.
Hij ziet tot in het diepst van ons hart.
De enige manier om te ontkomen aan Zijn toorn over de zonde, is door je te laten reinigen met het bloed van de Here Jezus.
Dan ziet Hij onze zonde niet meer.
Knielen bij het kruis, belijden dat we Jezus nodig hebben omdat we zondig zijn, Hem aannemen als onze Heer en Heiland, is de enige manier om in de hemel te kunnen komen.


Angst is niet altijd een goede raadgever, misschien zelfs meer niet dan wel, maar in dit geval is het denk ik beter dan de hel achteloos ter zijde te schuiven als zijnde: dat doet God toch niet.
Zijn woord zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.

donderdag 11 juli 2013

Dank U, Heer!

Eigenlijk heb ik niet echt tijd om te schrijven, er is nog wel het één en ander te doen in huis en aan het klaarmaken voor eventuele visite overdag, en in ieder geval voor vanavond.
Maar toch wil ik even een moment nemen omdat ik vandaag jarig ben.
Een kort moment met drie teksen.

Psalm 11:1 en Psalm 63:5,6

'Bij de HEER ben ik veilig.
Hoe kunnen jullie dan zeggen:
'Vlucht, vlucht naar de bergen, als en vogel.'

'Naar U strek ik mijn handen uit,
Uw Naam zal op mijn lippen zijn.
U voedt mij tot verzadiging toe.
Ik juich U toe, ik breng U hulde.'

In de afgelopen 52 jaar is er heel wat gebeurd, al weet ik natuurlijk weinig van mijn eerste jaren.
Maar toch, vele dingen staan mij helder voor de geest.
Naast de vele mooie momenten, momenten van vreugde en blijdschap, genieten en dankbaarheid, is er ook veel verdriet is geweest, angst, moeiten en zorgen.
Toch is er in al die jaren maar één plek geweest waar ik wist dat ik veilig was, hoewel ik dat vaak ook pas achteraf besefte of zag.
Nu terugkijkend, kan en wil ik juist vandaag zeggen: 'Bij de Heer ben ik veilig!'
Wat andere mensen ook zeggen of gezegd hebben; alleen bij Hem ben ik veilig.
Ik weet mij geborgen in Zijn Vaderhand.

Het is naar Hem dat ik mijn handen uitstrek.
Het is Zijn Naam die op mijn lippen is.
Want Hij voedt mij tot verzadiging toe.
Daarom wil ik Hem toejuichen, Hem eren, Hem eer bewijzen.


Met mijn mond breng ik U lof.
Met mijn hart geef ik U de eer.
Uw Naam wil ik verhogen,
U wil ik aanbidden, Heer.

Uw Naam wil ik roemen.
U wil ik danken.
U wil ik prijzen.
Met de mooiste klanken.

U bent, die U bent.
Goed, vol liefde en trouw.
Onveranderlijk en rechtvaardig.
De rots waarop ik bouw.

Ja, met mijn mond breng ik U lof.
Met mijn hart Geef ik U de eer.
Uw Naam wil ik verhogen.
U wil ik aanbidden, HEER!
                                            (Bless the Lord, o my Soul)
                                            (Nederlandse versie)

woensdag 10 juli 2013

De deur tot mijn woorden

In mijn dagboek kwam ik een prachtig, indringend citaat tegen van Matthew Henri.

‘M’n lippen vormen de deur tot mijn woorden.
Laat daarom genade die deur bewaken, opdat er geen woord uitga, dat op de één of andere manier God onteert of anderen kwetst.’


In Psalm 141 zegt God dat de lippen de deur van onze mond zijn.
Een deur doe je open of dicht.
Open om er wat doorheen te laten gaan, of dicht om iets tegen te houden, binnen te houden.
Toch is deze deur misschien wel de deur die het meest en het makkelijkst open gedaan wordt; misschien kun je het ook wel zo zeggen, soms opengegooid wordt.
In onze boosheid, uit onmacht of frustratie.
Vanuit onze gekwetstheid, pijn, verdriet.
Maar ook als we gezellig aan het kletsen zijn; hoe makkelijk en snel komen er immers geen woorden over een ander over onze lippen.
‘Heb je het al gehoord …’
‘Weet je al van die en die …’
‘Wat ik nu toch heb gehoord …’


Terwijl ik over deze deur aan het nadenken ben, komt onze poes in mijn gedachten.
Ja, een beetje raar misschien, maar laat het me je uitleggen.

Onze poes Shaila is een binnenkat.
Mijn man houdt helemaal niet van katten en voorheen zei hij eigenlijk altijd ‘een mooie kat is een platte kat’.
-Zijn ervaringen met katten waren duidelijk niet zo best, en gelukkig heeft hij zijn mening inmiddels een beetje bijgesteld-
Op een gegeven moment kwamen we onze Shaila als kitten bij iemand tegen en ik was op slag verliefd op dit zo mooie beestje.
‘Asjeblieft …?’
Hoewel iemand anders al een optie had op dit poesje, was het alleen nog niet helemaal zeker, en mijn man had deze keer zoiets van, nou, vooruit, als die ander haar echt niet hoeft, dan mag jij haar hebben.
Maar …
Ja, er zat wel een maar aan, namelijk dat zij niet los buiten mocht.
Hij had een bloedhekel aan al die katten die hun behoefte in andermans tuin doen.
Maar goed, daar had ik geen problemen mee; ik zou een riempje kopen en haar alleen achter buiten aan een lijn doen.
Ik had vroeger, voor we getrouwd waren, ook een poes, en deze was onder een auto gekomen.
Ze was nog wel naar huis komen lopen, maar nooit zal ik vergeten hoe erg ze er aan toe was en dus ook overleed op anderhalf jarige leeftijd.
Dus vast aan een riempje/lijn, was voor mij geen probleem.
De ander hoefde haar bij nader inzien toch niet en zo kwam onze Shaila bij ons in huis.
Een binnenpoes hebben betekent echter ook goed opletten met de deuren.
En niet alleen voor mij, maar voor ons allemaal.
Want stel je voor dat ze naar buiten zou glippen; wat zou er allemaal niet kunnen gebeuren, bang als ze was door het alleen maar binnen zijn.
Een enkele keer is dit natuurlijk wel gebeurd en ik heb haar weleens bij de buren uit de tuin moeten ophalen.
Gelukkig is er tot nu toe nooit iets mis gegaan, ze is inmiddels negen jaar, maar we zijn zeer zorgvuldig als het gaat om de deur open te doen.
En met vrienden van onze kinderen, of eigen, zijn we – en ik natuurlijk het meeste- heel alert dat men de deur niet open laat staan of opendoet vlak voor de poes haar neus.
Hier moest ik aan denken met de lippen als een deur.

‘M’n lippen vormen de deur tot mijn woorden.’

Op dit moment besef ik dat ik misschien wel zorgvuldiger ben met de deur als het gaat om onze poes, dan de met deur van mijn lippen, terwijl de schade van mijn lippen veel groter kan zijn dan de met de poes.
Natuurlijk niet met opzet, maar gewoon, omdat soms van het één het ander komt; of uit onmacht of frustraties , of omdat ik gewoon moe ben, slecht geslapen heb ...

‘Laat daarom genade die deur bewaken, opdat er geen woord uitga, dat op de één of andere manier God onteert of anderen kwetst.’
 
Thuis ben ik doorgaans degene die de deur bewaakt; zowel de binnendeur, zodat ze niet naar boven gaat, als de buitendeur zodat ze niet naar buiten gaat.
Natuurlijk gaat dit nog weleens mis, want ik ben er niet altijd en ook al ben ik er wel, ik zie niet altijd alles.
Misschien spreken me daarom deze woorden van Matthew Henri mij wel zo aan.
‘Laat daarom Genade die deur bewaken.’
Genade.
Genade brengt mij bij God, bij Jezus.
Genade brengt mij bij wat Hij voor mij heeft geleden.
Genade brengt mij bij zorgvuldigheid, waakzaamheid, liefde.
Genade brengt mij op mijn knieën, in gebed.

Heer, zet een wacht (Genade) voor mijne lippen.
Behoed de deuren van mijn mond.
Opdat ik mij tot genenstonds,
iets onbedachtzaams laat ontglippen.

Een oude gebed, ooit eens van een scheurkalender overgenomen, maar nog net zo actueel.

God weet wat en wanneer we iets willen zeggen, dus Hij is ook Degene die ons kan en wil waarschuwen, het is echter aan mij, aan ons, om daar open voor te staan.
Om te (willen) luisteren naar die zachte, corrigerende of waarschuwende stem.

De Bijbel zegt ook het nodige over onze mond en lippen, een paar heb ik hieronder neergezet.

Al is er nog geen woord op mijn tong, zie, HEERE, U weet het alles.
Psalm 139:4

Dood en leven zijn in de macht van de tong, wie hem liefheeft, zal de vrucht ervan eten.
Spreuken 18:24

Zo is ook de tong een klein lichaamsdeel, en roemt toch van grote dingen.
Zie eens hoe een klein vuur een grote hoop hout aansteekt.
Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid.

Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen.
Ze bevlekt het hele lichaam, en zet onze levensloop vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet.
Jacobus 3:5,6

Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort.
Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.
Jacobus 3:10

Behoed je tong voor het kwaad en je lippen voor het spreken van bedrog.
Psalm 34:14

Psalm 141:3

HEERE, zet een wacht voor mijn mond,
behoed de deur van mijn lippen.

Psalm 19:15


zondag 7 juli 2013

What a friend I found

 
Jezus
 Mijn Redder,
mijn Verlosser.
Mijn Herder,
mijn Leidsman.

Mijn Heer,
mijn Koning.
Mijn vredevorst,
mijn Rots.
 
Mijn licht,
mijn waarheid.
Mijn weg,
mijn brood.

Mijn Hoop,
mijn kracht.
Mijn steun,
mijn toeverlaat.

Mijn bescherming,
mijn advocaat.
Mijn vriend,
Liefde van mijn leven.
 
           (Friend for Ever)             



zaterdag 6 juli 2013

Want ik denk ook ...

Soms zijn er van die Bijbelgedeeltes die je diep raken.
Waar je herkenning in vindt, en/of lessen om te leren.
Dit had ik ook met het gedeelte uit Klaagliederen 3:20-26.
Wat sluit het ook mooi aan bij het thema dat ik dit jaar voor mijzelf heb genomen:
'Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is.'
Het laat zo duidelijk zien hoe belangrijk het is om dat steeds opnieuw te beseffen, of er tijd voor te nemen/maken om daar bij stil te staan.
Welk een geschenken liggen er niet voor ons klaar in Zijn woord ...


Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (87)

Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.
Toch blijf ik hopen, want ik denk ook: Het is een geschenk van de Heer dat wij nog leven, Zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw.
Zijn trouw is groot.
Ik behoor aan de Heer, in het diepst van mijn hart; daarom blijf ik op Hem hopen.
Goed is de Heer voor wie naar Hem uitkijkt, voor wie Hem zoekt.
Goed is het in stilte te wachten, te wachten op Hem, op bevrijding.

Klaagliederen 3:20-26
Heb jij ook weleens van die dagen, dat je gedachten maar bij hetzelfde blijven rondcirkelen, terwijl je weet dat je er niets aan veranderen kunt?
Dat je gedachten steeds weer naar hetzelfde gaan, ook al wil je het eigenlijk niet?
Ken je de gevoelens van moedeloosheid die daaruit voortkomen?
En als je niet oppas zelfmedelijden, wat weer uit kan lopen op bitterheid of depressie?

Wat is het dan geweldig dat we Gods woord, de Bijbel hebben, waarin we mensen tegenkomen die dit soort gevoelens ook kennen.
Jeremia schrijft hier zelf: ‘Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.’

Jeremia weeklaagt over de vernietiging van Jeruzalem.
Maar, hij blijft daar niet steken.
Hij gaat verder.
Hij geeft ons hoop met de volgende woorden.
Hij wijst ons op dingen die we zelf misschien door onze moedeloosheid niet meer kunnen zien.
Hij zegt: ‘Toch blijf ik hopen, want ik denk ook …’…’

Toch blijf ik hopen, want ik denk ook … …

Jeremia denkt verder dan de vernietiging van Jeruzalem.
Jeremia kijk naar wie zijn Heer is.
Jeremia kijkt van beneden, van de vernietiging van Jeruzalem, op naar boven, naar wie God is, naar wat Hij allemaal heeft gedaan en wie Hij is, wil zijn, zal zijn.
En hij somt het allemaal op; houdt het zichzelf voor:

1. Het is Gods geschenk aan mij dat ik nog leef.
2. God houdt van mij.
3. Zijn liefde voor mij is iedere morgen nieuw.
4. Gods trouw is groot.
5. Ik behoor Hem toe.
6. Daarom is er altijd hoop.
7. De Heer is goed voor wie Hem verwacht.
8. De Heer is goed voor wie Hem zoekt.

Wat een les voor ons allemaal.
Wat er ook speelt in ons leven, wat ons ook bezighoudt, in beslag neemt, ons moedeloos maakt of dreigt te maken, kijk net als Jeremia naar boven, naar wie God is.

Pak Zijn woord, de Bijbel, en lees over wie Hij is en wat hij allemaal heeft gedaan.
Houdt het jezelf voor, net zoals Jeremia deed.
Spreek het uit; het worden levenbrengende woorden.
Moedeloosheid zal verdwijnen, moed en hoop komen er voor in de plaats.

Hoop geeft leven.
Moed doet ons leven.
God wil ons beiden geven, waardoor wij in Zijn kracht verder kunnen.
Hoop, moed en kracht.

Op deze manier kunnen we met gevouwen handen en Zijn woord opengeslagen, in stilte op Hem wachten,.
En met Hem op de bevrijding die komen zal.