Posts tonen met het label strijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label strijd. Alle posts tonen

dinsdag 5 augustus 2025

Een andere kijk op Psalm 23 ...

Eén van de boeken die ik gelezen heb voor de Leeschallenge voor dit jaar, was het boek ‘Undercover voor God’ van Dick Langeveld/Ben Hobrink.
Het boek vertelt het levensverhaal van Dick, die jarenlang in het grootste geheim voor Open Doors achter het Ijzeren Gordijn werkte.
In dit boek staan vele indrukwekkende verhalen van wat hij allemaal heeft meegemaakt, en over de bijzondere ontmoetingen die hij heeft gehad in die jaren.
Een boek dat ik regelmatig weg heb moeten leggen om hetgeen ik las te overdenken of te laten bezinken.
Eén ding echter in dit boek heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.
Het is maar een heel klein stukje uit dit boek, maar ik wil het graag -gedeeltelijk in eigen woorden/gedeeltelijk geciteerd, hier delen ter overdenking voor eenieder die het leest.
Ik noem hierbij geen namen, noch waar het was; het is slechts een klein onderdeeltje van een groter geheel, dus als het je raakt, zou ik zeggen, koop het boek, zeer de moeite van het lezen waard.

Ik denk dat ik wel kan zeggen dat Psalm 23 een zeer bemoedigende Psalm is, een Psalm die troost en nieuwe moed geeft, zo is het ook altijd voor mij geweest.
Maar na het lezen van dit boek, dit speciale stukje … nee, Psalm 23 zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.
Ik ga er heel bewust na het weergeven van dit stukje verder niet meer op in, dit zodat eenieder er zelf over kan nadenken en binnen laten komen.
Mag de Heer daarin leiden en zegenen.


‘De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam.’
Psalm 23:1-3


Het gaat over een dominee die aan Dick vertelt over een gedachte die hij van God kreeg na een ‘behandeling’ in de gevangenis.
Hij vertelde aan hem dat hij opeens moest denken aan Psalm 23, aan de woorden hier boven, en dat het was alsof God aan hem vroeg waarom Hij Zijn schapen laat grazen en te drinken geeft.
En God liet hem weten dat Hij nu kwam voor de opbrengst.
Deze paar dingetjes gaf de dominee mee aan Dick om daar eens over na te denken.
En dat heeft hij gedaan.
Bij het volgende bezoek deelt hij met deze dominee zijn gedachten erover, welke de dominee vervolgens beaamt.
In de gedachten die Dick deelt met deze dominee, word ik een kant mee opgenomen die ik niet had zien aankomen, en zelf ook niet had kunnen bedenken.

‘Een herder zorgt voor zijn schapen met het doel daar beter van te worden. Hij doet het voor de opbrengst: voor de wol en voor het vlees.’
Hij geeft hierbij aan dat de Here Jezus ons hierin is voorgegaan.
En hij legt uit: De goede daden die Hij op aarde deed, de Woorden die Hij sprak, de genezingen die Hij deed, kun je vergelijken met de wol, maar toen Hij stierf, gaf Hij ook Zijn vlees.

‘De Heer laat ons, Zijn schapen, genieten van grazige weiden, maar wil uiteindelijke wel de opbrengst zien.’
Hij zegt hierover dat zolang wij hier op aarde zijn wol moeten geven, oftewel: ‘ons inzetten en vrucht dragen voor Zijn koninkrijk.’
Het kan echter ook zijn dat we ‘in de gevangenis of met de dood ons vlees moeten geven.’

...



zondag 15 juni 2025

De Kracht van Gebed!

Een speciaal blogje voor op een speciale zondag.

Vandaag is het de Zondag voor de Vervolgde Kerk.
Een jaarlijks terugkerende dag voor alle kerken in Nederland en in Vlaanderen, georganiseerd door OpenDoors.
Deze dag is altijd de eerste zondag na Pinksteren, omdat toen, na de uitstorting van de Heilige Geest, de vervolging begon.
Ik hoop dat jouw gemeente er ook aan mee doet en zo niet, neem eens een kijkje op de website van Open Doors, lees er over en bespreek het in je gemeente om hier ook één zondag per jaar apart voor te zetten.
Hoe mooi is het om -al is het één dag per jaar, een dag te hebben dat alle verschillen en geschillen wegvallen, omdat we met elkaar maar één doel voor ogen hebben: namelijk samen biddend rond onze broers en zussen staan die vervolgd worden.
Immers, ‘Als één lid lijdt, lijden alle leden mee!’ (1 Kor. 12:26a)
En laat het vervolgens zo binnenkomen, je hart zo raken, dat je waar mogelijk, dagelijks de rugdekking wordt voor hen.


>> Opwekking 471 – Heer, raak mijn hart aan 

                       
Hoeveel jaar het inmiddels is, weet ik niet meer, maar al heel wat jaar komen we met een vast groepje vrouwen iedere laatste vrijdag van de maand bij elkaar om speciaal te bidden voor de Vervolgde Vrouwen.
Voorheen waren er vijf verhalen, tegenwoordig nog drie, en hoewel we er na zoveel jaar even aan moesten wennen, is het goed zo, want de ochtenden waren soms heel erg zwaar, zo schrijnend, afschuwelijk huiveringwekkend waren -en zijn, vaak de verhalen.
Er waren met vijf verhalen soms vrijdagen bij dat ik echt zo moe thuiskwam, dat er niets meer uit mijn handen kwam.
Maar ook de drie verhalen hebben soms nog genoeg impact om je de rest van de dag van slag te maken, zo schokkend is het soms.
De prijs die onze vervolgde zusters (en broers) betalen voor hun geloof is heel hoog; vooral als zij zich van de Islam bekeerd hebben tot een volgeling van Jezus.
Daarom bij deze ook een oproep om er eens over na te denken om je aan te sluiten bij één van de Gebedsgroepen voor de Vervolgde Vrouwen, of start er zelf één.
Via de hier onderstaande link kun je er alles over lezen:
>> VrouwenGebedsGroepen

De afgelopen week las ik het boek ‘Undercover voor God’ van Dick Langeveld en Ben Hobrink.
Het is goed om dit soort boeken, boeken over de Vervolgde Kerk/Vervolging te lezen, vooral gezien de tijd waarin we nu leven.
In de laatste jaren komen er steeds meer Kerken/Gemeenten bij waar lijden geen plaats heeft, soms zelfs niet mag zijn; waar men doet alsof ziekte niet hoeft te bestaan en dat iedereen maar genezen wordt.
Ooit heb ik zelfs een bekende buitenlandse voorganger met trots horen verkondigen dat hij nog nooit ziek was geweest; ja, op één keertje na dan, maar dat was zijn eigen schuld, hij had niet goed om zichzelf gedacht.
Ik vraag me werkelijk af hoe al deze kerken kijken en omgaan met de Vervolgde Kerk, met het lijden waarmee deze mensen hebben te maken; met de ziektes en trauma’s die zij oplopen doordat zij voor Jezus hebben gekozen en daarom gevangengenomen worden, gemarteld en ziek worden van de omstandigheden waar ze in verkeren.
Mijn hart huilt hierom, en niet alleen mijn hart, soms lopen de tranen om hun verhalen, om hun pijn en lijden over mijn gezicht, en kijk ik naar boven: ‘Oh God, hoe kunt U dit aanzien? Hoe … …’, om vervolgens mijn hoofd te buigen in verootmoediging en gebed voor hen.

Maar er is ook nog een andere kant, een ander gevaar aan deze kerken en gemeenten met wat ze verkondigen, namelijk dat als de vervolging hier komt, en die gaat zeker komen, is er al een klein beetje, vele mensen het spoor en hun houvast misschien wel kwijtraken, omdat ze niet weten hoe om te gaan met lijden.

In het boek ‘Undercover voor God’ vertelt Dick ook veel over zijn reizen naar Roemenië en Bulgarije nog voor dat ook daar een einde kwam aan het communisme.
Hij zegt het volgende: ‘Na de omwenteling ben ik nog menig keer in Roemenië en twee keer in Bulgarije geweest. In de jaren na de omwenteling kreeg de kerk in die landen te kampen met nieuwe uitdagingen en nieuwe verzoekingen. Veel christenen waren niet voorbereid en daardoor niet opgewassen tegen de verzoekingen die vrijheid met zich meebrengt.
Zijn wij voorbereid en opgewassen tegen de verzoekingen die vervolging met zich mee brengt?

We zullen de lessen van de Vervolgde Kerk hard nodig hebben om te kunnen standhouden als ook hier vervolging komt.’

Wat kunnen de verhalen van onze vervolgde broers en zusters ons helpen om onze ogen op God te richten, onze hulp van Hem te verwachten, zelfs in de moeilijkste omstandigheden.
Zelfs nu er hier nog nauwelijks vervolging is, kunnen hun verhalen en hun getuigenissen ons helpen en bemoedigen.
Laten we toch onze ogen niet sluiten voor de Vervolging die gaande is en die al vele mensenlevens heeft geëist!
Laten we onze ogen toch niet sluiten voor hen die onze broers en zusters in de Heer zijn!
Laten we opstaan en onze plaats naast hen -ook al is dit niet fysiek, innemen door hen te brengen bij de troon van Genade.

‘Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent,
en denk aan hen die slecht behandeld worden,
alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt.’

Hebreeën 13:3

‘En de Koning zal hun antwoorden:
Voorwaar, Ik zeg u:
voor zover u dit voor een van deze geringste broeders
 van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’

Mattheüs 25:36,40

Vervolgde en Biddende Kerk

Laten wij die in vrijheid leven
een Biddende Kerk zijn,
die de rugdekking is
voor de Vervolgde Kerk.
Laten wij onze ogen niet sluiten,
dan alleen om te bidden,
opdat zij kunnen volharden,
standvastig zijn en sterk.

Laten wij doen wat Jezus gebood,
en omzien naar hen die lijden;
die vervolgd worden om hun
geloof in ónze Geliefde Heer.
Laten we niet vergeten dat alles
wat we voor hen hebben gedaan,
we vóór Hém hebben gedaan, en
dat dit alles strekt tot Zijn glorie en eer.

‘Hoe zwak is een regendruppel als die op de aarde valt.
Maar als vele druppels verenigd zijn in één stroom
en aldus één lichaam worden,
hoe snel wordt de kracht dan onweerstaanbaar!
Van dien aard is de Kracht van ware eenheid in Gebed.’

Andrew Murray

Mag de Heere ons zegenen met een hart dat hoort, ziet en meelijdt, dat net als het Zijne met ontferming bewogen raakt, en dat zich automatisch buigt en verootmoedigt voor Hem om te bidden voor hen in nood.
‘Heer, raak ons hart aan en maak ons bereid!’

Een gezegende week,
en een liefdevolle groet,
Rita


👉 Open Doors

Je kunt ook de speciale Petitie 'Breek de Stilte' tekenen om een stem te geven aan de miljoenen christenen die door bruut geweld uit Africa zijn verdreven.
Volg de link hieronder en bekijk het filmpje en lees er meer over.
👉 Teken de Petitie


Aanbevolen om te lezen:
👉 Gods smokkelaar
👉 Undercover voor God
👉 Een leven op het Altaar


Indrukwekkende romans om te lezen zijn ook o.a.:
👉 Oog in oog met Jezus
Samaa Habib (met Bodie Thoene)

En de boeken van:

👉 C. Hope Flinchbaugh

donderdag 2 april 2015

Dag 45 - Gethsemané

De vrouw die Zijn moeder mocht zijn.
Slaap nu maar verder en rust; zie het uur is nabijgekomen …
Mattheüs 26:46


In alle eenzaamheid strijdt Jezus.
Daar, in het duister van de nacht in de Hof van Gethsemané, komt alles wat Hem te wachten staat in alle hevigheid op Hem af.
De lucht is zwaar van alle zonden, en ongerechtigheden, van alle pijn en verdriet, van alle ziekten en nood in de wereld.

‘Abba, is er echt geen andere manier?
Kan het echt niet anders, Vader?
Niet Mijn wil, maar Uw wil zal geschieden.’

Geen mens die met Hem strijdt.
Geen bemoedigende of meelevende arm om Hem heen.
Geen mens die samen met Hem huilt.
Geen mens die met Hem waakt en bidt.
Alleen …
In alle eenzaamheid …
Zijn vrienden slapen.

‘Abba!!!
Vader, Ik heb zo’n dodelijk angst voor wat er te gebeuren staat.
Abba!!!
Maar niet Mijn wil, maar Uw wil …’

Toen jij die avond naar bed ging, Maria, kon je toen vermoeden dat je Zoon diezelfde avond zo eenzaam en alleen die diepe en intense strijd streed?
Voelde je iets van binnen, dat er iets zou zijn of gebeuren met je Zoon?
Of hoorde je het de volgende morgen pas, en heb je gewoon geslapen die nacht?
Of kwamen ze je wakker maken toen Hij gevangen genomen was en ben je toen naar de plaats toegesneld waar ze Hem naar toe gebracht hadden?
Voelde je je schuldig, omdat je er niet voor Hem was, voor Hem kon zijn?
Of wist je diep van binnen, dat dit alles zo moest gebeuren, zo moest zijn?
Wat ging er door je heen, Maria, wat moet er niet door jouw heengegaan zijn ...

‘Abba …!!!
Vader …!!!
Uw wil geschiede!’

‘En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken  dat tegengesproken zal worden,
– ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.
Lucas 2:34,35

Lieve Maria, hoe spoedig ging dat woord niet in vervulling ....


Geen mens kent de diepte van de strijd die Hij in Gethsemané streed,
geen mens kent de diepte van de pijn van de angst die Hij daar leed. 
Zijn zweet viel als bloeddruppels neer op de zwarte grond,
en toch klonken de woorden ‘Uw wil geschiede’ uit Zijn mond …’

Voor Zijn vrienden.
Voor Maria.
Voor jou.
Voor mij.













Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Mattheüs 26:36-46

Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'


maandag 14 april 2014

Hij oefent mijn handen voor de strijd

Opnieuw werd ik vanmorgen diep geraakt als ik met het eten van mijn boterhammetje een stukje lees in het boek 'Zingen in de nacht'.
De meeste verhalen in dit boek zijn getuigenissen van vervolgde christenen die stand houden in hun beproevingen en hun verhalen laten hun sporen na in mijn hart.
Maar vanmorgen was er een verhaal over een vrouw die onder de druk van de beproeving bezweek en God de rug toe keerde.
Ze had zo gebeden, had hoop, maar God had haar gebeden niet verhoord en ze kon het niet aan.
Dan komt er een stukje in het boek wat tegenwoordig door veel predikers wordt vergeten (in mijn ogen).

Ik citeer:
'Sommige vrouwen in soortgelijke omstandigheden worden, door alle leed, sterker in hun geloof. Maar anderen, zoals deze vrouw, bezwijken onder de druk. De Bijbel leert ons dat God ons wil voorbereiden op conflicten en strijd.. In Psalm 18:33,34 lezen we: 'Hij geeft mij voeten als hinden, doet mij op toppen van bergen staan, oefent mijn handen voor de strijd - mijn armen spannen de bronzen boog.' Zijn we bereid om Hem onze handen te geven, zodat Hij ze sterk kan maken? Of verstoppen we ze achter onze rug? Openen we onze handen om te ontvangen, ongeacht wat God voor ons heeft uitgekozen? of ballen we ze tot woedende vuisten, omdat we niet begrijpen waarom Hij toestaat dat pijn en verdriet van tijd tot tijd op onze weg komen?'
Vele gedachten schieten door mijn hoofd als ik dit (maar ook alle andere verhalen) lees.
Mijn hart gaat in de eerste plaats uit naar deze vrouw; zou ik stand houden?
Maar nog meer komt mijn hart in beroering door de welvaartspredikers die er tegenwoordig zijn en zegen, voorspoed en genezing prediken en lijden, ziekte en tegenspoed afdoen als ongeloof of verkeerd denken.
Als ik hen hoor, dan huilt mijn hart om mijn vervolgde broers en zussen, om mijn broers en zussen die chronisch ziek zijn, of een dodelijke ziekte hebben en niet genezen.
Mijn hart huilt als ik lees over hun honger en hoe zij hun huis moeten verlaten en moeten vluchten.
Mijn hart huilt om de afwijzing die er ligt in de boodschap van deze predikers.
Mijn hart huilt, omdat het mensen in verwarring brengt en onnodig moeilijk maakt en pijn en verdriet doet.
Hoe verkopen dit soort predikers ooit hun boodschap aan onze vervolgde broeders en zusters?
Ach, ze zullen daar vast nooit komen of hun verhalen lezen.

Is lijden juist niet iets waar Jezus ons voor waarschuwde?!
In de wereld lijdt u verdrukking ...
Wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis opnemen ...
Als de wereld jullie haat, denk er dan aan, dat ze Mij eerst heeft gehaat ...
Als ze Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen ...

Jezus zegt Zelf:
'Ik heb jullie dit verteld, omdat ik wil voorkomen dat jullie je geloof verliezen!'

Als ik dan terugkeer naar het citaat, naar de tekst uit Psalm 18, dan dank ik Hem dat Hij ons wil toerusten voor  de strijd, dat Hij ons vertelde van deze dingen die zullen gebeuren en gaan komen.
Dan bid ik Hem, dat Hij mijn handen neem en ze oefent voor de strijd, zodat als er tijden van beproeving komen, van vervolging, van ... lees Mattheüs 13 maar eens, dat ik sterk zal zijn.
Ik bid, dat ik zal leren om te volharden, om een standvastig kind van Hem te worden./te zijn.
Die met open handen blijft staan, ook als er van tijd tot tijd een niet te begrijpen pijn en verdriet in haar leven komt.

Ik bid voor mijn vervolgde broers en zussen, voor hen die chronisch ziek zijn, voor hen wiens leven zich bevindt in een reusachtige storm of orkaan, voor hen die op welke wijze dan ook beproefd worden, dat God hen sterk zal maken, standvastig, volhardend en zegent met een onuitsprekelijke zegen van vrede en kracht in en door Hem.

De Heere Zegene en behoede je.
De Heere doe Zijn aangezicht over je lichten en zij je genadig.
De Heere verheffe Zijn aangezicht over je en geve je VREDE.

- Amen -

* Joh. 16:33; Luc. 9:23; Joh. 15:18,20b; Joh. 16:1
* Num. 6:24-26


woensdag 21 augustus 2013

Strijd en overwinning

Toen ik gister 2 Kronieken 20 noemde (en dan om precies te zijn 2 Kronieken 20:1-23), wil ik het daar niet alleen bij laten.
Ik dacht dat ik er al over geschreven had, maar ik kon niets terugvinden, totdat ik even in mijn mappen ging kijken en ja, daar kwam ik wat tegen.
Op mijn oude site* bleek ik er een keer over geschreven te hebben na aanleiding van een toespraak die we op een vrouwenochtend hebben gehoord.
Ik wil het graag ook hier delen; de lessen die erin liggen zijn te waardevol om te laten liggen.
En het past eigenlijk ook heel goed in de serie:

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (90)


U bent onze God. Straf hen af, want wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht.
We weten niet wat we moeten doen, maar onze hoop is gevestigd op u.

2 Kronieken 20:12


De eerste verzen laten de problemen zien.
In Josafat’s  geval een groot leger dat oprukte naar zijn land om oorlog te voeren.
Josafat schrikt verschrikkelijk, maar hij wend zich tot God om hulp.

De bijzondere les van vanmorgen lag (en ligt) in het gebed van Josafat.
(Ik moet bekennen, dat ik dit zelf zo niet had ingezien, maar ik dank God voor mensen die ons onze ogen helpen openen om Gods woord te leren verstaan, want als ik het zelf had gelezen, en dat heb ik vast wel vaker gedaan, toch heb ik niet gezien welke les er in besloten ligt)
Josafat gaat bidden, maar hij begint niet met zijn nood bij God neer te leggen, met klagen, met zijn angst uit te spreken.
Nee, Josafat begint zijn gebed met het uitspreken van wie God is en wat Hij gedaan heeft in het verleden!
Hij richt zijn hart eerst op God en niet op de problemen!
Door zijn hart eerst op God te richten, krijgen de problemen niet de eerste plaats toebedeeld, maar de grootheid van God.
Vervolgens legt hij al zijn nood bij God neer en geeft aan dat alleen God kan helpen.
Wanhoop klinkt er door in zijn gebed als hij aangeeft dat ze zelf niet tegen deze overmacht zijn opgewassen, maar ook klinkt er geloof in door, dat God het wel kan doen.
‘Wij weten niet wat wij moeten doen, maar onze hoop is op U.’
Er klinkt verwachting in door.
Hij verwacht wat van God.

Ik weet niet hoe het bij een ander is, maar ik weet wel, dat, als ik problemen heb, of er gebeuren allerlei vervelende, nare dingen of wat dan ook, dat ik dan vergeet te kijken naar wie God is en wat Hij allemaal al niet voor mij heeft gedaan.
Ik denk daar eigenlijk niet eens aan, nee, ik begin dan gelijk met het uitstorten van met nood, mijn problemen, mijn … wat mij ook bij God brengt.
En ik realiseerde me, dat mijn gebed dan vaak één grote klaagzang is, één grote wanhoopskreet zonder nog te beseffen wie God eigenlijk werkelijk is.
Ja, natuurlijk, ik kom wel aan het eind met: U heeft mij toch al eerder geholpen, wilt U het opnieuw doen, U bent toch God etc., maar mijn problemen krijgen de eerste plaats en de grootheid van God de tweede plaats.
Hierdoor zijn mijn problemen groter dan God in plaats van andersom.
Maar daardoor wordt mijn verwachting van God ook minder groot, want de problemen overheersen.
Maar God is altijd groter dan welk probleem ook.
Dat is een feit!
Eigenlijk was de boodschap zo logisch.
Eigenlijk wist ik het wel.
En toch …

Vervolgens spreekt God door Zijn Geest tot een Leviet en geeft hen antwoord.
En wat voor antwoord.
Ze zouden zelf niets hoeven te doen, God zou het voor hen doen.
God zou voor hen de strijd strijden.
Ze moesten oprukken, oog in oog komen te staan met de vijand, maar ze hoefden niet ten strijde te trekken.
De strijd zou door God gestreden worden.
God zegt hen, dat ze niet bang hoefden te zijn, want Hij staat aan hun kant.
Josafat’s antwoord hierop is in alle nederigheid Gods Almacht erkennen en hij werpt zich ter aarde om God te aanbidden en Hem te prijzen en groot te maken.
De volgende dag doet Josafat wat God hem gezegd had te doen.

In mijn ogen eigenlijk nog meer.
Want naast dat hij oprukt met zijn leger, spreekt hij zijn vertrouwen in God uit naar zijn volk en hij stelt voor in het leger mannen in feestgewaden op om muziek te maken voor de Heer en Hem te loven en te prijzen.
Josafat vierde eigenlijk al de overwinning nog voor die er was.
Hij geloofde, vertrouwde God volledig op Zijn woord.
Hij kende God en hij wist dat God te vertrouwen was en van daaruit handelde hij.
De overwinning kwam, zonder dat ook maar één van hen iets hoefde te doen.
Fysiek, althans.
Want er werd wel iets anders van hen verwacht.
Het eerste wat hij moest doen, was geloven dat God door iemand anders heen Zijn boodschap gaf en erop vertrouwen dat God zou doen wat er gezegd werd.
Vervolgens moesten ze ook gehoorzamen en doen wat God gezegd had door die persoon heen.
Aansluitend getuigde Josafat van zijn geloof en vertrouwen in God door Hem te loven en te prijzen en God groot te maken en de overwinning kwam.

Hiermee laat Gods woord ons ook zien, dat we wel open moeten staan voor woorden die God spreekt door andere mensen heen en niet zo maar naast ons neerleggen.
Ook vandaag de dag spreekt God door mensen heen.
Nee, we moeten niet alles klakkeloos aannemen, maar ook niet zomaar zonder meer afwijzen.
God heeft ons Zijn woord gegeven om te toetsen.
Daarnaast is gehoorzaam zijn een belangrijk aspect.
Als God zegt dat Hij voor ons strijd, en dat zegt Hij ook tegen ons door Zijn woord, dan moeten wij net zoals Josafat doen wat God zegt.
Maar wat is dat moeilijk.
Regelmatig realiseer ik mij achteraf, dat ik als een opstandig kind het weer zelf heb willen doen en het enige wat ik ermee bereik is, dat ik God voor de voeten loopt en Hij niet kan doen wat Hij wilde doen of wil doen.
En waar blijft mijn lofprijs en aanbidding voor dat het einde van de strijd in zicht is?
Durf ik, kan ik Hem danken, loven en prijzen terwijl de strijd nog gestreden moet worden, het einde er nog niet is?
Ja, Jezus heeft de Overwinning behaald, maar leef ik daar ook naar, daar uit?
Tot mijn grote schaamte en verdriet moet ik bekennen dat ik dat vaak vergeet en dat God zelf, of een ander mij daar soms eerst weer op moet wijzen.

Vanmorgen kwam in de studie niet naar voren dat niet iedere strijd op deze zegevierende manier ten einde komt.
Dit Bijbelgedeelte geeft dat ook niet weer.
Zo bidden, zo geloven, vertrouwen, zijn geen garanties dat iedere strijd die we strijden moeten, zo zegevierend ten einde komt.
Toch geloof ik wel, dat als wij staande blijven in ons geloof en in ons vertrouwen in Hem, dat, al lijkt voor de wereld de strijd niet gewonnen, wij toch de strijd gewonnen hebben;
simpelweg om dat Jezus de Overwinning reeds heeft behaald!
Maar ik geloof ook, dat, ik tenminste wel, veel meer nog moet leren staan op wie God is, van daaruit leven, bidden, handelen.
Dat ik nog veel meer moet leren om ten alle tijden eerst God de plaats te geven die Hem toekomt en vervolgens pas met mijn noden bij God te komen, zodat ik krachtiger wordt, sterker wordt omdat ik meer en meer ga beseffen hoe groot God is en hoe afhankelijk ik van Hem ben.
Waardoor Hij meer en meer de ruimte krijgt om in mij en door mij te werken.

Vader God, ik dank U met heel mijn hart voor Uw woord, maar ook voor Uw geduld met mij.
Ik dank U, dat U zoveel tijd en ruimte neemt om mij te onderwijzen en U van mij houdt.
Leg zo al deze woorden in mijn hart en laat ze wortel schieten in mijn hart, opdat mijn geloof in U en mijn liefde voor U alleen groter wordt.
Ik prijs Uw grote naam.
Halleluja.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -

* DD. - 1-02-2010 - www.intoyourhands.punt.nl