Posts tonen met het label God van genade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God van genade. Alle posts tonen

zondag 9 november 2014

God hoort, verhoort en leidt ...

Vanmorgen onder de aanbidding in onze gemeente zag ik met het zingen van het refrein (All I have, I give to You. All I am, I give to You. I Lay it at your feet. I Lay it at your feet) van het lied ‘Clean – My God rescued me’ … ineens mijn bureau met enkel het notitieblaadje erop dat er al enkele maanden ligt.
Tussendoor heeft het ook nog weleens even in de la van mijn bureau gelegen, maar ik heb het weer teruggelegd op mijn bureau omdat er een gebed op staat, waar ik zo naar verlang om met mijn hele hart te kunnen bidden.
Het is een zeer ingrijpend gebed, een gebed dat ik jaren geleden, om precies te zijn op 1 juni 2007, overgenomen heb uit het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ van Elisabeth George.
Een gebed dat ik zo graag met heel mijn hart wilde bidden, maar niet kon, omdat ik bang was voor de gevolgen die het zou kunnen hebben, voor de dingen die God van mij zou kunnen vragen.
Maar toch, er was wel een diep verlangen in mijn hart naar het kunnen bidden van dit gebed; naar deze overgave aan Hem.
Het is nu pas, nu ik dit schrijf, dat ik besef, dat God toen al mijn gebed heeft gehoord en verhoord; en aan het werk is gegaan om mij hier te kunnen brengen.

Het beeld liet mij niet los, en daar er voor mij in de dienst geen ruimte was voor meer, voor antwoorden, voor …, ging ik naar huis en trok mij terug op mijn kamertje om in de stilte en de beslotenheid van deze veilige ruimte, Zijn aangezicht te zoeken met dit gebed in mijn handen.
Het bracht mij bij oude schriften, waarin ik zeven jaar geleden mijn wanhopige hart en ziel in bloot gelegd heb, en las opnieuw alles wat ik toen heb geschreven.
Welk een angst en wanhoop klinkt er in door; zoveel vragen en niet begrijpen.
Pijn, verdriet, zelfmedelijden, depressieve gevoelens en gedachten …
Maar ook een verlangen naar dat andere, naar Hem, naar vrijheid, vrijheid van angst en alles wat mij zo gebonden houdt.

Als ik alles heb gelezen, word ik stil, als ik bedenk hoe Hij mijn gebeden heeft verhoord.
Ik word stil als ik bedenk hoe Hij door de jaren heen mij heeft geholpen en gebracht waar ik nu ben.
O, hoe bijzonder zijn niet de beide laatste stukjes in de schriften!
In al mijn wanhoop gaf God mij toch de juiste woorden, zowel om te schrijven en mezelf voor te houden als om van te leren.
Ik herlees de woorden die ik heb opgeschreven van Corrie ten Boom:
‘Als de mens luistert, spreekt God - Ga die cursus doen, Mijn kind!
Als de mens gehoorzaamt, handelt God - Ja, Heer(weliswaar pas na de derde keer dat de advertentie mij onder ogen kwam, maar …) ik ga en zal alles doen wat er wordt gevraagd.
Als de mens bidt: geeft God kracht – In Zijn kracht heb ik alles kunnen doen, en nog veel meer, ook daarna.

Ik pak het andere schrift en lees het gedichtje dat ik toen heb geschreven naar aanleiding van Deuteronomium 31:6,8:

Heer,
mijn God en Vader,
in U, de Ene,
kan ik sterk zijn
en vastbesloten.
Als ik mijn ogen
gericht houd op U,
hoef ik niet te vrezen,
noch te sidderen,
want Uw handen
houden mij veilig
omsloten.

U,
de Ene,
zal mij niet begeven,
en mij niet verlaten,
ja, U zal met mij zijn.
Ik hef mijn hoofd omhoog
en zal mij niet laten breken,
want U, de Ene,
zal altijd
met mij zijn.

- Amen -

Met het besef en het lezen van deze laatste woorden, weet ik dat het moment is gekomen dat ik dit gebed eindelijk kan bidden met heel mijn hart; het is de volgende stap in mijn reis met Hem.

‘Here,
ik geef al mijn plannen en doelstellingen op,
al mijn eigen verlangens en hoop,
en ik neem Uw wil voor mijn leven aan.
Ik geef mijzelf, mijn tijd, mijn alles, ten volle aan U,
om voor eeuwig de Uwe te kunnen zijn.
Vul mij en verzegel mij met Uw Heilige Geest.
Gebruik me zoals U wilt,
zend mij waarheen U wilt,
werk Uw gehele wil uit in mijn leven,
wat het me ook kost,
nu en tot in eeuwigheid.

- Amen -

Ik voel hoe de angst nog zachtjes kriebelt aan de deur van mijn hart, maar ik kies ervoor om mij vast te houden aan Zijn woorden uit Deuteronomium 31:

‘Weest sterk en vastbesloten, vrees niet en siddert niet voor hun aanschijn; immers de Ene, je God, Hij is het die met je gaat, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten!
De Ene, Hij is het die voor je aanschijn uitgaat, Hij zal met je wezen, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten; vrees niet en laat je niet breken!’


Be still  Be Amazed
Stil en verwonderd ben ik, als ik terugkijk(lees) en zie wat Hij heeft gedaan.
Stil en verwonderd ben ik, als ik zie wat Hij doet.
Stil en verwonderd ben ik over het ontdekken van Zijn hand op/in/over … mijn leven, Zijn bemoeienis, Zijn wegen, Zijn liefde.

Door de diepste diepten
heeft U mij geleid.
Al kon ik er nog niets van zien,
toch had U alles voorbereid.
Op geen enkele weg
liet U mij alleen;
U stond elk moment
beschermend om mij heen.
Nu ik terugkijk zie ik,
en ben ik verwonderd en stil.
Ik buig mijn hoofd
en geef mij over aan Uw wil.


Be still  Be Amazed 
Dag 5

dinsdag 12 november 2013

Wat zien wij?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (95)

Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde.

Handelingen 7:55

Als ik vanmorgen door mijn Stille Tijd (Johannes 14:16,17) stilgezet wordt bij de Heilige Geest die ons gegeven is, ga ik naar het Bijbelboek ‘Handelingen’.
Ik blader wat, lees hier daar wat stukjes en blijf steken bij het verhaal van Stefanus.

Stefanus, die wordt uitgekozen en de verantwoording krijgt over uitdelen van het voedsel aan zowel de Griekssprekende Joden als de Hebreeuwssprekende Joden, zodat de apostelen zich bezig kunnen blijven houden met de verkondiging van Gods woord, waartoe zij geroepen waren.
Stefanus, vol van de Heilige Geest, verrichtte grootste dingen en wonderen onder het volk, waardoor sommigen in verzet kwamen.
Ze gingen een discussie met hem aan, maar konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waardoor hij sprak.
Of het nu boosheid was, jaloezie, of beiden, het dreef hen tot waanzin en ze kochten een paar mannen om, die een vals getuigenis tegen hem aflegde.
En zo hitsten zij het volk, de oudsten en schriftgeleerden tegen hem op en ze sleurden hem mee en brachten hem voor de Hoge Raad, waar het valse getuigenis tegen hem werd afgelegd.

Het eerste dat mij zo bijzonder raakt is het laatste gedeelte van vers 15 van hoofdstuk 6 uit Handelingen, waar staat: … en zij zagen een gezicht als van een engel.
Stefanus was zo vol van Gods Geest, dat het zichtbaar was voor een ieder die hem zag.
Automatisch gaan mijn gedachten naar Jezus en Mozes.
Jezus, die op de berg, voor de ogen van zijn discipelen van gedaante veranderde; Wiens gezicht toen straalde als de zon en Wiens kleren wit werden als het licht. (Matth. 17:1,2)
Mozes, die toen hij terugkeerde van de berg met de twee stenen tafelen die hij van God had ontvangen, zijn gezicht moest bedekken, omdat het volk het niet aankon om zijn gezicht dan te zien. (Ex. 34:29,30)

De volheid van Gods Geest; de grootheid van God zichtbaar door hen heen voor iedereen die hen ziet …

Als dan de hogepriester aan Stefanus vraagt of alle beschuldigingen waar zijn, begint Stefanus helemaal niet met het weerleggen van alle valse beschuldigingen.
Vanuit ons mens-zijn, zouden we direct in de verdediging springen en het moment dat ons gegeven wordt om te spreken direct benutten om van leer te trekken tegen al die valse beschuldigingen.
We zouden voor onszelf opkomen om met alles wat in ons is de ander te overtuigen van onze onschuld.
Maar Stefanus doet niets van dit alles; hij spreekt geen enkel woord dat hem ook maar vrij zou kunnen pleiten van de beschuldigingen.
Hij doet zijn mond open en getuigt door de Heilige Geest van wie God is en van wat Hij heeft gedaan.
Van Abraham tot Jacob, van Jozef naar Mozes, van Salomo naar Jezus.
Door de Heilige Geest geleid, legt hij de slechtheid van hun hart bloot en ze worden razend.
Maar Stefanus ziet niets anders dan de heerlijkheid van God, en Jezus aan Zijn rechterhand.
Hij kan niet zwijgen en getuigt van wat hij ziet; en al slepen ze hem zodra hij is uitgesproken mee om hem te stenigen, hij valt op zijn knieën en bidt, net als Jezus, voor hen die hem doden: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest en vergeef hen deze zonde.’

Aan de ene kant zo onbegrijpelijk voor ons mensen; hoe kan God dit toelaten?
Iemand die zulk goed werk deed, zoveel betekende, zoveel wijsheid bezat, zo …
Maar aan de andere kant de enorme grootheid van God, van Zijn wijsheid die ons verstand te boven gaat.

God die in controle is, waardoor Stefanus alle tijd en ruimte heeft om te zeggen wat God wil dat er gezegd wordt.
God, die dan pas ruimte geeft aan zijn boosdoeners om te reageren.
God, die toelaat dat ze hem meenemen en stenigen.
God, die hem de genade geeft en de volheid van Zijn Geest om, terwijl de stenen om zijn oren vliegen en hem langzaam doden, te bidden voor om vergeving voor hen die deze zonde begaan.
God, die hem opneemt in Zijn heerlijkheid.

Te begrijpen, te bevatten?
Nee, zoals zoveel dingen die gebeuren niet te bevatten of te begrijpen zijn voor ons menselijk verstand, maar Zijn grootheid, Zijn almacht, Zijn majesteit erkennen en geloven en vertrouwen dat wat Hij doet - of toelaat - het juiste is.
Stefanus zag Gods heerlijkheid, Gods grootheid.
Wat zien wij?

zaterdag 31 augustus 2013

Kom terug!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (91)

Ik vraag jullie, ontrouwe kinderen, terug te komen.
Jeremia 3:14a

(Jeremia 3)

‘Ik vraag jullie …’
Deze woorden raakten mij vanmorgen toen ik ze las.
God, die vraagt.
De andere vertalingen zeggen: ‘spreekt de Heere’, of ‘luidt het woord des Heren’, maar mij trof deze woorden zoals ze in de GNB staan.
‘Ik vraag jullie.’

Deze woorden spreekt God bij monde van Jeremia tot Zijn volk Israël en haar zuster Juda.
God vergelijk Zijn volk hier met een overspelige vrouw.
‘Heb je gezien,’ zegt Hij in vers 6, ‘hoe ontrouw Israël Mij geworden is? Ze heeft ontucht bedreven op elke hoge heuvel en onder iedere groenen boom.’
 ‘Met haar lichtzinnige overspel bezoedelde ze het hele land …’
‘… Maar jullie (Israël, Juda, de gehele mensheid) zijn Mij ontrouw geworden, als een vrouw aan haar man, …’

‘Ik vraag jullie. ontrouwe kinderen, terug te komen.
Ik ben niet wraakzuchtig.
Ik zal genade voor recht laten gelden, daar sta Ik voor in.
De enorme liefde van God voor Zijn volk die in deze woorden doorklinkt, raakt me diep.
‘Ik vraag jullie terug te komen!’
Wie zou dat doen?

Aan de kant gezet.
In geruild voor een ander.
Afgewezen.
Onverschilligheid.
Afgedankt.
Vergeten.

‘Ik vraag jullie terug te komen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die zijn afgedwaald, die Mij aan de kant hebben gezet, die Mij niet nodig denken te hebben.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die weggelopen zijn, Mij de rug hebben toegekeerd, Mij hebben afgewezen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die tegen Mij in opstand zijn gekomen, Mij niet willen kennen.
Ik vraag jullie terug te komen …’

Nog steeds klinkt Gods roep.
Ook in deze tijd zegt Hij het nog steeds: ‘Kom terug!’
Nog steeds is er genade.
Nog steeds is er vergeving.
Nog steeds staat Hij klaar om te overladen met Zijn liefde.

Als ik om me heen kijk, de nieuwsberichten hoor of lees; of als ik ook naar mijzelf kijk, naar mijn eigen falen en gebreken, mijn zonden, dan word ik heel klein en stil om zoveel liefde.
Al wat wij hoeven te doen is onze schuld te bekennen en ons af te keren van onze verkeerde wegen, en Hij zal ons opnieuw in genade aannemen.
Hij verlangt er zo naar!
Hoor hoe immers Zijn liefde, Zijn verlangen naar Zijn volk, naar Juda, naar ons, doorklinkt in deze woorden: ‘Ik vraag je: Kom terug!’


Ook vandaag klinkt Zijn vraag: ‘Kom terug! Ik vraag je, kom terug!’
Nog steeds klinkt Zijn liefde, Zijn verlangen, naar deze verloren wereld, naar jou!
Nog steeds zijn Zijn armen uitgestrekt om hen die tot inkeer komen in Zijn armen te nemen.
Zijn liefde en verlangen is niet meer alleen voor Zijn volk, maar een ieder mag, dankzij het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha, delen in deze liefde van God.

Hoe indrukwekkend groot is Zijn liefde …