Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen

dinsdag 10 februari 2026

Vertrouwen voor angstige dagen ...

Als ik vanmiddag weer eens echt de tijd heb om achter mijn laptop te kruipen, eindig ik bij een oud blogje van mijn allereerste Blog.
Ik krijg een brok in mijn keel en al snel lopen met het lezen de tranen over mijn wangen, en niet alleen vanwege de herinneringen, maar ook doordat het aanvoelt als een be(aan)moedigend woord van de Heer.
Waar ik doorgaans de (oude) blogjes praktisch in hun originele staat op dit blog plaats, heb ik dit keer het tussendoor (schuingedrukt) aangevuld vanuit het nu, daar de boodschap die erin staat tijdloos is, en dus ook voor nu geldt.

Het verhaal van het dochtertje van Jaïrus staat in dit verhaal centraal, en in het bijzonder een paar woorden van de Here Jezus.

Het verhaal in grote lijnen.
Het dochtertje van Jaïrus ligt op sterven en Jaïrus spoedt zich naar Jezus toe, die in de omgeving was.
Jaïrus smeekt Jezus om mee te komen en Zijn handen op zijn dochtertje te leggen, dan zou ze beter worden en blijven leven.
Jezus gaat met hem op weg, maar wordt onderweg opgehouden.
Dan komt iemand uit het huis van Jaïrus hem tegemoet met de mededeling dat zijn dochtertje al is gestorven en dat hij de Meester niet meer hoef lastig te vallen.
Jezus hoort wel wat er wordt gezegd, maar Hij zegt tegen Jaïrus dat Hij niet bang moet zijn, maar moet blijven geloven.
Vervolgens neemt Hij drie van Zijn discipelen mee het huis binnen, stuurt iedereen die in het huis is naar buiten en gaat samen met de vader, de moeder en Zijn drie leerlingen de kamer van het meisje binnen.
Hij pakt haar hand en zei tegen het meisje: 'Meisje, Ik zeg je: sta op!’
En het meisje, 12 jaar oud, stond op en begon te lopen.
‘Geef haar wat te eten’, zei Jezus.
👉 Marcus 5:21-43 

Aan de hand van dit verhaal neemt Lucado mij mee op weg naar vertrouwen voor angstige dagen.
Steeds opnieuw raakt het me; de manier waarop hij dingen weet te beschrijven, schildert met woorden, ze aaneenrijg tot een verhaal, zodat het zich bijna als een film voor je afspeelt.
Hierdoor raakt hij steeds opnieuw mijn hart.
Hierdoor gaan zijn woorden voor mij leven en betekenis krijgen.
Hierdoor worden handvatten geen droge kost, maar liefdevol, uitgestoken handen, die mij op weg helpen, of de moed geven om verder te gaan, te kunnen.
Zo ook nu weer.
    

De angst van Jaïrus ken ik, herken ik.
De angst om mijn kind te verliezen …
De wegkwijnende dochter vergelijkt hij met een wegkwijnend huwelijk, of een loopbaan die op z’n retour is, toekomst, vriendschap…

Een gezondheid die achteruit gaat.
Een zaak die je daardoor moet stoppen.
Zoveel dingen niet meer kunnen.
De impact van dit alles.


Knaagt die angst, die onzekerheid nu niet aan mijn deur, als ik denk aan mijn zoon, die eind van de week zijn baan kwijt is en zijn opleiding niet kan vervolgen omdat er geen stageplekken zijn te vinden, maar ondertussen wel zijn onkosten heeft voor vrouw en huis.
Ja, één plekje heeft hij aangeboden gekregen, maar die kunnen hem geen loon betalen.
Verder leren met een uitkering kan, maar na een half jaartje komt hij dan in de bijstand.
Knagende angst, knagende onzekerheid…

Knagende zorg (angst is nu een groot woord, maar soms ...), knagende onzekerheid …
Ook nu weer als met de lichamelijke gesteldheid van mijn man het steeds moeilijker wordt om te werken(nadeel eigen winkel).
Ja, hij heeft wel de beslissing genomen om in augustus vervroegd te stoppen, maar houdt hij het zo lang nog wel vol?
En dan …?
Knagende zorg, knagend onzekerheid …


Zoals Jaïrus neerviel aan de voeten van Jezus en smeekte, zo ben ook ik menigmaal aan de voeten van Jezus neergevallen.
Gesmeekt voor het leven van mijn kind, gesmeekt om hulp voor een kind dat zich snijdt, gesmeekt voor …, om …
Zoals Jezus Jaïrus antwoordde en hoop gaf door mee te gaan, ontving ik hoop van Jezus op velerlei manieren.
Soms werd ik boven alles uitgetild en was er vrede in mijn hart en het rotsvaste zeker weten; het komt goed!

Maar dan blijft Jezus staan; of zoals Lucado het zo mooi verwoord: Halverwege het wonder blijft Jezus staan.
Bij Jaïrus werd Jezus opgehouden door de bloedvloeiende vrouw, bij mij was het soms een telefoontje van: mam, ik sta bij de trein en heb de neiging er onder te stappen, of de depressie, die weer genadeloos toesloeg en m’n kind omsloot en door het huis ging als een zware, zwarte wolk, of zoals nu, een sollicitatiegesprek vlak voor dat hij zijn werk kwijt is, maar …. er is geen loon!
Er zijn zovele dingen die ik op zou kunnen noemen aan momenten waarin Jezus halverwege het wonder bleef staan.
En dan slaat de onzekerheid weer genadeloos toe, moedeloosheid, minderwaardigheid.
Zie je wel, God vergeet mij, Hij vindt mij vast niet goed genoeg, belangrijk genoeg.
Zie je wel, mijn geloof is toch niet groot genoeg….

Wat heb ik het afgelopen jaar Hem al veel bestookt met mijn smeekbedes, vooral toen mijn eigen lichaam ook opnieuw begon te protesteren door het werk dat nu op mij neerkwam.
Hoeveel tranen heb ik al niet vergoten …
Hoe, Heer, hoe …?

Iemand uit het huis van Jaïrus komt eraan en vertelt hem dat zijn dochtertje inmiddels is gestorven en dat hij de Meester niet meer lastig hoeft te vallen.
Te laat.
Stilte.
Dan wijst Lucado met klem op de woorden die de Here Jezus dan uitspreekt:

                                     ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Wees niet bang….
Jaïrus dochtertje is dood.
Geloven?
Wie? Wat? Hoe?
Blijf geloven dat Jezus in staat is om te helpen.

Wees niet bang …
Mijn man op tijd bij de trein om onze zoon op te halen.
Een kaartje, een arm, een tekst, een woord, een boek, …
Uitkering, bijstand, voldoende ...?

Een blogje als dit, maar ook andere schrijfsels, gedichten …
Kaartjes, een arm, liederen, gebed …
Reacties op blogjes …
God Die spreekt door het Dagboek van Murray* heen en mij al schrijvend leidt naar Wie Hij is, en woorden geeft die mij terechtwijzen, onderwijzen, bemoedigen, aanmoedigen, aansporen, nieuwe moed en hoop geven, als ook de kracht om opnieuw …

Lucado wijst met klem op de woorden: ‘Wees niet bang, blijf geloven.’
Hij wijst op het feit, dat Jezus de woorden van de dienaar had gehoord.
Hij wijst op het feit, dat Jezus, hoewel Hij in beslag genomen werd door de zieke vrouw en omgeven was door zoveel mensen, Hij Jaïrus en zijn nood geen moment uit het oog verloor.
Hij wijst op het feit, dat Jezus alles hoorde en Hij het belangrijk genoeg vond om Jaïrus’ angst aan te pakken en mee te gaan naar zijn huis.
Hij wijst op het feit, dat één woord van Jezus vanaf de plaats waar Hij was, genoeg zou zijn geweest.
Hij wijst op het feit, dat Jezus niet alleen wilde laten zien dat Hij doden kon opwekken, maar dat Hij meegaat, komt, om dat te doen.

Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mij.
Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mijn zoon.
Jezus komt en spreekt.
Door een kaartje, door een boek, door een persoon, door een vogel die het hoogste lied zingt, een ree dat stilstaat in de wei langs de weg …’
Een steuntje in de rug.
Lucado wijst op het feit, dat God dat nog steeds doet.
Aan Jaïrus, aan mij.
Aan hen die neerslachtig zijn, aan hen die overmand worden door verdriet.

Ook nu nog, bij mijn man, bij mij, bij ons.

Hij dringt aan: ‘Wees niet bang, blijf geloven!’

Blijven geloven, dat Hij voor mijn kinderen zorgt, waar ze zich ook bevinden, waar ze ook door heen gaan op dit moment.
Blijven geloven, dat Hij komt om mij (en hen) op te beuren.
Blijven geloven, dat Hij mij, ons, belangrijk genoeg vindt.
Blijven geloven.

Blijven geloven, ook nu beurt Hij op, richt Hij op.
Blijven geloven, wat er ook gebeurt, Hij is erbij.
Blijven geloven, Hij gaat met ons mee.
Blijven geloven, Hij geeft de kracht, de moed, de hoop.
Blijven geloven, Hij ziet, Hij hoort; nog steeds.

Lucado schrijft: 'Angst rooft zoveel vrede van onze dagen.'
O, wat een waar woord.
Hoeveel vrede heeft angst al niet van mij geroofd en hoe vaak al niet.
Ik weet het, en toch, het gebeurt iedere keer weer.
Angst, de grootste vijand van mijn vrede.
Angst, de grootste vijand van mijn geloof.
Angst, de grootste vijand van mijn vreugde.
Angst, de grootste vijand van mijn hoop.

Lucado wijst op Gods woord waar Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen.’
(Matt.28:20)
Waar we ook naar toe gaan, waar we ons ook bevinden, nergens op deze aarde is een plaats waar God niet is.
Wees niet bang, maar geloof.

Angst is bij tijden de grote aanwezige in mijn leven.
Soms heeft angst mijn leven bepaald, mijn keuzes, mijn doen en laten.
Het is soms nog steeds mijn grootste, steeds terugkerende vijand.
Wat betekent het veel voor mij als Lucado schrijft:
‘De aanwezigheid van angst betekent niet dat je geen geloof hebt.
Angst gaat bij iedereen op bezoek.
Maar zorg ervoor dat je angst een bezoeker is en geen bewoner.’

Wat hebben mensen mij al vaak gekwetst met hun veroordeling vanwege mijn angst.
Wat hebben mensen mij al vaak pijn gedaan met hun onnadenkende uitspraken.
Wat zeggen we soms makkelijk dingen en halen de bijbel te pas en te onpas aan, zonder te weten of ons te bekommeren waar iets vandaan komt, wat de oorzaak is.
Wat heb ik soms getwijfeld aan mijn geloof vanwege mijn angst en wat mensen daar over te zeggen hadden.
Dan is het alsof God nu zelf tegen mij zegt:
‘Mijn lieve dochter, als angst je weer overvalt, weet dan dat dit niets afdoet aan je geloof in Mij, maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis.’

… maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis …
Ja, het kan me soms zo overvallen, gevoelens van zorg, van moedeloosheid, van niet meer weten hoe ik verder moet, hoe ik het vol ga houden, maar deze gevoelens geen intrek laten nemen in mijn hart en in mijn ziel.
Och, wat is dit soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar wat een geweldig liefdevolle God en Vader hebben wij toch, dat Hij steeds opnieuw komt, en laat zien, en Zijn hand uitstrekt en zegt: 'Kom maar, geef maar aan Mij. Kom maar, wees niet bang, vertrouw Mij!'
Soms in de stilte van je Stille Tijd …
Soms met een koffiebezoekje aan een vriendin …
Soms met lezen.
Soms met …

Ja, angst heeft al heel veel geroofd, maar ik ben op weg mijn angst tegemoet te treden met geloof.
Samen, hand in hand met God, met Jezus, met de Heilige Geest.
Soms, dreigt het kolkende water van angst mij te overspoelen, maar ik grijp die toegestoken hand van Hem uit de hemel.
Soms duurt het even, zie ik niets anders dan die golven, maar Hij vind mij belangrijk; Hij komt, Hij wacht, Hij reikt Zijn hand.

‘Wees niet bang.
Geloof!’



📅 November 2009

* Dagboek van Andrew Murray


dinsdag 23 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken (2)

Door de warmte schrijf ik niet veel op dit moment; het is te heet op mijn kamertje.
En beneden, waar de twee kids die nog thuis wonen heen en weer lopen, is ook niet echt een optie, daar ik om te kunnen schrijven stilte en rust nodig heb.
Toch wil ik nog even verder gaan op dit onderwerp, daar het niet af is met alleen het vorige schrijven.
Lag het de vorige keer erg op mijn hart lag om te benoemen dat de hel een realiteit is en geen verzinsel, of iets dat God toch niet zou doen, nu verlangt mijn hart naar de hemel.

Mijn gedachten gaan verschillende kanten uit, maar het meest moet ik terugdenken aan een boek van Adrian Plass waar ik jaren geleden in begonnen ben en nooit heb uitgelezen, omdat ik stuk liep op een bepaald stukje over de hemel.
Het boek, een dagboek, heet ‘De ontluiking’ – Gods reddingsplan voor mensen met angst.
(Zie: Boekinfo)
Angst was, ondanks dat ik geloofde, mijn vijand en metgezel.
Met ieder hoofdstuk dat ik las, schreef ik daarna mijn eigen gedachten en gevoelens op en hoopte dat ik iets verder zou komen in mijn strijd tegen mijn angst.
De schrijfblokjes met al mijn gedachten en gevoelens heb ik nog steeds en ik heb het laatste schrijven even opgezocht.
Dinsdag, 18 februari 1997 – Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Het hoofdstukje heet: Hemel op aarde?
Johannes 14:1-6 is het uitgangspunt.

Ik weet niet of iemand van jullie Adrian Plass kent, maar van zijn schrijfstijl houdt je, denk ik, of niet.
Zelf heb ik verschillende boeken van hem in mijn kast staan; ik houdt over het algemeen wel van zijn schrijven.
(Al is het lange tijd geleden dat ik één van zijn boeken heb gelezen, maar goed, dat is wat anders)
Na het tekstgedeelte schrijft hij niet zoals in de rest van het boekje een stukje en een gebed, maar verwoord in een gedicht zijn gedachten en gevoelens, zijn verlangens en hoop.

‘Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er vliegers zullen zijn …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat ik er vrienden zal ontmoeten in oude Susses-cafë’s vol eikehout …

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan dat er seizoenen zullen zijn waarin de kleuren vliegen …

Als ik in de hemel ben
zeg me dan  …’

Ik moest hiermee gaan nadenken over de hemel, maar ik kon niets verzinnen.
Als ik in de hemel ben, ja, wat dan?
Wat verwacht ik?
Wat verlang ik?
Waar verlang ik naar?
In de kringen waar ik vandaan kom, werd er, in mijn herinnering, niet bepaald over de hemel nagedacht of gesproken, eerder over het andere.
Nog weet ik dat ik vreselijk heb zitten huilen, omdat ik niet in staat was om iets te verwoorden.
Ik kon niet, ik durfde niet …
Hoe  kon je zo denken en schrijven?
Angst om dit soort gedachten en verlangens uit te spreken, op te schrijven, verlamden mij.
Er waren zoveel dingen die ik zo graag zou willen, die ik had willen doen, maar die niet mochten, omdat ze ‘fout/zondig’ waren.
Zoveel dingen die ik niet durfde, uit angst voor wat er kon gebeuren.
En ik heb het boekje weggelegd en ben er nooit meer in verder gegaan.
Toch was ik het nooit vergeten; het bleef in mijn achterhoofd zitten en kwam af en toe boven, totdat het moment dat ik in staat was om mijn eigen versie te schrijven van ‘Als ik in de hemel ben, zeg me dan …’

Als ik mijn schrijven weer lees, komen er tranen, tranen van verdriet om de pijn die ik voel die achter deze woorden zit.
Maar tegelijk zijn er een paar liederen die daarboven staan, die weerklinken in mijn hoofd en mij vreugde geven.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik dansen kan,
dansen op hemelse muziek.
Dansen tot de eer van God.
Vol van intense vreugde en dan …
Doorgaan, zonder angst voor kritiek;
gewoon uiting geven aan mijn liefde voor Hem.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er wonderschone gebieden zijn
waar de stilte voelbaar is
en gevoelens van vrede mijn hart overstromen.
Omdat, waar ik ook loop, het altijd veilig zal zijn.
Want dat is iets, wat ik nu zo mis;
een stille, veilige plek in Zijn schepping.

Als ik in de hemel ben,
zeg mij dan, dat er muziek zal zijn
zo wonderbaar mooi,
dat 't mijn ziel tot het diepst beroert.
Zo zuiver, zodat ik niets anders kan
dan Hem loven en prijzen
met een intens dankbaar hart.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik weer uit volle borst
en met een vreugdevol hart,
oprecht en zuiver zingen kan.
Zonder te azen op mijn eer,
maar alleen te zingen tot glorie
van mijn opgestane Heer.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat er uitgestrekte,
groene weiden zijn.
Zonovergoten bossen en stranden,
waar ik lopen en genieten kan
zonder angst, zonder beven.
Enkel en alleen dicht bij U zijn.

Als ik in de hemel ben
zeg me dan, dat er dieren zijn,
leeuwen, tijgers, dolfijnen, de olifant.
Van alles waar ik in vrede tussen leven kan;
ze vol bewondering aan kan raken.
Oh Heer, dan zal ik weten,
ik ben thuis in mijn eeuwig Vaderland.

Als ik in de hemel ben,
zeg me dan, dat ik met volle teugen
van al deze dingen genieten kan.
Overlopend van dankbaarheid.
Met een hart vol van intense vrede,
omdat het gedaan is
met elke vorm van strijd.

Als ik in de hemel ben.....
Heer, ik verlang ernaar
om voor altijd
bij U te zijn.

Als ik in de hemel ben, zeg me dan …

Mijn gedachten gaan terug naar mijn momenten van zwaarmoedigheid en waarin ik God vroeg om mij weg te nemen uit dit leven en dat het kleinste plekje in het uiterste hoekje van de hemel genoeg zou zijn.

De zwaarte van het leven, alle problemen, moeiten en zorgen, doen mij soms hevig verlangen naar de hemel, naar de tijd dat ik voor altijd bij Hem mag zijn.
Als we in de gemeente liederen over de hemel zingen, lopen doorgaans de tranen over mijn wangen.
Wat kan ik dan verlangen naar die tijd …

‘Er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht,
 een dag van blijdschap,
als heel de schepping wordt bevrijd …

Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken …

 Nooit meer tranen nooit meer pijn,
 want wij zullen met hem leven in zijn nabijheid …’

Maar
het lied zegt nog meer:
‘Dus kijk omhoog en zie wat nog verborgen is,
 maar wat beloofd is, dat blijft in alle eeuwigheid.
 En als je lijdt, weet dat het maar voor even is.
 Als Jezus terugkomt, deel je in zijn heerlijkheid …’

Meer en meer leer ik te kijken naar wat beloofd is.
Meer en meer leer ik dat het lijden maar voor even is, al blijft het soms moeilijk en willen mijn gevoelens mij een andere kant op meenemen.
Doorgaan, me richten op wat ik mag doen voor Hem, te midden van alles.
Zien op wie Hij is en daardoor kracht ontvangen, sterker worden, standvastiger.

De hemel …
Jezus is mijn plaats daar aan het voorbereiden, klaarmaken.
Daar wacht mij een erfenis; onvergankelijk, onbederfelijk, onaantastbaar.
Daar zal God Zelf al mijn tranen drogen.
Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen pijn ...
Alles zal Hij nieuw maken …

Het is een beetje een ander stukje geworden dan ik voor ogen had.
Soms gebeurt dat, maar ik geloof, dat God ook daarin de leiding heeft.
Voor mijzelf, om mij te helpen, te leren, dankbaar terug te zien, …
En misschien ook voor jou.
               Opgename mannendag in Assen
 

Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.
En Ik zal hem de morgenster geven.

Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Zie, Ik kom spoedig.
Houd vast wat u hebt,
opdat niemand uw kroon zal wegnemen.

 (Openbaring 2:7b, 11b, 17b, 26-28; 3:5,12,21;
  Openbaring 3:22 (+ 2:7a,11a,17a,29; 3:6,13);
  Openbaring 3:11)

vrijdag 12 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken

Deze zin las ik vanmorgen in mijn dagboek, en ik vroeg mij af of dit -nog- wel zo is.
Het dagboek is tien jaar oud en in onze maatschappij is er toch wel heel veel veranderd in die tien jaar.
Het lijkt erop dat steeds minder mensen geloven in de hel.
God is toch liefde, dan stuurt Hij toch geen mensen naar de hel?
Daarbij jaag je mensen alleen maar angst aan als je spreek over de hel.

Ik vroeg mezelf ook eigenlijk wel af of ik wel over dit citaat moest/wilde schrijven, of dat ik het gewoon alleen zelf zou overdenken.
Maar de Bijbel is heel duidelijk over het bestaan van de hel, dus waarom zou ik niet mijn gedachten ook hier over gewoon onder woorden brengen?
Of de mens het nu wil erkennen of niet, de Bijbel spreekt er over en we kunnen het dus niet schrappen omdat de boodschap over de hel ons niet ligt.

Ben ik, in mijn beleving, opgegroeid met 'hel en verdoemenis', in Evangelische/charismatische kring mis ik een waarschuwende boodschap.
Was het een toornende God die in mijn jonge jaren de boventoon voerde, lijkt het in Evangelische/charismatische kring alsof God alles maar goed vindt, want Hij is liefde en heeft het beste met ons mensen voor.
Een balans in deze beide kanten van God, lijkt soms maar moeilijk te vinden.
Toch is God beiden.
Hij is een God die toornt over de zonden, maar is tegelijk ook liefde.
En zoals het vooruitzicht voor Zijn kinderen de hemel is, zo is daar ook de hel voor een ieder die niet in Hem, in het verlossende werk van Jezus, gelooft.

De meest bekende tekst uit de Bijbel is denk ik wel Johannes 3:16:

'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.'
… opdat een ieder die in Hem gelooft – in Jezus, Zijn Zoon – niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft …

Geloven of niet geloven.
Eeuwig leven of verloren gaan.
Hemel of hel.

De hel is een realiteit, of wij het nu willen of niet.
Waarom zou God anders Zijn Zoon hebben laten lijden en sterven voor onze zonden?
Waarom zou Hij anders zoveel moeite hebben gedaan om ons te redden?
Trouwens, waar zouden we anders van gered moeten worden?

Ja, God is liefde!
Ja, God is een genadig en vergevend God!
Wie in Hem geloven, mogen Hem zelfs Vader noemen!
Maar de enige weg tot deze Vader is Jezus Christus!

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot  de Vader dan door Mij!’

(Johannes 14:6)

Je kunt het aan de kant schuiven; als een struisvogel je hoofd in het zand steken, maar dat verandert niets aan wat God in Zijn woord zegt.
Zegt de Here Jezus Zelf ook niet:
Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.
En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.

(Mattheüs 5:29,30)

Ik denk niet dat de Here Jezus bedoelde dat we nu maar gelijk ons oog eruit zouden moeten rukken, of onze hand afhakken als het ons tot zonde brengt, maar is het wel een zeer grote waarschuwing voor ons allemaal, om te laten zien hoe ernstig Hij het meent.
Hoe serieus Hij is als het gaat om zonde, om verloren gaan.
Hoe het Hem aan Zijn hart gaat.
Maar aan de andere kant, Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, dus ik kan me ook zo voorstellen dat Hij het inderdaad wel echt en serieus meent.
Want als geen ander weet Hij immers wat het inhoudt.
Hij ziet ons liever zonder oog of hand door het leven gaan met Hem, dan dat we met twee gezonde ogen of handen recht op de hel af gaan.

De hel leert ons de hemel zoeken.
Moet angst voor de hel ons dan doen zoeken naar de hemel, naar Jezus, naar God?
Leert de hel ons nog de hemel zoeken?
Gelovigen?
Ongelovigen?

Ik geloof dat Hij liever heeft dat iedereen Hem zoekt om Zijn liefde, Zijn genade en Zijn vergeving.
Ik geloof dat Hij veel liever heeft dat we inzien dat we eigenlijk helemaal niet zonder Hem kunnen.
Dat ons leven leeg en doelloos is zonder Hem en dat we pas tot rust komen als we Hem hebben gevonden.
Dat Hij het is die ons leven vol en compleet maakt, omdat Hij onze Schepper is.
Maar ik geloof ook dat Hij blij is als iemand Hem leert kennen (of Hem beter leert kennen) door angst voor de hel.

De Here Jezus zegt immers ook:
En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.
(Mattheüs 10:28)

Zonde en God gaan niet samen.
En er is geen enkele manier waarop wij onze zonden ook maar kunnen goedpraten of kunnen vergoelijken, waardoor Zijn oordeel niet over ons zou komen.
Voor mensen kunnen we de dingen soms zo mooi recht praten dat het verkeerde goed lijkt, maar God ziet er dwars door heen.
Niets is voor Zijn ogen verborgen.
Hij ziet tot in het diepst van ons hart.
De enige manier om te ontkomen aan Zijn toorn over de zonde, is door je te laten reinigen met het bloed van de Here Jezus.
Dan ziet Hij onze zonde niet meer.
Knielen bij het kruis, belijden dat we Jezus nodig hebben omdat we zondig zijn, Hem aannemen als onze Heer en Heiland, is de enige manier om in de hemel te kunnen komen.


Angst is niet altijd een goede raadgever, misschien zelfs meer niet dan wel, maar in dit geval is het denk ik beter dan de hel achteloos ter zijde te schuiven als zijnde: dat doet God toch niet.
Zijn woord zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.