Posts tonen met het label God van hulp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God van hulp. Alle posts tonen

zondag 9 november 2014

God hoort, verhoort en leidt ...

Vanmorgen onder de aanbidding in onze gemeente zag ik met het zingen van het refrein (All I have, I give to You. All I am, I give to You. I Lay it at your feet. I Lay it at your feet) van het lied ‘Clean – My God rescued me’ … ineens mijn bureau met enkel het notitieblaadje erop dat er al enkele maanden ligt.
Tussendoor heeft het ook nog weleens even in de la van mijn bureau gelegen, maar ik heb het weer teruggelegd op mijn bureau omdat er een gebed op staat, waar ik zo naar verlang om met mijn hele hart te kunnen bidden.
Het is een zeer ingrijpend gebed, een gebed dat ik jaren geleden, om precies te zijn op 1 juni 2007, overgenomen heb uit het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ van Elisabeth George.
Een gebed dat ik zo graag met heel mijn hart wilde bidden, maar niet kon, omdat ik bang was voor de gevolgen die het zou kunnen hebben, voor de dingen die God van mij zou kunnen vragen.
Maar toch, er was wel een diep verlangen in mijn hart naar het kunnen bidden van dit gebed; naar deze overgave aan Hem.
Het is nu pas, nu ik dit schrijf, dat ik besef, dat God toen al mijn gebed heeft gehoord en verhoord; en aan het werk is gegaan om mij hier te kunnen brengen.

Het beeld liet mij niet los, en daar er voor mij in de dienst geen ruimte was voor meer, voor antwoorden, voor …, ging ik naar huis en trok mij terug op mijn kamertje om in de stilte en de beslotenheid van deze veilige ruimte, Zijn aangezicht te zoeken met dit gebed in mijn handen.
Het bracht mij bij oude schriften, waarin ik zeven jaar geleden mijn wanhopige hart en ziel in bloot gelegd heb, en las opnieuw alles wat ik toen heb geschreven.
Welk een angst en wanhoop klinkt er in door; zoveel vragen en niet begrijpen.
Pijn, verdriet, zelfmedelijden, depressieve gevoelens en gedachten …
Maar ook een verlangen naar dat andere, naar Hem, naar vrijheid, vrijheid van angst en alles wat mij zo gebonden houdt.

Als ik alles heb gelezen, word ik stil, als ik bedenk hoe Hij mijn gebeden heeft verhoord.
Ik word stil als ik bedenk hoe Hij door de jaren heen mij heeft geholpen en gebracht waar ik nu ben.
O, hoe bijzonder zijn niet de beide laatste stukjes in de schriften!
In al mijn wanhoop gaf God mij toch de juiste woorden, zowel om te schrijven en mezelf voor te houden als om van te leren.
Ik herlees de woorden die ik heb opgeschreven van Corrie ten Boom:
‘Als de mens luistert, spreekt God - Ga die cursus doen, Mijn kind!
Als de mens gehoorzaamt, handelt God - Ja, Heer(weliswaar pas na de derde keer dat de advertentie mij onder ogen kwam, maar …) ik ga en zal alles doen wat er wordt gevraagd.
Als de mens bidt: geeft God kracht – In Zijn kracht heb ik alles kunnen doen, en nog veel meer, ook daarna.

Ik pak het andere schrift en lees het gedichtje dat ik toen heb geschreven naar aanleiding van Deuteronomium 31:6,8:

Heer,
mijn God en Vader,
in U, de Ene,
kan ik sterk zijn
en vastbesloten.
Als ik mijn ogen
gericht houd op U,
hoef ik niet te vrezen,
noch te sidderen,
want Uw handen
houden mij veilig
omsloten.

U,
de Ene,
zal mij niet begeven,
en mij niet verlaten,
ja, U zal met mij zijn.
Ik hef mijn hoofd omhoog
en zal mij niet laten breken,
want U, de Ene,
zal altijd
met mij zijn.

- Amen -

Met het besef en het lezen van deze laatste woorden, weet ik dat het moment is gekomen dat ik dit gebed eindelijk kan bidden met heel mijn hart; het is de volgende stap in mijn reis met Hem.

‘Here,
ik geef al mijn plannen en doelstellingen op,
al mijn eigen verlangens en hoop,
en ik neem Uw wil voor mijn leven aan.
Ik geef mijzelf, mijn tijd, mijn alles, ten volle aan U,
om voor eeuwig de Uwe te kunnen zijn.
Vul mij en verzegel mij met Uw Heilige Geest.
Gebruik me zoals U wilt,
zend mij waarheen U wilt,
werk Uw gehele wil uit in mijn leven,
wat het me ook kost,
nu en tot in eeuwigheid.

- Amen -

Ik voel hoe de angst nog zachtjes kriebelt aan de deur van mijn hart, maar ik kies ervoor om mij vast te houden aan Zijn woorden uit Deuteronomium 31:

‘Weest sterk en vastbesloten, vrees niet en siddert niet voor hun aanschijn; immers de Ene, je God, Hij is het die met je gaat, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten!
De Ene, Hij is het die voor je aanschijn uitgaat, Hij zal met je wezen, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten; vrees niet en laat je niet breken!’


Be still  Be Amazed
Stil en verwonderd ben ik, als ik terugkijk(lees) en zie wat Hij heeft gedaan.
Stil en verwonderd ben ik, als ik zie wat Hij doet.
Stil en verwonderd ben ik over het ontdekken van Zijn hand op/in/over … mijn leven, Zijn bemoeienis, Zijn wegen, Zijn liefde.

Door de diepste diepten
heeft U mij geleid.
Al kon ik er nog niets van zien,
toch had U alles voorbereid.
Op geen enkele weg
liet U mij alleen;
U stond elk moment
beschermend om mij heen.
Nu ik terugkijk zie ik,
en ben ik verwonderd en stil.
Ik buig mijn hoofd
en geef mij over aan Uw wil.


Be still  Be Amazed 
Dag 5

zaterdag 29 juni 2013

Hulp en redding

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (86)

Wie wijs is, let op deze dingen,
hij slaat er acht op
hoe de Heer telkens zijn liefde toont.

Psalm 107:43

De laatste paar dagen komt Psalm 107 steeds opnieuw in mijn gedachten als ik ’s morgens een stukje uit mijn Bijbel wil lezen.
Verschillende keren heb ik inmiddels de Psalm doorgelezen en mijn oog werd getrokken door een paar verzen met dezelfde strekking.

Als ik even kijk naar het hoeveelste stukje het is van ‘Bedenk en onthoud’, zie ik dat ik nog niet zo lang geleden ook over deze Psalm heb geschreven, maar dat deze keer mijn oog op heel andere dingen uit dit hoofdstuk valt.
Toch had ik dezelfde tekst als uitgangspunt genomen, en dat blijf ik ook doen, daar verander ik niets aan, want het is net zo met elkaar verbonden als bij het vorige stukje uit deze Psalm.

In hun angst riepen zij de Heer om hulp en Hij redde hen van een wisse dood.
Deze woorden komen 4 keer terug; namelijk in vers 6, vers 13, vers 19 en vers 28.
De omstandigheden waren telkens anders, maar steeds opnieuw klinken vervolgens deze woorden.
Hoe bijzonder!

Het zij duidelijk dat deze woorden belangrijk zijn en ons iets te zeggen hebben.
Ook de uitgebreide omschrijvingen hebben ons iets vertellen.
Namelijk, dat waar we ons ook bevinden, in welke situatie dan ook; of het nu door ons eigen toedoen is, of dat we beproefd of verzocht worden, vanuit welke omstandigheden we het ook uitroepen naar God, Hij hoort en redt!
En daar blijft het niet bij, God gaat nog verder.
Hij wijst vervolgens de goede weg, leidt naar een veilige plek.
Hij redt uit het diepste duister, verbreekt boeien.
Brengt genezing en stormen tot bedaren.

Laten zij Hem danken, zegt dan de Psalmist, danken voor de liefde die Hij hen heeft bewezen; want alles wat Hij heeft gedaan, getuigt van Zijn grote liefde.
Ook dit woord komt vier keer terug en geeft aan hoe belangrijk het is dat we ook niet vergeten om Hem te bedanken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft bewezen.

Maar dat niet alleen.
De psalm eindigt met de volgende woorden:
‘Wie wijs is, let op deze dingen, hij slaat er acht op hoe de Heer telkens Zijn liefde toont.’
We dienen Hem niet alleen te danken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft getoond, maar de Psalmist drukt ons op het hart om acht te slaan op elke manier waarop God Zijn liefde toont.
Hij noemt het zelfs wijs als we daarop zouden letten.
Zien hoe God ons Zijn liefde toont, bewijst, maakt ons tot een ander mens.
Een dankbaar mens.
Een gelukkig mens.
Niemand kan onveranderd blijven onder de liefde die God de Vader ons bewijst, tenzij wij er geen acht op slaan.
Maar dat zou dom zijn …


Nog steeds toont God Zijn liefde.
Nog steeds hoort Hij elke roep om hulp.
Nog steeds redt Hij.
Nog steeds helpt Hij verder vanuit Zijn gegeven hulp.
Nog steeds bewijst Hij Zijn liefde.
Nog steeds is Hij dezelfde;
toen en  nu.
 
Heer, U hoort mij als ik roep.
Waar ik mij ook bevind,
in welke omstandigheden
ik ook verkeer,
U hoort mij
en komt mij te hulp.
U bewijst aan mij Uw liefde.
Toont mij wegen die ik kan gaan.
U geeft mij een veilige plek om te wonen
en brengt stormen tot bedaren.

Uit het diepste duister haalt U mij.
Ketenen rukt U van mij af.
Op Uw woord word ik gezond
en U redt mij van het graf.

Ik wil U danken, Heer,
Uw Naam loven en prijzen
om de liefde die U mij steeds bewijst.
Ik wil U eren en aanbidden,
U alle eer en hulde brengen
om de liefde die U mij steeds weer geeft.

U bent groot
en zeer te prijzen.
Ik wil niet voorbijgaan
aan de liefde
die U steeds toont.

zondag 26 mei 2013

Ik sterk en help je!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (81)

Vrees niet, want Ik ben met u;
zie niet angstig rond, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u,
ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.

Jesaja 41:10

Is het al geweldig om te mogen weten dat God bij ons is, Hij laat het daar niet bij.
Ook belooft Hij ons te sterken en te helpen.
Ja, te ondersteunen met Zijn heilrijke rechterhand.
Steeds opnieuw komen deze woorden, in of met dezelfde strekking, via de Bijbel tot ons.

Psalm 31:25:
Wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken, u allen die op de HEERE hoopt!

Psalm 89:22:
Mijn hand zal hem doen standhouden, ja, Mijn arm zal hem sterk maken.

Jesaja 58:11:
En de HEERE zal u voortdurend leiden, Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen, uw beenderen kracht geven; u zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit ontbreekt.

Psalm 18:7:
In mijn nood riep ik de HEERE aan, ik riep tot mijn God; Hij hoorde mijn stem vanuit Zijn paleis, mijn hulpgeroep voor Zijn aangezicht kwam in Zijn oren.

Psalm 121:1,2:
Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.
Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Psalm 121:5:
De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand.

Psalm 118:15b,16:
De rechterhand van de HEERE doet krachtige daden, de rechterhand van de HEERE is hoogverheven, de rechterhand van de HEERE doet krachtige daden.

Het zijn geen loze woorden en beloften, God doet wat Hij zegt.
Hij is een betrouwbaar God.
En God verlangt ernaar dat we deze woorden aannemen, proclameren als het ware er op gaan staan; ook als het tegen alles wat we voelen ingaat.
Gods woorden zijn niet gebaseerd om gevoel, maar op waarheid.
God zegt het, dus het is zo.

Ik zeg niet dat dit makkelijk is om te doen, dat zou ik niet durven.
Ik weet immers uit ervaring welk een worsteling het vaak is.
Maar ik heb ook gemerkt, dat als ik hardop en gefocust Gods woord als een proclamatie uitspreek, mijn gevoelens veranderen.
En ik ervaar hoe rust en vrede, verwondering, kracht en sterkte, mijn hart binnenkomen.
En ik weet: Ja, het is werkelijk Zijn rechterhand die mij ondersteunt.


Ik ben bij je,
ja, heel dicht bij jou
alle dagen van je leven.
In voor- en in tegenspoed
ben Ik bij jou.
Als jij niet meer kunt,
zal Mijn rechterhand
jou ondersteunen
tot je krachten weer zijn
herstelt.
Wees toch niet bang!
Vertrouw Mij!
Mijn woord is ja en amen.
Ik ben betrouwbaar
en rechtvaardig.
Als Ik zeg
dat Ik je helpen zal,
dan doe Ik dat.
Als Ik zeg
dat Ik sterken zal,
dan doe Ik dat.
Als Ik zeg
dat Ik je ondersteunen zal,
dan doe Ik dat.
Alles wat Ik zeg,
doe Ik.
Wees dus niet bang,
maar vertrouw Mij.
Vertrouw Mij!

woensdag 27 februari 2013

Kom tot Mij! De last ...


Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (55) 
 
... want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.
 
Mattheüs 11:30
 
Soms zegt een verhaal genoeg, of misschien wel meer dan menige uitleg van een tekst.
Mij in ieder geval wel.
Waarom was mijn last zo zwaar?
Ik smeet de slaapkamerdeur dicht en leunde ertegenaan.
Is er dan helemaal geen rust in dit leven? ... zat ik mezelf af te vragen.
Ik stommelde het bed in en gooide mijzelf neer, het kussen tegen mijn oren duwende om het lawaai van mijn bestaan uit te sluiten.
"Oh God," huilde ik, "Laat mij toch alstublieft slapen."
Laat me maar voor altijd blijven slapen om nooit meer wakker te worden!"
Met een diepe snik probeerde ik mezelf in onvergetelheid te vinden.
Daarna verwelkomde ik de zwartheid die over me heen kwam.
Licht omringde me toen ik weer bijkwam.
Ik vestigde mijn aandacht op de bron: het figuur van een man die voor een kruis stond.
"Mijn kind" vroeg die persoon, "waarom wil je bij Me komen voordat Ik klaar ben om je te roepen?
"Heer, het spijt mij, het is alleen maar omdat ... ik kan zo niet verder.
U ziet hoe moeilijk het voor mij is.
Kijkt u eens naar deze akelige last op mijn rug.
Ik kan die gewoon niet meer dragen."
"Maar Ik had je verteld dat je al je lasten op Mij mocht gooien, want Ik zorg voor je.
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht."
"Ik wist wel dat U dat zou zeggen.
Maar waarom moet die van mij dan zo zwaar zijn?"
"Mijn kind, iedereen in de wereld heeft een last te tillen.
Misschien wil je een andere proberen?"
"Kan dat dan?"
Hij wees naar verschillende lasten die aan Zijn voeten lagen.
"Ja hoor, je mag deze allemaal proberen."

Ze leken allemaal dezelfde grootte te hebben, maar elke last had een label met een naam erop.
"Daar is die van Joke" zei ik.
Joke was getrouwd met een rijke zakenman.
Zij woonde in een prachtige villa en had haar drie dochtertjes altijd in de prachtigste en duurste merkkleren.
Soms haalde ze mij zelfs op in haar Mercedes als mijn auto stuk was.
"Laat mij die maar proberen."
Zo moeilijk kon die last van haar niet zijn, dacht ik.
De Heer haalde mijn last van mijn schouders af en legde die van Joke erop.
Ik viel meteen door mijn knieën vanwege het gewicht.
"Haal het eraf!" zei ik.
"Waarom is dat ding zo zwaar?"
"Kijk maar binnenin."
Ik maakte de touwtjes los en opende de bovenkant.
Daar binnenin was een figuur van haar schoonmoeder, en toen ik die eruit haalde, begon ze te spreken.
"Joke, je zal nooit goed genoeg zijn voor mijn zoon," begon ze.
"Hij had je nooit moeten trouwen.
Je bent een verschrikkelijke moeder voor mijn kleinkinderen."
Ik legde vlug dit figuur weer terug in het pak en haalde er een andere uit.
Het was Gabriëlle, Joke haar jongste dochter.
Haar hoofd had een verband eromheen die resulteerde van de operatie die had geprobeerd haar epilepsie te herstellen, maar tevergeefs.
Een derde figuur was de broer van Joke.
Aan drugs verslaafd, was hij nu in de gevangenis voor het vermoorden van een politieagent.
"Ik zie nu waarom haar last zo zwaar is Heer.
Maar ze lacht altijd, en ze staat altijd voor anderen klaar.
Ik heb me nooit gerealiseerd ..."

"Wil je een andere proberen?" vroeg Hij zachtjes.
Ik probeerde verscheidene.
Die van Paula voelde ook zwaar aan: zij had 4 kleine jongens op te voeden zonder vader.
Die van Debora was ook zo zwaar: een jeugd van sexuele mishandeling en een huwelijk van emotionele mishandeling.
Toen ik bij de last kwam van Ruth, hoefde ik die niet eens te proberen.
Ik wist dat ik daar reumatiek zou vinden, ouderdom, een veeleisende baan, een lieve man in een verzorgingstehuis.
"Ze zijn allemaal te zwaar, Heer," zei ik.
"Geeft U mij mijn eigen last maar weer terug."
Toen ik weer de bekende last op me had, leek die wel veel lichter dan al die andere.

"Laten we eens van binnen kijken" zei Hij.
Ik draaide me om, en hield het pak goed vast.
"Dat is niet zo’n goed idee, " zei ik.
"Waarom niet?"
"Nou er zit nogal veel rommel in."
"Laat Mij maar eens kijken."
De vriendelijke kracht van zijn stem was onweerstaanbaar.
Ik opende mijn last.
Hij haalde er een steen uit.
"Vertel me hier eens over."
"Heer, u weet het wel.
Het is het geld.
Ik weet dat we het niet zo krap hebben als sommige mensen in andere landen, of zelfs de daklozen.
Maar we hebben geen ziektekostenverzekering, en als de kinderen ziek zijn kunnen we ze geeneens altijd meenemen naar een dokter.
Ze zijn nog nooit naar een tandarts geweest.
En ik ben het zo zat om ze altijd in gekregen kleren te steken."
"Mijn kind, Ik zal je toch in al je noden voorzien en in die van je kinderen.
Ik heb ze gezonde lichamen gegeven.
Ik zal ze wel leren dat duren kleren ze niet meer waarde geeft in Mijn ogen."
Toen haalde Hij er een figuur uit van een kleine jongen."
"En dit?" vroeg Hij.
"André ... "
Ik liet mijn hoofd hangen, beschaamd om mijn zoon een last te noemen.
"Maar Heer, hij is hyperactief.
Hij is niet rustig zoals die andere twee.
Hij bezeert zich altijd omdat hij zo wild is, en de mensen denken vast dat ik hem mishandel.
Ik ga altijd tegen hem tekeer, en er komt een dag dat ik hem echt pijn ga doen."
"Mijn kind," zei Hij, "als je Mij vertrouwt, zal Ik jouw kracht vernieuwen.
Als je Mij toestemming geeft om je te vullen met Mijn Geest, dan zal Ik je geduld geven."
Toen haalde Hij een paar kiezelsteentjes uit mijn pak.
"Ja, Heer," zei ik met een zucht.
"Die zijn klein.
Maar ze zijn belangrijk voor mij.
Ik haat mijn haar.
Het is dun, en ik kan er niets mee beginnen.
Ik heb geen geld om eens naar de kapper te gaan.
Ik ben te dik en ik kan maar niet op dieet blijven.
Ik haat al mijn kleren.
Ik vind het gewoon verschrikkelijk zoals ik eruit zie!"
"Mijn kind, de mensen kijken naar de buitenkant, maar Ik kijk naar het hart.
Door Mijn Geest kan je zelfbeheersing krijgen om wat pondjes kwijt te raken.
Maar je schoonheid komt niet van hoe je er van buiten uitziet.
In plaats daarvan moet het komen van je binnenste, de onvergankelijke schoonheid van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in Mijn ogen"
Mijn last leek nu wel lichter als daarvoor.
"Ik denk dat ik het nu wel aankan." zei ik.
"Er is nog meer," zei Hij.
"Geef Mij die laatste steen eens."
"Oh, die hoeft U niet te nemen.
Die kan ik zelf wel aan."
"Mijn kind, geef die aan Mij."
 Weer was die stem van Hem onweerstaanbaar.
Hij reikte Zijn hand uit, en voor de eerste keer zag ik die lelijke wond in Zijn hand.
"Maar, Heer, deze steen is zo erg, zo vreselijk ..., zo ...
Heer!
Wat is er met Uw hand gebeurt?
Dat zijn vreselijke littekens!"
Niet langer was mijn aandacht gevestigd op mijn last.
Voor de eerste keer keek ik naar Zijn gezicht.
Op Zijn wenkbrauwen zaten ook erge littekens, alsof iemand doornen erin geramd had.
"Heer", fluisterde ik.
"Wat is er met U gebeurt?"
Zijn liefdevolle ogen raakten diep in mijn ziel.
"Mijn kind, dat weet je toch.
Geef me nou eerst maar die steen.
Die behoort aan Mij toe.
Ik heb het gekocht."
"Hoe dan?"
"Met mijn bloed."
"Maar waarom, Heer?"
"Omdat ik je liefheb met een eeuwige liefde.
Geef het aan Mij."
Ik plaatste mijn vuile steen in Zijn verwonde handpalm.
Het bevatte alle viezigheid en vuilheid van mijn leven: mijn trots, mijn egoïsme, de depressie die me steeds zo kwelde.
Hij draaide zich naar het kruis en gooide mijn steen in een bad van bloed aan de onderkant van dat kruis.
Het maakte haast geen rimpeling.
"Nu, Mijn kind, je moet weer teruggaan.
Ik zal altijd bij je zijn.
Als je verdrietig bent, roep Mij dan aan en Ik zal je helpen en je dingen laten zien die je nu nog niet voor kan stellen."
"Ja, Heer, ik zal U aanroepen."

Ik boog voorover om mijn last weer op te pakken.
"Die mag je hier achter laten als je dat wilt.
Zie je al die andere lasten?
Dat zijn de pakken die de anderen aan Mijn voeten hebben neergelegd.
Die van Joke, Paula, Debora, Ruth ...
Als je je last hier laat, dan zal Ik hem samen met jou dragen.
Onthoud, Mijn juk is zacht en Mijn last is licht."
Toen ik mijn last bij Hem had gelaten, begon het licht te vervagen.
Maar ik hoorde Hem nog fluisteren: "Ik zal je nooit begeven, of verlaten."
Een vrede overstroomde in zijn ziel.
Ik stond rechtop en wandelde weer terug in het leven.

©Onbekend
Toegestuurd gekregen

vrijdag 22 februari 2013

God zorgt voor Zijn kinderen

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER  is ...    (50)

Daarop staakte Saul de achtervolging van David; hij keerde terug en trok de Filistijnen tegemoet.
Daarom noemt men die plek Sela-Hammachlekot: Rots van scheiding.

1 Samuël 23:28

David staat met zijn rug tegen de muur, hij lijkt geen kant meer op te kunnen.
(voor het hele verhaal lees 1 Samuël 23:14-28)
Het lijkt er eindelijk op dat Saul hem te pakken krijgt na al die tijd dat hij jacht op David maakt.
Maar juist op het moment, dat Saul David wilt omsingelen, komt er bericht dat de Filistijnen het land binnenvallen en Saul staakt zijn achtervolging op David en keert terug om te strijden tegen de Filistijnen.
Menigeen zal zeggen; dat is toeval, heeft die David even een geluk.
Maar ik geloof niet in toeval.
Ik geloof, dat God het was die Zich over David ontfermde en er voor zorgde, dat David uit de handen van Saul bleef.
God had David lief.
God had David al apart gezet om de volgende koning te zijn.
God zorgt voor Zijn kinderen.

Dan kijk ik naar mijn eigen leven.
Ook daar zijn momenten geweest dat ik met mijn rug tegen de muur stond en geen kant meer op kon.
Er waren momenten dat ik dacht; nu ga ik ten onder aan alles wat er gebeurt, nu val ik in handen van..., nu val ik ten prooi aan..., op het uiterste moment van mijn kunnen gebeurde er iets of veranderde er iets, kwam er iemand, was er iemand en dat moment bracht scheiding tussen vallen of verder gaan.

Zoals God zorgde voor David dat hij niet in de handen van Saul viel, zo zorgt God vandaag de dag ook voor mij, voor ons allemaal.
Als ik leef, samen met Hem, met Hem als mijn Leidsman, zal ook ik niet ten prooi vallen aan wat mij overkomt.
Ja, soms kan ik heel diep zinken.
Soms kan het lijken alsof ik verdrink, of dat alles voorgoed voorbij is, maar ik wil de woorden die God hier spreekt goed tot me door laten dringen en ze verankeren in mijn hart.
Het is God, die mij hier laat zien, dat Hij zorgt voor die Hem toebehoren en zich uitstrekken naar Hem.
Het van Hem blijven verwachten.
 

Lieve Vader, laat ik dit toch nooit meer vergeten.
Breng iedere keer opnieuw in mijn gedachten wat U hier voor David hebt gedaan.
Want dit staat opgeschreven in Uw woord, zodat ik zou weten, dat, hoe onmogelijk soms situaties ook kunnen zijn, voor U niets onmogelijk is en U altijd voor uitkomst kan zorgen, zal zorgen.
Sta niet toe, HEER, dat Uw kinderen ten onder gaan.
Dank u wel, lieve Vader, voor Uw nimmer aflatende trouw en zorg.
Ik prijs Uw naam.
Ik houd van U.

- Amen -

woensdag 6 februari 2013

Ik help je

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (36)

‘Vergeet niet wat Ik je opgedragen heb: Wees vastberaden en moedig!
Laat je niet uit het veld slaan, laat je geen schrik aanjagen.
Want Ik, de HEER, je God, zal je helpen bij alles wat je onderneemt.’

Jozua 1:9

Hoe vaak de woorden ‘Wees vastberaden en moedig’ en 'Laat je niet uit het veld slaan en geen schrik aanjagen’ (of iets in dergelijke strekking) voorkomen in het boek Jozua, weet ik niet, maar alleen in het eerste hoofdstuk staat het al vier keer.
‘Wees vastberaden en moedig!
Laat je niet uit het veld slaan, laat je geen schrik aanjagen.
want …’

Als Mozes is gestorven, zegt God tegen Jozua dat hij zich klaar moet maken om het volk naar het beloofde land, aan de andere kant van de Jordaan, te brengen.
God beloofde Jozua daarbij om hem te helpen zoals Hij Mozes geholpen had.
God beloofde Jozua, dat Hij hem nooit in de steek zou laten, altijd bij Hem zou blijven.
Als Jozua zich aan Zijn geboden zou houden, ja, daar geen duimbreed van af zou wijken, dan zou alles wat hij zou ondernemen, lukken.
Maar dat dit alles geen makkelijk karwei zou zijn/worden, blijkt wel uit het feit dat God tot vier keer zegt vastberaden en moedig te zijn en op het laatst ook nog dat hij zich niet uit het veld moet laten slaan, noch schrik aan moet laten jagen.
Want …
Want Ik, de HEER, je God, zal je helpen bij alles wat je onderneemt.

Ik, de HEER, je God, zal je helpen bij alles wat je onderneemt!

Er is echter één voorwaarde aan verbonden aan deze hulp van God, namelijk dat Jozua zich aan Gods geboden moest houden; geen duimbreed mocht hij er van afwijken.
Hij moest het steeds opnieuw overdenken; dag en nacht bestuderen, zich er door laten leiden.
Dan zou God hem helpen; alles doen gelukken wat hij zou ondernemen.

Ik geloof dat dit ook voor ons geldt.
Ook wij zijn net als Jozua, ook op weg naar het beloofde land.
En, ook wij hebben daarin een opdracht van God; onze opdracht is om overal de blijde boodschap door te geven.
Als wij ons daarin, net als Jozua, houden aan Zijn woord, ons erdoor laten leiden, zal Hij ons ook helpen bij alles wat we ondernemen.

God beloofde Jozua dat Hij altijd bij hem zou zijn.
Hetzelfde beloofde de Here Jezus aan ons:

‘God heeft Mij alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Trek eropuit en maak alle volken tot Mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
Leer hun alles onderhouden wat Ik jullie heb opgedragen.
En, wees er zeker van: Ik ben bij jullie, van dag tot dag, tot aan de voltooiing van de wereld.’
Mattheüs 28:18-20

Met alles wat wij iedere keer weer verkeerd doen, wat we Hem aandoen, blijft Hij van ons houden en voor ons zorgen.
Blijft Hij ons bemoedigen en aanmoedigen
Blijft Hij ons  helpen.

Wat een geweldig groot en indrukwekkend God hebben wij toch!

Wees moedig en vastberaden
op alle wegen die je moet gaan.
Ook op moeilijk te betreden paden
zal Ik je in alles bijstaan.

Laat je geen schrik aanjagen
en laat je niet uit het veld slaan.
Als ’t heel moeilijk is, zal Ik je dragen,
je helpen, zoals Ik bij Mozes (en Jozua)
heb gedaan.

Trouwe dienaren van de HEER heb Hem lief!
Hij beschermt wie vast in Hem geloven.
Maar wie trots zijn, krijgen hun volle straf.
Ieder die uitziet naar de Heer: wees moedig en vastberaden.
Psalm 31:24,25
GNB