zaterdag 20 juli 2013

Even bij praten ...

Wat een week!
Na de drukte van onze verjaardagen, onze dochter was twee dagen na mij jarig, nog een paar heerlijke dag samen met m'n moeder gehad.
Gezellig samen gewinkeld, ergens een kop koffie gedronken, een broodje gegeten en gewoon gezellig samen gekletst.
Het was eigenlijk veel te lang geleen dat ze was blijven logeren, maar soms zijn de omsandigheden zo, dat het er niet van komt.
Hoe waardevol zijn dan deze dagen weer geweest, zowel voor haar als voor mij.
Echt iets om dankbaar voor te zijn.
Donderdagmiddag ging zij weer naar huis.

Vrijdagmiddag echter kwam mijn volgende gast, nou ja, gastje.
Onze lieve, kleine Naomi werd weer een middagje (wat uitliep op middag en halve avond) aan mijn zorgen toevertrouwd.
Haar papa en mama gingen naar Nijmegen om het zusje van haar mama binnen te halen die de
4-Daagse had gelopen.
Nou, dat vond oma helemaal niet erg hoor.
Heerlijk weer mijn kleine meisje over de vloer.
Thuis hebben ze allang geen box meer staan, maar ik vind het toch wel heel handig, dus zet ik nog steeds als zij komt de box even neer.
Hoe lief onze Jaylinn en shaila ook zijn, als ik even weg moet, dan zet ik haar toch even in de box.
Naomi vindt het ook helemaal niet erg.
Dat blijkt wel, want ik had amper de box neergezet of ze wilde er zelf al in.
Ook als ze moe is, vindt ze het heerlijk om tegen de grote beer aan een flesje te drinken.
Eén van mijn favoriete momenten is ook als zij haar rozijntjes oppeuzeld.
Een genot om te zien hoe ze daarvan geniet.
Ze had ook weer iets nieuws.
Iets vreselijk liefs.
Na het eten 's avonds gingen we een blokje om lopen.
Nou, madammeke kan er wat wat van hoor.
Ze loopt heerlijk met mee, en luistert redelijk goed als ik zeg dat ze wat zachter moet lopen.
Het was gewoon een genot om naar dat dribbelende meisje te kijken.
Op een gegeven moment echter stopt ze, ik weet alleen niet meer waar ze de eerste keer stopte, want wat er gebeurde, gebeurde nog daarna nog vele malen.
Ze stopte, wees met haar vingertje ergens naar en zei: 'Mooi!'
Zo bijzonder, zo lief, zo ... mooi!
Later hoorde ik van haar papa, dat ze dat nog niet eerder had gedaan of gezegd.
Maar wat genoot ik ervan.

Naast dat ik zo vandaag ook nog wel het een en ander aan huishoudelijk werk had in te halen, moest ik natuurlijk ook nog mijn stukje voor morgen klaarhebben.
Zo weliswaar een deadline dus dit keer, maar gelukt. (Niet mijn verdienste overigens, maar alle eer aan Hem)

Nu is het dan weer avond, de week is al weer bijna voorbij.
Druk, intensief, maar ook heel mooi.
(Ik was namelijk naast dit alles ook nog heel druk met ..., dat blijft nog even een geheimpje)
Nu zit ik achter mijn laptopje en merk opnieuw hoe ik tot rust kom terwijl ik gewoon even de dingen van van de afgelopen week schrijvend op een rijtje zet en tegelijk nog even na geniet van al deze dingen.
Mijn hart vult zich met rust en vrede, en met dankbaarheid naar Hem, die al deze dingen mogelijk maakte.

vrijdag 12 juli 2013

De hel leert ons de hemel zoeken

Deze zin las ik vanmorgen in mijn dagboek, en ik vroeg mij af of dit -nog- wel zo is.
Het dagboek is tien jaar oud en in onze maatschappij is er toch wel heel veel veranderd in die tien jaar.
Het lijkt erop dat steeds minder mensen geloven in de hel.
God is toch liefde, dan stuurt Hij toch geen mensen naar de hel?
Daarbij jaag je mensen alleen maar angst aan als je spreek over de hel.

Ik vroeg mezelf ook eigenlijk wel af of ik wel over dit citaat moest/wilde schrijven, of dat ik het gewoon alleen zelf zou overdenken.
Maar de Bijbel is heel duidelijk over het bestaan van de hel, dus waarom zou ik niet mijn gedachten ook hier over gewoon onder woorden brengen?
Of de mens het nu wil erkennen of niet, de Bijbel spreekt er over en we kunnen het dus niet schrappen omdat de boodschap over de hel ons niet ligt.

Ben ik, in mijn beleving, opgegroeid met 'hel en verdoemenis', in Evangelische/charismatische kring mis ik een waarschuwende boodschap.
Was het een toornende God die in mijn jonge jaren de boventoon voerde, lijkt het in Evangelische/charismatische kring alsof God alles maar goed vindt, want Hij is liefde en heeft het beste met ons mensen voor.
Een balans in deze beide kanten van God, lijkt soms maar moeilijk te vinden.
Toch is God beiden.
Hij is een God die toornt over de zonden, maar is tegelijk ook liefde.
En zoals het vooruitzicht voor Zijn kinderen de hemel is, zo is daar ook de hel voor een ieder die niet in Hem, in het verlossende werk van Jezus, gelooft.

De meest bekende tekst uit de Bijbel is denk ik wel Johannes 3:16:

'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.'
… opdat een ieder die in Hem gelooft – in Jezus, Zijn Zoon – niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft …

Geloven of niet geloven.
Eeuwig leven of verloren gaan.
Hemel of hel.

De hel is een realiteit, of wij het nu willen of niet.
Waarom zou God anders Zijn Zoon hebben laten lijden en sterven voor onze zonden?
Waarom zou Hij anders zoveel moeite hebben gedaan om ons te redden?
Trouwens, waar zouden we anders van gered moeten worden?

Ja, God is liefde!
Ja, God is een genadig en vergevend God!
Wie in Hem geloven, mogen Hem zelfs Vader noemen!
Maar de enige weg tot deze Vader is Jezus Christus!

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot  de Vader dan door Mij!’

(Johannes 14:6)

Je kunt het aan de kant schuiven; als een struisvogel je hoofd in het zand steken, maar dat verandert niets aan wat God in Zijn woord zegt.
Zegt de Here Jezus Zelf ook niet:
Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.
En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.

(Mattheüs 5:29,30)

Ik denk niet dat de Here Jezus bedoelde dat we nu maar gelijk ons oog eruit zouden moeten rukken, of onze hand afhakken als het ons tot zonde brengt, maar is het wel een zeer grote waarschuwing voor ons allemaal, om te laten zien hoe ernstig Hij het meent.
Hoe serieus Hij is als het gaat om zonde, om verloren gaan.
Hoe het Hem aan Zijn hart gaat.
Maar aan de andere kant, Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, dus ik kan me ook zo voorstellen dat Hij het inderdaad wel echt en serieus meent.
Want als geen ander weet Hij immers wat het inhoudt.
Hij ziet ons liever zonder oog of hand door het leven gaan met Hem, dan dat we met twee gezonde ogen of handen recht op de hel af gaan.

De hel leert ons de hemel zoeken.
Moet angst voor de hel ons dan doen zoeken naar de hemel, naar Jezus, naar God?
Leert de hel ons nog de hemel zoeken?
Gelovigen?
Ongelovigen?

Ik geloof dat Hij liever heeft dat iedereen Hem zoekt om Zijn liefde, Zijn genade en Zijn vergeving.
Ik geloof dat Hij veel liever heeft dat we inzien dat we eigenlijk helemaal niet zonder Hem kunnen.
Dat ons leven leeg en doelloos is zonder Hem en dat we pas tot rust komen als we Hem hebben gevonden.
Dat Hij het is die ons leven vol en compleet maakt, omdat Hij onze Schepper is.
Maar ik geloof ook dat Hij blij is als iemand Hem leert kennen (of Hem beter leert kennen) door angst voor de hel.

De Here Jezus zegt immers ook:
En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.
(Mattheüs 10:28)

Zonde en God gaan niet samen.
En er is geen enkele manier waarop wij onze zonden ook maar kunnen goedpraten of kunnen vergoelijken, waardoor Zijn oordeel niet over ons zou komen.
Voor mensen kunnen we de dingen soms zo mooi recht praten dat het verkeerde goed lijkt, maar God ziet er dwars door heen.
Niets is voor Zijn ogen verborgen.
Hij ziet tot in het diepst van ons hart.
De enige manier om te ontkomen aan Zijn toorn over de zonde, is door je te laten reinigen met het bloed van de Here Jezus.
Dan ziet Hij onze zonde niet meer.
Knielen bij het kruis, belijden dat we Jezus nodig hebben omdat we zondig zijn, Hem aannemen als onze Heer en Heiland, is de enige manier om in de hemel te kunnen komen.


Angst is niet altijd een goede raadgever, misschien zelfs meer niet dan wel, maar in dit geval is het denk ik beter dan de hel achteloos ter zijde te schuiven als zijnde: dat doet God toch niet.
Zijn woord zegt het, en Zijn woord is Ja en Amen.

donderdag 11 juli 2013

Dank U, Heer!

Eigenlijk heb ik niet echt tijd om te schrijven, er is nog wel het één en ander te doen in huis en aan het klaarmaken voor eventuele visite overdag, en in ieder geval voor vanavond.
Maar toch wil ik even een moment nemen omdat ik vandaag jarig ben.
Een kort moment met drie teksen.

Psalm 11:1 en Psalm 63:5,6

'Bij de HEER ben ik veilig.
Hoe kunnen jullie dan zeggen:
'Vlucht, vlucht naar de bergen, als en vogel.'

'Naar U strek ik mijn handen uit,
Uw Naam zal op mijn lippen zijn.
U voedt mij tot verzadiging toe.
Ik juich U toe, ik breng U hulde.'

In de afgelopen 52 jaar is er heel wat gebeurd, al weet ik natuurlijk weinig van mijn eerste jaren.
Maar toch, vele dingen staan mij helder voor de geest.
Naast de vele mooie momenten, momenten van vreugde en blijdschap, genieten en dankbaarheid, is er ook veel verdriet is geweest, angst, moeiten en zorgen.
Toch is er in al die jaren maar één plek geweest waar ik wist dat ik veilig was, hoewel ik dat vaak ook pas achteraf besefte of zag.
Nu terugkijkend, kan en wil ik juist vandaag zeggen: 'Bij de Heer ben ik veilig!'
Wat andere mensen ook zeggen of gezegd hebben; alleen bij Hem ben ik veilig.
Ik weet mij geborgen in Zijn Vaderhand.

Het is naar Hem dat ik mijn handen uitstrek.
Het is Zijn Naam die op mijn lippen is.
Want Hij voedt mij tot verzadiging toe.
Daarom wil ik Hem toejuichen, Hem eren, Hem eer bewijzen.


Met mijn mond breng ik U lof.
Met mijn hart geef ik U de eer.
Uw Naam wil ik verhogen,
U wil ik aanbidden, Heer.

Uw Naam wil ik roemen.
U wil ik danken.
U wil ik prijzen.
Met de mooiste klanken.

U bent, die U bent.
Goed, vol liefde en trouw.
Onveranderlijk en rechtvaardig.
De rots waarop ik bouw.

Ja, met mijn mond breng ik U lof.
Met mijn hart Geef ik U de eer.
Uw Naam wil ik verhogen.
U wil ik aanbidden, HEER!
                                            (Bless the Lord, o my Soul)
                                            (Nederlandse versie)

woensdag 10 juli 2013

De deur tot mijn woorden

In mijn dagboek kwam ik een prachtig, indringend citaat tegen van Matthew Henri.

‘M’n lippen vormen de deur tot mijn woorden.
Laat daarom genade die deur bewaken, opdat er geen woord uitga, dat op de één of andere manier God onteert of anderen kwetst.’


In Psalm 141 zegt God dat de lippen de deur van onze mond zijn.
Een deur doe je open of dicht.
Open om er wat doorheen te laten gaan, of dicht om iets tegen te houden, binnen te houden.
Toch is deze deur misschien wel de deur die het meest en het makkelijkst open gedaan wordt; misschien kun je het ook wel zo zeggen, soms opengegooid wordt.
In onze boosheid, uit onmacht of frustratie.
Vanuit onze gekwetstheid, pijn, verdriet.
Maar ook als we gezellig aan het kletsen zijn; hoe makkelijk en snel komen er immers geen woorden over een ander over onze lippen.
‘Heb je het al gehoord …’
‘Weet je al van die en die …’
‘Wat ik nu toch heb gehoord …’


Terwijl ik over deze deur aan het nadenken ben, komt onze poes in mijn gedachten.
Ja, een beetje raar misschien, maar laat het me je uitleggen.

Onze poes Shaila is een binnenkat.
Mijn man houdt helemaal niet van katten en voorheen zei hij eigenlijk altijd ‘een mooie kat is een platte kat’.
-Zijn ervaringen met katten waren duidelijk niet zo best, en gelukkig heeft hij zijn mening inmiddels een beetje bijgesteld-
Op een gegeven moment kwamen we onze Shaila als kitten bij iemand tegen en ik was op slag verliefd op dit zo mooie beestje.
‘Asjeblieft …?’
Hoewel iemand anders al een optie had op dit poesje, was het alleen nog niet helemaal zeker, en mijn man had deze keer zoiets van, nou, vooruit, als die ander haar echt niet hoeft, dan mag jij haar hebben.
Maar …
Ja, er zat wel een maar aan, namelijk dat zij niet los buiten mocht.
Hij had een bloedhekel aan al die katten die hun behoefte in andermans tuin doen.
Maar goed, daar had ik geen problemen mee; ik zou een riempje kopen en haar alleen achter buiten aan een lijn doen.
Ik had vroeger, voor we getrouwd waren, ook een poes, en deze was onder een auto gekomen.
Ze was nog wel naar huis komen lopen, maar nooit zal ik vergeten hoe erg ze er aan toe was en dus ook overleed op anderhalf jarige leeftijd.
Dus vast aan een riempje/lijn, was voor mij geen probleem.
De ander hoefde haar bij nader inzien toch niet en zo kwam onze Shaila bij ons in huis.
Een binnenpoes hebben betekent echter ook goed opletten met de deuren.
En niet alleen voor mij, maar voor ons allemaal.
Want stel je voor dat ze naar buiten zou glippen; wat zou er allemaal niet kunnen gebeuren, bang als ze was door het alleen maar binnen zijn.
Een enkele keer is dit natuurlijk wel gebeurd en ik heb haar weleens bij de buren uit de tuin moeten ophalen.
Gelukkig is er tot nu toe nooit iets mis gegaan, ze is inmiddels negen jaar, maar we zijn zeer zorgvuldig als het gaat om de deur open te doen.
En met vrienden van onze kinderen, of eigen, zijn we – en ik natuurlijk het meeste- heel alert dat men de deur niet open laat staan of opendoet vlak voor de poes haar neus.
Hier moest ik aan denken met de lippen als een deur.

‘M’n lippen vormen de deur tot mijn woorden.’

Op dit moment besef ik dat ik misschien wel zorgvuldiger ben met de deur als het gaat om onze poes, dan de met deur van mijn lippen, terwijl de schade van mijn lippen veel groter kan zijn dan de met de poes.
Natuurlijk niet met opzet, maar gewoon, omdat soms van het één het ander komt; of uit onmacht of frustraties , of omdat ik gewoon moe ben, slecht geslapen heb ...

‘Laat daarom genade die deur bewaken, opdat er geen woord uitga, dat op de één of andere manier God onteert of anderen kwetst.’
 
Thuis ben ik doorgaans degene die de deur bewaakt; zowel de binnendeur, zodat ze niet naar boven gaat, als de buitendeur zodat ze niet naar buiten gaat.
Natuurlijk gaat dit nog weleens mis, want ik ben er niet altijd en ook al ben ik er wel, ik zie niet altijd alles.
Misschien spreken me daarom deze woorden van Matthew Henri mij wel zo aan.
‘Laat daarom Genade die deur bewaken.’
Genade.
Genade brengt mij bij God, bij Jezus.
Genade brengt mij bij wat Hij voor mij heeft geleden.
Genade brengt mij bij zorgvuldigheid, waakzaamheid, liefde.
Genade brengt mij op mijn knieën, in gebed.

Heer, zet een wacht (Genade) voor mijne lippen.
Behoed de deuren van mijn mond.
Opdat ik mij tot genenstonds,
iets onbedachtzaams laat ontglippen.

Een oude gebed, ooit eens van een scheurkalender overgenomen, maar nog net zo actueel.

God weet wat en wanneer we iets willen zeggen, dus Hij is ook Degene die ons kan en wil waarschuwen, het is echter aan mij, aan ons, om daar open voor te staan.
Om te (willen) luisteren naar die zachte, corrigerende of waarschuwende stem.

De Bijbel zegt ook het nodige over onze mond en lippen, een paar heb ik hieronder neergezet.

Al is er nog geen woord op mijn tong, zie, HEERE, U weet het alles.
Psalm 139:4

Dood en leven zijn in de macht van de tong, wie hem liefheeft, zal de vrucht ervan eten.
Spreuken 18:24

Zo is ook de tong een klein lichaamsdeel, en roemt toch van grote dingen.
Zie eens hoe een klein vuur een grote hoop hout aansteekt.
Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid.

Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen.
Ze bevlekt het hele lichaam, en zet onze levensloop vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet.
Jacobus 3:5,6

Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort.
Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.
Jacobus 3:10

Behoed je tong voor het kwaad en je lippen voor het spreken van bedrog.
Psalm 34:14

Psalm 141:3

HEERE, zet een wacht voor mijn mond,
behoed de deur van mijn lippen.

Psalm 19:15


zondag 7 juli 2013

What a friend I found

 
Jezus
 Mijn Redder,
mijn Verlosser.
Mijn Herder,
mijn Leidsman.

Mijn Heer,
mijn Koning.
Mijn vredevorst,
mijn Rots.
 
Mijn licht,
mijn waarheid.
Mijn weg,
mijn brood.

Mijn Hoop,
mijn kracht.
Mijn steun,
mijn toeverlaat.

Mijn bescherming,
mijn advocaat.
Mijn vriend,
Liefde van mijn leven.
 
           (Friend for Ever)             



zaterdag 6 juli 2013

Want ik denk ook ...

Soms zijn er van die Bijbelgedeeltes die je diep raken.
Waar je herkenning in vindt, en/of lessen om te leren.
Dit had ik ook met het gedeelte uit Klaagliederen 3:20-26.
Wat sluit het ook mooi aan bij het thema dat ik dit jaar voor mijzelf heb genomen:
'Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is.'
Het laat zo duidelijk zien hoe belangrijk het is om dat steeds opnieuw te beseffen, of er tijd voor te nemen/maken om daar bij stil te staan.
Welk een geschenken liggen er niet voor ons klaar in Zijn woord ...


Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (87)

Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.
Toch blijf ik hopen, want ik denk ook: Het is een geschenk van de Heer dat wij nog leven, Zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw.
Zijn trouw is groot.
Ik behoor aan de Heer, in het diepst van mijn hart; daarom blijf ik op Hem hopen.
Goed is de Heer voor wie naar Hem uitkijkt, voor wie Hem zoekt.
Goed is het in stilte te wachten, te wachten op Hem, op bevrijding.

Klaagliederen 3:20-26
Heb jij ook weleens van die dagen, dat je gedachten maar bij hetzelfde blijven rondcirkelen, terwijl je weet dat je er niets aan veranderen kunt?
Dat je gedachten steeds weer naar hetzelfde gaan, ook al wil je het eigenlijk niet?
Ken je de gevoelens van moedeloosheid die daaruit voortkomen?
En als je niet oppas zelfmedelijden, wat weer uit kan lopen op bitterheid of depressie?

Wat is het dan geweldig dat we Gods woord, de Bijbel hebben, waarin we mensen tegenkomen die dit soort gevoelens ook kennen.
Jeremia schrijft hier zelf: ‘Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.’

Jeremia weeklaagt over de vernietiging van Jeruzalem.
Maar, hij blijft daar niet steken.
Hij gaat verder.
Hij geeft ons hoop met de volgende woorden.
Hij wijst ons op dingen die we zelf misschien door onze moedeloosheid niet meer kunnen zien.
Hij zegt: ‘Toch blijf ik hopen, want ik denk ook …’…’

Toch blijf ik hopen, want ik denk ook … …

Jeremia denkt verder dan de vernietiging van Jeruzalem.
Jeremia kijk naar wie zijn Heer is.
Jeremia kijkt van beneden, van de vernietiging van Jeruzalem, op naar boven, naar wie God is, naar wat Hij allemaal heeft gedaan en wie Hij is, wil zijn, zal zijn.
En hij somt het allemaal op; houdt het zichzelf voor:

1. Het is Gods geschenk aan mij dat ik nog leef.
2. God houdt van mij.
3. Zijn liefde voor mij is iedere morgen nieuw.
4. Gods trouw is groot.
5. Ik behoor Hem toe.
6. Daarom is er altijd hoop.
7. De Heer is goed voor wie Hem verwacht.
8. De Heer is goed voor wie Hem zoekt.

Wat een les voor ons allemaal.
Wat er ook speelt in ons leven, wat ons ook bezighoudt, in beslag neemt, ons moedeloos maakt of dreigt te maken, kijk net als Jeremia naar boven, naar wie God is.

Pak Zijn woord, de Bijbel, en lees over wie Hij is en wat hij allemaal heeft gedaan.
Houdt het jezelf voor, net zoals Jeremia deed.
Spreek het uit; het worden levenbrengende woorden.
Moedeloosheid zal verdwijnen, moed en hoop komen er voor in de plaats.

Hoop geeft leven.
Moed doet ons leven.
God wil ons beiden geven, waardoor wij in Zijn kracht verder kunnen.
Hoop, moed en kracht.

Op deze manier kunnen we met gevouwen handen en Zijn woord opengeslagen, in stilte op Hem wachten,.
En met Hem op de bevrijding die komen zal.

vrijdag 5 juli 2013

Ik ben met je

 
 
Heer,
Uw woord klinkt:
'Ik ben met je alle dagen.'

In alles wat je doet,
ben Ik bij je.
Geen moment laat Ik je alleen;
nog geen fractie van een seconde
ga je zonder Mijn aanwezigheid.

In Mijn Goddelijke kracht en nabijheid
mag je je wegen gaan,
je werk doen.
Vanuit dit woord
mag je leven.

Waak ervoor dat je geen dingen doe
die Mijn aanwezigheid
zullen verduisteren,
waardoor je uit eigen kracht
ga werken en leven.
Mocht dat toch gebeuren,
kniel dan bij Mijn voeten,
belijd en Ik zal vergeven
en je zult opnieuw
Mijn woorden horen:
Ik ben met je alle dagen.

Naar: Matheüs 28:20

donderdag 4 juli 2013

Als je door het donker moet gaan ...

Gister plaatste ik het gedichtje ‘Licht van Hoop’, dat ons vertelt dat Zijn licht altijd schijnt in elke omstandigheid.
Vanmorgen sloeg ik mijn dagboek ‘Parels onder het stof’ van Joni Eareckson Tada (ik had net gister een oud dagboek van mijn boekenplank gehaald, omdat ik mijn andere dagboek uit had) open en toen stond er;

‘Vereren jullie de Heer?
Luisteren jullie naar Zijn dienaar?
Vertrouw ook op de Heer, steun ook op je God als je door het duister moet gaan, als er geen lichtstraal tot je doordringt.’

Jesaja 50:10

De schrijfster vertelt hoe ze ooit eens met hun hele gezin een enorme grot hebben bezocht.
De gids bracht hen tot op de bodem van de grot en deed vervolgens even de lamp uit om te laten zien hoe donker het daar beneden is.
De diepe duisternis deed haar in paniek raken en ze greep naar de hand van haar moeder.
Zien kon ze niets, niet eens haar eigen hand, maar toen haar moeder haar hand vastpakte, verdween de paniek meteen.
‘Je bent veilig, Joni,’ zei ze, ‘ik zal je niet kwijtraken.’

Ik herken wat ze schrijft, over dagen waarop  het lijkt alsof we in een diepe donkere put zitten, op zoek naar een lichtstraaltje maar het niet kunnen vinden.
Onze omstandigheden kunnen immers soms zo donker zijn, dat we Gods hand helemaal niet zien.
Maar Hij heeft ons beloofd dat Hij altijd dicht bij ons is en blijft.
We zijn veilig, Hij zal ons niet kwijtraken.
We hoeven dus niet in paniek te raken.

Deze tekst is belangrijk voor mij geworden.
Het is al even geleden dat ik hem las en dat hij mij als het ware terecht wees.
‘Vereer jij Mij?
Luister je naar Mijn dienaar?
Vertrouw 'dan' ook op nu Mij  …’

‘Het was toen alsof het woordje ‘dan’ er voor mij tussen geplaatst werd.
Zo van, ja, je hebt het moeilijk, Ik ken je omstandigheden, maar als Ik je Heer ben, vertrouw dan ook op Mij nu het moeilijk is.
Een liefdevolle terechtwijzing, een liefdevolle aansporing van God om niet alleen dingen te zeggen, maar ook in praktijk te brengen.
Niet alleen Hem vertrouwen, loven en eren als alles voorspoedig gaat, maar ook als het donker is.
God vertrouwen als alles voorspoedig gaat, is immers niet zo moeilijk.
Maar als onze omstandigheden ons omgeven als een dikke, diepe duisternis en we Hem helemaal niet meer zien, dan wordt het soms een ander verhaal.
Vooral als dit langer duurt.
Toch zegt God: ‘Vertrouw Mij ook dan!’
Hij is dezelfde, altijd.
Zijn woord is eeuwig.
Hij is betrouwbaar.
Hij zorgt voor ons.
Wat een geweldige boodschap om deze dag mee te mogen beginnen.

Ik heb er toen een gedicht bij geschreven en wil dat ook hier graag met je delen.
Dat het je mag bemoedigen en aansporen om op Hem te blijven vertrouwen als jij het gevoel heb te zijn omgeven door dit diepe duister.
God is betrouwbaar.
Hij was er altijd, Hij is er altijd en Hij zal er altijd zijn.
Zijn Licht van Hoop schijnt, ook als wij het niet zien.
Geloof en vertrouw!


Als al het licht is verdwenen,
het duister je omringt.
Als ieder licht is gedoofd,
alleen slechts stilte weerklinkt.
Blijf ook dan vertrouwen
op Jezus je Heer.
Hij blijft voor je zorgen
ook al zie jij Hem niet meer.
 
Als je ronddool als een verdwaalde,
alles je tot wanhoop dwingt.
Als ieder zicht je is ontnomen,
er geen vogel meer zingt.
Blijf ook dan je steun zoeken
bij God, je Vader.
Strek je uit naar Hem;
Hij komt nader.

Houdt vast aan het woord
door Hem gesproken.
Laat het je anker zijn,
tot de morgen weer is aangebroken.

Houdt vast aan de beloften
die hij heeft gegeven.
Ze brengen hoop en bemoediging;
het licht terug in je leven.

Houdt vast aan Zijn
grote liefde en trouw.
Je behoort Hem toe,
Hij gaf Zijn leven voor jou.

Houdt vast ook nu
in de donkere nacht.
Hij is dicht bij je
en houdt de wacht.

woensdag 3 juli 2013

Licht van Hoop

 
Zijn licht van hoop
schijn altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.
 

zaterdag 29 juni 2013

Hulp en redding

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (86)

Wie wijs is, let op deze dingen,
hij slaat er acht op
hoe de Heer telkens zijn liefde toont.

Psalm 107:43

De laatste paar dagen komt Psalm 107 steeds opnieuw in mijn gedachten als ik ’s morgens een stukje uit mijn Bijbel wil lezen.
Verschillende keren heb ik inmiddels de Psalm doorgelezen en mijn oog werd getrokken door een paar verzen met dezelfde strekking.

Als ik even kijk naar het hoeveelste stukje het is van ‘Bedenk en onthoud’, zie ik dat ik nog niet zo lang geleden ook over deze Psalm heb geschreven, maar dat deze keer mijn oog op heel andere dingen uit dit hoofdstuk valt.
Toch had ik dezelfde tekst als uitgangspunt genomen, en dat blijf ik ook doen, daar verander ik niets aan, want het is net zo met elkaar verbonden als bij het vorige stukje uit deze Psalm.

In hun angst riepen zij de Heer om hulp en Hij redde hen van een wisse dood.
Deze woorden komen 4 keer terug; namelijk in vers 6, vers 13, vers 19 en vers 28.
De omstandigheden waren telkens anders, maar steeds opnieuw klinken vervolgens deze woorden.
Hoe bijzonder!

Het zij duidelijk dat deze woorden belangrijk zijn en ons iets te zeggen hebben.
Ook de uitgebreide omschrijvingen hebben ons iets vertellen.
Namelijk, dat waar we ons ook bevinden, in welke situatie dan ook; of het nu door ons eigen toedoen is, of dat we beproefd of verzocht worden, vanuit welke omstandigheden we het ook uitroepen naar God, Hij hoort en redt!
En daar blijft het niet bij, God gaat nog verder.
Hij wijst vervolgens de goede weg, leidt naar een veilige plek.
Hij redt uit het diepste duister, verbreekt boeien.
Brengt genezing en stormen tot bedaren.

Laten zij Hem danken, zegt dan de Psalmist, danken voor de liefde die Hij hen heeft bewezen; want alles wat Hij heeft gedaan, getuigt van Zijn grote liefde.
Ook dit woord komt vier keer terug en geeft aan hoe belangrijk het is dat we ook niet vergeten om Hem te bedanken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft bewezen.

Maar dat niet alleen.
De psalm eindigt met de volgende woorden:
‘Wie wijs is, let op deze dingen, hij slaat er acht op hoe de Heer telkens Zijn liefde toont.’
We dienen Hem niet alleen te danken voor wat Hij heeft gedaan, voor de liefde die Hij heeft getoond, maar de Psalmist drukt ons op het hart om acht te slaan op elke manier waarop God Zijn liefde toont.
Hij noemt het zelfs wijs als we daarop zouden letten.
Zien hoe God ons Zijn liefde toont, bewijst, maakt ons tot een ander mens.
Een dankbaar mens.
Een gelukkig mens.
Niemand kan onveranderd blijven onder de liefde die God de Vader ons bewijst, tenzij wij er geen acht op slaan.
Maar dat zou dom zijn …


Nog steeds toont God Zijn liefde.
Nog steeds hoort Hij elke roep om hulp.
Nog steeds redt Hij.
Nog steeds helpt Hij verder vanuit Zijn gegeven hulp.
Nog steeds bewijst Hij Zijn liefde.
Nog steeds is Hij dezelfde;
toen en  nu.
 
Heer, U hoort mij als ik roep.
Waar ik mij ook bevind,
in welke omstandigheden
ik ook verkeer,
U hoort mij
en komt mij te hulp.
U bewijst aan mij Uw liefde.
Toont mij wegen die ik kan gaan.
U geeft mij een veilige plek om te wonen
en brengt stormen tot bedaren.

Uit het diepste duister haalt U mij.
Ketenen rukt U van mij af.
Op Uw woord word ik gezond
en U redt mij van het graf.

Ik wil U danken, Heer,
Uw Naam loven en prijzen
om de liefde die U mij steeds bewijst.
Ik wil U eren en aanbidden,
U alle eer en hulde brengen
om de liefde die U mij steeds weer geeft.

U bent groot
en zeer te prijzen.
Ik wil niet voorbijgaan
aan de liefde
die U steeds toont.

woensdag 26 juni 2013

Laatste oma-dag :(

Gister was mijn laatste vaste oma-dag.
Mijn schoondochter had haar ontslag gekregen (bezuinigingen) en hoewel zij op hetzelfde bedrijf in een andere functie weer is aangenomen, begint die baan pas over drie maanden.
Onze lieve Naomi gaat dan naar een ander kinderdagverblijf en de kans dat ze bij mij terugkomt iedere dinsdag is nihil.
Ik zal ongetwijfeld best nog weleens oppassen, maar mijn echte vaste oma-dag is voorbij.
Mijn woorden klinken wel heel stoer, maar wat zal ik dit kleine wijffie gaan missen.
Ik had er wel een beetje rekening mee gehouden, maar toch ...

Gister heb ik regelmatig teruggedacht aan de eerste dag dat ze kwam.
Wat is ze in die korte tijd gegroeid en 'wijs' geworden.
Mondiger en een slechte eter :), al heeft ze het gister heel goed afgesloten, want zo goed als ze de eerste keer at, zo goed at ze gister ook.
Ze had al in geen twee weken een hap warm eten op; geen eigen gekookt eten en geen potje.
En gister dus voor het eerst weer een heel potje.
Nou, dat is in ieder geval weer binnen.

Er waren gister zelfs twee momenten dat ze zomaar even op schoot kwam zitten.
Ja, mevrouw heeft niet bepaald zitvlees (had haar vader trouwens ook niet, hoor), dus het was eigenlijk heel bijzonder dat ze dit zomaar deed.
Ik heb er dan ook echt van genoten even.
Even lekker kroelen en knuffelen ...

Wat zal Jaylinn haar ook gaan missen en zij Jaylinn en Shaila; al zal Shaila haar geen minuut missen, dat weet ik wel zeker.
Alle spulletjes staan nog op hun vaste plek binnen handbereik, ik zie wel of ze daar blijven staan of dat ze toch naar een andere plek verhuizen.

Nog even een paar laatste fotootjes van haar laatste vaste oma-dagje.
Ze zijn niet van de beste kwaliteit, want mevrouw werkte niet echt mee; ze zat geen ogenblik stil.

Nog steeds dol op rozijntjes
Op z'n kop is het ook leuk speelgoed, zo'n tafeltje en stoeltje
En dan komt papa eraan
Waar blijft hij nu?
Ja, daar is hij!


Tot ziens, lieve Naomi, oma gaat onze vaste dag missen, maar gelukkig is het alleen dat en komen er vast nog wel weer nieuwe dagjes samen, maar dan anders.







zondag 23 juni 2013

Fear not, My child! - Vrees niet, Mijn kind!

Fear not, My child!
Vrees niet, Mijn kind!

Door het nummer ‘The courtroom’ van Carman, waarvan ik de link geplaatst heb bij het stukje op ‘In rust bij U’ kwam ik ook onderstaand nummer weer tegen; ook van Carman.
Fear not, My child!

Het is inmiddels zeker tien jaar geleden, dat dit nummer zo’n belangrijke rol speelde in mijn leven.
Fear not, My child; vrees niet, Mijn kind!
O ja, er ging bijna geen dag voorbij, dat ik niet bang was.
Bang voor een telefoontje, of nog erger, bang dat de politie aan mijn deur zou staan met de mededeling, dat onze zoon niet meer leefde.
Regelmatig kregen we immers een telefoontje: ‘Mam, pap, ik sta bij de trein en ik heb de neiging om …’
Het is gelukkig nooit gebeurd, maar de angst ervoor was groot en toen iedere dag aanwezig.

Het was in die tijd dat dit nummer van Carman mijn leven binnenkwam en ik weet nog dat ik heel wat keren heb gehuild bij dit nummer.
Het was iedere keer alsof God Zelf tegen mij zei:
‘Wees niet bang, Mijn kind!
Ik ben altijd bij je.
Ik voel elke pijn
en zie iedere traan.
Wees niet bang, Mijn kind!
Ik ben altijd bij je.
Ik weet hoe Ik moet zorgen
voor wat Mij toebehoord.’

Het was dan alsof Hij met Zijn hand over mijn hoofd streek terwijl deze woorden klonken.
Het was daardoor, alsof Hij de woorden Zelf uitsprak tegen mij en ze gaven troost en bemoediging.
Ik kon weer even verder.
Voor korte tijd was het niet de angst die regeerde, maar Hij.
Ja, voor korte tijd, want de angst om  mijn kind was zo groot.
Maar steeds opnieuw greep ik naar dit nummer.
Steeds weer als de angst hevig werd en me onderuit wilde schoppen, draaide ik dit nummer.

‘Kijk niet achterom, Mijn kind,
ontmoediging is alles wat je zult vinden.
Kijk niet naar de golven van de zee,
maar richt je ogen op Mij!’

Ik zal je sterk maken,
je verbrijzelde moed herstellen.
En mocht je vallen of gekwetst worden,
denk dan aan mijn eeuwenoude woorden.

Wees niet bang!’

In de jaren die volgden zijn er nog heel wat andere momenten geweest, waarin ik dit nummer draaide.
Soms zocht ik het nummer op en wilde gewoon even opnieuw Die Stem horen.
‘Wees niet bang, Mijn kind, Ik ben bij je! Altijd!

In (bijna) ieders leven zullen er momenten zijn waarin angst of onzekerheid, om welke reden dan ook, ons leven bedreigen.
Je baan die op de tocht staat, de uitslag van een onderzoek, waardoor de grond onder je voeten is weggeschopt.
Ziekte, al dan wel of niet levensbedreigend, kan alles in de war gooien en je toekomst onzeker maken.
Echtscheiding; hoe moet je alleen verder? Huis, werk, kinderen?
En zo zijn er nog zoveel dingen die een mens kunnen beroven van zijn innerlijke rust en vrede, zijn zekerheden.
Soms komen zo angst en onzekerheid je leven binnengeslopen, en soms komen ze binnen als een onverwachte stortbui.

Wat is het dan een rijkdom om deze woorden te mogen horen, ze te mogen kennen: Fear not, My child! Vrees niet, Mijn kind! Wees niet bang, Mijn kind! Want Ik ben altijd bij je!


In myself I failed the Lord
Then was afraid to try once more
That fire in my soul had fled
That’s when Jesus came and said

My spirit, gives the strength you need
to raise you up and to succeed
and for vision in the night
to you I'll give these words of light

fear not my child
I’m with you always
I feel every pain
and every tear I see

Fear not my child
I’m with you always
I know how to care
for what belongs to me

He said my child don’t look behind
Discouragement is all you'll find
don’t watch the waves that roll the sea
just focus your eyes on me

And I will make you strong and then
your shattered courage I will mend
and if you fall and should get hurt
remember these eternal words
fear not my child
I’m with you always
I feel every pain
and every tear I see

Fear not my child
I’m with you always
I know how to care
for what belongs to me

I know how to care
for what
belongs to me

zaterdag 22 juni 2013

Indrukwekkend groot!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (85)

Vanmorgen sloeg ik mijn Bijbel open bij Jesaja 66 en ik kwam niet verder dan de eerste twee verzen.
En hoewel ik de tekst natuurlijk al vaker gelezen heb, was het vanmorgen alsof God tegen me zei:’Je zocht toch woorden die getuigen van hoe groot en indrukwekkend Ik ben? Wel, zie hier …’

De Bijbel laat ons overal zien welke grote dingen God al heeft gedaan.
Van het begin van de Bijbel tot aan het eind staat van alles opgeschreven.
Maar het woord uit Jesaja spreekt niet over Zijn daden, maar zegt iets over Hem Zelf.
Een woord, waar ik niets aan  kan toevoegen, waar geen uitleg over nodig is, wat voor zich zelf spreekt en alles zegt wat er te zeggen valt.
Een woord, waar als je er over gaat nadenken, je heel klein maakt.
Een woord, dat als je het ook maar een klein beetje visueel maakt, je laat zien, dat wij mensen inderdaad niet meer zijn dan een speldenprikje, nauwelijks zichtbaar voor het blote oog..
Een woord, dat je vervult met dankbaarheid, omdat Hij, Die zo groot en indrukwekkend is, niet alleen bemoeienis met ons mensen wilt hebben, maar zoveel van ons houdt dat Hij Zijn Zoon gaf om ons te redden, om de relatie met ons te herstellen.
Een woord, dat je stil maakt en je je hoofd (en knieën als het lukt) doet buigen uit diep ontzag en eerbied voor Hem.

Hoe groot zijt Gij!

donderdag 20 juni 2013

Onmogelijke mogelijk

 Uw hand, Heer,
kneedt mij,
vormt mij
en transformeert mij,
zoals een rups
verandert
in een vlinder.

In Uw hand, Heer,
is het onmogelijke
mogelijk.

Uw hand
heelt
mijn diepste wond,
mijn verslagen geest.
Uw hand
stopt niet
met wat U
begonnen was
te doen,
in mij.

Uw hand
houdt mij staande
als ik dreig te vallen.
Uw hand
richt mij op,
als ik gevallen ben.
Uw hand
is nooit te kort.
Er is niets
dat U niet kan doen.

Door Uw hand, Heer,
verandert
de rups in een vlinder,
en een mens
in een nieuwe schepping.
Door Uw hand,
verandert mijn leven.
Niet meer ik,
maar U leeft
in mij.
 

Het onmogelijke
maakt U mogelijk.
 

woensdag 19 juni 2013

22e Oma-dag

Gistermorgen was ons kleine meisje er al heel vroeg, voor zevenen.
Haar Pappa moest naar Goes, dus ze waren al heel vroeg op pad.
Dat betekende dat ze ook al weer redelijk vroeg die ochtend haar bedje weer inging, want ze was toch behoorlijk moe.
Alleen de warmte deed haar korter slapen dan anders.
Op zich kon je aan haar niet echt merken dat ze last van de warmte had, want ze rende er net zo op los als anders.
Al is dat wel eigenlijk heel grappig, dat rennen.
Gistermorgen kreeg onze Jaylinn het op haar heupjes en rende de hele kamer door, en nog een rondje en nog een rondje en nog één.
Naomi vond dit helemaal niets en bij de eerste spurt die ons hondje maakte, vloog ze via de poef naast mijn stoel op mijn schoot.
En zo keek ze vanaf een veilig plekje naar die gekke hond.
Pas toen die ophield met rennen, kroop ze weer van mijn schoot.
Later op die dag, moest Naomi schijnbaar nog wat energie kwijt, want toen was het de omgekeerde wereld.
Naomi rende de kamer door, op en neer, rondje rond de tafel, nog een keer ...
Op schoot sprong Jaylinn niet, maar ze zocht wel een veilig heenkomen onder de tafel.
Ze vinden elkaar helmaal geweldig, totdat ze het op een lopen zetten, dat kunnen ze van elkaar toch maar moeilijk een plekje geven, want wat moet je nu met zo iemand die zo loopt te rennen?
 

Even een rustmomentje
met tante Rachelle

Voor het eerst sinds jaar en dag weer een keertje boodschapjes gedaan met een klein meisje in mijn winkelkarretje.
Dat was lang geleden!
Maar o, wat was dat weer leuk om zo te lopen.
Ik moet wel zeggen, het is dat ik even wegmoest voor een boodschapje, maar anders was ik binnen gebleven, hoor, want zo lekker was het buiten niet.
En in de auto is het ook pas aangenaam als de airco even draait.

's Avonds bracht ik samen met mijn dochter onze kleine meid naar huis.
Normaal wordt ze opgehaald, maar mamma was laat klaar en pappa moest helemaal uit Goes komen, dus oma had voorgesteld om de kleine meid maaar een keertje thuis te brengen.
Nog even langer van elkaar genieten, toch.
En och, zover liggen Barneveld en Nijkerk niet uit elkaar en het is nog een mooi ritje ook, zo binnendoor.
Prachtig, die weg.

* Fotootjes gemaakt door tante Rachelle met haar mobiel

maandag 17 juni 2013

Women to Womendag 2013

Afgelopen zaterdag was de Women to Women-dag van Open Doors in Ermelo.
Het was een bijzondere dag.
Deze keer stond de dag in het teken van Irak.
Irak staat op plaats nummer 4 op de ranglijst van Christenvervolging.

Er waren deze dag verschillende spreeksters.
Didi sprak over de schat in aarde vaten en Makruhi (niet haar echte naam) kwam uit Irak om te vertellen over het werk dat zij daar mag doen.
Een heel bijzondere vrouw, die op deze dag sprak over: Geloof is volharden.
Meer over haar vindt je op de site van Open Doors; zie: Women tot Women-dag

Nelly Pape gaf haar getuigenis en vertelde razend enthousiast hoe bijzonder de Women walk for Women voor haar is.

Marcel en Lydia Zimmer verzorgden deze dag de zang en de sing-in aan het einde van de dag.

’s Middags waren er Workshops, voor het mooi eigenlijk te kort, maar wel de moeite waard.
Het was voor het eerst dat ze dit deden, maar zeker wat mij betreft voor herhaling vatbaar, alleen dan wat langer of gewoon één keuzemogelijkheid in plaats van twee.

Al met al een bijzondere dag weer om mee te maken en te horen over hoe het met onze zusters in een vervolgd land is.
Het maakt je klein en helpt je om de dingen weer in het juiste licht, in de juiste proporties te zien.
Te waarderen wat je hebt.
Je zegeningen te tellen.

Er waren deze dag een paar zinnen die ik hoorde/tegenkwam die mij diep raakten.
Eén daarvan was: ‘Alleen in mijn hart ben ik vrij om God te aanbidden’ en deze bracht de volgende woorden voort.


Alleen in mijn hart ben ik vrij om God te aanbidden

Heer, Uw naam wil ik loven,
Uw naam wil ik prijzen,
maar het is een loflied
dat vanuit de stilte
van mijn hart
opstijgt naar omhoog.

Geen woord komt over mijn lippen,
geen geluid komt naar buiten.
Het is een lofgedicht,
aan mijn hemelse Vader,
vanuit de stilte
van mijn hart.

Nog moet ik zwijgen,
nog moet ik stil zijn.
Nog mag mijn stem niet klinken,
om Hem te loven en te prijzen.
Nog ben ik alleen in mijn hart
vrij om Hem te aanbidden.

Maar eens komt de dag
dat ik vrij zal zijn
en dat ik uit volle borst
Hem mag loven en prijzen.
Mag zingen zoals ik nooit
eerder heb kunnen doen.

Nu ben ik alleen nog vrij in mijn hart
om God te aanbidden.
Nog rijst mijn loflied
vanuit de stilte van mijn hart
naar omhoog.
Mijn lieve zus in de Heer,
laat jouw stem klinken
in lofprijs en aanbidding;
wees zo mijn stem
waar (nog) vrijheid is.

vrijdag 14 juni 2013

De Lawine (Mijn favoriete verhaal uit 'Mijn Herder')

Hoog op een alp in Zwitserland zit een herdersjongen.
Hij speelt op zijn blokfluit.
Rondom hem schapen, die weiden in het malse gras.
Wat een prachtige natuur!
Ginds de gletsjers met hun ‘eeuwige’ sneeuw.
Daar komt een wandelaar het smalle bergpad op; het is een vakantieganger.

‘Zo beste jongen, hoe heet jij?’
‘Henry, meneer.’
‘En hoe oud ben je?’
‘Tien jaar, meneer.’
‘Goed, Henry, noem mij maar Oom Hans.
Zeg, wat doe je eigenlijk hier?’
‘O, ik heb vakantie en mag van mijn vader op de schapen passen.’
‘Nu, dat is mooi, dus jij bent een jonge herder?
Heb je weleens gehoord van de goede Herder?’
‘Meneer, ik ben zelf een goede herder, want ik zorg heel goed voor onze schapen.’
‘Ja, dat begrijp ik best.
Dan ben jij een goede herder.
Maar ik bedoel of je weet wie de goede Herder is?’
‘Nee, meneer, wie is dat?’
‘Nu, dat is de Heere Jezus, Hij is God, maar Hij kwam uit de hemel op aarde om als Mens te sterven aan een kruis.
Nu leeft Hij weer en Hij is de goede Herder.
Zijn schapen brengt Hij in het Vaderhuis, dat is de hemel.
Niets is fijner dan Hem te kennen.
Hij zorgt dan nog beter voor je dan jij voor je schapen!’
‘Kan Hij mij ook in het Vaderhuis brengen?’
‘Ja, maar dan moet er eerst iets met je gebeuren.
Heb je weleens kwaad gedaan, Henry?’
‘Ja, meneer, ik ben deze week heel ondeugend geweest.’
‘Dan moet je Hem eerst vragen of Hij dat kwaad en ook al het andere verkeerde dat je gedaan hebt, wil vergeven.
Als je bidt en alles eerlijk aan Hem vertelt, dan neemt Hij je zonden weg en vergeeft ze, want daarvoor is Hij gestorven.
Hij leed aan het kruis om de schuld te betalen.
Henry vroeg of hij nu mocht bidden.

Het was ontzettend ontroerend te zien hoe goed hij alles begreep.
Hij wilde met zijn hele hart de Heere Jezus leren kennen.
En daar op de berg in het gras knielde Henry neer.
Kinderlijk eenvoudig sprak hij een kort gebed.
Het kwam uit zijn hart.
En om zo’n gebed is de Heere Jezus blij.
Oom Hans was ook blij, want hij voelde dat dit kind, al was hij nog zo jong, zich toch helemaal toevertrouwde aan de Heiland.

‘Nu zal ik je een tekst leren uit de Bijbel, een korte tekst: De Heere is mijn Herder.
Die kun je goed onthouden, want het zijn maar vijf woorden.
Voor elke vinger van je hand een woord.
Houd je hand op!
Vijf vingers, niet waar?
Neem nu die duim tussen de vingers van je andere
hand: _______________________ De
Nu de wijsvinger vasthouden: ______  Heer
Nu je middelvinger: _____________  is
Dan je ringvinger: _______________ mijn
Het laatste je pink: ______________  Herder
Zie je wel, Henry?
vijf woorden.
Ieder die doet wat jij gedaan hebt: zonden belijden en geloven in de Heere Jezus, die mag zeggen: DE HEERE IS MIJN HERDER

DE Herder (niet een Herder), omdat Hij alléén de goede Herder is.
HEERE, omdat Hij de Heere en Meester is, de Almachtige.
IS, omdat Hij het nu is en altijd blijft.
MIJN, want dan hoor je bij Zijn schapen.
HERDER, omdat Hij voor je zorgt en je liefheeft.
Maar let vooral op het woordje MIJN.
Hij is van jou, daarom mag je zeggen: Hij is MIJN Herder.

‘Kijk, oom Hans, als ik de tekst zeg en bij elk woord een vinger vasthoud, dan knijp ik even extra in de vierde vinger: MIJN,  - ik ben zo blij!
MIJN Herder!’

Oom Hans kwam nog af en toe even kijken bij Henry op de bergwei, maar na een paar weken was zijn vakantie voorbij en moest ook Henry weer naar school.
Het werd winter en de winter kan in een Zwitsers dorp gevaarlijk zijn, vooral door de lawines.
Een lawine is een grote massa sneeuw, die soms van een berg af komt glijden.
Die kan heel groot zijn en met een enorme vaart naar beneden storten.
Zelfs worden weleens huizen onder een lawine bedolven en ook soms mensen erdoor meegesleurd en gedood.

Op een middag kwam Henry uit school en wachtte vader hem op.
Vader keek erg bedroeft en zei: ‘Henry, moeder is ziek geworden.
De dokter heeft een recept gegeven, en dat moet direct gehaald worden.
De apotheek is hier niet, maar in het andere dorp, een half uur lopen.
Ik blijf bij moeder.
Wil je direct gaan?’
Henry was gehoorzaam en deed zijn boodschap.
In de apotheek stopte hij het flesje medicijnen voor moeder in zijn jaszak.

Op de terugweg werd het al donker.
Toen is er iets verschrikkelijks gebeurd.
Ineens een donderend geluid, alsof het onweerde.
Maar het was geen onweer – het was een lawine.
Hoog van de gletsjer was een grote massa sneeuw en ijs aan het glijden gegaan.
…. vlug wegrennen …. maar het kon niet meer.
De lawine haalde hem in en rolde over hem heen.
Daar lag Henry, diep onder de sneeuwmassa.

Vader wachtte onrustig.
De mensen in het dorp hadden het geluid gehoord.
Zouden er mensen verongelukt zijn?
Waar was Henry?

De apotheek werd opgebeld, maar ze zeiden dat Henry bij hen was geweest en weer terug naar huis gegaan was.
Wat moest er nu gebeuren?
De buren gingen op weg om hem te zoeken.
Sterke mannen hebben urenlang in de sneeuw gegraven.
Wat een spanning!
Zouden ze hem vinden?
Zou hij nog leven?

Eindelijk vonden ze hem.
Hij lag onder de sneeuw.
Koud.
Dood.
Wat erg!
Wat een verdriet voor zijn ouders.
Maar kijk die hand eens!
Die houdt de ene vinger van zijn andere hand vast omklemd, de vierde vinger.
De vader van Henry begreep het.
Hij begreep direct alles.
Want Henry had aan zijn ouders verteld dat hij zich bekeerd had en dat de Heere Jezus zijn Heiland, maar ook zijn Herder was.
Hij had verteld wat oom Hans hem geleerd had.
Zijn vader begreep dat Henry het grote gevaar van de lawine had zien aankomen.
Dat hij niet meer had kunnen vluchten.
Dat hij voelde te moeten sterven, en dat hij gedacht had aan de Heere Jezus, Die zijn Vriend was, Die hem ook nu niet zou verlaten.
Toen had Henry gedacht: ‘MIJN’.
Hij had zijn vierde vinger gegrepen en vastgehouden.
Zo hadden ze hem gevonden.

Henry wist het zeker: Hij is MIJN Herder.
En zijn ouders wisten ook zeker: Henry is wel gestorven, maar al moeten we zijn lichaam begraven, hijzelf is bij de Heere Jezus in de hemel.
Ze hadden een groot verdriet om hun lieve jongen, die gestorven was.
Maar dit was hun grote troost: Eens zal ook zijn lichaam opstaan, wanneer de Heiland wederkomt.


Met toestemming overgenomen uit: ‘Mijn Herder’
 Evangelie-Lektuur
©
www.uhwdw.nl

Zie: Boekinfo

donderdag 13 juni 2013

God leidt; gelukkig wie ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (84)

Mijn hart verlangt naar Zijn aanwezigheid, maar voor ik mijn Bijbel opensla en stil wordt, loop ik naar beneden voor een kopje koffie.
Ook ga ik nog even naar het toilet, waar mijn oog valt op één van de vele ‘kaarten’ die daar op mijn prikbord hangen.

‘Mijn ziel verlangt naar U,
omdat U mijn ziel gereed maakt om U te ontvangen,
door dat verlangen Zelf aan te wakkeren

Augustinus

Ik neem het mee naar boven naar mijn kamertje, terwijl ik de woorden tot me door laat dringen.
Ze raken me, deze woorden, en mijn gedachten gaan tegelijk ook naar een paar prachtige liederen die er zijn, en gaan over onze ziel, over het verlangen van onze ziel.

Terwijl ik de woorden ‘Wat buigt g’ u neder, o mijn ziel, en zijt gij onrustig in mij’ als het ware hoor in mijn hoofd, komt juist Psalm 146 op in mijn gedachten.
Ik zoek hem op en lees wat er staat.

‘Eer aan de HEER!
Prijst de Heer, mijn ziel, ja, de Heer wil ik prijzen, mijn leven lang, voor mijn God wil ik zingen, zolang ik besta.’ (vers 1,2)

Ik verbaas mijzelf soms met mijn eigen gedachtekronkels; zoals die alle kanten op kunnen gaan.
Tegelijk en door elkaar lijkt het soms wel.
Ik besluit de Psalm maar eerst eens te lezen en ik lees hem alsof ik één van mijn gedichten voordraag en geniet daarbij van deze mogelijkheid om het zo hardop te kunnen doen, omdat er niemand thuis is.
De woorden dringen immers zoveel dieper door dan wanneer ik ze zachtjes, of in mijzelf, lees.

Met het lezen van deze Psalm ervaar ik dat God mij naar deze woorden geleid heeft.
Van mijn verlangen naar even bij Hem te zijn, Zijn woorden tot mij te nemen, naar de woorden van Augustinus op het kaartje dat in mijn toilet hangt, vervolgens naar deze naar deze Psalm waardoor ik bij deze bemoediging terecht kom.
(En dat terwijl dit kaartje er eigenlijk alweer zolang hangt, dat ik eigenlijk nodig weer wat anders op moest gaan hangen)

‘Eer aan de HEER!
Prijst de Heer, mijn ziel, ja, de Heer wil ik prijzen, mijn leven lang, voor mijn God wil ik zingen, zolang ik besta.

Vertrouw niet op machthebbers, het zijn maar mensen, zij kunnen je niet redden.
Als de mens zijn laatste adem uitblaast, dan wordt hij weer stof, dan vergaat hij en met hem zijn plannen.

Gelukkig wie steun zoekt bij de God van Jacob, alles verwacht van de HEER, zijn GOD, van Hem die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en alles wat erin leeft, van Hem die trouw blijft, altijd.

Want de HEER is het die recht verschaft aan wie onderdrukt worden, die te eten geeft aan wie honger lijden, die de gevangenen bevrijdt, de blinden ziende maakt, opricht wie gebogen gaan.
Wie Zijn wil doen, heeft Hij lief.

De HEER is het die vreemdelingen beschermt, wezen en weduwen tot steun is.
Maar wie van Hem niet willen weten laat Hij dwalen.

De HEER, uw GOD, is koning, o Sion, voor altijd, van geslacht op geslacht.
Halleluja, mijn ziel looft de HERE!’

Als ik aankom bij ‘Gelukkig wie steun zoekt bij de God van Jacob, alles verwacht van de HEER, zijn GOD, …,’ en de volgende verzen, lijken de woorden van Augustinus zich te vermengen met de woorden van God.
‘Mijn ziel verlangt naar U, omdat U mijn ziel gereed maakt om U te ontvangen, door dat verlangen Zelf aan te wakkeren.’

U maakte mijn ziel gereed om deze woorden van U te ontvangen.
U wakkerde het verlangen in mijn ziel naar U aan.
U hebt woorden van leven, van bemoediging.

‘Gelukkig wie steun zoekt bij de God van Jacob, alles verwacht van de HEER, zijn GOD, …’
Ja, ik mag mij gelukkig prijzen omdat ik mijn steun zoek bij U, want U bent trouw!
U doet wat U belooft.
U verschaft recht!
Geeft te eten, bevrijdt, maakt ziende!
U richt op wie gebogen gaan!
U hebt lief wie Uw wil doen; U wakkert in hen het verlangen naar U aan om hen zo Uw woorden te kunnen geven.
Woorden die leiden, maar ook troosten en bemoedigen.
En onze ziel vindt pas rust als zij bij U komt; onze ziel wordt pas verkwikt en opgericht als zij Uw woorden indrinkt.
En hoe meer we door Uzelf worden gevoed en getroost, bemoedigd en opgericht, hoe meer onze ziel weer gaat verlangen naar U, en naar Uw woord.

Verlangen en stil worden; naderen tot Zijn troon van genade.
Zijn woorden lezen en binnen laten komen tot in het diepst van je binnenste, waardoor je wordt opgericht door te zien op wie Hij is en wat Hij heeft gedaan.
En vervolgens je ziel aan sporen tot lofprijs Omdat Hij het waard is dat Zijn Naam wordt verheerlijkt.





>> 'As the deer pants longs for water, my soul cries for You ...
      ... My soul longs for You, my soul longs for You ...

>> ‘Stil, mijn ziel wees stil, en wees niet bang voor de onzekerheid van morgen …
      God, U bent mijn   God, en ik vertrouw op U en zal niet wankelen …’

>> ‘Looft de Heer, o mijn ziel. O mijn ziel, prijs nu Zijn heilige Naam! 
      Met meer passie dan ooit; o mijn ziel, verheerlijkt Zijn heilige Naam!’





Dank U wel, vader, dat U mij liefheeft.
Dank U wel, dat Uzelf het verlangen naar U in mijn ziel aanwakkert en mijn ziel er ook klaar voor maakt om U te kunnen ontvangen.
Mijn ziel verlangt naar U, naar te ontvangen van U, alles wat U voor mij heeft.

- Amen -

Mijn ziel verlangt naar Hem
als dorstig land naar water,
als een hert dat naar water schreeuwt.
Mijn ziel komt pas tot rust
als zij haar rust gevonden heeft bij Hem.
Mijn ziel wordt pas opgericht
als zij wordt gevoed
door te luisteren naar Zijn stem.

Word stil, mijn ziel, word stil
en wacht op de Heer.
Word stil mijn ziel, word stil.

Laat God je klaarmaken
om te Hem
kunnen ontvangen.
Wees stil, mijn ziel,
want Hij is het die jou vult
met dit verlangen.

Loof de Heer, mijn ziel, loof de Heer
en zing van Zijn heilige Naam.
Loof de Heer, mijn ziel, loof de Heer!

Prijs Hem om de hulp die Hij is;
de troost en redding,
de bevrijding die Hij geeft.
Loof Hem, mijn ziel,
om Zijn liefde en Zijn trouw.
Prijs Hem, die eeuwig leeft.

woensdag 12 juni 2013

21e Oma-dag

Dit keer maar een klein blogje over mijn oma-dag, want ik heb gewoon heel veel behoefte om zo eerst even de Bijbel in te duiken.
'k Heb echt even een oppeppertje nodig.
Want hoewel ik razend enthousiast ben over het Secret Sister Program en wilde dat ik alle Alles-over-mij-formulieren al binnen had om ze te kunnen verwerken, knagen de zorgen over mijn man, die veel pijn heeft en zich iedere dag naar zijn werk sleept steeds meer.

Ik heb bewondering voor hem, zoals hij doorgaat zonder te klagen.
Ik baal soms als hij te eigenwijs is en alles zelf wil doen, terwijl het hem zoveel moeite kost en ik er ben om hem te helpen.
Mijn hart huilt 's nachts als ik aan zijn ademhaling hoor dat hij weer niet slaapt van de pijn.

Ik merk dat het gedicht dat ik voor afgelopen zondag voor 'In rust met U' schreef, me op het lijf is geschreven, zo niet nog meer voor hem.
'Hoelang nog, HERE, hoelang nog?'
Maar het refrein van Brian Doerksen's 'How long, o Lord' is waar we mee blijven eindigen:
'But I trust, in Your unfailing love; yes, my heart will rejoice.
Still I sing, of Your unfailing love.
You have been good,
You will be good to me.'

En dan komt dit kleine wijffie, met haar stralende lach: 'Opa!!!', en uitgestoken armen naar oma.
Even is de pijn vergeten, even wordt het verlicht door de liefde van dit kleine meiske, waar God onze familie mee heeft verrijkt.

Even een dagje gewoon tutten, knuffelen, lachen, kletsen.
De boel de boel laten en genieten.
Samen even de hond uitlaten en nog even bij de lammetjes kijken, die inmiddels al bijna echte schaapjes zijn, zo groot zijn ze al geworden.
Samen gezellig een boterhammetje eten, en ja, dat is ook het enige dat ze goed eet, ha, ha, want warm eten gaat er echt niet meer in.
Maar toegeven aan de hele dag een speen in haar mondje, omdat het tandenknarsen wat ze anders doet, niet is aan te horen.
Een keer een autostoeltje hebben en gezellig samen naar het dorp gaan.
Om een hoekje gluren als ze ligt te slapen en een brok in je keel krijgen om dit lieve plaatje en de verwondering en vreugde die daarbij opkomen in je hart.
De woordenloze lofprijs om het wonder van dit leven en al het leven dat Hij geschapen heeft en schept.
's Avonds weer alles opruimen, de kinderstoel, de box, het campingbedje, maar wel binnen handbereik voor de volgende keer.
Leeg en moe van alles wat er speelt en gebeurt, naast het bijzondere project wat ik in onze gemeente mag opzetten met Francis en de eerste voorbereidingen ook weer voor de Kerstavond voor Vrouwen, en alle daarbij komende wisselende emoties, plof ik later op de avond op de bank neer.
Ons hondje kruipt op mijn schoot en ik geniet nog even van mijn glaasje rode wijn met ijsklontjes.

dinsdag 11 juni 2013

Secret Sister Program

Nog een dag later dan de bedoeling, maar ja, als internet meer op een knipperlicht lijkt dan een lamp die gewoon brandt ...

Zo, eindelijk weer eens even tijd voor deze Blog.
De afgelopen week was ik heel erg druk met twee nieuwe Blogs die ik gister klaar wilde hebben.
De één was om al mijn weekgedichtkaarten (een afbeelding met het weekgedicht) op te zetten, maar dan wilde ik natuurlijk alle weekgedichtkaarten die ik al gemaakt heb er natuurlijk eerst op hebben.
Ook die ik nog gemaakt heb voor 'Dicht bij U'.
En dat waren er al met al toch 191 die geplaatst moesten worden met de laatst op zondagmorgen.
Daarbij natuurlijk ook de link naar het bijhorende stukje.
Een heel werk, maar ik ben er blij mee om zo alles mooi bij elkaar te hebben.

De tweede nieuwe Blog/Site, 'Vrouwen naar Gods hart', die ik heb gemaakt, is niet echt van/voor mij persoonlijk, maar voor de vrouwen van onze gemeente (en iedere vrouw die het leuk vind om even een kijkje te nemen).
De reden voor dit Blog?

Het is inmiddels een paar maanden geleden dat ik op Internet iets (weer) zocht en op iets stuitte wat mij nieuwsgierig maakte; Secret Sister Program.
Ik klikte het aan en las.
Hoe meer ik er over las, hoe meer alles in mij in beweging kwam, zo voelde het echt.
Whauw, dacht ik, als we dat toch eens met de vrouwen in onze gemeente konden gaan doen ...

Ik sloeg de bladzijde op bij mijn favorieten en liet het nog een poosje liggen, want ja, in onze gemeente heeft iedereen het zo druk, dat er nu al geen mensen voor sommige dingen te vinden zijn.
Maar af en toe keek ik er weer naar en dacht steeds weer 'whauw', als dat toch eens zou kunnen ..'
Op een gegeven moment kwam ik er weer en dacht, nu is het klaar, ik moet hier mee aan de slag gaan.
Ik heb mijn vriendin gemaild en haar het een en ander doorgestuurd, we doen namelijk wel meer dingen samen.
Het leek haar heel bijzonder, maar ja, ze was nog bezig met de Alfa, dus er was nog geen ruimte voor iets erbij, laat staan iets nieuws wat nog helemaal op poten gezet moet worden.
Ik begreep het natuurlijk best, maar ik wilde hier ook vast vreselijk graag mee beginnen.

De drang om dit programma klaar te maken voor de vrouwen in onze gemeente was echter zo sterk, dat ik niet anders kon dan gewoon vast beginnen.
Ik had nog geen toezegging van Francis dat ze me zou gaan helpen, en ook nog geen toestemming van de oudstenraad om het ook zelfs maar in de gemeente te mogen doen, maar iets binnenin mij drong er op aan om gewoon in geloof en vertrouwen te beginnen met het vertalen en uitwerken.
Daarnaast heb ik een mailtje gestuurd naar de pastor van de gemeente waar ik het programma gevonden had en ongeveer binnen 24 uur had ik een ellenlange mail terug van June Tryon, de vrouw die over dit programma ging in deze gemeente.
Vol tips en ideeën en heel enthousiast, dat ik er mee bezig was.
Ook vond ik het gewoon belangrijk en mooi om na aanleiding van dit programma een eigen site voor de vrouwen van onze gemeente te creëren.
Een plek waar ze alles nog eens terug konden lezen over het programma, het alles-over-mij-formulier eventueel konden kopiëren en per mail opsturen en de aandachtspunten van het programma.
Maar daar het een bemoedigingsprogramma is met een kaartje sturen en geschenkjes geven, leek het me ook leuk om hiervoor ruimte te maken.
Ruimte voor creatieve ideeën, in de vorm van gedichtjes, verhalen, of gewoon creatieve werkjes.
En nog veel meer, allemaal in de lijn van bemoedigen.

Inmiddels was Francis klaar met de Alfa, en ja hoor, zij werd net zo enthousiast als ik en wilde hier graag verder aan meewerken.
Samen zijn we naar de oudstenraad geweest en kregen onze toestemming.
Hi, hi, ik had hier ook geen seconde aan getwijfeld dat we die zouden krijgen.
Dit was immers te mooi!

De Welkomstbrieven en Alles-over-mij-formulieren zouden voor ons worden uitgeprint, en we zouden beiden in een envelop doen en uitdelen na de dienst waarin we het bekend zouden maken.
Maar een kale witte envelop vond ik toch wel saai en ik had juist zo'n leuk patroontje gevonden van een klein gehaakt hartje.
Heel eenvoudig, maar o zo leuk.
Nu heb ik wel vaker van die leuke ideeën en realiseer me dan daarna pas de hoeveelheid werk die er mee is gemoeid.
Hier dus ook, maar ja, zeg nu zelf, zo'n envelop is toch veel leuker met een leuk gekleurd hartje er aan?
En ik hoefde er maar 100 stuks te haken.
Ik vond het gewoon ook een leuk werkje om te doen en dat terwijl sinds 1979 niet meer gehaakt heb.
Maar terwijl ik de hartjes aan het haken was, had ik tocht steeds meer iets van, hm, eentje is wel weinig, twee is leuker en dan roze en paars, de kleuren van de site.
En zo vernaderde het aantal van de hartjes die gehaakt moesten worden van 100 stuk in 200 stuks.
Vervolgens nog een visitekaartje gemaakt en beiden aan de envelop geniet.
Al zeg ik zelf, het zag er echt leuk uit.


En afgelopen zondag was het dan zover dat ik de aankondiging in onze gemeente mocht doen.
Heel bijzonder: ik had hier ruim de tijd voor gekregen. (Gelukkig maar, want als je enthousiast over iets ben dan ...)
Vandaar ook dat afgelopen zondag ook de nieuwe Blog/Site klaar moest zijn.
Het eerste Alles-over-mij-formulier heb ik binnen en ik zie uit naar hoeveel er nog volgen.

Welk een zegen zal dit zijn in de eerste plaats voor iedere vrouw zelf die hier aan mee gaat doen, maar ook voor hun gezinnen, hun huizen, onze gemeente zelf.
Er is een diepe vreugde en dankbaarheid in mijn hart dat God mij bij dit programma bracht en dat we dit nu samen mogen gaan doen.

Vraagje
Ik kon  op Internet niet veel vinden of dit programma ook bekend is in Nederland.
Dus als er iemand is die het kent en er ervaring mee heeft, zou ik daar graag eens wat meer over horen.
Ook als jullie leuke andere speciale programma's hebben voor vrouwen, leuke ideeën.
Ik hoor het graag.

dinsdag 4 juni 2013

Onze toevlucht en kracht

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (83)
 
Vandaag geen Naomi, dus ook geen oma-dag.
Maar wel een bemoediging voor een ieder die het nodig heeft.
 
Er zijn, denk ik, altijd wel momenten of perioden zijn in ons leven, dat we meer dan anders verlangen naar Gods aanwezigheid, naar als het ware door Hem te worden vastgehouden.
Als het leven zwaar is, pijn en verdriet onze dagen kleuren, onzekerheid ons omringt, alle zekerheden dreigen weg te vallen; als zorgen ons dreigen te overspoelen en ieder uitzicht hopeloos lijkt, dan verlangen we misschien wel meer dan anders naar Gods nabijheid.

Diep van binnen weten we het allemaal wel.
We weten dat Hij er altijd is, dat Hij van ons houdt zoals we zijn.
We weten dat we Zijn kind zijn, Zijn eigendom en we weten ook dat Hij ons nooit alleen laat, dat Hij altijd voor ons zorgt.
Maar soms willen we net iets meer dan dat.
Dan verlangen we naar het ervaren van Zijn aanwezigheid, willen we Zijn armen om ons heen voelen en ons warmen en troosten in Zijn aanwezigheid.
Dan verlangen we ernaar, dat Hij ons vasthoudt en ons bemoedigend toespreekt.
Dat Hij ons verteld dat Hij van ons houdt, voor ons zorgen zal, iedere dag opnieuw.
Dat we alles bij Hem mogen brengen, aan Zijn voeten mogen neerleggen.

Soms is bidden genoeg om Zijn aanwezigheid, Zijn liefde, ‘Zijn armen om je heen te voelen’; soms we bidden en smeken voor langere tijd.
Soms komt God tot ons door Zijn woord of door andere mensen, een kaartje of telefoontje.
Soms door iets wat we zien - een vogel, een vlinder, een zonsondergang.
En soms door een lied.
 
Klik voor de muziek op de afbeelding
 
Father,
I want You to hold me
I want to rest
in Your arms today

Father,
I want You to show me
How much You care for me
In ev’ry way

I bring all my cares
And I lay them
at Your feet

You are always there
And You love me
as I am

Yes, You love me
as I am

Father,
I know You will hold me
I know I am Your child,
Your own

Father,
I know You will show me
I feel Your arms holding me,
I’m not alone

I bring all my fears
And I lay them
at Your feet

You are always here
And You love me as I am
Yes, You love me as I am

You are always here
And You love me
as I am

En soms ...
Soms gebeurt er niets, gewoon helemaal niets.
Hoe je ook bid of smeekt, Zijn woord doorspit, muziek luistert of zingt; soms lijk de hemel van koper en lijkt het alsof Gods liefdevolle armen spoorloos zijn.
Ze lijken er voor iedereen te zijn, behalve voor jou.
Dan komt het op geloven aan, op vertrouwen.
Dan komt het er op aan om vast te houden aan Zijn beloften.
Hij heeft ons beloofd dat Hij met ons zal zijn tot aan de voleinding van de wereld.
Hij heeft ons gezegd dat Hij van ons houdt en hoeveel Hij van ons houdt; dat niets of niemand ons kan scheiden van Zijn liefde.
Hij heeft ons beloofd dat Hij Zelf voor ons uitgaat; met en voor ons zal strijden.
Dat Zijn eeuwige armen onder ons zijn.
Hij heeft beloofd dat Hij ons zal opbeuren als we moe zijn, sterk zal maken als we geen kracht meer hebben.
Dat, als we op Hem onze hoop stellen, we nieuwe kracht zullen vinden.
God heeft beloofd, dat Hij het geknakte riet niet zal breken en de walmende vlaspit niet zal Hij doven.

Wees niet bang, zegt Hij, want Ik ben bij je!
Kijk niet angstig om je heen, want Ik ben JOUW GOD!
Ik maak je sterk, Ik help je.
Ik ondersteun je met Mijn heilrijke rechterhand.
Laten we ons vastklampen aan Zijn beloften, ze uitspreken, ze proclameren en uitzien naar wat God gaat doen.

God is onze toevlucht, Hij geeft ons kracht;
in de grootste nood heeft Hij ons geholpen.
De Almachtige Heer is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jakob.
 
Psalm 46:2,8