Tot rust komen
Come, be with Me - Keith Duke
Ik sluit mijn ogen
en laat me meevoeren
op de klanken van de muziek
en de gezongen woorden.
De woorden en de klanken
brengen mij dicht bij Hem
waar ik gewoon mag zijn
en niets meer moet.
En in het niets meer moeten;
ver weg van een ieder die iets
van mij vraagt of verlangt,
kom ik langzaam tot rust ...
'Come, be with Me and I will give you rest.'
zaterdag 23 mei 2015
woensdag 20 mei 2015
Psalm 139
Eén van de opdrachten bij Hoofdstuk 8 van het Bijbelstudieboekje van onze VrouwenBijbelstudiegroep, was om Psalm 139 eens in eigen woorden op te schrijven en om ook je eigen naam daarbij in te vullen.
Was bijzonder om te doen.
Heer, U kent mij, Rita Klapwijk - v.d. Wal, zoals niemand anders mij kent; zelfs ik mijzelf niet eens.
Want U, Heer, weet wat er in mij leeft, maar ook wat mij beweegt.
Ja, alles wat ik doe en waarom ik het doe, is bij U bekend.
Zelfs nog voor ik een woord heb gesproken, weet U al wat ik wil gaan zeggen.
U omringt mij, ja U omsluit mij; Uw hand ligt op mijn leven.
Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten, zo onvoorstelbaar is dit alles.
Ik kan mij voor U ook niet verstoppen.
Wat ik ook zou proberen, waarheen ik ook zou vluchten, nergens, helemaal nergens is er een plek op deze wereld, noch erboven of eronder, waar U niet zou zijn of kunnen komen.
Zelfs in de diepste duisternis kan ik mij voor U niet verbergen, want het is voor U alsof de zon alles verlicht met haar glanzende stralen.
U bent het, Heer, die mij gemaakt heeft in de schoot van mijn moeder, die elk deel van mijn lichaam vorm gaf.
Ik prijs Uw Naam, want wat hebt U mij prachtig, ja, onvoorstelbaar mooi en wonderbaarlijk gemaakt!
Ik besef dat heel, heel erg goed!
Het ontstaan van mijn leven was voor iedereen verborgen, behalve voor U.
U zag mij al vanaf het aller-, allereerste begin, van toen ik zelfs totaal nog geen enkele vorm had.
En in Uw boek was alles reeds opgeschreven over mijn leven, nog voor ik zelfs maar één dag had geleefd.
O, Heer, mijn God, hoe buitengewoon zijn Uw gedachten, hoe oneindig en niet te tellen.
Ze zijn als alle korrels zand bij elkaar; ontelbaar …
Al zou ik onder het tellen in slaap vallen, dan nog, als ik wakker wordt bent U bij mij, want U laat mij nimmer in de steek.
Niet iedereen, Heer, is blij met U, met Uw kennis en Uw aanwezigheid; er zijn vele mensen die meedogenloos bloed vergieten en die zich bewust tegen U en U genadeplan opstellen.
Als zij zich niet bekeren, zullen zij zeker sterven.
Met hen wil ik mij niet op één lijn stellen.
Want, zou ik niet haten wie U haten; me afkeren van hen die opstandig zijn tegen U?
Ik haat hun zondige levensstijl met een diepe en oprechte haat; het voelt alsof ze mijn eigen vijanden zijn.
Heer, mijn God, ik, Rita Klapwijk, geef U mijn hart, doorzoekt het maar tot in het uiterste en diepste hoekje.
Onderzoekt U het maar, Heer, en weet wat er ten diepste in mij omgaat.
En als blijkt, Heer, dat ik mij op wegen bevind die niet goed zijn, brengt U me dan alstublieft terug op de goede weg, op de weg die naar U toe leidt.
Was bijzonder om te doen.
Heer, U kent mij, Rita Klapwijk - v.d. Wal, zoals niemand anders mij kent; zelfs ik mijzelf niet eens.
Want U, Heer, weet wat er in mij leeft, maar ook wat mij beweegt.
Ja, alles wat ik doe en waarom ik het doe, is bij U bekend.
Zelfs nog voor ik een woord heb gesproken, weet U al wat ik wil gaan zeggen.
U omringt mij, ja U omsluit mij; Uw hand ligt op mijn leven.
Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten, zo onvoorstelbaar is dit alles.
Ik kan mij voor U ook niet verstoppen.
Wat ik ook zou proberen, waarheen ik ook zou vluchten, nergens, helemaal nergens is er een plek op deze wereld, noch erboven of eronder, waar U niet zou zijn of kunnen komen.
Zelfs in de diepste duisternis kan ik mij voor U niet verbergen, want het is voor U alsof de zon alles verlicht met haar glanzende stralen.
U bent het, Heer, die mij gemaakt heeft in de schoot van mijn moeder, die elk deel van mijn lichaam vorm gaf.
Ik prijs Uw Naam, want wat hebt U mij prachtig, ja, onvoorstelbaar mooi en wonderbaarlijk gemaakt!
Ik besef dat heel, heel erg goed!
Het ontstaan van mijn leven was voor iedereen verborgen, behalve voor U.
U zag mij al vanaf het aller-, allereerste begin, van toen ik zelfs totaal nog geen enkele vorm had.
En in Uw boek was alles reeds opgeschreven over mijn leven, nog voor ik zelfs maar één dag had geleefd.
O, Heer, mijn God, hoe buitengewoon zijn Uw gedachten, hoe oneindig en niet te tellen.
Ze zijn als alle korrels zand bij elkaar; ontelbaar …
Al zou ik onder het tellen in slaap vallen, dan nog, als ik wakker wordt bent U bij mij, want U laat mij nimmer in de steek.
Niet iedereen, Heer, is blij met U, met Uw kennis en Uw aanwezigheid; er zijn vele mensen die meedogenloos bloed vergieten en die zich bewust tegen U en U genadeplan opstellen.
Als zij zich niet bekeren, zullen zij zeker sterven.
Met hen wil ik mij niet op één lijn stellen.
Want, zou ik niet haten wie U haten; me afkeren van hen die opstandig zijn tegen U?
Ik haat hun zondige levensstijl met een diepe en oprechte haat; het voelt alsof ze mijn eigen vijanden zijn.
Heer, mijn God, ik, Rita Klapwijk, geef U mijn hart, doorzoekt het maar tot in het uiterste en diepste hoekje.
Onderzoekt U het maar, Heer, en weet wat er ten diepste in mij omgaat.
En als blijkt, Heer, dat ik mij op wegen bevind die niet goed zijn, brengt U me dan alstublieft terug op de goede weg, op de weg die naar U toe leidt.
maandag 18 mei 2015
Ontzagwekkend wonderbaarlijk
In de hemel heeft God een foto van ons in Zijn hand en toont dat aan iedereen: ‘Kijk!’, zegt Hij, ‘dit is Mijn dochter. Is ze niet prachtig?
‘Hij raakt de foto zachtjes aan als Hij verder gaat: ‘Ik kan bijna niet wachten tot Ik haar van aangezicht tot aangezicht zal zien!’
‘Ik dank U, dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen, Uw daden zijn wonderen!- mijn ziel erkent dat ten zeerste!’
Psalm 139:14
Erkent mijn ziel echt ten zeerste dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen?
Al zo vaak heb ik het gelezen, zo vaak ook erkent, en toch, als ik de woorden opnieuw lees in het licht van het bovenstaande verhaaltje dat ik lees in hoofdstuk 8 van het Bijbelstudieboekje van ‘Jouw identiteit – Gods zelfportret’ van onze VrouwenBijbelstudiegroep, dan lijkt het alsof ik niet eerder zo de diepte van deze woorden heb gezien.
Ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God.
Geen afgerafeld stukje werk, even snel tussen neus en lippen door gemaakt, maar weloverwogen en met zeer grote zorg,
Ontzagwekkend wonderbaarlijk!
Ja, ik ben te dik, mijn lichaam kan niet alles wat een gezond iemand kan, ik ben een beetje beperkt in wat ik kan, en toch …
Ja, ik doe dingen verkeerd, keer op keer op keer op keer …, en toch …
Ik maak fouten, schiet tekort op vele fronten –zowel naar God toe als naar mensen, en toch …
Ik …
En toch …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God!
Door mijn eigen ogen zie ik al deze dingen, maar als ik mijzelf ga zien door wat Hij zegt in Zijn woord, ga ik ontdekken dat het heel anders is dan ik vaak denk, of zie.
In gedachten zie ik U, Vader, gebogen
over één van Uw in de maak zijnde meesterwerken.
Uw handen gaan zorgvuldig, liefdevol en teder te werk;
niets, helemaal niets zal er zijn op aan te merken.
Als het af is, zie ik de vreugde op Uw gezicht,
en hoor ik U zeggen: ‘Whauw, wat is zij mooi en goed!’
U geeft haar een plaats ergens op de wereld, en zie uit naar de dag
dat U haar weer van aangezicht tot aangezicht ontmoet.
Tot die tijd echter, mag zij op die plaats de gaven en talenten,
die zo zorgvuldig door U in haar leven zijn ingeweven,
ontdekken en ontplooien, om zo tot eer en glorie
van U, haar Schepper, te leven.
Allerlei dingen zullen op haar afkomen,
U weet daarvan, niets is voor U verborgen.
Maar U houdt haar vast, en zult alle dagen,
onafgebroken, voor haar zorgen.
Haar naam is in Uw hand gegrift,
haar beeld heeft U elk moment van de dag voor ogen.
Ze is U zo kostbaar, zo dierbaar, zo speciaal,
niemand anders dan U is zo over haar bewogen.
Ontzagwekkend, wonderlijk gemaakt …
Ik proef Zijn liefde; voel de gewenstheid van mijn bestaan.
Ja, Uw daden zijn wonderen; mijn ziel weet dat zeer wel!
donderdag 14 mei 2015
Hemelvaart - Feest van Uitzien en Verwachten
Terug naar de Vader,
terug naar de plaats
vanwaar Hij kwam.
Nog even staren ze naar boven,
nog een laatste blik op Hem,
die hen zo lief en dierbaar was.
Nog een laatste woord van de engelen,
nog een laatste woord ter bemoediging,
nog een laatste woord en zij gingen heen.
Biddend en verwachtend,
uitziende naar Hem die komen zou.
Biddend en wachtend
op de Trooster, die Hij had beloofd.
'Mannen van Galilea,
wat staan jullie naar de hemel te kijken?
Jezus is van jullie weggenomen en naar de hemel gegaan,
maar zoals jullie Hem hebben zien opstijgen,
zo zal Hij ook terugkomen.
Toen daalden ze de berg af
en gingen naar Jeruzalem.
...
Zij allen bleven voortdurend met elkaar bidden,
samen met enkele vrouwen, onder wie Maria,
de moeder van Jezus en Zijn broers.'
Handelingen 1:11,12a,14
Hemelvaart,
feest
van
Uitzien en Verwachten
zaterdag 9 mei 2015
Brief van Jezus
Velen kennen deze 'brief' vast al wel, maar als ik hem vanavond weer tegenkom, raakt het me opnieuw.
Soms is het gewoon goed om bepaalde dingen nog eens te lezen ...
Beste vriend.
Toen je vanmorgen opstond, keek Ik naar je en Ik hoopte dat je iets tegen Me zou zeggen, al waren het maar een paar woorden.
Even vragen naar Mijn mening, een bedankje voor iets goeds dat je gister overkwam,
maar Ik zag dat je het te druk had met het uitzoeken van de kleren die je vandaag aan moest hebben, dus Ik wachtte.
Toen je door het huis holde, bezig om alles klaar te krijgen, wist Ik dat er een paar minuutjes vrij zouden zijn om even te stoppen en Me te groeten, maar je was te druk.
Op een gegeven moment moest je vijftien minuten wachten en had je niets anders te doen dan een beetje op een stoel te zitten.
Toen zag Ik je opspringen en dacht dat je wat tegen Me zou gaan zeggen, maar nee,
je rende naar de telefoon en belde een vriend voor de laatste roddeltjes.
Ik zag je vertrekken naar je dagelijkse werkzaamheden en wachtte de hele dag geduldig af.
Met al je bezigheden had je het, denk Ik, te druk om ook maar iets tegen Me te zeggen.
Ik zag dat je voor de lunch om je heen keek.
Misschien voelde je je voor gek zitten als je met Me praatte, daarom boog je je hoofd natuurlijk niet.
Je keek drie of vier tafels verder en zag een paar van je vrienden kort met Mij praten
voor ze gingen eten, maar jij deed het niet.
Dat geeft niet, er is nog steeds tijd over en Ik heb nog steeds hoop dat je nog met Me zult praten.
Je ging naar huis en het leek erop dat je nog veel dingen te doen had.
Na een paar daarvan stopte je en zette de televisie aan.
Ik weet niet of je de tv leuk vind of niet, maar er komt van alles op en je zit er heel wat uurtjes voor.
Meestal denk je nergens aan en laat je de beelden op je af komen.
Ik wachtte geduldig af terwijl je tv keek en je eten op at, maar je praatte alweer niet met Me.
Toen je met de rest van je huishoudelijke klusjes bezig was, wachtte Ik opnieuw, terwijl jij deed wat je moest doen.
Tegen bedtijd was je denk Ik te moe.
Nadat je je huisgenoten welterusten had gewenst, dook je in bed en viel bijna meteen in slaap.
Dat geeft niet, want je beseft misschien niet dat Ik er de hele tijd voor je ben.
Ik heb meer geduld dan jij ooit zult beseffen.
Ik wil je zelfs leren hoe je geduldig met anderen kunt zijn.
Omdat Ik zoveel van je houd, verliet Ik lang geleden een prachtige plaats, genaamd - hemel en kwam naar de aarde.
Ik gaf dat mooie op om bespot en uitgelachen te worden.
Ik stierf zelfs, zodat jij nooit Mijn lijden hoeft te lijden.
Ik houd zoveel van je, dat Ik iedere dag wacht op een gebaar, een gebed, een gedachte of een dankbaar stukje van je hart.
Het is moeilijk om een eenzijdig gesprek te hebben.
En nu sta je weer op en opnieuw zal Ik wachten met niets dan liefde voor jou, hopend dat je vandaag wat tijd voor Me zult hebben.
Nog een goede dag toegewenst!!!
Je vriend,
Jezus.
©Onbekend.
Soms is het gewoon goed om bepaalde dingen nog eens te lezen ...
Beste vriend.
Toen je vanmorgen opstond, keek Ik naar je en Ik hoopte dat je iets tegen Me zou zeggen, al waren het maar een paar woorden.
Even vragen naar Mijn mening, een bedankje voor iets goeds dat je gister overkwam,
maar Ik zag dat je het te druk had met het uitzoeken van de kleren die je vandaag aan moest hebben, dus Ik wachtte.
Toen je door het huis holde, bezig om alles klaar te krijgen, wist Ik dat er een paar minuutjes vrij zouden zijn om even te stoppen en Me te groeten, maar je was te druk.
Op een gegeven moment moest je vijftien minuten wachten en had je niets anders te doen dan een beetje op een stoel te zitten.
Toen zag Ik je opspringen en dacht dat je wat tegen Me zou gaan zeggen, maar nee,
je rende naar de telefoon en belde een vriend voor de laatste roddeltjes.
Ik zag je vertrekken naar je dagelijkse werkzaamheden en wachtte de hele dag geduldig af.
Met al je bezigheden had je het, denk Ik, te druk om ook maar iets tegen Me te zeggen.
Ik zag dat je voor de lunch om je heen keek.
Misschien voelde je je voor gek zitten als je met Me praatte, daarom boog je je hoofd natuurlijk niet.
Je keek drie of vier tafels verder en zag een paar van je vrienden kort met Mij praten
voor ze gingen eten, maar jij deed het niet.
Dat geeft niet, er is nog steeds tijd over en Ik heb nog steeds hoop dat je nog met Me zult praten.
Je ging naar huis en het leek erop dat je nog veel dingen te doen had.
Na een paar daarvan stopte je en zette de televisie aan.
Ik weet niet of je de tv leuk vind of niet, maar er komt van alles op en je zit er heel wat uurtjes voor.
Meestal denk je nergens aan en laat je de beelden op je af komen.
Ik wachtte geduldig af terwijl je tv keek en je eten op at, maar je praatte alweer niet met Me.
Toen je met de rest van je huishoudelijke klusjes bezig was, wachtte Ik opnieuw, terwijl jij deed wat je moest doen.
Tegen bedtijd was je denk Ik te moe.
Nadat je je huisgenoten welterusten had gewenst, dook je in bed en viel bijna meteen in slaap.
Dat geeft niet, want je beseft misschien niet dat Ik er de hele tijd voor je ben.
Ik heb meer geduld dan jij ooit zult beseffen.
Ik wil je zelfs leren hoe je geduldig met anderen kunt zijn.
Omdat Ik zoveel van je houd, verliet Ik lang geleden een prachtige plaats, genaamd - hemel en kwam naar de aarde.
Ik gaf dat mooie op om bespot en uitgelachen te worden.
Ik stierf zelfs, zodat jij nooit Mijn lijden hoeft te lijden.
Ik houd zoveel van je, dat Ik iedere dag wacht op een gebaar, een gebed, een gedachte of een dankbaar stukje van je hart.
Het is moeilijk om een eenzijdig gesprek te hebben.
En nu sta je weer op en opnieuw zal Ik wachten met niets dan liefde voor jou, hopend dat je vandaag wat tijd voor Me zult hebben.
Nog een goede dag toegewenst!!!
Je vriend,
Jezus.
©Onbekend.
maandag 4 mei 2015
Om over na te denken ...
'Als je morgen wakker zou worden
met alleen de dingen
waarvoor je God vandaag dankt,
wat zou je dan hebben?'
Uit een filmpje op >> Facebook van Open Doors.
Ook te zien op de site van >> Open Doors.
'... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zal bezwijken.'
Jezus
Lucas 22:32b
Mijn mond is verstomd,
ik heb geen woorden meer.
Ik kan slecht stamelend bidden:
'Ontferm U, Heer!'
Elk ander woord is teveel;
wat zou ik nog kunnen zeggen?
Ik buig mijn hoofd om allen
in Uw handen te leggen.
zaterdag 25 april 2015
Om over na te denken ...
Onlangs las ik op herschepping.nl iets dat ik heel mooi en bijzonder vond.
Het was een uitspraak van Joni Eareckson Tada die werd aangehaald in een stukje over Gods zegeningen.
Echt iets om eens goed over na te denken.
Het was een uitspraak van Joni Eareckson Tada die werd aangehaald in een stukje over Gods zegeningen.
Echt iets om eens goed over na te denken.
'Als je verlamd bent,
kun je nog steeds wandelen met de Heer.
Als je blind bent,
kun je op Jezus blijven zien.
Als je doof bent,
kun je de stem van de Goede Herder horen.'
zondag 19 april 2015
zondag 5 april 2015
Dag 49 – Rabboeni!
De vrouw die niet van Zijn zijde week.
Toen de Sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria, de moeder van Jacobus, en Salome geurige olie om Hem te balsemen.
Marcus 16:1
En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf afgenomen was.
Johannes 20:1
Stilletjes loopt Maria Magdalena samen met twee andere vrouwen naar het graf.
Allerlei heerlijke kruiden hebben ze bij zich, als ook balsem en olie om het lichaam van hun Heer te balsemen.
Een ieder van de vrouwen gaat op in hun eigen verdriet, in hun eigen herinneringen …
Plots staat opnieuw de tijd stil; de steen …, de steen is weg …?!
‘Vrouw, waarom huilt u?
Wie zoekt u?’
‘Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt en ik zal Hem weghalen.’
‘Maria!’
Met een ruk draait ze zich om: ‘Rabboeni! Meester!’
Pas als Hij haar bij haar naam noemt, herkent zij Hem.
En alles wat ze voelt en ooit gevoeld heeft, alles wat Hij voor haar betekent, ligt besloten in dit ene woord: ‘Rabboeni!’
Hij leeft!
Haar geliefde Meester leeft!
Ze wil zich opnieuw aan Zijn voeten werpen en Hem vasthouden en nooit meer laten gaan.
Hij leeft! Hij leeft!!
Was haar hart slechts enkele seconden geleden nog in diepe rouw gedompeld, nu zingt het van vreugde!
Mijn Heer leeft!
Hij leeft!!
Hij leeft!!!
Ze herkende Hem niet,
misschien was haar verdriet te groot.
Misschien ontnamen de tranen haar het zicht
in het ontluikend morgenrood.
‘Maria’, ze hoorde haar naam,
meer nog, ze herkende die stem.
‘Rabboeni’, en vol verlangen
stak zij haar handen uit naar Hem.
Herken jij Hem
of wordt je zicht belemmerd
door de vele noden en zorgen?
Ontnemen de tranen ook jouw zicht
of heb je ze veilig en ver weg
opgeborgen?
Herken je Hem
of wordt je zicht belemmerd
door allerlei zonden en ongerechtigheid?
Ontneemt het kwaad jouw zicht
of is er nog een opening
in deze strijd?
Herken je Hem
of wordt je zicht belemmerd
door, … ach, vul zelf maar in.
Laat jij je ‘t zicht ontnemen
of is er nog een mogelijkheid
naar een nieuw begin?
Hij roept je bij je naam.
Proef, hoor, voel
Zijn liefde,
Zijn hunkering,
Zijn bewogenheid;
Hij roept jouw naam.
Geef je over
aan Hem,
aan Zijn genade,
aan Zijn goedertierenheid.
Hij roept je bij je naam;
Hij wil je bevrijden
van alle zonden,
angsten en pijn.
Hij wil je Redder,
je Verlosser,
je Leidsman zijn.
Je gezicht zal stralen van vreugde
als jouw ‘Rabboeni’ weerklinkt.
Vrede daalt neer in je hart,
terwijl de hemel zingt.
Hij noemde haar naam,
zij herkende Zijn stem,
Glorie aan God,
alle eer aan Hem.
Over de vrouw die niet van Zijn zijde week, kun je lezen in:
Marcus 16:1-11
Johannes 20:1-18
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Toen de Sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria, de moeder van Jacobus, en Salome geurige olie om Hem te balsemen.
Marcus 16:1
En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf afgenomen was.
Johannes 20:1
Stilletjes loopt Maria Magdalena samen met twee andere vrouwen naar het graf.
Allerlei heerlijke kruiden hebben ze bij zich, als ook balsem en olie om het lichaam van hun Heer te balsemen.
Een ieder van de vrouwen gaat op in hun eigen verdriet, in hun eigen herinneringen …
Plots staat opnieuw de tijd stil; de steen …, de steen is weg …?!
‘Vrouw, waarom huilt u?
Wie zoekt u?’
‘Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt en ik zal Hem weghalen.’
‘Maria!’
Met een ruk draait ze zich om: ‘Rabboeni! Meester!’
Pas als Hij haar bij haar naam noemt, herkent zij Hem.
En alles wat ze voelt en ooit gevoeld heeft, alles wat Hij voor haar betekent, ligt besloten in dit ene woord: ‘Rabboeni!’
Hij leeft!
Haar geliefde Meester leeft!
Ze wil zich opnieuw aan Zijn voeten werpen en Hem vasthouden en nooit meer laten gaan.
Hij leeft! Hij leeft!!
Was haar hart slechts enkele seconden geleden nog in diepe rouw gedompeld, nu zingt het van vreugde!
Mijn Heer leeft!
Hij leeft!!
Hij leeft!!!
Ze herkende Hem niet,
misschien was haar verdriet te groot.
Misschien ontnamen de tranen haar het zicht
in het ontluikend morgenrood.
‘Maria’, ze hoorde haar naam,
meer nog, ze herkende die stem.
‘Rabboeni’, en vol verlangen
stak zij haar handen uit naar Hem.
Herken jij Hem
of wordt je zicht belemmerd
door de vele noden en zorgen?
Ontnemen de tranen ook jouw zicht
of heb je ze veilig en ver weg
opgeborgen?
Herken je Hem
of wordt je zicht belemmerd
door allerlei zonden en ongerechtigheid?
Ontneemt het kwaad jouw zicht
of is er nog een opening
in deze strijd?
Herken je Hem
of wordt je zicht belemmerd
door, … ach, vul zelf maar in.
Laat jij je ‘t zicht ontnemen
of is er nog een mogelijkheid
naar een nieuw begin?
Hij roept je bij je naam.
Proef, hoor, voel
Zijn liefde,
Zijn hunkering,
Zijn bewogenheid;
Hij roept jouw naam.
Geef je over
aan Hem,
aan Zijn genade,
aan Zijn goedertierenheid.
Hij roept je bij je naam;
Hij wil je bevrijden
van alle zonden,
angsten en pijn.
Hij wil je Redder,
je Verlosser,
je Leidsman zijn.
Je gezicht zal stralen van vreugde
als jouw ‘Rabboeni’ weerklinkt.
Vrede daalt neer in je hart,
terwijl de hemel zingt.
Hij noemde haar naam,
zij herkende Zijn stem,
Glorie aan God,
alle eer aan Hem.
Over de vrouw die niet van Zijn zijde week, kun je lezen in:
Marcus 16:1-11
Johannes 20:1-18
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
zaterdag 4 april 2015
Dag 47, 48 - In rouw gedompeld
De vrouw die niet van Zijn zijde week.
Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om voor Hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken..
Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala …
Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren bij het graf gaan zitten.
Mattheüs 27:55,56,61
Het is voorbij.
Vanuit de verte had ze toegekeken samen met nog een paar vrouwen.
Zij, Maria Magdalena, had Hem gediend vanaf het moment dat Hij haar had bevrijd van zeven demonen.
Hij had haar gered en haar het leven terug gegeven.
En nu …
Nu heeft ze moeten toezien hoe haar Redder en Heer stierf; hangend aan een kruis, strijdend en worstelend tot de dood.
Onbeschrijfelijke pijn was door haar ziel gesneden toen ze Hem daar had zien hangen en worstelen.
Nog nooit had ze zulke diepe, rauwe pijn gevoeld.
Hij, Die alleen maar goed had gedaan.
Hij, Die haar had gered en bevrijd.
Hij, Die het eigenlijk juist verdiende om op handen gedragen te worden, hadden ze vals beschuldigd, mishandeld en onschuldig veroordeeld en berecht.
Ze had het nauwelijks aan kunnen zien.
Hij was haar Heer!
Hij had haar van de duisternis in het licht gebracht; vanuit de dood in het leven.
En nu zat ze samen met de andere Maria bij het graf in diepe rouw gedompeld.
Haar geliefde Heer, was er niet meer.
Het voelt alsof de grond onder haar voeten is weggeslagen.
Nog nooit heeft ze zich zo eenzaam en alleen gevoeld.
De Sabbat komt eraan.
Er is nu geen tijd meer om Hem de laatste eer te bewijzen met kruiden en balsems, maar ze zal zo meteen nog snel, samen met Maria, alles klaar gaan leggen, zodat dit het eerste is dat ze kunnen doen als de Sabbat voorbij is.
Nog even zit ze stilletjes bij het graf waar haar Heer is neergelegd, terwijl de tranen over haar wangen stromen.
De stilte om haar heen voelt drukkend en haar hart is zwaarder dan ooit.
Voorbij.
Weg.
Nooit weer …
Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden …
Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.
Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden.
… en op de derde dag zou worden opgewekt.
Mattheüs 16:21
Romeinen 5:18,19
Ze loopt naar huis, haar hoofd gebogen onder de zware last van het diepe en intense verdriet.
Is haar verdriet te groot, of is de woorden die Jezus eerder gesproken had, vergeten?
Of kon ze alles nog niet omvatten en begrijpen?
Nog even geduld, Maria, nog even geduld, dan zal je hart weer van vreugde zingen.
Deze Sabbat is een Sabbat die ze nooit meer zal vergeten …
Over de vrouw die niet van Zijn zijde week, kun je lezen in:
Mattheüs 27:33-61
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om voor Hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken..
Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala …
Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren bij het graf gaan zitten.
Mattheüs 27:55,56,61
Het is voorbij.
Vanuit de verte had ze toegekeken samen met nog een paar vrouwen.
Zij, Maria Magdalena, had Hem gediend vanaf het moment dat Hij haar had bevrijd van zeven demonen.
Hij had haar gered en haar het leven terug gegeven.
En nu …
Nu heeft ze moeten toezien hoe haar Redder en Heer stierf; hangend aan een kruis, strijdend en worstelend tot de dood.
Onbeschrijfelijke pijn was door haar ziel gesneden toen ze Hem daar had zien hangen en worstelen.
Nog nooit had ze zulke diepe, rauwe pijn gevoeld.
Hij, Die alleen maar goed had gedaan.
Hij, Die haar had gered en bevrijd.
Hij, Die het eigenlijk juist verdiende om op handen gedragen te worden, hadden ze vals beschuldigd, mishandeld en onschuldig veroordeeld en berecht.
Ze had het nauwelijks aan kunnen zien.
Hij was haar Heer!
Hij had haar van de duisternis in het licht gebracht; vanuit de dood in het leven.
En nu zat ze samen met de andere Maria bij het graf in diepe rouw gedompeld.
Haar geliefde Heer, was er niet meer.
Het voelt alsof de grond onder haar voeten is weggeslagen.
Nog nooit heeft ze zich zo eenzaam en alleen gevoeld.
De Sabbat komt eraan.
Er is nu geen tijd meer om Hem de laatste eer te bewijzen met kruiden en balsems, maar ze zal zo meteen nog snel, samen met Maria, alles klaar gaan leggen, zodat dit het eerste is dat ze kunnen doen als de Sabbat voorbij is.
Nog even zit ze stilletjes bij het graf waar haar Heer is neergelegd, terwijl de tranen over haar wangen stromen.
De stilte om haar heen voelt drukkend en haar hart is zwaarder dan ooit.
Voorbij.
Weg.
Nooit weer …
Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden …
Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.
Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden.
… en op de derde dag zou worden opgewekt.
Mattheüs 16:21
Romeinen 5:18,19
Ze loopt naar huis, haar hoofd gebogen onder de zware last van het diepe en intense verdriet.
Is haar verdriet te groot, of is de woorden die Jezus eerder gesproken had, vergeten?
Of kon ze alles nog niet omvatten en begrijpen?
Nog even geduld, Maria, nog even geduld, dan zal je hart weer van vreugde zingen.
Deze Sabbat is een Sabbat die ze nooit meer zal vergeten …
Over de vrouw die niet van Zijn zijde week, kun je lezen in:
Mattheüs 27:33-61
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
vrijdag 3 april 2015
Dag 46 - 'Het is volbracht!'
De vrouw die Zijn moeder mocht zijn.
Nadat Jezus ervan gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’
Johannes 19:30
‘…, ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan, …’
Lucas 2:35
Als ze daar bij het kruis staat, zouden deze woorden van Simeon dan nog teruggekomen zijn in haar gedachten?
Geen enkele moeder (of vader) zou getuige moeten zijn van de dood van haar kind, laat staan als je kind op deze zo’n oneerlijke en vreselijke manier sterft.
Onschuldig, maar veroordeeld als een misdadiger.
Onschuldig, maar opgehangen aan een vloekhout.
Onschuldig, maar op de meest gruwelijke wijze ter dood gebracht.
Onschuldig …!
Wat ging er door je heen, Maria, toen je stond aan de voet van het kruis en je Zoon op zo’n gruwelijke manier zag sterven?
…
Zijn kapotgeslagen rug, die steeds weer langs het ruw houten kruis schuurt, als Hij Zich omhoog probeert te duwen om een beetje adem te kunnen halen.
Langzaam stikkend, omdat Hij bijna niet meer bij machte is om Zich omhoog te duwen voor een beetje lucht.
Zijn met bloed bedekte lichaam, met hier en daar opgedroogde sporen van de slagen, de doornenkroon, de spijkers in Zijn handen en voeten.
Zijn kapot gesprongen, uitgedroogde lippen van het enorme vochttekort.
Zijn raspende stem als Hij de zorg voor jou overdraagt aan Zijn discipel, Johannes …
‘Ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan.’
‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.
Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.’
Jesaja 55:8,9
‘Zie ik maak alles nieuw’
'New Again' van Brad Paisley en Sara Evans
De hand gaat omhoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de hand
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn leugens en halve waarheden dringen diep door in Hem;
veroorzaken diepe wonden.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Voor jou, Mijn kind, voor al jouw zonden.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de hand
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn roddels en ruzies dringen diep door in Hem;
veroorzaken immense pijnen.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Ik blijf zorgen voor de Mijnen.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de voet
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn ongeloof, mijn twijfels dringen diep door in Hem;
veroorzaken een groot en intens verdriet.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Al vergeet jij Mij, Ik vergeet jou niet.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de voet
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn trots en hoogmoed dringen diep door in Hem;
veroorzaken een grote verwijdering.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Uit liefde voor jou doorsta Ik deze vernedering.
De hamer wordt weggelegd;
het kruis rechtop gezet.
Het einde komt in zicht.
Nog een noodkreet, een gebed.
De duisternis treed in
en al mijn zonden dalen neer.
Zelfs door Zijn Vader verlaten,
hangt daar, Jezus de Heer.
Dan schreeuwt Hij het uit
met Zijn allerlaatste kracht:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest;
Vader, het is volbracht!
En boven in de hemel heeft Zijn Vader op Hem gewacht.
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Johannes 19:25-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Nadat Jezus ervan gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’
Johannes 19:30
‘…, ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan, …’
Lucas 2:35
Als ze daar bij het kruis staat, zouden deze woorden van Simeon dan nog teruggekomen zijn in haar gedachten?
Geen enkele moeder (of vader) zou getuige moeten zijn van de dood van haar kind, laat staan als je kind op deze zo’n oneerlijke en vreselijke manier sterft.
Onschuldig, maar veroordeeld als een misdadiger.
Onschuldig, maar opgehangen aan een vloekhout.
Onschuldig, maar op de meest gruwelijke wijze ter dood gebracht.
Onschuldig …!
Wat ging er door je heen, Maria, toen je stond aan de voet van het kruis en je Zoon op zo’n gruwelijke manier zag sterven?
…
Zijn kapotgeslagen rug, die steeds weer langs het ruw houten kruis schuurt, als Hij Zich omhoog probeert te duwen om een beetje adem te kunnen halen.
Langzaam stikkend, omdat Hij bijna niet meer bij machte is om Zich omhoog te duwen voor een beetje lucht.
Zijn met bloed bedekte lichaam, met hier en daar opgedroogde sporen van de slagen, de doornenkroon, de spijkers in Zijn handen en voeten.
Zijn kapot gesprongen, uitgedroogde lippen van het enorme vochttekort.
Zijn raspende stem als Hij de zorg voor jou overdraagt aan Zijn discipel, Johannes …
‘Ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan.’
‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.
Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.’
Jesaja 55:8,9
‘Het is volbracht!’
‘Zie ik maak alles nieuw’
'New Again' van Brad Paisley en Sara Evans
De hand gaat omhoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de hand
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn leugens en halve waarheden dringen diep door in Hem;
veroorzaken diepe wonden.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Voor jou, Mijn kind, voor al jouw zonden.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de hand
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn roddels en ruzies dringen diep door in Hem;
veroorzaken immense pijnen.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Ik blijf zorgen voor de Mijnen.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de voet
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn ongeloof, mijn twijfels dringen diep door in Hem;
veroorzaken een groot en intens verdriet.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Al vergeet jij Mij, Ik vergeet jou niet.
De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt dwars door de voet
van Jezus mijn Heer.
--- Mijn trots en hoogmoed dringen diep door in Hem;
veroorzaken een grote verwijdering.
Toch weerklinkt zacht een stem:
Uit liefde voor jou doorsta Ik deze vernedering.
De hamer wordt weggelegd;
het kruis rechtop gezet.
Het einde komt in zicht.
Nog een noodkreet, een gebed.
De duisternis treed in
en al mijn zonden dalen neer.
Zelfs door Zijn Vader verlaten,
hangt daar, Jezus de Heer.
Dan schreeuwt Hij het uit
met Zijn allerlaatste kracht:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest;
Vader, het is volbracht!
En boven in de hemel heeft Zijn Vader op Hem gewacht.
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Johannes 19:25-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
donderdag 2 april 2015
Dag 45 - Gethsemané
De vrouw die Zijn moeder mocht zijn.
Slaap nu maar verder en rust; zie het uur is nabijgekomen …
Mattheüs 26:46
In alle eenzaamheid strijdt Jezus.
Daar, in het duister van de nacht in de Hof van Gethsemané, komt alles wat Hem te wachten staat in alle hevigheid op Hem af.
De lucht is zwaar van alle zonden, en ongerechtigheden, van alle pijn en verdriet, van alle ziekten en nood in de wereld.
‘Abba, is er echt geen andere manier?
Kan het echt niet anders, Vader?
Niet Mijn wil, maar Uw wil zal geschieden.’
Geen mens die met Hem strijdt.
Geen bemoedigende of meelevende arm om Hem heen.
Geen mens die samen met Hem huilt.
Geen mens die met Hem waakt en bidt.
Alleen …
In alle eenzaamheid …
Zijn vrienden slapen.
‘Abba!!!
Vader, Ik heb zo’n dodelijk angst voor wat er te gebeuren staat.
Abba!!!
Maar niet Mijn wil, maar Uw wil …’
Toen jij die avond naar bed ging, Maria, kon je toen vermoeden dat je Zoon diezelfde avond zo eenzaam en alleen die diepe en intense strijd streed?
Voelde je iets van binnen, dat er iets zou zijn of gebeuren met je Zoon?
Of hoorde je het de volgende morgen pas, en heb je gewoon geslapen die nacht?
Of kwamen ze je wakker maken toen Hij gevangen genomen was en ben je toen naar de plaats toegesneld waar ze Hem naar toe gebracht hadden?
Voelde je je schuldig, omdat je er niet voor Hem was, voor Hem kon zijn?
Of wist je diep van binnen, dat dit alles zo moest gebeuren, zo moest zijn?
Wat ging er door je heen, Maria, wat moet er niet door jouw heengegaan zijn ...
‘Abba …!!!
Vader …!!!
Uw wil geschiede!’
‘En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden,
– ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.
Lucas 2:34,35
Lieve Maria, hoe spoedig ging dat woord niet in vervulling ....
Geen mens kent de diepte van de strijd die Hij in Gethsemané streed,
geen mens kent de diepte van de pijn van de angst die Hij daar leed.
Zijn zweet viel als bloeddruppels neer op de zwarte grond,
en toch klonken de woorden ‘Uw wil geschiede’ uit Zijn mond …’
Voor Zijn vrienden.
Voor Maria.
Voor jou.
Voor mij.
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Mattheüs 26:36-46
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Slaap nu maar verder en rust; zie het uur is nabijgekomen …
Mattheüs 26:46
In alle eenzaamheid strijdt Jezus.
Daar, in het duister van de nacht in de Hof van Gethsemané, komt alles wat Hem te wachten staat in alle hevigheid op Hem af.
De lucht is zwaar van alle zonden, en ongerechtigheden, van alle pijn en verdriet, van alle ziekten en nood in de wereld.
‘Abba, is er echt geen andere manier?
Kan het echt niet anders, Vader?
Niet Mijn wil, maar Uw wil zal geschieden.’
Geen mens die met Hem strijdt.
Geen bemoedigende of meelevende arm om Hem heen.
Geen mens die samen met Hem huilt.
Geen mens die met Hem waakt en bidt.
Alleen …
In alle eenzaamheid …
Zijn vrienden slapen.
‘Abba!!!
Vader, Ik heb zo’n dodelijk angst voor wat er te gebeuren staat.
Abba!!!
Maar niet Mijn wil, maar Uw wil …’
Toen jij die avond naar bed ging, Maria, kon je toen vermoeden dat je Zoon diezelfde avond zo eenzaam en alleen die diepe en intense strijd streed?
Voelde je iets van binnen, dat er iets zou zijn of gebeuren met je Zoon?
Of hoorde je het de volgende morgen pas, en heb je gewoon geslapen die nacht?
Of kwamen ze je wakker maken toen Hij gevangen genomen was en ben je toen naar de plaats toegesneld waar ze Hem naar toe gebracht hadden?
Voelde je je schuldig, omdat je er niet voor Hem was, voor Hem kon zijn?
Of wist je diep van binnen, dat dit alles zo moest gebeuren, zo moest zijn?
Wat ging er door je heen, Maria, wat moet er niet door jouw heengegaan zijn ...
‘Abba …!!!
Vader …!!!
Uw wil geschiede!’
‘En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden,
– ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.
Lucas 2:34,35
Lieve Maria, hoe spoedig ging dat woord niet in vervulling ....
Geen mens kent de diepte van de strijd die Hij in Gethsemané streed,
geen mens kent de diepte van de pijn van de angst die Hij daar leed.
Zijn zweet viel als bloeddruppels neer op de zwarte grond,
en toch klonken de woorden ‘Uw wil geschiede’ uit Zijn mond …’
Voor Zijn vrienden.
Voor Maria.
Voor jou.
Voor mij.
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Mattheüs 26:36-46
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
woensdag 1 april 2015
Dag 43 - Maria, wist je dat ...?
De vrouw die Zijn moeder mocht zijn.
‘Over twee dagen is het zoals jullie weten, Pesach.
Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.'
Mattheüs 26:2
Vanaf het begin van haar zwangerschap wist ze dat Hij Gods Zoon was.
Ze erkende Hem in haar lofzang als zaligmaker.
En toch, toch kon zij de volheid van de omvang van deze betekenis niet omvatten.
Ze verwonderde zich over wat er over Hem werd gezegd.
Ze hoorde de woorden van Simeon en van Anna.
Ze was lichtelijk boos op Hem toen zij zolang naar Hem had lopen zoeken en Hem vond in de tempel bij de schriftgeleerden.
Allerlei gedachten en emoties; zoveel woorden die zij bewaarde in haar hart, maar begrijpen, omvatten …?
Nog slechts een paar dagen en dan …
Maria,
heb je ooit maar
een moment vermoed,
hoe Zijn leven zou worden,
zou zijn?
Dat Hij als 12 jarige jongen
in de tempel zou zijn
vol wijze vragen en inzichten;
bezig met de dingen van Zijn Vader,
terwijl jij ronddoolde,
op zoek was naar Hem,
vervuld van wanhoop en pijn?
Maria,
kon je ook maar vermoeden
dat jouw Zoon door de duivel
op elk mogelijke manier
verzocht zou worden,
daar in de woestijn?
Wist je dat, Maria?
Had je het ooit
kunnen bedenken
hoe Zijn leven zou worden,
zou zijn?
Had je ooit kunnen bedenken
dat Hij aan een Samaritaanse vrouw
om drinken zou vragen?
Dat Hij Zichzelf als Levend Water
aan zou bieden,
tot vergeving en genezing
van al haar zonden en nood?
Had je ooit kunnen bedenken
dat Hij 5000 man zou voeden
van vijf broden en twee vissen?
Dat Hij niet alleen harten zou voeden,
maar ook monden
met slechts een paar vissen
en wat brood?
Wist je dat, Maria?
had je ooit kunnen bedenken dat,
toen Hij naar Jeruzalem ging,
dezelfde mensen
die Hem toen toejuichten,
hosanna zongen,
hun mantels neergooiden
voor Hem op de grond,
even later zouden roepen,
zouden schreeuwen
om Zijn dood?
Wist je dat, Maria?
Had je het ooit kunnen bedenken
hoe het leven van jouw kind
zou worden, zou zijn?
Wist je wat het betekende
toen je God jezelf aan bood?
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Mattheüs 27:38, 55-56
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
‘Over twee dagen is het zoals jullie weten, Pesach.
Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.'
Mattheüs 26:2
Vanaf het begin van haar zwangerschap wist ze dat Hij Gods Zoon was.
Ze erkende Hem in haar lofzang als zaligmaker.
En toch, toch kon zij de volheid van de omvang van deze betekenis niet omvatten.
Ze verwonderde zich over wat er over Hem werd gezegd.
Ze hoorde de woorden van Simeon en van Anna.
Ze was lichtelijk boos op Hem toen zij zolang naar Hem had lopen zoeken en Hem vond in de tempel bij de schriftgeleerden.
Allerlei gedachten en emoties; zoveel woorden die zij bewaarde in haar hart, maar begrijpen, omvatten …?
Nog slechts een paar dagen en dan …
Maria,
heb je ooit maar
een moment vermoed,
hoe Zijn leven zou worden,
zou zijn?
Dat Hij als 12 jarige jongen
in de tempel zou zijn
vol wijze vragen en inzichten;
bezig met de dingen van Zijn Vader,
terwijl jij ronddoolde,
op zoek was naar Hem,
vervuld van wanhoop en pijn?
Maria,
kon je ook maar vermoeden
dat jouw Zoon door de duivel
op elk mogelijke manier
verzocht zou worden,
daar in de woestijn?
Wist je dat, Maria?
Had je het ooit
kunnen bedenken
hoe Zijn leven zou worden,
zou zijn?
Had je ooit kunnen bedenken
dat Hij aan een Samaritaanse vrouw
om drinken zou vragen?
Dat Hij Zichzelf als Levend Water
aan zou bieden,
tot vergeving en genezing
van al haar zonden en nood?
Had je ooit kunnen bedenken
dat Hij 5000 man zou voeden
van vijf broden en twee vissen?
Dat Hij niet alleen harten zou voeden,
maar ook monden
met slechts een paar vissen
en wat brood?
Wist je dat, Maria?
had je ooit kunnen bedenken dat,
toen Hij naar Jeruzalem ging,
dezelfde mensen
die Hem toen toejuichten,
hosanna zongen,
hun mantels neergooiden
voor Hem op de grond,
even later zouden roepen,
zouden schreeuwen
om Zijn dood?
Wist je dat, Maria?
Had je het ooit kunnen bedenken
hoe het leven van jouw kind
zou worden, zou zijn?
Wist je wat het betekende
toen je God jezelf aan bood?
Over de vrouw die Zijn moeder mocht zijn kun je lezen in:
Mattheüs 27:38, 55-56
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
dinsdag 31 maart 2015
Dag 42 - De beker ...
De vrouw die het ‘beste’ voor haar zonen wilde.
Daarna werden er naast Hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van Hem, de ander links.
Mattheüs 27:38
De tijd verstrijkt …
Zou ze nog vaak teruggedacht hebben aan haar vraag aan Jezus en aan Zijn antwoord?
De tijd verstrijkt …
Nu zijn haar ogen gericht op de heuvel voor haar waar Jezus aan het kruis hangt, en met Hem twee misdadigers.
Eentje aan Zijn rechterzijde en eentje aan Zijn linkerzijde …
Wat zou er door haar hoofd gaan terwijl ze daar zo staat?
Zou ze te midden van het geschreeuw dat ze hoort nog terugdenken aan haar vraag?
Terugdenken aan Zijn antwoord; aan Zijn wedervraag?
‘Je weet niet wat je vraagt; kun jij de beker drinken die Ik moet drinken?’
…
‘Mijn beker zul je drinken …’
Lijden …
Uitgescholden.
Geschopt en geslagen.
Vernederd.
Gekruisigd.
Gedood …
‘Eén aan Uw rechterzijde en één aan Uw linkerzijde …’
…
‘Mijn beker zul je drinken …’
…
Wil jij Mijn beker drinken?
‘En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.’
Romeinen 8:17,18
Met trillende handen
neem ik Uw beker aan;
een beetje bang voor de weg
die U me vraagt te gaan.
Maar ik heb U lief, zo lief!
U, die Uw leven gaf voor mij!!!
Wat zou ik nog anders kunnen,
wat zou ik nog anders willen,
dan U volgen en gaan aan Uw zij.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 27: 38,55-56
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Daarna werden er naast Hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van Hem, de ander links.
Mattheüs 27:38
De tijd verstrijkt …
Zou ze nog vaak teruggedacht hebben aan haar vraag aan Jezus en aan Zijn antwoord?
De tijd verstrijkt …
Nu zijn haar ogen gericht op de heuvel voor haar waar Jezus aan het kruis hangt, en met Hem twee misdadigers.
Eentje aan Zijn rechterzijde en eentje aan Zijn linkerzijde …
Wat zou er door haar hoofd gaan terwijl ze daar zo staat?
Zou ze te midden van het geschreeuw dat ze hoort nog terugdenken aan haar vraag?
Terugdenken aan Zijn antwoord; aan Zijn wedervraag?
‘Je weet niet wat je vraagt; kun jij de beker drinken die Ik moet drinken?’
…
‘Mijn beker zul je drinken …’
Lijden …
Uitgescholden.
Geschopt en geslagen.
Vernederd.
Gekruisigd.
Gedood …
‘Eén aan Uw rechterzijde en één aan Uw linkerzijde …’
…
‘Mijn beker zul je drinken …’
…
Wil jij Mijn beker drinken?
‘En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.’
Romeinen 8:17,18
Met trillende handen
neem ik Uw beker aan;
een beetje bang voor de weg
die U me vraagt te gaan.
Maar ik heb U lief, zo lief!
U, die Uw leven gaf voor mij!!!
Wat zou ik nog anders kunnen,
wat zou ik nog anders willen,
dan U volgen en gaan aan Uw zij.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 27: 38,55-56
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
maandag 30 maart 2015
Dag 41 - Dienen ...
De vrouw die het beste voor haar zonen wilde.
‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen.’
Mattheüs 20:26
Wat brengt de vraag een hoop onrust; de anderen worden boos.
Hebben zij ook niet alles achtergelaten, zijn zij Jezus ook niet gevolgd; de emoties lopen hoog op.
Jezus maakt echter met een paar zeer indringende woorden een einde aan de zinloze vraagstelling en wat het te weeg brengt.
‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de ander moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn- zoals ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Bij Jezus is altijd alles anders.
Net als je denkt te weten hoe het werkt, zegt of doet Hij weer iets wat je wereld op z’n kop zet, of waardoor je je beschaamd terugtrekt.
Zo ook nu.
Nee, niet zij die de hoogste positie innemen zijn belangrijk.
Niet zij die overal vooraan staan of opvallen.
Niet zij met het meeste geld of goed, of …
Maar zij die dienaars zijn, die bereid zijn slaaf te zijn, die dienen.
Met andere woorden, die worden als Jezus, Die niet kwam om gediend te worden maar om te dienen, en daarin zover ging dat Hij zelfs Zijn leven gaf.
Dienen, dienstbaar zijn …
Niet alleen elkaar letterlijk de voeten wassen, maar de handen uit de mouwen steken waar nodig is, of waartoe Jezus je roept.
Niet alleen bij bepaalde mensen, maar voor iedereen, ongekend afkomst, status of positie.
Dienen, dienstbaar zijn.
De helpende hand toesteken,
zonder bang te zijn
jezelf te verliezen.
Dienen, dienstbaar zijn.
Meer op Jezus lijken,
een hart als de Zijne;
het juiste kiezen.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 20:20-28
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen.’
Mattheüs 20:26
Wat brengt de vraag een hoop onrust; de anderen worden boos.
Hebben zij ook niet alles achtergelaten, zijn zij Jezus ook niet gevolgd; de emoties lopen hoog op.
Jezus maakt echter met een paar zeer indringende woorden een einde aan de zinloze vraagstelling en wat het te weeg brengt.
‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de ander moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn- zoals ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Bij Jezus is altijd alles anders.
Net als je denkt te weten hoe het werkt, zegt of doet Hij weer iets wat je wereld op z’n kop zet, of waardoor je je beschaamd terugtrekt.
Zo ook nu.
Nee, niet zij die de hoogste positie innemen zijn belangrijk.
Niet zij die overal vooraan staan of opvallen.
Niet zij met het meeste geld of goed, of …
Maar zij die dienaars zijn, die bereid zijn slaaf te zijn, die dienen.
Met andere woorden, die worden als Jezus, Die niet kwam om gediend te worden maar om te dienen, en daarin zover ging dat Hij zelfs Zijn leven gaf.
Dienen, dienstbaar zijn …
Niet alleen elkaar letterlijk de voeten wassen, maar de handen uit de mouwen steken waar nodig is, of waartoe Jezus je roept.
Niet alleen bij bepaalde mensen, maar voor iedereen, ongekend afkomst, status of positie.
Dienen, dienstbaar zijn.
De helpende hand toesteken,
zonder bang te zijn
jezelf te verliezen.
Dienen, dienstbaar zijn.
Meer op Jezus lijken,
een hart als de Zijne;
het juiste kiezen.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 20:20-28
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
zondag 29 maart 2015
Dag 40 - Moedertrots of ...
De vrouw die het ‘beste’ voor haar zonen wilde.
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. …
‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in Uw koninkrijk naast U mogen zitten …
Mattheüs 20:20,21
Nederig knielt ze neer, ze wil Hem iets vragen.
‘Zeg het maar,’zegt Hij.
En dan komt het:
‘Zeg dat deze twee zonen van mij mogen zitten , de één aan Uw rechter- en de ander aan Uw linkerhand in Uw Koninkrijk.’
Zeg me …
Beloof me …
Zouden ze thuis hebben gesproken over wat Jezus eerder had gezegd?
‘Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.’ (Mattheüs 19:28)
Zou daardoor de vraag in haar hoofd zijn opgekomen?
Ze wil het beste voor haar zonen, het meeste, en dat zijn de plaatsen naast Jezus, aan iedere kant van Hem één.
Ik proef overmoed in haar woorden.
Overmoed, dat zo makkelijk kan ontstaan als mensen ons prijzen, ons als belangrijk neerzetten, of als ons een hoge functie wordt beloofd of gegeven, of …
Ik proef hebzucht in haar woorden.
Meer willen, met minder eigenlijk geen genoegen willen nemen.
Alleen maar het beste, het meeste, het mooiste, het grootste, het hoogste ...
Ik vraag me af of ze thuis ook gesproken hebben over wat Jezus als laatste heeft gezegd; wat Hij daarmee bedoelde, wat dat betekende voor hen.
‘Maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (Mattheüs 19:30)
Zou ze dan nog gekomen zijn met haar vraag of zou ze dan van te voren al begrepen hebben dat haar vraag niet op z’n plaats was?
Vele eersten de laatsten, vele laatsten de eersten.
Gevaar loert aan beide kanten.
Hoogmoed, trots die ons de eersten wil doen zijn.
Hoogmoed, trots, ook als we doorslaan naar de andere kant; hoogmoedige nederigheid …
Geef mij een hart als het Uwe, Heer Jezus, dienstbaar en bewogen.
Laten Uw gedachten mijn gedachten zijn, gericht om God te behagen en te verhogen.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 20:20-28
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. …
‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in Uw koninkrijk naast U mogen zitten …
Mattheüs 20:20,21
Nederig knielt ze neer, ze wil Hem iets vragen.
‘Zeg het maar,’zegt Hij.
En dan komt het:
‘Zeg dat deze twee zonen van mij mogen zitten , de één aan Uw rechter- en de ander aan Uw linkerhand in Uw Koninkrijk.’
Zeg me …
Beloof me …
Zouden ze thuis hebben gesproken over wat Jezus eerder had gezegd?
‘Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.’ (Mattheüs 19:28)
Zou daardoor de vraag in haar hoofd zijn opgekomen?
Ze wil het beste voor haar zonen, het meeste, en dat zijn de plaatsen naast Jezus, aan iedere kant van Hem één.
Ik proef overmoed in haar woorden.
Overmoed, dat zo makkelijk kan ontstaan als mensen ons prijzen, ons als belangrijk neerzetten, of als ons een hoge functie wordt beloofd of gegeven, of …
Ik proef hebzucht in haar woorden.
Meer willen, met minder eigenlijk geen genoegen willen nemen.
Alleen maar het beste, het meeste, het mooiste, het grootste, het hoogste ...
Ik vraag me af of ze thuis ook gesproken hebben over wat Jezus als laatste heeft gezegd; wat Hij daarmee bedoelde, wat dat betekende voor hen.
‘Maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (Mattheüs 19:30)
Zou ze dan nog gekomen zijn met haar vraag of zou ze dan van te voren al begrepen hebben dat haar vraag niet op z’n plaats was?
Vele eersten de laatsten, vele laatsten de eersten.
Gevaar loert aan beide kanten.
Hoogmoed, trots die ons de eersten wil doen zijn.
Hoogmoed, trots, ook als we doorslaan naar de andere kant; hoogmoedige nederigheid …
Geef mij een hart als het Uwe, Heer Jezus, dienstbaar en bewogen.
Laten Uw gedachten mijn gedachten zijn, gericht om God te behagen en te verhogen.
Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 20:20-28
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
zaterdag 28 maart 2015
Dag 39 – Geef niet te snel op!
De vrouw die niet zomaar opgaf.
Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof!
Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’
En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Mattheüs 15:28
Jezus ziet haar aan, haar antwoord raakt hem diep.
Wat een geloof!
Wat een volharding!
Wat een vertrouwen!
Zie haar nu geknield aan Zijn voeten liggen.
Hun blikken kruisen elkaar.
Liefde en bewogenheid doorstromen Zijn wezen om het geloof en vertrouwen van deze vrouw.
‘O, vrouw, groot is uw geloof; het zal gebeuren zoals u wilt.’
De vrouw laat zien dat bidden ook strijden is.
Worstelen met Hem, met Zijn woorden.
En het mag!
Bidden is meer dan netjes handen vouwen en eerbiedige woorden spreken.
Bidden is een gesprek aangaan met de Heer; is luisteren en spreken, spreken en luisteren.
Maar bidden is ook wanhopig smeken met opgeheven handen.
Bidden is ook worstelen en strijden; 'Ja, maar Heer, …'
Bidden; het laatste woord aan Hem geven, gelovend en vertrouwend dat Hij het het beste weet en doet wat juist is.
Soms betekent dit genezing, zoals bij de dochter van deze vrouw.
Soms zegt Hij: ‘Mijn genade is u genoeg.’
Soms is bidden smeken.
Soms is bidden worstelen.
Soms is bidden strijden.
Soms geven we te snel op.
Soms is Zijn genade genoeg.
Soms is het eerbiedig spreken.
Soms zijn het opgeheven handen.
Soms is het knielen aan Zijn voeten.
Soms ontbreken ons de woorden.
Soms is stil zijn genoeg.
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof!
Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’
En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Mattheüs 15:28
Jezus ziet haar aan, haar antwoord raakt hem diep.
Wat een geloof!
Wat een volharding!
Wat een vertrouwen!
Zie haar nu geknield aan Zijn voeten liggen.
Hun blikken kruisen elkaar.
Liefde en bewogenheid doorstromen Zijn wezen om het geloof en vertrouwen van deze vrouw.
‘O, vrouw, groot is uw geloof; het zal gebeuren zoals u wilt.’
De vrouw laat zien dat bidden ook strijden is.
Worstelen met Hem, met Zijn woorden.
En het mag!
Bidden is meer dan netjes handen vouwen en eerbiedige woorden spreken.
Bidden is een gesprek aangaan met de Heer; is luisteren en spreken, spreken en luisteren.
Maar bidden is ook wanhopig smeken met opgeheven handen.
Bidden is ook worstelen en strijden; 'Ja, maar Heer, …'
Bidden; het laatste woord aan Hem geven, gelovend en vertrouwend dat Hij het het beste weet en doet wat juist is.
Soms betekent dit genezing, zoals bij de dochter van deze vrouw.
Soms zegt Hij: ‘Mijn genade is u genoeg.’
Soms is bidden smeken.
Soms is bidden worstelen.
Soms is bidden strijden.
Soms geven we te snel op.
Soms is Zijn genade genoeg.
Soms is het eerbiedig spreken.
Soms zijn het opgeheven handen.
Soms is het knielen aan Zijn voeten.
Soms ontbreken ons de woorden.
Soms is stil zijn genoeg.
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
vrijdag 27 maart 2015
Dag 38 – Genade op genade
De vrouw die niet zomaar opgaf.
Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’
Mattheüs 15: 27
Ze ligt geknield aan Zijn voeten, haar blik omhoog gericht.
Zijn woorden galmen nog na, maar haar nood is zo groot, dat ze zich er niet door van de wijs laat brengen.
Oké, ze begrijpt de boodschap, het brood is voor de kinderen Israëls, maar van dat brood vallen toch altijd wel kruimeltjes af die door de honden worden opgegeten.
Nu dan, ze is bereid te zijn als de hond die de kruimeltjes opeet, want kruimels die afvallen van het brood dat Hij geeft, zijn genoeg.
En dat antwoord geeft ze Hem:
‘Ja, Heer, maar de hondjes eten de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’
Een kruimel genade;
een woord,
een gebaar,
ze weet het zeker:
dat is genoeg.
Een kruimel genade,
het is alles wat
ze nodig heeft.
Ze weet het zeker:
dat is genoeg.
Een kruimel genade …
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Hij Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik.
En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.
Johannes 1:14-16
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’
Mattheüs 15: 27
Ze ligt geknield aan Zijn voeten, haar blik omhoog gericht.
Zijn woorden galmen nog na, maar haar nood is zo groot, dat ze zich er niet door van de wijs laat brengen.
Oké, ze begrijpt de boodschap, het brood is voor de kinderen Israëls, maar van dat brood vallen toch altijd wel kruimeltjes af die door de honden worden opgegeten.
Nu dan, ze is bereid te zijn als de hond die de kruimeltjes opeet, want kruimels die afvallen van het brood dat Hij geeft, zijn genoeg.
En dat antwoord geeft ze Hem:
‘Ja, Heer, maar de hondjes eten de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’
Een kruimel genade;
een woord,
een gebaar,
ze weet het zeker:
dat is genoeg.
Een kruimel genade,
het is alles wat
ze nodig heeft.
Ze weet het zeker:
dat is genoeg.
Een kruimel genade …
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Hij Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik.
En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.
Johannes 1:14-16
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
donderdag 26 maart 2015
Dag 37 - Volharden
De vrouw die niet zomaar opgaf.
Hij antwoordde: ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’
Mattheüs 15:26
Heeft ze het dan toch verkeerd gehoord of begrepen?
Hij is toch Degene die zoveel mensen genezen heeft en wonderen doet?
Die oog heeft voor iedereen?
Waarom zegt Hij nu dan niets?
Waarom reageert Hij nu niet?
Ze hoort Zijn discipelen met Hem praten; het klinkt niet erg bemoedigend.
‘Stuur haar weg, want ze roept ons na.’
Jullie? Hem zul je bedoelen.
Och, wat maakt het ook uit, het gaat om haar dochter!
De volgende woorden die ze hoort hakken er dieper in: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis Israël.’
De moed zakt haar bijna in de schoenen; niet voor haar en haar dochter, ze behoort niet tot het huis van Israël.
En toch …, ze houdt vol en laat zich door deze woorden niet wegjagen.
Integendeel, ze komt nog dichterbij en knielt neer.
En opnieuw klinkt haar bede: ‘Here, help mij!’
Het antwoord is als een klap in haar gezicht; ‘Het is niet behoorlijk het brood van de kinderen te nemen en naar de hondjes te werpen’, maar ook hierdoor laat ze zich niet door tegenhouden of wegsturen …
Hoe ontmoedigend dit gesprek ook verloopt, deze vrouw gaf niet op.
Koste wat het kost pleit zij, en blijft zij pleiten, voor haar dochter.
Welk een voorbeeld kunnen we hieraan nemen!
Bij haar eerste smeekbede zwijgt Jezus.
Vervolgens spreekt Hij met Zijn discipelen alsof zij er niet bij is.
En in het laatste antwoord wordt ze neergezet alsof ze gelijk staat met een hond.
En toch …, toch geeft zij niet op!
Soms lijkt de hemel ook voor ons gesloten.
Soms lijkt het alsof er alleen maar afwijzing van boven komt.
Soms begrijpen we niets van het antwoord.
Maar toch, wat doen wij?
Geven we op, of blijven we de hemel bestormen met onze gebeden, in het geloof en vertrouwen dat het moment zal komen dat Hij ons verhoort en uitkomst brengt; onze ogen opent?
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Hij antwoordde: ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’
Mattheüs 15:26
Heeft ze het dan toch verkeerd gehoord of begrepen?
Hij is toch Degene die zoveel mensen genezen heeft en wonderen doet?
Die oog heeft voor iedereen?
Waarom zegt Hij nu dan niets?
Waarom reageert Hij nu niet?
Ze hoort Zijn discipelen met Hem praten; het klinkt niet erg bemoedigend.
‘Stuur haar weg, want ze roept ons na.’
Jullie? Hem zul je bedoelen.
Och, wat maakt het ook uit, het gaat om haar dochter!
De volgende woorden die ze hoort hakken er dieper in: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis Israël.’
De moed zakt haar bijna in de schoenen; niet voor haar en haar dochter, ze behoort niet tot het huis van Israël.
En toch …, ze houdt vol en laat zich door deze woorden niet wegjagen.
Integendeel, ze komt nog dichterbij en knielt neer.
En opnieuw klinkt haar bede: ‘Here, help mij!’
Het antwoord is als een klap in haar gezicht; ‘Het is niet behoorlijk het brood van de kinderen te nemen en naar de hondjes te werpen’, maar ook hierdoor laat ze zich niet door tegenhouden of wegsturen …
Hoe ontmoedigend dit gesprek ook verloopt, deze vrouw gaf niet op.
Koste wat het kost pleit zij, en blijft zij pleiten, voor haar dochter.
Welk een voorbeeld kunnen we hieraan nemen!
Bij haar eerste smeekbede zwijgt Jezus.
Vervolgens spreekt Hij met Zijn discipelen alsof zij er niet bij is.
En in het laatste antwoord wordt ze neergezet alsof ze gelijk staat met een hond.
En toch …, toch geeft zij niet op!
Soms lijkt de hemel ook voor ons gesloten.
Soms lijkt het alsof er alleen maar afwijzing van boven komt.
Soms begrijpen we niets van het antwoord.
Maar toch, wat doen wij?
Geven we op, of blijven we de hemel bestormen met onze gebeden, in het geloof en vertrouwen dat het moment zal komen dat Hij ons verhoort en uitkomst brengt; onze ogen opent?
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
woensdag 25 maart 2015
Dag 36 - Smeken
De vrouw die niet zomaar opgaf.
‘Heb, medelijden met mij, Heer, Zoon van David!
Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’
Mattheüs 15:22
‘Heere, Zoon van David, ontfermt U over mij!’
(HSV)
Er is geen plaats waar Hij Zich even terug kan trekken zonder dat er iemand is die Hem nodig heeft.
Ook hier, in dit gebied, in dit huis, wordt Hij niet met rust gelaten, is er opnieuw iemand die Hem nodig heeft.
Een vrouw komt naar Hem toe, wanhopig smekend om Zijn ontferming.
Ze is geen Jodin, maar ze weet precies wie Hij is.
Zij, een Kananese, een Griekse uit het gebied Syro-Fenicië (Marc. 7:26).
‘Heere, Zoon van David!’
Ze weet wie Hij is.
Ze gelooft dat Hij Degene is Die komen zou.
Bij Hem moet ze zijn.
Hij kan haar helpen.
Ze schreeuwt om Zijn mede-leven, om Zijn mede-lijden, om Zijn ontferming.
Haar noodkreet klinkt aan het juiste adres.
Kennen wij Hem?
Weten wij waar we naar toe kunnen met al onze noden?
Geloven wij, dat Hij de Heere is, de Zoon van David, de Messias?
Geloven en vertrouwen wij net als deze vrouw dat Hij de Enige is die ons kan helpen?
Jezus
Immanuel
God met ons!
Mijn Jezus, mijn toevlucht,
mijn hulp en trooster in elk verdriet.
Bij U vind ik alles wat ik nodig heb,
nooit klop ik tevergeefs bij U aan.
Ik weet, bij U vind ik ontferming;
ik weet: U bent met mij begaan.
Mijn Jezus, mijn toevlucht,
mijn hulp, mijn trooster in elk verdriet.
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
‘Heb, medelijden met mij, Heer, Zoon van David!
Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’
Mattheüs 15:22
‘Heere, Zoon van David, ontfermt U over mij!’
(HSV)
Er is geen plaats waar Hij Zich even terug kan trekken zonder dat er iemand is die Hem nodig heeft.
Ook hier, in dit gebied, in dit huis, wordt Hij niet met rust gelaten, is er opnieuw iemand die Hem nodig heeft.
Een vrouw komt naar Hem toe, wanhopig smekend om Zijn ontferming.
Ze is geen Jodin, maar ze weet precies wie Hij is.
Zij, een Kananese, een Griekse uit het gebied Syro-Fenicië (Marc. 7:26).
‘Heere, Zoon van David!’
Ze weet wie Hij is.
Ze gelooft dat Hij Degene is Die komen zou.
Bij Hem moet ze zijn.
Hij kan haar helpen.
Ze schreeuwt om Zijn mede-leven, om Zijn mede-lijden, om Zijn ontferming.
Haar noodkreet klinkt aan het juiste adres.
Kennen wij Hem?
Weten wij waar we naar toe kunnen met al onze noden?
Geloven wij, dat Hij de Heere is, de Zoon van David, de Messias?
Geloven en vertrouwen wij net als deze vrouw dat Hij de Enige is die ons kan helpen?
Jezus
Immanuel
God met ons!
Mijn Jezus, mijn toevlucht,
mijn hulp en trooster in elk verdriet.
Bij U vind ik alles wat ik nodig heb,
nooit klop ik tevergeefs bij U aan.
Ik weet, bij U vind ik ontferming;
ik weet: U bent met mij begaan.
Mijn Jezus, mijn toevlucht,
mijn hulp, mijn trooster in elk verdriet.
Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:
Mattheüs 15:21-28
Marcus 7:24-30
Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'
Abonneren op:
Posts (Atom)



%2B2.png)

