donderdag 12 december 2013

Kerstavond voor Vrouwen 2013 - Verwachten

Na een paar maanden van intensieve voorbereiding was het gisteravond dan zover: de Kerstavond voor Vrouwen 2013.
Het thema voor deze avond was ‘Verwachten’, en gezien alle tegenslagen die we dit keer hadden in de voorbereidingen, konden wij als organisatieteam het thema zelf als eerste in praktijk (leren) brengen, daar we in meer dingen dan ooit echt afhankelijk waren van Hem, dat Hij dingen zou leiden, de juiste mensen zou geven voor …, het allemaal toch nog op tijd klaar zou zijn, enzovoort, enzovoort.
Wat een bemoediging werd het dan ook weer voor ons, dat God opnieuw Zijn  trouw betoonde en wij, in ons verwachten van Zijn hulp, niet werden beschaamd.
Hij leidde, gaf en zorgde.
Opnieuw een bewijs van Zijn liefde en trouw, van Zijn nimmer aflatende zorg, ook in deze dingen.

Ik vond het ook best wel spannend; vorig jaar was immers zo’n uitbundige avond vol bijzondere details; een avond met een hoog ‘whauwfactor gehalte‘ en dit jaar zou het een ingetogen avond worden, zo totaal anders dan vorig jaar.
Soms gingen dan ook mijn gedachten met me op de loop en kon het me aanvliegen: ‘ik hoop niet dat ze teleurgesteld zullen zijn; er veel meer van verwacht hadden na vorig jaar.’
Het heeft me zelfs aardig wat slapeloze uren bezorgd; maar ook die waren uiteindelijk toch vaak weer ergens goed voor.

 
Toch was ik wel heel erg blij, dat, toen ik gisteravond de laatste dingen aan het regelen was, het gevoel kwam van ‘Ja! Het is goed! Dit is zoals het moet zijn!’, en vreugde en dankbaarheid bezit namen van mijn hart.
 
 
En dan komen de eerste dames weer binnen.
Als vanouds werden zij door onze mannen aan de arm meegenomen via de koffietafel naar een plekje in de prachtig aangeklede zaal, die dit jaar ook een ingetogen karakter had gekregen, tegelijk hoop en verwachting weerspiegelde.
Als de klok richting 20.00 uur gaat, verschijnen de woorden van het lied ‘Verwachten’ van Sela op de beamer, terwijl de muziek door de luidsprekers klinkt.

‘En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden …
En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou,  en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg …'


De overbekende woorden uit het Lucasevangelie worden voorgelezen.
De vervulling van de verwachting van de komst van de Messias.
‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.’

(Jesaja 9:5)

Als de proclamatie is uitgesproken verschijnt op de beamer het ‘kerstverhaal’ in de vorm van
Sand-art onder de klanken van Silent Night.

Met de woorden uit Jesaja 35 (vers 3-6, 10) gaan we van de vervulde verwachting, naar wat nog komen gaat.
We kunnen immers niet stil blijven staan bij het kindje in de kribbe.
Het kindje werd de Man van smarten, de Man, die Zijn leven gaf voor ons, voor onze zonden en terug naar Zijn Vader in de hemel is gegaan om voor ons een plaats te bereiden en om op de door Zijn Vader bepaalde tijd, terug te komen om ons te halen.

 
‘Maak sterk de slappe handen, strek de knikkende knieën.
Spreek de radelozen moed in: ‘Wees niet bang, jullie God is in aantocht.
Wraak en vergelding vergezellen Hem, Hij komt jullie bevrijden.’
Blinden zullen weer zien, doven weer horen.
Wie kreupel loopt, springt als een hert, wie stom is, zingt het uit.
Water borrelt op in de steppe, beken ontspringen in het dorre land.
Wie door de Heer zijn bevrijd, keren juichend naar Sion terug.
Zij stralen van vreugde, voor altijd; zij zijn vervuld van uitzinnige vreugde.
Alle leed is geleden, alle zorgen zijn verdwenen.

Wat een vooruitzicht!
Wat een hoop!
Maar ook wat een aansporing!
Hoop door het vooruitzicht; aansporing om in actie te komen en niet bij de pakken neer te gaan/blijven zitten.

Met deze woorden werd iedereen welkom geheten en ook deze avond legden we  in de handen van de Heer, die we ook dankten voor dit heerlijke vooruitzicht.

 
Samen zingen mag op zo’n avond natuurlijk niet ontbreken; hoe heerlijk is het immers om ook Zijn Naam groot te maken door middel van liederen.
'Licht in de nacht' en 'Jezus, Gods heerlijkheid verschijnt'.      
Ondertussen werd de collecte opgehaald, deze keer bestemd voor Christenen voor Israël en voor Demi en Marije, twee jonge meiden uit onze gemeente die met school naar Zuid-Afrika gaan om daar op verschillende manieren en plaatsen ondersteuning te bieden en te bemoedigen.

Het wordt weer stil.
Met drie kleine toneelstukjes wordt een andere  kant van ‘Verwachten’ uitgebeeld.
Want, op weg naar de vervulling van onze verwachting naar de terugkomst van de Here Jezus, mogen we ook van Hem onze hulp ‘verwachten’.
Mag ik je ook even meenemen op deze weg van verwachting?

 
Een vrouw zit alleen in de kamer.
Voor haar op tafel ligt, naast haar kopje koffie, een Bijbeltje.
Ze kijkt een beetje zuchtend om zich heen.
Eigenlijk voelt ze zich een beetje eenzaam en alleen, en ze begint hardop te denken:

‘Tja, daar zit ik dan.
Voor het eerst helemaal alleen.


Ja, ziet u, we hebben afgelopen weekend net de laatste van onze kinderen verhuisd; hij woont nu ook op kamers.
En dit is de eerste dag dat ik helemaal alleen thuis ben.
Ach, natuurlijk was mijn zoon overdag ook weg, maar toch, ik zag hem ’s morgens nog even en vaak dronken we dan nog snel een kopje koffie.
Hij liet ook altijd een spoor van rommel achter zich als hij wegging, maar nu is alles netjes en opgeruimd en mijn man is niet zo’n rommelmaker.
Ik heb nooit gedacht dat ik dat nog eens zou missen.
Wat moet ik nu toch gaan doen?


Weet u, mijn gezin was mijn alles, daar leefde ik voor.
Ik vond het ook zo gezellig als hij zijn vrienden meenam; dan zorgde ik voor iets lekkers en meestal voor ze naar boven gingen, bleven ze eerst nog even gezellig zitten en kletsen.
En ik, ikzelf?
Och, dat zou ik wel zien als de kinderen de deur uitwaren, dat duurde immers nog zo lang.
We hebben drie kinderen, dus … 
Ja, dat dacht ik.
Maar nu is het al zover, en wat moet ik nu?


Ze neemt haar laatste slokje koffie.
‘Bah, zelfs de koffie smaakt me vandaag niet.’

Ze slaakt een diepe zucht en vervolgt:
‘Och, laat ik eerst maar eens mijn Bijbeltje pakken en lezen, misschien heeft de Heer wel een woord voor me.’
Hmm, Psalm 62:6-9:


‘Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht;
God is ons een schuilplaats.’


Ze kijkt voor zich uit en zegt nadenkend:
‘Want van Hem is mijn verwachting …
Vertrouw op  Hem te allen tijde …
Stort uw hart uit voor Hem ...'


‘Dan gaat ze bidden:

‘Heer, ik wil U danken voor mijn kinderen, mijn gezin.
U weet, Heer, dat hoeveel moeite ik er mee heb nu al mijn kinderen de deur uit zijn.
Ik mis ze; ik mis een bepaald ritme.
Ik heb nu zoveel meer tijd en hoe ik dit nu in vullen?
Vader, help mij om de juiste keuzes te maken.
In Jezus’ Naam. 
Amen’


Ze staat op en pak de spullen die op tafel liggen om op te ruimen.
Ook de krant ligt erbij en met het opnemen van de krant ziet ze een advertentie.

‘Hé, wat is dat?
Een vrouwenochtend; thema ‘Verwachten’.
Dat is toevallig.
O nee, toeval bestaat niet.
Zou dit wat voor mij zijn?
Eigenlijk best wel heel eng om zo alleen te gaan, maar aan de andere kant  ...'


Nog even blijft ze nadenkend staan en dan loopt ze weg om de spulletjes op te ruimen.


De tweede vrouw komt het podium op.
In haar hand heeft ze wat bladen, een krant en een kopje koffie.
Ze gooit de bladen op het tafeltje, en ook het kopje belandt ietwat hardhandig op hetzelfde tafeltje.
De koffie gaat er nog net niet overheen.
Ze ploft op de stoel en slaakt een hele diep zucht  terwijl ze verveeld om zich heen kijkt.

 
Hebben jullie nog werk?’
Ze gooit de vraag de zaal in.

‘Nou, ik niet meer, ze hadden mij niet meer nodig.
Bah.
Ik had toch zo’n leuke baan, joh.
Leuke collega’s, leuke sfeer, gezellig.
En we deden ook best nog weleens iets leuks samen.
Lunchen, kopje koffie ..
Maar ja, dat was voor ze de boel gingen reorganiseren.
En u snapt het natuurlijk al, ik was degene die eruit moest en nu zit ik me hier thuis stierlijk te vervelen.


Iedereen werkt.
Al mijn vriendinnen hebben hun werk nog, behalve ik.
En het huishouden stelt ook niet zo veel voor.
Mijn man en ik zijn maar met z’n tweetjes, dus zoveel maken we niet vuil.


En wat heb ik hem nu nog te vertellen ’s avonds als hij thuiskomt.
Hoe ik de was heb gedaan of hoeveel overhemden ik heb gestreken?
Nou, interessant zeg!’


Ze zucht nog eens, pakt de krant en terwijl ze heem doorkijkt neemt ze een slokje van haar koffie.
‘Hm, een vrouwenochtend …
Thema: ‘Verwachten’.


Dat is lachen; verwachten.
Lieve help, wat heb ik nu nog te verwachten.
Een nieuwe baan?
Nou, dat zal er snel in zitten zeg, …  maar niet heus.
Er staan er al zoveel op straat.’


Ach,’ ze gooit de krant weer opzij, ‘eigenlijk is dit toch ook niets voor mij.
Alleen maar vrouwen …
Poeh hé.
Krijg je zeker ook al die verhalen over kinderen en luiers en hoe je het beste grasvlekken uit de kleren van je kids kunt krijgen.
Nee, echt niet, dat is niks voor mij.’


Toch pakt ze haar agenda …

‘Leeg …
Ja, natuurlijk is die leeg …
Ik heb eigenlijk ook niets te doen, zal ik dan toch  …’


En ze loopt weg.


De derde vrouw komt met haar jas in de handen het podium op.
Ze gooit haar jas op de stoel en zegt:

‘Zo, die zijn weer op school.’

Ze zucht eens diep en kijkt een beetje rond.

‘Wat nu?
Ja, weet u, we zijn net verhuisd, ja, niet zomaar verhuisd, maar van het ene land naar het andere.
Ik kom namelijk uit Brazilië, maar dat had u misschien al wel gehoord.


Ik vind het best moeilijk.
Mijn man is een Nederlander en door hem spreek ik al wel een wat Nederlands maar toch …


Echt veel contacten heb ik hier nog niet.
Ik moet de taal nog beter leren, we moeten nog een eigen gemeente vinden en ..
Ach, eigenlijk mis ik gewoon iedereen zo verschrikkelijk …
Mijn familie, onze vrienden, mijn vriendinnen.’


Ze gaat aan het tafeltje achter de laptop zitten; legt haar hand op de laptop en kijkt een beetje verdrietig voor zich uit.
Ze slaakt een diepe zucht en schenkt zichzelf een kopje koffie in; neemt een slok en doet langzaam haar laptop open.

‘Eigenlijk zit ik veel te veel achter dit ding, maar wat moet ik anders?
Alles is zo nieuw.
Ik ken nog bijna niemand.
Ja, de kinderen heb ik net wel naar school gebracht, maar al die vrouwen daar kennen elkaar al en die kletsen met elkaar, daar durf ik me niet zo goed in te mengen.


En de kinderen hebben ook nog niet echt vriendjes of vriendinnetjes.
Hè, bah, wat mis ik iedereen.


O, mam, kon ik maar even naar je toe, kon ik maar even met jou kletsen …’

Ze veert overeind.

‘Eens kijken of ze alweer een mailtje heeft gestuurd.
En dan even op facebook kijken, misschien heeft iemand wel wat leuks gepost, of Fabiënne  een nieuw recept, of …’


Nee, niets.
He, wat is dat?
Een mailtje van Willie Thomassen, dat is leuk.
‘Er is een Vrouwenochtend, thema ‘Verwachten’.


O, dat misschien is dat wel wat.
Andere vrouwen ontmoeten, nieuwe mensen leren kennen, en misschien, misschien …


Even omhoog kijkend.

‘O Heer, dank U wel, dit is misschien wel precies wat ik nodig heb.’

Haar gezicht leeft op,  ze gaat staan en legt de bladen op het tafeltje recht en pakt haar jas van de stoel.

‘Wie weet, misschien is dit wel ook een gemeente waar we ons thuis zullen voelen.’

En met een blij gezicht loopt ze weg om haar jas op te hangen.

 
Met de liederen ‘Stille nacht, heilige nacht’ en ‘Kom, laten wij aanbidden’, keren we weer even terug naar het kind in de kribbe, die het tenslotte allemaal mogelijk maakte, dat wij met al onze noden naar God toe mogen gaan en onze hulp van Hem mogen verwachten.

In het gedicht dat volgt, komen alle aspecten van  het verwachten, die deze avond centraal staan, voorbij.

Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?


Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?


En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?


En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?


Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.


Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.


Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.


Dan genieten we tot aan de pauze van twee prachtige kerstliederen gezongen door Peter Lengams.
O, Holy night’ en ‘Face to face’.

Het is tijd voor de pauze en iedereen kan even de benen strekken.
 
 
In de hal is een uitgebreide tafel met allemaal producten uit Israël, en ook Marianne Glashouwer, onze spreekster van vanavond, had wat boeken meegenomen.
Onder het genot van een lekkere drankjes en allerlei verschillende hapjes kon men zo even rondkijken en gezellig kletsen.
De tijd gaat echter snel, en al gauw is het tijd om verder te gaan met de 2e helft van het programma.

Na het doorgeven van de opbrengst van de collecte, sprak Marianne Glashouwer over het ‘Chanoekafeest’, het feest van het licht.


Ze vertelde over het ontstaan van het feest en legde de link naar ons kerstfeest, wat ook een feest van het licht is, omdat de Here Jezus is geboren en Hij het Licht van de wereld is.
(Johannes 8:12)
In haar woord klonk opnieuw de boodschap door van hoop en verwachting, van uitzien naar wat komen gaat.
En ook, dat we in deze hoop niet beschaamd zullen worden.

De dag komt dat God onze tranen zal drogen; er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen verdriet, geen geween, geen moeite.
Daar mogen we naar uitzien.
Dat mogen we verwachten.

Als antwoord zongen we:

Jezus leeft in eeuwigheid,
zijn Shalom wordt werkelijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van mijn leven.

(Opwekking 71)

Vervolgens nam Peter ons hart mee in de hoopvolle verwachting die wij als Zijn kinderen mogen hebben met het lied ‘Er komt een dag’.  

Dan komen de vrouwen terug.
Eén voor één worden ze welkom geheten door de gastvrouw van de vrouwenochtend en ze nemen alle drie plaats aan hetzelfde tafeltje.
Ze schenken een kopje koffie in en pakken er een koekje bij.
Een beetje onwennig zitten ze bij elkaar.
Ze glimlachen een beetje naar elkaar en slaken af en toe een lichte zucht terwijl ze rondkijken.
Je ziet ze denken: wat doe ik hier eigenlijk?
De één neemt een slokje van haar koffie, de ander neemt een hap van haar koekje en ineens klinken er twee stemmen tegelijk:

‘Bent u hier al eerder geweest?’

Ze schieten beiden in de lach.

‘U eerst,’ zegt de ene vrouw tegen de andere.

‘Ik ben hier voor het eerst,’ zegt de vrouw.
Ik ben namelijk werkeloos.
Na vijf jaar trouwe dienst hebben ze me op straat gezet en ik zag deze advertentie en had toch niets beters te d…, eh, niets te doen.
Echt verwachtingen heb ik niet maar, maar ja, je weet maar nooit, hè.
En u?’


 ‘O, zeg maar jij hoor.
Ik kom hier niet vandaan; ik kom uit Brazilië.
Daar hebben we nog een tijdje gewoond, maar voor het werk van mijn man moesten we toen naar Nederland.
Ik woon hier dus nog niet zo lang en ken eigenlijk niemand.
En ik zag net als jullie de advertentie en dacht; misschien …


De vrouw kijkt naar da andere kant van de tafel, waar nog een vrouw zit.
‘En u?’, vraagt ze.

‘Tja, voor mij is het weer heel anders, hoor.
Ik ben mijn hele leven moeder en huisvrouw geweest en nu zijn mijn kinderen allemaal de deur uit; de laatste hebben we net vorig weekend verhuisd en eigenlijk loop ik een beetje met mijn ziel onder de arm.
Ik heb nooit gewerkt, tenminste, ja, voor ik ging trouwen natuurlijk wel, maar daarna nooit meer; buitenshuis hè,, bedoel ik.
En nu, nu weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik moet.
Mijn kinderen wonen ver weg …’


De vrouwen kijken elkaar aan en dan zegt één van de vrouwen:

‘God heeft hier vast een bedoeling mee.
Eigenlijk kun je wel zeggen, dat we allemaal met een bepaalde verwachting hier naar toe gekomen zijn en moet je nu eens kijken.’
‘Het thema vanmorgen is ‘Verwachten’, maar volgens mij heeft God al een beetje laten zien wat er kan gebeuren als we het van Hem verwachten.
Laat we na deze ochtend met elkaar in contact blijven!


Verwachten.
De geboorte van de Messias.
Zijn hulp, leiding, trouw, liefde en zorg terwijl wij hier nog op aarde leven.
De wederkomst van de Here Jezus.
 

Bij de één zal het uitzien, het verwachten van de wederkomst van de Here Jezus meer leven dan bij de ander, maar bij het kleine meisje, dat inmiddels een oudere dame is geworden, leefde deze verwachting duidelijk in hoge mate.


 
Sipke vertelt:
‘Ik was nog een klein meisje en zat op school.
De lampen waren aan, want het was vrij donker  door het slechte weer.
Buiten waren donkere wolken, maar opeens was daar een kleine opening in de bewolking en een heldere, schitterende lichtstraal scheen door deze opening.
Het kleine meisje pakte haar spulletjes bij elkaar en legde het netjes haar tafeltje en ging vervolgens met haar armen over elkaar zitten wachten.
De juf begrijpt er niets van; ‘waarom ga je niet verder, meisje?’ vraagt ze.
‘Maar juf,’ was haar antwoord, ‘als de Here Jezus terugkomt, dan moet je toch klaar staan.’


Met de plotselinge lichtstraal door de donkere lucht, dacht Sipke als klein meisje dat de Here Jezus eraan kwam.
Nu ze oud is, weet zich niet meer te herinneren of ze teleurgesteld was dat het niet zo was, maar ze verwachtte Hem toen en ze verwacht Hem nu nog steeds.

‘Kom en ontsteek in ons een machtig vuur,
dat zal branden tot het laatste uur.
Zie, hoe uw schepping U verwacht;
maak ons gereed voor uw komst in de nacht.

Laat ons een volk zijn, dat U vreest,
vol van uw liefde, die wonden geneest.
Maak ons een leger, sterk in de strijd,
dat als een eenheid uw komst voorbereidt.

Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.
Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.

KOM, JEZUS, KOM!

Deze woorden zongen we aansluitend aan haar getuigenis;  is het ook werkelijk het lied van ons hart?
Verwachten wij Hem ook?

Het einde van het programma naderde.
Met een gouden en een rode vlag getuige Inge  al vlaggend van wie Jezus is op het lied ‘Mijn Jezus, mijn Redder’.
(Opwekking 461)

 
Ja, zonder Hem zouden we geen vooruitzicht hebben, geen hoop, geen verwachting.

Na het afsluitend gebed en een woord van dank aan een ieder die heeft meegewerkt, zingen we staande Hem de eer toe met het lied  ‘Ere zij God’.

Nog een laatste zegenbede klinkt:

Dat Zijn Licht mag schijnen
in je huis en in je hart.

Dat Zijn vrede neer mag dalen
in vreugde en in smart.

Dat Zijn Hoop je vooruitzicht mag zijn
in toekomst die wacht.

Dat Zijn Liefde mag zijn
je Bron van kracht.

En de zaal loopt langzaam weer leeg …

O, dat toch hoop en verwachting door deze avond (weer) mag zijn aangewakkerd.
Hoop op de toekomst die ons wacht, en Zijn hulp voor onderweg daar naar toe.
In Jezus ‘Naam.
In Jezus ‘naam.


 
Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.
Openbaring 2:17
(Eén van de teksten die op de presentjes stond)
 
 
Foto's: Evelien van Kempen
 




maandag 9 december 2013

Twee kindjes in de kribbe

Het ene verhaal raakt je meer dan het andere; maar dit 'Kerstverhaal' raakt mij diep.
Nog steeds kan ik het niet lezen zonder dat ik ontroert raak, bewogen en dankbaar.
In 1994 gaven twee Amerikaanse vrijwilligers gehoor aan een oproep van het Russische Ministerie van Onderwijs om op een aantal scholen en instituten te praten over de Bijbelse moraal en ethiek.
Eén van de instellingen die ze bezochten, was een weeshuis met zo'n honderd verwaarloosde en mishandelde straatkinderen.
Aangezien het bijna kerstmis was, vertelden de vrijwilligers Het Kerstverhaal.
Dat hadden de meeste kinderen nog nooit eerder gehoord.
Iedereen zat dan ook aandachtig te luisteren naar het verhaal van Maria en Jozef, die geen plaatsje in de herberg konden vinden en uiteindelijk onderdak vonden in de stal, waar het kindje Jezus geboren werd en door Maria in de kribbe werd gelegd.
Na afloop van het verhaal besloten de vrijwilligers dat dit voor de kinderen een mooie gelegenheid was om wat te gaan knutselen en Het Kerstverhaal uit te beelden.
Ze gaven alle kinderen wat gekleurd karton om een kribbe te maken en een geel papieren servetje voor het stro.
Het kindje Jezus werd uit vilt geknipt en voor het dekentje kregen ze nog wat lapjes.
De kinderen gingen enthousiast aan de slag en de vrijwilligers gaven hier en daar wat aanwijzingen en kwamen tenslotte bij de zes jaar oude Misha.
Hij was al klaar met het kunstwerk.
Maar wat was dat ?....
In de kribbe lag niet één kindje... nee, er lagen er twee.
De vrijwilliger vroeg : "Waarom heb je dat zo gedaan ?"
Misha deed zijn armen over elkaar, trok een gewichtig gezicht en gaf heel serieus zijn versie van Het kerstverhaal.
Hij herhaalde het hele Kerstverhaal.
Ofschoon hij pas zes was en het verhaal vóór die bewuste dag nooit eerder gehoord had, kon hij alle details nog heel goed navertellen, precies zoals het hem verteld was.
Tenminste, tot op het moment dat Maria het kindje in het kribbetje legde.
Toen begon zijn verhaal een eigen leven te leiden.
"Het kindje Jezus keek mij aan", zei Misha heel ernstig.
Hij zei, "Misha, heb jij wel een plaatsje om te slapen ?"
Ik vertelde hem, dat ik geen papa en mama had en dat ik nergens een huisje had.
Jezus zei toen dat ik maar bij Hem in de kribbe moest kruipen.
Maar ik vertelde Hem, dat dat niet ging, want ik had helemaal geen cadeautje voor Hem meegebracht zoals iedereen had gedaan.
Maar ik wilde eigenlijk heel graag bij Jezus blijven, dus ik dacht heel hard na of er misschien toch niet iets was wat ik Hem kon geven.
Toen vroeg ik aan Jezus : "Als ik Je warm houd... is dat misschien een mooi geschenk ?"
Jezus zei toen tegen me : "Dat is één van de mooiste geschenken die Ik gekregen heb."
Toen klom ik dus ook in de kribbe en hield ik Jezus warm.
Hij keek me aan en zei dat ik voor altijd bij Hem mocht blijven.
Toen kleine Misha zijn verhaal beëindigd had, stonden er traantjes in zijn ogen, die langzaam over zijn wangetjes biggelden.
Toen sloeg hij zijn handjes voor zijn ogen en liet zijn hoofdje huilend op tafel zakken.
Maar van binnen was het bij Misha warm, want Hij had Iemand gevonden, die hem nooit zou verwaarlozen en "voor altijd" bij hem zou blijven.

Schrijver verhaal mij onbekend.
Verhaal komt van:
www.activatednederland.nl.

zaterdag 7 december 2013

Mijn leven is met Christus verborgen in God!

Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.

Kolossenzen 3:2,3

Mijn leven is met Christus
verborgen in God.

Welk een vreugde is het
dit te mogen weten.
Welk een ongekend voorrecht
waarvan de diepte
nauwelijks is te meten.

Mijn leven is met Christus
verborgen in God.

Welk een gevoel van geborgenheid
ligt hierin niet besloten.
Welk een ongekende zekerheid,
dat Zijn hand ons
veilig houdt omsloten.


Mijn leven is met Christus verborgen in God.
Deze woorden haakten vanmorgen diep in mijn binnenste en deden mij nadenken over de diepe betekenis ervan.
De hele zin ademt veiligheid uit en geborgenheid.
Wat er ook gebeurt in mijn leven, hoe de omstandigheden ook zijn, of wat de toekomst ook nog zal brengen, door de Here Jezus, door Zijn offer voor mij, ben ik, dat wil zeggen, mijn ziel, voor altijd veilig geborgen in Gods Vaderhand.
En wat in Zijn hand is, zal niets of niemand ooit kunnen roven.

Met het nadenken over deze woorden gaan mijn gedachten automatisch naar de tekst: ‘En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.’ (Mattheüs 10:28)
Tegelijk komt ook in mijn gedachten een berichtje dat ik las op facebook over een 7-jarig jongetje uit India die vermoord is om zijn geloof in de Here Jezus.

Ik besef dat ik te vaak nog zie op de dingen van hier beneden en niet op de dingen van boven.
Vooral met berichtjes als deze, merk ik hoe vrees voor het verlies van de ‘zekerheden’ van dit leven mijn leven willen binnenkomen en meer dan ooit besef ik hoe het een keuze is om je niet mee te laten slepen en je angst aan te laten jagen.
Dat het een keuze is om je te richten op de dingen die van boven zijn; om je te richten op Gods woord dat zegt dat ons leven met Christus verborgen is in God en hoe belangrijk het is om je daaraan vast te houden.

Wat zie ik als ik zo’n berichtje lees?
Wat voel ik, wat gaat er door mij heen?
En wat het belangrijkste is, waardoor laat ik mij vervolgens leiden?

‘Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn’, zegt Gods woord, ‘want je bent gestorven en je leven is met Christus verborgen in God.’

Mijn leven is met Christus verborgen in God!

O, Heer, doe mij toch iedere dag meer en meer beseffen, de diepte van de rijkdom die verborgen zit in deze woorden, in de betekenis ervan, en trek mij daarmee dichter naar Uw hart.
Opdat ik steeds meer los zal komen van alles dat mij nog bindt aan deze aarde, om uiteindelijk geheel en al de Uwe te zijn.

In Jezus ‘Naam.

- Amen -

vrijdag 6 december 2013

Be still and know ...

De afgelopen paar weken ben ik erg druk geweest met alle voorbereidingen voor de Kerstavond voor Vrouwen aankomende dinsdag in onze gemeente De Kandelaar in Voorthuizen.
Heel wat schrijfwerk heb ik verricht, waardoor ik een beetje leeg geschreven ben.
Daarnaast was het dit jaar niet zo makkelijk om alles rond te krijgen en was er veel strijd, zowel in mijn voelen en denken, als in het rondkrijgen van alles.
En nog steeds zijn er momenten dat de onrust me aanvliegt.

In sommige dingen ben ik een beetje perfectionistisch en wil ik het gewoon allemaal goed voor elkaar hebben, vooral als het gaat om zo'n avond.
Ook heb ik graag de dingen op tijd af en klaar, maar ook dat is iets wat dit jaar niet echt lukt, waardoor de onrust in mij toeneemt.
Als ik deze week de dingen nog eens overdenk en op een rijtje zet, dan weet ik dat ik los moet laten en op Hem moet vertrouwen.
Het niet van mijzelf, mijn eigen kunnen moet verwachten, maar van Hem.
Eigenlijk lijkt het er dit jaar op neer te komen, dat wij het thema van de Kerstavond ('Verwachten') eerst zelf in praktijk moe(s)ten brengen.
Doen wat wij kunnen, en de rest aan Hem overlaten, het van Hem verwachten.

Hoe toepasselijk is dan het onderstaand lied.
'Be still and know that He is God.
Be still, be speechless ...
Come and rest.

Niet wat ik denk of voel doet er toe, maar wat Hij kan en zal doen, kan en zal uitwerken dwars door alles heen.

Be still and know ...


Be still and know that He is God
Be still and know that He is holy
Be still, O restless soul of mine
Bow before the Prince of peace
Let the noise and clamor cease

Be still and know that He is God
Be still and know that He is faithful
Consider all that He has done
Stand in awe and be amazed
And know that He will never change
Be still

Be still, and know that He is God
Be still, and know that He is God
Be still, and know that He is God

Be still;
Be speechless

Be still and know that He is God
Be still and know He is our Father
Come rest your head upon His breast
Listen to the rhythm of His unfailing heart of love
Beating for His little ones
Calling each of us to come

Be still,
Be still


Wees stil en verwacht het van Mij!
Doe wat jij kunt doen,
en vertrouw erop dat Ik de rest zal doen.
Laat los, opdat het jou niet vasthoudt
en meesleurt een kant op
die geenszins Mijn bedoeling is.
Wees stil, vertrouw en verwacht  ...


zondag 1 december 2013

Ondanks al het licht ...

Een speciale bemoediging met een geschenkje er aan vast ...

Hoewel december een maand vol feest en licht is, vol gezelligheid en warmte van het samenzijn, is het voor velen echter een maand die niet snel genoeg voor bij kan gaan.
Juist in deze maand wordt voor sommigen meer dan ooit de eenzaamheid en het alleen zijn benadrukt.
Sommigen zullen meer dan ooit de pijn en het verdriet ervaren van het verstoten of vergeten zijn.
En meer dan anders worden in deze maand, gevoelens van moedeloosheid, murw geslagen zijn of levensmoeheid, ervaren.
Veel stil verdriet, en stille pijn wordt niet gezien ondanks al het licht dat extra brandt …

Heer Jezus,
voor hen die alleen zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid opmerken,
opdat het hun hart zal versterken.

Voor hen die eenzaam zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid ervaren,
opdat het duister in hun leven op zal klaren.

Voor hen die verstoten zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zullen omarmen,
opdat het hen als persoon zal verwarmen.

Voor hen die vergeten zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zullen zoeken,
opdat ze komen bij Het Kind in doeken.

Voor hen die moedeloos en murw geslagen zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zien in dit Kind,
opdat ze daardoor zullen voelen hoe zeer U hen bemint.

Voor hen die levensmoe zijn
bid ik,
dat zij door Uw Aanwezigheid in dit Kind
naar U zullen verlangen
en door het volbrachte werk van Uw Zoon
nieuwe levenskracht ontvangen.

Maar voor ons, Here,
die rijk zijn in liefde, warmte en geborgenheid,
bid ik,
dat U onze ogen en oren zult openen
opdat we zullen zien en horen.
Opdat zichtbaar zal zijn
dat U niet alleen in deze wereld
maar ook in ons hart,
bent geboren.

Dit bid ik in Jezus' Naam.

 - Amen -


De decembermaand is voor velen een moeilijke maand.
Het is dan ook mijn verlangen om jou (of iemand die je kent) te bemoedigen met de prachtige Kunstdichtbundel 'Wandelend in Zijn Licht', of met twee kleine bemoedigingsboekjes 'Zijn Licht voor jou' en Het Licht tegemoet'.

Weet je iemand die wel een extra bemoediging kan gebruiken deze maand of heb je zelf een bemoediging nodig, 'like' dan dit berichtje op mijn Facebookpagina 'Bloem in Gods Tuin', of stuur mij even een mailtje (bloemingodstuin@upcmail.nl)

D.V. zondag 15 december zal ik twee namen trekken; één voor de bundel en één voor de twee bemoedigingsboekjes.

Een liefdevolle groet,
Rita.

vrijdag 22 november 2013

Hij redt!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is  ...    (96)

Wie vertwijfeld zijn, is Hij nabij;
Hij redt wie alle moed verloren.

Psalm 34:19

Toen vanmorgen deze tekst er voor mij uitsprong toen ik mijn Bijbel opensloeg, moest ik denken aan het verhaal van Hagar en Ismaël.
In gedachten zag ik haar zitten in de snikhete zon in de woestijn.
Een gebogen hoofd boven een paar schokkende schouders, terwijl het geluid van een eenzaam, schreeuwend, stervend kind door merg en been gaat.
Het beeld van een wanhopige vrouw komt op mijn netvlies; vertwijfeling en totale moedeloosheid stralen van haar af.

Hoe wanhopig moet zij wel niet zijn geweest?
Hoe vertwijfeld zal zij zich wel niet hebben gevoeld?
Had zij niet alle reden om de moed te verliezen?

Wat een speelbal was zij eigenlijk in de handen van haar meesteres.
Goed genoeg om eerst voor een nakomeling te zorgen, en vervolgens afgedankt.
Weggestuurd, samen met haar kind de woestijn in, omdat de meesteres niet wil dat haar eigen kind, dat zij uiteindelijk toch nog gekregen heeft, de erfenis moet delen met het kind van haar slavin.
Water dat langzaam opraakt, waardoor ze lijdzaam moet toezien hoe haar kind sterft van de dorst.

Voel de brandende hitte van de meedogenloos schijnende zon.
Hoor hoe het kind smeekt om water.
Zie hoe zijn lipjes openbarsten van de dorst.
Proef de wanhoop van de moeder als zij haar kind onder een struik legt om het daar te laten sterven en zie hoe zij alle moed verliest en een eind verderop gaat zitten wachten, tot dat …
Zie hoe zij alle moed verliest; hoe haar schouders schokken van het huilen om haar kind dat schreeuw, en schreeuwt, en schreeuwt …

Maar God is nabij, Hij hoort het geschreeuw van het kind en het laat Zijn hart niet onbewogen.
Hij kent Hagar’s verhaal, Hij weet wat er is gebeurd.
Hij ziet haar, hoort haar en steekt Zijn reddende hand naar haar uit.
En een engel spreekt: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bang, God heeft de jongen gehoord, daar onder die struik. Ga naar hem toe, neem hem in je armen en houdt hem stevig vast. Ik zal van zijn nakomelingen een groot volk maken.’

Hagar, een slavin.
Ismaël, een buitenechtelijk kind.
Abraham, de stamvader van Israël.
Sara, zijn vrouw.
Izaäk, de erfgenaam.

En toch …
Hoewel God speciale plannen heeft voor Abraham en zijn nageslacht, zijn Hagar en Ismaël voor Hem van net zoveel waarde.
Zijn plannen voor hen zijn anders, hun toekomst is anders, maar Zijn bewogenheid en liefde voor hen is hetzelfde.

Hagar was vertwijfel, maar God was haar nabij.
Hagar had de moed verloren, maar God redde haar en haar zoon.
Misschien ben jij ook vertwijfeld en heb je net als Hagar alle moed verloren, weet dan, dat onze God zo groot is, dat Hij ook jou hoort en ziet.


Genesis 16
Genesis 21:1-21

maandag 18 november 2013

Niet begrijpen, maar toch ...

Soms lees ik iets en als het mij raakt, schrijf ik het op.
Soms echter lees ik het later weer eens en vraag ik me af waarom ik het toch heb opgeschreven.
Maar soms schrijf ik iets op en blijft het mij raken, ongeacht hoe vaak ik het ook terugzie en lees.
De onderstaande woorden uit het boek ‘Het territorium van Randy Alcorn’* zijn van die woorden met een blijvende waarde.
Woorden, die mij door moeilijk omstandigheden heen helpen, er soms zelfs overheen tillen.
Geloof en vertrouwen zijn de sleutelwoorden.

I does not know why all aroun'me,
my hopes all shattered seem to be.
God's perfect plan I cannot see.
But one day, someday, He'll make it plain.


I don't understand my struggles now,
why I suffer and feel so bad.
But one day, someday, He'll make it plain.
Someday when I His face shall see,
someday from tears I shall be free,
yes, someday I'll understand.


Nee, Heer, vaak begrijpen we er helemaal niets van, niets van alles wat er om
ons heen gebeurt,wat er in ons leven gebeurt.
Waarom de dingen gaan zoals ze gaan.
Waarom hoop soms verbrijzeld lijkt te worden.
Waarom alles vaak één groot vraagteken is en we Uw perfecte plan totaal niet kunnen zien, laat  staan begrijpen.
Maar ik geloof dat er een dag komt, dat U ons alles duidelijk zult maken.

Nee, Heer, vaak begrijpen we helemaal niets van al onze moeiten, zorgen, pijn, verdriet; van alle strijd in ons leven.
Waarom we soms zo moeten lijden, zoveel moeten doorstaan, ons zo ellendig voelen.
Maar ik geloof dat er dag komt, dat U ons alles duidelijk zult maken.
Dat er een eind komt aan dit alles.
Er komt een dag, dat we U zullen zien van aangezicht tot aangezicht.
Er komt een dag, dat we van onze tranen verlost zullen zijn.
Ja, er komt een dag dat we zullen begrijpen.

Heer, laat dit vooruitzicht de hoop zijn, het houvast voor ons leven.
Uw wegen zijn niet onze wegen; Uw gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Begrijpen kunnen we ze niet, maar we kunnen er wel voor kiezen om op U te vertrouwen in elke omstandigheid.
Ons leven is in Uw hand en we mogen weten dat we daar veilig zijn, wat er ook gebeurt.

Onze naam staat gegraveerd in de palm van Uw hand en niets of niemand kan ons daaruit roven.
U zorgt en waakt over wat U toebehoort.
U bent de Almachtige, de Allerhoogste.
Maar er komt een dag, dat alles op zijn plek zal vallen en wij zullen begrijpen.

Zie ook gedicht: 'Vastgrijpen aan Zijn beloften'
* Boekinfo

zondag 17 november 2013

Kerstavond voor Vrouwen 2013


D.V. dinsdagavond 10 december is er weer een Kerstavond voor Vrouwen in de Kandelaargemeente in Voorthuizen.
Woon je in de buurt, of heb je er wel een eindje rijden voor over, wees van Harte Welkom op deze mooie en speciale avond.

donderdag 14 november 2013

Mag mijn hand ...

Mag mijn hand vandaag even
de hand zijn die die van jou omgeeft
en liefdevol troost.
 Dat door dit gebaar
even iets van Gods liefde mag stromen
en jouw hart verwarmen.

Opdat de warmte van Zijn liefde
je zal bemoedigen en opbeuren,
je tot kracht en sterkte zal zijn.

Waardoor nieuwe hoop en moed
in je binnenste omhoogklimt
en je weet: Hij vergeet mij niet.

dinsdag 12 november 2013

Wat zien wij?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (95)

Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde.

Handelingen 7:55

Als ik vanmorgen door mijn Stille Tijd (Johannes 14:16,17) stilgezet wordt bij de Heilige Geest die ons gegeven is, ga ik naar het Bijbelboek ‘Handelingen’.
Ik blader wat, lees hier daar wat stukjes en blijf steken bij het verhaal van Stefanus.

Stefanus, die wordt uitgekozen en de verantwoording krijgt over uitdelen van het voedsel aan zowel de Griekssprekende Joden als de Hebreeuwssprekende Joden, zodat de apostelen zich bezig kunnen blijven houden met de verkondiging van Gods woord, waartoe zij geroepen waren.
Stefanus, vol van de Heilige Geest, verrichtte grootste dingen en wonderen onder het volk, waardoor sommigen in verzet kwamen.
Ze gingen een discussie met hem aan, maar konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waardoor hij sprak.
Of het nu boosheid was, jaloezie, of beiden, het dreef hen tot waanzin en ze kochten een paar mannen om, die een vals getuigenis tegen hem aflegde.
En zo hitsten zij het volk, de oudsten en schriftgeleerden tegen hem op en ze sleurden hem mee en brachten hem voor de Hoge Raad, waar het valse getuigenis tegen hem werd afgelegd.

Het eerste dat mij zo bijzonder raakt is het laatste gedeelte van vers 15 van hoofdstuk 6 uit Handelingen, waar staat: … en zij zagen een gezicht als van een engel.
Stefanus was zo vol van Gods Geest, dat het zichtbaar was voor een ieder die hem zag.
Automatisch gaan mijn gedachten naar Jezus en Mozes.
Jezus, die op de berg, voor de ogen van zijn discipelen van gedaante veranderde; Wiens gezicht toen straalde als de zon en Wiens kleren wit werden als het licht. (Matth. 17:1,2)
Mozes, die toen hij terugkeerde van de berg met de twee stenen tafelen die hij van God had ontvangen, zijn gezicht moest bedekken, omdat het volk het niet aankon om zijn gezicht dan te zien. (Ex. 34:29,30)

De volheid van Gods Geest; de grootheid van God zichtbaar door hen heen voor iedereen die hen ziet …

Als dan de hogepriester aan Stefanus vraagt of alle beschuldigingen waar zijn, begint Stefanus helemaal niet met het weerleggen van alle valse beschuldigingen.
Vanuit ons mens-zijn, zouden we direct in de verdediging springen en het moment dat ons gegeven wordt om te spreken direct benutten om van leer te trekken tegen al die valse beschuldigingen.
We zouden voor onszelf opkomen om met alles wat in ons is de ander te overtuigen van onze onschuld.
Maar Stefanus doet niets van dit alles; hij spreekt geen enkel woord dat hem ook maar vrij zou kunnen pleiten van de beschuldigingen.
Hij doet zijn mond open en getuigt door de Heilige Geest van wie God is en van wat Hij heeft gedaan.
Van Abraham tot Jacob, van Jozef naar Mozes, van Salomo naar Jezus.
Door de Heilige Geest geleid, legt hij de slechtheid van hun hart bloot en ze worden razend.
Maar Stefanus ziet niets anders dan de heerlijkheid van God, en Jezus aan Zijn rechterhand.
Hij kan niet zwijgen en getuigt van wat hij ziet; en al slepen ze hem zodra hij is uitgesproken mee om hem te stenigen, hij valt op zijn knieën en bidt, net als Jezus, voor hen die hem doden: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest en vergeef hen deze zonde.’

Aan de ene kant zo onbegrijpelijk voor ons mensen; hoe kan God dit toelaten?
Iemand die zulk goed werk deed, zoveel betekende, zoveel wijsheid bezat, zo …
Maar aan de andere kant de enorme grootheid van God, van Zijn wijsheid die ons verstand te boven gaat.

God die in controle is, waardoor Stefanus alle tijd en ruimte heeft om te zeggen wat God wil dat er gezegd wordt.
God, die dan pas ruimte geeft aan zijn boosdoeners om te reageren.
God, die toelaat dat ze hem meenemen en stenigen.
God, die hem de genade geeft en de volheid van Zijn Geest om, terwijl de stenen om zijn oren vliegen en hem langzaam doden, te bidden voor om vergeving voor hen die deze zonde begaan.
God, die hem opneemt in Zijn heerlijkheid.

Te begrijpen, te bevatten?
Nee, zoals zoveel dingen die gebeuren niet te bevatten of te begrijpen zijn voor ons menselijk verstand, maar Zijn grootheid, Zijn almacht, Zijn majesteit erkennen en geloven en vertrouwen dat wat Hij doet - of toelaat - het juiste is.
Stefanus zag Gods heerlijkheid, Gods grootheid.
Wat zien wij?

maandag 11 november 2013

Onmogelijk?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (94)

‘Wij vergeten dat ‘onmogelijk’ één van Gods lievelingswoorden is.’
Max Lucado

Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Marcus 10:27

Hoewel dit woord werd uitgesproken door de Here Jezus na aanleiding van de vraag ‘Wie kan dan nog gered worden?’, geldt het voor alle dingen.
Bij God is werkelijk niets onmogelijk.

In wat voor situatie we ons ook bevinden, wat er ook in ons leven gebeurt, of waar we ook doorheen gaan, het is niet zo, dat God niet bij machte is om er ook maar iets aan te doen of te veranderen.
Hoe het er ook voor staat in de wereld, welke natuurrampen de wereld ook teisteren en de mensheid in het nauw brengt, het is niet zo, dat God niet bij machte zou zijn om er ook maar iets aan te doen.
Hij is de Schepper van hemel en aarde, alle dingen zijn in Zijn hand.

Job moest het erkennen:
Hij antwoordde: ‘Ik weet dat U alles kunt, voor U is niets onmogelijk.
U vroeg: Wie durft er zonder kennis van zaken te spreken?
Ik geef het toe, ik sprak over zaken waar ik geen verstand van heb, wonderbaarlijke dingen, die ik niet kan begrijpen.’
(Job 42:2,3)

Jeremia sprak het uit in zijn gebed:
‘Machtige HEER, U bent groot: U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Niets is voor U onmogelijk.

Het feit dat wij niets begrijpen van de dingen die om ons heen gebeuren, wil niet zeggen dat we een God hebben bij wie ook maar iets onmogelijk is.
Ons onbegrip over Zijn niet ingrijpen of handelen, wil niet zeggen dat Hij het niet zou kunnen.

Hoewel deze dingen ook weer allemaal andere vragen oproept, zijn sommige dingen een kwestie van aannemen en geloven.
Van God erkennen als soeverein, almachtig, alwetend, Degene die boven alles staat en alles in Zijn hand heeft; Die regeert en heerst.
Bij Hem zijn alle dingen mogelijk!

Soms kunnen de dingen die gebeuren me echt aanvliegen en me doen vragen ‘Heer, hoe moet dit ooit goed komen? Hoe kan dit ooit veranderen? Het wordt nooit wat. Het komt nooit meer goed.’
En toch: Bij Hem is alles mogelijk.
Dat woord van God wil ik me voor ogen houden in elke omstandigheid, in alles wat er gebeurt.
Hoe onzeker de toekomst ook is en hoe onmogelijk in mijn ogen dingen soms ook kunnen zijn; bij Hem is alles mogelijk!

Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten of beredeneren.
Maar Zijn woord zegt het.
Zijn woord laat het zien!
En dat wil ik aannemen.


HEER, dit woord toont Uw grootheid.
Het laat zien wie U bent!
Het toont Uw Almacht.
Het toont Uw Majesteit.
Het laat Uw heerlijkheid zien, Uw glorie.
Het maakt  mij klein en U groot.

U bent HEER.
U bent God.
Al begrijp ik er niets van, HEER, ik geloof, dat alle dingen bij U mogelijk zijn.

- Amen -

donderdag 7 november 2013

Wees stil en kom tot rust


Stil, mijn ziel, wees stilStil, mijn ziel, wees stil ...


Mijn geliefde dochter (zoon),
wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Wees maar niet bang;
wat er ook gebeurt,
waar je ook bent,
waar je ook doorheen gaat,
Ik ben erbij,
je bent niet alleen.

Wordt maar stil
en kom tot rust bij Mij.
Zoals een kind
tot rust komt bij zijn moeder,
zo mag jij tot rust komen
bij Mij.
Leg alles wat je bezighoudt,
alles waarover je je zorgen maakt
maar in Mijn handen
en vertrouw Mij.
Ik ga met jou
door elke situatie heen.

Wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Rust uit
en ontvang nieuwe kracht.
Laat Mij je geest vernieuwen
en je sterk maken.
Immers,
wie moe is beur Ik op;
wie geen kracht meer heeft
maak Ik sterk.

Kom maar
en rust,
rust maar uit
dicht aan Mijn hart.
Ik laat je geen moment
alleen.

zaterdag 2 november 2013

Wees vastberaden en moedig!


Heer,
Uw woord klinkt:
'Wees vastberaden, Mijn kind,
wees vastberaden en moedig
op de alle wegen die je gaat.'


Wees niet bang
en laat je ook niet uit het veld slaan,
want Ik ga met je mee.
Zoals Ik met Mijn volk meetrok,
bij hen was,
overdag en ’s nachts,
zo ben ik ook bij jou.
Sterker nog,
Ik ben in jou!
Mijn Geest woont in jou!

Nooit zal Ik je alleen laten,
nooit zal Ik je aan je lot over laten.

Vertrouw niet op je gevoelens,
die zijn wispelturig als de wind.
Mijn Woord is betrouwbaar,
omdat Ik betrouwbaar ben!
En als Ik zeg, dat Ik bij je ben,
je nooit alleen laat,
je nooit aan je lot overlaat,
dan is dat zo.
Houdt je daaraan vast, Mijn kind!

Wees dus vastberaden, Mijn kind,
en wees moedig!

Ik heb woning gemaakt in jou
en ben dus bij je,
elk moment van de dag,
in iedere omstandigheid.

Mijn kracht is jouw sterkte.
Houd je daarom vast aan Mijn woord,
aan Mij,
en wees vastberaden en moedig
op al je wegen.

Naar: Deuteronomium 31:6

woensdag 30 oktober 2013

Rust en vrede; geen angst

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (93)

De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.

Psalm 46:8,12


Soms gebeurt het dat een bepaald woord van God je ineens pakt en niet uit je gedachten gaat.
Steeds opnieuw komt het terug en het lijkt pas goed te zijn wanneer je er iets mee gedaan hebt.
Dat heb ik deze week met Psalm 46.
Afgelopen maandag las ik deze Psalm, maar had toen, en ook de dag erna, geen tijd om er iets mee te doen.
Vanmorgen kwam de Psalm opnieuw terug in mijn gedachten; ik las hem opnieuw en liet mijn gedachten er overgaan.
Pen en papier ligt steevast binnen handbereik, dus …

De afgelopen week gebeurden er weer enkele dingen in ons gezin, die een aanslag waren op mijn geduld, mijn zelfbeheersing en mijn energie, en dus ook op mijn innerlijke rust en vrede.
Het zijn van die dingen die, als je niet oppast, je het zicht op God zo kunnen ontnemen, waardoor die dingen je leven kunnen gaan beheersen, in plaats van wie God is, wat Hij doet, gedaan heeft.
Gister echter ging het aardig mis, en ik werd na een bepaald akkefietje, door mijn gevoelens en emoties meegesleurd; ik was even niet meer instaat om mezelf er tegen te verzetten.
Hoewel dit goede vruchten afwerpt voor mijn huishouden, ik ben gelijk een stuk verder met het opruimen en schoonmaken van mijn kasten etc., toch hield ik er een nare smaak aan over en wilde het gevoel van rust en vrede maar niet terugkrijgen.

Als ik dan vanmorgen in alle vroegte en stilte mijn dagboek gelezen heb en gebeden, komt opnieuw Psalm 46 terug in mijn gedachten.
En terwijl langzaam mijn ‘huis’ ontwaakt, vind ik mijn rust en vrede terug door deze Psalm.
Wees mijn dagboek mij vanmorgen op het reinigende bloed van de Here Jezus, Psalm 46 wijst mij op de geweldige God die ik aan mijn zijde mag weten en Die door alles wat er weer gebeurt(de) bedekt dreigde te worden.

‘God is ons een toevlucht, Hij geeft ons kracht. in de grootste nood heeft Hij geholpen …’

Dingen die in het verleden gebeurd zijn, komen terug op mijn netvlies, evenals de herinneringen aan de bijhorende pijn, het verdriet, de vergoten tranen.
Maar daar boven staat de onuitwisbare herinnering hoe Hij daar bij was en op het juiste moment steeds opnieuw hulp gaf.
O, in mijn ogen natuurlijk absoluut vaak niet op het juiste moment, maar achteraf …
Nooit zal ik vergeten (ik koester deze herinnering en houdt hem vast en levend) wat er gebeurde, toen ik in alle wanhoop, puur vanuit verstand en niet vanuit wat ik voelde, Zijn woord hardop ging uitbidden, ging proclameren.
De gedachte eraan doet mij opnieuw voelen en ervaren wat er gebeurde, maar wat ik niet anders met woorden kan weergeven, dan alles in mij veranderde.
Zijn kracht openbaarde zich in mijn zwakheid en zo werd Hij mijn toevlucht als nooit te voren.
(dit betekent niet dat ik het nu voor elkaar heb, hoor, maar wel dat ik weet wat ik eigenlijk moet doen; helaas ben ik soms nogal eigenwijs …)
Alleen al deze woorden en deze herinneringen brengen alles terug in de juiste positie.

Maar dan lees ik verder.

‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …’


Slik, angst overheerst soms nog zo mijn leven …
Al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee …
Met andere woorden, al gebeuren er angstaanjagende dingen, dingen die je leven op z’n kop zetten, alles onzeker maken, dan toch geen angst kennen, je leven niet laten regeren door angst, omdat je weet Wie je toevlucht is, Wie je kracht is, Wie je helpt in welke grote nood dan ook.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …
Met andere woorden, laat maar komen wat komt, hoe heftig en ingrijpend dan ook, want Hij staat boven alles; Hij heeft eerder geholpen en zal het steeds opnieuw doen, want dat is Hij aan Zichzelf verplicht.
Hij kan niet anders, want Hij heeft het beloofd.
En zolang wij dicht bij hem blijven, Hem gehoorzaam zijn, ons hart op Hem richten, zal Hij bij ons zijn, blijven en helpen.

Zien op wat Hij doet, wat Hij kan, wie Hij is.
Hij heerst over de volken, Hij heerst over de aarde.
En deze Almachtige God is aan onze zijde; is aan mijn zijde.
Dit mag ik persoonlijk maken, naar mij toe halen.
Hij is aan mijn zijde!

Onze burcht is de God van Jacob.
Als ik denk aan een burcht, hoe dat eruit ziet, hoe sterk en stevig, beschermend …
Als ik denk aan Jacob, aan wat God allemaal niet voor hem heeft gedaan, er voor hem is geweest; hem vergeven heeft, geleid heeft, beschermd heeft, …

Met de woorden ‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee. Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven’, komen opnieuw Paulus en Silas in mijn gedachten.
Ook zij, hun houding in die gevangenis, keren steeds maar weer terug.
Ja, zij zijn voor mij een voorbeeld, de belichaming, van deze woorden.
Zij kenden geen angst.
Ik denk, dat als ik ze er naar kon vragen ze tegen mij zouden zeggen: ‘Lieve kind, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee, het maakt niet uit, want onze God heeft de aarde en de zee gemaakt; Hij heerst over hen. Laat tocht het water maar bruisen en schuimen, laat die bergen maar beven onder die beukende golven, het maakt niet uit, want één woord van Hem, en zij zwijgen, één woord van Hem, en de golven gaan liggen.
Wees niet bang, lief kind van God, want Hij regeert!

Ik heb nog heel wat te leren en te overwinnen, maar ik verlang ernaar en strek me er naar uit.
En alles wat er in mijn leven gebeurt, zal daaraan meewerken.
Zodat ik ook kan zeggen met hen en de Psalmist:

‘Daarom kennen wij geen angst, …
De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.’

dinsdag 29 oktober 2013

Boven de storm

Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht;
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe,
hij rent, maar raakt niet uitgeput.

Jesaja 40:31

Met de storm van gister en de wind die nog steeds af en toe behoorlijk om het huis giert, zocht ik eens terug op mijn oude Blog (intoyourhands.punt.nl)* naar wat ik eerder geschreven had over stormen.
Ik herinnerde me dat ik er eens iets over heb gelezen en vervolgens over geschreven, en ik wilde het nog eens nalezen.
Met het lezen raken de woorden me opnieuw en ik wil het graag ook op dit Blog met jullie delen.

Het is, net als ‘Er is liefde in het oog van de storm’ uit het boekje van Holley Gerth ‘Schuilen bij God’.


Boven de storm
22 maart 2011

Opnieuw las ik vanmorgen iets in het boekje 'Schuilen bij God' van Holley Gerth wat me opnieuw stil zette en me deed nadenken voor ik verder las.
Ze schrijft, dat Beth Jones-Schall van Spirit of Success haar vertelde waarom zij had gekozen voor de adelaar als logo voor haar organisatie.
Beth zegt:
'Adelaars zijn de enige vogels die stormen gebruiken om hoger te kunnen vliegen.
 Ze wachten op de wind en nemen dan een hoge vlucht.'
 
‘Adelaars zijn de enige vogels die stormen gebruiken om hoger te kunnen vliegen.’

De woorden raken me diep.
Ze brengen me tot nadenken over mijn leven.
In gedachten plaats ik deze woorden naast mijn leven en kijk terug in de tijd met deze woorden ernaast.

Ik kom tot het besef dat het nog niet zoveel jaren zijn dat ik stormen gebruik om hoger te kunnen vliegen.
Nee, niet bewust, want ik wist het niet eens dat ik dit eigenlijk aan het doen was.
Het is nu pas met deze woorden, nu ik deze woorden naast mijn leven en keuzes plaats, dat ik tot dit besef kom.

Stormen gebruiken om hoger te kunnen vliegen.
Ik mijmer even over deze woorden.
'Hoger is als het ware dichter bij God.
 Dichter bij God is Zijn stem beter kunnen horen.
 Hem horen is kracht ontvangen.
 Kracht ontvangen is verder kunnen gaan.
 Verder kunnen gaan is leven tot eer van Hem.
 Leven tot eer van Hem is mijn bestemming.'
Hmmm...

'Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht.'
Als ik mijn vertrouwen stel op God, dan is mijn blikveld gericht naar boven, naar de Enige, Levende God en kan Hij mij geven wat ik nodig heb aan kracht.

'Hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar'.
Dan kan ik, net als de adelaar, mijn vleugels uitslaan en de storm gebruiken om hoger te komen, tot boven de storm.

'Hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.'
Dan verkeer ik in Zijn dichte nabijheid waar rust is en ontspanning, omdat Hij mij draagt, mij kracht geeft, mij helpt.

De adelaar zweeft op de wind.
Hij gebruikt de thermiek om hoger te komen, boven de storm uit.
Zo kost het hem geen inspanning want hij maakt gebruik van die wind.

Wat een prachtig voorbeeld geeft God ons hier.
Het beeld van de adelaar.
Welk een les mogen we hieruit leren.
Bewust worden is de eerste les.
Maar weten is één ding, iets doen een tweede.


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel voor deze prachtige woorden.
Ik bid U, Vader, dat als er stormen komen in mijn leven, of ze nu groot zijn of klein, dat U mij deze woorden, deze les, in gedachten brengt.
Laat mij een voorbeeld nemen aan die adelaar en mijn blik richten op U.
Laat mij door alle moeilijkheden, pijn, verdriet, zorgen ... heen toch Uw aangezicht, Uw nabijheid zoeken; doe mij Uw stem horen, waardoor ik kracht ontvang om verder te kunnen.
Vader, ik bid U voor hen die nu, op dit moment in een zware storm verkeren en meegesleurd worden alle kanten op omdat de duisternis van de storm hun zicht op U heeft ontnomen.
Ik bid U, Vader, breng een streepje licht in die duisternis zodat ze U kunnen zien in de storm.
Leidt hen door Uw licht tot boven de storm, opdat zij daar Uw kracht zullen ontvangen om verder te kunnen.
Geef hen Uw woord van de adelaar en laat Uw woord, als een zegen van kracht en bemoediging, neerdalen op een ieder van hen.

In Jezus' Naam.

- Amen –

En nogmaals, ook nu, ruim tweeënhalf jaar later, zeg ik: 'Amen'

zondag 27 oktober 2013

De mens wikt, maar Gods beschikt

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (92)

Al geeft u mij al uw goud en zilver, dan nog zou ik alleen kunnen doen wat de HEER mij beveelt.
Numeri 24:13

In het verhaal van Bileam is ongetwijfeld het fragment met de sprekende ezel het meest bekend, met daaraan gekoppeld het feit dat Bileam het volk Israël alleen kan zegenen en niet vervloeken zoals koning Balak dat van hem vroeg.

Als ik vanmorgen dit verhaal opnieuw lees en overdenk, dan wordt opnieuw mijn hart gevuld met een diepe rust en vrede, door de grootheid van mijn God.
Want boven alles blijkt uit dit gedeelte dat de mens wikt, maar God beschikt.
De mens kan allerlei plannen maken of hebben, maar God is, en blijft, Degene die het uiteindelijk, altijd en in alles, voor het zeggen heeft.

Balak wil het volk Israël laten vervloeken, omdat hij bang is; bang door de verhalen die hij over hen had gehoord, maar nog meer door hun gigantische aantal.
Bileams reputatie deed hem naar hem toegaan om het volk te laten vervloeken, want duidelijk was, dat wie Bileam vervloekte, vervloekt zou zijn en wie hij zou zegenen, gezegend zou zijn.
Maar hoe anders pakt alles in dit geval uit.

Als Bileam uiteindelijk bij Balak komt, kan hij niets anders dan het volk Israël zegenen.
Tot drie keer toe, spreek hij een zegen uit over dit volk.
Toen hij voor de derde keer ging spreken, werd hij zelfs vervuld van Gods Geest, staat er in Numeri 24:2.

Koning Balak is woedend, maar Bileam kan gewoon niets anders.
Hoe graag hij misschien ook gewild zou hebben vanwege de vorstelijke beloning, in dit geval had hij simpelweg gewoon geen keuze.
Hij kon alleen die woorden spreken die God hem ingaf te spreken en dat waren woorden vol zegen, profetische woorden.

‘Hoe kan ik dit volk vervloeken als God het niet vervloeken wil?
Hoe kan ik het verwensen, als de HEER het niet verwensen wil?


Ik kan alleen maar doen wat de HEER mij heeft opgedragen.

Hij heeft me opgedragen te zegenen.
God heeft gezegend.
Daaraan valt niet te tornen.


Heb ik al niet tegen uw gezanten gezegd dat ik in geen geval tegen het bevel van de HEER, mijn God, kan ingaan?
Al geeft u mij al uw goud en zilver, dan nog zou ik alleen kunnen doen wat de HEER mij beveelt.’


(Num. 23:8,12,20; Num. 24:12)

Bileam sprak de woorden niet omdat het volk Israël zo goed gezind was, maar hij kon gewoon echt niet anders.
O, het goud en zilver had hij maar wat graag willen hebben, maar zonder Gods toestemming, goedkeuring, kon hij niet doen wat Balak van hem vroeg.
Wij mensen kunnen nog zoveel willen of doen, maar één ding is zeker, het is God die uiteindelijk altijd alle touwtjes in handen heeft.

Ja, er gebeuren de meest verschrikkelijke dingen waarvan ik overtuigd ben dat God ze niet wil.
Dat Zijn hart ineenkrimpt bij het zien en horen ervan.
Zijn niet ingrijpen is voor ons soms/vaak onbegrijpelijk, maar het neemt niet weg dat Hij een plan, een bedoeling heeft met alles.
Het verhaal van Bileam toont mij een God, die boven alles staat.

De mens wikt, …
… , o, wat denken we het allemaal goed voor elkaar te hebben en het beter te weten.
O, welk een rechten denken we niet te hebben en daarna te handelen.
O, welk een zelfbeschikkingsrecht eigenen we ons niet toe …
… maar God beschikt.

Het moment komt eraan dat heel de wereld zal zien en horen, dat Hij het is die het voor het zeggen heeft.
Vroeger, nu, en tot in alle eeuwigheid.


Hoe groot bent U, o God,
mijn Koning en HEER.

U liegt niet,
noch verandert U
zomaar van gedachten.

U belooft niet
en laat het na;
noch doet U een aankondiging,
en laat het niet doorgaan.

Aan wat U zegt,
of wat U doet,
valt niet te tornen,
wij kunnen op U aan.

U bent trouw en betrouwbaar,
eerlijk een rechtvaardig;
U bent de HEER,
van de hemelse machten.

O, hoe groot bent U,
mijn God, koning en HEER.

vrijdag 25 oktober 2013

Geef mij weer aanzien!

Wilt U komen en mij troosten?
Wilt U mij weer aanzien geven?

Psalm 71:21
(Het Boek)

Ik heb een klein boekje  dat heet: 'Fluistergebeden voor vrouwen'.
Korte, eenvoudige gebeden, soms ook wel 'ademgebeden' genoemd.
Bijvoorbeeld: 'Wees mijn rotst, o Heer', of 'wees mijn veiligheid, o Allerhoogste', of 'Heer, help mij', of 'Heer, zegen ...', of 'Heer, ontferm U over ...'.

Het boekje stond eigenlijk al een tijdje wat verloren ergens op een kastje, maar afgelopen week stond ik een keer stil bij dit kastje en keek naar wat er allemaal opstond.
Mijn oog werd naar dit kleine boekje getrokken en ik nam het mee naar mijn plekje bij het raam.
Ik bladerde wat en stopte bij de bladzijde waar ik ooit was blijven steken; erg ver was ik nog niet gekomen, merkte ik wel.
Bovenaan de bladzijde staat: 'Geef mij weer aanzien'.

Veracht, vernedert, uitgelachen, belachelijk gemaakt, zijn de woorden waar het stukje mee begint en ze raken me diep.
Hoeveel mensen zijn er wel niet, die dit aan de lijfe hebben ondervonden en daardoor verschrikkelijk beschadigd zijn geraakt.
En hoeveel mensen zullen er wel niet zijn, die dit dagelijks nog ondervinden ...
O Heer, ontferm U ...

Schaamte, minderwaardigheidgevoelens, onzekerheid; gevoelens die hier weer uit voort kunnen komen.
De één zal terugvechten, de ander echter haar hoofd laten hangen.
De één zal proberen nog beter te presteren, terwijl de ander zich verstopt en wegkruipt.
O, wat ken ik deze laatste gevoelens!
Je hoofd laten hangen, verstoppen, wegkruipen.
Maar toch ...

'Wilt U komen en mij troosten? Wilt U mij weer aanzien geven?,' zegt de tekst uit Het Boek.

De GNB die ik persoonlijk iedere dag gebruik zegt het zo: 'Troost mij ook nu, herstel mij in mijn eer.'
Gelijk gaan mijn gedachten  naar zo'n vier jaar geleden naar mijn eerste Vrouwenconferentie van 'His word stands 4 ever'.
Wat een geweldige dagen waren dat en wat was het thema toepasselijk.
Wat sluit het hier feilloos bij aan ...
Het thema was 'In ere hersteld'* en voor mijzelf werd het ook een weekend, waarin ik het ook aan mocht nemen.
'Geef mij weer aanzien', een fluistergebed voor als  mensen op je neer kijken, voor als je je schaamt voor jezelf, voor als je reputatie is besmeurd, voor als je afgewezen bent, voor als je God hebt teleurgesteld.'*

Blijf God maar bestoken met je gebed!
Denk maar aan de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter; uiteindelijk luisterde hij.
Zou God het niet des te meer doen?
(Lucas 18:1-8)


* Citaat boekje
* Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 1
   Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 2
   Vrouwenconferentie 'In ere hersteld' 3

maandag 21 oktober 2013

Zeesterren op het droge



Op een strand in India liggen honderden, zo niet duizenden zeesterren.
Door de brandende zon drogen ze uit en gaan ze dood.
Op een dag loopt een jongen langs het strand en gebukt speurt hij naar nog levende zeesterren.
Hij pakt ze op en gooit ze terug in zee.
Op een gegeven moment komt er een grijze, wijze, verstandige man aangelopen.
Hij bekijkt het tafereel van een afstand en loopt vervolgens op de jongen af.
De verstandige, wijze, grijze man vraagt: 'Jongen, wat ben je daar aan het doen?'
'Ik vis de levende zeesterren ertussen uit en gooi ze terug in zee.'
'Ja, maar moet je zien hoeveel er op het strand liggen.
Het is water naar de zee dragen, wat maakt het voor verschil?'
De jongen kijkt rond en zoekt een levende zeester, pakt hem op en zegt: 'Voor al die andere zeesterren maakt het misschien niet zoveel uit, maar voor deze wel,' en hij gooit hem terug in zee.

Het gaat om de enkeling.
Je kunt niet de wereld veranderen, maar wel het leven van die ene persoon.


Bron onbekend.

zaterdag 12 oktober 2013

Omdat je het waard bent!

Omdat je het waard bent!
Een kreet die ons dagelijks tegemoet komt door de reclame.
Je bent het waard, maar de dingen die we volgens de reclame mogen doen omdat we het waard zijn, zijn allemaal vergankelijk en in wezen leeg en zonder betekenis.
Want hoe we ook ons best doen, onze uiterlijk mens vergaat.

Er is echter ook Iemand anders die deze woorden ook eens gezegd heeft en ze nog steeds zegt, tegen een ieder van ons.
Alleen is wat Hij te bieden heeft, omdat je het waard bent, heel iets anders.

Omdat je het waard bent...
Niet omdat je er recht op hebt.
Je bent kostbaar …
Niet om wat je doet of hebt gedaan.
Maar gewoon om wie je bent!
Je bent het waard, dat Ik …

Ach, hoe moeilijk is dit soms om zo maar te pakken, aan te nemen, van jezelf te zeggen.
Kostbaar, want dat betekent immers: van grote waarde, erg duur, prachtig, voortreffelijk, heel belangrijk.
Hoe zouden we dit toch van onszelf kunnen en durven zeggen?
Moet je me eens zien …
En toch …

Toch is dit wat God, wat Jezus, zegt tegen een ieder van ons: Je bent kostbaar!
Je bent kostbaar in Mijn ogen!
Je bent van grote waarde!

Voor Mij maakt het niet uit wat je doet of hebt gedaan.
Ik kijk niet naar waar je woont, en of je wel of geen werk hebt.
Ook het soort werk dat je doet is voor Mij van generlei betekenis.
Het interesseert Mij niet of jij wel of niet op vakantie bent geweest, en hoe of waar.
En het huis waar je woont?
Ach, al woonde je op een hutje op de hei; het zijn allemaal zaken die voor Mij van geen belang zijn.
Want bij Mij draait alles om jou en jou alleen!
Jij bent kostbaar voor Mij om wie je bent en niet om wat je doet of hebt gedaan, bezit of niet bezit.

Ik heb jou geschapen, Mijn hand heeft jou gevormd: Ik ben trots op jou!
Je bent voor Mij zo belangrijk!
Je bent prachtig, voortreffelijk, van zulk een grote waarde!
Haal jezelf toch niet steeds zo naar beneden met: ik ben maar …

Ik weet wat je voelt.
Ik weet hoe je naar jezelf kijkt.
Ik weet wat andere mensen over je zeggen, tegen je zeggen, of welk gevoel ze je kunnen geven.
Maar jouw gevoel is niet in overeenstemming met wat Ik over jou zeg.
Is niet in overeenstemming met hoe Ik jou zie, naar jou kijk, over jou denk.

In Mijn ogen ben je kostbaar!
Gewoon om wie je bent!
Zal Ik je eens wat zeggen: je bent van zulk een grote waarde, dat Ik Mijn leven gaf voor jou om jou te redden.
Al zou jij de enige ter wereld zijn geweest die gered moest worden, dan nog zou Ik voor jou zijn gestorven om jou te redden.
Zo kostbaar ben jij voor Mij!
Er is geen andere wijze waarop Ik meer kan laten zien hoe kostbaar jij wel niet bent.

Onthoud dit, Mijn lieve kind:
‘Je bent het waard dat Ik voor jou stierf!’
En mocht je op de reclame weer eens horen:Omdat je het waard bent …!
Denk dan aan Mij, aan Mijn woorden:

Omdat jij het waard ben, stierf Ik voor jou!
 
 

donderdag 10 oktober 2013

I Built My House Upon a Stone

 Aan het Lam van God,
die mij bij name kent,
zij al de glorie,
al de eer,
al de lofprijs.
 

I built my house upon a stone
A stone so rarely built upon
I feel quite foolish and naïve
I learned to lead from God's own son
A man rejected by his own
His only throne a cross of shame
Jesus, Jesus
To the lamb of God
Who knows me by my name
All the glory
All the honor
All the praise
To the one my future hope
Depends upon
I am trusting
I am trusting You my God

My story's crazy but it's true
It started out confusing too
And just gets stranger by the day
And, that's ok
I've been the blind man on the road
I've been the boy coming back home
I've been the sinner and the saint
But the love of God has never changed
To the lamb of God
Who knows me by my name
All the glory
All the honor
All the praise
To the one my future hope
Depends upon
I am trusting
I am trusting You my God
 
 

dinsdag 8 oktober 2013

Hoeveel te meer; als wij vragen ...

Is er een vader onder jullie die zijn kind een slang zal geven als het om vis vraagt?
Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
Ondanks jullie slechtheid weten jullie je kinderen dus goede dingen te geven.
Hoeveel meer zal dan de Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen!

Lucas 11: 13
GNB

Gistermorgen waren dit de woorden voor mijn Stille Tijd met een overdenking uit het dagboek van Andrew Murray ‘Gods beste geheimen’.
Nu, zo net na de conferentie, raken deze woorden me diep.
Als tijdens de conferentie het verlangen in mij groeide om uit te mogen delen (zie vorige stukje), en ik dan deze woorden lees, dan vind ik dit zo bijzonder.
Naadloos sluit het bij elkaar aan, want hoe zou ik ook maar iets kunnen doen zonder de Heilige Geest?

De overdenking van Andrew Murray zet me er nog eens extra bij stil.
Het is niet alleen vragen en dat we dan zullen ontvangen, maar God wil eigenlijk niets liever dan  Zijn Heilige Geest geven.
Want hoe belangrijk is Zijn Geest wel niet!
Hoeveel te meer zal de Vader geven …!!!
Hoeveel te meer, oftewel des te meer, zal Hij de Heilige Geest geven als wij erom vragen.
Hoeveel te meer, dan de goede dingen die wij mensen doen terwijl wij van nature slecht zijn.
Hoeveel te meer ...
Zoveel meer ..., zoveel meer wil Hij geven.
Zoveel meer, ... als wij vragen.

Terwijl ik dit las en tot me door liet dringen gingen mijn gedachten naar wat we soms wel bidden: bedauw mij met Uw Geest, of bedauw hem/haar met Uw Geest.
Bedauwen met Uw Geest …
Het woordje bedauw heeft, hoewel het een goedgekeurd bestaan woord is, geen duidelijke betekenis, maar als we denken aan het woordje dauw, dan is wat we bedoelen wel duidelijk.
En ik vond het eigenlijk ook altijd heel erg mooi om te bidden: bedauw mij, bedek mij.
Maar dauw is eigenlijk slechts een laagje van kleine waterdruppeltjes.
Terwijl ik daar zo over zat na te denken, had ik ineens zoiets van, Heer, ik wil eigenlijk meer dan alleen een laagje, ik wil doordrenkt worden met Uw Geest.
En even had ik zoiets van, dat moet ik anders gaan doen in mijn gebed; niet meer bedauw mij.
Maar met het schrijven van deze woorden gaan mijn gedachten ineens naar Gideon en zijn ‘schapenvachtjes’. (Richteren 6:33-40)
Zegt de Bijbel ook niet dat zijn vacht doordrenkt was van de dauw, ja, zelfs zo nat dat er na het uitwringen een schaal vol water was?
Ja, op zo’n manier wil ik wel bedauwt worden met Zijn Geest.
Dit is bedauwt tot doordrenkt toe.

Hoeveel te meer zal dan zal de Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen!
 

Ik bid U, Vader,
om Uw Heilige Geest.
Bedauw niet slechts
mijn hart,
maar doordrenk het
tot overstromens toe,
opdat mijn leven U,
in woord en daad,
zal behagen.

Ik bid U, Vader,
om Uw Heilige Geest.
Stort met Uw Geest
Uw liefde uit in mijn hart,
opdat mijn leven,
door Uw liefde,
mensenharten raakt;
hen zal bemoedigen
en schragen.

- Amen -



maandag 7 oktober 2013

Onderweg (Vrouwenconferentie 2013)

De conferentie is weer voorbij; wat gaat dat toch altijd snel!
Zo zit je in de auto op weg er naar toe, en voor je er erg in hebt, zit je alweer thuis op de bank.
Hoe goed is het daarom om nog eens even terug te kijken.
Aangezien het gister ook mijn trouwdag was (30 jaar; bijzonder niet waar) ben ik toen niet meer achter mijn laptopje gekropen zoals ik anders altijd doe.
Maar goed, het weekend was ook anders dan anders voor mij.
Bij aankomst lag er, zoals altijd, een warm welkomstpakketje voor ons klaar.
Het thema van deze conferentie was: ‘Onderweg’ en dus lag er dit keer op een ieders bed een knapzak met wat verkwikkingen voor onderweg en een Bijbeltekst op de voet die aan de knapzak vast zat.
De versnaperingen waren voor een ieder hetzelfde, maar de teksten verschillend.

Voor mij was dit een prachtige tekst uit Psalm 18 en wel vers 31, waar staat:

‘God is volmaakt,
de Heer kun je op Zijn woord vertrouwen;
een schild is Hij voor wie bij Hem schuilen.’

Wat een prachtig waar woord.
Och, er zijn vele momenten in mijn leven geweest dat ik het zo niet kon ervaren, maar waarvan ik achteraf zag, dat het weldegelijk waar is.
Dat God werkelijk te vertrouwen en een schild is.

Ik zorg altijd dat ik zo vroeg mogelijk op de conferentie ben, zodat ik voordat het programma begint, nog even tijd heb om hier mee bezig te zijn, eventueel wat te schrijven wat ik mij boven komt, of om gewoon even vast te genieten van de rust en het even voor een paar dagen niets hoeven te doen.
Terwijl ik zo op mijn kamertje zit en achter het tafeltje met mijn schrijfblokje voor me, verrast het me, dat ik totaal geen drang, behoefte (kan het juiste woord even niet vinden) heb om maar te schrijven.
Vreemd, er komt buiten een klein gedichtje nav. de Psalm die ik mocht ontvangen, niets op papier.
Ik weet nog niet goed wat ik er mee aanmoet en als het tijd is om naar beneden te gaan omdat het programma begint, loop ik een beetje onwennig naar beneden.
Ook later, na het welkom, maar ook na de maaltijd, en zelfs na het eerste avondprogramma, is er nog steeds helemaal niets, maar tegelijk wel een rust van ‘het is goed’.
Ik drink nog wat, terwijl ik met mijn minidisk nog muziek luister en zoek vervolgens mijn bedje op.

De volgende dag zit ik me nog te bedenken hoe ik het dan toch aan zal gaan pakken, ik schrijf toch immers met/na iedere conferentie het nodige.
Maar in de loop van de dag valt alles op zijn plaats.
’s Middags hebben we een workshop, dat is altijd zo; op de 2e dag zijn er altijd workshops waar uit je kunt kiezen en deze keer was de keuze voor mij een boekje maken met ‘Gedenkstenen’, of een 'koffertje' met ? , dat is voor iedereen verschillend.
Daar ik al genoeg geschreven heb - schriften, bloknootjes en natuurlijk mijn Blogs niet te vergeten -, viel mijn keuze op het koffertje.
Toen ik na de warme maaltijd (we eten daar altijd tussen de middag warm) naar mijn kamer ging, wist ik binnen no-time wat voor koffertje het moest worden.

Vele jaren ben ik naar (verschillende) conferenties geweest waar ik bijna alleen maar gericht was op ontvangen.
Leeg, of vol wanhoop, pijn en verdriet, en dus altijd op zoek naar iets van God wat genezing zou brengen, of me de weg zou wijzen, of uitkomst zou brengen, of een woord, een profetie of …
Maar nu, nu was het zo anders; ik ben zo anders.
Ik wil niet schrijven om dat heling in te vinden.
Ik wil niet schrijven in de hoop dat God iets speciaals voor mij heeft of tegen mij zegt.
Er is geen wanhoop, geen pijn en ook geen verdriet.
Het laatste restje van pijn en verdriet dat er was van het telefoongesprek afgelopen zomer is de avond ervoor tijdens de overdenking van Psalm 23 weggenomen.
Ja, letterlijk weggenomen, alsof er een hand in mijn hart kwam en de angel van pijn, verdriet en bitterheid over de afwijzing er uit haalde.
Zo maar, vanuit het niets was daar ineens dat moment.
O ja, ik had wel vorige week nog zo gebeden of God mij wilde helpen om te vergeven, het opnieuw een plek te geven, want ik kon het niet, niet meer, niet weer.
Maar ik wist dat het moest, wilde ik verder kunnen.
Ik had er helemaal niet aan gedacht nog op de conferentie, tot het moment waarop het ineens werd weggenomen en ik ervoer dat liefde mijn hart vulde.
Liefde van God voor mij: je bent geliefd, waardevol, kostbaar zoals je bent.
Wat ik mag doen, is kostbaar en waardevol.
Ik hoef niet iemand anders te zijn of te worden dan wat God heeft bedoelt en niet wat een ander graag wil.
En daardoor was er ruimte voor heel iets anders.
Ruimte om mijn koffertje te vullen met alles wat ik deze conferentie (en daar buiten) van God mag ontvangen, om het vervolgens weer uit te delen.
En de tijd die we zaterdags ’s middags ook altijd voor onszelf hebben (van na het warme eten tot half vier) heb ik gebruikt om alle Bijbelteksten die reeds genoemd waren in de overdenkingen op te schrijven en eer dat het half vier was, had ik al een heel stapeltje met briefjes vol woorden van God.
Mij restte alleen nog maar om de schoenendoos die we tot koffertje moesten omtoveren zo mooi mogelijk te maken.
Ik nam de grootste schoenendoos, want groot was (en is) mijn verlangen om veel van God te ontvangen om uit te kunnen delen.
Hoe, wat en wanneer?
Daar heb ik geen idee over of van, ik weet alleen dat mijn koffertje een koffertje is om van uit te delen.

Toen wist ik ook waarom ik niet van alles en nog wat hoefde op te schrijven waarover gesproken is, want dat deed er niet toe.
Het gaat om Gods woord, dat was wat telde, dat is er om uit te delen.
Vanuit van wat ikzelf van God heb mogen ontvangen, heb mogen/mag leren, getuigen.
Sterker dan ooit is mijn verlangen om te bemoedigen, om te troosten vanuit Gods woord.
Te getuigen van de kracht van Gods woord.
Want wat Hij voor mij heeft gedaan en wat Hij voor mij doet door Zijn woord heen, wilt Hij voor een ieder van ons doen.

Als we het weekend afsluiten met getuigenissen, deel ik de achterliggende gedachte van mijn koffertje, mijn verlangen,  en eindig met het een gedichtje van de tekst die ik aan het begin heb ontvangen.

Onderweg

Ik ben onderweg
met de volmaakte God
aan mijn zij.
Hem kan ik vertrouwen,
nimmer breekt Hij
Zijn woord aan mij.
Als ik een schuilplaats
nodig heb, ga ik
vlug naar Hem.
Hij beschermt mij als
een schild, terwijl ik luister
naar Zijn liefdevolle stem.

vrijdag 4 oktober 2013

Even weg ...

Vandaag is het weer zover en laat ik man en kinders even een paar dagen alleen.
Eén keer per jaar geniet ik van een paar dagen weg naar de Vrouwenconferentie van 'His word stands 4 ever'.
Door de drukte van de afgelopen weken en het feit dat ik niet helemaal fit was, staat het nog vrij ver van mij af en heb ik nog niet echt het besef van dat het toch vandaag al zover is.
En dat terwijl ik al verschillende spulletjes klaar heb staan.
Heel gek eigenlijk.
Maar goed, vanmorgen in huis nog even de laatste dingetjes doen, de laatste boodschapjes in huis halen en mijn koffertje inpakken en dan ben ik er vanmiddag helemaal klaar voor.
Het onderwerp voor deze conferentie is 'Onderweg'.
Ik zie uit naar waar we heen gaan en waar we allemaal langskomen en ook even stil blijven staan.

Het wekelijkse stukje en gedicht (de één na laatste, want daarna is het kalendertje van Beth Moore afgelopen) voor op 'In rust met U' zal hierdoor pas zondag laat in de middag of begin van de avond verschijnen.

Iedereen een heel fijn  weekend toegewenst en Gods rijke zegen.









Liefs Rita