woensdag 17 april 2013

De Allerhoogste God

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...   (70)


Toen ging Nebukadnessar naar de deur van de oven en riep: ‘Sadrak, Mesak en Abednego, dienaars van de allerhoogste God, kom eruit!’
Onmiddellijk kwamen ze uit het vuur tevoorschijn.

Daniël 3:26

Wat moet dit een indrukwekkend moment zijn geweest.
Het vuur, dat zo heet is opgestookt dat de  mannen die Sadrak, Mesach en Abednego er in moesten gooien zelf verbranden, doet deze drie mannen niets.
Ze lopen er zelfs vrij in rond en … ze hebben gezelschap gekregen.
Ik weet alleen niet wat de meeste indruk maakte, dat deze drie mannen er vrij en ongedeerd in rondliepen of dat er ineens een vierde man bij liep.
Maar één ding is duidelijk: Nebukadnessar schrikt zo erg dat hij aan zichzelf begint te twijfelen en direct gaat navragen.

‘We hebben toch drie mannen in het vuur gegooid?
Ze waren toch vastgebonden?
Maar nu lopen er vier mannen rond en ze zijn ongedeerd!
En die vierde lijkt op een godenzoon.’


Zou Nebukadnessar teruggedacht hebben aan nog maar even kort te voren toen hij deze mannen vroeg welke god hen nu nog zou kunnen redden uit zijn macht?
Zou hij hebben teruggedacht aan hoe woedend hij werd toen zij antwoordden dat hun God hen weldegelijk kon redden als Hij zou willen, maar dat als Hij het niet zou doen, zij nog steeds niet voor zijn beeld zouden knielen en het aanbidden.
Zou hij zich nog herinnerd hebben dat hij toen zo boos was, dat zelfs zijn hele gezicht vertrokken was?

Op het moment dat hij de bevestiging krijgt, loopt hij op de oven toe en roept: ‘Sadrak, Mesak en Abednego, dienaars van de allerhoogste God, kom eruit!’
Nu noemt hij hen: dienaars van de Allerhoogste God.
Hoe kort was het nog maar geleden dat hij hen schamper toesprak dat niemand hen kon redden.
En nu?
‘Dienaars van de Allerhoogste God!’

De mannen worden nog eens van alle kanten bekeken, maar ze zien geen schroeiplekje, helemaal niets; zelfs geen brandlucht is er te ruiken.
Tot welk een getuigenis komt Nebukadnessar dan: ‘Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hun God.’

Sadrak, Mesach en Abednego weigerden te buigen voor het gouden beeld van Nebukadnessar.
Zij weigerden iemand anders te aanbidden dan God alleen.
Zij waren bereid hun leven te geven in hun liefde en trouw aan God.
En God zag en hoorde …
En handelde …

Vader God, wat bent U een groot en geweldig God!
Hoe indrukwekkend zijn Uw daden!
Wat snoert U op bijzondere wijze de goddeloze de mond en drijft hem tot de belijdenis dat U, en U alleen de Allerhoogste God bent.
Welk een voorbeeld is dit verhaal voor ons.
U ziet en hoort en redt!
U bent de Levende God!

- Amen -

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen