dinsdag 1 april 2025

Mijn moesje

... in liefdevolle en dankbare herinnering ...


Ik richt mijn hart op de Heere,
want mijn hulp komt van Hem,
Die hemel en aarde geschapen heeft.
Hij, Die sluimert noch slaapt,
zal mij voor wankelen behoeden;
Hij is het, Die mij in liefde omgeeft.

Gister plaatste ik dit gedichtje als BemoedigingsMomentje op dit Blog; in gedachten zijnde bij vandaag, de dag dat het vijf jaar geleden is dat de Heere mijn moesje thuishaalde.
Psalm 121 was haar lievelingspsalm.
Vanaf de dag dat mijn jongste broertje verongelukte is het deze Psalm geweest die haar ondersteunde in haar verdriet, die haar de kracht gaf die zij nodig had, en haar hielp om door te gaan ondanks de pijn van het verdriet, het gemis en de lege plek die hij achterliet.

Het is niet het eerste gedichtje dat ik na aanleiding van deze Psalm schreef, en toch is deze heel anders.
Als ik net het Blogje van 5 april 2020 teruglees, -een paar dagen na haar overlijden, en daarmee ook het gedichtje dat ik toen schreef naar deze Psalm, dan voelt het ineens alsof dit kleine gedichtje de echte afsluiting is van dat gedicht, namelijk het antwoord daarop.
Weg is het zoeken, weg zijn de vragen, weg is elke onzekerheid in deze woorden.
De keuze is gemaakt: Ik richt mijn hart op de Heere!
Mijn hulp komt van Hem, Degene Die alles geschapen heeft en alles in Zijn hand heeft.
Die nooit slaapt, zelfs niet even doezelt, maar altijd waakzaam is, ons ziet, ons hoort, met ons is begaan.
Die ons elke dag wilt ondersteunen, dit ook doet, en wat wij ook zullen ervaren als wij Hem toelaten.
Die ons liefheeft met een eeuwige liefde.

Hoewel er vandaag weer tranen zijn, -soms komen herinneringen zo sterk binnen, haar overlijden was immers niet het enige dat speelde in die tijd, zijn het wel tranen die een weer een stukje genezing brengen van waar toen geen tijd en geen kans voor was door haar overlijden.
Wat hebben we toch een liefdevolle God en Vader, dat Hij ons tranen om te huilen heeft gegeven; tranen die ontladen, schoonwassen, stukjes pijn en verdriet meenemen, terwijl Hij ze verzamelt in Zijn kruik.

Vandaag is ook een dag vol dankbaarheid, omdat de Heer haar met het thuishalen, haar bewaarde voor meer pijn en verdriet.
Dankbaarheid, omdat ze herenigd is met mijn vader en haar jongste zoon.
Dankbaarheid, om het voorbeeld dat ze achterliet in de manier waarop zij omging met haar naderende einde.
Dankbaarheid, omdat ik in de afgelopen jaren mocht ervaren, dat God de lege plek die zij achterliet, innam; immers, nu zij weggevallen was, bracht het mij alleen nog maar meer bij Hem.

En zo eindig ik dit ‘in liefdevolle herinnering’ blogje met een dankbaar hart, waardoor het echt een 'in liefdevolle en dankbare herinnering' is.

Op deze dag vol herinneringen,
wil ik niet alleen terugdenken,
maar U bovenal bedanken, Heer.
Danken, voor Wie U bent,
voor Uw nimmer aflatende zorg,
voor Uw troost, hulp en kracht.

Danken, voor de ontfermende liefde
waarmee U mij steeds omgaf en geeft,
en al mijn dagen nog omgeven zult.
Dank U, dat U er altijd was en bent,
en dat U er ook altijd zult zijn, elke dag.
Dank U, dat U boven op mij wacht.

💕 In liefdevolle, en dankbare herinnering aan mijn moesje ✞ 1-04-2020💕   
>> 5-04-2020 - Mijn hulp is van de Heere


maandag 10 maart 2025

Alleen ...

Gedachten bij Hoofdstuk 8 van het boekje ‘Pluspunt’ van Tineke Tuinder -Krause.
Een schrijfboek over aantrekkelijk ouder worden.


Het is bijna een jaar geleden dat ik wat schreef n.a.v. dit boekje.
En opnieuw moet ik bekennen dat ik het wel een paar keer in mijn handen heb gehad, maar dat ik niet wist wat ik toch met het volgende hoofdstukje aan moest, en ja, dan blijft het liggen.
Soms bekroop me ook het gevoel dat ik misschien maar beter niet met dit boekje had kunnen beginnen, zo oud was en ben ik immers nog niet, en toch …
Ik vind het gewoon fijn om dingen te lezen en er al schrijvend over na te denken.
En, laten we eerlijk zijn, wat nu niet is, kan nog wel altijd komen, en dan is het nooit verkeerd om alvast eens over bepaalde dingen nagedacht te hebben.

Het hoofdstukje voor deze keer gaat namelijk over alleen zijn; hetzij doordat je geliefde is overleden, of omdat je nooit getrouwd bent geweest.
En ja, daar liep ik nu tegenaan.
Ik ben geen weduwe, noch weet ik wat het is om alleen ouder te worden zonder ooit getrouwd te zijn geweest.
Dus hoe zou ik hier ooit iets over kunnen zeggen?
En zo kan ik dus ook op de vragen en de te overdenken gedachten en ideeën geen antwoord geven.
Toch besluit ik om er niet meer voor weg te lopen, want al kan ik niet schrijven vanuit ervaring, ik kan wel in eigen woorden iets delen van wat de schrijfster zegt in dit hoofdstukje, als ook enkele Bijbelteksten die zij geeft, en een mooi citaat,
En misschien kan één van mijn gedichten, ook al zijn ze niet geschreven vanuit ervaring, toch tot troost en bemoediging zijn. 


Jesaja 46:4 
‘Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, 
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen;
 Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.’


Van de schrijfster (beknopt en in eigen bewoordingen):
‘Alleen zijn; degene die je lief en dierbaar was is er niet meer, voorbij is het samenzijn en alles wat daarbij hoort.
Nooit getrouwd; maar met het ouder worden, het minder kunnen, het wegvallen van mensen om je heen …, kunnen leegte en stilte je aangrijpen, en je doe afvragen naar de zin van het leven.
En ze wijst op de zegen van het door de jaren geleerd hebben van je openstellen voor wie God op je pad bracht en gesloten en onderhouden vriendschappen.
Hoezeer heeft een mens dit vooral niet nodig als je alleen komt te staan.
Maar ze wijst er ook op dat het nooit te laat is om er anders als nog mee te beginnen als je er voor die tijd geen kans toe hebt gehad.
De mooiste bemoediging vind ik in het laatste dat ze schrijft:
‘Maar blijf bovenal de God van de weduwen en de wezen zoeken, Die jouw lege handen vult met Zijn genade en volheid.’

Psalm 68:5-7
‘Zingt Gode, psalmzingt Zijn naam … Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen,
God in zijn heilige woning; God, die eenzamen in een huisgezin doet wonen, …’

Psalm 37:25 
‘Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden, maar ik heb de rechtvaardige nooit verlaten gezien, of zijn nageslacht op zoek naar brood. De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, en zijn nageslacht is tot zegen.’


Wees maar niet bang!

Nu ben ik alleen.
Mijn huis is leeg.
Geen stem weerklinkt.

Voelbaar is de stilte.
Tastbaar de leegte.
Kwetsbaar de eenzaamheid.

Geen luisterend oor.
Geen arm om mij heen.
Geen warm kloppend hart.

O Heer, het valt mij zo zwaar.
Het alleen zijn, de eenzaamheid.
Het drukt zo op mij neer.
Ik mis zijn stem,
zijn gelach en zijn gemopper.
Alles, alles is nooit meer.

Nooit meer.
Nooit meer.
Wat doen deze woorden pijn.
Nooit meer.
Nooit meer.
Niets zal ooit nog hetzelfde zijn.

Lieve Vader in de hemel,
neem mij toch in Uw armen.
Draag mij waar ik niet kan staan.
Vul mijn hart
met Uw erbarmen.
Zonder u kan ik
alleen niet verder gaan.

‘Mijn lieve kind,
wees maar niet bang.
Want Ik ben altijd bij je.
Kijk maar niet angstig rond,
want Ik ben jouw God.
Ik zal je sterk maken.
Ik zal je helpen.
Ik zal je ondersteunen.
Ik ben je behoud.
Want IK, de Heer,
ben jouw God,
Ik sta jou terzijde.’


Jesaja 41:10,13
'Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.
...
Want Ik ben de HEERE, uw God, Die uw rechterhand vastgrijpt
en tegen u zegt: Wees niet bevreesd, Ik help u.'

zaterdag 1 maart 2025

Dank God in alles!

Vandaag weer een blogje van mijn oude Blog.
Deze keer heb ik hem in zijn geheel, zonder enige verandering, overgenomen.
Het gedichtje aan het eind is wel nieuw; de woorden van het eerste coupletje waren na het overnemen van dit blogje gewoon in mijn hoofd, en de rest volgde bijna als vanzelf.

'Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.'
1 Thessalonicenzen 5:18
(SV)

Dankbaar zijn.
God danken ongeacht de omstandigheden.
Ik moet bekennen dat me dat niet altijd even makkelijk afgaat en soms lukt het me zelfs helemaal niet.
Dan beheersen de omstandigheden mij zo, dat ik geen woord van dank over mijn lippen krijg.
En als ik het dan toch probeer, Hem toch ga danken, dan weerklinkt het volgende woordje in mijn oren: Huichelaar, huichelaar.
Ik blijf het horen, en terwijl ik diep in mijn hart eigenlijk beter weet, laat ik mij het zwijgen opleggen door dat kleine, vervelende stemmetje in mij.

Dankbaar zijn.
God danken ongeacht de omstandigheden.
Nee, het gaat me niet altijd even makkelijk af, maar de woorden van John G. Mitchell hebben mij wel geholpen om het te leren wel te doen, te kunnen, zij het met vallen en opstaan.

'Danken wanneer je daar eigenlijk weinig voor voelt,
is geen huichelarij, maar gehoorzaamheid.'

Deze woorden zijn gebaseerd op wat er staat in bovenstaande tekst: 'Wees onder alle omstandigheden dankbaar; dat wil God van u in Christus Jezus.' (GNB)
Hoe vaak had ik deze tekst al niet gelezen zonder te beseffen dat het God’s wil is dat ik Hem dank onder elke omstandigheid.
God zegt mij niet dat ik Hem moet danken als ik mij bij bepaalde omstandigheden dankbaar voel, maar dat het Zijn wil is dat ik Hem dank onder alle omstandigheden.
Gevoelens worden niet eens genoemd, die doen er niet toe, want het is een opdracht van God aan mij, aan ons.
Dat betekent dus, dat het nooit huichelarij kan zijn, want als ik Hem dank, dan is dat uit gehoorzaamheid aan Zijn woord.


Daarbij heb ik nog iets ontdekt.
Als ik Hem ga danken voor wie Hij is, ga uitspreken al wat Hij reeds heeft gedaan en nog zal gaan doen, dan verandert er iets in mij.
Dan lijkt het of mijn problemen kleiner worden; mijn gevoelens veranderen, rust en vrede veroveren mijn verontrustte, bezorgde, vermoeide hart.
Nee, er verandert eigenlijk niet per direct iets aan de situatie of de omstandigheid waarin ik verkeer, maar alles komt in een ander perspectief te staan.
Mijn problemen 'worden' kleiner, omdat God centraal komt te staan en níet wat mij bezighoudt of in beslag neemt.
Mijn zicht verplaatst zich van de omstandigheden naar God en door het uitspreken van wie Hij is, ga ik opnieuw beseffen hoe groot God eigenlijk is en hoe machtig.
Dat voor Hem niets onmogelijk is.
Dat Hij zorg draagt voor wat Hem toebehoort.
Geen haar valt immers van mijn hoofd zonder dat Hij het weet!

Danken brengt alles in het juiste perspectief, in de juiste verhouding.
Als ik ga danken, krijgt God de eer die Hem toekomt.
Als ik ga danken, komt er geloof en vertrouwen in mijn hart.
Als ik ga danken, slaat de duivel op de vlucht.
Als ik ga danken, ontvang ik de kracht die ik nodig heb.

Lieve Vader,
dank U wel voor mensen zoals John G. Mitchell, die U gebruikt om mijn ogen te openen voor Uw woord.
Dank U wel, dat U niet opgeeft en tegen mij zegt: 'Kind, het staat er toch zo duidelijk; je kan het toch zelf lezen', maar dat u mijn oog laat vallen op deze woorden, opdat tot mij doordring wat er werkelijk staat.
Dank U wel voor Uw geduld met mij.
Dank U wel voor Uw liefde.
Dank U wel, U bent de Allerhoogste, de Koning der Koningen, de Schepper van hemel en aarde.
U kent en doorgrond mij.
Niets is voor U onmogelijk.
Geen haar zal van mijn hoofd vallen zonder dat U het weet.
Dank U wel, dat ik daardoor mag beseffen hoeveel U om mij geeft en zorg draagt voor mij.
Niets gebeurt buiten u om.
In alles wat er gebeurt, bent U aanwezig en gaat U met mij mee.
Dank U wel, Vader, dat ik nooit alleen sta, wat er ook gebeurt.
Ik prijs Uw grote naam.

- Amen -


God danken in alles,
in elke omstandigheid.
Niet omdat ik het voel,
maar uit pure gehoorzaamheid.

God danken in alles,
in elke omstandigheid.
Tot Zijn glorie en eer,
ja, tot lof van Zijn heerlijkheid.

God danken in alles,
in elke omstandigheid.
Geloof en vertrouwen
worden in mijn hart verspreid.

God danken in alles,
in elke omstandigheid.
Mijn kracht vernieuwt,
verdwenen is hij, die zo misleidt.

zondag 16 februari 2025

Liefde die elkaar ontmoet ...

Het was afgelopen donderdag dat ik een gedeelte las uit de Oppepper van deze week, dat ik erg mooi vond en dit heb ik gistermorgen dan ook op mijn blog geplaats.
(>> Een Be(aan)moediging voor aan het begin van de Dag)
Wat mij vooral aansprak en waardoor ik het gevoel had te moeten delen, was vanwege het kleine verhaaltje waar het stukje mee eindigt en dan in het bijzonder de laatste twee regels:
‘Ze had geleerd dat de eerste aanraking in de ochtend die van Christus moet zijn.
We hebben zijn genezende aanraking nodig voordat we klaar zijn om echt te dienen.’


Vrijdagmorgen las ik uit het Dagboek van Murray.
Een hoofdstukje dat eindigt met zeer indringende woorden, maar waarin ook één zin zat, die gewoon zo binnenkwam bij mij en mijn hart raakte, dat ik wel een gedicht moest gaan schrijven.
‘Christus’ liefde heeft onze liefde nodig waarin deze zich kan openbaren.’

De woorden van het eerste coupletje hadden zich al gevormd in mijn gedachten en vonden in no-time hun weg op het papier.
Hoewel de rest enige tijd vroeg, kwam alles op bijzondere wijze bij elkaar.
Zodanig zelfs, dat ik mij zowaar vergiste in waar het gedichtje nu uit voortkwam toen ik hier een blogje aan wilde wijden en wilde aangeven waar het uit voortkwam.
Het was op dat moment dat ik erachter kwam dat de woorden uit het blogje van gister zich hadden vermengd met wat ik die ochtend las in het Dagboek.
Hoe mooi en bijzonder is dat toch!
Hoe mooi hoe de Heer werkt en samenvoegt!

Het is mijn gebed dat het ook jouw hart mag raken en je doet besluiten om toch de dag -hoe kort het moment ook is, met Hem te beginnen.


Heer,
laat Uw liefde
en mijn liefde
elkaar toch elke dag
ontmoeten;
Uw volmaaktheid
en mijn gebrokenheid
elkaar daar
begroeten.

Genezing zal
mijn hart
en mijn ziel
doorstromen;
nieuwe kracht
en toewijding
daaruit voort
doen komen.

Ja, Heer,
laat Uw liefde
en mijn liefde
elkaar toch elke dag
treffen;
laat mijn ziel
zich toch dagelijks
voor wat ik nodig heb
tot U opheffen.


Het hele citaat van Murray kun je lezen op mijn Blog ‘Quality Time’.

zaterdag 15 februari 2025

Een Be(aan)moediging voor aan het begin van de dag ...

Uit: ‘For a busy day’ door J.R. Miller
👉 Uit de Oppepper van deze week 


Gebed

Psalm 143:6-12
'O Heer, ik steek mijn handen naar U uit. Ik verlang naar U, zoals droog land naar water verlangt. Antwoord mij gauw, Heer, want ik kán niet meer. Laat me niet in de steek, want dan zal ik sterven.
Laat elke ochtend Uw stem horen als U vol liefde tot me spreekt. Heer, ik vertrouw op U. Laat me weten wat ik moet doen, want ik vertrouw op U. Red me van mijn vijanden, Heer. Ik vlucht naar U toe.
Leer me om te doen wat U wilt, want U bent mijn God. Geef me door Uw goede Geest weer rust en vrede. Red mijn leven Heer, om wie U bent. Red me uit mijn moeilijkheden, omdat U rechtvaardig bent. Dood mijn vijanden, omdat U van mij houdt. Vernietig alle mensen die mij bedreigen. Want ik ben Uw dienaar.'

In het geheim van Uw aanwezigheid
Verberg ik mij elke dag
Daar tegen Uw liefdevolle hart geleund
Hoor ik waarheden die ik graag leren mag
Aardse zorgen kunnen er niet komen
Geen plaats voor onrust bij Zijn tedere aangezicht.
Als Satan komt om te verleiden
Vlied ik direct naar Gods geheime Licht

De lieflijkste bloem heeft zonneschijn en dauw van de hemel nodig om haar schoonheid te vervolmaken en haar leven in stand te houden.
Zo heeft het menselijk leven God nodig.
Een schilderij zonder hemel is onvolledig.
Zo ook sterft een dag op aarde zonder zegen als de hemel niet straalt om hem op te fleuren.
We beroven ons eigen hart en verarmen ons leven als we geen gebruik maken van de hulp en vernieuwing die we door gebed kunnen krijgen. 

Gebed brengt ons in de tegenwoordigheid van God.
Het brengt ons de kracht van Christus, overeenkomstig de maat van onze nood en ons geloof.
Wie zonder gebed leeft, leeft zonder God.
Wie een gebedsleven leidt, wandelt dag en nacht met God.
Hoe meer we te doen hebben en hoe meer de zorgen ons omringen, des te meer hebben we het nodig om onze dagen met gebed te beginnen!
Geen dag zou mogen beginnen zonder het ochtendgebed.
We moeten de aanraking van Christus’ hand op ons leven krijgen om ons kalmte en kracht te geven om verder te gaan.


Er bestaat een verhaal over een christelijke vrouw wier leven vol taken en zorgen was.
Op een morgen was ze ongewoon gehaast geweest met het huishouden voor de dag, en dat was haar duur komen te staan.
Ze had haar geduld verloren en was gekweld en geërgerd geworden.
Haar hart was onrustig en het bleef haar de hele ochtend dwars zitten.

Toen de kinderen naar school waren en haar dringende taken eindelijk volbracht waren, ging de vermoeide vrouw ontmoedigd naar haar eigen kamer.
De dag was zwaar en onbevredigend.
Ze pakte haar Bijbel en las het verhaal van de genezing van de zieke vrouw: ‘Hij raakte haar hand aan en de koorts verliet haar, en zij stond op en diende hen.’
'Als ik die verkoelende, helende aanraking toch eens mocht voelen,' zei ze, 'voordat ik mijn werk ’s ochtends begin, dan zou de koorts ook mij verlaten en zou ik een ware zegen kunnen zijn voor anderen.'
Ze had geleerd dat de eerste aanraking in de ochtend die van Christus moet zijn.
We hebben zijn genezende aanraking nodig voordat we klaar zijn om echt te dienen.

donderdag 13 februari 2025

Heer, ga Uw gang …

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Tijden van beproeving, het bewijs van liefde)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 18












Exodus 20:20a
‘…, vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht.’
SV

Gehele tekst:
‘Mozes zei tegen het volk: Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt.’
HSV

Als eerste wil ik een kleine kanttekening plaatsten bij het woordje ‘verzocht’ dat de StatenVertaling gebruikt.
De meeste Bijbelvertalingen gebruiken de woorden ‘op de proef stellen’, wat in mijn ogen heel wat anders is dan ‘verzocht’.
Beproeven is testen, verzoeken (waar het woord verzocht uit voortkomt) is verleiden, in verleiding brengen, en God verzoekt niet.
Jacobus 1:13 - ‘Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand.’
Iets verder op in het hoofdstukje wordt een gedeelte uit Deuteronomium 13:3 aangehaald en ook daar wordt ‘verzoekt’ gebruikt, maar in dit vers is het duidelijker dat het hier niet gaat om in verleiding brengen.

Waar het volk Israël sidderde van angst toen de woorden uit Ex.20:20 tot hen kwamen, vanwege de donderslagen, bliksems, bazuingeschal en de rokende berg, was dat bij Susannah heel anders.
De woorden kwamen tot haar in de vorm van een zacht fluisterende stem in de rust van haar eigen kamer, en ze brachten haar moed en troost in een tijd van grote nood en neerslachtigheid.
Ze ervaarde de woorden ‘Vrees niet!’ als een tedere boodschap, en zag in de woorden ‘want God is gekomen om u op de proef te stellen’, de reden om te vertrouwen.

Dezelfde woorden, maar binnenkomend op een geheel andere manier.
Dezelfde woorden, maar ook vanuit een heel andere omgeving en situatie gesproken.

Susannah wijst erop dat op het moment dat we beproefd worden, of in moeilijkheden komen, onze eerste gedachte niet moet zijn hoe we hier toch zo snel mogelijk aan kunnen ontkomen, of hoe we de pijn die we erdoor lijden, kunnen verzachten, maar hoe we God hierin kunnen verheerlijken, en de les leren die Hij ons wil leren.
En ook dat we ons moeten bedenken hoe groot Zijn liefde wel niet voor ons moet zijn, dat Hij ons waardig acht om de gehoorzaamheid en toewijding van ons hart te onderzoeken.

God beproefde Zijn volk, God beproeft ook ons.
Maar hoe reageren wij?
Hoe gaan wij ermee om?
Volledige overgave of halfhartigheid?

‘De beproeving werd niet weggenomen,
maar mijn ogen werden wel geopend om te zien
dat als die beproeving kwam van de hand van God,
er dan zegen in moest zijn.

De ziel die het gezegende geheim heeft geleerd
om Gods hand te zien in alles wat haar betreft,
kan geen prooi zijn voor vrees.'

Susannah Spurgeon

Laten we niet bang zijn
als ons geloof door God
op de proef wordt gesteld.
Het is namelijk een kans
om Hem te laten zien dat Hij
Degene is Die boven alles telt.

Laten we sterk en dapper zijn
in alles wat ons overkomt, of in
wat God toelaat in ons leven.
Laten we niet op de vlucht slaan
maar bereid zijn de lessen te leren
die Hij ons wenst te geven.

Laten we Zijn liefde voor ons
beantwoorden met toewijding
en gehoorzaamheid.
Opdat ons leven een waar
getuigenis zal zijn tot Zijn lof
en heerlijkheid.

vrijdag 31 januari 2025

Je bent zó Geliefd!

Met regelmaat zie en hoor je het voorbijkomen, de woorden: Je bent Geliefd!
Op boekjes, kaarten, kalenders, lepeltjes, wanddecoratie …
Als thema voor conferenties, vrouwendagen, preken, overdenkingen …
Je bent Geliefd!
En in een tijd waar de onderlinge liefde zichtbaar aan het verkillen is, zijn het ook zeer belangrijke woorden; meer nog, iedereen heeft het gewoon nodig om zich geliefd te weten!
En toch …

Van het één naar heel wat anders ...
Gistermorgen las ik Joh. 15:9-17, een gedeelte waar boven staat: ‘Het gebod van de liefde’.
Dit gebod vinden we in vers 12 - ‘Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefheb, zoals Ik u liefgehad heb.’
Zoals Ik u liefgehad heb …
Liefhebben als Jezus.
Hoewel alles in dit gedeelte verwijst naar dit gebod om elkaar lief te hebben als Jezus, kom ik deze ochtend heel ergens anders uit.
De woorden brengen mij namelijk terug naar het begin van dit gedeelte, en daarmee kom ik op een heel ander spoor uit dan ik ook maar had kunnen denken; maar het is een spoor dat mijn dag kleurde met Liefde en mij geliefd weten.
En dat is een boodschap die ik niet voor mezelf kan houden.

Het teruggaan naar het begin van het gedeelte brengt mij bij vers 9 - ‘Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; …’
Om dus de Liefde van de Here Jezus voor ons te kunnen zien, moeten we eerst kijken naar de Liefde van God voor Zijn Zoon, want Jezus zegt ons hier, dat Hij net zoveel van ons houdt als de Vader van Hem.
Met het lezen en opschrijven van deze woorden, komen er direct een paar woorden in mijn gedachten, slechts een paar, maar alleszeggend: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’
Twee keer spreekt de Vader in de hemel deze woorden uit over Zijn Zoon; op de berg, maar in nog persoonlijker vorm na Zijn doop.

Mattheüs 17:1-3,5
‘En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.

Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!

Lucas 3:21,22
‘En het geschiedde, toen al het volk gedoopt was, en Jezus ook gedoopt was en aan het bidden was, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem neerdaalde in lichamelijke gedaante als een duif. En er kwam een stem uit de hemel die zei: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!

In Jesaja 42:1 werd dit al voorzegd, in Kol. 1:13 en 2 Petr. 1:17 bevestigd.

Als dus God de Vader over en tegen Jezus zegt: ‘U bent/dit is Mijn Geliefde Zoon’, dan zegt Jezus deze woorden over en tegen ons die in Hem geloven:
‘Jij bent Mijn Geliefde zoon/dochter!’
‘Dit is Mijn Geliefde zoon/dochter!’

Dit is een feit, want dit is wat er in wezen staat, als Jezus zegt dat Hij ons liefheeft, zoals de Vader Hem liefheeft.
En zo ligt het gebod dat we elkaar moeten liefhebben, verankerd in het feit dat wij Zijn Geliefde zoons en dochters zijn.
We zijn Geliefd en van daaruit horen wij lief te hebben zoals Hij ons liefheeft; horen wij Zijn liefde door te geven, zoals Hij de liefde van Zijn Vader heeft doorgegeven.

Zo Geliefd!
Hoe moeilijk is het soms om deze woorden te geloven, te pakken, te aanvaarden, en nog moeilijker om van daaruit te leven.
Eén van mijn favoriete Bijbelverzen is Kol. 3:3, waar staat: ‘Mijn leven is met Christus verborgen in God’, en daar moest ik aan denken met de dingen die ik hierboven schreef.
‘Mijn leven is met Christus verborgen in God!’
En ineens waren daar woorden in mijn gedachten, woorden die ik niet voor mijzelf kan houden. Woorden waarvan ik hoop en bid, dat ze je mee zullen nemen boven elke omstandigheid van je leven uit.
Woorden waarvan ik hoop en bid dat ze nieuwe moed en kracht zullen geven, omdat ik hoop en bid dat je daarin zult proeven hoezeer je geliefd bent!
Niet slechts een klein beetje, maar onvoorwaardelijk en onuitsprekelijk veel.
‘Proef en zie, dat de Heere goed is!’ 
(Psalm 34:9a)

'Mijn leven is met Christus verborgen in God.’
Oftewel:

‘Geliefd is met de Geliefde verborgen in de LIEFDE!’

Geliefd – JIJ

de Geliefde – Jezus

LIEFDE – God de Vader

Je bent zó Geliefd!

'Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden,
door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade,
waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.'

Efeze 1:5

vrijdag 24 januari 2025

Ik doe meer dan jij kunt zien!

Voor ik hier op Blogger kwam, heb ik een aantal jaar een Blog gehad op Punt.nl. en de meeste van de blogjes die ik daarvoor geschreven had, heb ik opgeslagen op mijn laptop.
Af en toe heb ik er al eens eentje hier geplaatst, maar nog velen bevinden zich opgeslagen in mijn documenten.
De gedichten heb ik wel allemaal op ‘Words of my Heart’ geplaatst, maar hier slechts enkele schrijfsels.
Zo af en toe lees ik weleens terug wat ik schreef, en soms bekruip mij het gevoel van ‘wat jammer dat dit allemaal weg is', want ja, met het ophouden van het bestaan van Punt.nl, hield uiteraard ook mijn oude Blog op te bestaan.
En zo wil ik dit jaar hier af en toe eens een oud blogje  uit die periode plaatsen.
Ik zal daarbij het origineel zoveel mogelijk in stand houden, en alleen enigszins aanpassen wanneer dat nodig is.

‘God, zie niet werkeloos toe, blijf niet zwijgen,
houdt U niet doof.’

GNB – Psalm 83:1

‘O God, zwijg niet, houd U niet doof,
wees niet stil, o God!’

HSV - Psalm 83:2

Toen ik vanmorgen (Dit was ergens tussen september- november 2010) deze tekst las, moest ik denken aan de preek van vorige week, of beter gezegd, aan één zinnetje van die preek.
Een zinnetje, uitgesproken aan het begin van de preek en die mij niet meer losliet (laat).
'God doet meer dan wij kunnen zien.'
Het was alsof God het tegen míj persoonlijk zei: 'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Soms lijkt het alsof we vastzitten in onze omstandigheden, en hoe wij ook bidden, er lijkt niets te veranderen of te gebeuren.
We zien het niet, we voelen het niet; alles lijkt voort te gaan zonder dat God ingrijpt of ook maar iets lijkt te doen.
En als we dan dit woord uit de Psalmen tegen komen, dan kunnen we het met de schrijver uitschreeuwen: ‘God, zie toch niet werkeloos toe, blijft toch niet zwijgen, houdt U toch niet doof!’
Misschien komt de volgende vraag er wel achter aan: ‘Waar bent U toch?'
We hebben het zo nodig te zien, te ervaren dat U er bent, dat U ons hoort, ons ziet.

Maar niet altijd ervaren we in moeilijke omstandigheden, vooral als situaties langer duren, dat God er is of ook maar iets doet.
Misschien voelt het wel alsof we in een woestenij lopen, we hebben dorst, maar nergens is er water te vinden; we hebben beschutting nodig, maar nergens is er een plaats die schaduw of beschutting biedt.
Alles is troosteloos en triest, heuvels en bergen zijn er genoeg en in de dalen is alles kaal en dor.
Geen boom, geen struikje, geen bron, niets.
Heuvels en bergen te over, maar nergens iemand te bekennen die je helpt, een schuilplaats aan biedt en te eten en te drinken geeft.
En je loopt door, je sjokt door de woestenij en schreeuwt het uit naar boven.
Verstandelijk weet je dat Hij er is, móet zijn; je weet dat Hij je overal ziet en met je mee gaat; dat er niets gebeurt buiten Hem om en dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede omdat je Hem liefhebt, dat zegt Hij immers in Zijn Woord, maar …
Je weet het allemaal, maar nu, op dit moment; het duurt te lang en uitzicht op verandering is in geen velden of wegen te zien.
En toch zegt God op zo'n moment: ‘Ik doe meer dan jij kunt zien!’

Ik werd stil bij dit woord.
Het was als een terechtwijzing, maar tegelijkertijd ook een bemoediging.
Een terechtwijzing, omdat ik zag op de omstandigheden en alleen maar keek met mijn menselijke ogen en niet met geestelijke ogen.
God is zo oneindig groot, zo oneindig machtig, hoe zou ik kunnen begrijpen wat Zijn weg is; maar desondanks heeft Hij bemoeienis met mij, met ons en komt Hij met Zijn woord en spreekt.

'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Wees gerust, klinkt erin door; al zie jij niets, al ervaar jij niets, al lijkt het alsof Ik niets doe, toch gebeurt er zoveel meer dan jij denkt of ziet.
Laat het toch aan Mij over.
Ik heb het beste met je voor.
Het heden, verleden, maar ook de toekomst is in Mijn hand.
Ga, geloof en vertrouw.
Ik ben bij je.
Ik doe meer dan jij kunt zien!

woensdag 15 januari 2025

Een glimlach in het duister ...

Hoe heerlijk is het als er weer tijd en ruimte is in je hart en leven om dingen die je raken weer om te kunnen zetten in woorden.
Wat heb ik dat gemist!
In dit blogje weer een zinnetje dat mijn hart beroerde en vreugde gaf, ja, een warme glimlach op mijn gezicht teweegbracht.
Een klein zinnetje maar, slechts een paar woorden, en toch zo’n grote inhoud.

Het is een zinnetje uit het boekje ‘Hoop en Vertrouwen’ van Debora M. Coty*, een klein boekje met korte bemoedigende overdenkingen; gewoon heerlijk om zo even te lezen tussen alle werkzaamheden door, of voor het slapen gaan, of wanneer je ook maar even een kort bemoedigend woordje kunt gebruiken.

‘Hoop is een glimlach in het duister.’


De een noemt hoop een emotie, een ander vindt het geen emotie maar een manier van denken, hoe je het ook wendt of keert, één ding staat vast: Hoop is iets positiefs.
De schrijfster beschrijft het ook als een emotie, maar noemt het ook een perspectief, discipline, manier van leven.
Ze noemt hoop ook ‘een weg van keuzes’, dat we moeten leren om de boodschappen van ontmoediging, wanhoop en angst te overwinnen; dat als deze ons in moeilijke tijden overvallen, we ons moeten richten op het licht.

Ik weet nog dat toen ik dit voor het eerst las er allerlei flarden van Bijbelteksten door mijn hoofd gingen, er zijn er zovelen; zo mooi, zo bemoedigend.
En terwijl ik nu achter mijn laptop zit, bedenk ik mij dat ik vast al het een en ander over Hoop heb geschreven, dus ik kijk snel ‘even’.
Als ik in mijn documenten het woordje Hoop intyp en op zoeken klik, ben ik verbaasd over wat er allemaal tevoorschijn komt.
Ik lees hier en daar wat, en verbaas mij vervolgens weer over het feit dat ik enerzijds zo ‘vergeetachtig’ ben (gezien wat ik lees), en anderzijds hoe opeenstapeling van moeilijke dingen het toch weer kunnen winnen en een mens voor korte (of langere) tijd hun hoop kunnen roven of besmetten.
Het ‘even’ wordt wat langer als ik documentje na documentje aanklikt, afbeelding na afbeelding met gedichtjes over Hoop en teruglees wat ik allemaal heb geschreven.

Hoop is een glimlach in het duister …
Met het teruglezen van een bepaald gedichtje word ik teruggebracht in de tijd, een heel moeilijke en verdrietige tijd, en herinneringen aan de dag dat ik dit gedichtje schreef, komen terug.
In gedachten zie ik nog de foto, van waaruit ik dit gedichtje heb geschreven, aan de muur hangen.
Weliswaar niet meer in detail, maar wel de kern.
Waar de foto was genomen, weet ik niet meer, maar ze hadden hem opgehangen vanwege de hoop die deze foto uitstraalde.
Het was een foto van een kabeltreintje dat een helling opreed in een stad.
Onderin was het vrij donker, maar waar bovenaan de weg ‘ophield’, was het felle licht van de zon zichtbaar, en daar reed het treintje naar toe.
Ik herinner me weer hoe ik geraakt werd door dit beeld, - ‘Gods licht, -Hoop, dat altijd aan de horizon gloort’, en dat ik dit beeld en deze gedachten mee naar huis nam, terwijl de woorden van het gedichtje zich al in mijn hoofd vormden.
Hoe donker die tijd ook was, deze foto was voor mij een glimlach in het duister, omdat het het Licht van Hoop in mijn ziel ontstak.
Het gedichtje is nooit verder gekomen dan mijn Facebookpagina ‘Bloem in Gods tuin’, zelfs op mijn Gedichtensite stond het niet.
Misschien wachtte het wel speciaal op deze dag, op dit moment, om een glimlach in het duister voor een ander te zijn.

De trein van het leven
trekt voor een ieder
zijn eigen spoor.
Soms zijn er heuvels,
dan weer dalen,
het gaat maar door.
Maar als we stappen
in de trein van Gods genade,
gloort Zijn licht aan de horizon.
Hoop doet onze kracht herleven
als we blijven putten
uit Zijn Bron.


Ja, hoop is een glimlach in het duister!
Want Hoop doet Leven, hoop geeft perspectief, hoop geeft nieuwe moed en kracht, omdat Hoop een Naam heeft, en die Naam is Jezus!

Ooit schreef ik ook het blogje ‘Niets kan je hoop doven’, en hoewel ik zelf nog menigmaal het gevoel heb gehad dat dit wel zo was, was het in werkelijkheid niet zo.
Ja, het zicht op onze hoop kan voor korte of langere tijd ondergedekt of beschadigd raken, maar als kind van Hem hebben we in Jezus een blijvende hoop, een hoop die een anker is voor onze ziel.

‘opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen,
een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben
om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.
Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel,
dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom,
achter het voorhangsel.’
Hebreeën 6:18, 19

‘En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader,
Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade,
moge uw harten vertroosten en u in elk goed woord en werk versterken.’
2 Thessalonicenzen 2:16,17

Zijn licht van hoop
schijnt altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.


*>> ‘Hoop en Vertrouwen’ - Debora M. Coty

👉‘Niets kan je hoop doven’

dinsdag 7 januari 2025

Pleidooi voor ...

Wij hebben geen krant meer, werd gewoon te duur, maar als ik ergens ben en hij ligt er om in te kijken dan neem ik hem zeker even ter hand; zo ook vanmiddag.
Ik was namelijk vanmiddag even bij de garage om één van de ruitenwissers van mijn auto te laten vervangen, want er zat een scheurtje in.
Terwijl ik wachtte, pakte ik de krant die er lag en bekeek even de voorkant, en las wat koppen.
Mijn oog werd echter getrokken naar een titel in de inhoudsopgave en aangezien ik me bedacht dat het vervangen van een ruitenwisser nooit lang kon duren, bladerde ik maar direct door naar de pagina van de bewuste column.

Pleidooi …
Wat een geweldige column!
Ik snap dat het geen wereldnieuws is, in wezen helemaal geen nieuws want het is een column, maar wat mij betreft had het zeker op de tweede pagina mogen staan, zo belangrijk vind ik eigenlijk zijn pleidooi (dat is het woord wat in mij omkomt) om toch de papieren Bijbel te gebruiken en niet de digitale.
Meer nog, om de papieren bijbel tot een persoonlijk Boek te maken en te koesteren, zoals de schrijver zegt.
Een column, die naar ik hoop vele mensen gelezen hebben, of nog zullen lezen; meer nog, dat het menigeen tot nadenken zal stemmen en ervoor doen kiezen om ook zelf hun Bijbel tot een persoonlijk Boek te maken.
Hij zegt het zo mooi in die tweede zin, en ik citeer: ‘De Bijbel jezelf toe-eigenen als een uniek exemplaar, dat gelezen, gebruikt en geleefd wil worden.
Ik ben misschien te oud, alhoewel 63 jaar …, maar ik zie dit niet echt gebeuren met een Bijbel die je op je telefoon leest, en waar je weet ik veel hoeveel andere dingen op doet, dingen die misschien het Licht niet eens kunnen verdragen.

In het kort …
De schrijver vertelt over de Bijbel van zijn overgrootmoeder; aan de herinneringen die hij aan haar en haar Bijbel heeft, en hoe dit stukgelezen exemplaar, vol streepjes en aantekeningen, hem tot een voorbeeld is geworden om zelf de Bijbel ook tot een persoonlijk Boek te maken met eigen aantekeningen en streepjes.
In de manier waarop hij schrijft over hoe zijn grootmoeder met haar Bijbel omging, proef ik haar koestering van dit Boek, en zie ik vervolgens in zijn schrijven welk een invloed daar weer vanuit is gegaan.

Voor nu zou ik willen dat ik even een foto had gemaakt van de hele column (nu alleen even van de titel om die niet te vergeten en daarmee de eerste regels) om wat beter weer te kunnen geven wat hij allemaal schreef, want er stonden mooie dingen in.
Maar okay, misschien ook weer goed, kan ik ook niet de fout ingaan met copyright enz.
En uiteindelijk is de titel van zijn column waar het op neer komt en wat alleszeggend is: Koester je papieren Bijbel.

Koester je papieren Bijbel!
Je papieren Bijbel houd je altijd alleen bij wat God zegt; je kunt het lezen, erbij bidden, erover nadenken, je kunt er wat bij schrijven, tekenen of onderstrepen, maar iets anders kun je er gewoon niet mee doen.
Terwijl als je de Bijbel op je telefoon lees, de verleiding erg groot is om over te gaan op andere dingen, of als je hem niet uitzet, dus op bv. ‘niet storen’ of ‘vliegtuigmodus’, allerlei appjes, meldingen of oproepen je weg(kunnen)halen bij de Heer.
Want is dat niet in wezen waar we zijn als we in de Bijbel lezen, bij de Heer?
Hij spreekt immers tot ons door Zijn Woord!
Koester je papieren Bijbel …

In mijn gedachten komt automatisch het schilderij ‘Overpeinzen’ van Caroline van de Vate*.

Koesteren …
Iets nauw aan je hart houden.
Hoe kun je Gods Woord koesteren vanuit een telefoon, ja, dat vraag ik me echt af.
Hoe kunnen Hij en Zijn Woord de hoogste plaats in ons leven hebben, als het gedeeld moet worden met zoveel wereldse dingen?
Of zet je al het andere op je telefoon uit om echt alleen met de Heer te kunnen zijn?
Ik wil geenszins ook maar iemand veroordelen, of dat gevoel ook maar geven zelfs, als hij de Bijbel digitaal leest, echt niet; dat je Zijn Woord leest blijft altijd het belangrijkste.
Toch wil ik -als je de Bijbel altijd, of meestal, digitaal leest, vragen om er toch eens over na te denken.
Is je digitale Bijbel voor jou ook een persoonlijk Boek?
Koester je dat, houd je dat dicht aan je hart?


* 👉 Caroline van de Vate

   👉 'Overpeinzen'
         (even iets naar beneden scrollen)

PS. Nog even een kleine aanvulling:
De blog is gericht op het gebruik van de papieren Bijbel in de samenkomst en voor persoonlijke tijd met de Heer; als het gaat om studie, dingen opzoeken of vergelijken etc. is de digitale Bijbel voor mij heel belangrijk; zou dan niet meer zonder willen.

woensdag 1 januari 2025

Het kleine potloodje ...

Het is inmiddels alweer een paar jaar geleden dat ik prachtige kalender met Bijbelteksten in mijn toilet had hangen, al heb ik hem destijds vooral gekocht om de quote op de voorkant.
En het is deze quote waar ik altijd al een blogje aan had willen wijden, maar op de één of andere manier kwam het er gewoon nooit van; altijd kwam er iets tussen, ontbrak mij de tijd, of kwamen voor mijn gevoel de juiste woorden er niet voor.
Tot vandaag, vandaag kwam het opnieuw in mijn gedachten en nu was er niets dat mij belette of tegenwerkte om (eindelijk) deze prachtige quote ook in mijn Blog op te nemen.
Het is een best bekende quote (denk ik), maar hij blijft dag na dag, jaar in en jaar uit nog even actueel en de moeite van het overdenken waard.

‘I am a little pencil in the hand of a writing God,
Who is sending a love letter to the world.’

‘Ik ben een kleine pen in de hand van een schrijvend God,
Die een liefdesbrief zendt aan de wereld.’

Moeder Theresa

Er waren eens twee potloden, een prachtig vulpotlood en een klein eenvoudig potloodje.
Ze lagen beiden op een bureau, maar het kleine eenvoudige potloodje lag in een bakje tussen allerlei pennen en andere dingen, terwijl het vulpotlood een prominente plaats op het bureau had, zodat het direct gebruikt kon worden als hij nodig was.
Het vulpotlood werd namelijk dagelijks door de heer des huizes gebruikt voor allerlei zaken, terwijl het kleine potloodje slechts af en toe uit het bakje werd gehaald om door de handjes van een klein meisje te worden gebruikt.
Als het vulpotlood leeg was, deed de man er weer een nieuwe vulling in, maar als het potlood stomp geworden was, pakte de man een puntenslijper of zijn zakmes, zodat er weer een punt aankwam.

In de momenten dat ze beiden stil en ongebruikt op het bureau lagen, nam het vulpotlood menigmaal van de gelegenheid gebruik om zijn belangrijke status bij het kleine potloodje in te wrijven.
‘Moet je eens zien’, zei hij dan, ‘hoeveel bladen er wel niet met mij worden vol geschreven om moeilijke berekeningen te maken. Maar jij, jij wordt alleen maar gebruikt voor simpele, domme tekeningen. En moet je eens zien hoe je eruitziet, pff, noem je dat nu een mooie punt? En moet je eens zien hoe beschadigd je bent door dat mes. Ik blijf tenminste mooi en heb dat slijpen niet nodig, een nieuwe vulling en … je kunt mij gewoon weer gebruiken. Ik wil gewoon niet in de handen van dat meisje zijn.’
Als het vulpotlood rechtop had kunnen staan, dan zou hij op deze momenten fier en trots boven het kleine potloodje uitgetorend zijn.
Het kleine potloodje werd altijd heel verdrietig van deze momenten, en kon zich dan heel onzeker en minderwaardig voelen.
Soms, soms was hij zelfs een beetje jaloers op het vulpotlood, maar ach, als dan het kleine meisje kwam en hem in haar kleine handjes nam om mee te tekenen, dan verdween dat gevoel heel snel, want de warmte van haar handjes en de blijdschap waarmee ze hem gebruikte, woog niet op tegen het gesnoef van het vulpotlood.

Op een dag was het potloodje zo klein geworden dat het niet meer geslepen kon worden, niet door de puntenslijper en noch door het mes, en de man gooide het potloodje in de prullenmand.
Maar ook het vulpotlood had niet het eeuwige leven.
Hoewel hij lang mee kon gaan, was hij niet zo sterk als hij had gedacht, want op de dag dat de man ’s morgens het kleine potloodje in de prullenmand had gegooid, rolde eind van de dag het vulpotlood op de grond en stapte de man er per ongeluk op.
Hij was zo beschadigd, dat de man ook het vulpotlood in de prullenmand gooide.
En zo kwam er op één dag een einde aan het leven van zowel de vulpotlood en het kleine potloodje.

Die avond zat de man nog even achter zijn bureau te werken, en voor ze naar bed ging, kwam het meisje nog even bij haar vader langs.
Teder tilde hij haar op en zette haar op zijn knie.
De ogen van het meisje gingen over het bureau van haar vader, en ineens zag ze dat ook het mooie vulpotlood van haar vader er niet meer lag.
'Oh papa, is uw mooie potlood ook kapot? Dan hebben we allebei een nieuwe nodig.’
De man deed de la van zijn bureau open en haalde er een nieuw klein potlood uit voor zijn kleine meisje, en legde er ook een nieuw vulpotlood naast voor zichzelf.
‘Morgen mag je er mee tekenen’, beloofde hij, ‘maar nu moet je naar bed.’
Het meisje sloeg haar armpjes om haar vaders hals en ze gaven elkaar een dikke knuffel.
Voor de man nog even verder ging met zijn werk, pakte hij een map uit de la van zijn bureau en haalde er een stapeltje papieren uit die hij stuk voor stuk bekeek.
Een warme glimlach gleed daarbij over zijn gezicht, en met een zucht deed hij even later alles weer terug in de map en borg hem zorgvuldig op.

Het werd donker, de nacht viel.
Op het bureau lagen de twee nieuwe potloden al klaar voor gebruik, terwijl in de prullenmand de ouden wachten op hun laatste rustplaats.
Het eens zo mooie vulpotlood kon het nog steeds niet laten om te snoeven, al viel er eigenlijk niets meer om over op te scheppen.
Maar nogmaals moest hij toch even zeggen welk een belangrijk werk hij altijd had gedaan, en dat ook al was het nu afgelopen, hij toch altijd een heel belangrijke positie had gehad, veel belangrijker dan het stompje potlood.
Al met al had hij toch een goed en belangrijk leven gehad; veel beter en belangrijker dan dat stomme potloodje die alleen maar werd gebruik door een klein meisje.

Het kleine stompje potlood werd er niet meer verdrietig door, want hij had alle tijd gehad om na te denken over alles wat dat vulpotlood steeds tegen hem had gezegd, en hij had zich op een dag iets heel belangrijks gerealiseerd.
Alle bladen die het vulpotlood had volgeschreven, waren uiteindelijk altijd allemaal in de prullenmand beland, en er was niets meer van over of te zien, maar alle tekeningen die het meisje met hem had gemaakt, waren in een map gestopt door haar vader en werden door hem bewaard alsof het de meest kostbare kunstwerken waren.
Waren al die tekeningen dan ook echt zo mooi en veel geld waard?
Nee, dat niet; misschien als hij door de handen van een kunstenaar was gebruikt wel, maar och, dat deed er niet toe.
Hij was blij en dankbaar voor het leven dat hem was gegeven en voor de taak die hem was toebedeeld, want welk een liefde was niet zichtbaar in die map met al die tekeningen.
En ach, al de pijn van dat slijpen, was dat ook niet nodig geweest zodat de tekeningen mooier konden worden?
Nog eenmaal glimlachte het stompje, want hij herinnerde zich ineens ook weer al die andere tekeningen die het meisje gemaakt had, voor haar mama, haar oma, voor de juf, en voor …
Hoeveel liefde is er niet door hem verspreid door zich te laten gebruiken door dit kleine meisje voor al haar tekeningen.

Ach, het had voor het vulpotlood ook zo anders kunnen zijn, dacht hij.
Maar die wilde alleen maar door de heer des huizes worden gebruikt voor belangrijke berekeningen, en deed altijd moeilijk als het kleine meisje hem even mocht vasthouden om wat mee te schrijven.
Hij zorgde er expres voor dat zijn punt dan naar binnenging, en zelfs een keer dat hij afbrak; nee, hij heeft nooit in de handen van dat meisje willen zijn, dat wist het stompje wel.
En dat mensen soms verdrietig werden van de berekeningen, och, dat interesseerde hem ook niet.
Hij wilde alleen maar zelf belangrijk zijn.
Eigenlijk, bedacht het stompje zich, eigenlijk was het heel verdrietig dat het vulpotlood alleen voor zichzelf heeft geleefd en de kansen om iets te kunnen betekenen had weggegooid.

‘I am a little pencil in the hand of a writing God, Who is sending a love letter to the world.’

Er zijn wel tig soorten potloden en in alle vormen en maten, in allerlei kleuren, en verschillende hardheid, en zo hebben ze daardoor ook allemaal hun eigen functie.
De één is om te tekenen, de ander om mee te schrijven, weer een ander om mee te kleuren, en zelfs in deze hoedanigheden zijn er nog weer allemaal verschillen en doen mensen er verschillende dingen mee.
Tekeningen verschillen, wat ermee geschreven wordt is anders, zelfs het gebruik van kleuren is anders.
Zo is het ook met ons mensen; we zijn zo verschillend als dag en nacht, en toch zegt de Heer dat we één lichaam vormen, en dat we allemaal belangrijk en nodig zijn, als ook allemaal een eigen taak hebben.
En  ... dat Hij ernaar verlangt dat wij onszelf overgeven in Zijn handen, als het kleine potloodje in de handen van dat meisje.
De vraag is: Willen wij het kleine potloodje zijn in de handen van de God die alles heeft gemaakt en een plan en doel heeft met alles; die de geschiedenis heeft geschreven?
Willen wij het kleine potloodje zijn door wie Hij Zijn liefde de wereld inbrengt? 

dinsdag 26 november 2024

Voedsel voor de Ziel ...

Voor ik ga slapen, lees ik liggend in mijn warme bedje altijd nog even uit een Dagboek of een boekje met korte stukjes.
Voor de afgelopen tijd was het een boekje met korte bemoedigende stukjes genaamd 'Blijvende Hoop'; een boekje met 'Inspirerende Bijbeloverdenkingen' van verschillende schrijfsters.
Nu las ik ondanks iets in één van de stukjes wat mij zo raakte, dat het mijn schrijvershart in beroering bracht als ook weer in beweging; want ja, mijn laatste blogje dateert van ruim drie maanden geleden.


'Mijn ziel is aan het sterven, maar dit Boek is voedsel voor mijn geest.'


De schrijfster van het stukje vertelt in deze overdenking over haar worstelingen met haar angsten en depressies, en hoe dit haar soms zo uitputte, dat ze daardoor, samen met de bezorgdheid over haar geestelijke staat, niet in staat was om in haar Bijbel te lezen.
De betekenis van de woorden drong nauwelijks tot haar door, Gods nabijheid voelde ze niet meer, en het leek haar nutteloos te hopen dat de Heer haar, of haar leven, ooit kon veranderen.
Toch las ze door in Zijn Woord en op een gegeven moment voelde ze dat de negatieve gedachten van haar af vielen.
Ze geeft aan dat Zijn Woord niet bleef hangen, of zoals ze het zelf zegt 'ze zou nog steeds geen Bijbelquiz kunnen winnen', maar haar binnenste hernieuwde zich, en ze voelde zich gesterkt en weer hoopvol.
En zo moedigt ze ons aan in dit stukje om het Bijbellezen níet op te geven, ook niet als we ons verward voelen, angstig, depressief of bezorgd.
Ze spoort ons aan om dan de Bijbel ter hand te nemen en te zeggen:
'Dit Boek staat aan mijn kant.
Mijn ziel is aan het sterven, maar dit boek is voedsel voor mijn geest.
Ik wil doen wat juist is en het is juist om altijd de Bijbel te lezen.'


Het raakt mij, omdat ik het herken, dit sterven van de ziel.
Maar ik herken ook het andere, hoe het toch blijven lezen van Gods Woord langzaamaan dingen veranderd, vernieuwd, versterkt en nieuwe hoop en moed geeft.
Ja, Gods Woord is voedsel voor onze geest in voor- en in tegenspoed.
En daarom is het altijd juist om in de Bijbel te lezen, ongeacht hoe we ons voelen.
Nee, het is niet makkelijk, soms is het gewoon ronduit moeilijk en zwaar om het toch te doen, maar toch ..., toch kan het dan juist zo zijn dat, dwars door wat wij voelen met het lezen heen, er een aanraking komt van Zijn Geest en een begin van herstel en genezing brengt. 


Mijn ziel is aan het sterven ...

Alles om mij heen raast
en neemt mij mee
in een eindeloze stroom
van bezigheden en druk
die ik maar niet tot
stoppen kan dwingen.

De rust en stilte, 
die ik juist zo nodig heb,
wordt mij ontnomen;
ik word geleefd en
ik merk hoe alles in mij 
begint te wringen.

Vreugde en vrede zijn
steeds verder te zoeken
en zeurende pijn die nu
dagelijks met mij meereist,
berooft mij van mijn energie
en de lust om te zingen.

En toch ...
'maar dit boek is voedsel voor mijn geest.'

Uw Woord blijf ik lezen, zelfs
als het me soms nauwelijks raakt,
of ook nog maar blijft hangen;
en mijn handen blijf ik vouwen,
al zijn mijn gebeden misschien
wat korter en minder dan voorheen.

Ik doe het niet slechts omdat
ik weet dat het het juiste is,
maar ook omdat ik weet:
eens gaat mijn hart weer open,
zal ik óók weer ervaren:
ik was, én ben, nooit alleen.

Zijn woord is levend en krachtig;
nooit keert het leeg terug, maar het zal
altijd doen waartoe het is geroepen.
Laten we dan Zijn Woord blijven lezen,
al is het door een mist van tranen,
door een waas van ons geween.

'Mijn ziel is aan het sterven, maar Dit Boek is voedsel voor mijn geest.'
Ach Heer, zonder Uw Woord, zou ik allang nergens meer zijn geweest.
Uw Woord brengt leven, geeft leven, ja, Uw Woord doet leven,
en zal ons -vroeg of laat, altijd weer diepe vrede en vreugde geven.


Dank U, Heer, voor Uw Woord, dat zo rijk en krachtig is.
Dank U, dat het doorwerkt, ook als wij er niets van ervaren, als het ons niets lijkt te doen, en zelfs als wij het niet kunnen onthouden.
Dank U wel, dat Uw Woord met wat het kan doen nooit afhankelijk is van hoe wij ons voelen, of wat ij erbij ervaren, maar dat het altijd zal doen waartoe U het zendt om te doen.
Help ons, Heer, om te doen wat juist is en Uw Woord openen, opdat U ook Uw werk door Uw Woord heen kunt doen.
In Jezus' Naam.

- Amen -


'Maar Hij antwoordde en zei:
Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven,
maar van elk woord dat uit de mond van God komt.'
Mattheüs 4:4 

'Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard,
en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg,
en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.'
Hebr. 4:12

'Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel
en daarheen niet terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.'
Jesaja 55:10,11

'Want alles wat eertijds geschreven is,
is tot onze onderwijzing eerder geschreven,
opdat wij in de weg van volharding en vertroosting
door de Schriften de hoop zouden behouden.'
Rom. 15:4



Tot slot nog even dit.
Vanmorgen luisterde ik naar een preek die ik doorgestuurd gekregen had van een lieve vriendin, en ik denk dat deze preek een prachtige aanvulling als ook afsluiting is van dit blogje.
👉 'Overwinnaar in Christus'

zaterdag 10 augustus 2024

Refiner's Fire van Brian Doerksen

Herschreven en opnieuw uitgebrachte versie.


Als ik met het maken van mijn vorige blogje het nummer 'Maak mij rein voor U' op zoek om het nog even na te lezen en te kijken waar het vandaan komt voor ik het aan mijn blogje toevoeg, zie ik ineens dat het komt van het nummer 'Refiner's Fire' van Brian Doerksen; ik was dit helemaal vergeten.
En aangezien ik vaak de Engelse versies qua tekst beter vind van een vertaald nummer, zoek ik het snel weer even op op You Tube.
Maar met dat ik het opzoek, realiseer ik mij ook, dat de titel van dit lied terugkomt in het hoofdstukje waaruit mijn blogje 'Dwars door het Vuur' komt.
Daar spreek Susannah Spurgeon namelijk over het vuur van de 'Raffinadeur'.
Ze zegt, en ik citeer:
'Daarom wordt het gebod zo vaak gehoord, het gebod dat hart en leven doortrilt: Gij zult het door het vuur laten doorgaan. Het is omdat ons geloof zo kostbaar is, onze liefde als van goud en onze hoop zo bemoedigd wordt. Daarom moet het altijd weer aan het vuur van de Raffinadeur worden blootgesteld.'
En ook:
'De bedoeling van onze grote Raffinadeur is om ons te tuchtigen, niet om ons te verderven.'

'Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.
Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken.
Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige van Israël, uw Heiland.'
Jesaja 43:2,3a

Het is de Heer nóóit te doen om ons onderuit te halen, maar om ons juist mooier te maken, reiner, zuiverder, volmaakter; en alles tot Zijn glorie en eer.


Maar met het opzoeken van het nummer van Brian Doerksen kwam ik er ook achter dat hij het nummer inmiddels heeft herschreven.
Hierover heeft hij een video gemaakt en ik pik er even een gedeelte uit waarin hij vertelt hoe hij tot het herschrijven van dit nummer is gekomen; ik geef het even in eigen woorden weer.

Brian was 23 jaar toen hij Refiner's fire schreef, en in de video geeft hij aan dat hij door de jaren heen altijd heeft geprobeerd om nieuwsgierig te blijven om te blijven leren en om te blijven groeien en zo gebeurde het dat in de 20-jarige reis van Refiner's fire hij begon te worstelen met één regel, misschien meer nog met één woord.
Met dat hij groeide in zijn relatie met God, ging het zoveel meer over geworteld zijn in liefde, dat dit woord er eigenlijk niet meer bij paste, omdat het zo'n ander beeld gaf.
En toen kwam het idee in hem op om het nummer te herschrijven.

In eerste instantie wees hij deze gedachte af, want ja, een nummer dat zo bekend en geliefd is herschrijven, dat doe je niet zo maar.
Toch liet de gedachte hem niet los, en zo kwam na verschillende jaren toch het moment dat hij besloot om het nummer te gaan herschrijven.
Maar ... het was makkelijker gezegd dan gedaan.
Ooit schreef hij het als oprecht gebed, en die persoon die hij toen was, wil hij ook nu nog respecteren.
Maar hij wil ook de man die hij nu is, met alles wat hij onderweg heeft geleerd, respecteren; en uiteindelijk gaat het maar om één woord, het woord 'Meester'.
Voor hemzelf was het zoveel logischer om dit te veranderen in 'Maker', omdat dit meer aansluit bij het gebed om een zuiver hart, namelijk worden zoals Hij, onze Maker.
'Niet iemand Die ons overmeesterd heeft, maar Iemand Die van ons heeft gehouden en ons heeft gemaakt om een specifieke reden; een manier om lief te hebben en dienen en zorgen voor anderen.'

Hij zo herschreef het nummer, maar om het allemaal nog ietsje duidelijker te maken, besloot hij ook om er een nieuwe 'bridge/brug' aan toe te voegen waar de focus ligt op 'klaar om Uw wil te doen' en met deze wil gaat het om liefhebben, dienend en zorgzaam.
En zo was daar de nieuwe versie Refiner's Fire, 'een vrucht van misschien wel jaren worstelen', maar ook een versie waarvan het gevoel heeft alsof hij het de volgende vijfendertig jaar wel kan zingen.


Het verhaal achter het Lied

Ik hoefde niet lang na te denken om te begrijpen wat hij zegt, en om mee te gaan in zijn denk- en voelwijze waarom hij het lied zo niet meer kon zingen, en de tekst en het lied wat veranderde.

Niet meer: 'Set apart for You, my Master, ready to do Your will.'
                  'Apart gezet voor U, mijn Meester, bereid om Uw wil te doen.'
Maar: 'Set apart for You, my Maker, ready to do Your will.
           'Apart gezet voor U, mijn Maker, bereid om Uw wil te doen.'

Als we de Heer langer kennen, verandert er iets in onze relatie, we groeien dichter naar Hem toe.
En waar het woord 'Meester' enige afstand inhoudt, is dat anders met het woord 'Maker'.


Om alles nog iets duidelijker te maken heeft hij er een bridge (-brug) aan toegevoegd.
'Ready to do Your will, to love like You love.
Ready to do Your will, to serve like You serve.
Ready to do Your will, to care like You care.
To serve like You serve.
To care like You care.'


Bereid om Uw wil te doen, om lief te hebben zoals U liefhebt.
Bereid om Uw wil te doen, om te dienen zoals U dient.
Bereid om Uw wil te doen, om te zorgen, om te zien naar, te bekommeren om, zoals U dat doet.



🔥Refiner's Fire ...🔥
Het vuur van de raffinaderij ...
Niet om te vernietigen, maar om te zuiveren.
Niet om stuk te maken, maar om mooier te maken.
Niet om te breken, maar om te vervolmaken.




In de link hieronder vind je de volledig nieuwe tekst van Refiner's Fire.

maandag 15 juli 2024

Dwars door het vuur ...

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Bij de vurige ovens)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 17








Numeri 31:23

‘Alle ding dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde.’
SV

‘… elk ding dat vuurvast is, moet u door het vuur laten gaan, zodat het rein wordt, …’
HSV

‘Als wij Gods goud zijn,
moeten we doorlopend onderworpen worden
aan de loutering door het vuur.
Als Hij stelt dat wij zilver zijn,
dan moeten we telkens weer gereinigd worden,
opdat onze verontreiniging uitgezuiverd zal worden
en opdat alles wat echt en kostbaar is
in een nieuwe schittering zal stralen tot Zijn eer.’

Susannah Spurgeon

‘Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.’
1 Petrus 4:12

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7


Dwars door het vuur

Door mijn hoofd gaan de woorden,
dat Hij mij dwars door het vuur
rein maakt, en puur.
Dat ik mij uitstrek naar Jezus, naar
meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar ben ik daar werkelijk toe bereid?

In mijn ziel is dat diepe verlangen
naar rein willen zijn en puur,
maar wil ik wel écht door dat vuur?
Alles in mij verlangt naar meer van Hem,
naar meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar door het vuur is géén kleinigheid.

Het vuur dat mijn leven zuivert, doet pijn,
en in dit proces huil ik vaak menige traan.
Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik bezwijk,
dat ik er volledig aan onderdoor zal gaan.

Opnieuw klinken er woorden in mijn hoofd:
‘Wees niet bang, Ik ben bij je
ook nu je door het vuur moet gaan.
Wees niet bang, want Ik ben je God en Heiland.
Het vuur zal je niet verbranden,
maar je straks rein voor Mij doen staan.’

Vrede daalt neer, en maakt mijn hart bereid.
‘Hier ben ik, Heer, ga gerust Uw gang.
Laat alles verdwijnen wat niet is tot Uw eer;
meer van U, minder van mij is al wat ik verlang.’

Het is inmiddels bijna 5 jaar geleden dat ik het gedichtje schreef bij dit hoofdstukje.
En hoewel ik er een aantal weken geleden al mee begonnen was om er een blogje van te maken, waren er opnieuw allerlei dingen die er tussen kwamen.
Maar vanmorgen kwam ik het opnieuw tegen en het lezen van het gedichtje zette mij weer even goed stil, om mij daarna in beweging te brengen. 
Nee, het gaat hier nog steeds niet echt lekker; er gebeurt nog van alles, en doordat ik zelf ook nog eens in de lappenmand zit, vind ik het op dit moment allemaal best moeilijk en zwaar.
En dan lees ik dit gedichtje, het hoofdstukje waaruit het komt, als ook wat ik geschreven heb in mijn Stille Tijdschrift.

Dwars door het vuur …
Wat zing ik deze woorden vaak makkelijk; het is ook wel een prachtige melodie om te zingen, en het is immers ook het verlangen van mijn hart.
Maar …, ik bedenk me vandaag dat ik met de moeilijkheden die er zijn en elkaar soms zo blijven opvolgen, er vaak maar weinig bij stilsta dat dit ook Gods reinigende, louterende vuur kan zijn.

‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.

Dwars door het vuur …
Ik lees wat ik schreef in mijn schrift:
🙏 
Heer, het vuur heb ik niet lief, ik vrees het soms (vaak), maar toch Heer, ga Uw gang, opdat alles wat niet tot Uw eer is, verdwijnen zal. 
- Amen - 

Een ‘enkel vuur’ om doorheen te gaan is vaak nog niet zo moeilijk, maar wat als de ene vuurstorm op de andere volgt?
Blijf ik dan ook staande in geloof, met vreugde, vrede, kracht, troost, hoop …?
‘De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’

‘Het vlees mag er van tijd tot tijd voor terugschrikken om gezuiverd te worden, maar we hoeven niet bang te zijn, want het is niet gericht op onze ondergang.’
(eigen weergave van Susannah’s woorden)   

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7

Dwars door het vuur …
Heel wat gedachten buitelen door mijn hoofd terwijl ik met dit blogje bezig ben; te veel om te beschrijven.
Woorden van het lied ‘Maak mij rein voor U’ blijven maar terugkomen in mijn gedachten.
‘Dwars door het vuur …
Ik strek mijn uit …
Ja, ik besluit, Jezus, …
een dienstknecht te zijn van U, mijn Meester,
steeds tot Uw wil bereid.’

Steeds tot Uw wil bereid!
Ook in het vuur van beproeving, omdat het tot Zijn eer en glorie is.

‘Als Zijn beproefde goud tevoorschijn komt, zal dit bij Zijn verschijning bevonden worden tot lof en eer en heerlijkheid.’
Susannah Spurgeon

Dwars door het vuur!
Ziende op de liefde van Hem, Die ons gaf wat Hem het dierbaarst was om ons te redden.
Horende Zijn liefdevolle woorden: ‘Vrees niet, want Ik ben met u!’
Wetende: nooit langer dan nodig is.

Gelovend vertrouwen.
‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.



  Opwekking 427 - Maak mij rein voor U


‘En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen,
omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt,
en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
En de hoop beschaamt niet,
omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is
door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’

Romeinen 5:3-5

‘Acht het enkel vreugde, mijn broeders,
wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt,
want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.
Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken,
opdat u volmaakt bent en geheel oprecht,
en in niets tekortschiet.’

Jakobus 1:2-4

maandag 27 mei 2024

De Pottenbakker

De pottenbakker kijkt tevreden naar de klei in zijn hand.
Goede klei, gehaald uit de beste en meest vruchtbare grond, en waarmee hij een prachtige vaas kan maken.
In zijn gedachten is het werkstuk al af.
Het moet niet alleen prachtig worden, een sierlijke pot die zal stralen met de schoonheid van zijn kunde, maar het moet tegelijkertijd nuttig zijn; een vaas met als doel het leven beter te maken.
En zo zet de pottenbakker zich neer aan zijn draaischijf en begint hij te werken.

De klei protesteert.
Die klei heeft een eigen wil en een idee wat voor vaas hij wil worden en al bij de eerste bewegingen van de krachtige vingers van de pottenbakker schreeuwt de klei het uit: Nee, nee, nee.
Dat gaat niet goed.
Je maakt me veel te dik… of te dun.
Ik ben bang dat je me vormt tot een saaie pot, maar dat wil ik niet.
Ik wil een kruik worden met een tuit waaruit heerlijke wijn geschonken kan worden zodat alle mensen blij met me zullen zijn op hun feesten en naar mij verlangen.

De pottenbakker stopt even met kneden en schudt zijn wijze hoofd en zegt dan geduldig: “Weet je het zeker?
Dan mag je het zelf proberen.
Die vrijheid heb Ik je gegeven.
De klei staat er verbaasd van, krabt zich op zijn smeuïge hoofd en zegt dan: “Eh… hoe moet dat precies?”
De pottenbakker haalt Zijn schouders op.
“Als je het Mij niet wilt laten doen, moet je het verder ook zelf uitzoeken, maar ik vrees dat je er dan een grote knoeiboel van maakt.
Je hebt de kennis en de wijsheid niet, maar als je Mij Mijn gang laat gaan beloof Ik je dat Ik iets van je zal maken waardoor je gelukkig wordt.
Durf je jezelf aan Mijn handen over te geven of doe je het toch liever zelf?”

Tersluiks kijkt de klei naar de donkere hoek in de werkkamer van de pottenbakker.
Een vervelende plaats is dat, want daar liggen een aantal vreemde, afstotelijke halfbakken potten.
Potten met gaten aan de onderkant, potten die helemaal geen potten zijn maar een verwarde opeenhoping van misbruikte klei, en er ligt er zelfs een soort vaas met een handvat dat aan de binnenkant zit in plaats van aan de buitenkant.
Waardeloos.
Onbruikbaar.
Terwijl ze gemaakt waren van de beste klei kan er niets anders mee gedaan worden dan ze op de afvalhoop gooien.
Opeens lijkt het hem toch niet zo’n goed idee om alles in eigen beheer te houden.
Die troep in de afvalhoek probeerde het ook zelf; die werkstukken weigerden zich over te geven aan de handen van de eeuwige kunstenaar.

Dan buigt de klei zich.
Hij is beschaamd.
“Meester, ik kan het zelf niet.
Vergeef het me.
Ik leg me in Uw handen.”
“Dat is goed,” antwoordt de pottenbakker en er verschijnt een stralende glimlach op Zijn verweerd gezicht.
Hij legt de klei precies in het midden van de pottenbakkersschijf en begint opnieuw.
Telkens weer zorgt hij ervoor dat zijn schepping precies in het midden blijft; in het centrum.
“Dat centrum,” zo zegt Hij tegen de klei terwijl Hij werkt, “… dat is Mijn Zoon, Jezus.
Als jij en Ik ervoor zorgen dat je precies in het centrum blijft staat er geen maat op tot waar Ik iets van je kan maken.”

En zo werkt de pottenbakker.
O, wat heeft Hij er een plezier in als Hij ziet hoe de vaas zich voor Zijn ogen begint te vormen en Hij zingt een vrolijk lied terwijl Hij aan het werk is.
Telkens weer voelt Hij met Zijn vakkundige handen of er nog kleine oneffenheden zijn, scheurtjes of kleine luchtbelletjes.
Die moeten grondig worden weggewerkt voordat zijn werkstuk in de oven verdwijnt.
Soms wordt de klei wat droog en dan sprenkelt Hij er wat nieuw water op.
Heel zuiver water uit een bak die naast Hem op de werkbank staat.
“Dat is het water van Mijn Woord,” legt Hij uit aan de klei die zich verlustigt in de handen van de kunstenaar.
En zo wordt het werk steeds mooier en kunstiger, precies volgens het plan van de pottenbakker.

En uiteindelijk is het werkstuk klaar.
Het duurde lang.
Een leven lang, maar het resultaat is om U tegen te zeggen.
Deze klei werd een prachtige vaas die straalt met de schoonheid van God.
Eigenlijk veel te mooi en te goed voor deze aarde.
"Dat was mijn plan,” zei de pottenbakker.
“Ik maakte je met het oog op de eeuwigheid.
Hier op aarde mag je nog even stralen, maar uiteindelijk gaat het om de eeuwigheid, waar Ik je ga gebruiken voor iets waar jij nu nog geen weet van hebt.”

Door: Koos Stenger
👉 Haardstee (voorheen ActiefOnline)
Met Toestemming

donderdag 9 mei 2024

Feit, Geloof en Ervaring ...

Een citaat om over na te denken en te onthouden voor ons dagelijks leven.

‘U kent waarschijnlijk het beeld van Feit, Geloof en ervaring, die eens samen op een muur liepen.
Feit liep stevig door, zonder rechts of links te gaan en zonder om te kijken.
Geloof volgde hem en alles ging goed, zolang hij Feit in het oog hield.
Maar zodra hij zich zorgen begon te maken over Ervaring en omkeek waar om te zien waar hij bleef, verloor hij zijn evenwicht en viel van de muur af.
En die arme Ervaring tuimelde ook naar beneden.’


Uit: Het Normale Christelijke Leven
Van: Watchman Nee