Posts tonen met het label vrede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrede. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2026

Onze tijden zijn in Uw hand ... (3)

Het einde van de rollercoaster  nadert ...


Van slapen komt deze nacht niet veel, om maar te zeggen helemaal niet.
 Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoest behoorlijk en er zijn flinke apneus.
Toch ben ik er nu niet meer bang voor, verontrust het mij niet meer, diepe rust en vrede is over mij gekomen en ik laat alles komen zoals het is.
De drang om over je borstbeen te wrijven zodat je weer gaat ademhalen is weg.
Het is goed.

Deze nacht pak ik mijn telefoon erbij om even van alles en nog wat te noteren, want het is werkelijk één grote en lange rollercoaster met ups en downs.
Ik noteer wat ik nog weet en voor de rest lig ik naast je, of ik zit in de stoel bij het raam en kijk de nacht in.
Maar ook schrijf ik een gedicht, mijn manier van woorden geven aan, van een plaatst geven aan wat er gebeurt, van verwerken ...

Het is stil.
Het geruis van de ventilatie klinkt.
Je ademhaling wisselt
en toch, mijn hart zingt.

U bent mijn schuilplaats, Heer,
U vult mijn hart steeds weer ...
Ja, met rust en vrede, en dankbaarheid
voor wat U gaf te midden van de strijd.

Het einde nadert.
Nog even samen een stukje ervan gaan.
Tot ik je los moet laten
zodat je aan Zijn hand verder kunt gaan.

Het is stil.
Ik weet niet hoeveel tijd Hij nog geeft.
Ik wacht
op hoe Hij jouw kleed weeft.

Hij is een God van wonderen,
maar zelfs als Hij het niet doet,
kijk ik omhoog en zeg met heel mijn hart:
Heer, wat U doet, is goed!

Onze tijden zijn immers in Uw hand!
En ik vertrouw op U, mijn Heer.
Maak zo deze weg
tot Uw glorie en eer!

- Amen -

Rond kwart voor vijf  krijg ik een appje van een lieve vriendin die niet kon slapen en wat thee ging zetten en mijn appje van 's nachts zag.
We appen even wat over en weer en ze deelt de volgende Bijbeltekst met mij om over jou uit te spreken:
'Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn Deel in Eeuwigheid.'
Ps. 73:26
 Hoe bijzonder, want de woorden die vandaag met mij mee reizen in mijn hoofd zijn: 'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Ps. 31:16a
Hoe prachtig past dit bij elkaar!

Rond kwart voor zes krijg je van de nachtzuster wat morfine, in de hoop dat het je ademhaling ten goede komt.
Al met al ben je de nacht toch redelijk goed doorgekomen.
Je pruttelt wel veel meer, en je begint ook af en toe te kreunen, maar verder ...


De nieuwe dag begint, donderdag 6 augustus.
Je bent net lekker opgefrist, dat is wel fijn na zo'n nacht.
Je bent ook niet alleen wakker, maar je hoort en begrijpt ons ook, alleen het praten ...
Ik weet niet meer wat er gezegd werd, maar je moest er echt om lachen, een duidelijk bewijs van dat je er nog bent.
Wat deed dat goed!
Het was echt fijn om je te zien lachen, hoe kort ook.

Vandaag is een dag vol met bezoek.
Je moeder komt, ze is gebracht door iemand.
Als ze de kamer binnenloopt naar je bed toe zegt ze: 'Ik volg je snel, jongen, ik volg je snel.'
De tranen springen in mijn ogen, zo diep word ik geraakt door deze woorden.
Het hoort toch ook niet; zij net 93 jaar geworden, en haar zoon nog maar 65 jaar.
Even later komt je oudste zus en haar man, je andere zus en haar man zijn in Engeland maar komen morgen terug.
En je broer in Frankrijk, ach, wat heeft hij het moeilijk met alles; ja, jullie hadden een goede band, maar even zo maar heen en weer uit Frankrijk lukt niet.

Wat was het fijn toen ze in de loop van de donderdag je mond gingen schoonmaken, het maakte dat je rustiger werd, minder pruttelde, en ook het hoesten werd erdoor minder.
Hierdoor had je een rustige nacht, en kon ook ik eindelijk even slapen.


Vandaag, vrijdag, heb ik het heel erg moeilijk.
Je had een rustig nacht en was ook 's morgens heel rustig, waardoor ik me toch weer af begon te vragen of we nu wel de juiste keuze hadden gemaakt.
Alles is stopgezet omdat het zo slecht ging, maar nu, nu je een rustige nacht hebt gehad en en vanmorgen toch ook wat reageert en zo rustig bent ...
Ben blij als de arts straks komt en ik het bij haar voor kan leggen.

Maar ik krijg die ochtend ook een heel naar telefoontje, ik houd alles daarover voor mezelf, maar ik ben er compleet overstuur van, als ook heel erg boos.
Ik heb het al zo moeilijk en dan dit er nog bij ...
Wat ben ik dankbaar voor het ontzettend lieve personeel op die afdeling, er is altijd iemand bij wie je terecht kan, je hart kan luchten, die echt de tijd neemt zodat ik mijn verhaal kan doen.
En wat is dat nodig na dit telefoontje.
Nee, het is niet bepaald fijn als er dingen gezegd worden die je het gevoel geven dat als Bram nu dood gaat het in wezen jou schuld is, want ...
Nee, het is niet zo gezegd, en is ook niet zo bedoelt, dat weet ik, maar het neemt niet weg dat als je je in een situatie bevindt als waar ik mij bevind, dingen dubbel en dwars binnenkomen en een vlucht nemen.
Wat zeggen we soms met de beste bedoelingen iets, maar hoe verkeerd kan het uitpakken, en het iemand onnodig moeilijk maken.


Dan is het gesprek er met de arts en ze geeft aan dat je echt heel erg ziek bent.
Je bent goed wakker, maar opnieuw hebben we het over zo doorgaan of  ...
Och, wat vind ik het moeilijk, ik kan toch zo'n keuze niet maken?
Geen medicatie meer, maar ook geen vocht of voeding ...
Je huilt, en ik huil mee.
Wat wil jij, Bram, wat wil jij?
De dokter geeft aan dat er zoveel schade is, dat mocht je er doorheen komen, er weinig herstel zal zijn en je je dagen door zal brengen in een verpleeghuis, half verlamd, en ook nauwelijks kunnen pratend, en wie weet zelfs nog erger.
Uiteindelijk geef je door middel van je duim omhoog aan dat je dat niet wilt, en zo valt opnieuw en nu ook definitief, de beslissing om niets meer te doen.
Maar wat is het moeilijk, wat valt het me zwaar.
Ik stuur zonder omhaal van woorden een kort appje door aan iedereen met deze keuze.

In de loop van de middag komt één van onze jongens nog even met zijn vriendin en twee van de kinderen.
Ze zijn zwaar onder de indruk en hebben het moeilijk.
Maar je bent er nog steeds, en je ziet hen, en je steekt je hand naar hen uit en om de beurt pakken ze je hand vast.
Het beeld wat me het meeste bij blijft is van een meisje dat heel stilletjes naar haar opa kijkt terwijl er stille tranen over haar wangen glijden.
Geen woord, geen enkel geluid, geen gesnif, alleen maar stille tranen die langzaam naar beneden glijden.
Mijn hart breekt ...

Onze oudste zoon is weer terug van vakantie en komt ook nog even.
'Mag ik een Bijbeltekst op het bord schrijven?', vraag hij.
Uiteraard mag dat, hoe zou ik daar nee op kunnen zeggen, en hij begint te schrijven:
'Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Mijn hart springt op, wauw, hoe bijzonder, dezelfde tekst als die een vriendin de vorige dag met mij deelde.
De Heer is erbij, bij jou, bij mij.
Och, ervaar ik dit al niet vanaf dat ik hier ben met jou, dat de Heer er is.
Ook terwijl ik dit aan het schrijven ben, zien mijn geestelijke ogen een plafond van vleugels, en onder mij ervaar eeuwige armen die mij-ons dragen.
Het is misschien vervelend voor sommige mensen, maar ik leef deze dagen in een bubbel, jij, ik en de Heer.
Er is geen ruimte voor iets of iemand anders, dan eigen.
Ja, de appjes en kaarten, alle reacties van mensen die voor ons bidden, ze zijn geweldig; misschien is het juist daarom wel zoals het is.




De zaterdag breekt aan, 8 augustus.
Na opnieuw een rustige nacht gaan we weer een dag in.
Ik houd mijn Stille Tijd, en als ik met jou een lied aan het luisteren ben dat ons allebei emotioneel raakt, komen je zus en zwager, die in Engeland waren, binnen.
Op je broer uit Frankrijk na, heeft nu iedereen afscheid van je genomen, ook mijn twee broers zijn deze week gelukkig nog geweest.
Eén van hen bleef wat langer zodat ik even naar huis kon; hoe kostbaar is het om familie te hebben en goede vrienden.
Maar nog meer telt het spreekwoord: een goede buur is beter dan een verre vriend, want och, hoe ontzettend lief, onze zijbuurvrouw zorgt al al die tijd voor ons hondje.
Uitlaten, eten geven, even bij haar zitten, met haar spelen ...
Hoe kostbaar!

Als ik even naar huis ben, word je door je dochter en een zuster naar beneden, naar buiten gebracht.
Ik zie de foto thuis binnenkomen en zie hoe je geniet; och, wat houd jij van buiten, van de natuur, van ...

Wat ik deze dag echt moeilijk vind, is dat je dorst begint te krijgen en je niets mag/kan drinken.
Gelukkig komt er 's avonds iemand met de oplossing, ijsklontjes op een stokje.
Wat geniet je daarvan zeg!
Maar het komt ook je ademhaling en de slijmvorming ten goede, je hebt er daardoor duidelijk minder last van.
Je wordt weer goed gelegd voor de nacht en je geeft heel duidelijk aan dat je goed ligt.
Het ziet er ook echt comfortabel uit.
Wat moet ik toch, opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik misschien toch iets verkeerd doe.
Hoe ziek ben je werkelijk?
Je ademhaling is nog steeds cheyne stokes, niet normaal en dat zegt ook veel, maar voor de rest ...
Aan de andere kant, zo verder, opgesloten in jezelf, want je kunt niets meer zeggen en nauwelijks meer iets duidelijk maken, zwaar gehandicapt in een verpleeghuis ...


O Heer, toon mij ...
Genees en richt op, of laat het verslechteren en haal hem thuis.


In Uw handen, Heer, in Uw handen ...
Want in Uw handen zijn onze -jouw- tijden.

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

woensdag 25 februari 2015

Dag 8. Op zich genomen ...

Als ziekte ons leven binnenkomt …
Simons schoonmoeder lag met koorts in bed … 
Marcus 1:30


Ziek, te ziek om overeind te komen, te ziek om ook maar iets te kunnen doen.
Ik weet niet of  zoals het boekje zegt zij de dood in de ogen kijkt,  maar ze was duidelijk goed ziek, want ze lag op bed en had hoge koorts.

Met de zonde is niet alleen de dood ons leven binnengekomen, maar ook ziekte en oneindig veel leed.
En toch ...

‘Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen.
Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.
Maar  Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen  is er voor ons genezing gekomen.’
Jesaja 53:4,5



Guy Penrod - By His Wounds 


Vals beschuldigd,
bespot en geslagen.
Met doornen gekroond,
het kruis gedragen.

Handen en voeten
met spijkers doorboord.
Het is volbracht!
Zijn laatste woord.

Alles heeft Hij
op Zich genomen,
opdat Zijn vrede ons
zal door stromen.













Je kunt lezen over de schoonmoeder van Petrus (toen nog Simon) in:
>> Mattheüs 8:14-17
>> Marcus 1:29-35
>> Lucas 4:38-40

Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'

zaterdag 22 november 2014

Vrede door Zijn woord

Als ik vandaag mijn stukje aan het schrijven ben voor mijn Blog ‘Quality Time’, word ik door het onderwerp bepaald bij de vrede die het lezen en overdenken van Gods woord  mij brengt.
De ene keer meer dan de andere keer, maar ik heb wel gemerkt dat dat aan mij ligt en niet aan Gods woord.

Een aantal jaar geleden, toen ik uit pure wanhoop Zijn woord uit ging schrijven als proclamatie (de ene keer met de wanhopige woorden van David als een gebed, een anderen keer als een statement wat Gods woord zegt over wie Hij is enz.) en het ook hardop uitsprak, gebeurde er iets binnen in mij.
De wanhoop verdween en maakte plaats voor geloof en vertrouwen.
De ommekeer in mijn gevoelens was zo duidelijk voelbaar, dat het mijn kijk en gevoelens  op het woord van God voorgoed heeft veranderd.

Hoe belangrijk het woord van God altijd voor mij is geweest, nu werd Zijn woord mij ook heel kostbaar en dierbaar, en zijn ze een rustpunt voor mij geworden in de hectiek van dit leven, in de drukte van ons bestaan.
Een rustpunt, waarbij Zijn vrede mijn hart binnenstroomt en vult.
En dit is niet meer alleen iets dat ik weet dat gebeurt, maar wat alleen al bij de gedachte eraan, vreugde in mijn hart oproep en mij doet uitzien naar het volgende moment van stilte en alleen zijn met Hem.


Be still  Be Amazed
Nog steeds verwonder ik mij over wat Gods woord met mij doet; verwonder ik mij over de vrede die mijn hart binnenstroomt en vult.
En ik hoop en bid dat die verwondering zal blijven; dat ik het nooit gewoon zal gaan vinden, zodat ik Zijn aanwezigheid zal blijven zoeken vanuit het diepe verlangen om Hem beter en beter te leren kennen, sterk en krachtig te worden door Zijn woord en Zijn diepe vrede, die elk menselijk verstand te boven gaat, mag ervaren.


Be still  Be Amazed
Dag 18

zaterdag 8 november 2014

Stil en verwonderd

Stil en verwonderd ben ik om Gods liefde en geduld.
Stil en verwonderd over Zijn leiding en de inzichten die Hij geeft.
Stil en verwonderd over de aansporingen om stappen te zetten en de kracht die Hij geeft die daarvoor nodig is.
Stil en verwonderd over reacties die daarop weer het gevolg zijn.
Stil en verwonderd over de lessen die ik mag leren en de tijd die Hij mij daarvoor verleent.
Stil en verwonderd over dingen die Hij samenbrengt.
Stil en verwonderd dat Hij tot mij spreekt, ja, ook door ‘mijn eigen’ schrijfsels heen.

Stil en verwonderd ben ik na het schrijven vandaag van mijn wekelijkse stukje voor ‘Quality Time’.
Morgen kun je daar lezen wat ik heb geschreven, maar vandaag ben ik stil en verwonderd, en is er een diepe, dankbare vrede en vreugde in mijn hart.


Welk een diepe vrede ligt er besloten
in het stille samenzijn met Hem.
Welk een rust komt voort uit het lezen van Zijn woord,
en daarmee als het ware het horen van Zijn stem.
Welk een verwondering wordt mijn deel,
als ik de rijkdom ontdek in Zijn woord.
En hoe meer ik de stilte voor een samenzijn met Hem zoek,
hoe meer deze stilte mij bekoort.

Vrede en vreugde
vullen mijn hart.
Helen de wonden,
genezen de smart.

Vrede en vreugde,
tot diep in mijn ziel.
Ik buig mijn hoofd
en kniel …


Be still   Be Amazed
Dag 4

zondag 26 oktober 2014

Reis naar de stilte

Stilte,
je bent zo kostbaar,
zo waardevol;
ik heb je zo lief!

Als het na drukte en rumoer stil wordt,
voel ik je als een druk op mijn oren.
Dankbaarheid vindt haar weg naar boven,
terwijl in mijn hart vreugde ontspringt.
Je bent voelbaar, je bent tastbaar;
ik kan je aanwezigheid horen.
Je bent een balsem voor mijn ziel,
die alle onrust en onvrede verdringt.

Stilte,
je bent mij zo kostbaar,
zo waardevol;
ik heb je zo lief …


Inmiddels is het alweer een week geleden dat ik thuiskwam van de Vrouwenconferentie.
En hoewel het hier aansluitend vakantie was en onze zoon en dochter daardoor thuis waren, heb ik genoten van een heerlijk rustige week die ik mezelf heb toegeëigend.
Ik deed niet meer dan het hoognodige en nam de tijd om mezelf als het ware weer terug te dwingen in de rust; de rust om te lezen, te schrijven, of gewoon te keutelen.
Mijn agenda was afgelopen week leeg en bleef leeg, op een afspraak met de tandarts na.
En nieuwe dingen die opgeworpen werden, heb ik niet aangenomen.
Welk een rust geeft dat alleen al niet!

Morgen gaan ze weer naar school en hoewel het deze week vrij rustig bleef, toch weet ik dat als morgenmiddag, en de andere momenten van de week,  iedereen weg is –school en werk– ik deze korte momenten van stilte zal omarmen.
Stilte; voelbare, tastbare stilte, die mij altijd dicht bij God brengt en waar ik zo van geniet en dankbaar voor ben.
Soms zeg ik weleens zachtjes tegen Hem: ‘Hoort U het, Heer, hoort U de stilte ook?!’, en dan gaat een stil dankgebed naar boven en is het soms net even of we samen glimlachen om dit intieme moment van samen genieten van de stilte.

Ik heb deze momenten van stilte te weinig gehad afgelopen jaar.
Ik heb ze hard nodig, dat weet ik van mijzelf, maar er waren teveel dingen op mijn pad gekomen waardoor deze momenten grotendeels verdwenen.
Ik wist het, maar het lukte maar niet om het te veranderen, tot nu, en wat voel ik mij daar goed bij, bij dit vooruitzicht van rust en stilte.
Ik kijk even achterom naar mijn boekenkast, waar mijn werkje van de workshop van de Vrouwenconferentie staat.
Dit werkje (de Bijbeltekst uit Jes. 30:15 - ‘In stilheid en vertrouwen ligt mijn kracht’ getuigt daarvan) maakt ook deel uit van mijn reis terug naar de stilte; naar ontmoetingen met God en met mezelf.
Een reis in de stilte zodat alles weer in evenwicht komt.


Stilte, 
je bent zo kostbaar,
zo waardevol; 
ik heb je zo lief.

Je bent een waardevolle zegen,
voor als ik onrustig ben en verward.
Er gaat kracht van je uit en ...
je brengt vrede terug in mijn hart.
Je brengt mij dicht bij mijn Vader,
waar ik mij veilig weet en bemind.
Je schept licht en ruimte,
waardoor ik mijzelf hervindt.

Stilte,
je bent me zo kostbaar,
zo waardevol;
Stilte, ik heb je zo lief!