Posts tonen met het label zorgen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorgen. Alle posts tonen

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

donderdag 8 november 2012

Roerige tijden ...


In Uw handen, Heer!

Ook een blog van de tijd dat ik nog op Punt.nl zat, maar die voor mij te waardevol is om weg te doen.
Het is een heel persoonlijk verhaal, maar het herinner mij eraan Wie God is en wil zijn voor mij, en dus ook voor jou.
Niet altijd zijn mijn gevoelens en gedachten zo positief in moeilijke en verdrietige tijden, maar ik geloof wel dat de Heer wil dat ik dit onthoud om aan vast te grijpen in tijden dat de hemel van koper lijkt, en God mijlenver weg.



7-12-2011

Het zijn momenteel roerige tijden.
Wat gebeuren er vele en heftige dingen.
Wat ben ik blij dat ik (lees wij) Hem ken en weet dat Hij voor ons zorgt.
En dat ik het niet alleen weet, maar ook ervaren mag.
Hij is mijn Rots, mijn toevlucht, mijn schild.

Het lied 'Immanuël; God is with us', wat ik zondag op mijn site geplaatst heb, is heel belangrijk geweest voor mij de afgelopen dagen.
Steeds opnieuw weerklonk het refrein in mijn hoofd of zong ik het zachtjes voor me uit.
Immanuël, Gods is with us.
Ja, God is met mij, met ons, ook in deze roerige tijden.

Is met het feit dat mijn 'zussie' borstkanker heeft de borstkanker onze familie binnengekomen, leek het er nu even op dat het ook in mijn persoonlijke leven binnenkwam en dat is best heftig.
Vooral naast de andere dingen die er spelen.
Maar wat een dankbaarheid dat het toch niet zo blijkt te zijn.
Toch wordt je wel even heel erg stil gezet en overspoeld met allerlei gedachten en emoties, ook al is het van korte duur.
De huisarts, waar ik 's middags direct moest komen, heeft me behoorlijk gerust kunnen stellen, maar het telefoontje van 's morgens zaaide heel wat onrust.

Heel even kom je zo een wereld binnen waar je helemaal niet wil zijn, maar waarvan je ook tegelijkertijd weet dat er zich velen in bevinden.
Was alles door waar mijn lieve 'zus' nu doorheen gaat, heel dichtbij gekomen; nu nog meer.
Vanmorgen mocht ik horen dat alles goed was; de echo zag er goed uit; de verdichting die op de foto te zien was, was op de echo niet terug te vinden.
(Of heeft U het weggehaald, Here?)
Nu alleen (voor de zekerheid) over een half jaar terug te komen voor een foto en een echo.
Maar velen zullen een ander bericht ontvangen of hebben ontvangen en mijn hart gaat uit naar al die vrouwen.
Het ging bij mij maar om twee dagen, maar toch heb ik alles opgeschreven wat er door mij heen ging.

Maandagmiddag, 5 december 2011
Vanmorgen, ik was bezig mijn spullen te verzamelen voor onze maandelijkse Vrouwenochtend, kwam mijn dochter de telefoon brengen; de assistente van de huisarts.
Mijn eerste gedachte was, wat moet zij nu; we hebben toch helemaal geen uitslagen te goed of zo.
Maar al snel werd het me duidelijk.
Ze belde voor de uitslag van de mammografie die ik vorige week heb gehad.
De eerste, want ik ben dit jaar 50 jaar geworden.
De schrik sloeg me om het hart, het zal toch niet …
Nee, dat kan niet, ik heb nog helemaal niet gevoeld.
Helaas, dus wel.
Er is een bultje gevonden en of ik vanmiddag gelijk naar het spreekuur kan komen;15.40 uur.
'Ja, ja, ik kom, natuurlijk.
Ja, dag.’

Lichtelijk verdoofd en ontkennend leg ik de telefoon neer.
Mijn dochter kijkt me aan en mijn man komt net mijn studeerkamer binnen en ik vertel ze wat de assistente zei.
Samen met mijn dochter huil ik even en troost haar met de woorden: 'Laten we niet op de dingen vooruit lopen, meisje; het hoeft niets te zijn. Misschien is het een vetbultje of een cyste.’
Maar mijn binnenste roert zich heftig.
Even een hug met mijn man, die gedag kwam zeggen omdat hij naar de zaak moet.
We spreken niet, alleen maar het hoeft niets te betekenen.
Ik weet wat er in hem omgaat en hoe deze boodschap, die nog niets hoeft te betekenen, bij hem binnenkomt.
Er zijn geen woorden nodig.

Hele scenario’s spelen zich op hetzelfde moment in mijn hoofd af.
Misschien zou dat anders niet het geval zijn, maar mijn ‘zussie’ heeft sinds een paar maanden borstkanker en is net aan haar chemo begonnen, dus alles waar zij doorheen gaat, speelt door mijn hoofd.

Ik kan me haast niet voorstellen dat God ons ook hier door heen laat gaan.
Het is zoveel allemaal.
Vorige week net onze zaak verkocht.
Deze maand opheffingsuitverkoop en per 31 december sluiten de deuren van onze zaak in Barneveld zich na bijna 30 jaar.
We hebben er nog boven gewoond en onze tweede zoon woont er nu boven.
Zijn vrouwtje is zwanger van hun eerste en lag vorige week een paar dagen in het ziekenhuis met nierstuwing en het wil nog steeds niet echt.
Onze zoon, die daardoor een andere baan moet gaan zoeken.
Het is allemaal zoveel, zo heftig en al weten we dat het goed is, dat God hierin voorzien heeft  en voorziet en het geleid heeft, toch zijn onze emoties er wel na zoveel jaar.
Voor Bram helemaal, toch een rouwproces waar je doorheen moet.
En nu dit.

Ik ben toch gewoon naar de vrouwengroep gegaan; ik wist dat dat goed was.
Ik ben zo blij met hen, we trekken nu ruim drie jaar met elkaar op.
Sommigen zijn er later bij gekomen, maar we hebben al zoveel met elkaar gedeeld en het is zo vertrouwd.
Ook dit is goed zo.
Als er iets mis zou zijn, dan heb ik ze hard nodig.
Op weg er naar toe was de lucht heel donker, maar met een bepaalde lichtval.
En ik had zoiets van, dit is een lucht waarin je eigenlijk nu een regenboog verwacht.
Het regende wel niet, maar toch, zo zag de lucht eruit.
Maar ik zag er geen; totdat ik de straat inreed waar ik moest zijn, een prachtige regenboog werd zichtbaar.
Een regenboog, Gods belofte aan Noach.
Een teken van Hoop, van bemoediging, van: Vertrouw Mij.
De tranen sprongen in mijn ogen; ‘Dank U Heer’.

Nu, ik ben inmiddels weer thuis, zit ik mijn tijd af te wachten tot 15.40 uur.
De ochtend was fijn.
We hebben samen gebeden en gezongen.
Samen dingen gedeeld.
Zo waardevol, zo kostbaar.

Bram belde net, Joël neemt vanmiddag de zaak even over zodat hij met mij mee kan naar de dokter.
Ik had er niet op gerekend, er moet toch ook iemand in de zaak zijn.
Maar ik ben er blij mee, dat Joël het even doet zodat hij toch mee kan, anders was ik alleen gegaan.
Al was er vanuit de vrouwengroep ook al aangeboden om mee te gaan, toch zou ik vanmiddag alleen gegaan zijn.
Ik weet eigenlijk niet eens waarom; misschien omdat ik zoiets heb van, ze weten en doen toch nog niets.
Het zal blijken wat er moet gaan gebeuren.
Gek, Yvonne heeft het allemaal verteld, maar dit stukje is helemaal blanco, weet ik niets meer van.
Kunnen ook de spanningen zijn, zal ik dan maar zeggen.
Zo eerst nog maar even snel wat boodschapjes doen en eten en dan …

Op mijn Blog had ik gister net een mooi kerstnummer gezet.
Immanuël – God met ons.

Immanuel
Our God is with us
And if God is with us
Who could stand against us
Our God is with us
Immanuel
For all those who live in the shadow of death
A glorious light has dawned

Daar houd ik me maar aan vast.
Hij is met mij, met ons.

Maandagavond, 5 december 2011-12-05
Met toch wel een behoorlijk portie spanning in mijn keel zijn we naar de huisarts gegaan.
En niet alleen in mijn keel, maar zeker ook bij Bram.
Ja, onverwacht kon hij toch me.
Joël viel voor hem in in de zaak, waardoor hij toch met mij mee kon.
Heel fijn vond ik dat.
We waren heel snel aan de beurt; het spreekuur liep keurig op tijd, wat in dit geval heel prettig was en waar ik God ook heel dankbaar voor was.
Binnengekomen vroeg de huisarts of we niet te hard geschrokken waren.
Nou ja, dus wel.
Hoe zou je niet schrikken.
Ik had nog helemaal niets gevoeld en hoewel vorige week die foto was gemaakt, had ik hier eigenlijk geen rekening mee gehouden.
Om heel eerlijk te zijn, was ik die hele foto vergeten.
Niet schrikken, hoe doe je dat met zo’n telefoontje.
Maar goed, hoewel de huisarts niet echt iets mag/kan zeggen, gaf hij toch aan dat hij de indruk had dat het weleens mee kon vallen.
Het was nog heel klein, 0,5 cm en het zag er niet echt slecht uit, al moest er natuurlijk wel verder naar gekeken worden voor de zekerheid.
Maar het kon zo zijn dat de ik na het onderzoek gewoon naar huis gestuurd zou worden.
En dus mag ik aanstaande woensdagmorgen om 8.30 uur al naar het ziekenhuis in Ede voor een nieuwe foto en een echo.
Aansluitend heb ik een afspraak met de chirurg voor de uitslag.

Op dit moment voel ik me eigenlijk best wel rustig.
Het gesprek met de huisarts heeft me wat rust gegeven, maar ook ervaar ik Gods nabijheid.
Hij is heel dicht bij.

Morgen heb ik ook gelukkig genoeg te doen, dus de tijd zal hard genoeg gaan.
Ik moet me voorbereiden voor de Generale Repetitie voor de kerstavond voor Vrouwen morgenavond, dus …
Vanavond kregen we ook nog een geweldig telefoontje van onze Michael en Marijn.
Ze hebben het huis gekregen!
Tussen kerst en oud en nieuw kunnen ze verhuizen.
Eindelijk een plekje voor henzelf.
Geen bijhuurders, echt alleen voor henzelf.
Een contract voor een half jaar, maar goed, ook in het andere huis zaten ze op de schopstoel en dat huis moesten ze nog delen ook met een ander.
Maar nu krijgen ze een klein paleis voor henzelf.
Heer, wat bent U goed.
Wat een vreugde voor hen.
Ik moest daar met mijn verhaal wel een beetje een domper opzetten, maar de vreugde in mijn hart voor hen blijft en ik bid dat God hun vreugde ook zal doen blijven.

Vreugde en dankbaarheid,
zorgen en onzekerheid.
Soms gaan ze hand in hand,
soms voeren ze samen een strijd.

Met beiden wil ik opzien,
opzien naar mijn hemelse Vader;
naar Hem in wiens handen alles besloten ligt.
Bij Hem wil ik schuilen,
in Zijn nabijheid wil ik zijn,
mijn ogen houd ik op Hem gericht.

Zo kan ik lachen en huilen;
vreugde ervaren te midden van verdriet.
Hij kent en doorgrond mij,
Hij is het die mijn diepste diepte ziet.


Dinsdagmiddag, 6 december 2011
Ik voel me goed; er is diepe rust en vrede in mijn hart en ik heb het gevoel dat het allemaal goed is.
Hi, hi, ik ben wel zenuwachtig voor vanavond, dan is de generale repetitie van de Vrouwenkerstavond.
Het wordt een heel andere avond dan anders, nu moeten er dingen echt samen gaan.
Beamer en gedicht, beamer en muziek, beamer en dans ….
Spannend.
Aangezien ik de algehele leiding heb van de organisatie, rust op mij de taak om alles in goede banen te leiden en te regelen.
Het juiste woord ervoor is geloof ik ‘regisseren’ (denk ik), maar dat heb ik nog nooit gedaan en de zenuwen hiervoor doen mijn borstkas bijna uit zijn/haar voegen springen.
Ik hoop maar dat ik door alle omstandigheden niets vergeten ben of vergeet.
Nou ja, dan zien we het wel weer.
Iedereen is voorzien van een draaiboek of programma, dus het zal vast wel goed gaan.
Wel heel spannend.
Af en toe tijdens deze voorbereidingen en net toen ik de keuken de voorbereidingen aan het treffen was voor het avond eten, gingen mijn gedachten wel naar morgen en naar wat als.
Maar op de één of andere manier raakt het me niet en blijft de diepe vrede en rust.
Heer, dank U wel!

Vrede en rust
liggen besloten in mijn hart;
voeren de boventoon
en niet de smart.

Vrede en rust,
door God aan mij gegeven
te midden van donkere dagen
van het leven.

Alleen door Hem
is dit alles mogelijk
en bevind ik mij
in deze serene rust.
Meer dan ooit ben ik mij
van Zijn liefde en bewogenheid,
van Zijn aanwezigheid, bewust.

Dank U, Heer.
Aan U zij alle lof, dank en eer.

 - Amen -


Dinsdagavond, 6 december 2011
Vanavond kwam ik er achter dat ik de teksten van vandaag helemaal nog niet gelezen had, dus alsnog maar even gedaan.
En maar goed ook.
Zowel de tekst van ‘Dagelijks Woord’ als van Manna, waren bijzondere bemoedigingen.
Dagelijks Woord heeft een tekst uit Jesaja; Manna uit Filippenzen

Jesaja 63:9
'In al hun benauwdheid was Hij benauwd;
de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost.
Door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen bevrijd;
Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van weleer.'

Op Manna:
'Rita, IK zal met MIJN vrede die alle begrip te boven gaat, waken over jouw hart en jouw gedachten, in CHRISTUS JEZUS.'
Filippenzen 4:7

Hij waakt zeker over mijn hart en mijn gedachten, dat is iets wat zeker is en wat ik vandaag ook echt ervaar.
En hoe kan ik niet beamen dat Hij mij draagt; voorheen maar ook nu.
Dank U, Heer voor Uw woorden, voor Uw beloften.
U bent trouw tot in eeuwigheid.

 - Amen -

Woensdagmorgen, 7 december 2011
Opnieuw werd ik vanmorgen wakker en besefte ik hoe bijzonder het is, dat ik de afgelopen twee nachten zo goed heb geslapen.
Eigenlijk moet ik zeggen, zeer goed.
Whauw.
Maar vanmorgen kropen toch wel wat zenuwen naar binnen en voelde het een beetje verwrongen aan.
Maar toch was daar ook die stille kalmte, die rust in mijn hoofd, in mijn gedachten.
Een vrede die de boventoon voerde; boven het verwrongen gevoel in mijn maag.

We waren overal heel snel aan de beurt; het langst waar we moesten wachten was bij de inschrijfbalie en even bij de radiologie voor de echo, maar ook dat viel reuze mee.
Onder het maken van de echo komen vanzelf allerlei gedachten m’n hoofd binnen.
Mijn gedachten gaan terug naar andere echo’s, echo’s van tijdens mijn zwangerschappen, echo’s vol nieuw leven.
Zou het nu een echo van de dood zijn?
Nee, er is niets, het is goed; of toch niet.
In Uw handen, Heer…
Into Your hands …
Grappig dat ik daar nu aan denken moet, aan mijn site, of beter gezegd, aan de naam van mijn Blog: 'Into Your hands'.
Ja, zo is mijn leven, Heer, en alles wat er gebeurt, het is in Uw handen.
En zo gaan mijn gedachten door.
Gesproken wordt er niet totdat degene die de echo maakt de stilte verbreekt en zegt dat ze de foto’s even gaat bespreken met de radioloog, maar dat zij niets kan zien, niets terug kan vinden wat de foto wel laat zien.
Als ze terugkomt wil ze nog even ook mijn linkerborst bekijken en ook nog even terug naar de rechter, maar er wordt niets gevonden.
Ik mag me aan gaan kleden en met wat papieren door naar de chirurg om de uitslag te bespreken.
Maar, alles was goed zei ze, en als de radioloog dat zegt, dan kunnen we daar wel van op aan.
En zo lopen Bram en ik de gangen door naar de volgende halte.
Opluchting is duidelijk zichtbaar en merkbaar bij Bram.
Zelf ben ik eigenlijk een beetje verbaasd over mijn eigen gevoelens, namelijk bijna geen.
Alsof het alleen maar een bevestiging was van wat ik al dacht/wist.
Heel raar eigenlijk.
Geen uitzinnige blijdschap of opluchting, maar gewoon, ja gewoon …

Bij de afdeling chirurgie werden we opgehaald door degene die samen met de chirurg de poli deed.
Zij vertelde ons nog eens wat er bij de radiologie al was gezegd, namelijk dat alles goed was.
Het kwartje viel iets meer en langzaamaan begint zich toch iets van blijdschap te vormen in mijn hart.
Na nog een kort onderzoek en een afspraak voor over een half jaar op zak, liepen we samen richting restaurant waar we onszelf even trakteerden op een lekkere kop cappuccino met wat lekkers erbij.
Vervolgens naar huis.
Stille dankbaarheid en blijdschap is wat zich van mij meester maakt en terwijl ik dit alles opschrijf, ligt er een grote glimlach op mijn gezicht, die er maar niet vanaf wil.
Vreugde, stille dankbare vreugde is wat mij heeft vervuld.

Heer, ik dank U
voor Uw goedheid
en Uw trouw
aan mij betoont.

Ik dank U
voor wie U bent
en voor de liefde
waar U mij mee omgaf
en nog steeds omgeeft.

Ik dank U
voor de vrede en de rust
die er was en is
en voor de vreugde
die nu diep in mij leeft.

Ik dank U, Heer,
U bent zo goed voor ons,
voor mij.
Ik houd van U
en ben blij en dankbaar
dat U in mij woont.

Ja, Heer, ik dank U
voor Uw aanwezigheid;
dat U bij mij was, bent
en ook altijd zal zijn.
Ja, tot in alle eeuwigheid.


Met een diepe, stille vreugde en dankbaarheid in mijn hart, gaat  mijn hart tegelijkertijd uit naar al die vrouwen die ander nieuws hebben ontvangen en een heel ander weg gaan bewandelen (of reeds gaan).

Immanuël,
God die met ons is,
wees heel dicht bij hen,
die nu deze donkere
en onzekere weg
moeten bewandelen
of reeds gaan.
Wees hen heel dicht nabij,
troost en bemoedig hen,
geef hen kracht
of draag hen
als zij zelf niet meer
kunnen staan.

Immanuël,
God die met ons is,
ik bid U:
zegen en richt op,
troost en bemoedig.
Geef kracht en sterkte,
hoop en leven
en houdt een ieder
met Uw liefdevolle armen
veilig omgeven.

Kyrie eleison,
Ontferm U, Heer.
Immanuël,
God die met ons is,
in alles
zij U de eer.

- Amen -