Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2026

Onze tijden zijn in Uw hand ... (3)

Het einde van de rollercoaster  nadert ...


Van slapen komt deze nacht niet veel, om maar te zeggen helemaal niet.
 Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoest behoorlijk en er zijn flinke apneus.
Toch ben ik er nu niet meer bang voor, verontrust het mij niet meer, diepe rust en vrede is over mij gekomen en ik laat alles komen zoals het is.
De drang om over je borstbeen te wrijven zodat je weer gaat ademhalen is weg.
Het is goed.

Deze nacht pak ik mijn telefoon erbij om even van alles en nog wat te noteren, want het is werkelijk één grote en lange rollercoaster met ups en downs.
Ik noteer wat ik nog weet en voor de rest lig ik naast je, of ik zit in de stoel bij het raam en kijk de nacht in.
Maar ook schrijf ik een gedicht, mijn manier van woorden geven aan, van een plaatst geven aan wat er gebeurt, van verwerken ...

Het is stil.
Het geruis van de ventilatie klinkt.
Je ademhaling wisselt
en toch, mijn hart zingt.

U bent mijn schuilplaats, Heer,
U vult mijn hart steeds weer ...
Ja, met rust en vrede, en dankbaarheid
voor wat U gaf te midden van de strijd.

Het einde nadert.
Nog even samen een stukje ervan gaan.
Tot ik je los moet laten
zodat je aan Zijn hand verder kunt gaan.

Het is stil.
Ik weet niet hoeveel tijd Hij nog geeft.
Ik wacht
op hoe Hij jouw kleed weeft.

Hij is een God van wonderen,
maar zelfs als Hij het niet doet,
kijk ik omhoog en zeg met heel mijn hart:
Heer, wat U doet, is goed!

Onze tijden zijn immers in Uw hand!
En ik vertrouw op U, mijn Heer.
Maak zo deze weg
tot Uw glorie en eer!

- Amen -

Rond kwart voor vijf  krijg ik een appje van een lieve vriendin die niet kon slapen en wat thee ging zetten en mijn appje van 's nachts zag.
We appen even wat over en weer en ze deelt de volgende Bijbeltekst met mij om over jou uit te spreken:
'Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart en mijn Deel in Eeuwigheid.'
Ps. 73:26
 Hoe bijzonder, want de woorden die vandaag met mij mee reizen in mijn hoofd zijn: 'Mijn tijden zijn in Uw hand.'
Ps. 31:16a
Hoe prachtig past dit bij elkaar!

Rond kwart voor zes krijg je van de nachtzuster wat morfine, in de hoop dat het je ademhaling ten goede komt.
Al met al ben je de nacht toch redelijk goed doorgekomen.
Je pruttelt wel veel meer, en je begint ook af en toe te kreunen, maar verder ...


De nieuwe dag begint, donderdag 6 augustus.
Je bent net lekker opgefrist, dat is wel fijn na zo'n nacht.
Je bent ook niet alleen wakker, maar je hoort en begrijpt ons ook, alleen het praten ...
Ik weet niet meer wat er gezegd werd, maar je moest er echt om lachen, een duidelijk bewijs van dat je er nog bent.
Wat deed dat goed!
Het was echt fijn om je te zien lachen, hoe kort ook.

Vandaag is een dag vol met bezoek.
Je moeder komt, ze is gebracht door iemand.
Als ze de kamer binnenloopt naar je bed toe zegt ze: 'Ik volg je snel, jongen, ik volg je snel.'
De tranen springen in mijn ogen, zo diep word ik geraakt door deze woorden.
Het hoort toch ook niet; zij net 93 jaar geworden, en haar zoon nog maar 65 jaar.
Even later komt je oudste zus en haar man, je andere zus en haar man zijn in Engeland maar komen morgen terug.
En je broer in Frankrijk, ach, wat heeft hij het moeilijk met alles; ja, jullie hadden een goede band, maar even zo maar heen en weer uit Frankrijk lukt niet.

Wat was het fijn toen ze in de loop van de donderdag je mond gingen schoonmaken, het maakte dat je rustiger werd, minder pruttelde, en ook het hoesten werd erdoor minder.
Hierdoor had je een rustige nacht, en kon ook ik eindelijk even slapen.


Vandaag, vrijdag, heb ik het heel erg moeilijk.
Je had een rustig nacht en was ook 's morgens heel rustig, waardoor ik me toch weer af begon te vragen of we nu wel de juiste keuze hadden gemaakt.
Alles is stopgezet omdat het zo slecht ging, maar nu, nu je een rustige nacht hebt gehad en en vanmorgen toch ook wat reageert en zo rustig bent ...
Ben blij als de arts straks komt en ik het bij haar voor kan leggen.

Maar ik krijg die ochtend ook een heel naar telefoontje, ik houd alles daarover voor mezelf, maar ik ben er compleet overstuur van, als ook heel erg boos.
Ik heb het al zo moeilijk en dan dit er nog bij ...
Wat ben ik dankbaar voor het ontzettend lieve personeel op die afdeling, er is altijd iemand bij wie je terecht kan, je hart kan luchten, die echt de tijd neemt zodat ik mijn verhaal kan doen.
En wat is dat nodig na dit telefoontje.
Nee, het is niet bepaald fijn als er dingen gezegd worden die je het gevoel geven dat als Bram nu dood gaat het in wezen jou schuld is, want ...
Nee, het is niet zo gezegd, en is ook niet zo bedoelt, dat weet ik, maar het neemt niet weg dat als je je in een situatie bevindt als waar ik mij bevind, dingen dubbel en dwars binnenkomen en een vlucht nemen.
Wat zeggen we soms met de beste bedoelingen iets, maar hoe verkeerd kan het uitpakken, en het iemand onnodig moeilijk maken.


Dan is het gesprek er met de arts en ze geeft aan dat je echt heel erg ziek bent.
Je bent goed wakker, maar opnieuw hebben we het over zo doorgaan of  ...
Och, wat vind ik het moeilijk, ik kan toch zo'n keuze niet maken?
Geen medicatie meer, maar ook geen vocht of voeding ...
Je huilt, en ik huil mee.
Wat wil jij, Bram, wat wil jij?
De dokter geeft aan dat er zoveel schade is, dat mocht je er doorheen komen, er weinig herstel zal zijn en je je dagen door zal brengen in een verpleeghuis, half verlamd, en ook nauwelijks kunnen pratend, en wie weet zelfs nog erger.
Uiteindelijk geef je door middel van je duim omhoog aan dat je dat niet wilt, en zo valt opnieuw en nu ook definitief, de beslissing om niets meer te doen.
Maar wat is het moeilijk, wat valt het me zwaar.
Ik stuur zonder omhaal van woorden een kort appje door aan iedereen met deze keuze.

In de loop van de middag komt één van onze jongens nog even met zijn vriendin en twee van de kinderen.
Ze zijn zwaar onder de indruk en hebben het moeilijk.
Maar je bent er nog steeds, en je ziet hen, en je steekt je hand naar hen uit en om de beurt pakken ze je hand vast.
Het beeld wat me het meeste bij blijft is van een meisje dat heel stilletjes naar haar opa kijkt terwijl er stille tranen over haar wangen glijden.
Geen woord, geen enkel geluid, geen gesnif, alleen maar stille tranen die langzaam naar beneden glijden.
Mijn hart breekt ...

Onze oudste zoon is weer terug van vakantie en komt ook nog even.
'Mag ik een Bijbeltekst op het bord schrijven?', vraag hij.
Uiteraard mag dat, hoe zou ik daar nee op kunnen zeggen, en hij begint te schrijven:
'Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.'
Mijn hart springt op, wauw, hoe bijzonder, dezelfde tekst als die een vriendin de vorige dag met mij deelde.
De Heer is erbij, bij jou, bij mij.
Och, ervaar ik dit al niet vanaf dat ik hier ben met jou, dat de Heer er is.
Ook terwijl ik dit aan het schrijven ben, zien mijn geestelijke ogen een plafond van vleugels, en onder mij ervaar eeuwige armen die mij-ons dragen.
Het is misschien vervelend voor sommige mensen, maar ik leef deze dagen in een bubbel, jij, ik en de Heer.
Er is geen ruimte voor iets of iemand anders, dan eigen.
Ja, de appjes en kaarten, alle reacties van mensen die voor ons bidden, ze zijn geweldig; misschien is het juist daarom wel zoals het is.




De zaterdag breekt aan, 8 augustus.
Na opnieuw een rustige nacht gaan we weer een dag in.
Ik houd mijn Stille Tijd, en als ik met jou een lied aan het luisteren ben dat ons allebei emotioneel raakt, komen je zus en zwager, die in Engeland waren, binnen.
Op je broer uit Frankrijk na, heeft nu iedereen afscheid van je genomen, ook mijn twee broers zijn deze week gelukkig nog geweest.
Eén van hen bleef wat langer zodat ik even naar huis kon; hoe kostbaar is het om familie te hebben en goede vrienden.
Maar nog meer telt het spreekwoord: een goede buur is beter dan een verre vriend, want och, hoe ontzettend lief, onze zijbuurvrouw zorgt al al die tijd voor ons hondje.
Uitlaten, eten geven, even bij haar zitten, met haar spelen ...
Hoe kostbaar!

Als ik even naar huis ben, word je door je dochter en een zuster naar beneden, naar buiten gebracht.
Ik zie de foto thuis binnenkomen en zie hoe je geniet; och, wat houd jij van buiten, van de natuur, van ...

Wat ik deze dag echt moeilijk vind, is dat je dorst begint te krijgen en je niets mag/kan drinken.
Gelukkig komt er 's avonds iemand met de oplossing, ijsklontjes op een stokje.
Wat geniet je daarvan zeg!
Maar het komt ook je ademhaling en de slijmvorming ten goede, je hebt er daardoor duidelijk minder last van.
Je wordt weer goed gelegd voor de nacht en je geeft heel duidelijk aan dat je goed ligt.
Het ziet er ook echt comfortabel uit.
Wat moet ik toch, opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik misschien toch iets verkeerd doe.
Hoe ziek ben je werkelijk?
Je ademhaling is nog steeds cheyne stokes, niet normaal en dat zegt ook veel, maar voor de rest ...
Aan de andere kant, zo verder, opgesloten in jezelf, want je kunt niets meer zeggen en nauwelijks meer iets duidelijk maken, zwaar gehandicapt in een verpleeghuis ...


O Heer, toon mij ...
Genees en richt op, of laat het verslechteren en haal hem thuis.


In Uw handen, Heer, in Uw handen ...
Want in Uw handen zijn onze -jouw- tijden.

zaterdag 22 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (2)

Vervolg van de rollercoaster ...


Het is zaterdag 1 augustus, ik ben vrij vroeg wakker en kan niet meer slapen.
Om half tien ( liever niet eerder stond in de folder) bel ik de afdeling en hoor dat je een rustige nacht hebt gehad.
Tussen de middag ga ik naar je toe.
Ze helpen je in een stoel en ik help je met je eten, wat inmiddels op gemalen staat, omdat ze niet goed kunnen inschatten hoe het met je slikken gaat; zelfs drinken mag je alleen met verdikkingsmiddel.
Arm mannetje van mij, je bent zo'n lekkerbek en dan nu ...

We hebben het er allebei moeilijk mee, wat gaat dit worden, waar gaat dit heen?
Waren het maandagmiddag alleen nog maar je vingers vanaf de middelste gewrichtjes, nu gaat het naar je hele arm, je spraak, slikken ...
Qua onderzoeken doen ze verder even niets, 't is weekend en vakantie.
Dit vind ik wel een beetje vervelend, maar ja ...

Op zondag vind ik dat je spraak nog verder achteruitgegaan is, en wat is dat moeilijk voor ons allebei.
Voor jou omdat je weet wat je zeggen wilt en het lukt gewoon niet goed, en voor mij omdat ik je zo graag wil verstaan, en dat lukt mij gewoon niet goed.
Ook je arm raakt steeds verder verlamd.
Toch ga je 's middags naar een twee persoonskamer, je mag van de 24-uurs kamer af.

's Avonds ga ik met één van onze jongens naar het ziekenhuis, maar tijdens het bezoekuur gaat het ineens helemaal mis.
Een mega hoestbui, even later gevolgd door een epileptisch insult.
Koorts die oploopt tot boven de 40.
Een thoraxfoto die een longontsteking laat zien.
Welke kant gaat dit op?
Ik bel alle kinderen en ze komen.
Uiteindelijk eindig je die avond op de IC, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.
Naast anti-epileptica, krijg je ook antibiotica.
Uiteindelijk lijkt alles weer vrij stabiel, maar wat zijn we geschrokken; ik dacht echt dat ik je die avond zou verliezen.
Om de beurt mogen we nog even met z'n tweeën bij je op de IC.
Je bent half bij, half weg, maar toch hebben we je nog even gedag gezegd en de belangrijkste woorden: ik hou van je.
Onze oudste, die van zijn vakantieadres was gekomen, gaat met mij mee naar huis en slaapt weer een nachtje in zijn ouderlijk huis.


De volgende dag gaan Michael en ik samen 's morgens weer naar het ziekenhuis; je bent nu ook aangesloten op sondevoeding.
Eigenlijk zit je er na alles wat gisteravond gebeurd is, best goed bij, het is nauwelijks voor te stellen dat je er gisteravond zo slecht aan toe was.
De medicijnen slaan schijnbaar goed aan, zo dankbaar voor!
Wel gaat het praten erg moeizaam, maar beetje bij beetje komen we er toch uit, en zo was het goed om even met z'n drieën te zijn.
Dan gaat onze zoon terug naar de camping, en ik rij terug naar huis, en ga 's avonds ga ik ook nog even.
Jij blijft uit voorzorg nog een nachtje op de IC.


Als ik dinsdagmorgen weer bij je kom, ben je erg moe, ik vind je eigenlijk een beetje minder dan de dag ervoor.
Wat later komt de arts bij ons zitten; tijd voor een indringend gesprek.
Ze hebben een gevaarlijke bacterie gevonden, en zijn direct overgestapt op een andere antibiotica, eentje die daar het beste geschikt voor is.
Het blijkt de zeer zeldzame listeria bacterie te zijn, voor gezonde mensen geen risico, maar voor zwangere vrouwen, oude mensen en mensen met een verminderde weerstand heel gevaarlijk.
Nou ja, dat laatste klopt wel bij jou.
Ze vertellen ons dat ze ook de GGD in kennis hebben moeten stellen, want dat ze dit verplicht zijn met dit soort dingen, en dat ik daar later op de dag ook nog door word gebeld.

Dan komt het meest confronterende.
Als er weer wat gebeurt, moeten ze dan wel of niet reanimeren?
Hoe moeilijk het ook is voor jou om te praten, dingen te zeggen, de arts is zeer geduldig en samen komen we er uit.
Je wil dit wel, want er is nog zoveel dat je wil doen, wil zeggen.
Het is voor jou duidelijk nog niet klaar.
Daarna mag je terug naar de afdeling en ze leggen je over in een ander bed.
Voordat we wegrijden, legt een zuster haar hand op je arm en zegt: 'U bent een lieve man'. 
Deze lieve woorden maken je aan het huilen, en ik doe op de achtergrond zachtjes mee.

Je spraak wordt echt iedere dag minder; je arm is nu volledig verlamd en 's avonds vind ik je echt minnetjes.
Een zuster vertelt mij dat ze ook nog een infectie hebben gevonden bij de stent van het aneurysma.
Ook dat ...
Opnieuw rij ik weer naar huis met gemengde gevoelens.
Ik begin moe te worden, het twee keer op en neer rijden per dag en daar zijn, naast alle andere dingen, begin ik te voelen, en ook ons hondje begint aardig van slag te raken.


Woensdag 5 augustus
 wil ik rond twaalf uur richting het ziekenhuis rijden, maar er wordt om tien voor twaalf al gebeld door het ziekenhuis.
Je bent echt heel erg ziek, en gaat achteruit; ze willen graag een gesprek met mij.
Aangezien ik niet veel tijd heb, bel ik onze Joël: 'Kun je mee?'
Maar hij is net bij Intratuin met de kids en kan niet zomaar weg, maar Dilly, zijn vriendin springt per direct in de auto en rijdt naar het ziekenhuis.
Ik wil er gewoon even iemand bij hebben die meeluistert, want ik sla vast niet alles op.
Ze heeft een voorsprong op mij, ik moet eerst nog heel Barneveld door; we treffen elkaar in de hal.

Het gesprek is confronterend en erg moeilijk.
Dilly noteert in grote lijnen alles wat de arts zegt. 
Je bent echt heel erg ziek en gaat achteruit.
De infectiewaarden dalen wel, maar je knapt niet op en daarom wilden ze ook dit gesprek.
De waardes tonen dat de antibiotica werkt, ook voor de longontsteking, maar je blijft benauwd; waar komt dat vandaan?
Er wordt door meerdere mensen meegekeken en gedacht en daarom willen ze ook een controle scan van je hoofd maken om te zien of daar nog iets op te vinden is.
Ook willen ze een PET scan maken, -kan helaas alleen in Arnhem, om te zien of er nog meer infectiehaarden zijn; ze willen ook dit vandaag of morgen doen.

Opnieuw bespreken we ook de reanimatie.
Je was heel duidelijk, maar toch stelt de dokter opnieuw de vraag, en ze geeft daarbij aan dat, met alles wat er aan de hand is, het advies is om niet te reanimeren, omdat het maar de vraag is hoe je eruit zult komen.
Zal er nog sprake zijn van bewustzijn?
Kom je in een coma?
Het is allemaal zo complex.
De dokter schat nu in dat het een verpleeghuis wordt, maar in welke vorm is nu niet te zeggen.

Terwijl Dilly en ik naar huis gaan, wordt de CT-scan gemaakt en bekeken, en dan zal er weer overleg zijn door de verschillende disciplines.
Wordt er iets over het hoofd gezien?
Wat is voor nu de beste aanpak?
Er kan zelfs nog sprake zijn van een delier.

Ik ben nog maar net thuis als mijn telefoon gaat, het ziekenhuis.
Slecht nieuws, het is geen infarct maar een abces; ze gaan gelijk een MRI maken, en in de planning ligt ook de PET-scan in Arnhem.

Rond 16.00 uur ben ik terug in het ziekenhuis.
Ik vind je slechter dan 's morgens, je gaat echt achteruit.
De uitslag van de MRI is binnen, het is een abces van  zo'n 6 cm, en het is behoorlijk gevaarlijk.
De neuroloog komt nog en hij vertelt me dat er contact is met Utrecht.
Artsen daar beoordelen de scans en er is overleg om een punctie te doen, want de antibiotica bereikt duidelijk niet het abces binnenin.
PET-scan in Arnhem is niet meer van belang.

Het is al begin van de avond als we naar het UMC gaan, ze willen je zelf zien en beoordelen.
Ik heb een beetje geluk, daar de neuroloog heeft gezegd dat ik met de ambulance mee kan rijden, mag ik mee, maar het is duidelijk niet hun gewoonte.
Twee van de vier kids komen ook naar Utrecht.
We 'vliegen' over de buitenste rijbaan.
De ambulancebroeder is niet erg spraakzaam, jammer, het helpt altijd zo.
Hij is aardig, hoor, maar gewoon niet spraakzaam.
Anderzijds, we gaan best wel hard, hij moet zijn aandacht wel bij het rijden houden.

Op de Spoedeisende Hulp in Utrecht word je eerst naar de ene kamer gebracht, maar al snel naar de volgende, waar geen ruimte meer is voor iemand anders.
Je ademhaling is allerbelabberdts.
Het is een cheyne stoke ademhaling, ik had het allang herkent, maar wil er nog niet aan.
Ik vind het vreselijk, soms adem je een behoorlijke tijd niet.
Was het in de ambulance slechts een paar keer, hier in het ziekenhuis is het bijna constant zo.
Steeds weer wrijven we om de beurt over je borstbeen, kom jochie, ademhalen, kom, en ja, iedere keer begin je weer.
Ik vind het afschuwelijk, en het huilen staat me soms nader dan het lachen.
De zuster zorgt dat we een paar boterhammetjes krijgen, niemand van ons heeft immers nog gegeten.
Ze geeft zelfs aan dat thuisbezorg hier goed lijkt te werken, maar voor ons, in deze omstandigheden is een boterham met een bak koffie meer dan genoeg.

Verschillende artsen komen langs en beoordelen je situatie, inclusief de anesthesist.
Dan komt de definitieve beslissing: Er wordt geen punctie gedaan, ze vinden het te riskant.
Je conditie is te slecht, ze zijn bang dat je de narcose en de beademing niet eens overleeft, en als dat wel gebeurt, hoe kom je daar dan uit?
Je mag daar blijven om ...
Je mag ook terug naar Ede.
De keuze is aan mij.

Ik vind het zo moeilijk, moet ik je nog een keer een rit met de ambulance aandoen?
Ik kan dat eigenlijk niet, want ze achten de kans ook aanwezig dat je in de ambulance komt te overlijden.
Het advies is ook om met alles te stoppen, de medicatie, de sondevoeding, de zuurstof ...
'Dan maar blijven',  zeg ik, maar mijn zoon komt in het verweer.
'Nee, ma, hij moet terug naar Ede, dat is ook beter voor jou, dat is makkelijker te rijden, kun je nog naar huis enz.'
Uiteindelijk geef ik hem gelijk, het is ook wel zo, op en neer naar Utrecht is wel een dingetje, en Ede voelt inmiddels een beetje als thuis.
Ik buig mijn hoofd en zeg met een zwaar gemoed dat we naar Ede teruggaan.

De weg terug is ondanks de situatie fijn.
Ik mag naast je op een stoel gaan zitten en de broeder is uiterst aardig en praat eigenlijk de hele tijd met me.
Voor ik het weet zijn we terug in Ede.
Het is inmiddels donker.
En ... je heeft de rit overleeft

Je wordt naar een andere kamer gebracht dan waar je lag voor je wegging.
Een tweepersoonskamer, maar nu is het andere bed voor mij, ik mag blijven. 
Je favoriete zuster, ja, die had je echt, was bijna aan het einde van haar dienst, maar ze wil het afmaken, en dus blijft ze.
Ze zorgt ervoor dat je weer lekker in bed komt te liggen en zorgt dat alles zo comfortabel mogelijk is.
Ze heeft zelfs geregeld dat de dienstdoende neuroloog nog even komt en ze blijft tot hij is geweest.
Inmiddels heeft de nachtdienst het al overgenomen, maar ze blijft tot ze de nachtzuster ook nog even aan ons heeft voorgesteld.
Ik bedank haar voor al die extra's, maar ze zegt ook, dat het ook goed voor haarzelf is, voor het verwerken en afmaken.
Dan gaat zij naar huis, en ik duw het bed ernaast tegen jouw bed aan.
Je krijgt er niet veel van mee.



Vandaag zijn de woorden 'Mijn (jouw) tijden zijn in Uw hand' de gehele tijd in mijn hoofd.
Het geeft rust en vrede.

vrijdag 21 augustus 2026

Mijn tijden zijn in Uw hand ... (1)

Het begin van de rollercoaster.


Het is vandaag precies 3 weken geleden dat onze rollercoaster begon, en ik had toen nooit kunnen bedenken dat deze zou eindigen zoals die eindigde 😢 ...

Deze, en de paar komende blogjes zijn in grote lijnen mijn/ons persoonlijke verhaal.
Ik kan deze tijd niet voorbij laten gaan zonder er over te schrijven, het hoort erbij op dit persoonlijke blog waar alles begint en eindigt in Zijn handen.
Het is een verdrietig verhaal, die de rauwe kanten van het leven laat zien, maar ook welk een hoop, rust en vrede er door, en in Hem, is.
Want Hij was er bij elk moment, in iedere traan en nachtwaken, in iedere lach en in elke beslissing die genomen moest worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, ook als het donker is
en er geen lichtstraal doordringt
in de situatie waarin je je bevindt.

Geloof, ook als je zo wordt belaagd
dat je nauwelijks uitkomst ziet;
het lijkt of de storm het wint.

Geloof, ook als het langer duurt
en je het gevoel hebt te komen
aan het einde van je krachten.

Geloof, ook als je onderuit gaat
en je niet meer weet hoe op te staan;
er niets anders rest dan wachten.

Geloof, mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, want Ik zal het licht ontsteken
in de duisternis waarin je je nu bevindt,
en je nieuwe hoop, moed en kracht geven.

Geloof, want Ik trek je uit de woeste golven,
die je het zicht op Mij soms zo ontnemen;
Ik heb overwonnen en geef nieuw leven.

Geloof, al duurt het nog zo lang;
Ik vergeet je niet, Ik ben altijd dicht bij je
en onder je zijn Mijn eeuwige Vaderarmen.

Geloof, ook als je valt; vergeet niet
dat Ik er ben om je op te vangen
en te omringen met Mijn erbarmen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het is bijna een maand geleden dat ik dit gedicht schreef voor op 'Quality Time'.
Geloof, vertrouw dat Ik help dwars door alles heen.
Terugkijkend denk ik dat de Heer mij, met het schrijven van dit gedichtje, aan het klaarmaken was voor dat wat kwam.
Het is immers een heel persoonlijk gedichtje, geschreven vanuit de moeilijke omstandigheden die er al waren en die me soms zo konden aanvliegen toen ook mijn lichaam begon te protesteren.

Niet zo heel lang daarvoor, misschien net twee, drie weekjes, was ik door een thuisbezoekje van iemand van onze huisgemeente -ze kwamen met regelmaat met Bram en mij bidden en avondmaal vieren, in contact gekomen met het Leesplan 'Riskante gebeden' van You Version.
Het bleef hangen, en ik ben het zelf gaan lezen, en nog een keer, en de tweede keer nam ik er alle tijd voor, net zolang als ik voor elke dag nodig had om mijn hart te brengen tot die overgave.
Het ging soms met de nodige traantjes gepaard, maar ik wilde niet alleen verandering, ik wist ook dat ik het nodig had om alles aan te kunnen, om verder te kunnen.
Een proces van sterven aan mezelf.
Een proces dat niet stopt met dit Leesplan, maar onafgebroken doorgaat, iedere dag. 
Maar soms is het even heftiger, is er een tijd van worstelen en strijden; overgave gaat vaak niet zomaar, tenminste niet bij mij.
En zo bracht dit Leesplan mij weer terug bij het Dagboek van Murray en zette mij er weer toe aan om verder te gaan waar ik gebleven was.
En dat laatste gebeurde in de week naar 26 juli toe, de dag waarop ik het blogje met dit gedichtje plaatste.
Ik had toen nog niet kunnen bedenken dat de woorden van de drie coupletjes, die er tussen verweven zijn, zo persoonlijk zouden worden.

Geloof!

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
Ik help door alles heen.

Geloof, Mijn kind,
geloof en vertrouw Mij
dwars door alles heen.


Het hele verhaal begint eigenlijk al op de maandag die week, als mijn man thuis komt van fysio en hij de poort bijna niet open en dicht krijgt, omdat zijn vingers niet willen.
Vanaf de midden gewrichtjes lijken zijn vingers niet veel meer te doen, iets waarbij hij met het gaan eten behoorlijk mee wordt geconfronteerd.
Dinsdag zijn de verlammingsverschijnselen wat opgeschoven en dus toch maar de dokter gebeld.
Er wordt overlegd met de neuroloog, en daar je al bloedverdunners slikt, hoef je pas morgenochtend naar de Tia-poli.
Voor nu vallen de woorden Tia/infarctje en Dropping Hand, maar aangezien er verder geen symptomen zijn, denken we allemaal richting Dropping Hand. 

Het was een behoorlijk lange ochtend in het ziekenhuis, we moesten toch al met al nog behoorlijk lang  wachten bij elke poli waar we moesten zijn.
Maar de uitslag was positief, tenminste, er was nergens iets te zien of te vinden.
Zeer waarschijnlijk dus een Dropping Hand, niet gevaarlijk, wel moet het verder onderzocht worden.
Dus met een afspraak voor een EMG voor zijn handen (weer eens wat anders dan van zijn benen) gingen we weer naar huis.


Donderdags vind ik het toch wel een beetje eng worden, de verlamming is weer wat opgeschoven omhoog, waardoor hij zijn hele hand niet meer kan gebruiken.
Wat vind ik het erg voor hem, hij is al zo beperkt, en nu kan hij niet eens meer zijn eigen brood smeren, en dat is eigenlijk nog het minst erge van de dingen die hij niet meer kan.
Ik bestel dezelfde dag nog een rolstoel enz. voor hem, want het lopen achter de rollator begint ook gevaarlijk te worden, zijn hand glijdt er herhaaldelijk af.

's Avonds komt onze parttimester met haar man op bezoek om de laatste dingen door te spreken omdat zaterdag de laatste dag is dat de winkel open is.
Wat zijn we dankbaar voor haar, zij maakt voor ons af, wat Bram niet meer kan, en nog meer; ze is werkelijk een 'Angel in disguise'.
Welk een hard gelag dat hij zaterdag er niet eens bij kan zijn op de laatste dag dat zijn winkel open is.


Vrijdag is een heel drukke dag.
De spullen van Medipoint worden bezorgd, maar doordat ik ze direct de volgende dag wilde hebben, kunnen ze geen goede tijdsindicatie meer geven; ik moet boodschappen doen, ons hondje moet naar de trimster en er komt nog een monteur langs.
Gelukkig kan onze dochter wat bijspringen, zodat er altijd iemand thuis is.

Inmiddels word ik steeds onzekerder over zijn spreken, er klopt toch iets niet, of wel?
Het is zo wisselend, dat ik er niet echt een peil op kan trekken.
Maar 's middags vertrouw ik het toch niet, en ik zeg de monteur af (hij stond afgelopen woensdag al voor niets op de stoep, maar ja ...) en bel de dokter.
Een half uur later staat de ambulance op de stoep.
Ik word een beetje boos op één van de ambulancebroeders, die zegt dat hij toch nog best praat en zijn mond niet scheef hangt; maar ik ken mijn man en ik weet gewoon dat er iets niet klopt, en dat zeg ik hem ook.
'We nemen hem ook wel mee', is zijn weerwoord.
Zucht .., o Heer, als het maar geen herhaling wordt van een half jaar geleden; het klopt gewoon niet, er is echt iets mis.
Dit keer rijd ik met mijn eigen auto naar het ziekenhuis.


Je ligt al geïnstalleerd op de Spoedeisende Hulp als ik daar aankom; bloed hebben ze al afgenomen, maar voor de CT scan wordt je meegenomen als ik er al even ben.
Eindelijk komt er een dokter met de uitslag, en ze zegt dat ze iets op de scan zien dat er afgelopen week niet was.
Een heel kleine schaduw, die hen doet vermoeden dat er toch iets van een infarctje is; soms is dat pas later zichtbaar, zegt ze.
Geen idee, het zal wel als zij dat zeggen, je wordt in ieder geval opgenomen op de afdeling Neurologie en krijgt er een extra bloedverdunner bij.
Voor de rest was er niets aan de hand, alleen verlammingsverschijnselen van inmiddels hand/arm en het spreken, het moeilijker uit je woorden komen.
Geen koorts, geen andere klachten, helemaal niets.
Op afdeling mag je eindelijk wat eten en drinken, en ik ga naar huis als je een beetje geïnstalleerd bent op de 24-uurs zaal.
Doodmoe kom ik thuis en het huilen staat me nader dan het lachen.
Ik laat ons hondje uit, bel nog even met de kinders, drink nog wat en duik mijn bed in.
Nee, het is niet fijn dat je in het ziekenhuis ligt, maar voor mij is het wel een zorg minder in deze situatie, nu zijn er tenminste continue mensen die op je letten en voor je kunnen zorgen.

🙏 In Uw handen, Heer, in Uw handen🙏

zondag 15 juni 2025

De Kracht van Gebed!

Een speciaal blogje voor op een speciale zondag.

Vandaag is het de Zondag voor de Vervolgde Kerk.
Een jaarlijks terugkerende dag voor alle kerken in Nederland en in Vlaanderen, georganiseerd door OpenDoors.
Deze dag is altijd de eerste zondag na Pinksteren, omdat toen, na de uitstorting van de Heilige Geest, de vervolging begon.
Ik hoop dat jouw gemeente er ook aan mee doet en zo niet, neem eens een kijkje op de website van Open Doors, lees er over en bespreek het in je gemeente om hier ook één zondag per jaar apart voor te zetten.
Hoe mooi is het om -al is het één dag per jaar, een dag te hebben dat alle verschillen en geschillen wegvallen, omdat we met elkaar maar één doel voor ogen hebben: namelijk samen biddend rond onze broers en zussen staan die vervolgd worden.
Immers, ‘Als één lid lijdt, lijden alle leden mee!’ (1 Kor. 12:26a)
En laat het vervolgens zo binnenkomen, je hart zo raken, dat je waar mogelijk, dagelijks de rugdekking wordt voor hen.


>> Opwekking 471 – Heer, raak mijn hart aan 

                       
Hoeveel jaar het inmiddels is, weet ik niet meer, maar al heel wat jaar komen we met een vast groepje vrouwen iedere laatste vrijdag van de maand bij elkaar om speciaal te bidden voor de Vervolgde Vrouwen.
Voorheen waren er vijf verhalen, tegenwoordig nog drie, en hoewel we er na zoveel jaar even aan moesten wennen, is het goed zo, want de ochtenden waren soms heel erg zwaar, zo schrijnend, afschuwelijk huiveringwekkend waren -en zijn, vaak de verhalen.
Er waren met vijf verhalen soms vrijdagen bij dat ik echt zo moe thuiskwam, dat er niets meer uit mijn handen kwam.
Maar ook de drie verhalen hebben soms nog genoeg impact om je de rest van de dag van slag te maken, zo schokkend is het soms.
De prijs die onze vervolgde zusters (en broers) betalen voor hun geloof is heel hoog; vooral als zij zich van de Islam bekeerd hebben tot een volgeling van Jezus.
Daarom bij deze ook een oproep om er eens over na te denken om je aan te sluiten bij één van de Gebedsgroepen voor de Vervolgde Vrouwen, of start er zelf één.
Via de hier onderstaande link kun je er alles over lezen:
>> VrouwenGebedsGroepen

De afgelopen week las ik het boek ‘Undercover voor God’ van Dick Langeveld en Ben Hobrink.
Het is goed om dit soort boeken, boeken over de Vervolgde Kerk/Vervolging te lezen, vooral gezien de tijd waarin we nu leven.
In de laatste jaren komen er steeds meer Kerken/Gemeenten bij waar lijden geen plaats heeft, soms zelfs niet mag zijn; waar men doet alsof ziekte niet hoeft te bestaan en dat iedereen maar genezen wordt.
Ooit heb ik zelfs een bekende buitenlandse voorganger met trots horen verkondigen dat hij nog nooit ziek was geweest; ja, op één keertje na dan, maar dat was zijn eigen schuld, hij had niet goed om zichzelf gedacht.
Ik vraag me werkelijk af hoe al deze kerken kijken en omgaan met de Vervolgde Kerk, met het lijden waarmee deze mensen hebben te maken; met de ziektes en trauma’s die zij oplopen doordat zij voor Jezus hebben gekozen en daarom gevangengenomen worden, gemarteld en ziek worden van de omstandigheden waar ze in verkeren.
Mijn hart huilt hierom, en niet alleen mijn hart, soms lopen de tranen om hun verhalen, om hun pijn en lijden over mijn gezicht, en kijk ik naar boven: ‘Oh God, hoe kunt U dit aanzien? Hoe … …’, om vervolgens mijn hoofd te buigen in verootmoediging en gebed voor hen.

Maar er is ook nog een andere kant, een ander gevaar aan deze kerken en gemeenten met wat ze verkondigen, namelijk dat als de vervolging hier komt, en die gaat zeker komen, is er al een klein beetje, vele mensen het spoor en hun houvast misschien wel kwijtraken, omdat ze niet weten hoe om te gaan met lijden.

In het boek ‘Undercover voor God’ vertelt Dick ook veel over zijn reizen naar Roemenië en Bulgarije nog voor dat ook daar een einde kwam aan het communisme.
Hij zegt het volgende: ‘Na de omwenteling ben ik nog menig keer in Roemenië en twee keer in Bulgarije geweest. In de jaren na de omwenteling kreeg de kerk in die landen te kampen met nieuwe uitdagingen en nieuwe verzoekingen. Veel christenen waren niet voorbereid en daardoor niet opgewassen tegen de verzoekingen die vrijheid met zich meebrengt.
Zijn wij voorbereid en opgewassen tegen de verzoekingen die vervolging met zich mee brengt?

We zullen de lessen van de Vervolgde Kerk hard nodig hebben om te kunnen standhouden als ook hier vervolging komt.’

Wat kunnen de verhalen van onze vervolgde broers en zusters ons helpen om onze ogen op God te richten, onze hulp van Hem te verwachten, zelfs in de moeilijkste omstandigheden.
Zelfs nu er hier nog nauwelijks vervolging is, kunnen hun verhalen en hun getuigenissen ons helpen en bemoedigen.
Laten we toch onze ogen niet sluiten voor de Vervolging die gaande is en die al vele mensenlevens heeft geëist!
Laten we onze ogen toch niet sluiten voor hen die onze broers en zusters in de Heer zijn!
Laten we opstaan en onze plaats naast hen -ook al is dit niet fysiek, innemen door hen te brengen bij de troon van Genade.

‘Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent,
en denk aan hen die slecht behandeld worden,
alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt.’

Hebreeën 13:3

‘En de Koning zal hun antwoorden:
Voorwaar, Ik zeg u:
voor zover u dit voor een van deze geringste broeders
 van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’

Mattheüs 25:36,40

Vervolgde en Biddende Kerk

Laten wij die in vrijheid leven
een Biddende Kerk zijn,
die de rugdekking is
voor de Vervolgde Kerk.
Laten wij onze ogen niet sluiten,
dan alleen om te bidden,
opdat zij kunnen volharden,
standvastig zijn en sterk.

Laten wij doen wat Jezus gebood,
en omzien naar hen die lijden;
die vervolgd worden om hun
geloof in ónze Geliefde Heer.
Laten we niet vergeten dat alles
wat we voor hen hebben gedaan,
we vóór Hém hebben gedaan, en
dat dit alles strekt tot Zijn glorie en eer.

‘Hoe zwak is een regendruppel als die op de aarde valt.
Maar als vele druppels verenigd zijn in één stroom
en aldus één lichaam worden,
hoe snel wordt de kracht dan onweerstaanbaar!
Van dien aard is de Kracht van ware eenheid in Gebed.’

Andrew Murray

Mag de Heere ons zegenen met een hart dat hoort, ziet en meelijdt, dat net als het Zijne met ontferming bewogen raakt, en dat zich automatisch buigt en verootmoedigt voor Hem om te bidden voor hen in nood.
‘Heer, raak ons hart aan en maak ons bereid!’

Een gezegende week,
en een liefdevolle groet,
Rita


👉 Open Doors

Je kunt ook de speciale Petitie 'Breek de Stilte' tekenen om een stem te geven aan de miljoenen christenen die door bruut geweld uit Africa zijn verdreven.
Volg de link hieronder en bekijk het filmpje en lees er meer over.
👉 Teken de Petitie


Aanbevolen om te lezen:
👉 Gods smokkelaar
👉 Undercover voor God
👉 Een leven op het Altaar


Indrukwekkende romans om te lezen zijn ook o.a.:
👉 Oog in oog met Jezus
Samaa Habib (met Bodie Thoene)

En de boeken van:

👉 C. Hope Flinchbaugh

donderdag 22 juni 2023

Moeilijk te rijmen ...

Recht uit mijn hart.

Gistermiddag zijn we met ons Gebedsgroepje voor de Vervolgde Vrouwen naar het Bezoekerscentrum van Open Doors geweest.
Hoe graag ik ook een goed ‘verslag’ zou willen geven van deze middag, ik ben er niet toe in staat.
Zelfs nu, een dag na, wrikt en wringt het in mijn binnenste en strijden allerlei gedachten en gevoelens met elkaar, zo intens, zo heftig, zo indrukwekkend, en tegelijk zo aansporend en aanmoedigend.
Achter de deuren van dit centrum heerst een diepe vrede en rust ondanks de intense, en moeilijke, en verdrietige boodschap die hier klinkt, en zichtbaar is gemaakt.
Diepe rust en vrede te midden van een boodschap van vervolging en lijden, van martelingen en dood.

Hoe moeilijk is dit voor mij te rijmen …

De boodschap die vandaag de dag steeds harder klinkt, de boodschap over opwekking, wonderen en tekenen, manifestaties van de Geest, van hoe kostbaar en waardevol, hoe geliefd we allemaal zijn door God, hoe Hij ons wil zegenen met overvloed, omdat Hij een God van Liefde is; kom zoals je bent, kom zoals je bent, maakt niet uit hoe en in welke hoedanigheid.
Hoe moeilijk is het voor mij te rijmen met woorden als ‘dat we niet bang hoeven (mogen) zijn, omdat angst niet van God is’, immers ‘de volmaakte Liefde drijft de vrees uit’, dus wie vrees heeft, angst
Hoe moeilijk is dit voor mij te rijmen met diensten die het tegenwoordig aan populariteit aan het winnen zijn met hun bijna ‘mega, showachtige’ vorm.
Het Woord zo kort mogelijk houden, teksten projecteren op het scherm, of aflezen van je telefoonscherm (!); steeds minder hoor je het geritsel van bladzijden van de papieren Bijbel.

Hoe moeilijk is dit alles voor mij te rijmen …

Een enkele bladzijde uit de Bijbel, of een enkel Bijbelboek.
Samen delend, elke week iemand anders de bladzijde of het enkele Bijbelboek.
De hele Bijbel uit het hoofd leren want …!
Kilometers lopen, zelfs diep in de nacht, in weer en wind.
Samenkomen in diepst geheim.

Angst voor het geluid van motoren want …
Angst voor politie die …
Angst, wie kan ik vertrouwen, wie niet …
Angst, voor verraad.
Angst, om ontdekt te worden …

Marteling, gevangenisstraf, eenzame opsluiting, in een cel of container, of zelfs een eigen slaapkamer …
Ontvoeringen, verkrachtingen, flitsende kapmessen, vuur … mens – dier – bezittingen soms levend verbrand.
Verstoten en buitengesloten.
Worstelingen en trauma’s. 
Mannen en vrouwen, vaders en moeders, jongens en meisjes, broertjes en zusjes …
Jong en oud …
Pijn en verdriet, angst en wanhoop, haat en …

Verstopte Bijbels, tot diep onder de grond.
Fluisterend gezang.
Hoop te midden van wanhoop.
Vreugde te midden van pijn en verdriet.
Vergeving.
Genezing.
Moed.
Geloof en vertrouwen.

Het is moeilijk te rijmen …

Mijn boekenkast vol Bijbels, Dagboeken en andere christelijke boeken.
Ik zing waar en wanneer ik maar wil, en het maakt niet uit of ramen of deuren open zijn, of ik in huis ben of op straat, of in mijn auto.
Op zondag gewoon naar de kerk, en keus daarin te over, en ook altijd dichtbij.
Bijbelstudiegroep.
Gebedsgroep.
Gaan en staan waar je wil …

Nog wel …
Maar, wat als …

‘Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.’
2 Tim. 3:12

‘Ondanks de uiterlijke omstandigheden weten gevangen christenen zich innerlijk te richten op God!’
(Uit: ‘Samen zingen is God aanbidden!
Berichtje Facebook – OpenDoors)

En wij?
Ik?

‘Moed hangt niet af van de omstandigheden, maar van de verhouding met God, Die onder alle omstandigheden Dezelfde blijft!’
(Corrie ten Boom)

‘Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus,
Die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was,
het kruis heeft verdragen, en schande veracht,
en is gezeten aan de rechterhand 
van de troon van God.’

Hebr. 12:2a


Je kunt je ogen sluiten
en leven als een struisvogel
met je hoofd in het zand.
Je kan je oren sluiten
voor wat de Heer zegt
in Zijn Woord.
Maar je kunt niet tegenhouden
dat zál gebeuren zoals Hij
heeft gesproken en voorzegd.

Je kan meegaan met elke stroom
en zo een rustig leven leiden
zonder al te veel moeite en strijd.
Je kunt meegaan in de flow
en gewoon simpelweg
je leven leven.
Maar de dag zal komen
dat zál gebeuren, dát
wat Hij heeft gezegd.

Je kunt leven zoals je wilt,
je kunt doen wat je wilt,
en je kunt gaan waar je wilt.
Je kunt denken wat je wilt,
je kunt zeggen wat je wilt,
en je kunt voelen wat je wilt.
Maar je zult nóóit kunnen
zeggen, dat je de kans om te
kiezen is ontzegd.

Kies voor Jezus,
blijf dicht bij Hem, en
lees zélf Zijn Woord!
Wees waakzaam en
laat je niet misleiden
door mooi gepraat.
Wie Jezus volgt, zal óók
worden vervolgd; Hij
heeft het Zelf gezegd.

Maar dit mag je weten:
nu sterven aan jezelf is
straks leven in eeuwigheid.
Nu delen in Jezus’ lijden,
is straks delen in Zijn
heerlijke heerlijkheid.
Geloof en vertrouw
op wat Hij in Zijn Woord
heeft voorzegd.

Achter de deuren van het Bezoekerscentrum heerst een diepe vrede en rust ondanks al het lijden van onze vervolgde broeders en zusters.
Diepe rust en vrede te midden van beelden en verhalen vol immens verdriet, trauma’s en worstelingen.
Diepe rust en vrede, door de daar werkzame, met diepe ontferming bewogen harten, tot Zijn eer.

Jezus alleen,
Die het voor
het zeggen heeft.
Jezus alleen,
Wiens voetsporen
worden gevolgd.
Moedig voorwaarts
gaand totdat voltooid
is wat Hij heeft gezegd.

‘Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.’
Matth. 28:19,20

‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.’
‘Matth. 24:14



Lees eventueel ook: 

dinsdag 31 maart 2015

Dag 42 - De beker ...

De vrouw die het ‘beste’ voor haar zonen wilde.
Daarna werden er naast Hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van Hem, de ander links.
Mattheüs 27:38


De tijd verstrijkt …
Zou ze nog vaak teruggedacht hebben aan haar vraag aan Jezus en aan Zijn antwoord?

De tijd verstrijkt …
Nu zijn haar ogen gericht op de heuvel voor haar waar Jezus aan het kruis hangt, en met Hem twee misdadigers.
Eentje aan Zijn rechterzijde en eentje aan Zijn linkerzijde …
Wat zou er door haar hoofd gaan terwijl ze daar zo staat?
Zou ze te midden van het geschreeuw dat ze hoort nog terugdenken aan haar vraag?
Terugdenken aan Zijn antwoord; aan Zijn wedervraag?

‘Je weet niet wat je vraagt; kun jij de beker drinken die Ik moet drinken?’


‘Mijn beker zul je drinken …’

Lijden …

Uitgescholden.
Geschopt en geslagen.
Vernederd.
Gekruisigd.
Gedood …

‘Eén aan Uw rechterzijde en één aan Uw linkerzijde …’


‘Mijn beker zul je drinken …’


Wil jij Mijn beker drinken?

‘En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.’
Romeinen 8:17,18














Met trillende handen
 neem ik Uw beker aan;
een beetje bang voor de weg
die U me vraagt te gaan.

Maar ik heb U lief, zo lief!
U, die Uw leven gaf voor mij!!!
Wat zou ik nog anders kunnen,
wat zou ik nog anders willen,
dan U volgen en gaan aan Uw zij.


Over de vrouw die het beste voor haar zonen wilde, kun je lezen in:
Mattheüs 27: 38,55-56

Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'

vrijdag 18 april 2014

Volbracht!


De hand gaat omhoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de hand
van Jezus, mijn Heer.

Mijn leugens en halve waarheden 
dringen diep door in Hem
en veroorzaken diepe wonden.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Voor jou, Mijn kind, voor al jouw zonden.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de hand
van Jezus, mijn Heer.

Mijn roddels en ruzies 
dringen diep door in Hem
en veroorzaken immense pijnen.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Ik blijf zorgen voor de Mijnen.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de voet
van Jezus, mijn Heer.

Mijn ongeloof, mijn twijfels 
dringen diep door in Hem
en veroorzaken een groot en intens verdriet.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Al vergeet jij Mij, Ik vergeet jou niet.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de voet
van Jezus, mijn Heer.

Mijn trots en hoogmoed 
dringen diep door in Hem;
en veroorzaken een grote verwijdering.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Uit liefde voor jou doorsta Ik deze vernedering.”

De hamer wordt weggelegd;
het kruis rechtop gezet.
Het einde komt in zicht.
Nog een noodkreet, een gebed.

De duisternis treed in
en al mijn zonden dalen neer.
Zelfs door Zijn Vader verlaten,
hangt daar, Jezus, mijn Heer.

Dan schreeuwt Hij het uit
met Zijn allerlaatste kracht:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest;
het is volbracht!

En boven in de hemel
heeft Zijn Vader op Hem gewacht.


Gedicht maakt deel uit van een serie die ik geschreven heb na aanleiding van het nummer 'New again' van Brad Paisley en Sara Evans

Klik >> hier<< als je meer wilt lezen

maandag 14 april 2014

Hij oefent mijn handen voor de strijd

Opnieuw werd ik vanmorgen diep geraakt als ik met het eten van mijn boterhammetje een stukje lees in het boek 'Zingen in de nacht'.
De meeste verhalen in dit boek zijn getuigenissen van vervolgde christenen die stand houden in hun beproevingen en hun verhalen laten hun sporen na in mijn hart.
Maar vanmorgen was er een verhaal over een vrouw die onder de druk van de beproeving bezweek en God de rug toe keerde.
Ze had zo gebeden, had hoop, maar God had haar gebeden niet verhoord en ze kon het niet aan.
Dan komt er een stukje in het boek wat tegenwoordig door veel predikers wordt vergeten (in mijn ogen).

Ik citeer:
'Sommige vrouwen in soortgelijke omstandigheden worden, door alle leed, sterker in hun geloof. Maar anderen, zoals deze vrouw, bezwijken onder de druk. De Bijbel leert ons dat God ons wil voorbereiden op conflicten en strijd.. In Psalm 18:33,34 lezen we: 'Hij geeft mij voeten als hinden, doet mij op toppen van bergen staan, oefent mijn handen voor de strijd - mijn armen spannen de bronzen boog.' Zijn we bereid om Hem onze handen te geven, zodat Hij ze sterk kan maken? Of verstoppen we ze achter onze rug? Openen we onze handen om te ontvangen, ongeacht wat God voor ons heeft uitgekozen? of ballen we ze tot woedende vuisten, omdat we niet begrijpen waarom Hij toestaat dat pijn en verdriet van tijd tot tijd op onze weg komen?'
Vele gedachten schieten door mijn hoofd als ik dit (maar ook alle andere verhalen) lees.
Mijn hart gaat in de eerste plaats uit naar deze vrouw; zou ik stand houden?
Maar nog meer komt mijn hart in beroering door de welvaartspredikers die er tegenwoordig zijn en zegen, voorspoed en genezing prediken en lijden, ziekte en tegenspoed afdoen als ongeloof of verkeerd denken.
Als ik hen hoor, dan huilt mijn hart om mijn vervolgde broers en zussen, om mijn broers en zussen die chronisch ziek zijn, of een dodelijke ziekte hebben en niet genezen.
Mijn hart huilt als ik lees over hun honger en hoe zij hun huis moeten verlaten en moeten vluchten.
Mijn hart huilt om de afwijzing die er ligt in de boodschap van deze predikers.
Mijn hart huilt, omdat het mensen in verwarring brengt en onnodig moeilijk maakt en pijn en verdriet doet.
Hoe verkopen dit soort predikers ooit hun boodschap aan onze vervolgde broeders en zusters?
Ach, ze zullen daar vast nooit komen of hun verhalen lezen.

Is lijden juist niet iets waar Jezus ons voor waarschuwde?!
In de wereld lijdt u verdrukking ...
Wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis opnemen ...
Als de wereld jullie haat, denk er dan aan, dat ze Mij eerst heeft gehaat ...
Als ze Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen ...

Jezus zegt Zelf:
'Ik heb jullie dit verteld, omdat ik wil voorkomen dat jullie je geloof verliezen!'

Als ik dan terugkeer naar het citaat, naar de tekst uit Psalm 18, dan dank ik Hem dat Hij ons wil toerusten voor  de strijd, dat Hij ons vertelde van deze dingen die zullen gebeuren en gaan komen.
Dan bid ik Hem, dat Hij mijn handen neem en ze oefent voor de strijd, zodat als er tijden van beproeving komen, van vervolging, van ... lees Mattheüs 13 maar eens, dat ik sterk zal zijn.
Ik bid, dat ik zal leren om te volharden, om een standvastig kind van Hem te worden./te zijn.
Die met open handen blijft staan, ook als er van tijd tot tijd een niet te begrijpen pijn en verdriet in haar leven komt.

Ik bid voor mijn vervolgde broers en zussen, voor hen die chronisch ziek zijn, voor hen wiens leven zich bevindt in een reusachtige storm of orkaan, voor hen die op welke wijze dan ook beproefd worden, dat God hen sterk zal maken, standvastig, volhardend en zegent met een onuitsprekelijke zegen van vrede en kracht in en door Hem.

De Heere Zegene en behoede je.
De Heere doe Zijn aangezicht over je lichten en zij je genadig.
De Heere verheffe Zijn aangezicht over je en geve je VREDE.

- Amen -

* Joh. 16:33; Luc. 9:23; Joh. 15:18,20b; Joh. 16:1
* Num. 6:24-26