woensdag 14 januari 2026

De Boeien van Ongeloof ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 21     










Mattheüs 17:19b,20a
'Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloof wil …’

Zoals de discipelen in het Bijbelgedeelte waaruit de tekst komt tekortschoten in geloof, zo staat Susannah ook stil bij haar tekortschieten, haar falen, haar ongeloof.
Ze vertelt hoe ze heeft geprobeerd om voor de Heer te leven en te werken, maar dat, hoewel het haar oprechte voornemen was om tot zegen te zijn voor anderen, falen daar vaak aanwezig was.
In haar ontmoeting met de Heer morgen, vuurt ze als het ware een flink aantal vragen op de Heer af, tenminste zo ervaar ik het met het lezen van haar vragen.
‘Heer, waarom …’
Waarom niet de zonde overwinnen?
- … het scherpe woord inhouden?
- … boosheid bedwingen?
- … dicht bij U wandelen zodat mijn leven beheerst wordt door U; elke daad, elke gedachte, elk woord …?
- … de kracht om anderen te beïnvloeden, naar U te leiden voor hulp?
Het Bijbelvers geeft haar, net als de discipelen, het antwoord: Ongeloof.

Waar Susannah me in meeneemt is heel herkenbaar, zowel haar vragen, als ook dat we -in mijn eigen woorden gezegd, het ene moment op de top van de berg zijn, en het volgende in een dal belanden.
Nee, het ligt niet aan de Heer, Zijn kracht blijft altijd en tot in eeuwigheid hetzelfde, het is ons ongeloof dat dat ons naar beneden stort.

‘Heere, het is maar al te waar dat mijn geloof
vaak door de boeien van ongeloof wordt gebonden
en zijn vleugels worden gebroken,
zodat het slechts met pijn
kan proberen hemelwaarts te vliegen.’

Susannah Spurgeon

Ik denk dat ze met de woorden die ze gebruikt in het citaat, ‘de boeien van ongeloof’, het juist beschrijft.
Ongeloof bindt, ontneemt, verhindert, blokkeert, neemt gevangen.
Susannah beperkt zich tot wat ongeloof doet, en bidt om verlossing van dit kwaad en om openbaring van ‘de uitnemende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven’.
Dat de Heer toch alle twijfel en wantrouwen uit haar hart bant, geloof zal overwinnen en alle eer aan Hem zal zijn.

In mijn schrift staan echter nog wat dingen die ik toen had opgezocht over ongeloof, en enkele wil ik daarvan hier ook in opnemen;
Helaas kan ik op Internet niet meer terugvinden waar ik het vandaan heb, maar ze zijn belangrijk genoeg om over na te denken.

‘Ongeloof zien de meeste gelovigen niet als zonde maar als zwakheid, en daarom leren ze het niet om ongeloof te haten als anderen zonden.’

‘Ongeloof is een belediging naar God toe, omdat het impliceert dat God Zijn kinderen niet verzorgd of voorziet.’

Hebreeën 3: 12 zegt: ‘Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; …’

Een verdorven hart vol ongeloof …
Verdorven, boos, kwaadwillig hart.

In de bijbel kunnen we op meerdere plaatsen lezen dat de Here Jezus beperkt werd in Zijn handelen door het ongeloof, dus het laat zien welk een kwaad en schade ongeloof aanricht.
Het laatste coupletje van mijn gedichtje is dan ook echt mijn gebed.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het ontneemt mijn zicht
op wie God werkelijk is en
op wie Hij voor mij wil zijn.
Het beperkt mij in mijn kunnen,
het berooft mij van mijn kracht
en geeft onnodig verdriet en pijn.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het is een zonde, een kwaad, dat mij
doet vergeten dat God in mij
Zijn Geest van kracht heeft gegeven.
Menig gebed wordt niet verhoord,
en maar al te vaak faal ik in
mijn streven naar een heiliger leven.

Ongeloof …, Heer, wat doe ik U vaak 
veel verdriet en pijn met mijn ongeloof.
Ban uit mijn hart, Heer, al mijn twijfel,
mijn sceptisch zijn, mijn wantrouwen.
Schenk mij geloof, Heer; leer mij leven
vanuit Uw kracht die in mij is, en
leer mij om in alles op U te bouwen.

‘En Jezus zei tegen hem: Als u kunt geloven,  alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.
Marcus 9:23,24


donderdag 8 januari 2026

Verborgen boodschap ...

Gistermorgen keek ik vanaf onze eettafel naar buiten.
Alles, de tuintafel met twee stoelen, de schilderijtjes aan de schutting, het eikeltje met pinda’s, het huisje met een pot pindakaas erin, planten, straatje …, alles is bedekt onder een dikke laag sneeuw.
En zo dus ook de arend achterin onze tuin.
Het is de arend die ineens mijn aandacht trekt boven al het andere uit.
Zoals die daar nu staat, in deze houding en onder de sneeuw, vorm hij een hart.
Ik heb dit nog niet eerder gezien, maar ja, zo vaak sneeuwt het ook niet en ook niet zodanig dat het blijft liggen.
Het raakte me, en ik bedacht me welk een mooie boodschap er zo verborgen ligt in het beeld van de arend.


'Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft,
zijn vleugels uitspreidt, ze pakt 
en ze draagt op zijn vlerken, 
zo heeft alleen de HEERE hem geleid, …’
Deuteronomium 32:11,12 

‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.’
Jesaja 40:31

Is het niet de Liefde van God die ten grondslag ligt aan deze woorden van God?
Straks smelt de sneeuw, en daarmee verdwijnt het hart dat nu zichtbaar is, maar in mijn gedachten zal de herinnering blijven en de foto zal het zichtbare bewijs zijn van dat er was.

Is het eigenlijk zo ook niet met de Liefde van God?
Soms zien we die zo duidelijk, maar niet altijd, soms duurt het even eer we Zijn Liefde weer zien en ervaren.
Maar dit wil niet zeggen dat die Liefde er niet is, dat Hij niet van ons houdt.

Soms geeft de Heer ons kostbare, bijzondere momenten waarop Zijn Liefde zichtbaar is, tastbaar, voelbaar; momenten die we koesteren en bewaren voor tijden dat het 'weg' is; we bewaren die momenten in ons hart.
En zoals de foto het zichtbare bewijs is van dit 'verborgen' hart, ik het als een herinnering met mij mee mag dragen, zo is Zijn woord is het zichtbare bewijs van Zijn oneindige Liefde voor ons.
Het is aan ons om dit steeds opnieuw te openen en tot ons te nemen.

Arend, je bent een beeld van God;
van gedragen worden door Hem,
van vernieuwde krachten.
Het hart daarin is echter Zijn liefde,
soms zichtbaar, soms verborgen,
maar altijd aanwezig
voor allen die verwachten.