zaterdag 30 mei 2026

Mijn Hoop is op U!

‘Ik heb U hartelijk lief, HEERE, mijn sterkte.
De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder,
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem,
mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting.’
Psalm 18:2,3

De afgelopen weken kwam er niets van schrijven; omstandigheden en daardoor gebrek aan ruimte en rust zijn daar verantwoordelijk voor.
Samengevat: sinds begin maart staat ons leven behoorlijk op z’n kop en is niets meer hetzelfde.

Een heftige, hectische en intensieve tijd ligt achter ons, en een ‘onzekere, vage’ toekomst voor ons.
Een tijd, waarin ik met mijn man in één weekend van huisartsenpost, naar spoedeisende hulp eindigde in een zorgpension (wat overigens ook niet bepaald om de hoek lag); van weer thuiskomen, maar bijna niet meer kunnen lopen en dus ook niet meer werken.
Een tijd, waarin we vaak van het kastje naar de muur werden gestuurd, en waar we nu -ondanks de ziekenhuisbezoekjes, nog steeds niet veel wijzer zijn van wat er nu precies aan de hand is.
Een tijd, waarin revalidatie -fysio, ergo, maatschappelijk werk, nu is begonnen, als ook thuiszorg deel uit is gaan maken van ons leven.
Een tijd, van leren omgaan met alles; met een van de één op de andere dag totaal andere (thuis)situatie en een toekomst die op meerdere terreinen ‘onzeker en vaag is’.
Een tijd, waarbij mijn lichaam behoorlijk protesteert door alle extra’s, en ik ook daarin -met alles, een weg moet zien te vinden.
Een tijd, van zorg, van moeite, verdriet en pijn en waarin tranen rijkelijk stromen, als ook tussen alles door momenten zijn van dankbaarheid, van vreugde en vrede, van geloof en vertrouwen.
Een tijd waarin het één het ander afwisselt, op zoek naar een nieuwe weg en een nieuwe balans.

Het Dagboek van Murray ligt inmiddels al een aardig poosje stil op mijn bureau; ik kon -en kan er (nog) even niet mee verder door mijn vermoeide en worstelende ziel, en het gebrek aan rust en ruimte.
Maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik een ander plekje boven heb gecreëerd (met hulp van één van mijn jongens) waar ik tot rust kan komen; een mooi klein hoekje van een kamer met een fauteuil tussen twee kastjes met mijn belangrijkste ‘spulletjes’.
En daar vertoef ik nu om mijn evenwicht te hervinden, om tot rust te komen, om bij de Heer te zijn, en waar ik mijn Stille Tijd houd.
Een plekje, veilig, beschut, geborgen, en waar ik heel dankbaar voor ben, omdat ik daar even niets moet, maar gewoon mag zijn met alles wat mij bezighoudt.

Vanmorgen zat ik daar weer maar met een onrustig en zwaar gemoed na (opnieuw) een confronterend gesprek gister.
Er is zoveel om over na te denken, zoveel keuzes om te maken, beslissingen om te nemen, en ook al hoeft niet alles niet à la minuut besloten te worden, toch heeft elke beslissing invloed op de volgende.
Het is moeilijk tot rust komen als het een op het andere volgt, en je tussen alle bedrijven door de gewone dingen ook nog moet doen.
Toch is dit plekje boven mijn rustplekje, want vroeg of laat komt mijn onrustige hart -en lichaam- daar dan toch, door Hem, tot rust en vind ik er nieuwe moed en hoop.
Zo ook vanmorgen door de woorden van Jezus in Johannes 4:34 en Psalm 39:8.
‘Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.

‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’

Er gaan allerlei gedachten door mij heen als ik ’s middags achter mijn bureau kruip.
Een wirwar van gedachten die uiteindelijk leiden tot dit schrijven en onderstaand gedicht.
En misschien hiermee ook weer tot wat orde in de chaos van de afgelopen tijd, en een begin in hervinden van rust en balans.
In Uw handen …

Mijn Hoop is op U!

‘Alles aanvaarden als uit Gods hand’,
zijn woorden die mij menigmaal
al op de goede weg hebben geleid;
alleen …,
het kost mij deze keer iets meer tijd.

Als het nu gaat om kleine dingen,
niet echt levensveranderend,
ach, dan is het zo moeilijk nog niet,
alleen …,
nu overheerst vaak nog pijn en verdriet.

Toch bid ik U, Heer,
leer mij om alles, ja, alles, ook dit,
te aanvaarden als uit Uw hand.
Alleen met U kan ik het aan,
alleen met U aan mij zij,
houd ik stand.

Ja, Heer, leer mij alles te aanvaarden,
- wat is, was en komt, als uit Uw hand;
U geeft niet meer dan ik dragen kan.
U ziet het geheel, het totale plaatje,
daardoor weet U ook wat het beste is,
wat past in Uw volmaakte plan.

Daarom proclameer ik Uw Woord:
‘En nu, wat verwacht ik, Heere?
Mijn hoop, die is op U!’
U bent immers mijn Heer en God,
mijn toevlucht, mijn rots, mijn Bevrijder;
en niemand, nee, niemand is als U!


>> Shalom <<

maandag 20 april 2026

In alles is de Heere!

Deze keer is het 'BemoedigingsMomentje' verbonden met de 'Bemoediging voor de Nacht'.
Al eerder schreef ik op dit Blog over psalm 107, maar de Psalm bleef terugkomen in mijn gedachten en zo ontstond een gedichtje.
Tegelijk was daar ook de gedachte dat het zo'n ontzettend bemoedigende Psalm is om mee te nemen de nacht in.
En zo deze keer een 'BemoedigingsMomentje' met een link eronder naar de 'Bemoediging voor de Nacht'. 

In alles is de Heere!
N.a.v. Psalm 107:6,13,19,28

>> Naar de 'Bemoediging voor de Nacht'

Welterusten en slaap lekker straks!

Een liefdevolle groet,
Rita 

dinsdag 31 maart 2026

Reactie van het hart ...

'The reflective life is a life 
that is attentive, receptive and responsive 
to what God is doing in us and around us.
It's a life that ask God to reach into our heart 
allowing Him to touch us there.’

Ken Gire

~ Een reflectief -bezinnend, nadenkend, overpeinzend leven is een leven
dat aandachtig, ontvankelijk en reagerend is
op wat God in ons en om ons heen doet.
Het is een leven dat God vraagt om in ons hart te reiken
en Hem toestaat ons daar aan te raken. ~

My heart has heard You say: “Come and talk with Me.”
And my heart responds: “Lord, I am coming.”
NLT

Mijn hart heeft U horen zeggen: “Kom en spreek met Mij.”
En mijn hart antwoordt: “HEER, Ik kom.”
Vertaling NLT

‘Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt: Zoek Mijn aangezicht.
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE, …’
HSV

‘Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, …’
NBV

‘U zegt Zelf in mijn hart: "Verlang naar Mij."
Ik verlang dan ook naar U, Heer.’
BB
Psalm 27:8

Hoe reageert ons hart op Gods roep naar ons?
Wij, die door het offer van de Here Jezus nu met alle vrijmoedigheid mogen naderen tot de Troon van Genade?

Wat is de reactie van ons hart op Zijn uitnodiging?
Zoeken wij Hem?
Verlangen wij naar Hem?
Zoeken wij Zijn aangezicht?
Verlangen we naar Zijn nabijheid?

Is ons leven een leven waarin tijd en ruimte is om nadenken, te overpeinzen, van bezinning?
Hebben we oog voor wat de Heer doet in en om ons heen?
Staan we open voor wat Hij in ons en rondom ons wil doen?
Reageren wij op wat Hij doet, of wil doen?

Is ons leven een leven dat Hem toestaat om in ons hart te reiken en het aan te raken?
Tot vernieuwing.
Tot groei.
Tot vermeerdering van Zijn eer en glorie.

Reik en raak aan …
Mijn Gebed

Reik naar mijn hart, o God,
en raak het aan.
Ik heb U lief,
en wil gehoorzaam Uw weg gaan.

Reik naar mijn hart, o God,
en neem het in Uw hand.
Verander het, verander mij,
breng iets nieuws in mij tot stand.

Reik naar mijn hart, o God,
en neem het in Uw hand.
Vorm en kneed, maak het bereid;
breng het willen en werken erin tot stand.

Reik naar mijn hart, o God,
en raak het aan.
Beweeg het steeds tot overgave,
opdat Uw wil telkens wordt gedaan.

Liefde vraagt om liefde …
Wat is de reactie van jouw hart?


N.a.v. het stukje ‘Response of the heart’ uit ‘Love is …’ – Promise Journal





dinsdag 10 februari 2026

Vertrouwen voor angstige dagen ...

Als ik vanmiddag weer eens echt de tijd heb om achter mijn laptop te kruipen, eindig ik bij een oud blogje van mijn allereerste Blog.
Ik krijg een brok in mijn keel en al snel lopen met het lezen de tranen over mijn wangen, en niet alleen vanwege de herinneringen, maar ook doordat het aanvoelt als een be(aan)moedigend woord van de Heer.
Waar ik doorgaans de (oude) blogjes praktisch in hun originele staat op dit blog plaats, heb ik dit keer het tussendoor (schuingedrukt) aangevuld vanuit het nu, daar de boodschap die erin staat tijdloos is, en dus ook voor nu geldt.

Het verhaal van het dochtertje van Jaïrus staat in dit verhaal centraal, en in het bijzonder een paar woorden van de Here Jezus.

Het verhaal in grote lijnen.
Het dochtertje van Jaïrus ligt op sterven en Jaïrus spoedt zich naar Jezus toe, die in de omgeving was.
Jaïrus smeekt Jezus om mee te komen en Zijn handen op zijn dochtertje te leggen, dan zou ze beter worden en blijven leven.
Jezus gaat met hem op weg, maar wordt onderweg opgehouden.
Dan komt iemand uit het huis van Jaïrus hem tegemoet met de mededeling dat zijn dochtertje al is gestorven en dat hij de Meester niet meer hoef lastig te vallen.
Jezus hoort wel wat er wordt gezegd, maar Hij zegt tegen Jaïrus dat Hij niet bang moet zijn, maar moet blijven geloven.
Vervolgens neemt Hij drie van Zijn discipelen mee het huis binnen, stuurt iedereen die in het huis is naar buiten en gaat samen met de vader, de moeder en Zijn drie leerlingen de kamer van het meisje binnen.
Hij pakt haar hand en zei tegen het meisje: 'Meisje, Ik zeg je: sta op!’
En het meisje, 12 jaar oud, stond op en begon te lopen.
‘Geef haar wat te eten’, zei Jezus.
👉 Marcus 5:21-43 

Aan de hand van dit verhaal neemt Lucado mij mee op weg naar vertrouwen voor angstige dagen.
Steeds opnieuw raakt het me; de manier waarop hij dingen weet te beschrijven, schildert met woorden, ze aaneenrijg tot een verhaal, zodat het zich bijna als een film voor je afspeelt.
Hierdoor raakt hij steeds opnieuw mijn hart.
Hierdoor gaan zijn woorden voor mij leven en betekenis krijgen.
Hierdoor worden handvatten geen droge kost, maar liefdevol, uitgestoken handen, die mij op weg helpen, of de moed geven om verder te gaan, te kunnen.
Zo ook nu weer.
    

De angst van Jaïrus ken ik, herken ik.
De angst om mijn kind te verliezen …
De wegkwijnende dochter vergelijkt hij met een wegkwijnend huwelijk, of een loopbaan die op z’n retour is, toekomst, vriendschap…

Een gezondheid die achteruit gaat.
Een zaak die je daardoor moet stoppen.
Zoveel dingen niet meer kunnen.
De impact van dit alles.


Knaagt die angst, die onzekerheid nu niet aan mijn deur, als ik denk aan mijn zoon, die eind van de week zijn baan kwijt is en zijn opleiding niet kan vervolgen omdat er geen stageplekken zijn te vinden, maar ondertussen wel zijn onkosten heeft voor vrouw en huis.
Ja, één plekje heeft hij aangeboden gekregen, maar die kunnen hem geen loon betalen.
Verder leren met een uitkering kan, maar na een half jaartje komt hij dan in de bijstand.
Knagende angst, knagende onzekerheid…

Knagende zorg (angst is nu een groot woord, maar soms ...), knagende onzekerheid …
Ook nu weer als met de lichamelijke gesteldheid van mijn man het steeds moeilijker wordt om te werken(nadeel eigen winkel).
Ja, hij heeft wel de beslissing genomen om in augustus vervroegd te stoppen, maar houdt hij het zo lang nog wel vol?
En dan …?
Knagende zorg, knagend onzekerheid …


Zoals Jaïrus neerviel aan de voeten van Jezus en smeekte, zo ben ook ik menigmaal aan de voeten van Jezus neergevallen.
Gesmeekt voor het leven van mijn kind, gesmeekt om hulp voor een kind dat zich snijdt, gesmeekt voor …, om …
Zoals Jezus Jaïrus antwoordde en hoop gaf door mee te gaan, ontving ik hoop van Jezus op velerlei manieren.
Soms werd ik boven alles uitgetild en was er vrede in mijn hart en het rotsvaste zeker weten; het komt goed!

Maar dan blijft Jezus staan; of zoals Lucado het zo mooi verwoord: Halverwege het wonder blijft Jezus staan.
Bij Jaïrus werd Jezus opgehouden door de bloedvloeiende vrouw, bij mij was het soms een telefoontje van: mam, ik sta bij de trein en heb de neiging er onder te stappen, of de depressie, die weer genadeloos toesloeg en m’n kind omsloot en door het huis ging als een zware, zwarte wolk, of zoals nu, een sollicitatiegesprek vlak voor dat hij zijn werk kwijt is, maar …. er is geen loon!
Er zijn zovele dingen die ik op zou kunnen noemen aan momenten waarin Jezus halverwege het wonder bleef staan.
En dan slaat de onzekerheid weer genadeloos toe, moedeloosheid, minderwaardigheid.
Zie je wel, God vergeet mij, Hij vindt mij vast niet goed genoeg, belangrijk genoeg.
Zie je wel, mijn geloof is toch niet groot genoeg….

Wat heb ik het afgelopen jaar Hem al veel bestookt met mijn smeekbedes, vooral toen mijn eigen lichaam ook opnieuw begon te protesteren door het werk dat nu op mij neerkwam.
Hoeveel tranen heb ik al niet vergoten …
Hoe, Heer, hoe …?

Iemand uit het huis van Jaïrus komt eraan en vertelt hem dat zijn dochtertje inmiddels is gestorven en dat hij de Meester niet meer lastig hoeft te vallen.
Te laat.
Stilte.
Dan wijst Lucado met klem op de woorden die de Here Jezus dan uitspreekt:

                                     ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Wees niet bang….
Jaïrus dochtertje is dood.
Geloven?
Wie? Wat? Hoe?
Blijf geloven dat Jezus in staat is om te helpen.

Wees niet bang …
Mijn man op tijd bij de trein om onze zoon op te halen.
Een kaartje, een arm, een tekst, een woord, een boek, …
Uitkering, bijstand, voldoende ...?

Een blogje als dit, maar ook andere schrijfsels, gedichten …
Kaartjes, een arm, liederen, gebed …
Reacties op blogjes …
God Die spreekt door het Dagboek van Murray* heen en mij al schrijvend leidt naar Wie Hij is, en woorden geeft die mij terechtwijzen, onderwijzen, bemoedigen, aanmoedigen, aansporen, nieuwe moed en hoop geven, als ook de kracht om opnieuw …

Lucado wijst met klem op de woorden: ‘Wees niet bang, blijf geloven.’
Hij wijst op het feit, dat Jezus de woorden van de dienaar had gehoord.
Hij wijst op het feit, dat Jezus, hoewel Hij in beslag genomen werd door de zieke vrouw en omgeven was door zoveel mensen, Hij Jaïrus en zijn nood geen moment uit het oog verloor.
Hij wijst op het feit, dat Jezus alles hoorde en Hij het belangrijk genoeg vond om Jaïrus’ angst aan te pakken en mee te gaan naar zijn huis.
Hij wijst op het feit, dat één woord van Jezus vanaf de plaats waar Hij was, genoeg zou zijn geweest.
Hij wijst op het feit, dat Jezus niet alleen wilde laten zien dat Hij doden kon opwekken, maar dat Hij meegaat, komt, om dat te doen.

Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mij.
Hij wijst op het feit, dat Jezus komt, ook bij mijn zoon.
Jezus komt en spreekt.
Door een kaartje, door een boek, door een persoon, door een vogel die het hoogste lied zingt, een ree dat stilstaat in de wei langs de weg …’
Een steuntje in de rug.
Lucado wijst op het feit, dat God dat nog steeds doet.
Aan Jaïrus, aan mij.
Aan hen die neerslachtig zijn, aan hen die overmand worden door verdriet.

Ook nu nog, bij mijn man, bij mij, bij ons.

Hij dringt aan: ‘Wees niet bang, blijf geloven!’

Blijven geloven, dat Hij voor mijn kinderen zorgt, waar ze zich ook bevinden, waar ze ook door heen gaan op dit moment.
Blijven geloven, dat Hij komt om mij (en hen) op te beuren.
Blijven geloven, dat Hij mij, ons, belangrijk genoeg vindt.
Blijven geloven.

Blijven geloven, ook nu beurt Hij op, richt Hij op.
Blijven geloven, wat er ook gebeurt, Hij is erbij.
Blijven geloven, Hij gaat met ons mee.
Blijven geloven, Hij geeft de kracht, de moed, de hoop.
Blijven geloven, Hij ziet, Hij hoort; nog steeds.

Lucado schrijft: 'Angst rooft zoveel vrede van onze dagen.'
O, wat een waar woord.
Hoeveel vrede heeft angst al niet van mij geroofd en hoe vaak al niet.
Ik weet het, en toch, het gebeurt iedere keer weer.
Angst, de grootste vijand van mijn vrede.
Angst, de grootste vijand van mijn geloof.
Angst, de grootste vijand van mijn vreugde.
Angst, de grootste vijand van mijn hoop.

Lucado wijst op Gods woord waar Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen.’
(Matt.28:20)
Waar we ook naar toe gaan, waar we ons ook bevinden, nergens op deze aarde is een plaats waar God niet is.
Wees niet bang, maar geloof.

Angst is bij tijden de grote aanwezige in mijn leven.
Soms heeft angst mijn leven bepaald, mijn keuzes, mijn doen en laten.
Het is soms nog steeds mijn grootste, steeds terugkerende vijand.
Wat betekent het veel voor mij als Lucado schrijft:
‘De aanwezigheid van angst betekent niet dat je geen geloof hebt.
Angst gaat bij iedereen op bezoek.
Maar zorg ervoor dat je angst een bezoeker is en geen bewoner.’

Wat hebben mensen mij al vaak gekwetst met hun veroordeling vanwege mijn angst.
Wat hebben mensen mij al vaak pijn gedaan met hun onnadenkende uitspraken.
Wat zeggen we soms makkelijk dingen en halen de bijbel te pas en te onpas aan, zonder te weten of ons te bekommeren waar iets vandaan komt, wat de oorzaak is.
Wat heb ik soms getwijfeld aan mijn geloof vanwege mijn angst en wat mensen daar over te zeggen hadden.
Dan is het alsof God nu zelf tegen mij zegt:
‘Mijn lieve dochter, als angst je weer overvalt, weet dan dat dit niets afdoet aan je geloof in Mij, maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis.’

… maar zorg er wel voor dat het geen intrek neemt in jouw huis …
Ja, het kan me soms zo overvallen, gevoelens van zorg, van moedeloosheid, van niet meer weten hoe ik verder moet, hoe ik het vol ga houden, maar deze gevoelens geen intrek laten nemen in mijn hart en in mijn ziel.
Och, wat is dit soms makkelijker gezegd dan gedaan, maar wat een geweldig liefdevolle God en Vader hebben wij toch, dat Hij steeds opnieuw komt, en laat zien, en Zijn hand uitstrekt en zegt: 'Kom maar, geef maar aan Mij. Kom maar, wees niet bang, vertrouw Mij!'
Soms in de stilte van je Stille Tijd …
Soms met een koffiebezoekje aan een vriendin …
Soms met lezen.
Soms met …

Ja, angst heeft al heel veel geroofd, maar ik ben op weg mijn angst tegemoet te treden met geloof.
Samen, hand in hand met God, met Jezus, met de Heilige Geest.
Soms, dreigt het kolkende water van angst mij te overspoelen, maar ik grijp die toegestoken hand van Hem uit de hemel.
Soms duurt het even, zie ik niets anders dan die golven, maar Hij vind mij belangrijk; Hij komt, Hij wacht, Hij reikt Zijn hand.

‘Wees niet bang.
Geloof!’



📅 November 2009

* Dagboek van Andrew Murray


woensdag 28 januari 2026

Jezus Overwinnaar!
Een Woord ter Bemoediging ..

N.a.v. 👉 Psalm 107


Vanmorgen met mijn Stille Tijd las ik een bepaald Bijbelvers, en aangezien mij iets opviel, pakte ik mijn NBG-Bijbel erbij.
Nu gaat het mij niet om wat ik las, en hoe het op de ene manier in de ene Bijbel stond, en anders in de andere.
Nee, met het openen van deze Bijbel vond ik achterin een paar schrijfblaadjes met wat ik een soort van getuigenis zou noemen, zeker het gedichtje waarmee alles is afgesloten.
Al lezend drong opnieuw tot mij door hoe groot de waarde is van het opschrijven van de goede en mooie dingen die in ons leven gebeurd zijn of gebeuren.
Want, hoezeer hebben we het soms niet nodig om herinnert te worden aan wat de Heer eerder heeft gedaan voor ons en in ons leven.
Ik zou willen dat ik niets zou vergeten van wat de Heer heeft gedaan, gegeven, veranderd, …, dat ik alles kon onthouden wat ik ooit heb geschreven, maar helaas …
In het leven rijgen herinneringen zich aan elkaar en lopen ook door elkaar heen, en soms springt er ineens iets uit door wat we zien, of horen, of ruiken, of …
Soms mooie dingen, soms moeilijke, verdrietige of pijnlijke dingen.
Ik heb al wel vaker aangegeven hoe ik soms door mijn ‘eigen’ schrijfsels wordt geraakt, of door stilgezet, of aangespoord, of ergens aan herinnert.
En dat laatste was vanmorgen het geval.

Het schrijfseltje nam mij mee naar Psalm 107, echt een heel bijzondere Psalm!
Boven deze Psalm staat: 'Danklied voor verlossing uit allerlei nood', maar zelf zou ik het volgende erboven hebben: 'Oproep tot Lofprijs en Aanbidding', er komt namelijk geen woord van Dank aan te pas, maar telkens opnieuw klinkt de oproep om Hem te loven om wat Hij deed.

Een overzichtje van deze prachtige Psalm.

Psalm 107: 1-3

Opdracht tot het Loven van de Heer door allen die verlost zijn.

Psalm 107:4,5,
Psalm 107:10-12 
Psalm 107:17,18
Psalm 107:23-27

Beschrijving van de omstandigheden en de noden.

Psalm 107:6.7
Psalm 107:13,14
Psalm 107:19,20
Psalm 107:28-30

De roep tot de Heer om verlossing en de verhoring.

Psalm 107: 33-42

De wonderbaarlijke dingen die de Heer doet; voorkomt uit.

Psalm 107:43

Aansporing tot Lofprijs en Aanbidding.


Als je Psalm 107 goed lees, merk je dat het een Psalm is met een bepaalde cadans; steeds opnieuw zie je een herhaling van opsomming van noden - omstandigheden - situaties, vervolgens gebed om hulp en het horen van de Heer in de verlossing die Hij gaf.
Het maakt deze Psalm heel rijk aan troost en bemoediging.
Eigenlijk komt elk denkbare situatie er in voor en laat ons zien dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, en ongeacht hoe we daar ook in zijn gekomen, als we tot de Heere roepen om verlossing zal Hij horen en uitredden; hetzij door het veranderen van omstandigheden, herstel,genezing of vergeving te geven, of de hulp en de kracht die we nodig hebben om ergens door heen te komen.
En wat hebben we, ja, soms opnieuw en opnieuw, het nodig om herinnert te worden aan Wie de Heere is, en wat Hij doet, en wil doen.
Wat kan alleen het herinnerd worden hieraan, al tot kracht en bemoediging zijn!


Hoe goed is het dan ook om de dingen die de Heer in ons leven doet, of geeft, of laat zien, of … op te schrijven.
Wat kunnen ze tot een bemoediging of een aansporing zijn in dagen dat we het moeilijk hebben, of niet meer zien zitten; teleurgesteld zijn of het zicht op Hem even weg of verduisterd.
Dit was zeker zo voor mij het geval met het schrijfsel dat ik vond en dat mij terugbracht bij deze bijzondere Psalm en bij de overwinnende, levengevende woorden die doorklinken in het gedichtje waar het schrijfsel dat ik gevonden had, mee afgesloten werd.
Het is mijn gebed, dat als jij het nodig hebt, ook hierdoor bemoedigd en gesterkt wordt.

Eén ding weet ik nu zeker:

Als ik tot U roep,
al is het vanuit de diepste nood;
U hoort mijn stem
en redt mij uit al mijn angsten.
Hoelang een storm ook duurt,
hoe hoog de golven ook slaan,
hoe donker en duister het ook is,
wat of wie mij ook belaagt,
U hoort en redt;
U verlost en bevrijdt;
U zendt en doet gaan.

Uit al mijn angsten hebt U mij verlost,
door alle stormen heen heeft U mij gedragen.
In elke duisternis kwam altijd Uw licht,
in alles zag ik steeds opnieuw: 
U hebt de boze verslagen!

Jezus, U bent Overwinnaar!

~ ~ * ~ ~

Tot slot wil ik nog een paar woorden doorgeven die ik eergister hoorde met het kijken en luisteren van het filmpje van Aweis, dat ik doorgestuurd kreeg via Open Doors.
Woorden, die mij heel stil maakten en tot diep nadenken stemden, en waaraan ik moest denken met het schrijven van dit blogje.
Dat ze tot inspiratie en bezieling mogen zijn voor ons.


‘Dus, hoeveel dreigingen ook op mij af blijven komen, 
ik ben vastbesloten om koers te houden 
en nooit te verzwakken in mijn geloof 
of in mijn bediening.’


Overwinning begint veelal met een vastbesloten keuze; of zoals over Daniël staat in Daniël 1 vers 8: ‘Daniël nu nam zich in zijn hart voor …’
De Psalm roept ook iedere keer op om de Heer te loven en te aanbidden om Wie Hij is en om wat Hij heeft gedaan.
Onze dankbaarheid en lofprijs heeft twee kanten.
Enerzijds geeft het God de eer die Hem toekomt, anderzijds herinnert het ons nog eens extra aan Zijn grootheid en goedertierenheid.

Maar misschien zijn de woorden van Aweis wel de mooiste  vorm van Lofprijs en Aanbidding die we de Heere kunnen geven: vastbesloten zijn om koers te houden, nooit te verzwakken in ons geloof, of welke bediening (geestelijk of moeder en huisvrouw of …) we ook hebben; in ons hart voornemen dat te doen wat de Heer zegt.
Een onverdeeld hart voor Hem, gesterkt en geleid door de Overwinning van onze Here Jezus Christus.


🙏 Heere ...

woensdag 14 januari 2026

De Boeien van Ongeloof ...

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 21     










Mattheüs 17:19b,20a
'Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloof wil …’

Zoals de discipelen in het Bijbelgedeelte waaruit de tekst komt tekortschoten in geloof, zo staat Susannah ook stil bij haar tekortschieten, haar falen, haar ongeloof.
Ze vertelt hoe ze heeft geprobeerd om voor de Heer te leven en te werken, maar dat, hoewel het haar oprechte voornemen was om tot zegen te zijn voor anderen, falen daar vaak aanwezig was.
In haar ontmoeting met de Heer morgen, vuurt ze als het ware een flink aantal vragen op de Heer af, tenminste zo ervaar ik het met het lezen van haar vragen.
‘Heer, waarom …’
Waarom niet de zonde overwinnen?
- … het scherpe woord inhouden?
- … boosheid bedwingen?
- … dicht bij U wandelen zodat mijn leven beheerst wordt door U; elke daad, elke gedachte, elk woord …?
- … de kracht om anderen te beïnvloeden, naar U te leiden voor hulp?
Het Bijbelvers geeft haar, net als de discipelen, het antwoord: Ongeloof.

Waar Susannah me in meeneemt is heel herkenbaar, zowel haar vragen, als ook dat we -in mijn eigen woorden gezegd, het ene moment op de top van de berg zijn, en het volgende in een dal belanden.
Nee, het ligt niet aan de Heer, Zijn kracht blijft altijd en tot in eeuwigheid hetzelfde, het is ons ongeloof dat dat ons naar beneden stort.

‘Heere, het is maar al te waar dat mijn geloof
vaak door de boeien van ongeloof wordt gebonden
en zijn vleugels worden gebroken,
zodat het slechts met pijn
kan proberen hemelwaarts te vliegen.’

Susannah Spurgeon

Ik denk dat ze met de woorden die ze gebruikt in het citaat, ‘de boeien van ongeloof’, het juist beschrijft.
Ongeloof bindt, ontneemt, verhindert, blokkeert, neemt gevangen.
Susannah beperkt zich tot wat ongeloof doet, en bidt om verlossing van dit kwaad en om openbaring van ‘de uitnemende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven’.
Dat de Heer toch alle twijfel en wantrouwen uit haar hart bant, geloof zal overwinnen en alle eer aan Hem zal zijn.

In mijn schrift staan echter nog wat dingen die ik toen had opgezocht over ongeloof, en enkele wil ik daarvan hier ook in opnemen;
Helaas kan ik op Internet niet meer terugvinden waar ik het vandaan heb, maar ze zijn belangrijk genoeg om over na te denken.

‘Ongeloof zien de meeste gelovigen niet als zonde maar als zwakheid, en daarom leren ze het niet om ongeloof te haten als anderen zonden.’

‘Ongeloof is een belediging naar God toe, omdat het impliceert dat God Zijn kinderen niet verzorgd of voorziet.’

Hebreeën 3: 12 zegt: ‘Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; …’

Een verdorven hart vol ongeloof …
Verdorven, boos, kwaadwillig hart.

In de bijbel kunnen we op meerdere plaatsen lezen dat de Here Jezus beperkt werd in Zijn handelen door het ongeloof, dus het laat zien welk een kwaad en schade ongeloof aanricht.
Het laatste coupletje van mijn gedichtje is dan ook echt mijn gebed.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het ontneemt mijn zicht
op wie God werkelijk is en
op wie Hij voor mij wil zijn.
Het beperkt mij in mijn kunnen,
het berooft mij van mijn kracht
en geeft onnodig verdriet en pijn.

Ongeloof is als boeien die mij binden.
Het is een zonde, een kwaad, dat mij
doet vergeten dat God in mij
Zijn Geest van kracht heeft gegeven.
Menig gebed wordt niet verhoord,
en maar al te vaak faal ik in
mijn streven naar een heiliger leven.

Ongeloof …, Heer, wat doe ik U vaak 
veel verdriet en pijn met mijn ongeloof.
Ban uit mijn hart, Heer, al mijn twijfel,
mijn sceptisch zijn, mijn wantrouwen.
Schenk mij geloof, Heer; leer mij leven
vanuit Uw kracht die in mij is, en
leer mij om in alles op U te bouwen.

‘En Jezus zei tegen hem: Als u kunt geloven,  alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.
Marcus 9:23,24


donderdag 8 januari 2026

Verborgen boodschap ...

Gistermorgen keek ik vanaf onze eettafel naar buiten.
Alles, de tuintafel met twee stoelen, de schilderijtjes aan de schutting, het eikeltje met pinda’s, het huisje met een pot pindakaas erin, planten, straatje …, alles is bedekt onder een dikke laag sneeuw.
En zo dus ook de arend achterin onze tuin.
Het is de arend die ineens mijn aandacht trekt boven al het andere uit.
Zoals die daar nu staat, in deze houding en onder de sneeuw, vorm hij een hart.
Ik heb dit nog niet eerder gezien, maar ja, zo vaak sneeuwt het ook niet en ook niet zodanig dat het blijft liggen.
Het raakte me, en ik bedacht me welk een mooie boodschap er zo verborgen ligt in het beeld van de arend.


'Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft,
zijn vleugels uitspreidt, ze pakt 
en ze draagt op zijn vlerken, 
zo heeft alleen de HEERE hem geleid, …’
Deuteronomium 32:11,12 

‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.’
Jesaja 40:31

Is het niet de Liefde van God die ten grondslag ligt aan deze woorden van God?
Straks smelt de sneeuw, en daarmee verdwijnt het hart dat nu zichtbaar is, maar in mijn gedachten zal de herinnering blijven en de foto zal het zichtbare bewijs zijn van dat er was.

Is het eigenlijk zo ook niet met de Liefde van God?
Soms zien we die zo duidelijk, maar niet altijd, soms duurt het even eer we Zijn Liefde weer zien en ervaren.
Maar dit wil niet zeggen dat die Liefde er niet is, dat Hij niet van ons houdt.

Soms geeft de Heer ons kostbare, bijzondere momenten waarop Zijn Liefde zichtbaar is, tastbaar, voelbaar; momenten die we koesteren en bewaren voor tijden dat het 'weg' is; we bewaren die momenten in ons hart.
En zoals de foto het zichtbare bewijs is van dit 'verborgen' hart, ik het als een herinnering met mij mee mag dragen, zo is Zijn woord is het zichtbare bewijs van Zijn oneindige Liefde voor ons.
Het is aan ons om dit steeds opnieuw te openen en tot ons te nemen.

Arend, je bent een beeld van God;
van gedragen worden door Hem,
van vernieuwde krachten.
Het hart daarin is echter Zijn liefde,
soms zichtbaar, soms verborgen,
maar altijd aanwezig
voor allen die verwachten.

woensdag 31 december 2025

Morgen is morgen ...

Ook het afgelopen jaar heb ik weer een aantal citaten uit boeken overgenomen, gewoon omdat ze me raken, iets met me doen, iets in mij losmaken.
Soms schrijf ik erover, soms niet, en soms blijven ze liggen voor een later tijdstip, zoals nu.
Als ik de citaten doorlees die ik afgelopen jaar zo heb opgeschreven, blijf ik steken bij eentje uit het boekje ‘Cappuccino’ van Max Lucado.

‘God zal jou nooit de hele weg laten zien.
Dus stop maar met zoeken.
Hij beloofde een lamp voor je voet,
geen kristallen bol voor de toekomst.
We hoeven niet te weten
wat er morgen gaat gebeuren.’

Vandaag is de laatste dag van 2025, en een heel nieuw jaar ligt voor ons.
Met alle ontwikkelingen die gaande zijn in de wereld, en zeker niet minder ook in ons eigen land, kan bezorgdheid ons hart behoorlijk binnenkomen.
We zien de wereld afglijden, we zien ons eigen land afglijden; steeds verder glijden we de diepe duisternis van de afgrond in.
Met de dag raken we verder verwijderd van God en Zijn Woord, en daarmee ook van de zo belangrijke normen en waarden, van leefregels die tot Zijn eer en ons welzijn zijn gegeven.
Zijn Woord mag ons niet meer leiden, en steeds minder wordt geaccepteerd als we willen vasthouden aan Zijn Woord, aan wat Hij ons zegt en leert.
Hoe moet het gaan?
Wat zal 2026 ons brengen?
Ja, in Zijn woord heeft de Heer aangegeven waar we op moeten letten, op de tekenen des tijds,
en ik geloof ook dat dit heel belangrijk is, maar tegelijk mogen we rusten in het vertrouwen dat Hij voor ons zorgt, en zal zorgen.
En dat is -wat ik geloof, dat het citaat ten diepste wil zeggen.


Psalm 119:105 zegt: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.’
Een lamp verlicht slechts een klein gedeelte; er is geen enkele lamp die een heel land kan verlichten, dus als Gods Woord ons laat weten dat het een lamp voor onze voet is, dan moeten we aanvaarden dat de Heer vindt dat dit genoeg is voor ons om te weten, en dat we de rest aan Hem mogen overlaten.
Het kleine stukje weg dat Hij ons toont, is genoeg voor dit moment; morgen is morgen; welk een liefde betoont Hij ons hiermee!
Is het makkelijk?
Nee, dat is het negen van de tien keer niet.
Maar dit is wel de weg van vertrouwen die Hij ons wil leren.

2026 is voor mijn man en mij ook een spannend en onzeker jaar.
De lichamelijke conditie van mijn man is dermate, dat werken een zeer grote uitdaging is geworden en de beslissing is afgelopen maanden gevallen, hij gaat eind augustus stoppen.
Maar hij is pas 65, dus …
Hoe zal het de komende maanden gaan?
Hoe zal de afronding zijn?
Hoe … ?
En dan … ?
Zoveel onzekerheden.
Toch zegt de Heer: ‘Mijn Woord is een lamp voor je voet en een licht op je pad!’

‘En zie, Ik ben met je, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld!
Amen.’ 

‘Ik zal u niet beslist niet loslaten en u beslist niet verlaten.’ 

Heb Ik u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de Heere, uw God, is met u, overal waar u gaat.

Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur.

Gods weg is volmaakt, het Woord van de Heere is gelouterd, Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen.

Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw!

Matth. 28:20, Hebr. 13:5, Joz. 1:9, Psalm 18:30,31, Psalm 91:1,2

Nee, God zal ons nooit de hele weg laten zien, maar Hij geeft ons wel een lamp, Zijn Woord, om het pad dat we hebben te gaan, te verlichten.
Woorden van Hoop.
Woorden van Bemoediging.
Woorden vol Aansporing om vol te houden en standvastig te zijn.
Woorden om te troosten.
Woorden van Wijsheid.
Woorden om te Bidden.
Woorden om ons tot Stilte te manen.
Woorden van, tot, vol van …
Er is niets dat in ons leven gebeurt, waar Zijn Woord ons niet in kan bijstaan.

Nee, we hebben geen kristallenbol nodig om in de Toekomst te kunnen kijken, maar een hart vol Geloof en Vertrouwen, dat Hij Die ons gemaakt heeft, zorgt voor wat Hem toebehoort!

Morgen is morgen.
Elke dag heeft genoeg
aan zijn eigen kwaad.
Morgen is morgen.
Elke dag geeft God ons
door Zijn Woord raad.

Morgen is morgen.
Vandaag wil Hij ons
ontmoeten en geven.
Morgen is morgen.
In de stilte geeft Hij
ons woorden van Leven.

Morgen is morgen.
Vandaag is Zijn Woord
het licht op ons pad.
Zijn verlangen is dat het
in Geloof en Vertrouwen
door ons wordt omvat.


Gods rijke zegen van Licht, Liefde, en Leven, van Geborgenheid en kracht voor het nieuwe jaar dat voor ons ligt.
Dank je wel, voor het meelezen, voor de reacties, voor bemoediging die ik daar doorheen mocht ontvangen.

Een Liefdevolle groet,
Rita

woensdag 24 december 2025

Kerstgroet ...

Gezegende Dagen! 

- Hoop ontwaakte in Bethlehem -

Dit gedichtje is verbonden met het blogje 'De God van Vrede' op 'Quality Time'.

Gods rijke zegen van Licht, Liefde en Vrede toe gebeden!
Een liefdevolle Groet,
Rita

dinsdag 23 december 2025

De laatste kerstkaart ...



Elk jaar viel de kaart bij haar op de deurmat.
Ze had er geen idee van wie hem verstuurde, maar elk jaar lag er weer zo’n kaart, vlak voor kerstmis. Iedere keer stond er dezelfde zin op geschreven.
“Je bent niet alleen. Prettig kerstfeest.”

Wat betekende dat en wie dacht er aan haar?
En alleen?
Ze was zeker niet eenzaam, in elk geval niet heel erg.

De eerste keer was ze een beetje boos geworden toen ze de kaart las.
Het idee, dat iemand het nodig vond haar te confronteren met het feit dat ze alleen was.
Maar toen ze hem bekeek kon ze wel zien dat hij met grote zorg was uitgezocht.
Het was een bijzondere kaart.
Niet zo’n schreeuwerig ding dat je in een pak van twintig voor een habbekrats op het internet bestelde, zodat je zonder veel kosten te maken toch een kaartje kunt versturen.
Dat soort kaarten vielen rond de kersttijd met vaste regelmaat in de bus. 

Die kwamen van goedbedoelende kennissen, een neef uit Engeland en er was ook altijd een onbenullige kaart van het tuincentrum bij om je er vooral maar aan te herinneren dat ze op tweede kerstdag geopend waren.
Nee, die gingen doorgaans direct naar het oud papier.
Maar die bijzondere kaart … 

Nadat ze haar oorspronkelijke frustraties te boven was gekomen kreeg die een plaatsje op de schoorsteenmantel.
En dat gebeurde elk jaar opnieuw.
Op de een of andere manier straalde die kaart een zekere rust uit.
En rust was juist iets waar ze zo enorm naar verlangde.

Dit jaar stond het kerststalletje op de kaart afgebeeld.
De koeien, de schapen en het ezeltje stonden eerbiedig op de achtergrond, maar de kribbe met het kerstkindje zelf was omringd door vriendelijk lachende mensen, allemaal gekleed in hun gewone dagelijkse klofje.
Er stond een zakenman bij met een dure aktetas, een jochie van een jaar of tien met een voetbal en een schoonmaakstertje met een bezem.
Een wat oudere dame met zilvergrijs haar probeerde de pasgeboren baby op te tillen en Maria en Jozef leken het allemaal prima te vinden.

Als de wereld er toch eens zo zou mogen uitzien.
Maar dat was niet zo.
Dat hele kerstgebeuren was niet meer dan een droom die nooit verwezenlijkt zou worden.
Er was geen vrede op aarde en normaal gesproken zouden al die mensen op het plaatje nooit samen zo vriendelijk lachend en vredig rond een kribbe staan.

Als de afzender niet eens de moeite nam om zijn naam onder de kaart te schrijven was het misschien toch een reclamestunt van het een of andere bedrijf.
Maar ze zette die gedachte meteen weer uit haar hoofd.
Daar was die kaart veel te mooi voor.
Iemand die nieuwe klanten probeerde te werven zou de naam van het bedrijf vast en zeker met gouden letters voorop de kaart gezet hebben.
Zo’n kaart mocht niet zomaar naar de papierbak.
Dus bleef het mysterie onopgelost. 

Ook dit jaar kwam hij weer op de schoorsteenmantel terecht en iedere keer dat ze er langs liep keek ze er even naar.
Er was dus toch iemand die aan haar dacht, al was het klaarblijkelijk alleen maar met kerstmis.

Veel vrienden had ze niet.
Zeker met kerstmis zag je die ook niet.
Eigenlijk had ze er niet zo veel meer mee.
Het was altijd wel gezellig, met lichtjes en lekker eten, maar sinds ze haar man verloren was na een lang ziekbed was de lol er wel af.
Kerstmis was in wezen een kerkelijk feest en in de kerk kwam ze niet graag.
Vroeger waren zij en Evert er nog wel geweest.
Hij wilde dat graag, en op kerstavond gunde ze hem dat plezier.
Verder kwam ze er nooit, want aan God had je niets.
Dat was ook zo’n kennis, waar je over gehoord had.
Zo iemand die goede dingen deed voor brave mensen.
En dat gevoel was na de dood van Evert alleen maar sterker geworden.

Het kerstfeest werd voor haar een saaie bedoening.
Op eerste kerstdag kon ze terecht bij haar broer in Wageningen en op tweede kerstdag bleef ze lekker thuis en deed ze voor niets of niemand de deur open.
Dan keek ze naar de buis, at ze niets bijzonders en keek ze zo nu en dan even naar de kaart op de schoorsteenmantel.

“Je bent niet alleen, Prettig Kerstfeest.”

Vreemd toch, hoe zo’n stukje karton met wat inkt zo mooi kon stralen dat het je een goed gevoel gaf en het idee dat er toch hoop was.
Als ze toch eens te weten kon komen van wie hij kwam …

En toen, tussen Oud en Nieuw viel er een andere envelop bij haar op de deurmat.
Dit was geen kerstkaart maar een handgeschreven brief.
Haar naam stond erop, met bibberige letters: Elara Broeckhuizen.
Ze draaide de brief om en las de afzender en haar ogen werden groter toen ze begreep wie hem geschreven had.
De brief kwam van haar oude buurvrouw uit de tijd dat zij en haar man nog in Leeuwarden woonden.
Direct na zijn dood was ze er weggegaan en ze had al in geen tien jaar meer aan die vrouw gedacht.
Zo, die was dus ook nog in leven.

Ze scheurde de brief open en schoof het velletje voorzichtig uit de envelop.
‘Lieve Elara
Je zult je wel afvragen waarom je een brief krijgt van mij, jullie oude buurvrouw uit Leeuwarden. Wij hebben tenslotte nooit meer met elkaar gesproken, maar ik heb je elk jaar een kerstkaart gestuurd…’
Elara voelde haar hart bonken in haar keel.
Dus … de oude buurvrouw had die kaart verstuurd.
Ze las haastig verder.
'Vlak voordat Evert stierf, belde hij me. Hij vroeg me om jou elk jaar met kerst een kaart te sturen.
Op die kaart moest één zin staan: je bent niet alleen. Hij wilde dat je zou weten dat zijn liefde niet ophoudt bij de grens van dit leven. Dat er iets blijft, iets zachts, dat nog steeds bij je is.
Hij vroeg me ook om aan je te denken, om een gebed voor je te fluisteren, telkens als het kerst werd. En dat heb ik gedaan. Elk jaar heb ik jouw naam zachtjes neergelegd bij het Kind in de kribbe, omdat liefde nooit echt verdwijnt.'

Er rolde een traan uit haar ogen die pardoes op de brief viel die ze met trillende vingers vasthield. Opeens was het alsof Evert naast haar stond.
Voor een kortstondig hemels moment omringde een gelukzalige warmte haar dorre hart.
Maar toen ze verder las kon ze haar tranen niet langer bedwingen.
‘Ik schrijf je nu, omdat ik zelf bij de poort sta en weet dat ik je geen kerstkaart meer zal kunnen sturen.
Maar ik wilde je nog één ding zeggen, iets wat Evert altijd al wist: je bent nooit alleen. Liefs en zegen van je oude buurvrouw’

Er brak iets open in Elara’s hart.
Die dag huilde ze alsof alle opgespaarde jaren van stilte eindelijk loskwamen.
Ergens tussen de tranen door voelde ze het: ze was nooit alleen geweest, ze had het echter niet begrepen.
Het was tijd om een nieuwe weg in te slaan.
Over een paar uur zou het nieuwe jaar beginnen, en dit keer voelde het ook nieuw.
Ze was niet alleen.
Met dat besef kon ze de wereld aan.

Door: J.K.Stenger
Uit de laatste Oppepper:
👉 Haardstee – ActiefNederland

zaterdag 6 december 2025

Gods trouw verkondigen!

 






Er is weer een nieuwe 'Bemoediging voor de Nacht'.

>> 'Gods trouw verkondigen' n.a.v. Psalm 92:3b
(Even iets naar beneden scrollen en dan vind je de laatste Bemoediging onder het Gedicht)

Welterusten en slaap lekker straks!

Een liefdevolle groet,
Rita 

dinsdag 2 december 2025

Genezing voor ontevredenheid ...

Lof en dankzegging

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 20







 
Psalm 71:8
‘Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, de ganse dag met Uw heerlijkheid.’

‘Wat gebeurt het maar zelden dat
de tedere genade van de overdenking in de vroege morgen
aanhoudt in de drukke uren van de dag!’

Susannah Spurgeon


Wat staat er ontzettend veel in dit hoofdstukje dat mij tot nadenken stemt, als ook dat het mij tot belijden van mijn zonden brengt.
Misschien herken je het wel.
We beginnen de dag met de Heer, het is fijn, het is goed, en met een verheugd hart starten we de dag.
Maar hoe vaak gebeurt het niet dat voor we ook maar een paar uur verder zijn, daar nog maar weinig meer van over is.
De zon die in onze ziel scheen toen we vanmorgen tijd met Hem doorbrachten, is inmiddels door wolken verduisterd en de eerste regendruppels vallen al en beginnen langzaam de vreugde te doven.
Dingen die verkeerd gaan, ruziënde kinderen, een lekke band of een flinke file waardoor we te laat op ons werk komen doen ons humeur niet bepaald goed.
Als er dan ook nog een stapel werk op ons wacht, en we ondertussen het ene na het andere telefoontje krijgen, dan blijft er soms maar weinig meer over van de vreugde waar we de dag mee begonnen.
De wil is er, maar de uitkomst …

Misschien hebben we ons geduld al wel een paar keer verloren, hebben we al heel wat gemopperd, of gefoeterd, en misschien zelfs wel al een lelijk woord gezegd, of veel scherper op iemand gereageerd dan goed was; hoe makkelijk komt soms zowel zegen als vervloeking uit dezelfde mond …
Van ons zonnige humeur is niet veel meer over, en misschien moeten we wel alle zeilen bijzetten om niet chagrijnig tegen iedereen om ons heen te reageren.
Misschien hebben we zelfs wel een beetje wanhopig naar boven gekeken en gevraagd ‘Heer, waarom al dit misgaan, waarom zit alles zo tegen, net nu ik zo blij was vanmorgen door onze tijd samen?’

Wat blijft er soms weinig over van ons verlangen en onze wil om Hem te weerspiegelen, om vriendelijk te zijn naar iedereen, om dankbaar te zijn in alle omstandigheden.
Wat ligt er soms nog maar weinig lofzang op onze lippen naar mate de dag vordert.
En hoe vaak hebben we Hem al niet moeten belijden dat we niet goed reageerden, verkeerde dingen gezegd hebben, we niet bepaald een lichtend licht en een zoutend zout waren.
Wat zou er vaak veel meer liefde, lofprijs en dankzegging in onze woorden kunnen zijn …

‘O Heere Jezus Christus, wat moet U vaak
vergeving schenken en medelijden hebben!
Wat is het er bij mij nog ver vandaan
dat ik aan Uw beeld gelijkvormig word gemaakt!’

Susannah Spurgeon

Hoe vaak beginnen we de dag niet
met een fris en goed gemoed.
We hebben lekker geslapen
en ons met Zijn woord gevoed.

Met een blij gezicht gaan we op weg
om deze dag tot Zijn eer te leven.
Ons hart is vol van Zijn liefde en
we verlangen ernaar dit door te geven.

Maar al snel komen de eerste barstjes.
Kinderen die niet luisteren, stoplichten op rood.
Een glas in duizend stukjes doordat je met
je elleboog tegen een deur aan stoot.

Een collega die slecht heeft geslapen en
de stapel werk op je bureau doen ook geen goed.
Of de file waar je in terecht komt, een botsing …
en voor je het weet: weg is je goed gemoed.

Hoe makkelijk wordt onze vrede
soms niet door kleine dingen geroofd.
Hoe snel het vuur van passie en liefde
door moeite of tegenslag gedoofd.

‘Van de morgen tot de avond
moge de belangrijkste gedachte van mijn leven zijn
hoe ik mijn God zal verheerlijken
door goed te spreken van Zijn Naam.’

Susannah Spurgeon

Maar welke tegenslagen ons ook omringen,
we hebben altijd redenen tot dankbaarheid.
En een mond vervuld met lof en dankzegging,
laat weinig ruimte voor ontevredenheid.

‘Wie dank offert, zal Mij eren; wie de rechte weg gaat, zal Ik Gods heil doen zien.’
Psalm 50:23

‘Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn.
Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
Maak de HEERE met mij groot, laten wij tezamen Zijn Naam roemen.’

Psalm 34:2-4

‘Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.'
‘Psalm 81:11b

Heer, vult U onze mond met Uw lof en luister,
vanaf dat we wakker worden tot we slapen gaan.
Laat Uw onmetelijke goedheid, liefde en genade
ons in voor- en tegenspoed altijd voor ogen staan.

zaterdag 18 oktober 2025

Het vasthouden waard!







Er is weer een nieuwe 'Bemoediging voor de Nacht'.

>> 'Het vasthouden waard!' n.a.v. Psalm 12:7
(Even iets naar beneden scrollen en dan vind je de laatste Bemoediging onder het Gedicht)

Welterusten en slaap lekker straks!

Een liefdevolle groet,
Rita 

maandag 13 oktober 2025

Open armen ...

Bij Hem kunnen we onszelf zijn.
Tegen Hem kunnen we alles zeggen.
Bij Hem kunnen we alles kwijt, zelfs onze diepste geheimen.
Adam en eva verstopten zich voor God, ze schaamden zich zo voor wat er was gebeurd, voor wat ze hadden gedaan.
De Heere keerde Zich echter niet van hen af, maar zocht hen, riep hen.

Hij, Die onze gedachten kent, zelfs weet wat we willen gaan zeggen, staat met open armen te wachten om ons verhaal te horen, onze diepste geheimen, de dingen waar we ons misschien wel heel erg voor schamen en waardoor we niet tot Hem durven gaan.
Maar Hij wacht met open armen, om te kunnen vergeven, te helen, in liefde te omarmen.


Kom bij Mij!

Ver weggestopt
is wat je werkelijk
denkt en voelt.
Je past je aan
en houdt voor je
wat je eigenlijk bedoelt.

Groot is je pijn,
verborgen, onzichtbaar,
diep weggestopt.
Je dwaalt rond
door alles wat
je hebt opgekropt.

Zachtjes klinkt er een stem:
‘Mijn kind, waar ben je?
Ik wil je zo graag helpen.
Geef het aan Mij, bij Mij is ’t veilig.
Hier ben Ik; niets is te groot, te moeilijk.
Laat Mij toch je bloedende wonden stelpen. 

Laat Mij je toch helen,
je wonden genezen.
Verberg je onder Mijn vleugels
en je hebt niets meer te vrezen.

Kom bij Mij, Mijn kind;
kom naar huis;
laat Mij je omarmen,
Ik wil je zo graag zeggen:

‘Welkom thuis!’