Posts tonen met het label God van vergeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God van vergeving. Alle posts tonen

maandag 13 oktober 2025

Open armen ...

Bij Hem kunnen we onszelf zijn.
Tegen Hem kunnen we alles zeggen.
Bij Hem kunnen we alles kwijt, zelfs onze diepste geheimen.
Adam en eva verstopten zich voor God, ze schaamden zich zo voor wat er was gebeurd, voor wat ze hadden gedaan.
De Heere keerde Zich echter niet van hen af, maar zocht hen, riep hen.

Hij, Die onze gedachten kent, zelfs weet wat we willen gaan zeggen, staat met open armen te wachten om ons verhaal te horen, onze diepste geheimen, de dingen waar we ons misschien wel heel erg voor schamen en waardoor we niet tot Hem durven gaan.
Maar Hij wacht met open armen, om te kunnen vergeven, te helen, in liefde te omarmen.


Kom bij Mij!

Ver weggestopt
is wat je werkelijk
denkt en voelt.
Je past je aan
en houdt voor je
wat je eigenlijk bedoelt.

Groot is je pijn,
verborgen, onzichtbaar,
diep weggestopt.
Je dwaalt rond
door alles wat
je hebt opgekropt.

Zachtjes klinkt er een stem:
‘Mijn kind, waar ben je?
Ik wil je zo graag helpen.
Geef het aan Mij, bij Mij is ’t veilig.
Hier ben Ik; niets is te groot, te moeilijk.
Laat Mij toch je bloedende wonden stelpen. 

Laat Mij je toch helen,
je wonden genezen.
Verberg je onder Mijn vleugels
en je hebt niets meer te vrezen.

Kom bij Mij, Mijn kind;
kom naar huis;
laat Mij je omarmen,
Ik wil je zo graag zeggen:

‘Welkom thuis!’

zaterdag 31 augustus 2013

Kom terug!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (91)

Ik vraag jullie, ontrouwe kinderen, terug te komen.
Jeremia 3:14a

(Jeremia 3)

‘Ik vraag jullie …’
Deze woorden raakten mij vanmorgen toen ik ze las.
God, die vraagt.
De andere vertalingen zeggen: ‘spreekt de Heere’, of ‘luidt het woord des Heren’, maar mij trof deze woorden zoals ze in de GNB staan.
‘Ik vraag jullie.’

Deze woorden spreekt God bij monde van Jeremia tot Zijn volk Israël en haar zuster Juda.
God vergelijk Zijn volk hier met een overspelige vrouw.
‘Heb je gezien,’ zegt Hij in vers 6, ‘hoe ontrouw Israël Mij geworden is? Ze heeft ontucht bedreven op elke hoge heuvel en onder iedere groenen boom.’
 ‘Met haar lichtzinnige overspel bezoedelde ze het hele land …’
‘… Maar jullie (Israël, Juda, de gehele mensheid) zijn Mij ontrouw geworden, als een vrouw aan haar man, …’

‘Ik vraag jullie. ontrouwe kinderen, terug te komen.
Ik ben niet wraakzuchtig.
Ik zal genade voor recht laten gelden, daar sta Ik voor in.
De enorme liefde van God voor Zijn volk die in deze woorden doorklinkt, raakt me diep.
‘Ik vraag jullie terug te komen!’
Wie zou dat doen?

Aan de kant gezet.
In geruild voor een ander.
Afgewezen.
Onverschilligheid.
Afgedankt.
Vergeten.

‘Ik vraag jullie terug te komen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die zijn afgedwaald, die Mij aan de kant hebben gezet, die Mij niet nodig denken te hebben.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die weggelopen zijn, Mij de rug hebben toegekeerd, Mij hebben afgewezen.
Ik vraag jullie terug te komen, allen, die tegen Mij in opstand zijn gekomen, Mij niet willen kennen.
Ik vraag jullie terug te komen …’

Nog steeds klinkt Gods roep.
Ook in deze tijd zegt Hij het nog steeds: ‘Kom terug!’
Nog steeds is er genade.
Nog steeds is er vergeving.
Nog steeds staat Hij klaar om te overladen met Zijn liefde.

Als ik om me heen kijk, de nieuwsberichten hoor of lees; of als ik ook naar mijzelf kijk, naar mijn eigen falen en gebreken, mijn zonden, dan word ik heel klein en stil om zoveel liefde.
Al wat wij hoeven te doen is onze schuld te bekennen en ons af te keren van onze verkeerde wegen, en Hij zal ons opnieuw in genade aannemen.
Hij verlangt er zo naar!
Hoor hoe immers Zijn liefde, Zijn verlangen naar Zijn volk, naar Juda, naar ons, doorklinkt in deze woorden: ‘Ik vraag je: Kom terug!’


Ook vandaag klinkt Zijn vraag: ‘Kom terug! Ik vraag je, kom terug!’
Nog steeds klinkt Zijn liefde, Zijn verlangen, naar deze verloren wereld, naar jou!
Nog steeds zijn Zijn armen uitgestrekt om hen die tot inkeer komen in Zijn armen te nemen.
Zijn liefde en verlangen is niet meer alleen voor Zijn volk, maar een ieder mag, dankzij het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha, delen in deze liefde van God.

Hoe indrukwekkend groot is Zijn liefde …
 


vrijdag 24 mei 2013

Ik ben bij je!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (80)

'Ik zal er zijn, Ik ben bij je!'
antwoordde de Heer.

Exodus 3:12

Vandaag het stukje voor op 'In rust met U' voor as. zondag afgemaakt.
Er ging nog veel tijd in zitten en dan vind ik het daarna heerlijk om gewoon even ontspannen wat rond te kijken in mijn mappen met oude stukjes en ik stuitte daar op iets dat ik ergens in 2011 heb geschreven en wat ik graag met je wil delen.
Het getuigt tegelijk van hoe groot en indrukwekkend God is.

Heer,
Uw woord klinkt:
Ik ben met je alle dagen.
In alles wat je doet
ben Ik bij je.
Geen moment laat Ik je alleen;
nog geen fractie van een seconde
ga je zonder Mijn aanwezigheid.
In Mijn Goddelijke kracht en nabijheid
mag je je wegen gaan,
je werk doen.
Vanuit dit woord
mag je leven.
Waak ervoor dat je geen dingen doe
die Mijn aanwezigheid
zullen verduisteren,
waardoor je uit eigen kracht
ga leven en werken.
Mocht dat toch gebeuren,
kniel dan bij Mijn voeten,
belijd en Ik zal vergeven
en je zult opnieuw
Mijn woorden horen:
Ik ben met je alle dagen.

Heer, als ik zo kom in Uw aanwezigheid vanmorgen; Uw aangezicht zoekt, Uw woord lees, dan wordt het stil in en om mij heen.
De geluiden van de wereld zijn er nog steeds, maar de stilte is een stilte die gevuld is met een rust en vrede die het komen in Uw nabijheid brengt.

Opnieuw klinkt Uw woord: 'Ik ben bij je!'

U zei het tegen Mozes toen U hem de opdracht gaf om naar de Farao te gaan om Uw volk vrij te pleiten.
U gaf hem deze belofte, zoals de Here Jezus deze belofte ook aan ons gaf.
'Ik ben bij je!'

Ik sluit mijn ogen en ervaar de diepe vrede en rust van Uw tegenwoordigheid van waaruit het Uw wil is dat wij zullen leven.

'Ik ben bij je!'

Vanuit dit woord, vanuit deze belofte mag ik leven en werken; de dingen doen die
gedaan moeten worden of die van mij gevraagd worden.
Vanuit deze belofte wilt U dat wij gaan, ook als wij het moeilijk hebben; door het duister gaan en niet weten waar het einde van de donkere tunnel is.
Vanuit deze woorden, deze belofte 'Ik ben bij je!' mogen wij doorgaan, ook al is onze weg onzeker en beangstigend.

In welke situatie we ons ook bevinden, vandaag en iedere dag opnieuw, legt U Uw hand op onze schouder en zegt: 'Ga maar, Ik ben bij je!'

woensdag 13 maart 2013

Wijsheid en liefde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (63)

‘Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien,’ zei Hij.
En Hij boog Zich opnieuw voorover en schreef op de grond.

Johannes 8:7

Ik ben zo onder de indruk van de wijsheid van de Here Jezus, maar ook van de manier waarop Hij omgaat met situaties, met mensen en ik besef, dat wij christenen, die Zijn voorbeeld willen volgen, vaak nog heel ver verwijderd zijn, van Zijn manier van omgaan met anderen.

De schriftgeleerden en de Farizeeën wilden Jezus in de val laten lopen; ze hadden iets nodig om Hem te beschuldigen en om dat te kunnen bereiken, brachten ze Hem een overspelige vrouw.
Eigenlijk werd deze vrouw door hen misbruikt voor hun eigen doeleinden: Jezus in de val te laten lopen.
Ze hielden Jezus voor dat de vrouw op heterdaad was betrapt en wat de wet van Mozes zegt over overspel en ze vroegen wat Hij er van vond.

Wij mensen hebben dan al vaak en gauw ons woordje klaar; de Bijbel zegt dit, dus ...
En voor we er zelf soms ook maar erg in hebben, hebben we iemand al veroordeeld.

Maar Jezus zweeg en boog Zich voorover en schreef in het zand.
Wat Hij schreef staat nergens vermeld, maar het ging geloof ik ook niet zo zeer om wat Hij schreef als wel om Zijn houding.
Hij wist dat ze Hem in de val wilden laten lopen en Hij zweeg.
Jezus liet Zich niet zomaar in verleiding brengen om snel een antwoord te geven, maar Hij nam de tijd.

Ik kan me zelfs zo voorstellen, dat, terwijl Hij op de grond aan het schrijven was, in stilte sprak met Zijn vader.
'Ziet U, Vader, hoe ze zijn, wat ze willen doen?
Ze gebruiken zelfs deze vrouw om Mij in de val te kunnen laten lopen.
Het interesseert hun helemaal niets wat er met deze vrouw gebeurd; ze zijn alleen
maar op Mij uit, om Mij in de val te laten lopen.'
Jezus had grote liefde en bewogenheid voor deze vrouw.
Ja, Hij wist dat zij gezondigd had en de dood verdiende, maar de schriftgeleerden, de Farizeeën en al die mensen die erom heen stonden, waren geen haar beter.
Daarom kan ik me ook zo voorstellen, dat Hij deze dingen, deelde met Zijn Vader; dat Zijn hart vervuld was van pijn en verdriet om deze dingen die gebeurden.

Uiteindelijk, toen ze door bleven vragen, richtte Jezus Zich op en gaf het volgende, wijze en voor ons zeer leerzame antwoord: 'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien.'
En vervolgens boog Hij Zich opnieuw voorover en schreef op de grond.
Hij zei verder niets.
Hij deed verder niets.

Ik vraag me af of ze nog één woord hebben gezegd.
Zou er een hoop geroezemoes zijn geweest of zou iedereen met stomheid zijn geslagen?
In ieder geval heeft niemand iets meer tegen Jezus gezegd, noch tegen de vrouw.

Na een poosje richtte Jezus Zich op, iedereen was weg.
En dan pas richt Hij Zich tot de vrouw.
'Waar zijn je beschuldigers gebleven; heeft niemand je veroordeeld?'
'Niemand, Heer.'
'Ook Ik veroordeel u niet.
Ga, maar zondig niet meer.'

Welk een wijsheid en inzicht had de Here Jezus.
Hij doorzag de schriftgeleerden en de Farizeeën geheel.
Nu kunnen we zeggen, ja, makkelijk zat, Hij was God, maar er zit een wijze les in voor ons.
Ja, Jezus is God en de Vader liet Hem al deze dingen zien, want Zij waren één.
Maar God heeft ons Zijn Heilige Geest gegeven, zodat Zijn wijsheid ons deel kan zijn.
Maar helaas hebben wij vaak al geantwoord of gehandeld nog voor we naar Hem zijn toegegaan om wijsheid, om inzicht.

Wij mensen zijn vaak heel impulsief in ons handelen.
Wij hebben al snel ons oordeel klaar en zien vaak naar de buitenkant zonder naar het totaal plaatje te kijken.
Wat zijn we daarmee ook een makkelijke prooi voor de boze.
Wat geven we hem een makkelijke ingang om ons in de val te laten lopen.
De boze maakte gebruik van de kwaadaardigheid van de schriftgeleerden en de Farizeeën om Jezus in de val te laten lopen, zo zal hij ook voor ons situaties creëren om ons in de val te laten lopen.

Misschien moeten we deze woorden van de Here Jezus maar goed uit ons hoofd leren, ze inprenten en ze steeds opnieuw in onze gedachten halen.
Ik ben er van overtuigd dat we meer en vaker oordelen dan dat we ons er zelf van bewust zijn.

Jezus houding was een houding van zwijgen, niet gelijk reageren.
Welk antwoord Hij ook zou hebben gegeven buiten het antwoord wat Hij gaf, er zou altijd wel iets in hebben gezeten waar ze Hem op aan zouden kunnen vallen.
Was het niet het één, dan zou het wel het ander zijn.
Het antwoord dat Hij gaf legde een ieder echter het zwijgen op.

Jezus leert ons in dit gedeelte twee belangrijke lessen.
Wees bedachtzaam, denk eerst na voordat je wat zegt.
Gods woord zegt: 'Indien iemand van u in wijsheid te kort schiet, hij vraagt de Vader erom en het zal hem gegeven worden zonder verwijt.'
Door de Heilige Geest wil God ons vullen met wijsheid, zodat ook wij zullen weten wat te doen of te zeggen.
Wij moeten veel meer en dichter bij de Vader leven om zo meer op Jezus te kunnen gaan lijken.
 

HEER, lieve Vader in de hemel, wat zijn wij mensen vaak impulsief en onbedachtzaam.
Wat hebben wij ons oordeel vaak al gauw klaar en ook veel meer dan we ons er zelf van bewust zijn.
Vergeef mij, Vader, dat ik zo makkelijk en ondoordacht mijn oordeel over iemand vel.
Ik weet ook, Vader, dat het voor U niet uitmaakt of ik iets zegt of alleen denk.
Want noch mijn woorden, noch mijn gedachten zijn voor U verborgen.
U heeft mij vergeven en aangenomen als Uw kind, leer mij door Uw ogen kijken naar ieder ander die ik op mijn weg tegenkom.
Ik was zondig en onrein, en toch nam U mij in genade aan.
Leer mij zo ook om genade te betonen zoals U mij Uw genade betoonde.
Maak mijn hart zacht en ontvankelijk voor Uw Geest en leer mij om in liefde en bewogenheid naar mijn naaste te zien.
Geef mij Uw Geest van wijsheid om te kunnen onderscheiden en zet een wacht voor mijn lippen.
En als mijn gedachten willen oordelen of hun oordeel al weer klaar hebben, wijs U mij dan daarop, opdat ik mijn zonde kan belijden en Uw vergeving zal ontvangen.
Oordeel niet opdat u niet veroordeeld wordt; zegt Uw woord.
Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien.
Laten Uw woorden, Heer Jezus, steeds opnieuw weerklinken in mijn hart, want ik verlang ernaar om steeds meer op U te gaan lijken.
In Jezus Naam.

- Amen -

woensdag 23 januari 2013

Vergevend en vergetend

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (23)

O God, wie is aan U gelijk?
U vergeeft de schuld van Uw volk en blijft niet stilstaan bij hun overtredingen.
U laat Uw woede niet eeuwig duren,
U wilt niets liever dan genade tonen.
Opnieuw zult U Zich over ons ontfermen,
U zult onze schuld tenietdoen, al onze zonden verwijzen naar de bodem van de zee.

Micha 7:18,19

Na de afgelopen twee dagen stil gestaan te hebben bij de heiligheid van God, bij Zijn toorn die ontbrandt bij ongehoorzaamheid en het niet houden van Zijn geboden, is het geweldig om tegelijkertijd ook te weten dat God ook een heel andere kant heeft.
Toen ik de bovenstaande tekst tegenkwam bij het bladeren door mijn Bijbel op zoek naar iets waar ik deze keer over zou nadenken/schrijven, stopte ik bij deze tekst en bedacht me hoe geweldig mooi het eigenlijk is om zo van Gods toorn over de zonde over te gaan naar wie Hij ook is, namelijk een barmhartig God.

Als God bij Mozes voorbijgaat ((Exodus 33:19 en Exodus 34:6,7) zegt Hij een God te zijn  die barmhartig is en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.
Ook Joël 2: 13 zegt het : 'Scheur niet je kleren, maar verscheur je hart!'
Keer terug naar de HEER, jullie God.
Hij is mild en vol medelijden, vol liefde en geduld, steeds bereid de straf in te trekken.'
De God die toornt over de zonde, straft, vergeldt, is dezelfde God die niet altijd boos blijft, want Hij schept geen behagen in Zijn woede, Hij wil niets liever dan Zijn genade tonen.
Heel de Bijbel door zien we steeds opnieuw dat als Zijn volk berouw krijgt over hun zonde, en zich afkeert van hun verkeerde wegen, Hij Zich weer over Zijn volk ontfermt.
Hij vergeeft en neemt hen weer in genade aan en de straf neemt Hij vervolgens weg.
Denk bijvoorbeeld maar aan Mozes en de koperen slang in de woestijn, wie naar de slang keek, werd genezen. (Numeri 21:4-9)
Of aan Gideon (zie: Richteren 6)
God toont keer op keer Zijn ontferming, barmhartigheid en genade, ook aan individuele personen.
Denk maar eens aan David.
Hij heeft de nodige misstappen begaan in zijn leven, en toch noemt God hem een man naar Zijn hart.
Dit kan alleen door berouw en afkeren van verkeerde wegen.

Wat voor het volk Israël en voor David geldt, geldt door de Here Jezus ook voor ons.
Als wij onze zonden belijden, dan is God zo rechtvaardig en trouw dat Hij onze zonden vergeeft en ons rein maakt van alles wat we verkeerd hebben gedaan.
(1 Johannes 1:9)
Ongeacht wat we gedaan hebben, ongeacht hoe groot of hoe klein het ook is.
Er was vergeving voor de moordenaar aan het kruis.
Er was vergeving voor de vrouw bij de bron.
Er was vergeving voor Petrus.
Er is vergeving voor jou en mij.

En wat het allemaal nog bijzonderder maakt, nog specialer en God nog groter en indrukwekkender, is dat bij God vergeven ook vergeten is.
Hij denkt nooit meer terug aan wat we hebben gedaan.
Als de profeet Micha schrijft, dat Hij onze zonden in de diepten de zee gooit, dan zijn ze daar begraven.
Corrie ten  Boom zou zeggen: En Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen!’

Wij mensen zijn een kei in het onthouden wat anderen ons hebben aangedaan.
Zelfs als we de ander vergeven hebben, blijven vaak wel de herinneringen aan wat ons is aangedaan.
En als we niet oppassen, zijn we zelfs in staat om deze dingen weer te voorschijn te halen, als er weer een keer iets gebeurt.

Bij God niet.
God zal nooit en te nimmer terugkomen op eerder begane zonden en je ze weer onder je neus wrijven.
Vergeven is bij God vergeten.
Whauw!

O God, wie is aan U gelijk?