dinsdag 21 januari 2014

25 boeken in één jaar

Vandaag kwam ik op 'Puur' een leuke uitdaging tegen; 'Reading Challenge; 25 boeken in één jaar.
Ik heb besloten om er aan mee te doen.
Waarom?

Zolang ik me kan herinneren ben ik dol op lezen.
De schrijfster van het Blog mocht er zes van de bieb mee naar huis nemen, maar ik ben nog uit het tijdperk dat we er maar 3 mee mochten nemen, 2 romans en 1 studieboek.
Nou, een studieboek kon me gestolen worden, en twee romans was toch soms wel heel erg weinig.
Ook was de bieb vroeger niet zoveel open als nu.
Ook zie ik nog het kaartensysteem voor me, waar vroeger gebruik van werd gemaakt.
Als kind moest ik boven  zijn (vanaf 18 jaar beneden, dacht ik).
Aan de rechterkant stonden een aantal tafels naast elkaar en bij de voorste tafels kon je je boeken inleveren en bij de achterste  tafels moest je zijn voor je nieuwe boeken.
Alles werkte keurig met een kaartjessysteem en voor in ieder boek zat een papiertje geplakt, waar je een stempeltje op kreeg zodat je wist wanneer het boek weer ingeleverd moest zijn.

Ik ben nooit vergeten hoe ik als kind een keertje 'zo dom'was om twee dunne boekjes mee naar huis te nemen.
Het was op een woensdagmiddag en ik was al vroeg in de middag naar de bieb gegaan om mijn boeken te wisselen, want ik had ze natuurlijk allang weer uit na het weekend.
Gewapend met mijn twee boekjes ging ik snel naar huis en dook met mijn neus in de boekjes en voor de middag om was, had ik ze uit.
Nou, geen probleem dacht ik, het is immers woensdagmiddag en ik stapte weer snel op mijn fietsje en reed weer snel naar de bieb.
Het kon precies voor 17.00 uur, want dan sloot de bieb.
Maar hoe groot was mijn teleurstelling toen bleek dat je niet op dezelfde middag boeken kon halen en weer ruilen.
De kaartjes waren nog niet verwerkt, waardoor ik mijn boeken niet kon inleveren.
Ik weet nog dat het huilen mij nader stond dan het lachen.
Triest maar waar, ik moest weer een paar dagen wachten tot ik mijn boeken kon ruilen.

Hoe dat nu is weet ik niet.
Eigenlijk kom ik nooit meer bij de bibliotheek.
Ik ben dol op boeken en wil ze gewoon graag zelf hebben.
Ieder jaar met mijn verjaardag vraag ik om boeken of geld voor boeken en het ik bewaar mijn verjaardagsgeld zodat ik steeds weer een boek kan kopen.
Heel wat mensen hebben al wat boeken geleend bij mij om te lezen.
Ik heb er zelfs een speciaal kaartenbakje voor aangelegd, omdat ik soms boeken niet meer terugkreeg en ik niet meer wist aan wie ik ze had uitgeleend.
Een hard gelag voor iemand die ook graag een mooie gevulde boekenkast wil hebben.
Mijn grootste wens was ooit een eigen kamertje met een hele grote boekenkast waarin ik mijn boeken kwijt kon. 
Inmiddels heb ik die en geniet ik dagelijks van mijn heerlijke kamertje.  
 
De rest van mijn boeken staan beneden op de boekenplank.
In een woonkamer horen immers ook boeken.

Schrijven en allerlei activiteiten binnen onze gemeente, hebben er echter voor gezorgd dat ik de laatste twee jaar bijna niet meer las.
Ik kwam er niet meer aan toe, of wilde liever achter mijn laptop.
De afgelopen paar weken had ik echter dermate problemen met één van mijn voeten, dat ik bijna niet achter mijn bureau kon zitten.
Geïrriteerde peesplaat en pezen, en een ontsteking ernaast, noodzaakte mij om beneden op mijn stoel plaats te nemen met mijn pootje omhoog.
En zo kwam lezen weer in mijn vizier.
Al moet ik eerlijk zeggen dat ik ook wel aardig wat spelletjes heb gespeeld op mijn Ipad.
Als de pijn te erg werd, is de concentratie om te lezen er ook niet echt.
Maar al met al ervoer ik weer hoe heerlijk ontspannend het is om weg te kruipen in een stoel met een boek en en andere wereld in te duiken.
Inmiddels ben ik dit jaar al weer bezig met mijn tweede boek, terwijl ik er vorig jaar amper één gelezen heb.
Hoe leuk is dan ook niet deze uitdaging op 'Puur'.
Een goede stimulans om weer eens heerlijk te gaan lezen.
Ik zal hier op mijn Blog bij gaan houden wat ik lees (en gelezen heb), want het ging in vanaf 1 januari, dus het boek dat ik net gelezen heb kan en mag er al bij.

Spannend!
Goed om ook  prioriteiten te (leren) stellen :)

De spelregels (van Puur) zijn:
- Ik lees 25 unieke boeken. Boeken tellen alleen als ik ze uitgelezen hebben.
- Ik lees minstens 5 non-fictie boeken
- Ik lees minstens 3 boeken die ik al eens gelezen heb maar die het herlezen waard zijn
- Ik houd op mijn blog een lijst bij van welke boeken ik wanneer gelezen heb

Doe je ook mee?

PuurVandaag - Reading Challenge 

zondag 19 januari 2014

Spreken en loven

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (100) 

Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken,
alle vlees zal Zijn heilige Naam loven,
voor eeuwig en altijd.

Psalm 145:21


In onze gemeente is het de gewoonte om voor aanvang van de dienst, voor in de zaal, een korte bidstond te houden.
Iedereen is vrij om erbij te komen zitten en mee te bidden.

Vanmorgen begon de dienstdoende oudste deze bidstond met het lezen van Psalm 145; een Psalm om God te prijzen om Zijn grootheid.
Tijdens deze tijd van gebed kwamen het volgende gebed in mijn gedachten:

'Heer,
open onze ogen,
opdat we Uw grootheid
zullen zien.

Open ons hart,
opdat we Uw grootheid
zullen indrinken.

Open onze mond,
opdat we van Uw grootheid
zullen spreken.'

Wat een geweldig mooi begin van een dienst, begin van een zondag!
Deze Psalm laat ons zien om Wie het draait en onze oudste riep ons ook op om gedachten, gevoelens, omstandigheden opzij te zetten en ons te richten op Hem.

Soms kunnen onze omstandigheden ons zo in beslag nemen, dat het moeilijk is om onze aandacht op God te richten.
Soms overheersen onze gedachten en gevoelens zo, dat we onze aandacht maar niet op Hem gevestigd krijgen.
Als we echter Psalm 145 lezen worden we duidelijk bepaald bij wie Hij is, zoveel laat deze Psalm ons zien over Hem.

* God is zo groot, Hij is niet te doorgronden.
* Hij is genadig en barmhartig (ontfermend), geduldig en groot van goedertierenheid (liefde).
* Hij is goed voor iedereen en Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken; Hij ontfermt Zich over heel Zijn schepping.
* Zijn koninkrijk is voor alle eeuwen en is vol luister en heerlijkheid.
* Hij ondersteunt allen die vallen en die gebukt gaan, richt Hij op.
* Hij geeft voedsel op Zijn tijd; als Zijn hand zich opent, wordt alles wat leeft verzadigd.
* Hij is rechtvaardig in alles wat Hij doet en goedertieren (liefdevol) in alles Zijn werken, in alles wat Hij doet.
* Hij is iedereen nabij, die Hem in waarheid, met een oprecht hart, aanroept.
*Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen; Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.
* Hij bewaart iedereen die Hem liefheeft; goddelozen vaagt Hij weg.

David kan niet anders dan Hem prijzen,  Hem danken, elke dag.
Zijn Naam in ere houden en vol lof spreken van Hem.
En hij roept iedereen op om hetzelfde te doen.

God prijzen, groot maken, loven, eren.
Van generatie op generatie Hem roemen.


Heer, U reinigt harten
en vergeeft zonden.
U redt en verlost 
van de dood.
U richt op
en heelt wonden.
Troost en bemoedigt;
bent nabij in elke nood.

Heer, U bent vol liefde
en barmhartigheid.
U bent genadig,
en geduldig.
U bent trouw
en vol goedheid.
U bent elke dag 
onze lofprijs waardig.


zondag 12 januari 2014

De twee doosjes

Er is een verhaal over twee doosjes, misschien zijn er wel meerdere versies van, dat weet ik niet.
Maar een paar jaar geleden las ik het en het sprak mij zo aan, dat ik het wilde vertalen naar mijn eigen leven; er mijn eigen verhaal van wilde maken.
We gingen als gezin door een hele zware periode; problemen te over, pijn en verdriet, zwaar en veel, en dan helpt het mij om om op deze wijze mijn gedachten en gevoelens een plek te geven.


Lange tijd heb ik er niet meer aan gedacht, maar vanavond kwam ik het verhaal weer tegen toen ik even rondsnuffelde op mijn oude site (intoyourhands.punt.nl).
Het was een heel kostbaar verhaal in die dagen, het hielp mij om verder te kunnen, om vol te houden.
Misschien dat het ook hier voor iemand tot hulp, tot een bemoediging mag zijn.

Het was een mooie dag.
De zon scheen; kinderen speelden buiten en hadden het grootste plezier.
De kat van de buren nestelde zich behaaglijk in het zonnetje.
Onze hond lag opgekruld aan mijn voeten en snurkte zachtjes.
Het leek allemaal zo mooi, zo rustig, zo vredig, maar in mijn hart stormde het.

Ja hoor, daar komen ze weer; weer die tranen, steeds maar weer.
Ik laat mijn hoofd op de tafel vallen en snik het uit.
'Oh God, ik kan niet meer, het is zo zwaar.
Steeds opnieuw die problemen.
Die pijn, die dwars door me heen snijdt door het gemak waar mee mensen dingen kunnen zeggen en hun oordeel klaar hebben.
Verdriet, om wat had kunnen zijn en wat al niet meer.'
Opnieuw ga ik naar mijn hemelse Vader toe, zoals ik al zo vaak heb gedaan en opnieuw schreeuw ik het naar Hem uit om hulp.
“'Vader, U hebt immers gezegd dat U ons niet meer te dragen geeft dan we aankunnen; nou, ik kan niet meer, help mij  , Vader, help mij dan toch!
U kent mij toch; U ziet mij toch; U hebt toch weet van alles, dan weet U toch ook dat ik niet meer verder kan!”'
Ik huil tot ik leeg ben en langzaam gaat  mijn huilen over in een zacht snikken.

Dan hoor ik opeens zachtjes een stem die mijn naam noemt.
'Rita, Rita!'
Ik kijk met betraande ogen op en zie tot mijn verbazing twee doosjes op de tafel staan.
De één was goud en de ander was zwart.
'“Voor jou,'” zei de zachte stem.
'“Ik zie je inderdaad, Mijn lieve kind en Ik weet wat je nodig hebt.
Ik weet hoe moeilijk je het hebt en dat je denkt bijna niet verder te kunnen.
Daarom krijg je van Mij deze twee doosjes.
Doe alles wat je verdriet doet en pijn, al je zorgen, je moeiten, in de zwarte doos en doe in de gouden doos alles wat je blij maakt en  vreugde schenkt.”'

Ik keek naar die twee doosjes.
Gods geschenk aan mij.
Ik nam ze voorzichtig in mijn handen en wilde ze net op mijn bureau neerzetten, toen ik zag dat er in de zwarte doos een gat zat.
“'Vader, waarom zit er in die zwarte doos een gat, op die manier blijft er toch niets inzitten?
Op deze manier wordt alleen de gouden doos vol en blijf de zwarte doos leeg!”'

Vader lachte zachtjes, en Zijn lach voelde aan als een zachte streling over mijn hoofd.
“'Mijn lieve kind”, zei Hij,” dat is nu ook precies de bedoeling.
Als je al je zorgen, je moeiten, je pijn en je verdriet in de zwarte doos stopt, vallen ze er doorheen en komen ze bij Mij terecht.
In de gouden doos blijven de dingen zitten en op die manier kun jij steeds opnieuw je zegeningen zien en tellen, terwijl je zorgen door het gat in de zwarte doos bij Mij komen en jij ze kwijt raakt.”'

De doosjes werden voor mij een kostbaar kleinood.
Ze kregen een vaste plaats.
In de zwarte doos deed ik steeds opnieuw alles wat mij pijn en verdriet deed, mijn zorgen, alles.
Het doosje bleef licht en ik bleef kracht houden om verder te kunnen.
Het gouden doosje daar in tegen werd steeds zwaarder en zwaarder.
Af en toe, vooral als ik het moeilijk had, maakte ik hem open en keek er in.
Dan zag ik opnieuw alles wat mij vreugde en blijdschap had gebracht; de zegeningen die Vader God mij had gegeven.
Het werden bemoedigingen, krachtige aansporingen om vol te houden, verder te gaan in de wetenschap dat God mij heel dicht nabij is, hulp geeft, troost, bemoedigd.

Soms, als de zon een bepaalde hoogte bereikt heeft, dan schittert het gouden doosje als nooit te voren.
Dan lijkt het alsof het werkelijk helemaal in goud is veranderd.
Mijn gouden doosje met de zegeningen van God; kostbaar als echt goud.

Naar: Twee doosjes uit Het Zoeklicht        
             
Een prachtig verhaal, maar helaas is de werkelijkheid van het einde vaak anders.
Tenminste, in ieder geval wel vaak bij mij, en ik kon dan ook niet anders dan verder schrijven over wat realiteit is in mijn leven.
Misschien herken jij ook wel dingen.


De tijd verstrijkt.
Lange tijd gaat het goed en zijn de zorgen minder zwaar.
Maar op een dag merk ik dat opnieuw alles mij te veel dreigt te worden.
Het lijkt wel alsof er weer niets anders dan alleen maar problemen zijn.
Oh, ik wil zo graag genieten en blij zijn.

Ik open het gouden doosje en bekijk mijn zegeningen.
Ja, het zijn er al heel veel, maar vandaag lijkt het wel alsof ze me niet meer kunnen opbeuren.
Ja; zo gaan mijn gedachten; dat was toen, en toen, en toen, ...
Verdrietig sluit ik de gouden doos.
'Wat is dat toch, Vader, wat is dat toch?
Waarom voel ik me nu toch weer zo.
De zorgen overweldigen me weer.
Ik weet het, ik moet alles in de zwarte doos stoppen en dat heb ik ook gedaan, maar toch, toch overschaduwen de zorgen en de problemen mijn vreugde en is het leven moeilijk en o zo zwaar.'
Opnieuw ligt mijn hoofd op de tafel en rollen de tranen over mijn wangen.

Dan is het alsof er Iemand over mijn haren strijkt en zachtjes hoor ik een Stem zeggen:
'Mijn lieve kind.
Ja, je hebt keurig steeds alles in de juiste doosjes gedaan.
Je gouden doos met zegeningen raakt voller en voller, maar pak de zwarte doos er een bij.'
Ik loop naar het kastje waar de zwarte doos staat, til hem op en neem hem mee naar de tafel.
Hm, het lijkt wel of die doos zwaarder aanvoelt dan ik me herinner.
Maar goed, ik heb hem ook al een poosje niet meer opgetild.

Ik zet de doos neer en zeg:
'Hier is hij,Vader, maar wat moet ik ermee?'
'Mijn lieve kind,'zei Hij, voel die doos eens; is hij niet  zwaarder dan toen je hem van  Mij kreeg?
Kijk er eens in, hoort hij niet leeg te zijn?'
Ik doe de doos open en zie tot mijn grote schrik dat de doos bijna helemaal vol zit.
'O Heer, hoe kan dit nu.
Er zat toch een gat in?'
Snel haal ik alles uit de doos en zie dat het gat is dichtgeplakt.
Ontdaan leun ik achterover.
Hoe kan dit?
'Vader, wie heeft dit gedaan? Waarom? Hoe?'

Hij antwoordde: 'Kun je die dag nog herinneren dat je zoveel zorgen had om je kind?
Je deed al je zorgen in de zwarte doos en ging daarna verder met je werk.
Maar onder je werkzaamheden gingen je gedachten steeds opnieuw terug naar je kind en de problemen die er waren.
En je gedachten gingen verder en verder, werden negatiever en negatiever, soms gingen je gedachten zelfs bijna met je op de loop.
Ik zag de angst om je kind naar boven komen, en de overhand krijgen.
Je stopte deze dingen niet in de doos want je was te druk bezig, en je gedachten gingen alle kanten op.
Mijn lieve kind, met iedere gedachte die je de overhand liet krijgen, dichte je de doos zelf.
Ieder moment, waarin je je gedachten niet krijgsgevangen maakte en ze in de zwarte doos stopte, werd als een stuk zwart tape die het gat dichtte.'

Terwijl Hij dit allemaal zei, zag ik het ook allemaal weer voor me; ieder moment.
'Vergeef mij, Vader, vergeef mij; ik heb niet opgelet.
Het leek zo simpel.
De zegeningen in de gouden doos en al mijn zorgen in de zwarte doos.
Ik besef dat ik op moet letten; de boze bestook mij soms zo en voor ik er erg in heb, escaleert het in mijn gedachten en gevoelens
Ik weet het best, Vader, maar in de praktijk van alle dag is het soms zo moeilijk; er komt zoveel op me en dan vergeet ik om alert te blijven.
En soms, Vader, als ik heel eerlijk ben, dan ben ik het eigenlijk gewoon zat om te strijden.'

Ik belijd mijn zonden en met ieder woord dat ik uitspreek, verdwijnt er een stukje tape van de doos, totdat het gat weer helemaal zichtbaar is.
Ik zucht eens heel diep.
Ja, er is weer ruimte.
Mijn hart is lichter en vrede is er in teruggekeerd.
'Dank U, Vader, dank U wel, voor Uw geduld met mij, voor Uw liefde voor mij.'

Een loflied komt op in mijn hart en al zingend zet ik de zwarte doos weer terug op zijn plaats.
Ik kijk naar boven en bid heel zachtjes:
'Help mij dit te onthouden, Vader, laat mij het niet meer vergeten en als ik het weer vergeet, wilt U mij dan opnieuw helpen, steeds weer.
Wilt U mij ook helpen om te blijven strijden.
De gevolgen zijn vaak zo groot als ik mijn hoofd ook maar even laat hangen.
U bent toch mijn Kracht, mijn Schild, mijn Rots, mijn Toevlucht.
Help mij zo, Vader, alstublieft, totdat ik het geleerd heb of voor altijd bij U ben.
Ik hou van U, Vader, ik hou van U.


zaterdag 11 januari 2014

Gelukkig ben je als ...

In de Psalmen kom je heel wat keren het woord welzalig/gelukkig tegen.
Het begint al bij Psalm 1: 'Welzalig, gelukkig, de man die niet wandelt ...'
Ik denk dat we soms lang niet genoeg beseffen hoe gelukkig we eigenlijk zijn.
Gelukkig zijn is meer dan je 'gelukkig voelen'.
Als je de Psalmen erop nalees, wordt je stil van de hoeveelheid aan voorbeelden die de Psalmisten ons geven van de dingen die ons werkelijk gelukkig maken.

Misschien dat je geneigd bent om te zeggen dat wat de één gelukkig maakt, niet per definitie de ander ook gelukkig zal maken, maar dan bevind je je op het pad van gevoelens.
Het echte, ware gelukkig zijn, komt voort uit alles met en van Hem, die ons geschapen heeft.

Het was bijzonder om zo in Gods woord, in de Psalmen te duiken en te lezen wat zij schrijven over gelukkig zijn.
Ik heb het een beetje in eigen woorden weergegeven.
Dat het je mag bemoedigen!






Gelukkig ben je
als je vreugde vind
in de woorden van de HEER.
Ze steeds weer overdenkt,
zowel overdag als in de nacht.

Gelukkig ben je
als je bij de HEER
je bescherming zoekt.

Gelukkig ben je
als je schuilt bij de HEER,
Je zult zien,
je zult merken,
hoe goed Hij is.

Gelukkig ben je
als je op de HEER vertrouwd,
en je niet wendt tot hen
die hoogmoedig zijn,
of verstrikt in leugen
en bedrog.

Gelukkig ben je
als je omziet naar hen
die zwak zijn, of arm,
of het minder hebben dan jij,
als je zelf in nood kom
zal de HEER
voor uitkomst zorgen.

Gelukkig ben je
als je door de HEER
wordt uitgekozen,
mag wonen
in Zijn voorhoven,
Hij overlaadt je
met al het goede
van Zijn huis.

Gelukkig ben je
als je woont in het huis
van de HEER;
voortdurend
zul je Hem loven.

Gelukkig ben je
als je je kracht en sterkte
vindt in de HEER.
Vol verlangen
zul je op weg gaan
naar Hem.

Naar: Ps. 1:2; Ps. 2:12; Ps. 34:9; Ps. 40:5; Ps. 41:2; Ps. 65:5; Ps. 84:5,6;


vrijdag 10 januari 2014

Je bent niet alleen!

Mijn lieve kind, je ogen zijn omfloerst door tranen.
Tranen, die je verblinden om Mijn liefde voor jou te zien.
Tranen, die je denken verblind, waardoor je vergeet dat Ik mijn liefst Bezit gaf voor jou, zodat jij straks voor eeuwig bij Mij kunt zijn; verlost van elk verdriet, van alle tranen, rouw en pijn.
Tranen, die je gevoelens beheersen, je verlammen, je kracht doet bezwijken.

Ik ben zo dichtbij, vertrouw Mij toch!
Ik weet dat je voelen en denken wordt overheerst door alles wat er speel, wat er gebeurt, maar Mijn liefde is eeuwig, Mijn trouw onwrikbaar.
Ik heb je toch gezegd dat Ik je niet in de steek zal laten.
IK ZAL JE NIET VERLATEN!
Vertrouw Mij, vertrouw Mij op Mijn woord.
In deze wereld krijg je het zwaar te verduren, maar houd moed, Ik heb de wereld overwonnen!

Je verlangt naar rust en vertrouwen in de toekomst.
Ik ben je toekomst, Mijn lieve kind, Ik ben je toekomst!
Eeuwige vreugde en eeuwige vrede is daar jouw deel.
Daar zal Ik al je tranen drogen, uitwissen elk verdriet en alle pijn, die je ooit is aangedaan.
Een nieuwe Naam zul je ontvangen, een nieuw wit kleed zul je dragen.
Dan zul je ten volle weten hoeveel Ik altijd al van je gehouden heb, hoe kostbaar je bent voor Mij.
Dan zul je zien, dat Mijn hand altijd op je was, boven en onder je, ja, rondom je!

Vertrouw Mij, Mijn kind, vertrouw Mij, ook nu je door het duister moet gaan.
Vertrouw Mij en geloof!
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en alle oude dingen zullen voorbij zijn!

Kom, Mijn kind, leg je hand in die van Mij.
Geloof en vertrouw, want Mijn woorden zijn waar en betrouwbaar.
Kom, Mijn kind, je bent niet alleen!



zondag 5 januari 2014

Een nieuw jaar, een nieuwe Blog en een zegen

Inmiddels is het nieuwe jaar alweer 5 dagen oud.
De schoolvakantie is voorbij en hoewel onze zoon, die nog thuis woont, pas dinsdag weer naar school hoeft, begint het 'gewone' leven voor mij morgen weer.
Om zes uur zal de wekker weer aflopen en mijn ochtend zal gevuld zijn met de eerste vrouwenbijbelstudieochtend.
Geen slecht begin eigenlijk voor het 'gewone' leven.

De afgelopen week al druk bezig geweest met balansen; ook dat hoort erbij.
Tegelijk maar alles weer goed geordend, is ook weer makkelijk voor de beurs die er aan komt eind van de maand.
Alleen in Ermelo nog de cadeauboekjes tellen en dan is ook deze klus weer geklaard.

Mijn één na laatste blog van het jaar 2013 was getiteld 'Vraagteken(s) ...', dit omdat ik echt nog niet wist wat ik nu moest gaan doen.
Toch gewoon beginnen met 'Mijn momenten met God', en zien waar het mij brengt, of ...?
Het was niet lang daarna dat ik besloot om toch gewoon te beginnen, ongeacht mijn lege hoofd en blanco gevoelens.
Hetgeen er de eerste week op de kalender stond, bracht mij bij ontdekkingen over mijzelf, waardoor ik toch besloot om verder te gaan, alleen op een andere manier.
Meer hierover kun je lezen op de blog zelf, waarvoor iedereen natuurlijk weer van harte is uitgenodigd om te volgen.
Hier is de link naar deze nieuwe Blog:  >>  'Quality Time'
Op de pagina 'Quality Time' kun je lezen waarom ik dit Blog zo heb genoemd en er is ook een pagina met informatie over deze kalender.
De eerste stukjes en gedichtjes staan er al weer op.

Vanmorgen was ook de eerste dienst van het nieuwe jaar.
Ik weet dat er verschillende kerken/gemeenten zijn die op Nieuwjaarsdag hun eerst dienst hebben gehad, maar vanmorgen was dat bij ons.
Met het Welkomstwoord van één van onze oudsten, trof mij opnieuw zijn uitleg over het uitspreken van de zegen, van Gods zegen.
Ik had er al eens eerder over willen schrijven, maar het kwam er gewoon niet van.
Maar nu, zo aan het begin van een nieuw jaar is het eigenlijk ook wel heel erg mooi om dit nu te doen.

We wensen elkaar 'Gods zegen' toe, aan het einde van de dienst, spreekt de voorganger/dominee de zegenbede uit; de woorden zijn prachtig, maar er ligt een diepere diepte in dan ik ooit had vermoed.

Als ik naar de zegenbede in Numeri 6 ga, dan staat daar (vanaf vers 24):

'De HEERE zegene u en behoede u!
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig!
De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!'

En totdat deze oudste er over vertelde, wist ik niet beter dan, dit is het; Amen.
Maar hij wees op het vers dat hierna komt, vers 27, en daar staat:

'Zo moeten zij (Aäron en zijn zonen - vers 23) Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.'

Met andere woorden, met het uitspreken van de zegen wordt Gods Naam gelegd op degene die gezegend wordt.
Als onze voorganger of dominee dus de zegenbede uitspreekt, legt hij Gods Naam op een ieder die onder zijn gehoor is.
Als wij iemand Gods zegen toewensen, toe bidden, leggen wij Gods Naam op deze persoon.
Hoe indrukwekkend, maar tegelijk ook hoe belangrijk om na te denken voor we iets zeggen of schrijven!

Gods Naam, met alles wat deze inhoudt, op iemand leggen!
Hoe bijzonder om te mogen doen, hoe bijzonder om te mogen ontvangen.

Vanmorgen mocht ik de zegen ontvangen voor het naar huis gaan uit de dienst, en ik mag gaan, wetende dat Zijn Naam op mij is gelegd.
Wat een prachtig begin van dit nieuwe jaar!

Mag ik jou, die meeleest, ook Gods rijke zegen toe bidden; Zijn Naam op je leggen?


De HEERE zegene je en behoede je!
De HEERE doe Zijn aangezicht over je lichten en zij je genadig!De HEERE verheffe Zijn aangezicht over je en geve je Zijn vrede!Zo wil ik zegenen en Zijn Naam op je leggen voor dit komende jaar, en Hij, de God van Abraham, Isaäc en Jacob, zal je zegenen.

- Amen -

Een liefdevolle groet,
Rita


dinsdag 31 december 2013

How great Thou art - Hoe groot zijt Gij!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (99) 


O Lord my God, When I in awesome wonder,
Consider all the worlds Thy Hands have made;
I see the stars, I hear the rolling thunder,
Thy pow'r thru'out the universe displayed.

Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art.
Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art!

And when I think, that God, His Son not sparing;
Sent Him to die, I scarce can take it in;
That on the Cross, my burden gladly bearing,
He bled and died to take away my sin.

When Christ shall come, with shout of acclamation,
And take me home, what joy shall fill my heart.
Then I shall bow, in humble adoration,
And then proclaim: "My God, how great Thou art!"

De laatste dag van het jaar is aangebroken.
Het vuurwerk knalt aan alle kanten, terwijl het bovenstaande nummer zachtjes klinkt op mijn laptop.
Eén van mijn favoriete songs, waarbij mijn hart zich vult met blijdschap en mijn gezicht als van zelf lijkt te gaan stralen zodra ik de woorden meezing.
(en dan maakt het niet uit of het in het Nederlands is of in het Engels)
Het kan ook eigenlijk niet anders, want laten we eerlijk zijn, als we toch kijken naar wie God is, naar wat Hij heeft gedaan en naar wat Hij nog zal gaan doen, dat hebben we als Zijn kinderen toch het meest fantastische vooruitzicht!

Dit lied doet mij even alle moeiten en zorgen vergeten doordat het zich zo richt op de grootheid van God.
Het wendt mijn blik af van alles wat er speelt in mijn/ons leven, alles wat er gebeurt, alle onzekerheden en het tilt mij als het ware op en brengt mij boven alle omstandigheden, in een soort laag tussen hemel en aarde waar alleen Hij en ik zijn en verder even niets anders.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Zodra ik de woorden begin te zingen ‘O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht. Het sterrenlicht, het rollen van donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht’, is het alsof mijn ziel wordt opgetild en ik kom in Zijn tegenwoordigheid vol liefde en vrede.
Ik weet niet hoe ik het anders zou moeten omschrijven.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Alles alleen maar mogelijk door het volbrachte werk van de Here Jezus.
Nauwelijks te bevatten dat God Zijn eigen Zoon gaf om te sterven voor mijn zonden.
Dat Jezus, geheel vrijwillig, aan het kruis mijn zonden op Zich nam en stierf voor mij.
Zijn bloed vloeide opdat ik gered zal zijn.
Zijn bloed vloeide opdat ik straks met Hem mee mag, Zijn heerlijkheid in.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!
Ja, HEER, hoe groot zijt Gij!

In gedachten kniel ik uit volle eerbied voor Hem neer en mijn hart stroomt over van liefde en dankbaarheid voor Hem, die mijn Koning is en mijn HEER.



zondag 29 december 2013

Vraagteken(s) ...

Het oude jaar is bijna om; nog slechts een paar dagen en we zitten in het jaar 2014.
Het afgelopen jaar heeft voor mij in het teken gestaan van hoe groot en indrukwekkend God is.
Ik heb daarover minder geschreven dan ik gedacht/gewild had, maar in mijn gedachten stond het praktisch dagelijks centraal.
Ik had alleen niet iedere keer de woorden of de tijd om te schrijven.
Toch zal dit woord uit Nehemia (4:8) mijn leidraad blijven ook voor het komende jaar en voor alle jaren die mij nog gegeven worden.
Dat is ook echt mijn gebed, dat wat de toekomst ook brengt, ik daar naar zal blijven kijken, want dan zal ik altijd zien en weten, dat Hij alles in de hand heeft, en houdt, tot in alle eeuwigheid.

Een nieuw thema heb ik (nog) niet voor het komende jaar, maar dat kan zo veranderen.
Er zijn echter twee woorden die wel door mijn hoofd blijven gaan ‘Verwachten’ en ‘Dankbaarheid’.
Verwachten na aanleiding van het thema van onze Kerstavond voor Vrouwen en dankbaarheid na aanleiding van een stukje op het blog van Elena (A greatfull heart )

Deze beide woorden laten mij niet los, maar iets concreets heb ik ook nog niet.
Net zo min ik iets nieuws heb als opvolger van de kalender van Beth Moore.
Ik heb wel een nieuwe kalender gekocht, die van Sestra(Vrouw): ‘Mijn moment met God’.
Qua vormgeving al een prachtige kalender om te zien, maar ik heb er nog geen gevoel bij van: ja, dit is het, dit ga ik weer doen.
Aan de andere kant merk ik dat, sinds de kalender van Beth Moore was afgelopen, ik iets heel erg mis.
De tijd werd automatisch opgeslokt en ingevuld, maar nu met heel andere dingen.
De rust was goed, maar aan de andere kant merkt ik dat er een steeds grotere leegte komt.
Die één/twee dagen die ik hiervoor vrijhield, hoe moeilijk het soms ook was, brachten mij heel dicht bij God, en Zijn woord verankerde zich dieper en dieper in mij en dat is wat ik nu duidelijk mis.
Misschien moet ik maar gewoon met iets beginnen en zien waar God mij brengt.
Ogen dicht en gaan in het geloof en vertrouwen dat Hij mij leidt …
Verwachten, van Hem; dankend, voor wat Hij gaat doen.

Op dezelfde manier als ‘Dicht bij U’ of ‘In rust met U’, of…?
Ik weet het dit keer echt niet.
Ik ben ook moe, heel erg moe van allerlei dingen die gebeur(d)en en spelen in ons leven.
En alles in mij verlangt naar die ene dag (of twee wanneer nodig) waarin ik alles aan de kant zette om bezig te zijn met Hem en met zijn woord.
De rust en vrede die daar van uitgaat is binnen handbereik, maar alleen te pakken als ik het ga doen.
Mijn hoofd is echter blank, leeg, en ik heb geen idee waar te beginnen.
Toch met de kalender ‘Mijn moment met God’?
Daar gewoon beginnen en gewoon maar afwachten, zien waar God mij brengt, waarheen Hij mij leidt?
Oef, dat is een lastige voor mij, ik kan niet zo goed tegen onzekerheden; ik weet graag waar ik aan toe ben, in ieder geval in grote lijnen.
Ik ben ook een beetje huiverig voor wat ik allemaal tegen zal gaan komen in deze kalender.
Het was echt niet altijd even makkelijk met de kalender van Beth Moore; er hebben soms heel wat traantjes gevloeid omdat ik het maar niet kon ‘pakken’.
Aan de andere kant biedt deze kalender me juist de mogelijkheid om dagelijks dieper na te denken over een gedeelte uit Gods woord, zoveel extra’s wordt erbij gegeven, waardoor het uiteindelijk alleen maar meer verrijking brengt.

Al met al nadert het nieuwe jaar met rasse schreden en lijk ik me op dit moment te bevinden in een stuk niemandsland, een stuk leegte/vacuüm zonder concreet vooruitzicht of doel, maar waarin mij toch het gevoel bekruip dat zegt, dat God wacht tot ik dit van mij afgooi/er onder vandaan kruip/opsta en aan Zijn hand verder ga, het nieuwe jaar in.

Misschien een goed moment om nu even m'n hondje uit te laten …

woensdag 25 december 2013

Mag Hij jouw Redder zijn?

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons

Jezus
Vredevorst
Komt allen tot Hem
die vermoeid
en belast zijn

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons

Jezus
Mensenzoon
werd ons in alles gelijk
kent als geen ander
onze nood
onze pijn

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons
Jezus
Lam van God
Verlosser en Heer
Mag Hij ook 
jouw Redder zijn?

maandag 23 december 2013

Groeien naar het (L)licht

In de hoek van onze kamer staat onze staande schemerlamp met daar onder een hangplantje.
Hij is wat armetierig, want hij niet echt de kans krijgt om te groeien; onze poes vindt hem namelijk best lekker.
Maar goed, dat geeft niet, want dat zijn dingen die erbij horen als je huisdieren hebt.
Wat mij echter trof, was het beeld van hoe die takjes eerst naar het licht toe groeien en dan pas buigen en gaan hangen.
’s Zomers, als de lampen bijna  niet branden zie je dit niet gebeuren, maar nu de lampen al vroeg aan zijn, is dit het beeld wat ik zie.

Het deed mij ook terugdenken aan de tijd dat onze achterburen nog een pergola hadden; daar groeide een klimop tegenaan en zelfs er helemaal overheen.
Maar op de hoek buiten de tuin, die aan de straat grenst, staat een lantaarnpaal.
En ieder jaar, tenminste al de jaren dat de pergola er stond, groeide een aantal takjes van de klimop in de zomer naar de lantaarnpaal en slingerde zich erom helemaal omheen.
Dichter en dichter naar het licht.
Hij omklemde als het ware gewoon deze lantaarnpaal om maar zo dicht mogelijk bij het licht te komen.

En nu, een paar dagen geleden, zag ik dat mijn kleine hangplantje zich ook uitstrekte naar het licht van de lamp.
Hoe symbolisch eigenlijk, welk een voorbeeld ligt hierin.
Welk een verlangen spreekt hier uit.

Als ik dit zie, gaan mijn gedachten gelijk naar de Here Jezus, die het Licht van de wereld is, en die er zo naar verlangt dat wij ons zo uit zullen strekken naar Hem, als deze plantjes naar die lampen.
De klimop klom omhoog en klemde zich vast; het hangplantje klimt eerst omhoog en gaat daarna naar beneden hangen.
Maar in beiden is zo’n mooi beeld.
In mijn hart klem in mij vast aan Jezus; ik mag groeien in Zijn Licht, maar er komt een moment, dat ik in Zijn Licht verder mag gaan en uit delen van wat Hij mij gegeven heeft, geleerd heeft.
Uitdelen, ook uit dankbaarheid om wat Hij heeft gedaan.

En zo, telkens als ik mijn plantje zie, dat kleine takje of een paar, uitgestrekt naar het licht van de lamp, gaan mijn gedachten naar Jezus, naar Het Licht van de wereld en wordt mijn hart warm van vreugde als ik denk aan Hem, aan Zijn Licht en ik word getrokken om ook in Zijn Licht te groeien en te bloeien tot Zijn eer.

zondag 22 december 2013

Mijn vrede geef Ik je!


Heer,
Uw woord klinkt:
'Mijn vrede laat Ik achter,
Mijn vrede geef Ik je.'

Een heel andere vrede
dan die de wereld biedt.
Een vrede,
die alle verstand te boven gaat.
Een vrede,
die alleen Ik kan geven,
omdat Ik de Vredevorst ben.

Houdt dit toch voor ogen
iedere dag opnieuw.

 En als je onrustig bent of vermoeid,
verdrietig of bezorgd,
of als je de moed dreigt te verliezen,
zie dan op Mij!
Roep Mij aan,
zoek Mij op;
kom bij Mij!

Maak je niet ongerust
en verlies de moed niet,
want ook al krijgen jullie het
in de wereld zwaar te verduren,
Ik heb de wereld overwonnen!

Ik, de Vredevorst,
geef jou Mijn vrede.

Kom bij Mij,
en ontvang mijn vrede.

Naar: Johannes 14:27

zaterdag 21 december 2013

Dienen en geven

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (98)

… zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

Mattheüs 20:28


Nog slechts een paar dagen en bijna wereldwijd wordt het kerstfeest gevierd.
De etalages, de huizen, zowel binnen als buiten, zijn rijkelijk, soms zeer rijkelijk, versierd.
In vele huizen staat de kerstboom al een paar weken en de tuincentra’s doen goede zaken met weer nieuwe en nog mooiere kerstversieringen.
Je kunt het zo gek nog niet bedenken of het is er.
De folders die je in deze dagen door de deur krijgt, staan overvol met delicatessen, het één nog luxer dan het ander.
En menig recept komt ook voorbij deze dagen; je hoeft je haast niet af te vragen wat je wilt gaan eten, want ideeën zijn er genoeg.
Mensen nodigen elkaar uit, want laten we eerlijk zijn, kerst is immers ook een ‘familiefeest’.

Tja, …
Ook dit jaar vraag ik me af wat de Here Jezus hier Zelf nu van zal denken als Hij dit allemaal zo aanziet.
Hoe schril is het contrast met de stal en de kribbe!
Er was voor Hem geen plaats in de herberg, iemand had alleen nog een lege stal over, die mochten zijn ‘vader’ en moeder wel gebruiken.
Geen mooie, luxe wieg, maar een voerbak voor de dieren werd Zijn eerste bed.
En slechts een paar doeken werden Zijn eerste kleren.

Hoe vreemd is het eigenlijk ook dat dit zo uitbundig wordt gevierd, en dat het Paasfeest niet meer is dan een paar vrije dagen?
Velen weten immers niet eens meer wat het Paasfeest eigenlijk inhoudt.
Al vraag ik me af, als ik zo om me heen kijk, of mensen ook nog wel weten waar het met Kerst om draait.

Want het is meer dan het kindje in de kribbe.
Het is meer dan de herders in het veld, het engelenkoor in de lucht, en het snel naar Bethlehem gaan om te knielen bij de kribbe.
Het is meer dan de ster, die de wijzen uit het Oosten vertelde van de Koning die was geboren.
Het is meer, omdat wij weten mogen, dat dit Kindje in de kribbe, kwam om te dienen en Zijn leven te geven om ons te redden.
Hij verruilde de heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader, voor een wereld die verloren is in schuld.

Hij kwam niet om als een vorst op aarde te leven, Hij kwam om aan ons mensen gelijk te worden.
Ja, nog meer, Hij nam de gestalte van een dienstknecht aan.
Hij waste de voeten van Zijn discipelen, een karweitje van de laagste bediende.
Hij stierf aan het vloekhout zodat wij gered kunnen worden en voor eeuwig met Hem kunnen leven in een wereld waar geen pijn en verdriet meer zal zijn, geen rouw, geen tranen, geen dood.

Achter de kribbe staat levensgroot het kruis.
Hij kwam om Zijn leven, Zijn ziel te geven voor jou en mij.
Wat blijft er over van onze Kerst, als we alles van deze tijd weghalen?
Wat houden we nog over als we de lampjes, de kaarsen, het lekkere eten, de versieringen, alle entourage, weghalen.


Wat doet het ons, als alleen nog de kribbe overblijft?
Zien we dan pas weer het kruis, of konden het kruis toch nog zien ondanks alle bergen versiering en eten?

En zien we hierin nog hoe indrukwekkend groot onze God is, dat Hij dit allemaal, tot in de puntjes, ja, tot in perfectie heeft geregeld.
Elk onderdeel, elk detail.
Van Adam en Eva tot Abraham en Sarah, van koning David tot Ruth en Boaz, van Zacharias, Elisabeth en Johannes tot Jozef en Maria.

Hoe groot is God voor ons deze kerst?

donderdag 19 december 2013

maandag 16 december 2013

Verwachten

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (97)

Verwachten
Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?

Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?

En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?

En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?

Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.

Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.

Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.

Voor de jaarlijkse Kerstavond voor Vrouwen in onze gemeente had ik dit bovenstaande gedicht geschreven.
De voorbereidingen dit jaar voor deze avond gingen niet echt van een leien dakje; we hebben heel wat af gepraat, gedacht en gebeden.
Ook met het gedicht wist ik in eerste instantie totaal niet welke kant ik op moest gaan.
Verwachten, het thema lijkt zo simpel, maar om er handen en voeten aan te geven was duidelijk lastiger en veel moeilijker dan ik ooit had gedacht.
Het heeft me heel wat slapeloze uren gekost.
Maar het was ook in deze slapeloze uren, toen ik uit frustratie maar naar beneden was gegaan voor een beker warme melk, dat God mij ineens de richting wees voor het gedicht en mij deze namen in gedachten gaf.
En met deze namen, het zien naar hun leven en de vragen die in mij opkwamen, raakte ik opnieuw onder de indruk van de grootheid van God.

Want al zondigde Adam en Eva, door te luisteren naar de slang en te eten van de Boom van Goed en Kwaad, God redde hen (en daarmee ons) door hen te verbannen uit het Paradijs, zodat zij niet konden eten van de Boom des Levens.
Denk je eens in hoe dat geweest zou zijn!
Voor eeuwig leven hierop aarde, omgeven door ziekte, pijn, verdriet, moeiten, zorgen, dood, zonder uitzicht op ooit wat anders!
En God redde hen en ons niet alleen hiervan, Hij gaf hun ook nog de belofte dat er Iemand zou komen om alles wat zo fout was gelopen, weer in orde te maken.
Te midden van alle ellende die was voortgekomen uit hun keuze, was God daar en gaf hen toch nieuwe hoop, nieuwe verwachting.

En Abraham?
Hij en Sara zullen niet hebben verwacht dat ze zolang zouden moeten wachten op de door God beloofde zoon, en Abraham zal zeker niet hebben verwacht dat God hem vervolgens ook nog eens zou vragen om diezelfde zoon te offeren.
Wat hebben ze niet geprobeerd om Gods belofte aan hen zelf te vervullen?
Hagar, Ismaël …
En toch, God vergaf en volvoerde Zijn plan, ondanks ongeduld, ondanks zelf invullen, ondanks ongeloof.

En dan die jonge jongen, David, door zijn vader vergeten toen Samuël kwam en vroeg naar zijn zoons.
Een simpele herdersjongen die op jonge leeftijd al tot koning werd gezalfd, maar die door heel wat heen moest voordat hij die troon kon betreden.
Goliath, Saul, Akis, Siklag, Jonathan, Mikal, Bathseba, Uria, Nathan, Absalon, …
Een jongen die man werd, mens was als jij en ik, maar die God noemde een ‘Man naar Mijn hart’ en uit wiens geslacht God de Redder van de wereld deed voortkomen.

Maria, nog een jong meisje, verloofd, maar met een hart dat volledig aan God was toegewijd: ‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.’
Ze besefte een gezegende vrouw te zijn door God uitgekozen om de moeder te worden van de Redder van de wereld, maar welk een pijn en verdriet zal zij als moeder niet hebben gevoeld en ervaren met alles wat de mensen haar Zoon aangedaan hebben.
Hoe zal haar moederhart niet uit elkaar gescheurd zijn, toen haar Zoon aan het kruis werd genageld om de wereld te kunnen redden.
En wat zal er niet door haar heen gegaan zijn toen zij Hem weer ontmoette een paar dagen na Zijn dood; toen Hij weer opvoer naar de hemel om voor ons een plaats te bereiden …

Dwars door het leven van al deze mensen (en nog vele anderen) heen, laat God zien dat Hij niet alleen iets belooft, maar dat Hij ook doet wat Hij beloofd.
Dat Hij Zijn plannen volvoert, en dat Hij de fouten/zonden die wij daarin begaan, vergeeft – vergeven wilt.
Dat Hij in alles onze redding voor ogen heeft, omdat Hij zoveel van ons houdt!
Vanaf het allereerste begin dat er iets fout ging tot de laatste ademtocht van de mens, is Hij er op gericht om de mens te redden.
Zijn liefde voor ons mensen weerklinkt, en is zichtbaar, in de leven van al deze mensen.
Zij maken deel uit van de wolk van getuigen die God ons gegeven heeft om zichtbaar te maken dat Hij betrouwbaar is, vol genade, liefde en trouw.

Onze verwachtingen zijn vaak zo anders dan Zijn gedachten en de wegen die Hij gaat, maar als we op Hem blijven vertrouwen, al begrijpen we niets van de dingen die gebeuren – hemelse stilte, tegenslag, ziekte, geen genezing, verdriet, pijn, moeiten, enz. … - , we zullen nooit worden teleurgesteld.
Zoek je kracht in de Heer en laat Zijn vrede en liefde je hart doorstromen.
En zie daarbij vol verwachting uit naar de dag dat Jezus terug zal komen.

Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden,
afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt.
En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt,
terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.
Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld,
het kruis verdragen en de schande veracht
en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.

Hebreeën 12:1,2

donderdag 12 december 2013

Kerstavond voor Vrouwen 2013 - Verwachten

Na een paar maanden van intensieve voorbereiding was het gisteravond dan zover: de Kerstavond voor Vrouwen 2013.
Het thema voor deze avond was ‘Verwachten’, en gezien alle tegenslagen die we dit keer hadden in de voorbereidingen, konden wij als organisatieteam het thema zelf als eerste in praktijk (leren) brengen, daar we in meer dingen dan ooit echt afhankelijk waren van Hem, dat Hij dingen zou leiden, de juiste mensen zou geven voor …, het allemaal toch nog op tijd klaar zou zijn, enzovoort, enzovoort.
Wat een bemoediging werd het dan ook weer voor ons, dat God opnieuw Zijn  trouw betoonde en wij, in ons verwachten van Zijn hulp, niet werden beschaamd.
Hij leidde, gaf en zorgde.
Opnieuw een bewijs van Zijn liefde en trouw, van Zijn nimmer aflatende zorg, ook in deze dingen.

Ik vond het ook best wel spannend; vorig jaar was immers zo’n uitbundige avond vol bijzondere details; een avond met een hoog ‘whauwfactor gehalte‘ en dit jaar zou het een ingetogen avond worden, zo totaal anders dan vorig jaar.
Soms gingen dan ook mijn gedachten met me op de loop en kon het me aanvliegen: ‘ik hoop niet dat ze teleurgesteld zullen zijn; er veel meer van verwacht hadden na vorig jaar.’
Het heeft me zelfs aardig wat slapeloze uren bezorgd; maar ook die waren uiteindelijk toch vaak weer ergens goed voor.

 
Toch was ik wel heel erg blij, dat, toen ik gisteravond de laatste dingen aan het regelen was, het gevoel kwam van ‘Ja! Het is goed! Dit is zoals het moet zijn!’, en vreugde en dankbaarheid bezit namen van mijn hart.
 
 
En dan komen de eerste dames weer binnen.
Als vanouds werden zij door onze mannen aan de arm meegenomen via de koffietafel naar een plekje in de prachtig aangeklede zaal, die dit jaar ook een ingetogen karakter had gekregen, tegelijk hoop en verwachting weerspiegelde.
Als de klok richting 20.00 uur gaat, verschijnen de woorden van het lied ‘Verwachten’ van Sela op de beamer, terwijl de muziek door de luidsprekers klinkt.

‘En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden …
En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou,  en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg …'


De overbekende woorden uit het Lucasevangelie worden voorgelezen.
De vervulling van de verwachting van de komst van de Messias.
‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.’

(Jesaja 9:5)

Als de proclamatie is uitgesproken verschijnt op de beamer het ‘kerstverhaal’ in de vorm van
Sand-art onder de klanken van Silent Night.

Met de woorden uit Jesaja 35 (vers 3-6, 10) gaan we van de vervulde verwachting, naar wat nog komen gaat.
We kunnen immers niet stil blijven staan bij het kindje in de kribbe.
Het kindje werd de Man van smarten, de Man, die Zijn leven gaf voor ons, voor onze zonden en terug naar Zijn Vader in de hemel is gegaan om voor ons een plaats te bereiden en om op de door Zijn Vader bepaalde tijd, terug te komen om ons te halen.

 
‘Maak sterk de slappe handen, strek de knikkende knieën.
Spreek de radelozen moed in: ‘Wees niet bang, jullie God is in aantocht.
Wraak en vergelding vergezellen Hem, Hij komt jullie bevrijden.’
Blinden zullen weer zien, doven weer horen.
Wie kreupel loopt, springt als een hert, wie stom is, zingt het uit.
Water borrelt op in de steppe, beken ontspringen in het dorre land.
Wie door de Heer zijn bevrijd, keren juichend naar Sion terug.
Zij stralen van vreugde, voor altijd; zij zijn vervuld van uitzinnige vreugde.
Alle leed is geleden, alle zorgen zijn verdwenen.

Wat een vooruitzicht!
Wat een hoop!
Maar ook wat een aansporing!
Hoop door het vooruitzicht; aansporing om in actie te komen en niet bij de pakken neer te gaan/blijven zitten.

Met deze woorden werd iedereen welkom geheten en ook deze avond legden we  in de handen van de Heer, die we ook dankten voor dit heerlijke vooruitzicht.

 
Samen zingen mag op zo’n avond natuurlijk niet ontbreken; hoe heerlijk is het immers om ook Zijn Naam groot te maken door middel van liederen.
'Licht in de nacht' en 'Jezus, Gods heerlijkheid verschijnt'.      
Ondertussen werd de collecte opgehaald, deze keer bestemd voor Christenen voor Israël en voor Demi en Marije, twee jonge meiden uit onze gemeente die met school naar Zuid-Afrika gaan om daar op verschillende manieren en plaatsen ondersteuning te bieden en te bemoedigen.

Het wordt weer stil.
Met drie kleine toneelstukjes wordt een andere  kant van ‘Verwachten’ uitgebeeld.
Want, op weg naar de vervulling van onze verwachting naar de terugkomst van de Here Jezus, mogen we ook van Hem onze hulp ‘verwachten’.
Mag ik je ook even meenemen op deze weg van verwachting?

 
Een vrouw zit alleen in de kamer.
Voor haar op tafel ligt, naast haar kopje koffie, een Bijbeltje.
Ze kijkt een beetje zuchtend om zich heen.
Eigenlijk voelt ze zich een beetje eenzaam en alleen, en ze begint hardop te denken:

‘Tja, daar zit ik dan.
Voor het eerst helemaal alleen.


Ja, ziet u, we hebben afgelopen weekend net de laatste van onze kinderen verhuisd; hij woont nu ook op kamers.
En dit is de eerste dag dat ik helemaal alleen thuis ben.
Ach, natuurlijk was mijn zoon overdag ook weg, maar toch, ik zag hem ’s morgens nog even en vaak dronken we dan nog snel een kopje koffie.
Hij liet ook altijd een spoor van rommel achter zich als hij wegging, maar nu is alles netjes en opgeruimd en mijn man is niet zo’n rommelmaker.
Ik heb nooit gedacht dat ik dat nog eens zou missen.
Wat moet ik nu toch gaan doen?


Weet u, mijn gezin was mijn alles, daar leefde ik voor.
Ik vond het ook zo gezellig als hij zijn vrienden meenam; dan zorgde ik voor iets lekkers en meestal voor ze naar boven gingen, bleven ze eerst nog even gezellig zitten en kletsen.
En ik, ikzelf?
Och, dat zou ik wel zien als de kinderen de deur uitwaren, dat duurde immers nog zo lang.
We hebben drie kinderen, dus … 
Ja, dat dacht ik.
Maar nu is het al zover, en wat moet ik nu?


Ze neemt haar laatste slokje koffie.
‘Bah, zelfs de koffie smaakt me vandaag niet.’

Ze slaakt een diepe zucht en vervolgt:
‘Och, laat ik eerst maar eens mijn Bijbeltje pakken en lezen, misschien heeft de Heer wel een woord voor me.’
Hmm, Psalm 62:6-9:


‘Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht;
God is ons een schuilplaats.’


Ze kijkt voor zich uit en zegt nadenkend:
‘Want van Hem is mijn verwachting …
Vertrouw op  Hem te allen tijde …
Stort uw hart uit voor Hem ...'


‘Dan gaat ze bidden:

‘Heer, ik wil U danken voor mijn kinderen, mijn gezin.
U weet, Heer, dat hoeveel moeite ik er mee heb nu al mijn kinderen de deur uit zijn.
Ik mis ze; ik mis een bepaald ritme.
Ik heb nu zoveel meer tijd en hoe ik dit nu in vullen?
Vader, help mij om de juiste keuzes te maken.
In Jezus’ Naam. 
Amen’


Ze staat op en pak de spullen die op tafel liggen om op te ruimen.
Ook de krant ligt erbij en met het opnemen van de krant ziet ze een advertentie.

‘Hé, wat is dat?
Een vrouwenochtend; thema ‘Verwachten’.
Dat is toevallig.
O nee, toeval bestaat niet.
Zou dit wat voor mij zijn?
Eigenlijk best wel heel eng om zo alleen te gaan, maar aan de andere kant  ...'


Nog even blijft ze nadenkend staan en dan loopt ze weg om de spulletjes op te ruimen.


De tweede vrouw komt het podium op.
In haar hand heeft ze wat bladen, een krant en een kopje koffie.
Ze gooit de bladen op het tafeltje, en ook het kopje belandt ietwat hardhandig op hetzelfde tafeltje.
De koffie gaat er nog net niet overheen.
Ze ploft op de stoel en slaakt een hele diep zucht  terwijl ze verveeld om zich heen kijkt.

 
Hebben jullie nog werk?’
Ze gooit de vraag de zaal in.

‘Nou, ik niet meer, ze hadden mij niet meer nodig.
Bah.
Ik had toch zo’n leuke baan, joh.
Leuke collega’s, leuke sfeer, gezellig.
En we deden ook best nog weleens iets leuks samen.
Lunchen, kopje koffie ..
Maar ja, dat was voor ze de boel gingen reorganiseren.
En u snapt het natuurlijk al, ik was degene die eruit moest en nu zit ik me hier thuis stierlijk te vervelen.


Iedereen werkt.
Al mijn vriendinnen hebben hun werk nog, behalve ik.
En het huishouden stelt ook niet zo veel voor.
Mijn man en ik zijn maar met z’n tweetjes, dus zoveel maken we niet vuil.


En wat heb ik hem nu nog te vertellen ’s avonds als hij thuiskomt.
Hoe ik de was heb gedaan of hoeveel overhemden ik heb gestreken?
Nou, interessant zeg!’


Ze zucht nog eens, pakt de krant en terwijl ze heem doorkijkt neemt ze een slokje van haar koffie.
‘Hm, een vrouwenochtend …
Thema: ‘Verwachten’.


Dat is lachen; verwachten.
Lieve help, wat heb ik nu nog te verwachten.
Een nieuwe baan?
Nou, dat zal er snel in zitten zeg, …  maar niet heus.
Er staan er al zoveel op straat.’


Ach,’ ze gooit de krant weer opzij, ‘eigenlijk is dit toch ook niets voor mij.
Alleen maar vrouwen …
Poeh hé.
Krijg je zeker ook al die verhalen over kinderen en luiers en hoe je het beste grasvlekken uit de kleren van je kids kunt krijgen.
Nee, echt niet, dat is niks voor mij.’


Toch pakt ze haar agenda …

‘Leeg …
Ja, natuurlijk is die leeg …
Ik heb eigenlijk ook niets te doen, zal ik dan toch  …’


En ze loopt weg.


De derde vrouw komt met haar jas in de handen het podium op.
Ze gooit haar jas op de stoel en zegt:

‘Zo, die zijn weer op school.’

Ze zucht eens diep en kijkt een beetje rond.

‘Wat nu?
Ja, weet u, we zijn net verhuisd, ja, niet zomaar verhuisd, maar van het ene land naar het andere.
Ik kom namelijk uit Brazilië, maar dat had u misschien al wel gehoord.


Ik vind het best moeilijk.
Mijn man is een Nederlander en door hem spreek ik al wel een wat Nederlands maar toch …


Echt veel contacten heb ik hier nog niet.
Ik moet de taal nog beter leren, we moeten nog een eigen gemeente vinden en ..
Ach, eigenlijk mis ik gewoon iedereen zo verschrikkelijk …
Mijn familie, onze vrienden, mijn vriendinnen.’


Ze gaat aan het tafeltje achter de laptop zitten; legt haar hand op de laptop en kijkt een beetje verdrietig voor zich uit.
Ze slaakt een diepe zucht en schenkt zichzelf een kopje koffie in; neemt een slok en doet langzaam haar laptop open.

‘Eigenlijk zit ik veel te veel achter dit ding, maar wat moet ik anders?
Alles is zo nieuw.
Ik ken nog bijna niemand.
Ja, de kinderen heb ik net wel naar school gebracht, maar al die vrouwen daar kennen elkaar al en die kletsen met elkaar, daar durf ik me niet zo goed in te mengen.


En de kinderen hebben ook nog niet echt vriendjes of vriendinnetjes.
Hè, bah, wat mis ik iedereen.


O, mam, kon ik maar even naar je toe, kon ik maar even met jou kletsen …’

Ze veert overeind.

‘Eens kijken of ze alweer een mailtje heeft gestuurd.
En dan even op facebook kijken, misschien heeft iemand wel wat leuks gepost, of Fabiënne  een nieuw recept, of …’


Nee, niets.
He, wat is dat?
Een mailtje van Willie Thomassen, dat is leuk.
‘Er is een Vrouwenochtend, thema ‘Verwachten’.


O, dat misschien is dat wel wat.
Andere vrouwen ontmoeten, nieuwe mensen leren kennen, en misschien, misschien …


Even omhoog kijkend.

‘O Heer, dank U wel, dit is misschien wel precies wat ik nodig heb.’

Haar gezicht leeft op,  ze gaat staan en legt de bladen op het tafeltje recht en pakt haar jas van de stoel.

‘Wie weet, misschien is dit wel ook een gemeente waar we ons thuis zullen voelen.’

En met een blij gezicht loopt ze weg om haar jas op te hangen.

 
Met de liederen ‘Stille nacht, heilige nacht’ en ‘Kom, laten wij aanbidden’, keren we weer even terug naar het kind in de kribbe, die het tenslotte allemaal mogelijk maakte, dat wij met al onze noden naar God toe mogen gaan en onze hulp van Hem mogen verwachten.

In het gedicht dat volgt, komen alle aspecten van  het verwachten, die deze avond centraal staan, voorbij.

Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?


Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?


En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?


En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?


Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.


Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.


Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.


Dan genieten we tot aan de pauze van twee prachtige kerstliederen gezongen door Peter Lengams.
O, Holy night’ en ‘Face to face’.

Het is tijd voor de pauze en iedereen kan even de benen strekken.
 
 
In de hal is een uitgebreide tafel met allemaal producten uit Israël, en ook Marianne Glashouwer, onze spreekster van vanavond, had wat boeken meegenomen.
Onder het genot van een lekkere drankjes en allerlei verschillende hapjes kon men zo even rondkijken en gezellig kletsen.
De tijd gaat echter snel, en al gauw is het tijd om verder te gaan met de 2e helft van het programma.

Na het doorgeven van de opbrengst van de collecte, sprak Marianne Glashouwer over het ‘Chanoekafeest’, het feest van het licht.


Ze vertelde over het ontstaan van het feest en legde de link naar ons kerstfeest, wat ook een feest van het licht is, omdat de Here Jezus is geboren en Hij het Licht van de wereld is.
(Johannes 8:12)
In haar woord klonk opnieuw de boodschap door van hoop en verwachting, van uitzien naar wat komen gaat.
En ook, dat we in deze hoop niet beschaamd zullen worden.

De dag komt dat God onze tranen zal drogen; er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen verdriet, geen geween, geen moeite.
Daar mogen we naar uitzien.
Dat mogen we verwachten.

Als antwoord zongen we:

Jezus leeft in eeuwigheid,
zijn Shalom wordt werkelijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van mijn leven.

(Opwekking 71)

Vervolgens nam Peter ons hart mee in de hoopvolle verwachting die wij als Zijn kinderen mogen hebben met het lied ‘Er komt een dag’.  

Dan komen de vrouwen terug.
Eén voor één worden ze welkom geheten door de gastvrouw van de vrouwenochtend en ze nemen alle drie plaats aan hetzelfde tafeltje.
Ze schenken een kopje koffie in en pakken er een koekje bij.
Een beetje onwennig zitten ze bij elkaar.
Ze glimlachen een beetje naar elkaar en slaken af en toe een lichte zucht terwijl ze rondkijken.
Je ziet ze denken: wat doe ik hier eigenlijk?
De één neemt een slokje van haar koffie, de ander neemt een hap van haar koekje en ineens klinken er twee stemmen tegelijk:

‘Bent u hier al eerder geweest?’

Ze schieten beiden in de lach.

‘U eerst,’ zegt de ene vrouw tegen de andere.

‘Ik ben hier voor het eerst,’ zegt de vrouw.
Ik ben namelijk werkeloos.
Na vijf jaar trouwe dienst hebben ze me op straat gezet en ik zag deze advertentie en had toch niets beters te d…, eh, niets te doen.
Echt verwachtingen heb ik niet maar, maar ja, je weet maar nooit, hè.
En u?’


 ‘O, zeg maar jij hoor.
Ik kom hier niet vandaan; ik kom uit Brazilië.
Daar hebben we nog een tijdje gewoond, maar voor het werk van mijn man moesten we toen naar Nederland.
Ik woon hier dus nog niet zo lang en ken eigenlijk niemand.
En ik zag net als jullie de advertentie en dacht; misschien …


De vrouw kijkt naar da andere kant van de tafel, waar nog een vrouw zit.
‘En u?’, vraagt ze.

‘Tja, voor mij is het weer heel anders, hoor.
Ik ben mijn hele leven moeder en huisvrouw geweest en nu zijn mijn kinderen allemaal de deur uit; de laatste hebben we net vorig weekend verhuisd en eigenlijk loop ik een beetje met mijn ziel onder de arm.
Ik heb nooit gewerkt, tenminste, ja, voor ik ging trouwen natuurlijk wel, maar daarna nooit meer; buitenshuis hè,, bedoel ik.
En nu, nu weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik moet.
Mijn kinderen wonen ver weg …’


De vrouwen kijken elkaar aan en dan zegt één van de vrouwen:

‘God heeft hier vast een bedoeling mee.
Eigenlijk kun je wel zeggen, dat we allemaal met een bepaalde verwachting hier naar toe gekomen zijn en moet je nu eens kijken.’
‘Het thema vanmorgen is ‘Verwachten’, maar volgens mij heeft God al een beetje laten zien wat er kan gebeuren als we het van Hem verwachten.
Laat we na deze ochtend met elkaar in contact blijven!


Verwachten.
De geboorte van de Messias.
Zijn hulp, leiding, trouw, liefde en zorg terwijl wij hier nog op aarde leven.
De wederkomst van de Here Jezus.
 

Bij de één zal het uitzien, het verwachten van de wederkomst van de Here Jezus meer leven dan bij de ander, maar bij het kleine meisje, dat inmiddels een oudere dame is geworden, leefde deze verwachting duidelijk in hoge mate.


 
Sipke vertelt:
‘Ik was nog een klein meisje en zat op school.
De lampen waren aan, want het was vrij donker  door het slechte weer.
Buiten waren donkere wolken, maar opeens was daar een kleine opening in de bewolking en een heldere, schitterende lichtstraal scheen door deze opening.
Het kleine meisje pakte haar spulletjes bij elkaar en legde het netjes haar tafeltje en ging vervolgens met haar armen over elkaar zitten wachten.
De juf begrijpt er niets van; ‘waarom ga je niet verder, meisje?’ vraagt ze.
‘Maar juf,’ was haar antwoord, ‘als de Here Jezus terugkomt, dan moet je toch klaar staan.’


Met de plotselinge lichtstraal door de donkere lucht, dacht Sipke als klein meisje dat de Here Jezus eraan kwam.
Nu ze oud is, weet zich niet meer te herinneren of ze teleurgesteld was dat het niet zo was, maar ze verwachtte Hem toen en ze verwacht Hem nu nog steeds.

‘Kom en ontsteek in ons een machtig vuur,
dat zal branden tot het laatste uur.
Zie, hoe uw schepping U verwacht;
maak ons gereed voor uw komst in de nacht.

Laat ons een volk zijn, dat U vreest,
vol van uw liefde, die wonden geneest.
Maak ons een leger, sterk in de strijd,
dat als een eenheid uw komst voorbereidt.

Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.
Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.

KOM, JEZUS, KOM!

Deze woorden zongen we aansluitend aan haar getuigenis;  is het ook werkelijk het lied van ons hart?
Verwachten wij Hem ook?

Het einde van het programma naderde.
Met een gouden en een rode vlag getuige Inge  al vlaggend van wie Jezus is op het lied ‘Mijn Jezus, mijn Redder’.
(Opwekking 461)

 
Ja, zonder Hem zouden we geen vooruitzicht hebben, geen hoop, geen verwachting.

Na het afsluitend gebed en een woord van dank aan een ieder die heeft meegewerkt, zingen we staande Hem de eer toe met het lied  ‘Ere zij God’.

Nog een laatste zegenbede klinkt:

Dat Zijn Licht mag schijnen
in je huis en in je hart.

Dat Zijn vrede neer mag dalen
in vreugde en in smart.

Dat Zijn Hoop je vooruitzicht mag zijn
in toekomst die wacht.

Dat Zijn Liefde mag zijn
je Bron van kracht.

En de zaal loopt langzaam weer leeg …

O, dat toch hoop en verwachting door deze avond (weer) mag zijn aangewakkerd.
Hoop op de toekomst die ons wacht, en Zijn hulp voor onderweg daar naar toe.
In Jezus ‘Naam.
In Jezus ‘naam.


 
Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.
Openbaring 2:17
(Eén van de teksten die op de presentjes stond)
 
 
Foto's: Evelien van Kempen
 




maandag 9 december 2013

Twee kindjes in de kribbe

Het ene verhaal raakt je meer dan het andere; maar dit 'Kerstverhaal' raakt mij diep.
Nog steeds kan ik het niet lezen zonder dat ik ontroert raak, bewogen en dankbaar.
In 1994 gaven twee Amerikaanse vrijwilligers gehoor aan een oproep van het Russische Ministerie van Onderwijs om op een aantal scholen en instituten te praten over de Bijbelse moraal en ethiek.
Eén van de instellingen die ze bezochten, was een weeshuis met zo'n honderd verwaarloosde en mishandelde straatkinderen.
Aangezien het bijna kerstmis was, vertelden de vrijwilligers Het Kerstverhaal.
Dat hadden de meeste kinderen nog nooit eerder gehoord.
Iedereen zat dan ook aandachtig te luisteren naar het verhaal van Maria en Jozef, die geen plaatsje in de herberg konden vinden en uiteindelijk onderdak vonden in de stal, waar het kindje Jezus geboren werd en door Maria in de kribbe werd gelegd.
Na afloop van het verhaal besloten de vrijwilligers dat dit voor de kinderen een mooie gelegenheid was om wat te gaan knutselen en Het Kerstverhaal uit te beelden.
Ze gaven alle kinderen wat gekleurd karton om een kribbe te maken en een geel papieren servetje voor het stro.
Het kindje Jezus werd uit vilt geknipt en voor het dekentje kregen ze nog wat lapjes.
De kinderen gingen enthousiast aan de slag en de vrijwilligers gaven hier en daar wat aanwijzingen en kwamen tenslotte bij de zes jaar oude Misha.
Hij was al klaar met het kunstwerk.
Maar wat was dat ?....
In de kribbe lag niet één kindje... nee, er lagen er twee.
De vrijwilliger vroeg : "Waarom heb je dat zo gedaan ?"
Misha deed zijn armen over elkaar, trok een gewichtig gezicht en gaf heel serieus zijn versie van Het kerstverhaal.
Hij herhaalde het hele Kerstverhaal.
Ofschoon hij pas zes was en het verhaal vóór die bewuste dag nooit eerder gehoord had, kon hij alle details nog heel goed navertellen, precies zoals het hem verteld was.
Tenminste, tot op het moment dat Maria het kindje in het kribbetje legde.
Toen begon zijn verhaal een eigen leven te leiden.
"Het kindje Jezus keek mij aan", zei Misha heel ernstig.
Hij zei, "Misha, heb jij wel een plaatsje om te slapen ?"
Ik vertelde hem, dat ik geen papa en mama had en dat ik nergens een huisje had.
Jezus zei toen dat ik maar bij Hem in de kribbe moest kruipen.
Maar ik vertelde Hem, dat dat niet ging, want ik had helemaal geen cadeautje voor Hem meegebracht zoals iedereen had gedaan.
Maar ik wilde eigenlijk heel graag bij Jezus blijven, dus ik dacht heel hard na of er misschien toch niet iets was wat ik Hem kon geven.
Toen vroeg ik aan Jezus : "Als ik Je warm houd... is dat misschien een mooi geschenk ?"
Jezus zei toen tegen me : "Dat is één van de mooiste geschenken die Ik gekregen heb."
Toen klom ik dus ook in de kribbe en hield ik Jezus warm.
Hij keek me aan en zei dat ik voor altijd bij Hem mocht blijven.
Toen kleine Misha zijn verhaal beëindigd had, stonden er traantjes in zijn ogen, die langzaam over zijn wangetjes biggelden.
Toen sloeg hij zijn handjes voor zijn ogen en liet zijn hoofdje huilend op tafel zakken.
Maar van binnen was het bij Misha warm, want Hij had Iemand gevonden, die hem nooit zou verwaarlozen en "voor altijd" bij hem zou blijven.

Schrijver verhaal mij onbekend.
Verhaal komt van:
www.activatednederland.nl.