Posts tonen met het label God als verterend vuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God als verterend vuur. Alle posts tonen

vrijdag 17 mei 2013

El Elyon - God de Allerhoogste

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (77)

Want U, HEERE, bent de Allerhoogste over de hele aarde,
U bent zeer hoog verheven boven alle goden.

Psalm 97:9

In mijn hoofd hoor ik met regelmaat de stem van M.W. Smith:

‘The earth sees and trembles.
The mountains melt like wax before the Lord,
before the Lord of all the earth.
The Heavens proclaim His righteousness
and all peoples will see His Glory!

Ik hoor de emotie in zijn stem; de drang van het moeten vertellen.
Het uit moeten schreeuwen van wie God is, hoe groot Hij is.
De emotie van het onder de indruk zijn van deze grote God, wiens kinderen wij mogen zijn, Die wij Abba, Vader mogen noemen.

De HEERE regeert, laat de aarde zich verheugen
en vele kustlanden zich verblijden.
Donkere wolken zijn rondom Hem, gerechtigheid en recht zijn het fundament van Zijn troon.
Vuur gaat voor Zijn aangezicht uit en zet rondom Zijn tegenstanders in vlam.
Zijn bliksemflitsen verlichten de wereld, de aarde ziet ze en beeft.
De bergen smelten als was voor het aangezicht van de HEERE, voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde.
De hemel verkondigt Zijn gerechtigheid en alle volken zien Zijn heerlijkheid.

(Ps. 97:1-6)

… de aarde ziet ze en beeft.
De bergen smelten als was voor het aangezicht van de HEERE, voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde.
De hemel verkondigt Zijn gerechtigheid en alle volken zien Zijn heerlijkheid.

Op de één of andere manier raken deze woorden me diep; hebben ze een enorme impact.
Het maakt dat ik me klein voel, heel klein.
Alsof hierdoor iets begint door te dringen van de grootheid en de heerlijkheid van God.
Ja, iets, want ik heb het idee dat ons voorstellingsvermogen veel te klein is voor de grootheid en de heerlijkheid van God in zijn totaliteit.
Geen van onze woorden zullen het denk ooit echt weer kunnen geven.
Maar als ik deze woorden in me opneem en ze tot diep in mijn binnenste laat doordringen; ze proeft …

De aarde ziet het …
en beeft …

Als het bloed van Jezus ons niet zou beschermen …

De bergen smelten als was voor het aangezicht van de Heere, voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde …
Was smelt als het verwarmt wordt; maar bergen, die smelten als was als Hij verschijnt ...
En dan ook alleen als Hij verschijnt, alleen voor Zijn aangezicht!

Hoe zullen wij ooit voor Zijn aangezicht kunnen bestaan zonder Jezus?

De hemel verkondigd Zijn gerechtigheid …
Het fundament van Zijn troon is recht en gerechtigheid.
De hemel verkondigd omdat het niet anders kan, want het fundament van de troon van God is recht en gerechtigheid.
Alles, ja alles komt daar open en bloot te liggen; alle ongerechtigheden.
Niets kan verborgen zijn, want onrecht en ongerechtigheid kunnen niet bestaan in Zijn tegenwoordigheid, in Zijn aanwezigheid.
Hij, en Hij alleen, is Rechter.

Hoe zou Zijn vuur ons niet verteren, Zijn oordeel ons niet treffen, als Jezus niet was gekomen …

… en alle volken zien Zijn heerlijkheid …
Alle volken, iedereen, elk oog …
Het gaat bijna mijn voorstellingsvermogen te boven.
Mijn blikveld is beperkt, ik kan niet zien voorbij de huizen voor mij.
Ik weet wat zich daar achter bevind, maar zien kan ik het niet.
Ik kan de lucht zien, de zon (als die schijnt ), ’s nachts de maan en de sterren.
En als je iets meer weet van wat er in de ruimte is, zie je nog iets meer.
Maar nooit kunnen we hetzelfde zien als zij die aan de andere kant van de aarde wonen.
Als het bij ons dag is, is het bij hen nacht, maar de duisternis van hun nacht kan ik niet zien.
En dan komt de dag dat alle volken, iedereen, niemand uitgezonderd, Hem, Zijn heerlijkheid, zal zien

O, als we Jezus dan niet kennen ...
Als we dan niet zijn gekocht en betaald met Zijn bloed ...
 
‘We want to see Your Glory, God!’

Ik hoor, ik proef, ik verlang …
Ik hoor Mozes: ‘doe mij Uw heerlijkheid zien …’
Ik hoor God: ‘Niemand kan Mij zien en blijven leven ...’
Ik hoor Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij … ‘
Want U, HEERE, bent de Allerhoogste over de hele aarde,
U bent zeer hoog verheven boven alle goden.

- Amen -

dinsdag 29 januari 2013

De God van de berg Sinaï

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (29)

Heel het volk hoorde de donderslagen en de ramshoorn, ze zagen de bliksem en de rokende berg.
Ze bleven bevend van schrik op grote afstand staan.
Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’
‘Wees niet bang,’ antwoordde Mozes, ‘God is gekomen om jullie op de proef te stellen. Hij wil dat jullie ontzag voor hem hebben en niet meer zondigen.’
Het volk bleef op een afstand staan terwijl Mozes naar de donkere wolk ging waar God was.

Exodus 20:18-21

God komt op verschillende manieren naar de mens toe.
De ene keer door een brandende braamstruik heen, de andere keer in de stilte, een zachte bries, en in dit gedeelte komt God met groot machtsvertoon.
Donderslagen, een ramshoorn, bliksem en een rokende berg.
God komt op de manier dit het beste past bij het doel dat Hij voor ogen heeft.

Toen Hij Mozes’ aandacht wilde trekken in de woestijn, was dat door een brandende braamstruik, die brandde, maar niet verbrandde en Mozes kwam nieuwsgierig dichterbij,
verbaasd als hij ook was dat de struik niet verbrandde.

Tot Samuël sprak God in de stilte van de nacht.
Terwijl Samuël sliep kwam God en riep Hem.

Adam en Eva hoorden God bij het opsteken avondwind.

Nu echter komt God met groot vertoon van macht.
God wilde dat het volk Zijn macht en gezag zou zien.
Hij wilde dat zij ontzag voor Hem zouden hebben en niet meer zouden zondigen.

Het volk is helemaal van slag en onder de indruk van Gods verschijning.
‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we,’ zeggen ze tegen Mozes.
Op deze wijze komt ook de erkenning van hen naar Mozes en Aäron als leiders.
Ga jij maar, Mozes, ‘ga jij maar.’

In het hoofdstuk ervoor kwam God op dezelfde manier, en toen waren zij gewaarschuwd de scheiding niet te overschrijden want ze zouden zeker sterven.
Exodus 19:16-19:
Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, donderde en bliksemde het.
Een donkere wolk hing om de berg en het zware geluid van een ramshoorn weerklonk.
De mensen in het kamp beefden van schrik.
Mozes leidde hen het kamp uit, naar God.
Zij stelden zich op aan de voet van de berg.
De Sinai was geheel in rook gehuld, want de Heer was in vuur neergedaald op de berg.
De rook steeg op als uit een oven en de hele berg trilde hevig.
Het geluid van de ramshoorn werd steeds sterker.
Mozes sprak en God antwoordde hem in de donder.

Als ik deze woorden lees, kan ik me zo voorstellen dat ze bang waren.
Als God zo komt, met zoveel machtsvertoon, want moet een mens zich dan klein en nietig voelen!
Dan kun je toch niet anders dan ontzag hebben en buigen voor deze almachtige God.