vrijdag 31 januari 2025

Je bent zó Geliefd!

Met regelmaat zie en hoor je het voorbijkomen, de woorden: Je bent Geliefd!
Op boekjes, kaarten, kalenders, lepeltjes, wanddecoratie …
Als thema voor conferenties, vrouwendagen, preken, overdenkingen …
Je bent Geliefd!
En in een tijd waar de onderlinge liefde zichtbaar aan het verkillen is, zijn het ook zeer belangrijke woorden; meer nog, iedereen heeft het gewoon nodig om zich geliefd te weten!
En toch …

Van het één naar heel wat anders ...
Gistermorgen las ik Joh. 15:9-17, een gedeelte waar boven staat: ‘Het gebod van de liefde’.
Dit gebod vinden we in vers 12 - ‘Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefheb, zoals Ik u liefgehad heb.’
Zoals Ik u liefgehad heb …
Liefhebben als Jezus.
Hoewel alles in dit gedeelte verwijst naar dit gebod om elkaar lief te hebben als Jezus, kom ik deze ochtend heel ergens anders uit.
De woorden brengen mij namelijk terug naar het begin van dit gedeelte, en daarmee kom ik op een heel ander spoor uit dan ik ook maar had kunnen denken; maar het is een spoor dat mijn dag kleurde met Liefde en mij geliefd weten.
En dat is een boodschap die ik niet voor mezelf kan houden.

Het teruggaan naar het begin van het gedeelte brengt mij bij vers 9 - ‘Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; …’
Om dus de Liefde van de Here Jezus voor ons te kunnen zien, moeten we eerst kijken naar de Liefde van God voor Zijn Zoon, want Jezus zegt ons hier, dat Hij net zoveel van ons houdt als de Vader van Hem.
Met het lezen en opschrijven van deze woorden, komen er direct een paar woorden in mijn gedachten, slechts een paar, maar alleszeggend: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’
Twee keer spreekt de Vader in de hemel deze woorden uit over Zijn Zoon; op de berg, maar in nog persoonlijker vorm na Zijn doop.

Mattheüs 17:1-3,5
‘En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.

Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!

Lucas 3:21,22
‘En het geschiedde, toen al het volk gedoopt was, en Jezus ook gedoopt was en aan het bidden was, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem neerdaalde in lichamelijke gedaante als een duif. En er kwam een stem uit de hemel die zei: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!

In Jesaja 42:1 werd dit al voorzegd, in Kol. 1:13 en 2 Petr. 1:17 bevestigd.

Als dus God de Vader over en tegen Jezus zegt: ‘U bent/dit is Mijn Geliefde Zoon’, dan zegt Jezus deze woorden over en tegen ons die in Hem geloven:
‘Jij bent Mijn Geliefde zoon/dochter!’
‘Dit is Mijn Geliefde zoon/dochter!’

Dit is een feit, want dit is wat er in wezen staat, als Jezus zegt dat Hij ons liefheeft, zoals de Vader Hem liefheeft.
En zo ligt het gebod dat we elkaar moeten liefhebben, verankerd in het feit dat wij Zijn Geliefde zoons en dochters zijn.
We zijn Geliefd en van daaruit horen wij lief te hebben zoals Hij ons liefheeft; horen wij Zijn liefde door te geven, zoals Hij de liefde van Zijn Vader heeft doorgegeven.

Zo Geliefd!
Hoe moeilijk is het soms om deze woorden te geloven, te pakken, te aanvaarden, en nog moeilijker om van daaruit te leven.
Eén van mijn favoriete Bijbelverzen is Kol. 3:3, waar staat: ‘Mijn leven is met Christus verborgen in God’, en daar moest ik aan denken met de dingen die ik hierboven schreef.
‘Mijn leven is met Christus verborgen in God!’
En ineens waren daar woorden in mijn gedachten, woorden die ik niet voor mijzelf kan houden. Woorden waarvan ik hoop en bid, dat ze je mee zullen nemen boven elke omstandigheid van je leven uit.
Woorden waarvan ik hoop en bid dat ze nieuwe moed en kracht zullen geven, omdat ik hoop en bid dat je daarin zult proeven hoezeer je geliefd bent!
Niet slechts een klein beetje, maar onvoorwaardelijk en onuitsprekelijk veel.
‘Proef en zie, dat de Heere goed is!’ 
(Psalm 34:9a)

'Mijn leven is met Christus verborgen in God.’
Oftewel:

‘Geliefd is met de Geliefde verborgen in de LIEFDE!’

Geliefd – JIJ

de Geliefde – Jezus

LIEFDE – God de Vader

Je bent zó Geliefd!

'Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden,
door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade,
waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.'

Efeze 1:5

vrijdag 24 januari 2025

Ik doe meer dan jij kunt zien!

Voor ik hier op Blogger kwam, heb ik een aantal jaar een Blog gehad op Punt.nl. en de meeste van de blogjes die ik daarvoor geschreven had, heb ik opgeslagen op mijn laptop.
Af en toe heb ik er al eens eentje hier geplaatst, maar nog velen bevinden zich opgeslagen in mijn documenten.
De gedichten heb ik wel allemaal op ‘Words of my Heart’ geplaatst, maar hier slechts enkele schrijfsels.
Zo af en toe lees ik weleens terug wat ik schreef, en soms bekruip mij het gevoel van ‘wat jammer dat dit allemaal weg is', want ja, met het ophouden van het bestaan van Punt.nl, hield uiteraard ook mijn oude Blog op te bestaan.
En zo wil ik dit jaar hier af en toe eens een oud blogje  uit die periode plaatsen.
Ik zal daarbij het origineel zoveel mogelijk in stand houden, en alleen enigszins aanpassen wanneer dat nodig is.

‘God, zie niet werkeloos toe, blijf niet zwijgen,
houdt U niet doof.’

GNB – Psalm 83:1

‘O God, zwijg niet, houd U niet doof,
wees niet stil, o God!’

HSV - Psalm 83:2

Toen ik vanmorgen (Dit was ergens tussen september- november 2010) deze tekst las, moest ik denken aan de preek van vorige week, of beter gezegd, aan één zinnetje van die preek.
Een zinnetje, uitgesproken aan het begin van de preek en die mij niet meer losliet (laat).
'God doet meer dan wij kunnen zien.'
Het was alsof God het tegen míj persoonlijk zei: 'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Soms lijkt het alsof we vastzitten in onze omstandigheden, en hoe wij ook bidden, er lijkt niets te veranderen of te gebeuren.
We zien het niet, we voelen het niet; alles lijkt voort te gaan zonder dat God ingrijpt of ook maar iets lijkt te doen.
En als we dan dit woord uit de Psalmen tegen komen, dan kunnen we het met de schrijver uitschreeuwen: ‘God, zie toch niet werkeloos toe, blijft toch niet zwijgen, houdt U toch niet doof!’
Misschien komt de volgende vraag er wel achter aan: ‘Waar bent U toch?'
We hebben het zo nodig te zien, te ervaren dat U er bent, dat U ons hoort, ons ziet.

Maar niet altijd ervaren we in moeilijke omstandigheden, vooral als situaties langer duren, dat God er is of ook maar iets doet.
Misschien voelt het wel alsof we in een woestenij lopen, we hebben dorst, maar nergens is er water te vinden; we hebben beschutting nodig, maar nergens is er een plaats die schaduw of beschutting biedt.
Alles is troosteloos en triest, heuvels en bergen zijn er genoeg en in de dalen is alles kaal en dor.
Geen boom, geen struikje, geen bron, niets.
Heuvels en bergen te over, maar nergens iemand te bekennen die je helpt, een schuilplaats aan biedt en te eten en te drinken geeft.
En je loopt door, je sjokt door de woestenij en schreeuwt het uit naar boven.
Verstandelijk weet je dat Hij er is, móet zijn; je weet dat Hij je overal ziet en met je mee gaat; dat er niets gebeurt buiten Hem om en dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede omdat je Hem liefhebt, dat zegt Hij immers in Zijn Woord, maar …
Je weet het allemaal, maar nu, op dit moment; het duurt te lang en uitzicht op verandering is in geen velden of wegen te zien.
En toch zegt God op zo'n moment: ‘Ik doe meer dan jij kunt zien!’

Ik werd stil bij dit woord.
Het was als een terechtwijzing, maar tegelijkertijd ook een bemoediging.
Een terechtwijzing, omdat ik zag op de omstandigheden en alleen maar keek met mijn menselijke ogen en niet met geestelijke ogen.
God is zo oneindig groot, zo oneindig machtig, hoe zou ik kunnen begrijpen wat Zijn weg is; maar desondanks heeft Hij bemoeienis met mij, met ons en komt Hij met Zijn woord en spreekt.

'Ik doe meer dan jij kunt zien.'

Wees gerust, klinkt erin door; al zie jij niets, al ervaar jij niets, al lijkt het alsof Ik niets doe, toch gebeurt er zoveel meer dan jij denkt of ziet.
Laat het toch aan Mij over.
Ik heb het beste met je voor.
Het heden, verleden, maar ook de toekomst is in Mijn hand.
Ga, geloof en vertrouw.
Ik ben bij je.
Ik doe meer dan jij kunt zien!

woensdag 15 januari 2025

Een glimlach in het duister ...

Hoe heerlijk is het als er weer tijd en ruimte is in je hart en leven om dingen die je raken weer om te kunnen zetten in woorden.
Wat heb ik dat gemist!
In dit blogje weer een zinnetje dat mijn hart beroerde en vreugde gaf, ja, een warme glimlach op mijn gezicht teweegbracht.
Een klein zinnetje maar, slechts een paar woorden, en toch zo’n grote inhoud.

Het is een zinnetje uit het boekje ‘Hoop en Vertrouwen’ van Debora M. Coty*, een klein boekje met korte bemoedigende overdenkingen; gewoon heerlijk om zo even te lezen tussen alle werkzaamheden door, of voor het slapen gaan, of wanneer je ook maar even een kort bemoedigend woordje kunt gebruiken.

‘Hoop is een glimlach in het duister.’


De een noemt hoop een emotie, een ander vindt het geen emotie maar een manier van denken, hoe je het ook wendt of keert, één ding staat vast: Hoop is iets positiefs.
De schrijfster beschrijft het ook als een emotie, maar noemt het ook een perspectief, discipline, manier van leven.
Ze noemt hoop ook ‘een weg van keuzes’, dat we moeten leren om de boodschappen van ontmoediging, wanhoop en angst te overwinnen; dat als deze ons in moeilijke tijden overvallen, we ons moeten richten op het licht.

Ik weet nog dat toen ik dit voor het eerst las er allerlei flarden van Bijbelteksten door mijn hoofd gingen, er zijn er zovelen; zo mooi, zo bemoedigend.
En terwijl ik nu achter mijn laptop zit, bedenk ik mij dat ik vast al het een en ander over Hoop heb geschreven, dus ik kijk snel ‘even’.
Als ik in mijn documenten het woordje Hoop intyp en op zoeken klik, ben ik verbaasd over wat er allemaal tevoorschijn komt.
Ik lees hier en daar wat, en verbaas mij vervolgens weer over het feit dat ik enerzijds zo ‘vergeetachtig’ ben (gezien wat ik lees), en anderzijds hoe opeenstapeling van moeilijke dingen het toch weer kunnen winnen en een mens voor korte (of langere) tijd hun hoop kunnen roven of besmetten.
Het ‘even’ wordt wat langer als ik documentje na documentje aanklikt, afbeelding na afbeelding met gedichtjes over Hoop en teruglees wat ik allemaal heb geschreven.

Hoop is een glimlach in het duister …
Met het teruglezen van een bepaald gedichtje word ik teruggebracht in de tijd, een heel moeilijke en verdrietige tijd, en herinneringen aan de dag dat ik dit gedichtje schreef, komen terug.
In gedachten zie ik nog de foto, van waaruit ik dit gedichtje heb geschreven, aan de muur hangen.
Weliswaar niet meer in detail, maar wel de kern.
Waar de foto was genomen, weet ik niet meer, maar ze hadden hem opgehangen vanwege de hoop die deze foto uitstraalde.
Het was een foto van een kabeltreintje dat een helling opreed in een stad.
Onderin was het vrij donker, maar waar bovenaan de weg ‘ophield’, was het felle licht van de zon zichtbaar, en daar reed het treintje naar toe.
Ik herinner me weer hoe ik geraakt werd door dit beeld, - ‘Gods licht, -Hoop, dat altijd aan de horizon gloort’, en dat ik dit beeld en deze gedachten mee naar huis nam, terwijl de woorden van het gedichtje zich al in mijn hoofd vormden.
Hoe donker die tijd ook was, deze foto was voor mij een glimlach in het duister, omdat het het Licht van Hoop in mijn ziel ontstak.
Het gedichtje is nooit verder gekomen dan mijn Facebookpagina ‘Bloem in Gods tuin’, zelfs op mijn Gedichtensite stond het niet.
Misschien wachtte het wel speciaal op deze dag, op dit moment, om een glimlach in het duister voor een ander te zijn.

De trein van het leven
trekt voor een ieder
zijn eigen spoor.
Soms zijn er heuvels,
dan weer dalen,
het gaat maar door.
Maar als we stappen
in de trein van Gods genade,
gloort Zijn licht aan de horizon.
Hoop doet onze kracht herleven
als we blijven putten
uit Zijn Bron.


Ja, hoop is een glimlach in het duister!
Want Hoop doet Leven, hoop geeft perspectief, hoop geeft nieuwe moed en kracht, omdat Hoop een Naam heeft, en die Naam is Jezus!

Ooit schreef ik ook het blogje ‘Niets kan je hoop doven’, en hoewel ik zelf nog menigmaal het gevoel heb gehad dat dit wel zo was, was het in werkelijkheid niet zo.
Ja, het zicht op onze hoop kan voor korte of langere tijd ondergedekt of beschadigd raken, maar als kind van Hem hebben we in Jezus een blijvende hoop, een hoop die een anker is voor onze ziel.

‘opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen,
een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben
om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.
Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel,
dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom,
achter het voorhangsel.’
Hebreeën 6:18, 19

‘En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader,
Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade,
moge uw harten vertroosten en u in elk goed woord en werk versterken.’
2 Thessalonicenzen 2:16,17

Zijn licht van hoop
schijnt altijd
en in elke omstandigheid.
Het is door niets
en niemand te doven.
Ik bid, dat Hij
je tranen mag drogen,
zodat je kunt zien
en geloven.


*>> ‘Hoop en Vertrouwen’ - Debora M. Coty

👉‘Niets kan je hoop doven’

dinsdag 7 januari 2025

Pleidooi voor ...

Wij hebben geen krant meer, werd gewoon te duur, maar als ik ergens ben en hij ligt er om in te kijken dan neem ik hem zeker even ter hand; zo ook vanmiddag.
Ik was namelijk vanmiddag even bij de garage om één van de ruitenwissers van mijn auto te laten vervangen, want er zat een scheurtje in.
Terwijl ik wachtte, pakte ik de krant die er lag en bekeek even de voorkant, en las wat koppen.
Mijn oog werd echter getrokken naar een titel in de inhoudsopgave en aangezien ik me bedacht dat het vervangen van een ruitenwisser nooit lang kon duren, bladerde ik maar direct door naar de pagina van de bewuste column.

Pleidooi …
Wat een geweldige column!
Ik snap dat het geen wereldnieuws is, in wezen helemaal geen nieuws want het is een column, maar wat mij betreft had het zeker op de tweede pagina mogen staan, zo belangrijk vind ik eigenlijk zijn pleidooi (dat is het woord wat in mij omkomt) om toch de papieren Bijbel te gebruiken en niet de digitale.
Meer nog, om de papieren bijbel tot een persoonlijk Boek te maken en te koesteren, zoals de schrijver zegt.
Een column, die naar ik hoop vele mensen gelezen hebben, of nog zullen lezen; meer nog, dat het menigeen tot nadenken zal stemmen en ervoor doen kiezen om ook zelf hun Bijbel tot een persoonlijk Boek te maken.
Hij zegt het zo mooi in die tweede zin, en ik citeer: ‘De Bijbel jezelf toe-eigenen als een uniek exemplaar, dat gelezen, gebruikt en geleefd wil worden.
Ik ben misschien te oud, alhoewel 63 jaar …, maar ik zie dit niet echt gebeuren met een Bijbel die je op je telefoon leest, en waar je weet ik veel hoeveel andere dingen op doet, dingen die misschien het Licht niet eens kunnen verdragen.

In het kort …
De schrijver vertelt over de Bijbel van zijn overgrootmoeder; aan de herinneringen die hij aan haar en haar Bijbel heeft, en hoe dit stukgelezen exemplaar, vol streepjes en aantekeningen, hem tot een voorbeeld is geworden om zelf de Bijbel ook tot een persoonlijk Boek te maken met eigen aantekeningen en streepjes.
In de manier waarop hij schrijft over hoe zijn grootmoeder met haar Bijbel omging, proef ik haar koestering van dit Boek, en zie ik vervolgens in zijn schrijven welk een invloed daar weer vanuit is gegaan.

Voor nu zou ik willen dat ik even een foto had gemaakt van de hele column (nu alleen even van de titel om die niet te vergeten en daarmee de eerste regels) om wat beter weer te kunnen geven wat hij allemaal schreef, want er stonden mooie dingen in.
Maar okay, misschien ook weer goed, kan ik ook niet de fout ingaan met copyright enz.
En uiteindelijk is de titel van zijn column waar het op neer komt en wat alleszeggend is: Koester je papieren Bijbel.

Koester je papieren Bijbel!
Je papieren Bijbel houd je altijd alleen bij wat God zegt; je kunt het lezen, erbij bidden, erover nadenken, je kunt er wat bij schrijven, tekenen of onderstrepen, maar iets anders kun je er gewoon niet mee doen.
Terwijl als je de Bijbel op je telefoon lees, de verleiding erg groot is om over te gaan op andere dingen, of als je hem niet uitzet, dus op bv. ‘niet storen’ of ‘vliegtuigmodus’, allerlei appjes, meldingen of oproepen je weg(kunnen)halen bij de Heer.
Want is dat niet in wezen waar we zijn als we in de Bijbel lezen, bij de Heer?
Hij spreekt immers tot ons door Zijn Woord!
Koester je papieren Bijbel …

In mijn gedachten komt automatisch het schilderij ‘Overpeinzen’ van Caroline van de Vate*.

Koesteren …
Iets nauw aan je hart houden.
Hoe kun je Gods Woord koesteren vanuit een telefoon, ja, dat vraag ik me echt af.
Hoe kunnen Hij en Zijn Woord de hoogste plaats in ons leven hebben, als het gedeeld moet worden met zoveel wereldse dingen?
Of zet je al het andere op je telefoon uit om echt alleen met de Heer te kunnen zijn?
Ik wil geenszins ook maar iemand veroordelen, of dat gevoel ook maar geven zelfs, als hij de Bijbel digitaal leest, echt niet; dat je Zijn Woord leest blijft altijd het belangrijkste.
Toch wil ik -als je de Bijbel altijd, of meestal, digitaal leest, vragen om er toch eens over na te denken.
Is je digitale Bijbel voor jou ook een persoonlijk Boek?
Koester je dat, houd je dat dicht aan je hart?


* 👉 Caroline van de Vate

   👉 'Overpeinzen'
         (even iets naar beneden scrollen)

PS. Nog even een kleine aanvulling:
De blog is gericht op het gebruik van de papieren Bijbel in de samenkomst en voor persoonlijke tijd met de Heer; als het gaat om studie, dingen opzoeken of vergelijken etc. is de digitale Bijbel voor mij heel belangrijk; zou dan niet meer zonder willen.

woensdag 1 januari 2025

Het kleine potloodje ...

Het is inmiddels alweer een paar jaar geleden dat ik prachtige kalender met Bijbelteksten in mijn toilet had hangen, al heb ik hem destijds vooral gekocht om de quote op de voorkant.
En het is deze quote waar ik altijd al een blogje aan had willen wijden, maar op de één of andere manier kwam het er gewoon nooit van; altijd kwam er iets tussen, ontbrak mij de tijd, of kwamen voor mijn gevoel de juiste woorden er niet voor.
Tot vandaag, vandaag kwam het opnieuw in mijn gedachten en nu was er niets dat mij belette of tegenwerkte om (eindelijk) deze prachtige quote ook in mijn Blog op te nemen.
Het is een best bekende quote (denk ik), maar hij blijft dag na dag, jaar in en jaar uit nog even actueel en de moeite van het overdenken waard.

‘I am a little pencil in the hand of a writing God,
Who is sending a love letter to the world.’

‘Ik ben een kleine pen in de hand van een schrijvend God,
Die een liefdesbrief zendt aan de wereld.’

Moeder Theresa

Er waren eens twee potloden, een prachtig vulpotlood en een klein eenvoudig potloodje.
Ze lagen beiden op een bureau, maar het kleine eenvoudige potloodje lag in een bakje tussen allerlei pennen en andere dingen, terwijl het vulpotlood een prominente plaats op het bureau had, zodat het direct gebruikt kon worden als hij nodig was.
Het vulpotlood werd namelijk dagelijks door de heer des huizes gebruikt voor allerlei zaken, terwijl het kleine potloodje slechts af en toe uit het bakje werd gehaald om door de handjes van een klein meisje te worden gebruikt.
Als het vulpotlood leeg was, deed de man er weer een nieuwe vulling in, maar als het potlood stomp geworden was, pakte de man een puntenslijper of zijn zakmes, zodat er weer een punt aankwam.

In de momenten dat ze beiden stil en ongebruikt op het bureau lagen, nam het vulpotlood menigmaal van de gelegenheid gebruik om zijn belangrijke status bij het kleine potloodje in te wrijven.
‘Moet je eens zien’, zei hij dan, ‘hoeveel bladen er wel niet met mij worden vol geschreven om moeilijke berekeningen te maken. Maar jij, jij wordt alleen maar gebruikt voor simpele, domme tekeningen. En moet je eens zien hoe je eruitziet, pff, noem je dat nu een mooie punt? En moet je eens zien hoe beschadigd je bent door dat mes. Ik blijf tenminste mooi en heb dat slijpen niet nodig, een nieuwe vulling en … je kunt mij gewoon weer gebruiken. Ik wil gewoon niet in de handen van dat meisje zijn.’
Als het vulpotlood rechtop had kunnen staan, dan zou hij op deze momenten fier en trots boven het kleine potloodje uitgetorend zijn.
Het kleine potloodje werd altijd heel verdrietig van deze momenten, en kon zich dan heel onzeker en minderwaardig voelen.
Soms, soms was hij zelfs een beetje jaloers op het vulpotlood, maar ach, als dan het kleine meisje kwam en hem in haar kleine handjes nam om mee te tekenen, dan verdween dat gevoel heel snel, want de warmte van haar handjes en de blijdschap waarmee ze hem gebruikte, woog niet op tegen het gesnoef van het vulpotlood.

Op een dag was het potloodje zo klein geworden dat het niet meer geslepen kon worden, niet door de puntenslijper en noch door het mes, en de man gooide het potloodje in de prullenmand.
Maar ook het vulpotlood had niet het eeuwige leven.
Hoewel hij lang mee kon gaan, was hij niet zo sterk als hij had gedacht, want op de dag dat de man ’s morgens het kleine potloodje in de prullenmand had gegooid, rolde eind van de dag het vulpotlood op de grond en stapte de man er per ongeluk op.
Hij was zo beschadigd, dat de man ook het vulpotlood in de prullenmand gooide.
En zo kwam er op één dag een einde aan het leven van zowel de vulpotlood en het kleine potloodje.

Die avond zat de man nog even achter zijn bureau te werken, en voor ze naar bed ging, kwam het meisje nog even bij haar vader langs.
Teder tilde hij haar op en zette haar op zijn knie.
De ogen van het meisje gingen over het bureau van haar vader, en ineens zag ze dat ook het mooie vulpotlood van haar vader er niet meer lag.
'Oh papa, is uw mooie potlood ook kapot? Dan hebben we allebei een nieuwe nodig.’
De man deed de la van zijn bureau open en haalde er een nieuw klein potlood uit voor zijn kleine meisje, en legde er ook een nieuw vulpotlood naast voor zichzelf.
‘Morgen mag je er mee tekenen’, beloofde hij, ‘maar nu moet je naar bed.’
Het meisje sloeg haar armpjes om haar vaders hals en ze gaven elkaar een dikke knuffel.
Voor de man nog even verder ging met zijn werk, pakte hij een map uit de la van zijn bureau en haalde er een stapeltje papieren uit die hij stuk voor stuk bekeek.
Een warme glimlach gleed daarbij over zijn gezicht, en met een zucht deed hij even later alles weer terug in de map en borg hem zorgvuldig op.

Het werd donker, de nacht viel.
Op het bureau lagen de twee nieuwe potloden al klaar voor gebruik, terwijl in de prullenmand de ouden wachten op hun laatste rustplaats.
Het eens zo mooie vulpotlood kon het nog steeds niet laten om te snoeven, al viel er eigenlijk niets meer om over op te scheppen.
Maar nogmaals moest hij toch even zeggen welk een belangrijk werk hij altijd had gedaan, en dat ook al was het nu afgelopen, hij toch altijd een heel belangrijke positie had gehad, veel belangrijker dan het stompje potlood.
Al met al had hij toch een goed en belangrijk leven gehad; veel beter en belangrijker dan dat stomme potloodje die alleen maar werd gebruik door een klein meisje.

Het kleine stompje potlood werd er niet meer verdrietig door, want hij had alle tijd gehad om na te denken over alles wat dat vulpotlood steeds tegen hem had gezegd, en hij had zich op een dag iets heel belangrijks gerealiseerd.
Alle bladen die het vulpotlood had volgeschreven, waren uiteindelijk altijd allemaal in de prullenmand beland, en er was niets meer van over of te zien, maar alle tekeningen die het meisje met hem had gemaakt, waren in een map gestopt door haar vader en werden door hem bewaard alsof het de meest kostbare kunstwerken waren.
Waren al die tekeningen dan ook echt zo mooi en veel geld waard?
Nee, dat niet; misschien als hij door de handen van een kunstenaar was gebruikt wel, maar och, dat deed er niet toe.
Hij was blij en dankbaar voor het leven dat hem was gegeven en voor de taak die hem was toebedeeld, want welk een liefde was niet zichtbaar in die map met al die tekeningen.
En ach, al de pijn van dat slijpen, was dat ook niet nodig geweest zodat de tekeningen mooier konden worden?
Nog eenmaal glimlachte het stompje, want hij herinnerde zich ineens ook weer al die andere tekeningen die het meisje gemaakt had, voor haar mama, haar oma, voor de juf, en voor …
Hoeveel liefde is er niet door hem verspreid door zich te laten gebruiken door dit kleine meisje voor al haar tekeningen.

Ach, het had voor het vulpotlood ook zo anders kunnen zijn, dacht hij.
Maar die wilde alleen maar door de heer des huizes worden gebruikt voor belangrijke berekeningen, en deed altijd moeilijk als het kleine meisje hem even mocht vasthouden om wat mee te schrijven.
Hij zorgde er expres voor dat zijn punt dan naar binnenging, en zelfs een keer dat hij afbrak; nee, hij heeft nooit in de handen van dat meisje willen zijn, dat wist het stompje wel.
En dat mensen soms verdrietig werden van de berekeningen, och, dat interesseerde hem ook niet.
Hij wilde alleen maar zelf belangrijk zijn.
Eigenlijk, bedacht het stompje zich, eigenlijk was het heel verdrietig dat het vulpotlood alleen voor zichzelf heeft geleefd en de kansen om iets te kunnen betekenen had weggegooid.

‘I am a little pencil in the hand of a writing God, Who is sending a love letter to the world.’

Er zijn wel tig soorten potloden en in alle vormen en maten, in allerlei kleuren, en verschillende hardheid, en zo hebben ze daardoor ook allemaal hun eigen functie.
De één is om te tekenen, de ander om mee te schrijven, weer een ander om mee te kleuren, en zelfs in deze hoedanigheden zijn er nog weer allemaal verschillen en doen mensen er verschillende dingen mee.
Tekeningen verschillen, wat ermee geschreven wordt is anders, zelfs het gebruik van kleuren is anders.
Zo is het ook met ons mensen; we zijn zo verschillend als dag en nacht, en toch zegt de Heer dat we één lichaam vormen, en dat we allemaal belangrijk en nodig zijn, als ook allemaal een eigen taak hebben.
En  ... dat Hij ernaar verlangt dat wij onszelf overgeven in Zijn handen, als het kleine potloodje in de handen van dat meisje.
De vraag is: Willen wij het kleine potloodje zijn in de handen van de God die alles heeft gemaakt en een plan en doel heeft met alles; die de geschiedenis heeft geschreven?
Willen wij het kleine potloodje zijn door wie Hij Zijn liefde de wereld inbrengt? 

dinsdag 26 november 2024

Voedsel voor de Ziel ...

Voor ik ga slapen, lees ik liggend in mijn warme bedje altijd nog even uit een Dagboek of een boekje met korte stukjes.
Voor de afgelopen tijd was het een boekje met korte bemoedigende stukjes genaamd 'Blijvende Hoop'; een boekje met 'Inspirerende Bijbeloverdenkingen' van verschillende schrijfsters.
Nu las ik ondanks iets in één van de stukjes wat mij zo raakte, dat het mijn schrijvershart in beroering bracht als ook weer in beweging; want ja, mijn laatste blogje dateert van ruim drie maanden geleden.


'Mijn ziel is aan het sterven, maar dit Boek is voedsel voor mijn geest.'


De schrijfster van het stukje vertelt in deze overdenking over haar worstelingen met haar angsten en depressies, en hoe dit haar soms zo uitputte, dat ze daardoor, samen met de bezorgdheid over haar geestelijke staat, niet in staat was om in haar Bijbel te lezen.
De betekenis van de woorden drong nauwelijks tot haar door, Gods nabijheid voelde ze niet meer, en het leek haar nutteloos te hopen dat de Heer haar, of haar leven, ooit kon veranderen.
Toch las ze door in Zijn Woord en op een gegeven moment voelde ze dat de negatieve gedachten van haar af vielen.
Ze geeft aan dat Zijn Woord niet bleef hangen, of zoals ze het zelf zegt 'ze zou nog steeds geen Bijbelquiz kunnen winnen', maar haar binnenste hernieuwde zich, en ze voelde zich gesterkt en weer hoopvol.
En zo moedigt ze ons aan in dit stukje om het Bijbellezen níet op te geven, ook niet als we ons verward voelen, angstig, depressief of bezorgd.
Ze spoort ons aan om dan de Bijbel ter hand te nemen en te zeggen:
'Dit Boek staat aan mijn kant.
Mijn ziel is aan het sterven, maar dit boek is voedsel voor mijn geest.
Ik wil doen wat juist is en het is juist om altijd de Bijbel te lezen.'


Het raakt mij, omdat ik het herken, dit sterven van de ziel.
Maar ik herken ook het andere, hoe het toch blijven lezen van Gods Woord langzaamaan dingen veranderd, vernieuwd, versterkt en nieuwe hoop en moed geeft.
Ja, Gods Woord is voedsel voor onze geest in voor- en in tegenspoed.
En daarom is het altijd juist om in de Bijbel te lezen, ongeacht hoe we ons voelen.
Nee, het is niet makkelijk, soms is het gewoon ronduit moeilijk en zwaar om het toch te doen, maar toch ..., toch kan het dan juist zo zijn dat, dwars door wat wij voelen met het lezen heen, er een aanraking komt van Zijn Geest en een begin van herstel en genezing brengt. 


Mijn ziel is aan het sterven ...

Alles om mij heen raast
en neemt mij mee
in een eindeloze stroom
van bezigheden en druk
die ik maar niet tot
stoppen kan dwingen.

De rust en stilte, 
die ik juist zo nodig heb,
wordt mij ontnomen;
ik word geleefd en
ik merk hoe alles in mij 
begint te wringen.

Vreugde en vrede zijn
steeds verder te zoeken
en zeurende pijn die nu
dagelijks met mij meereist,
berooft mij van mijn energie
en de lust om te zingen.

En toch ...
'maar dit boek is voedsel voor mijn geest.'

Uw Woord blijf ik lezen, zelfs
als het me soms nauwelijks raakt,
of ook nog maar blijft hangen;
en mijn handen blijf ik vouwen,
al zijn mijn gebeden misschien
wat korter en minder dan voorheen.

Ik doe het niet slechts omdat
ik weet dat het het juiste is,
maar ook omdat ik weet:
eens gaat mijn hart weer open,
zal ik óók weer ervaren:
ik was, én ben, nooit alleen.

Zijn woord is levend en krachtig;
nooit keert het leeg terug, maar het zal
altijd doen waartoe het is geroepen.
Laten we dan Zijn Woord blijven lezen,
al is het door een mist van tranen,
door een waas van ons geween.

'Mijn ziel is aan het sterven, maar Dit Boek is voedsel voor mijn geest.'
Ach Heer, zonder Uw Woord, zou ik allang nergens meer zijn geweest.
Uw Woord brengt leven, geeft leven, ja, Uw Woord doet leven,
en zal ons -vroeg of laat, altijd weer diepe vrede en vreugde geven.


Dank U, Heer, voor Uw Woord, dat zo rijk en krachtig is.
Dank U, dat het doorwerkt, ook als wij er niets van ervaren, als het ons niets lijkt te doen, en zelfs als wij het niet kunnen onthouden.
Dank U wel, dat Uw Woord met wat het kan doen nooit afhankelijk is van hoe wij ons voelen, of wat ij erbij ervaren, maar dat het altijd zal doen waartoe U het zendt om te doen.
Help ons, Heer, om te doen wat juist is en Uw Woord openen, opdat U ook Uw werk door Uw Woord heen kunt doen.
In Jezus' Naam.

- Amen -


'Maar Hij antwoordde en zei:
Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven,
maar van elk woord dat uit de mond van God komt.'
Mattheüs 4:4 

'Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard,
en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg,
en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.'
Hebr. 4:12

'Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel
en daarheen niet terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.'
Jesaja 55:10,11

'Want alles wat eertijds geschreven is,
is tot onze onderwijzing eerder geschreven,
opdat wij in de weg van volharding en vertroosting
door de Schriften de hoop zouden behouden.'
Rom. 15:4



Tot slot nog even dit.
Vanmorgen luisterde ik naar een preek die ik doorgestuurd gekregen had van een lieve vriendin, en ik denk dat deze preek een prachtige aanvulling als ook afsluiting is van dit blogje.
👉 'Overwinnaar in Christus'

zaterdag 10 augustus 2024

Refiner's Fire van Brian Doerksen

Herschreven en opnieuw uitgebrachte versie.


Als ik met het maken van mijn vorige blogje het nummer 'Maak mij rein voor U' op zoek om het nog even na te lezen en te kijken waar het vandaan komt voor ik het aan mijn blogje toevoeg, zie ik ineens dat het komt van het nummer 'Refiner's Fire' van Brian Doerksen; ik was dit helemaal vergeten.
En aangezien ik vaak de Engelse versies qua tekst beter vind van een vertaald nummer, zoek ik het snel weer even op op You Tube.
Maar met dat ik het opzoek, realiseer ik mij ook, dat de titel van dit lied terugkomt in het hoofdstukje waaruit mijn blogje 'Dwars door het Vuur' komt.
Daar spreek Susannah Spurgeon namelijk over het vuur van de 'Raffinadeur'.
Ze zegt, en ik citeer:
'Daarom wordt het gebod zo vaak gehoord, het gebod dat hart en leven doortrilt: Gij zult het door het vuur laten doorgaan. Het is omdat ons geloof zo kostbaar is, onze liefde als van goud en onze hoop zo bemoedigd wordt. Daarom moet het altijd weer aan het vuur van de Raffinadeur worden blootgesteld.'
En ook:
'De bedoeling van onze grote Raffinadeur is om ons te tuchtigen, niet om ons te verderven.'

'Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.
Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken.
Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige van Israël, uw Heiland.'
Jesaja 43:2,3a

Het is de Heer nóóit te doen om ons onderuit te halen, maar om ons juist mooier te maken, reiner, zuiverder, volmaakter; en alles tot Zijn glorie en eer.


Maar met het opzoeken van het nummer van Brian Doerksen kwam ik er ook achter dat hij het nummer inmiddels heeft herschreven.
Hierover heeft hij een video gemaakt en ik pik er even een gedeelte uit waarin hij vertelt hoe hij tot het herschrijven van dit nummer is gekomen; ik geef het even in eigen woorden weer.

Brian was 23 jaar toen hij Refiner's fire schreef, en in de video geeft hij aan dat hij door de jaren heen altijd heeft geprobeerd om nieuwsgierig te blijven om te blijven leren en om te blijven groeien en zo gebeurde het dat in de 20-jarige reis van Refiner's fire hij begon te worstelen met één regel, misschien meer nog met één woord.
Met dat hij groeide in zijn relatie met God, ging het zoveel meer over geworteld zijn in liefde, dat dit woord er eigenlijk niet meer bij paste, omdat het zo'n ander beeld gaf.
En toen kwam het idee in hem op om het nummer te herschrijven.

In eerste instantie wees hij deze gedachte af, want ja, een nummer dat zo bekend en geliefd is herschrijven, dat doe je niet zo maar.
Toch liet de gedachte hem niet los, en zo kwam na verschillende jaren toch het moment dat hij besloot om het nummer te gaan herschrijven.
Maar ... het was makkelijker gezegd dan gedaan.
Ooit schreef hij het als oprecht gebed, en die persoon die hij toen was, wil hij ook nu nog respecteren.
Maar hij wil ook de man die hij nu is, met alles wat hij onderweg heeft geleerd, respecteren; en uiteindelijk gaat het maar om één woord, het woord 'Meester'.
Voor hemzelf was het zoveel logischer om dit te veranderen in 'Maker', omdat dit meer aansluit bij het gebed om een zuiver hart, namelijk worden zoals Hij, onze Maker.
'Niet iemand Die ons overmeesterd heeft, maar Iemand Die van ons heeft gehouden en ons heeft gemaakt om een specifieke reden; een manier om lief te hebben en dienen en zorgen voor anderen.'

Hij zo herschreef het nummer, maar om het allemaal nog ietsje duidelijker te maken, besloot hij ook om er een nieuwe 'bridge/brug' aan toe te voegen waar de focus ligt op 'klaar om Uw wil te doen' en met deze wil gaat het om liefhebben, dienend en zorgzaam.
En zo was daar de nieuwe versie Refiner's Fire, 'een vrucht van misschien wel jaren worstelen', maar ook een versie waarvan het gevoel heeft alsof hij het de volgende vijfendertig jaar wel kan zingen.


Het verhaal achter het Lied

Ik hoefde niet lang na te denken om te begrijpen wat hij zegt, en om mee te gaan in zijn denk- en voelwijze waarom hij het lied zo niet meer kon zingen, en de tekst en het lied wat veranderde.

Niet meer: 'Set apart for You, my Master, ready to do Your will.'
                  'Apart gezet voor U, mijn Meester, bereid om Uw wil te doen.'
Maar: 'Set apart for You, my Maker, ready to do Your will.
           'Apart gezet voor U, mijn Maker, bereid om Uw wil te doen.'

Als we de Heer langer kennen, verandert er iets in onze relatie, we groeien dichter naar Hem toe.
En waar het woord 'Meester' enige afstand inhoudt, is dat anders met het woord 'Maker'.


Om alles nog iets duidelijker te maken heeft hij er een bridge (-brug) aan toegevoegd.
'Ready to do Your will, to love like You love.
Ready to do Your will, to serve like You serve.
Ready to do Your will, to care like You care.
To serve like You serve.
To care like You care.'


Bereid om Uw wil te doen, om lief te hebben zoals U liefhebt.
Bereid om Uw wil te doen, om te dienen zoals U dient.
Bereid om Uw wil te doen, om te zorgen, om te zien naar, te bekommeren om, zoals U dat doet.



🔥Refiner's Fire ...🔥
Het vuur van de raffinaderij ...
Niet om te vernietigen, maar om te zuiveren.
Niet om stuk te maken, maar om mooier te maken.
Niet om te breken, maar om te vervolmaken.




In de link hieronder vind je de volledig nieuwe tekst van Refiner's Fire.

maandag 15 juli 2024

Dwars door het vuur ...

(Oorspronkelijke titel Hoofdstuk: Bij de vurige ovens)

Gedichten (en enkele gedachten, samenvattende woorden en/of citaten) bij het boekje >> 'Liefde tot het einde' van Susannah Spurgeon.

Hoofdstuk 17








Numeri 31:23

‘Alle ding dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde.’
SV

‘… elk ding dat vuurvast is, moet u door het vuur laten gaan, zodat het rein wordt, …’
HSV

‘Als wij Gods goud zijn,
moeten we doorlopend onderworpen worden
aan de loutering door het vuur.
Als Hij stelt dat wij zilver zijn,
dan moeten we telkens weer gereinigd worden,
opdat onze verontreiniging uitgezuiverd zal worden
en opdat alles wat echt en kostbaar is
in een nieuwe schittering zal stralen tot Zijn eer.’

Susannah Spurgeon

‘Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.’
1 Petrus 4:12

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7


Dwars door het vuur

Door mijn hoofd gaan de woorden,
dat Hij mij dwars door het vuur
rein maakt, en puur.
Dat ik mij uitstrek naar Jezus, naar
meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar ben ik daar werkelijk toe bereid?

In mijn ziel is dat diepe verlangen
naar rein willen zijn en puur,
maar wil ik wel écht door dat vuur?
Alles in mij verlangt naar meer van Hem,
naar meer van Zijn Geest en heiligheid,
maar door het vuur is géén kleinigheid.

Het vuur dat mijn leven zuivert, doet pijn,
en in dit proces huil ik vaak menige traan.
Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik bezwijk,
dat ik er volledig aan onderdoor zal gaan.

Opnieuw klinken er woorden in mijn hoofd:
‘Wees niet bang, Ik ben bij je
ook nu je door het vuur moet gaan.
Wees niet bang, want Ik ben je God en Heiland.
Het vuur zal je niet verbranden,
maar je straks rein voor Mij doen staan.’

Vrede daalt neer, en maakt mijn hart bereid.
‘Hier ben ik, Heer, ga gerust Uw gang.
Laat alles verdwijnen wat niet is tot Uw eer;
meer van U, minder van mij is al wat ik verlang.’

Het is inmiddels bijna 5 jaar geleden dat ik het gedichtje schreef bij dit hoofdstukje.
En hoewel ik er een aantal weken geleden al mee begonnen was om er een blogje van te maken, waren er opnieuw allerlei dingen die er tussen kwamen.
Maar vanmorgen kwam ik het opnieuw tegen en het lezen van het gedichtje zette mij weer even goed stil, om mij daarna in beweging te brengen. 
Nee, het gaat hier nog steeds niet echt lekker; er gebeurt nog van alles, en doordat ik zelf ook nog eens in de lappenmand zit, vind ik het op dit moment allemaal best moeilijk en zwaar.
En dan lees ik dit gedichtje, het hoofdstukje waaruit het komt, als ook wat ik geschreven heb in mijn Stille Tijdschrift.

Dwars door het vuur …
Wat zing ik deze woorden vaak makkelijk; het is ook wel een prachtige melodie om te zingen, en het is immers ook het verlangen van mijn hart.
Maar …, ik bedenk me vandaag dat ik met de moeilijkheden die er zijn en elkaar soms zo blijven opvolgen, er vaak maar weinig bij stilsta dat dit ook Gods reinigende, louterende vuur kan zijn.

‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.

Dwars door het vuur …
Ik lees wat ik schreef in mijn schrift:
🙏 
Heer, het vuur heb ik niet lief, ik vrees het soms (vaak), maar toch Heer, ga Uw gang, opdat alles wat niet tot Uw eer is, verdwijnen zal. 
- Amen - 

Een ‘enkel vuur’ om doorheen te gaan is vaak nog niet zo moeilijk, maar wat als de ene vuurstorm op de andere volgt?
Blijf ik dan ook staande in geloof, met vreugde, vrede, kracht, troost, hoop …?
‘De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’

‘Het vlees mag er van tijd tot tijd voor terugschrikken om gezuiverd te worden, maar we hoeven niet bang te zijn, want het is niet gericht op onze ondergang.’
(eigen weergave van Susannah’s woorden)   

‘opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’
1 Petrus 1:7

Dwars door het vuur …
Heel wat gedachten buitelen door mijn hoofd terwijl ik met dit blogje bezig ben; te veel om te beschrijven.
Woorden van het lied ‘Maak mij rein voor U’ blijven maar terugkomen in mijn gedachten.
‘Dwars door het vuur …
Ik strek mijn uit …
Ja, ik besluit, Jezus, …
een dienstknecht te zijn van U, mijn Meester,
steeds tot Uw wil bereid.’

Steeds tot Uw wil bereid!
Ook in het vuur van beproeving, omdat het tot Zijn eer en glorie is.

‘Als Zijn beproefde goud tevoorschijn komt, zal dit bij Zijn verschijning bevonden worden tot lof en eer en heerlijkheid.’
Susannah Spurgeon

Dwars door het vuur!
Ziende op de liefde van Hem, Die ons gaf wat Hem het dierbaarst was om ons te redden.
Horende Zijn liefdevolle woorden: ‘Vrees niet, want Ik ben met u!’
Wetende: nooit langer dan nodig is.

Gelovend vertrouwen.
‘dat het rein worde.’
Volmaakter.
Zuiverder.
Stralender.



  Opwekking 427 - Maak mij rein voor U


‘En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen,
omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt,
en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
En de hoop beschaamt niet,
omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is
door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’

Romeinen 5:3-5

‘Acht het enkel vreugde, mijn broeders,
wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt,
want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.
Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken,
opdat u volmaakt bent en geheel oprecht,
en in niets tekortschiet.’

Jakobus 1:2-4

maandag 27 mei 2024

De Pottenbakker

De pottenbakker kijkt tevreden naar de klei in zijn hand.
Goede klei, gehaald uit de beste en meest vruchtbare grond, en waarmee hij een prachtige vaas kan maken.
In zijn gedachten is het werkstuk al af.
Het moet niet alleen prachtig worden, een sierlijke pot die zal stralen met de schoonheid van zijn kunde, maar het moet tegelijkertijd nuttig zijn; een vaas met als doel het leven beter te maken.
En zo zet de pottenbakker zich neer aan zijn draaischijf en begint hij te werken.

De klei protesteert.
Die klei heeft een eigen wil en een idee wat voor vaas hij wil worden en al bij de eerste bewegingen van de krachtige vingers van de pottenbakker schreeuwt de klei het uit: Nee, nee, nee.
Dat gaat niet goed.
Je maakt me veel te dik… of te dun.
Ik ben bang dat je me vormt tot een saaie pot, maar dat wil ik niet.
Ik wil een kruik worden met een tuit waaruit heerlijke wijn geschonken kan worden zodat alle mensen blij met me zullen zijn op hun feesten en naar mij verlangen.

De pottenbakker stopt even met kneden en schudt zijn wijze hoofd en zegt dan geduldig: “Weet je het zeker?
Dan mag je het zelf proberen.
Die vrijheid heb Ik je gegeven.
De klei staat er verbaasd van, krabt zich op zijn smeuïge hoofd en zegt dan: “Eh… hoe moet dat precies?”
De pottenbakker haalt Zijn schouders op.
“Als je het Mij niet wilt laten doen, moet je het verder ook zelf uitzoeken, maar ik vrees dat je er dan een grote knoeiboel van maakt.
Je hebt de kennis en de wijsheid niet, maar als je Mij Mijn gang laat gaan beloof Ik je dat Ik iets van je zal maken waardoor je gelukkig wordt.
Durf je jezelf aan Mijn handen over te geven of doe je het toch liever zelf?”

Tersluiks kijkt de klei naar de donkere hoek in de werkkamer van de pottenbakker.
Een vervelende plaats is dat, want daar liggen een aantal vreemde, afstotelijke halfbakken potten.
Potten met gaten aan de onderkant, potten die helemaal geen potten zijn maar een verwarde opeenhoping van misbruikte klei, en er ligt er zelfs een soort vaas met een handvat dat aan de binnenkant zit in plaats van aan de buitenkant.
Waardeloos.
Onbruikbaar.
Terwijl ze gemaakt waren van de beste klei kan er niets anders mee gedaan worden dan ze op de afvalhoop gooien.
Opeens lijkt het hem toch niet zo’n goed idee om alles in eigen beheer te houden.
Die troep in de afvalhoek probeerde het ook zelf; die werkstukken weigerden zich over te geven aan de handen van de eeuwige kunstenaar.

Dan buigt de klei zich.
Hij is beschaamd.
“Meester, ik kan het zelf niet.
Vergeef het me.
Ik leg me in Uw handen.”
“Dat is goed,” antwoordt de pottenbakker en er verschijnt een stralende glimlach op Zijn verweerd gezicht.
Hij legt de klei precies in het midden van de pottenbakkersschijf en begint opnieuw.
Telkens weer zorgt hij ervoor dat zijn schepping precies in het midden blijft; in het centrum.
“Dat centrum,” zo zegt Hij tegen de klei terwijl Hij werkt, “… dat is Mijn Zoon, Jezus.
Als jij en Ik ervoor zorgen dat je precies in het centrum blijft staat er geen maat op tot waar Ik iets van je kan maken.”

En zo werkt de pottenbakker.
O, wat heeft Hij er een plezier in als Hij ziet hoe de vaas zich voor Zijn ogen begint te vormen en Hij zingt een vrolijk lied terwijl Hij aan het werk is.
Telkens weer voelt Hij met Zijn vakkundige handen of er nog kleine oneffenheden zijn, scheurtjes of kleine luchtbelletjes.
Die moeten grondig worden weggewerkt voordat zijn werkstuk in de oven verdwijnt.
Soms wordt de klei wat droog en dan sprenkelt Hij er wat nieuw water op.
Heel zuiver water uit een bak die naast Hem op de werkbank staat.
“Dat is het water van Mijn Woord,” legt Hij uit aan de klei die zich verlustigt in de handen van de kunstenaar.
En zo wordt het werk steeds mooier en kunstiger, precies volgens het plan van de pottenbakker.

En uiteindelijk is het werkstuk klaar.
Het duurde lang.
Een leven lang, maar het resultaat is om U tegen te zeggen.
Deze klei werd een prachtige vaas die straalt met de schoonheid van God.
Eigenlijk veel te mooi en te goed voor deze aarde.
"Dat was mijn plan,” zei de pottenbakker.
“Ik maakte je met het oog op de eeuwigheid.
Hier op aarde mag je nog even stralen, maar uiteindelijk gaat het om de eeuwigheid, waar Ik je ga gebruiken voor iets waar jij nu nog geen weet van hebt.”

Door: Koos Stenger
👉 Haardstee (voorheen ActiefOnline)
Met Toestemming

donderdag 9 mei 2024

Feit, Geloof en Ervaring ...

Een citaat om over na te denken en te onthouden voor ons dagelijks leven.

‘U kent waarschijnlijk het beeld van Feit, Geloof en ervaring, die eens samen op een muur liepen.
Feit liep stevig door, zonder rechts of links te gaan en zonder om te kijken.
Geloof volgde hem en alles ging goed, zolang hij Feit in het oog hield.
Maar zodra hij zich zorgen begon te maken over Ervaring en omkeek waar om te zien waar hij bleef, verloor hij zijn evenwicht en viel van de muur af.
En die arme Ervaring tuimelde ook naar beneden.’


Uit: Het Normale Christelijke Leven
Van: Watchman Nee




zondag 28 april 2024

Ontferm U!

Daar ik eigenlijk nog te moe was om te schrijven, ben ik maar weer even verder gegaan met het opruimen en ordenen van alles dat op mijn laptop staat; op de één of andere manier zit daar iets rustgevends in.
En zo gebeurt het, dat ik een opnieuw een opgeslagen ‘kladblokblaadje’ tegen kom met een gedichtje dat mijn binnenste ook dit keer weer in beroering brengt.
Ik zeg opnieuw, omdat ik dit ‘kladblokblaadje’ al vaker ben tegengekomen, maar gewoon niet meer weet of het nu van mijzelf was, of overgenomen, en ik kon het op de één of andere manier ook maar niet vinden.
Het voelt als van mij, en tegelijk ook weer niet, en dus ga ik dit keer eens goed op zoek in mijn documenten en Blogs of ik er ook maar ergens iets van kan terugvinden.
Het is niet eens veel later als ik het stukje vind waaruit dit gedicht komt.
Het blijkt te komen van mijn Blog 'In rust met U', waar ik n.a.v de kalender ‘Jouw dagmoment’ van Beth Moore, iedere week een stukje, gebed en gedicht schreef.
Het betreffende gedicht is van Week 24 - 2013 en gaat over depressie.
En ondanks dat ik niet van plan was te schrijven, brengt dit gedicht mij toch in beweging, daar uit mijn zoekwerk ook blijkt, dat ik het nooit op mijn gedichtensite geplaatst heb.
Daarbij is depressie iets dat de laatste jaren, in het bijzonder sinds de coronatijd, enorm is toegenomen.
En daar wij er in ons gezin vroeger ook mee te maken hebben gehad, raakt het mij nog steeds, want het is ingrijpend; het gaat diep, en doet heel veel met een mens, zowel met de persoon die het heeft, als degenen die ernaast staan; kortom, het beïnvloed het hele gezin.

Maar er is nog een andere reden dat ik iets meer uitweid met oog op dit gedicht, en dat komt door hetgeen ik vanmorgen hoorde met het kijken van een aflevering van een serie die ik keek.
Het is een aflevering waar het naast andere dingen over PTSS gaat.
Ik weet, het is maar een serie, maar er werd op een gegeven moment iets gezegd hierover, dat mij diep raakte, en ik zette de serie op pauze om snel pen en papier te pakken en het op te schrijven, want helaas hebben we ook hiermee in ons gezin te maken.
Van het gedicht, had ik toen nog geen weet.

Als ik dan het gedicht wat later tegenkom met het opruimen van mijn laptop, en vanuit mijn ooghoek het papiertje op mijn bureau zie liggen met het overgenomen citaat erop, kan ik niet anders dan in de pen klimmen om vast te leggen en door te geven wat ik heb gehoord en geschreven.
Biddend, dat het naast meer begrip, ook -al is het maar ietsje, Licht mag brengen in de duisternis van iemands leven.

Laat ik je eerst meenemen naar het citaat uit de serie.

‘Weet je wat het wreedste symptoom van PTSS is?
Het is een dief!
Het ontneemt ons het vermogen om het licht te zien.’

Van depressie weet ik dit; heb het zo van dichtbij gezien, en ergens zag ik het ook bij PTSS, maar met het vanmorgen zo ineens ziende te horen, dát kwam heel erg binnen.
Een dief!
Het ontneemt het vermogen om het licht te zien!
Licht, dat zo nodig is om te leven, om te kunnen functioneren, om ...
Hoe verschillend depressie en PTSS ook zijn, dit hebben ze wel gemeen.
En dat is ook hetgeen in het gedicht zo naar voren komt; de wereld waar licht (praktisch) ontbreekt, maar met de blik op wie God is, en de bede dat Hij erin komt bij eenieder die er mee te dealen heeft.

Al met al maakt me allemaal een beetje stil.
Aan de ene kant zou ik van alles willen schrijven, om op te beuren, om te troosten, om wat Licht te brengen, maar ik heb geen woorden om nog te schrijven; ik heb nauwelijks woorden om te bidden, zo ingrijpend zijn deze dingen.
Maar ik ervaar dat het ook niet hoeft; de woorden van het gedicht, hoewel al meer dan tien jaar oud, zeggen genoeg.


Ontferm U!

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel,
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat,
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel,
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van Liefde,
God van Licht,
God van Kracht,
en God van Leven.
God van Troost,
God van Hoop,
God van Bevrijding,
en God van Genezing.

Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

– Amen –


'Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE;
mijn God doet mijn duisternis opklaren.'
Psalm 18:29 


'En toen zij Jericho uit gingen, volgde een grote menigte Hem.
En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging: Heere, Zoon van David, ontferm U over ons!
De menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Ontferm U over ons, Heere, Zoon van David!
En Jezus stond stil, riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?
Zij zeiden tegen Hem: Heere, dat onze ogen geopend worden.
En Jezus, Die innerlijk met ontferming bewogen was, raakte hun ogen aan; en meteen werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.'
Mattheüs 20:29-34

donderdag 4 april 2024

Ik wil zo graag jouw stem horen!

Maandagmiddag luisterde ik naar de 3e studie van Dato Steenhuis over Hooglied.
Een prachtige studie waarin hij veel mooie dingen zei, maar een paar dingen sprongen er echt uit en lieten mij gewoon niet los.
En dan is er maar één optie voor mij, namelijk alles wat indruk gemaakt heeft, alles wat in mijn gedachten rond blijft gaan, toevertrouwen aan het digitale papier.
Ik zeg er gelijk even bij dat ik me met mijn schrijven niet aan de volgorde houd van waarin hij het heeft gezegd; schrijversvrijheid noem ik het maar even 😊
Nieuwsgierig geworden?
Lees dan mee, en luister later ook eens de studies over Hooglied, waarvan ik aan het eind van dit blogje de link zal geven; ze zijn het luisteren zo waard!

Er was veel in deze studie wat tot mijn hart sprak, en wat nog steeds terugkomt in mijn gedachten, wat dat betreft, zou ik bijna geneigd zijn om een ‘uittreksel’ van deze studie te maken, maar daar mij daar de tijd toe ontbreekt, hou ik het bij wat mij het meest heeft geraakt, en waarvan ik denk dat het gehoord mag worden.
Het gaat om de dikgedrukte woorden in onderstaande tekst.

Schilderij: Christa Rosier

‘Mijn duif in de rotskloof, in de schuilhoek van de bergwand, laat mij uw gedaante zien, laat mij uw stem horen, want zoet is uw stem en uw gedaante is bekoorlijk.’
Hooglied 2:14

Wat voor de spreker zo belangrijk is, is het overbrengen, dat de Heere ernaar verlangt om onze stem te horen.
‘Daarom’, zegt hij, ‘hebben we stembanden gekregen.’
En dan komen we bij het eerste citaat.
Ik moet hierbij wel zeggen dat mijn dichtershart de woorden van Dato in het laatste zinnetje deed omdraaien.

‘We hebben geen stembanden gekregen
om te schreeuwen en om anderen te bezeren,
maar om Hem groot te maken, om Hem te eren!’

Laat Mij uw stem horen!
Wat doen we Hem ongelooflijk veel verdriet met onze stem, wat gebruiken we onze stemmen toch vaak verkeerd.
We schreeuwen om maar gehoord te worden, we schreeuwen om de ander te overstemmen, we schreeuwen als we ons gelijk willen halen.
We schreeuwen uit machteloosheid, of uit boosheid, of frustratie.
We schreeuwen uit …, ja, wij mensen kunnen er behoorlijk op los schreeuwen, de één misschien wat meer dan de ander, maar toch.
Maar om anderen te bezeren hoeven we niet alleen te schreeuwen; ik denk zelfs dat de meeste woorden die mensen bezeren niet uitgeschreeuwd worden, maar gewoon uitgesproken.

Van deze laatste woorden gaan mijn gedachten even een heel andere kant op, namelijk naar het onderwerp van mijn Stille Tijd deze dagen, namelijk gebed, en dan in het bijzonder het ‘verenigd’ gebed.
En terwijl ik er zo over aan het nadenken was, kwam de volgende gedachte in mij op.
Wat als we nu eens als gelovigen minder zouden discussiëren en redetwisten over de dingen waar we verschillend over denken, maar in plaats daarvan samen onze handen zouden vouwen om alles aan Hem te geven, steeds weer, en net zo lang als nodig is?
En als we Hem dan daarin ook de tijd en ruimte zouden geven om dat in onze harten uit te werken wat is tot Zijn glorie en eer?
En als we dan samen alles in gebed bij de Heer gebracht hebben en vervolgens onze stemmen gaan gebruiken om Zijn Naam groot te maken en Hem te eren, in plaats van doorgaan met discussiëren en redetwisten, zouden er dan niet veel minder scheuringen zijn, minder beschadigde mensen rondlopen, of misschien zelfs nog ín de kerk komen?
Zomaar wat gedachten die in mij opkwamen bij Dato’s citaat.

Laat Mij Uw stem horen!

‘We hebben geen stembanden gekregen
om te schreeuwen en om anderen te bezeren,

maar om Hem groot te maken, om Hem te eren!’

En ach, ook hier gaat het dan vaak weer fout, want de één wil het zus, en de ander zo; dit lied is wel goed, het andere niet; en het moet steeds groter en exclusiever, want de Heere verdient het mooiste, het beste.
En auwtsch … die zingt toch wel (heel) vals, die kan maar beter wat zachter zingen, of misschien …

Dhr. Steenhuis verteld met betrekking tot het laatste het volgende verhaaltje.
Het gaat over een groep monniken in een klooster die echt zeer erbarmelijk zongen.
Maar op een gegeven moment komt er een monnik bij, een zeer muzikaal man, en die hen heeft leren zingen.
Alle dingen hiervoor had hij meegebracht, alle technieken enz. bracht hij hen bij en het klonk schitterend!
Op een dag kwam er een engel op bezoek en die vroeg hen: ‘Zingen jullie nog wel eens? We horen jullie niet meer.’

Een verhaaltje om eens goed tot je door te laten dringen, en om de boodschap die erin ligt binnen te laten komen.
‘Zingen jullie nog wel?
We horen jullie niet meer …’

Ik wil zo graag je stem horen!
Ik wil je nog even meenemen naar het laatste citaat dat mijn hart zo raakte in het gedeelte van deze  studie.

‘Als de snaren van je hart gaan trillen voor Mij, dan komt er een heel stukje muziek uit, die precies spoort met Mijn gevoelens.’

Hoe bijzonder zijn deze woorden, en welk een bemoediging, ja, aanmoediging tot zingen ligt hierin, in het bijzonder misschien wel voor hen die zo van zingen houden en het misschien niet zo goed kunnen.
We hoeven geen conservatorium te hebben gedaan, zelfs geen zangles te hebben gevolgd, nee, zelfs geen toonvaste stem te hebben om te zingen van en voor onze Heer Jezus.
Want het hart dat vol liefde is voor Hem, dat trilt van verlangen naar Hem, om Hem te eren, te loven en te prijzen om wie Hij is, komt bij Hem binnen als de mooiste stem, simpelweg omdat dit hart zich op dezelfde golflengte bevindt als Jezus.

‘Zingen jullie nog wel eens? We horen jullie niet meer?
Och, die monniken mochten dan misschien eerst erbarmelijk slecht zingen, maar de hemel hoorde en genoot van hun gezang, want hun harten waren verenigd in Jezus.
Maar hoe mooier ze leerden zingen, hoe meer ze hun hart verloren, tot ze uiteindelijk alleen nog maar bezig waren met het zo mooi mogelijk zingen, in plaats van gericht te zijn op Degene voor hun lied was.

Als de snaren van je hart gaan trillen voor Hem, zing dan zoals je nog nooit eerder gezongen hebt
en maak je geen zorgen of het wel mooi genoeg is, zuiver of vast van toon, want een hart dat zingt uit liefde voor Hem, wordt één met dat van Hem.


👉 Serie - Studies uit het Bijbelboek Hooglied
      Dato Steenhuis
(Even iets naar beneden scrollen tot onder de studies van Bruidegom en Bruid)


vrijdag 15 maart 2024

De kracht van vergeving ...

Gedachten bij Hoofdstuk 7 van het boekje ‘Pluspunt’ van Tineke Tuinder -Krause.
Een schrijfboek over aantrekkelijk ouder worden.







‘Bij vergeven gaat het niet over de ander maar over jou.
Het is loslaten van de last die je met je meedraagt.’

Dalai Lama
(citaat uit het boekje)

Een hoofdstukje over vergeven; over de kracht van vergeving.
Al meerdere keren heb ik het boekje met dit hoofdstukje in handen gehad, en steeds weer legde ik het weg, want ja, wat moest ik hier nog over schrijven?
Wat ik tot nu toe er over te ‘zeggen’ had, heb ik reeds gezegd, dus … wat moet ik dan nog, vroeg ik me af.
Tot ik voor mezelf besloot dat ik het dan ook mag houden bij wat ik er reeds over geschreven heb.
En zo beperk ik mij bij dit hoofdstukje tot een paar hoofdlijnen uit de stukjes en geef onderaan de linken naar de stukjes/gedichten waar de hoofdlijnen uit voortkomt.
Dat ze jou net zo tot nadenken mogen stemmen als ze mij deden, als ook helpen in het vaak zo moeilijke proces van vergeven.

‘… maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.’
Ef. 4:32

‘En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.’
Matth. 6:12

Vergeven
Vergeven is vaak niet één van de makkelijkste dingen.
En hoewel de woorden ‘Vergeven en Vergeten’ veelal in één adem worden genoemd, is het zoals met de meeste dingen makkelijker gezegd dan gedaan.
En toch is vergeven één van de belangrijk(st)e dingen die we hebben te leren.
Het is inmiddels jaren geleden dat ik deze belangrijke les heb geleerd.
Nee, niet dat vergeven voor mij nu iets makkelijks is, beslist niet, het is nog steeds vaak een (soms lang) proces, maar ik heb wél geleerd hoe belangrijk het is om te doen.

Loslaten
Tineke haalt in dit hoofdstukje Lucas 6:37 aan, waar in sommige vertalingen vergeven anders wordt verwoord, namelijk met ‘Laat los, en u zult losgelaten worden'.
En dat is wat vergeven voor mij persoonlijk ook eigenlijk inhoudt; het 'wat mij is aangedaan, -hetzij in woorden of in daden', loslaten in Zijn handen, zodat Hij ermee kan doen wat er mee gedaan moet worden, en dat zet mij vrij.
‘Heer, ik vergeef …; ik leg het -laat het los, in Uw handen.’
Steeds weer opnieuw, zo vaak als het nodig is.
Voor mijzelf betekent dit tot ik ervaar dat de angel eruit is; niet allerlei gevoelens van scherpe pijn en boosheid in mij opkomen.

Ik ben meer vergeven dan …
Maar wat mij bovenal geholpen heeft in het leren vergeven, is het lied 'Mercy' van Laura Woodley Osman, en dan met name de eerste twee zinnen van het refrein:
Because …   
‘I’ve been forgiven of more
Than I could ever be angry for

Instead of judgement
I choose mercy.’

Oftewel:
God heeft mij meer vergeven dan
dat ik ooit ergens boos over kan zijn.

In plaats van veroordelen
kies ik voor genade.

Het nadenken over deze woorden, als ook het gedicht dat ik erover schreef, hebben mij echt geholpen, en helpen mij nog steeds bij en in elk proces van ‘Vergeven’. 


Citaat
In het boekje staat ook nog een citaat waarvan de schrijver onbekend is, maar dat denk ik alles zegt waarom vergeven zo belangrijk is, namelijk:
‘Als ik iemand vergeef, wordt de ander daardoor niet gerechtvaardigd, maar word ik er wel door bevrijd.’
En is dat is wat met vergeven om gaat, wat het belangrijkste is, dat ik er door word bevrijd.
Nee, het praat niet goed wat de ander zei of deed, maar het zet mij vrij.
Want met niet vergeven hebben we uiteindelijk alleen onszelf.
Voor mijzelf kan ik het het beste omschrijven als 'iets dat mij van binnen opeet, en mij van mijn vrede en vreugde beroofd'. 
En dat brengt mij bij het laatste puntje.

Bolwerken
Ik moest ook nog ergens anders aan denken, namelijk aan onvergevingsgezindheid als een bolwerk.
Even wat gedachten ...
Als ik niet wil vergeven, dan woekert mijn onvergevingsgezindheid in mijn hart en gedachten voort, het gaat mij meer en meer beheersen, en alle gevoelens van boosheid en verdriet worden groter en sterker, en uiteindelijk ontstaat er bitterheid, en als we dat zijn gang laten gaan, ontneemt het ons alle levensvreugde en vrede.
En dit is de manier waarop bolwerken ontstaan.
Het begint vaak ‘klein’, maar het groeit uit tot iets groots als we er niets aan doen.

Een klein zaadje viel onopgemerkt
ergens neer in mijn tuin.
Het ontkiemde, groeide
en kwam voorzichtig tevoorschijn.

Al denkend dat het geen kwaad kon,
liet ik het kleine plantje staan.
Zo groeide het verder en het leek
een leuk boompje te zijn.

Toch, met het verstrijken van de jaren
ontnam het meer en meer datgene
wat de andere plantjes nodig hadden
en zij verdwenen volledig uit het zicht.

Ik vroeg mij af: moest het boompje soms weg?
Ach, dacht ik, het kan nog wel.
Gewoon even wat nieuwe plantjes
en tevreden keek ik naar wat ik had verricht.

Maar op een dag
bleef het donker in mijn huis.
Het boompje was nu een boom
en had al het licht in mijn huis ontnomen.

Nu moest de boom toch echt verdwijnen
en dat had heel wat voeten in de aarde.
Beetje bij beetje werd hij in stukken gezaagd
en door de tuinman meegenomen.

Verdrietig bedacht ik mij dat ik het boompje
eerder weg had moeten halen.
Maar ik heb een nieuwe kans,
dacht ik, bij het naar binnengaan.

Weer terug in mijn huis werd ik begroet
door een zee van licht en warmte.
Ik keek naar buiten
en zag de zon weer aan de hemel staan.                         

Een bolwerk begint maar klein
en je denk misschien;
ach, hoe erg kan dat zijn.
Maar voor je het weet
ontneemt het op Hem je zicht
en moet er voor het weg is
heel wat werk worden verricht.

God heeft ons
de juiste middelen gegeven
om bolwerken te beslechten
in ons leven.
Wees krachtig en sterk in de Heer;
trek Zijn wapenrusting aan.
Zo kun je als de boze komt,
met al zijn listen en bedrog,
fier en sterk blijven staan.

(Uit: Bolwerken van In rust met U - Zie link onderaan)


Zijn er nog mensen die we niet hebben vergeven, of zijn er nog dingen die we onszelf niet kunnen vergeven?
Best belangrijk om onze gedachten daar eens over te laten gaan.

👉 Gewoon doen!

👉 Bolwerken

vrijdag 1 maart 2024

Een Gedenk'steen' ...

Op mijn andere Blog 'Quality Time' plaatste ik in Week 9 een afbeelding waar een verhaal achter zit.
Helaas bestaat het Blog waar ik dit verhaal toen plaatste niet meer, maar sommige verhalen (dingen) zijn echt de moeite waard om te bewaren, al was het om bepaalde dingen gewoon niet te vergeten.
Dit is voor mij zo'n verhaal, waarmee het schilderij voor mij tot een soort van 'Gedenksteen' is geworden.


Terug naar 2009
Het was 9 oktober 2008 dat ik mijn eerste Blog startte op Punt.nl.
Mijn eerste blogjes schreef ik vanaf mijn keukentafel, want ik had toen nog geen eigen studeerkamer.
Maar begin 2009 kwam er een kamertje vrij in ons huis, en kreeg ik mijn eigen plekje om te schrijven.
Mijn prachtige bureau en de zo felbegeerde grote boekenkast waren niet de enige dingen die hun plaats kregen in dit kamertje.

'Mijn kamertje is nu bijna helemaal klaar.
Gisteren zijn we naar Christa Rosier geweest om schilderijen te bekijken.
Voor mijn kamertje wilde ik maar één ding, een reproductie van het schilderij 'Huilende vrouw'.
Dit schilderij heeft zij geschilderd als onderdeel van het rouwproces in het verlies van haar zoon Ephraim.
Op haar site kunt u haar uitleg bij dit schilderij lezen, maar ook haar verhaal.

Zelf heb ik (wij) geen kind verloren, net niet, maar wat kwam het dicht bij.
Twee van onze zonen zijn zo gepest en onderuit gehaald op school, dat ze de zin in het leven verloren en niet meer wisten hoe ze verder moesten.
Menig telefoontje kwam: 'Mam, ik sta hier, ik sta daar en ik heb de neiging onder de trein te stappen, de snelweg op te lopen. Mam, ik weet niet meer waar ik ben.'
Kreten om hulp, maar wat had het verkeerd kunnen aflopen.
Automutilatie, pijn met pijn bestrijden.
O, wat een pijn dat te zien bij je kind.

Ruim zes jaren zijn nu voorbij.
Zware jaren, waarin de depressiviteit van mijn kinderen hun sporen nalieten in en op mijn leven.
Zware jaren, waarin ik het heb uitgeschreeuwd naar God: 'Waarom? Hoelang nog?'
Eerst de één, dan ook nog een andere zoon.
Gebeden, die niet verhoord werden.
En soms toch ook weer wel.
Een tijd, waarin ik mijn rug naar God toekeerde en daardoor Zijn aanwezigheid, Zijn troost niet kon ervaren.
Een tijd, waarin ik met mijn gezicht tegen de muur gedrukt stond, huilend, huilend, huilend.

Nee, ik blijf niet vastzitten in deze pijn, in dit verdriet.
Onze oudste zoon is nu gelukkig en gaat in april trouwen met zijn 'geschenk van God'.
Onze andere zoon is onderweg in zijn genezingsproces.
Nee, ik blijf niet zitten in deze neerwaartse spiraal.
Nee, dit schilderij laat me steeds opnieuw zien, waar God de Vader mij uit vandaan gehaald heeft.
Dit schilderij herinnert mij eraan, dat God, een God van trouw is, vol genade, liefde en geduld.
Vol van vergeving, wachtend tot ik me om zou draaien om  Zijn aanwezigheid weer te kunnen ervaren, Zijn troostende hand op  en om mij heen.

Eens was ik die huilende vrouw, en soms nog weleens even, maar ik weet, Hij is erbij, Hij wacht, wacht, tot ik kom.
Mijn God , Mijn Vader, Mijn Alles in al.
De huilende vrouw is voor mij een schilderij geworden waarin boven alles mijn liefdevolle, hemelse Vader is weerspiegeld.
Een Gedenksteen aan wat was, en Wie Hij nog steeds is!










Tranen zijn een deel
van mijn wezen geworden.
Ik kan niet meer,
ik wil niet meer.
Mijn vele, vele gebeden
lijken niet verder te komen
dan het plafond van mijn huis.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer?

Mijn wereld staat stil,
de rest gaat door.
Mensen komen en gaan,
maar ik, ik zie geen uitkomst meer.
Pijn en verdriet, onmacht en wanhoop,
zijn verweven met mijn bestaan.
Ik sta met mijn gezicht tegen de muur.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer?

Mijn schouders schokken
en ik huil bittere tranen.
Mijn hoofd leunt moedeloos tegen de muur
met uitgestrekte hand naar U, o Heer.

Mijn geliefde dochter.
Draaide je je toch maar eens om.
Dan ervoer je Mijn aanwezigheid
in het licht van troost dat schijnt over jou.
Je huilt bittere tranen,
maar Ik, Ik huil met je mee
Je weet toch immers, diep in je hart,
hoeveel Ik van je hou!

Kom, draai je toch om,
en laat Me delen
in de pijn van je verdriet.
Mijn hart krimpt ineen om jou ...'


Lees ook het blogje waar vandaan ik naar dit verhaal verwees.
👉 Week 9 - Om over na te denken …  - (niet) Kunnen of (niet) Willen?

dinsdag 20 februari 2024

Avondmaal vieren ...

Hoe bijzonder is het eigenlijk om met elkaar het Avondmaal te vieren!
Toch vond ik dit niet altijd zo, er was een tijd -gelukkig inmiddels jaren geleden, dat ik er steeds banger voor werd.
En hoewel het vast allemaal niet zo bedoeld is, en waarschijnlijk niet eens zo heel speciaal naar mij gericht, toch is daar de herinnering aan de opgeheven vinger, ‘priemende’ ogen die mij aankeken bij de woorden ‘want al die verkeerd eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel’.
Nu vind ik ook dat we niet zomaar en klakkeloos het Avondmaal moeten vieren, dat er een stukje zelfonderzoek mag zijn, en dat we zeker stappen moeten zetten als we weten dat er iets is ligt waar de Heer in Zijn Woord op doelt.
Maar ik kreeg met iedere keer dat het Avondmaal gevierd werd, het gevoel alsof ik daar niet hoorde te zitten aan die tafel, het gevoel van ‘wat doe jíj daar, hoe durf je’.
Let wel, het was mijn gevoel, ik heb nooit nagevraagd of dit ook zo was.
Toch weet ik nog als de dag van gister, dat toen op die ene zondagmorgen, terwijl ik aan de Avondmaalstafel zat en het gevoel van angst binnenkwam, het voor mij genoeg was.
Want van één ding was ik stellig overtuigt: het Avondmaal is niet door de Here Jezus ingesteld om ons bang te maken, of angst aan te jagen; en dat dit 'verkeerd eten en drinken' nooit in de Bijbel is opgenomen om de boventoon te gaan voeren.
Het Avondmaal is er om Hém te gedenken, om stil te staan bij wat Híj voor ons heeft gedaan!
Niet iets om bang voor te zijn, of te worden, het is juist voor zondaars, juist voor die mensen, die beseffen dat ze Hem en Zijn volbrachte werk zo hard nodig hebben!
Zijn liefde, Zijn genade, Zijn vergeving!
Het is juist iets moois, iets prachtigs om te mogen doen!


In de week voor mijn Blogje van 11 februari op ‘Quality Time’, kwam ik met mijn Stille Tijd bij een paar Bijbelverzen waarbij ik ineens bij het Avondmaal werd bepaald.
De verzen gingen er helemaal niet over, worden -voor zover ik weet, ook nooit met het Avondmaal gebruikt, maar met alles waar mijn gedachten al schrijvend* naar toegingen, plopte het gewoon zo ineens in mijn hoofd, en ik weet nog hoe blij ik ervan werd.
Tegelijk bekroop mij even later toch ook wel weer het gevoel van ‘klopt dit wel?’
In mijn schrift schreef ik toen deze gedachte op: ‘Avondmaal, zoveel meer dan alleen Zijn dood herdenken. Daarin ook de Kracht zien waaruit wij mogen leven.’
Verder liet ik het los en besloot later ook om het maar niet op te nemen in dat blogje.

In eerste instantie dacht ik er niet echt meer aan, totdat vorige week met het vieren van het Avondmaal degene die het voorbereid had ook sprak over de Kracht van het Avondmaal, en hoe Allesomvattend het eigenlijk is.
En ik had gelijk zoiets van ‘wow, dat is precies wat in mijn gedachten was en sluit precies aan bij wat ik had opgeschreven’, ik was er stil en blij van!
Ik kon het vervolgens hier natuurlijk niet bij laten, en zo ontstaat dan ook nu dit blogje, voortkomend uit wat ik ook heb mogen delen met de Groep en de persoon die het Avondmaal vorige week had voorbereid.

Ik verlang er dan ook echt naar om dit blogje te delen, want ik wil deze gedachten die mij zo blij maken niet alleen voor mijzelf houden, en ik hoop dat het voor ieder die meeleest het een bemoediging mag zijn, en dat het vieren van het Avondmaal voortaan een feest van her- en gedenken mag zijn, als ook tot Kracht.


Eerst de Bijbelverzen waar alles mee begon.

‘Wie is het die de wereld overwint, dan wie gelooft’, dat Jezus de Zoon van God is?’  
1 Joh. 5:5

'En voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad, en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.’ 
Gal. 2:20b

Geloven, dat Jezus de Zoon van God is, is geloven in Zijn volbrachte werk, is geloven dat Hij voor onze zonden de weg van lijden is gegaan.
Geloven, dat Jezus de Zoon van God is, is leven vanuit de liefde van Hem, Die ons zo liefhad, dat Hij Zijn leven voor ons gaf.
Geloven, dat Jezus de Zoon van God is, is geloven in de Overwinning die Hij heeft behaald met Zijn sterven aan het kruis over onze zonde en elke duistere macht en kracht die er maar is, door op te staan uit de dood.
Gelovend in deze Jezus, de Zoon van God, betekent in Hem meer dan overwinnaar zijn; is leven vanuit de Kracht die Hem deed opstaan uit de dood, is de wereld -met al haar leugens en bedrog, al haar verleidingen en misleidingen, overwinnend.

Het avondmaal vieren …
‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’, zegt de Here Jezus.

‘Want zo dikwijls als u dit brood eet, en deze drinkbeker drinkt, verkondig u de dood van de Heer, totdat Hij terugkomt.’

‘Doe dat tot Mijn gedachtenis …’
Doen en gedenken, ons in herinnering brengen.
Zijn lijden en sterven.
Zijn opstanding en overwinning.
Zijn kracht in ons die geloven.
‘Hij, die in ons is, is machtiger dan hij die de wereld bezielt.’ 
1 Joh. 4:4b

Avondmaal vieren omvat al deze dingen:
Liefde – Lijden – Sterven – Opstanding – Overwinning – Kracht – Genade.
Allesomvattend!
‘Doe dat tot Mijn gedachtenis!’

‘Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.’

1 Kor. 11:23-26

En dan begint het ook in mij te borrelen, en hoewel de woorden zeker niet allemaal als vanzelf komen, zijn ze er wel.
Ze moesten alleen nog even aaneengeregen worden tot één geheel.

Avondmaal vieren …

Avondmaal vieren.
Moment van stil makende verwondering
om de weg die Hij voor ons is gegaan. 

Avondmaal vieren.
Moment van intense dankbaarheid
om wat Hij voor ons heeft gedaan.

Avondmaal vieren.
Moment van vreugdevol gedenken, en
tegelijk in stil en diep ontzag voor Hem staan.

Avondmaal.
Moment van Zijn Overwinning vieren en
kracht ontvangen om onze weg te gaan.


Dank U wel, Heer Jezus!


*  >> Blogje 11 Februari 'Quality Time'