Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen

donderdag 13 november 2014

Het plekje waar wij mogen wonen

Inmiddels wonen wij iets meer dan 16 jaar nu in het huis waar we nu wonen, maar tot op de dag van vandaag kan ik door mijn huis heen lopen  en verwonderd zijn over het feit dat wij hier mogen wonen, dat we dit huis uit Gods hand hebben ontvangen.
Het is zo’n heerlijk huis!
Ruim, aan de rand van ons dorp – een klein stukje lopen en je loop langs de weilanden (of de andere kant op naar het bos), een mooi ruim uitzicht, wat momenteel zelfs prachtig is door de goudgele blaadjes die nog aan de bomen zitten.

Inmiddels heb ik ook alweer een aantal jaar mijn eigen kamertje, mijn eigen plekje waar ik mij terug kan trekken.
Vooral als ik mijn kamertje net weer heb gestoft en gezogen, kan ik in de stilte van dat moment met verwondering rond kijken en intens genieten van alles genieten.
Soms schiet ik zelfs nog steeds vol als ik dan weer achter mijn bureautje plaatsneem.
Van achter dit bureautje zie ik ook de seizoenen aan mij voorbij trekken door de bomen waar ik op uitkijk en vol ver(be)wondering zie ik hoe de schoonheid van Gods schepping jaar in jaar in elkaar overloopt en elkaar afwisselt.
(op de zomermaanden na, dan, want dan zit bij mij alles dicht omdat ik niet goed tegen de zon kan)


Be still  Be Amazed
Nee, dit huis is (nog steeds) geen vanzelfsprekendheid geworden voor mij, noch mijn kamertje, noch het uitzicht voor het huis.
Vol ver(be)wondering zie het wonder van Gods hand in hoe wij dit huis hebben ‘gekregen’, in het voorrecht van het hebben van mijn eigen plekje, en in het wisselen van de seizoenen, waarin de schoonheid van Zijn schepping zichtbaar is in de prachtige kleuren van de herfst en de schitterende zonsondergangen die de hemel, maar soms ook de muren van mijn huis kleuren in een warm roodgouden gloed.


Be still  Be Amazed 
Dag 9

woensdag 12 november 2014

Het werk van Zijn handen ...

Heer, U wil ik danken!
U bent zo machtig, mijn God,
U bent omgeven met pracht en praal,
U hult U in stralend licht.
U spant de hemel uit als een tent
en zet Uw woning op het water van de hemel.
De wolken zijn Uw wagen,
U gaat op de wieken van de wind.
Stormen zijn Uw boodschappers,
bliksemschichten Uw dienaars.

U hebt het land verankerd,
nu staat het onwrikbaar vast.
Het werd door de oerzee bedekt,
de watermassa’s stonden boven de bergen.
Op Uw dreigen week het water,
voor Uw bulderende stem vluchtte het weg.
De bergen rezen omhoog,
het water vloeide naar de dalen,
naar de plaats door U bepaald.
U stelde het water een grens,
een grens die het niet zal overschrijden,
nooit meer zal het water het land bedekken.

U leidt het bronwater door de dalen,
het zoekt zijn weg door de bergen.
De dieren komen er drinken,
de wilde ezels lessen er hun dorst.
Aan de oevers nestelen de vogels,
tussen de struiken zingen zij hun lied.

Vanuit Uw woning bevloeit U de bergen,
regen verzadigt de aarde.
Gras laat U groeien voor het vee
en gewassen voor de mens.
Uit de aarde haalt hij zijn voedsel.
Wijn maakt hem vrolijk,
olijfolie doet zijn huid glanzen,
brood geeft hem kracht.

De machtige ceders op de Libanon,
door U geplant, Heer,
zelfs die hebben volop water.
In hun takken maken vogels hun nesten,
in hun toppen ooievaars hun woning.
De hoge bergen zijn voor de steenbokken,
onder rotsen schuilen klipdassen.

U schiep de maan
voor het vaststellen van de feesten,
de zon weet
wanneer zij moet ondergaan.
Als U wilt dat het donker wordt,
dan valt de avond
en roeren de dieren zich in het struikgewas.
De leeuwen vragen U om voedsel,
brullend gaan ze op zoek naar prooi.
Komt de zon weer op,
dan trekken zij zich terug
en leggen zich neer in hun holen.
Dan gaat de mens aan de arbeid,
totdat de avond valt.

Heer, wat hebt U al niet gemaakt!
En zo wijs, zo kundig!
Heel de aarde is Uw werk.
Daar is de zee,
weids, niet te overzien.
Ze wemelt van dieren,
kleine en grote, niet te tellen;
schepen varen eroverheen,
daar zwemt Leviatan, het zeemonster,
U hebt het gemaakt,
U speelt ermee.

Alle schepselen zijn van U afhankelijk;
wanneer zij voedsel nodig hebben,
verwachten zij het van U.
Geeft U het,
zij nemen het;
opent U Uw hand,
zij stillen hun honger.
Trekt U zich terug,
dan bezwijken zij;
neemt U hun de adem af,
dan sterven ze en worden weer stof.
Ademt U over de aarde,
dan ontstaat er weer leven
en krijgt zij een nieuw gezicht.

Moge Uw roem, Heer, altijd duren,
Uw schepping U steeds vreugde geven.
Eén blik van U, en de aarde beeft;
één aanraking, en de bergen roken.
Voor U, Heer, zal ik zingen,
voor U, mijn God, mijn leven lang.
Laat mijn gedicht U bekoren.
Ik zal gelukkig zijn met de Heer.
Wie zich van Hem afwenden,
zullen van de aarde verdwijnen,
eens en voor al.
Ik zal de Heer danken.

Eer aan de Heer!

Psalm 104

Lieve Vader, als ik deze woorden lees, dan word ik stil.
Dan kan ik alleen nog mijn hoofd eerbiedig buigen voor U, de Almachtige, de Allerhoogste.
U, die alles heeft gemaakt; uit wiens handen alles is ontstaan en in wiens handen alles zal eindigen.
Alles heeft haar oorsprong in U; door Uw levensadem leven wij.

Wie ben ik, dat U mij gedenk?
Wie ben ik, dat U naar mij omziet?

Toch ziet u mij, hoort U mij, hebt U mij lief.
Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.

Daarom buig ik mij neer voor U en geef U alle eer.
Ik erken: U bent God, de Allerhoogste.
De Almachtige, Schepper van hemel en aarde.

Ik prijs Uw Heilige Naam.

- Amen -


Be still  Be Amazed 
Dag 8