Posts tonen met het label Levend water. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Levend water. Alle posts tonen

donderdag 5 maart 2015

Dag 16 - ... opdat wij nimmermeer dorsten

De Samaritaanse vrouw
'Iedereen die dit water drinkt, zal weer dorst krijgen,' zei Jezus.
Johannes 4:13


'Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben.
Johannes 4:10

De vrouw begreep Hem niet.
Ach, zou ik Hem hebben begrepen als ik haar was geweest?
Maar als zij ontdekt wie Hij is ...

Hoeveel dorstende zielen lopen er niet rond op deze aarde, zoekende naar dat 'iets' dat hun eeuwige dorst lest?
Dorst naar meer, naar iets anders, iets nieuws, naar iets mooiers, iets beters, iets ...

Dorstig ...
Rusteloos ...

'Rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U'
Augustinus


Een stem klinkt: 'Mij dorst!'

Levend water,
schoon, helder en fris.
Wil jij ontvangen
de vergeving en genezing
die alleen bij Hem te vinden is?

Doorboorde handen
reiken Levend Water aan.
Wil jij ontvangen
en Zijn rust en vrede
binnengaan?


Hij, die de Bron van Levend Water is, leed dorst, opdat wij nimmermeer dorst behoeven te hebben.















Je kunt lezen over de Samaritaanse vrouw in:
Johannes 4:1-30

Gedachten bij het boekje 'Vrouwen rond het kruis'

zaterdag 11 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (Slot)

Toch vruchtdragen
Beschadigd of verwond
Dit is nu ‘mijn’ boompje, oftewel het boompje waar ik het gisteren over had.
Een boompje met een boodschap van God.
Een boompje, dat stil en woordeloos, het geheim van vruchtdragen verkondigt.
Een boompje met een speciale bemoediging.

Dit boompje hoort niet bij de Bijbelstudie ‘Groeien in vertrouwen;’ maar de titel van de Bijbelstudie is wel heel toepasselijk en daarom gebruik ik ook hier dezelfde titel.
Daarbij sluit de boodschap van dit boompje zoals ik gister al zei, naadloos aan bij de boodschap van de afgelopen dagen en is tegelijk ook een mooie afsluiting ervan.

Wij wonen inmiddels ruim 14 jaar in het huis waar we nu wonen en aangezien wij altijd een hond hebben gehad, die dus ook moest worden uitgelaten, loop ik ook al 14 jaar regelmatig langs dit boompje.
Maar het was pas vorige week dat God mijn ogen opende voor de boodschap van dit boompje.
En Hij bracht mijn gedachten bij Jeremia 17:8.

‘Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

Wat mij zo trof in dit boompje, is dat het helemaal niet één van de beste, mooiste en sterkste boompjes is.
Integendeel.
Het boompje heeft op de één of andere manier flinke klappen opgelopen en is daardoor behoorlijk beschadigd geraakt.
Met dat het tot mij doordrong hoe beschadigd dit boompje is, kwam de vraag in mij op, hoe of dat het toch nog mogelijk was dat dit boompje nog kon leven en groeien en bloeien.

 
Bekijk het maar eens goed en zie hoe beschadigt dit boompje is.
Eigenlijk is er niet veel boom meer over.
Onder- en bovenin is de boom nog redelijk zoals hij moet zijn, maar voor de rest is er niet veel meer van over.
Een groot gapend gat maakt dat je er dwars doorheen kunt kijken en voor de rest lijkt de boom één rauwe open wond te zijn.
En toch zitten er blaadjes aan de takken, toch bloeit hij.
Als je goed kijkt, dan zie je dat hij zelfs op heel andere plaatsen dan normaal nieuwe takken heeft gekregen waar ook weer allemaal blaadjes aan groeien.

Mijn uit verbazing voortgekomen vraag, hoe of dat dit boompje toch nog zo kon groeien en bloeien, werd ook op hetzelfde moment nog beantwoord, toen God mij de woorden uit Jeremia 17 in gedachten bracht.
‘… die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’

‘Mijn’ boompje staat aan het water. (Zie eerste foto)
Zijn wortels kan ik niet zien, maar daarin ligt wel zijn verborgen geheim.
‘Mijn’ boompje kan groeien, kan bloeien, kan vruchtdragen, omdat het zijn wortels in het water heeft.
Ergens anders, in een woestijn of zo, zal dit boompje het vast niet overleven, maar hier, geplant aan het water, deert het hem niet zo beschadigt te zijn.
Z’n knot, kleiner door de enorme beschadigingen, kan niet zoveel takken voortbrengen als de niet beschadigde bomen naast hem, maar daarvoor komen er op andere plaatsen takken.
En zo groeit en bloeit dit boompje rustig door.

Misschien is jouw leven wel als dit boompje.
Vreselijk beschadigd, overal stukken eruit gereten, vol open en rauwe wonden.
Of misschien ben je wel chronisch ziek en kun je niet veel doordat je aan bed bent gekluisterd, of aan een rolstoel verbonden.
Misschien is het pijn die belemmert om dat te kunnen doen wat een gezond mens wel kan.

Jaren ben ik lichamelijk behoorlijk beperkt geweest in wat in kon.
Je kunt eigenlijk wel zeggen dat er niet veel was wat ik nog wel kon doen.
Werken was uitgesloten, en zelfs mijn eigen huishouden kon ik amper op orde houden en er waren ook veel dingen die ik niet samen met mijn kinderen kon doen.
En hoewel het nu een heel stuk beter gaat, zijn er nog dingen die ik niet kan, of die gewoon niet slim zijn om te doen.
In die jaren voelde ik mij echt waardeloos, en met dat het voortduurde was het leven in mijn ogen soms ook erg zinloos.
Soms dacht ik weleens, Heer, U had me beter maar niet geboren kunnen laten worden, of geen kinderen kunnen geven, of, misschien had ik maar beter niet eens kunnen trouwen.
Allemaal gedachten vol zelfmedelijden en ik wist niet wat ik eraan kon doen of hoe ik soms verder moest.
Mijn ommekeer kwam met het lezen van het boeken ‘Een stem in de wind’ en ‘Een echo in de duisternis’ van Francine Rivers.
(Eigenlijk heeft de gehele trilogie, ook deel drie ‘De onafwendbare dageraad’ een enorme impact in mijn leven gehad)

Ik weet niet meer precies hoe of het allemaal zat, daarvoor is het te lang geleden dat ik deze boeken heb gelezen, maar vergeten doe ik het in ieder geval nooit meer.
Er was een vrouw, iets zeg me dat het de moeder van Marcus was, die ziek op bed lag en niets meer kon, maar ze deed wat ze nog wel kon doen, namelijk bidden.
Haar leven leek zinloos en doelloos, want ze kon immers niets anders meer dan alleen maar liggen, maar ze deed datgene wat ze nog wel kon.
Bidden!
Het deed mij beseffen dat al kon ik niet veel, er zullen altijd dingen  zijn die ik wel kon/kan doen.
Gods genade opende mijn ogen en bracht gaandeweg een keer in mijn denken, in mijn omgaan met mijn ziek-zijn, mijn beperkingen.

Nu, vele jaren later, besef ik meer dan ooit dat niemands leven ooit zinloos is, noch doelloos.
Ongeacht waar je doorheen gaat of hoe je lichamelijke conditie of gesteldheid ook is.
Wat in onze ogen zinloos is, of zonder doel, is voor God misschien juist de mogelijkheid om dat tot stand te brengen wat niemand anders zou kunnen bewerken.
Nee, ik begrijp heel veel dingen die gebeuren niet, noch hoe God sommige dingen toe kan laten, aan kan zien.
Maar ik moet leren om God God te laten zijn en te vertrouwen dat Hij alles in de hand heeft en daarin niemand van ons ooit uit het oog verliest.

Zoals ‘mijn’ boompje op hele andere plaatsen takken kreeg, zo kan God, als wij onze wortels maar in Zijn Bron houden, ook in ons leven, hoe beperkt het in onze ogen ook misschien is, op geheel andere manieren vruchten laten voortbrengen.
Als wij doen wat wij kunnen, zal God doen wat wij niet kunnen.
Vruchtdragen is drinken uit de Bron van Levend water en doorgeven aan anderen; en dat kan op velerlei manieren.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en word gevoed.
Hitte en droogte zullen je dan niet deren,
het is immers God, die je leven doet.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en draag vrucht.
Je zult zijn als een sterke boom,
als je altijd en in alles tot Hem vlucht.

Plant je wortels in de Bron van Levend water.
Drink en vertrouw.
Zijn zegen zal op je leven zijn;
je sterkte in tijden van hitte en kou.

vrijdag 10 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (3)

Toch vruchtdragen
Troost en hoop

Vorige maand haalde ik, na aanleiding van de zin ‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw, reeds een paar teksten uit Jeremia 17 aan.
Opnieuw kwam dit hoofdstuk afgelopen weekend op mijn pad in de Bijbelstudie ‘Groeien in Vertrouwen’. (Zie: eerdere logs van deze week en Boekinfo)

Daarnaast waren deze teksten nog niet echt uit mijn gedachten geweest, daar ik vorige week en afgelopen dinsdag even weer, een paar foto’s had gemaakt van een knotwilg die niet zo ver bij ons huis vandaan staat.
Wij wonen aan de rand van het dorp en als je even het straatje uit loopt en de hoek omgaat, loop je zo ons dorp uit en om je heen zijn de boerderijen en weilanden.
Maar vlak daarvoor, net voor je ons dorp uitgaat, staan er een aantal knotwilgen op een rij.
Prachtige boompjes vind ik dat.
Ze groeien schots en scheef, maar dat maakt hen juist zo aantrekkelijk en mooi, vind ik.
Ik had daar vorige week al wat over willen schrijven, want het boompje waar ik het over wil hebben, geeft een bijzondere bemoediging, tenminste, die zie ik erin.
Door omstandigheden kwam er van schrijven vorige week echter niet veel.
Maar ach, wat in het vat zit verzuurd niet en met ons hondje uitlaten zie ik iedere dag ‘mijn’ boompje, dus vergeten doe ik het zeker niet.

Nu echter, na zo de afgelopen dagen met deze Bijbelstudie bezig te zijn geweest, besef ik dat het helemaal niet zo erg is dat ik hier niet over kon schrijven, want de twee verhalen, die van de Bijbelstudie en van ‘mijn’ boompje, passen naadloos bij en in elkaar.
Het is, denk ik, zelfs nog een betere volgorde ook.

Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens,
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte,
die het niet ziet wanneer het goede komt:
hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn,
in zilt en onbewoond land.

Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt,
wiens vertrouwen de HEERE is.
Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is,
en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt,
zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.
 
Jeremia 17:5-8

In deze verzen worden eigenlijk twee kanten belicht.
Het leven van hen die God niet kennen en vertrouwen en van hen die God wel kennen en vertrouwen.
De ene wordt vergeleken met een kale, onvruchtbare struik, terwijl de ander wordt vergeleken met een boom die vrucht draagt.

God verlangt naar een leven dat vrucht draagt.
Deze woorden uit Jeremia laten wel duidelijk zien hoe God naar ons leven kijkt, hoe Hij ons ziet.
Maar ook, dat Hij ons tegemoet komt en laat zien hoe dit in alle omstandigheden ook mogelijk is.
Want God gaat niet voorbij aan moeiten en problemen, pijn en verdriet.
Hij spreekt immers ook over hitte en droogte.
Maar tegelijk laat Hij ook zien dat deze dingen geen belemmering hoeven te zijn om toch vrucht te dragen.

‘Zijn blad blijft groen en hij houdt niet op met vrucht te dragen.’
Hoe dit kan?
Het woord geeft het heel duidelijk aan: ‘… die zijn wortels laat uitlopen bij de waterloop.’
Met andere woorden, de wortels graven zich dieper in de aarde, dichter en dichter naar het water toe, totdat ze uiteindelijk in het water liggen.
Zo hebben ze altijd water, altijd voeding en dan deert het hem niet als er droogte of hitte komt, want zijn wortels liggen in het water.
Hij is verbonden met de bron.

Als zo ons leven ook verbonden is met de Bron van Levend water, onze wortels als het ware in die Bron liggen, dan zullen ook wij in staat zijn om vrucht te dragen ongeacht de omstandigheden.
Want laten we eerlijk zijn, ons leven kent immers ook tijden van hitte en droogte.

Welk een belangrijke lessen, naast een waarschuwing, liggen er in deze paar Bijbelverzen.
Het is mijn verlangen te zijn als deze boom; mijn wortels in de Bron van levend water.
En jij?

Zoals de wortels van een boom
zich hunkerend uitstrekken naar het water;
zich dieper en dieper in de aarde graven
om uiteindelijk bij de bron,
ja, zelfs tot in het water,
te komen, te zijn,
zo verlangt God ernaar
dat wij onze wortels
zullen planten in Hem.
Dan zal hitte en droogte
ons niet deren
en kunnen wij vrucht blijven dragen,
omdat onze wortels verankerd liggen in Hem,
de Bron van Levend water.