Posts tonen met het label God de Almachtige. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God de Almachtige. Alle posts tonen

dinsdag 12 november 2013

Wat zien wij?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (95)

Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde.

Handelingen 7:55

Als ik vanmorgen door mijn Stille Tijd (Johannes 14:16,17) stilgezet wordt bij de Heilige Geest die ons gegeven is, ga ik naar het Bijbelboek ‘Handelingen’.
Ik blader wat, lees hier daar wat stukjes en blijf steken bij het verhaal van Stefanus.

Stefanus, die wordt uitgekozen en de verantwoording krijgt over uitdelen van het voedsel aan zowel de Griekssprekende Joden als de Hebreeuwssprekende Joden, zodat de apostelen zich bezig kunnen blijven houden met de verkondiging van Gods woord, waartoe zij geroepen waren.
Stefanus, vol van de Heilige Geest, verrichtte grootste dingen en wonderen onder het volk, waardoor sommigen in verzet kwamen.
Ze gingen een discussie met hem aan, maar konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waardoor hij sprak.
Of het nu boosheid was, jaloezie, of beiden, het dreef hen tot waanzin en ze kochten een paar mannen om, die een vals getuigenis tegen hem aflegde.
En zo hitsten zij het volk, de oudsten en schriftgeleerden tegen hem op en ze sleurden hem mee en brachten hem voor de Hoge Raad, waar het valse getuigenis tegen hem werd afgelegd.

Het eerste dat mij zo bijzonder raakt is het laatste gedeelte van vers 15 van hoofdstuk 6 uit Handelingen, waar staat: … en zij zagen een gezicht als van een engel.
Stefanus was zo vol van Gods Geest, dat het zichtbaar was voor een ieder die hem zag.
Automatisch gaan mijn gedachten naar Jezus en Mozes.
Jezus, die op de berg, voor de ogen van zijn discipelen van gedaante veranderde; Wiens gezicht toen straalde als de zon en Wiens kleren wit werden als het licht. (Matth. 17:1,2)
Mozes, die toen hij terugkeerde van de berg met de twee stenen tafelen die hij van God had ontvangen, zijn gezicht moest bedekken, omdat het volk het niet aankon om zijn gezicht dan te zien. (Ex. 34:29,30)

De volheid van Gods Geest; de grootheid van God zichtbaar door hen heen voor iedereen die hen ziet …

Als dan de hogepriester aan Stefanus vraagt of alle beschuldigingen waar zijn, begint Stefanus helemaal niet met het weerleggen van alle valse beschuldigingen.
Vanuit ons mens-zijn, zouden we direct in de verdediging springen en het moment dat ons gegeven wordt om te spreken direct benutten om van leer te trekken tegen al die valse beschuldigingen.
We zouden voor onszelf opkomen om met alles wat in ons is de ander te overtuigen van onze onschuld.
Maar Stefanus doet niets van dit alles; hij spreekt geen enkel woord dat hem ook maar vrij zou kunnen pleiten van de beschuldigingen.
Hij doet zijn mond open en getuigt door de Heilige Geest van wie God is en van wat Hij heeft gedaan.
Van Abraham tot Jacob, van Jozef naar Mozes, van Salomo naar Jezus.
Door de Heilige Geest geleid, legt hij de slechtheid van hun hart bloot en ze worden razend.
Maar Stefanus ziet niets anders dan de heerlijkheid van God, en Jezus aan Zijn rechterhand.
Hij kan niet zwijgen en getuigt van wat hij ziet; en al slepen ze hem zodra hij is uitgesproken mee om hem te stenigen, hij valt op zijn knieën en bidt, net als Jezus, voor hen die hem doden: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest en vergeef hen deze zonde.’

Aan de ene kant zo onbegrijpelijk voor ons mensen; hoe kan God dit toelaten?
Iemand die zulk goed werk deed, zoveel betekende, zoveel wijsheid bezat, zo …
Maar aan de andere kant de enorme grootheid van God, van Zijn wijsheid die ons verstand te boven gaat.

God die in controle is, waardoor Stefanus alle tijd en ruimte heeft om te zeggen wat God wil dat er gezegd wordt.
God, die dan pas ruimte geeft aan zijn boosdoeners om te reageren.
God, die toelaat dat ze hem meenemen en stenigen.
God, die hem de genade geeft en de volheid van Zijn Geest om, terwijl de stenen om zijn oren vliegen en hem langzaam doden, te bidden voor om vergeving voor hen die deze zonde begaan.
God, die hem opneemt in Zijn heerlijkheid.

Te begrijpen, te bevatten?
Nee, zoals zoveel dingen die gebeuren niet te bevatten of te begrijpen zijn voor ons menselijk verstand, maar Zijn grootheid, Zijn almacht, Zijn majesteit erkennen en geloven en vertrouwen dat wat Hij doet - of toelaat - het juiste is.
Stefanus zag Gods heerlijkheid, Gods grootheid.
Wat zien wij?

maandag 11 november 2013

Onmogelijk?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (94)

‘Wij vergeten dat ‘onmogelijk’ één van Gods lievelingswoorden is.’
Max Lucado

Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Marcus 10:27

Hoewel dit woord werd uitgesproken door de Here Jezus na aanleiding van de vraag ‘Wie kan dan nog gered worden?’, geldt het voor alle dingen.
Bij God is werkelijk niets onmogelijk.

In wat voor situatie we ons ook bevinden, wat er ook in ons leven gebeurt, of waar we ook doorheen gaan, het is niet zo, dat God niet bij machte is om er ook maar iets aan te doen of te veranderen.
Hoe het er ook voor staat in de wereld, welke natuurrampen de wereld ook teisteren en de mensheid in het nauw brengt, het is niet zo, dat God niet bij machte zou zijn om er ook maar iets aan te doen.
Hij is de Schepper van hemel en aarde, alle dingen zijn in Zijn hand.

Job moest het erkennen:
Hij antwoordde: ‘Ik weet dat U alles kunt, voor U is niets onmogelijk.
U vroeg: Wie durft er zonder kennis van zaken te spreken?
Ik geef het toe, ik sprak over zaken waar ik geen verstand van heb, wonderbaarlijke dingen, die ik niet kan begrijpen.’
(Job 42:2,3)

Jeremia sprak het uit in zijn gebed:
‘Machtige HEER, U bent groot: U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Niets is voor U onmogelijk.

Het feit dat wij niets begrijpen van de dingen die om ons heen gebeuren, wil niet zeggen dat we een God hebben bij wie ook maar iets onmogelijk is.
Ons onbegrip over Zijn niet ingrijpen of handelen, wil niet zeggen dat Hij het niet zou kunnen.

Hoewel deze dingen ook weer allemaal andere vragen oproept, zijn sommige dingen een kwestie van aannemen en geloven.
Van God erkennen als soeverein, almachtig, alwetend, Degene die boven alles staat en alles in Zijn hand heeft; Die regeert en heerst.
Bij Hem zijn alle dingen mogelijk!

Soms kunnen de dingen die gebeuren me echt aanvliegen en me doen vragen ‘Heer, hoe moet dit ooit goed komen? Hoe kan dit ooit veranderen? Het wordt nooit wat. Het komt nooit meer goed.’
En toch: Bij Hem is alles mogelijk.
Dat woord van God wil ik me voor ogen houden in elke omstandigheid, in alles wat er gebeurt.
Hoe onzeker de toekomst ook is en hoe onmogelijk in mijn ogen dingen soms ook kunnen zijn; bij Hem is alles mogelijk!

Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten of beredeneren.
Maar Zijn woord zegt het.
Zijn woord laat het zien!
En dat wil ik aannemen.


HEER, dit woord toont Uw grootheid.
Het laat zien wie U bent!
Het toont Uw Almacht.
Het toont Uw Majesteit.
Het laat Uw heerlijkheid zien, Uw glorie.
Het maakt  mij klein en U groot.

U bent HEER.
U bent God.
Al begrijp ik er niets van, HEER, ik geloof, dat alle dingen bij U mogelijk zijn.

- Amen -

donderdag 28 februari 2013

Aan mijn zijde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (56)

Hij is aan mij zijde, …

Psalm 16: 8b


Ik kijk omhoog.
De lucht is vol bedrijvigheid.
Wolken jagen voort,
gedreven door de wind,
verwikkeld in een heftige strijd.

Ik kijk omhoog.
De zon schijnt door de wolken,
omlijst ze met een zilv'ren rand.
Tovert ze om
tot glinsterende waterkolken.

Ik kijk omhoog
en zie te midden van het geweld,
een stukje helder blauwe lucht.
Ogenschijnlijke stilte lijkt het,
wat ze ons vermeld.

Ik kijk omhoog
en weet; God schiep het al.
Hij heeft alles in Zijn hand,
de zon, wolken, lucht en winden,
zo ook mijn leven in dit grote heelal.

Ik kijk omhoog
en weet; Zijn oog is ook op mij.
Zijn oor vangt ieder gebed.
Zijn hand baant de weg.
Hij, ja, Hij gaat aan mijn zij.
 

dinsdag 26 februari 2013

Want Ik ben uw Licht

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (54)

Overdag zal de zon u niet meer verlichten,
's nachts de maan u niet meer beschijnen,
want Ik, de Heer, zal uw Licht zijn,
voor altijd,
Ik verleen u luister.
Ik ben een zon die nooit ondergaat,
een maan die nooit afneemt.
Want Ik ben Uw Licht,
voor altijd.
Uw rouwtijd is voorgoed voorbij.

Jesaja 60:19,20.

Geen zon meer, geen maan.
God die het Licht zal zijn voor eeuwig.
Voor mij is Gods Licht een Licht dat alles laat zien, maar dan ook alles.
Ieder oneffenheidje, ieder plekje, dingetje, het minuscuulste detail is daarin zichtbaar.
Gods Licht houdt voor mij in, dat er niets meer bedekt is, alles is zichtbaar.

Het deed mij meer dan ooit beseffen, dat het daarom voor mij,voor ons, onmogelijk is om daar te komen zoals we nu zijn, in deze hoedanigheid.
Even was het alsof ik mijzelf zag in Zijn licht en voor één moment zag ik hoe vuil ik was, ik voelde me vies en wilde het licht wel uitdoen, of met een dimmer minder fel maken, zodat niet alles zichtbaar was.
Al het vuil dat kleeft aan mijn handen en voeten.

Alle rottigheid die leeft in mijn hart, in mijn gedachten.
Alle onrechtvaardigheid, alle trots en hoogmoed.
Ik zou me kunnen wassen tot ik een ons weeg, en nog zal ik niet schoon genoeg zijn om in Zijn Licht te kunnen staan.
Ik zal het niet kunnen verdragen.
Maar er is er Eén die mij schoon kan wassen waardoor ik kan komen in Het Licht van God.
Eén, die al het vuil, alle ongerechtigheid, alles, ja echt alles, schoon kan maken.
En die Ene is Jezus, Gods eigen Zoon.

God zond Hem naar deze wereld om onze zonden op Zich te nemen en de straf te dragen die wij verdienden.
Hij stierf voor ons aan het kruis op Golgotha voor onze zonden.
Hij overwon de dood en is teruggegaan naar Zijn Vader waar Hij nu een plaats aan het bereiden is voor mij en voor een ieder die gelooft.
Dan kan Gods Licht op ons schijnen, want we zijn bedekt met het bloed van Jezus.
Zijn bloed, dat ons heeft schoongewassen, waardoor ik in Zijn Licht kan staan zonder te sterven.

Ik dacht aan mijn ramen, die als de zon er niet opstaat, er best wel schoon uitzien, maar als de zon doorkomt en haar licht er op laat schijnen, er veel viezer uitzien dan ik gedacht had.
Alleen een goede wasbeurt maakt ze weer schoon en helder; maar alles wat door mensenhanden wordt schoongemaakt, wordt weer vuil.
Zo is het immers ook met ons leven.
Op het oog kan alles er prima uitzien.
We kunnen als goede en keurige mensen leven, maar wat als Gods 'Licht er op gaat schijnen, wat wordt er dan zichtbaar?
Ik kan douchen en er voor het oog schoon uitzien en lekker ruiken, maar ...
Ik dacht aan de zon die mijn kamer inkomt en alle stofdeeltjes zichtbaar maakt, die ik anders niet zie.
Ik dacht aan de schaduw die de zon achter laat.
Altijd als de zon schijnt, is er ergens duisternis, is er iets wat niet in het licht komt!
Ook als de maan schijnt blijven er schaduwen, schaduwen die angst aan kunnen jagen, angst kunnen veroorzaken!

De zon gaat onder en niet altijd is het volle maan.
Nog zullen er in ons leven momenten van duisternis zijn, momenten van pijn, verdriet, moeite en zorg.
Maar straks komt er een tijd, en die tijd komt spoedig, dat dit alles voorbij is.
Geen duisternis zal er meer zijn, geen pijn en verdriet, geen moeite en zorg.
Licht en luister, voor eeuwig!
Want God zegt: Ik zal uw Licht zijn!
De zon zal niet meer over ons schijnen, noch de maan, maar God Zelf.
De zon die nooit ondergaat, een maan die nooit afneemt!

God zal eens ons Licht zijn voor altijd.
Het zal een eind maken aan schaduwen die het leven nu kent.
Een eind maken aan alle moeiten en zorgen.
Vreugde zal er zijn, eeuwige vreugde en blijdschap.
Ons hart zal opspringen van vreugde, onze mond jubelen vol lof.
Luister is wat God ons wil geven,
Hij maakt een eind aan onze tijd van rouw.

Oh, Heer, wat zie ik uit naar die tijd!
Wat kan ik uitzien naar een leven in Uw Licht!
Geen schaduwen meer, geen bedekkingen meer.
Rein, vrij, zuiver is dan mijn bestaan.
Schoon, helder, eerlijk.
Liefde, vreugde, vrede.
Aanbidding.

zaterdag 9 februari 2013

God de Almachtige

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (39)

'Want Hij die in mij leeft,
is machtiger dan hij die de wereld bezield.'

1 Johannes 4:4b        

Wat kan ik me soms angst aan laten jagen door wat er op me af komt.
Wat kunnen sommige dingen me van slag maken.
Wat kunnen gebeurtenissen mij in de war doen raken.
Wat kunnen woorden mij kwetsen en mij het gevoel geven van geen betekenis te zijn.
Wat kan de wereld mij het idee geven dat ik niet mooi genoeg ben of niet goed genoeg.

Wat kunnen sommige dingen, woorden, mededelingen, gebeurtenissen of wat dan ook me bedreigen of aan de rand van de afgrond brengen.
Wat kunnen de stormen van het leven mij heen en weer slingeren en soms zelfs tegen de grond smakken.
Wat kunnen …

Maar U zegt in Uw woord tegen mij: 'Want Ik, die in jou leef, ben machtiger dan hij die de wereld aanvuurt.'
Leef vanuit Mijn kracht en macht!
Ik heb overwonnen en in Mij ben jij meer dan overwinnaar!


God is de Almachtige.
Zijn Geest is in mij.
Door Jezus opstanding uit de dood, mag ik leven vanuit Zijn opstandingskracht.

Satan is overwonnen, en hoe briesend en brullend hij ook nog rondgaat, Hij, die in mij leeft, is sterker, groter, machtiger dan hij.

Heer Jezus,
met uw opstanding uit de dood
werd zichtbaar,
de overweldigende grootheid
van Gods macht.
Zonde en dood waren overwonnen,
Uw Licht scheen
en toonde ons
Gods allesovertreffende kracht.
 
 
Heer,
ik weet,
ook in mij
is Uw opstandingskracht;
elke dag mag ik leven
vanuit deze kracht
die in mij werkt
en getuigt van Gods macht.

Maar ik weet ook, Heer,
dat ik meestal
handel en wandel
vanuit eigen kracht.
En dat, als ik bijna
niet meer verder kan besef:
o ja, er is een God
die op mij wacht.
Dan bid ik om Uw hulp,
Uw sterkte en Uw kracht,
en vraag ik U om vergeving
omdat ik weer niet eerder
aan U heb gedacht.

O Heer,
ik verlang zo
naar een ander leven.
Een leven vanuit Die Kracht
die U mij heeft gegeven.
Een leven met meer van U
en minder van mij,
een leven waarbij U
tot op de hoogste plaats
bent verheven.

Ik weet, Heer,
om vanuit deze kracht
te kunnen leven,
moet mijn leven
meer en meer
met U zijn verweven.
Leer mij, Heer, om U
in alles te volgen.
Mijzelf geheel,
met heel mijn hart en ziel,
met al mijn kracht,
aan U te geven.

Ik leg mijn leven zo voor U neer;
dat niet meer ik,
maar U leeft in mij.
Door Uw Kracht
ben ik meer dan overwinnaar,
het nieuwe is gekomen,
het oude is voorbij.
 
- Amen -

* Schilderij: Caroline van de Vate

zaterdag 2 februari 2013

Ik ben je God

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (33)

Wees dus niet bang, Ik ben bij je.
Kijk niet angstig rond, Ik ben je God.
Ik maak je sterk, Ik help je,
Ik onder steun je, Ik ben je behoud.
GNB

Vrees niet, want Ik ben met u;
zie niet angstig rond, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u
met mijn heilrijke rechterhand.
NBG

Jesaja 41:10

Als ik terugdenk aan de stukjes die ik de afgelopen maand heb geschreven over hoe groot en indrukwekkend God is, dan word ik nog stiller dan voorheen als ik deze woorden lees.
Ze gaan nog meer voor mij leven dan ze al deden.

Wees niet bang, kijk niet angstig rond!
… Ja, maar Heer, ziet U niet …  Weet U dan niet …  Hoe moet …  Ik …

Maar als ik ga kijken naar wie Hij is, naar wat Hij belooft, naar wat Hij doet, gedaan heeft en nog wil doen, dan verdwijnt mijn angst, mijn vrees, want ik besef wie naast mij gaat en zelfs voor mij uit.

Ik ben bij!
Zelfs al ga je door een dal van diepe duisternis, je hoeft geen kwaad te vrezen, want Ik ben bij je; Mijn stok en Mijn staf, die vertroosten je.

Ik ben jouw God!
Ik weefde je in de schoot van je moeder.
Ik zag je al toen je nog geen vorm had, en al je dagen waren al vastgesteld, opgeschreven in Mijn boek nog voor er ook maar één was aangebroken.


Ik sterk je!
Ik geef je kracht.
Ik houd je staande.
Als je vermoeid ben, geef Ik je kracht, Ik maak je weer sterk, als je geen kracht meer heb.


Ik help je!
Ik trek je uit de put, uit het slijk en de modder.
Ik geef je grond onder je voeten, zodat je niet meer wankelt.


Ik ondersteun je met Mijn heilrijke rechterhand!
Als je je door Mij laat leiden, je richt naar Mij, mocht je dan eens vallen, dan grijp Ik je bij je hand.
Als je Mij trouw bent, laat Ik je niet bezwijken, nooit.


Ps. 23:4; Ps. 139:13,16; Ps. 28:7; Ps.18:19; Jes. 40:29; Ps. 40:3; Ps. 37:23,24;
Ps. 55:23

 


Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord,
en mij gered uit al wat ik vrees.
Psalm 34:5

- Amen –

woensdag 16 januari 2013

In control

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (16)

Maar de Heer zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’

Exodus 6:1

Ik zei het gister al, de lofzang van Mozes staat alleen in het teken van de wonderen bij de Rietzee, maar voordat de Israëlieten uit Egypte mochten vertrekken, heeft God vele andere wonderen en tekenen gedaan.

Al bij de brandende braamstruik krijgt Mozes van God de eerste drie wonderen en tekenen om het de Israëlieten zelf te overtuigen van Gods opdracht aan Mozes.
De staf, die in een slang verandert; de hand die melaats wordt als Mozes hem in zijn mantel steekt, en weer gezond is als hij het nogmaals doet, en het water dat in bloed verandert zodra het de grond raakt.

Na het onderhoud met de oudsten Israël, gaan Mozes en Aäron voor de eerste keer naar de farao.
Maar hun verzoek leidt echter alleen maar tot een hardere aanpak naar de Israëlieten toe.
De Farao heeft totaal geen boodschap aan de God van Israël.
Mozes begrijpt er niet veel van zoals het gaat, maar God zegt tegen hem: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’
God wil dat de Farao en de Egyptenaren (en later zal blijken zelfs nog vele andere volken) zullen weten dat Hij de God van Israël is.

Bij het tweede bezoek doen Mozes en Aäron wat God heeft gezegd en als Aáron zijn stok op de grond gooit verandert deze in een slang.
De magiërs van de Farao kunnen dit echter ook en al gauw krioelen er allemaal slangen op de grond.
Maar de stok van Aäron verslond de andere slangen.
Maar de Farao bleef onverzettelijk en dacht er niet aan om de Israëlieten te laten gaan.

God had tegen Mozes al gezegd, dat Hij het hart van de Farao zou verharden, zodat hij het volk niet zou laten gaan.
Er zou veel, heel veel voor nodig zijn, voordat het zover was.
Ik noem verder alleen even de tien plagen die God over Egypte uitstortte, om de Farao zover te brengen dat Hij de Israëlieten zou laten gaan.
Er staat nog zoveel meer in al deze hoofdstukken die wijzen op hoe groot en indrukwekkend Hij is, dat het voor nu te veel is.

De eerste plaag: water verandert in bloed.
De tweede plaag: kikkers.
De derde plaag: muggen.
De vierde plaag: steekvliegen.
De vijfde plaag: veepest.
De zesde plaag: zweren.
De zevende plaag: hagel.
De achtste plaag: sprinkhanen.
De negende plaag: duisternis.
De tiende plaag: dood van alle eerstgeborenen.

Al deze plagen zond God over de Egyptenaren en iedere keer zei de Farao dat hij de Israëlieten zou laten gaan, maar als de plagen weer weg waren trok hij zijn woorden weer in.

In Exodus 3 t/m 11 kun je alles hier over lezen.

God was het die al deze dingen deed komen en weer deed gaan; op de laatste plaag na.
Die kon niet worden teruggedraaid.
Maar daarover de volgende keer.







Heer, hoe groot en indrukwekkend bent U!
Als ik al deze dingen lees en overdenk, dan word ik stil.
Geen enkel ogenblik bent U niet in controle.
Alles gebeurt precies volgens Uw plan.
Hoe onbeschrijflijk groot bent U; in heiligheid, in Uw denken en handelen, maar ook in Uw liefde, in geduld, in Uw bewogenheid.
U zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik ga doen’; ik mocht het lezen en overzien, maar Uw wijsheid, Uw grootheid in al deze dingen gaat mijn verstand te boven.
U bent God, U bent JAWEH, en ik prijs vol eerbied en ontzag Uw grote Naam.

- Amen -