zaterdag 20 januari 2018

Afscheid ...

Gedachten bij Hoofdstuk 4 van het boekje ‘Pluspunt’ van Tineke Tuinder -Krause.











Een hoofdstukje over afscheid; over het verliezen van dierbaren waar je bij het ouder worden zeker mee wordt geconfronteerd en de aanmoediging om een tijd van herinneren te nemen, hun namen op te schrijven en wat ze voor je hebben betekend.
Nu is die opdracht niet echt geschikt om hier op mijn blog te delen; niemand anders dan ik,  heeft daar wat aan.
Maar wat ik wel naar aanleiding van dit onderwerp wil delen, is iets dat mij enorm bemoedigd heeft en geholpen om dierbaren die mij ontvallen zijn los te laten.


Het was al meerdere jaren na het overlijden van mijn jongste broertje dat ik het Dagboek ‘Parels onder het stof’ van Joni Eareckson Tada kocht en er ’s avonds voor ik ging slapen er uit las.
En op een avond (ik heb het even opgezocht en het is op 29 april in dat boek), haalde zij een klein verhaaltje aan dat geschreven was naar een gedicht van een onbekende schrijver.
Ik vond het verhaaltje ook op Internet en wil het graag met jullie delen.


Ik sta op een strand.
Naast me hijst een schip z'n witte zeilen om in de ochtendbries weg te varen over de blauwe oceaan.
Het is een prachtig en sterk ding.
Ik kijk het na tot het niet meer is dan een vlek op de lijn waar zee en lucht elkaar ontmoeten.
Dan zegt iemand aan mijn zij: ‘Kijk! Het is weg.’
Helemaal weg?
Nee, het is weg uit het zicht - meer niet.
Het is nog even groot als altijd. 
Het vaart daar nog steeds met z'n vrachtje.
Het is in mijn ogen kleiner geworden, maar het is op zichzelf nog even groot als toen het vertrok.
En op hetzelfde moment dat hier gezegd wordt: ‘Kijk! Het is weg’, zijn er andere ogen die hem zien komen, en andere stemmen die blij roepen: ‘Kijk, daar komt het!’
En zo is het ook met sterven!


Aan de ene kant liet dit verhaaltje mij een beetje de vreugde van de hemel voelen om kinderen die thuis kwamen, maar het bracht me ook op andere gedachten.

Ieder jaar met de sterfdag van mijn jongste broertje keek ik naar hoeveel jaar het al was geleden dat hij verongelukte en dat getal werd steeds groter.
Het bracht altijd verdrietige gedachten boven, of het deed pijn omdat de herinneringen steeds minder levendig werden.
Maar het is bovenstaand verhaaltje waardoor ik anders ben gaan kijken naar de jaren dat iemand wegviel.

Ik keek er altijd naar als iemand vanaf het strand: de afstand, oftewel de jaren, werden (groter) meer en meer en meer.
Maar vanaf de andere kant gezien werd de afstand, oftewel de jaren alleen maar (kleiner) minder en minder en minder.
Dat besef verzacht verdriet.
Nee, het neemt de pijn van het gemis niet weg; vooral niet als het om je kind gaat, dat zie ik wel bij moeder, maar het maakt het wel dragelijker, het verzacht.
Ik hoop het nooit mee te hoeven maken, maar als … dan is het mijn gebed dat God het mij nog steeds zo laat zien; ieder jaar een jaar dichter bij het herenigd worden voor Zijn troon.


2 opmerkingen:

  1. Wat een mooi verhaaltje. Dank voor het delen. Het spreekt me des te meer aan daar ik zelf vandaag zo'n soort gedachte had. Dit omdat mijn vader zo achteruit gaat. Ik ben er al een beetje mee bezig dat hij er straks niet meer is. Pa is dol op walvissen en die zie je natuurlijk alleen boven water met hun staart. Maar onder water zwemt hij verder. Je ziet hem niet maar hij is er wel.

    BeantwoordenVerwijderen