vrijdag 24 maart 2017

Vrees de Here ...

‘In de dagen dat Hij op aarde was,  heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smeekbeden geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst verhoord.’

Hebreeën 5:7


Vandaag ging mijn FF  over de angst van Jezus in de Hof van Gethsemané. (onderstreepte stukje van de bovenstaande tekst)
De schrijver van het Dagboekje dat ik met mijn FF gebruik, spreekt over dat deze angst door de Bijbel ook vaak ‘God vrezen’ wordt genoemd en dat dit een gezonde angst is die tot gehoorzaamheid leidt.
Hij zegt ons, dat we ons de angsten eens voor moeten stellen die de satan gebruikt om onze Heer aan te vallen; angsten, die als Hij er aandacht aan had besteed, Hem van gehoorzaamheid zouden hebben weggeleid.
Hij heeft het over de keuze die Jezus had, God vrezen –Hem gehoorzamen en Zich aan Hem onderwerpen,  of alles wat satan Hem nog zou toewerpen; en dat Jezus er voor koos om God in diep ontzag te vrezen en dat wij dat ook zouden moeten doen.

Ik begreep in eerste instantie niet veel van wat de schrijver bedoelde, maar hoe langer ik er over nadacht, hoe meer ik denk dat ik het begin te begrijpen.
En dat is ook de reden dat ik er een Blogpost van maak, omdat ik het niet wil vergeten en omdat er denk ik een hele waardevolle les in ligt met betrekking tot angst.
Iets waar ik nog zo mee worstel van tijd tot tijd.
En met dit stukje en het nadenken erover, werd ik naar drie Bijbelteksten geleid.


De eerste tekst, die al met het lezen van de titel, in mijn hoofd opkwam, was Mattheüs 10:28.
‘En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.’

God vrezen.
‘Wees veeleer bevreesd voor Hem …’

In dit woordje ‘vrezen’ ligt een stukje angst, en afhankelijk van, is dit denk ik de gezonde angst, waar de schrijver het over heeft, of ongezonde angst.
Angst is namelijk een ‘gevoel van (dreigend) onheil of gevaar’ (encyclo.nl) en daarom niet fout (hoewel sommigen je wel dat gevoel kunnen geven).
Angst behoedt ons voor dingen die schadelijk voor ons zijn, of doet ons goed nadenken en/of dingen overwegen voordat we iets doen.
Ongezonde angst is angst die escaleert of geëscaleerd is en waardoor men niet meer reëel kan nadenken.
Dingen, waarvoor men helemaal niet bang hoeft te zijn, kunnen niet te overbruggen en te overwinnen obstakels worden.
Gezonde angst kun je ook vertalen met ‘(diep) ontzag hebben voor’.
Als Jezus hier dus spreekt over het ‘bevreesd moeten zijn voor God’ dan bedoelt Hij niet dat we bang moeten zijn voor God Zelf, maar voor de gevolgen van het geen ontzag hebben voor Hem.
Voor de Mount Everest hoef je niet bang te zijn, maar als je geen ontzag hebt voor die berg en hem zomaar wilt beklimmen, zijn de gevolgen desastreus.
Zo is het ook met God; God Zelf is niet Iemand voor wie we bang hoeven te zijn, maar leven zonder ontzag voor Hem eindigt in de hel.
Mensen kunnen ons kwetsen tot in het diepst van onze ziel, mensen kunnen ons lichamelijk en geestelijk kapot maken en/of doden, heel beangstigend, maar God is Degene die gaat over de eeuwigheid en waar onze ziel die doorbrengt, bij Hem, of bij de satan.


Ik ga terug naar de angst van Jezus in de Hof van Gethsemané; angst die de schrijver een gezonde angst noemt omdat het leidt tot gehoorzaamheid; en naar de angsten die de satan heeft gebruikt om onze Heer aan te vallen en die, als Hij er aandacht aan zou hebben besteed, Hem zouden hebben weggeleid van gehoorzaamheid.
En dit brengt mij bij de tweede tekst.
Markus 14:28
‘En Hij zei: Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg,  maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’

Niemand van ons zal ooit zulke grote angsten hebben te doorstaan als Jezus in de tuin heeft moeten doorstaan.
Satan heeft in die tuin Jezus in de meest ondenkbare hevigheid aangevallen, maar vandaag dringt het tot mij door dat Jezus geen enkele angst benoemd, Hij gebruikt alleen de woorden ‘deze drinkbeker’.
Hij had een hele opsomming kunnen maken van alle angsten waarmee de satan Hem aanviel, maar Hij deed het niet; Hij gaf dus deze angsten verder geen aandacht, maar richtte Zich op Zijn Vader, op Degene die bij machte was om alles weg te nemen.

Ik weet niet hoe het bij jou is, maar ik noem dan meestal alle dingen op waar ik dan bang voor ben, of die me belagen.
Stuk voor stuk kan ik ze dan noemen, en eigenlijk, zit ik me te bedenken, dacht ik daar helemaal niet zo verkeerd aan te doen; ik mag Hem toch immers alles zeggen …
Maar als ik dit lees en er over nadenk, kom ik tot het besef, dat ik met het opsommen, ik mezelf vaak nog banger maak, waardoor mijn gebed vaak een nog groter strijdgeheel wordt en ik het soms verlies en dus dingen niet doe, of anders, of …
Het komt er dan dus op neer dat ik mijn angst(en) teveel aandacht geef, waardoor ik inderdaad (vaak) weggeleid wordt van gehoorzaamheid.
Wow, die komt binnen.
Wat een voorbeeld is Jezus opnieuw voor mij!

‘Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U …’
Abba, Vader; ik neem mijn positie in: ik ben Uw dochter/zoon.
Ik erken dat U, Vader God, de Allerhoogste ben, de Almachtige.

‘Neem deze drinkbeker van Mij weg …’ 
Ik hoef niets met name te noemen, U weet alles, ook wat mij zo belaagt, in het nauw drijft, angst aanjaagt, …
Ik geef ‘mijn drinkbeker’ aan U.

‘Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt …’
Gehoorzaamheid.
Luister ik naar mijn angsten en laat ik mij leiden door die angsten, of richt ik mij op Degene die alles in handen heeft, rust ik in Zijn liefde en gehoorzaam ik door op Hem te vertrouwen, dat wat er ook gebeurt, wat Hij ook doet of toelaat, goed is.
Uw wil geschiede.

In de tuin had Jezus een keuze: God, Zijn vader vrezen en gehoorzamen, Zich aan Hem onderwerpen, of al het andere vrezen wat de satan Hem nog zou hebben toegeworpen.
Zo hebben ook wij steeds een keuze: wie of wat vrezen wij, voor wie of wat hebben wij het meeste ontzag?
Willen wij gehoorzaam zijn, en wie willen wij gehoorzaam zijn.


Het woordje vrezen bracht mij ook bij de volgende en tevens laatste tekst.
1 Johannes 4:18
‘Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit.’
Een tekst, waar ik eigenlijk een beetje een hekel aan had gekregen, doordat hij mij herhaaldelijk voor de voeten werd geworpen als ik worstelde met mijn angsten (deze hebben een oorzaak) en mij daardoor een nog veel slechter gevoel bezorgde, omdat het me ook nog eens confronteerde met het feit hoe onvolmaakt ik dan wel niet was in de liefde en dus hoever van God verwijderd en …
Met andere woorden, hoe fout ik dan toch wel niet (bezig) was.
Maar na van morgen …

‘Volmaakte liefde drijft de vrees uit …’
Als ik naar Jezus kijk, naar Zijn leven en vanmorgen dan in het bijzonder naar Hem in de Hof van Gethsemané, naar Zijn angsten en wat daar gebeurt, dan denk ik dat ik kan zeggen, dat vertrouwen en gehoorzaamheid  ten grondslag liggen aan Volmaakte Liefde.
Jezus vertrouwde Zijn Vader volledig; heel Zijn leven heeft Hij niets anders gedaan dan wat Hij Zijn Vader had zien doen (Joh. 5:19).
En over Jezus en gehoorzaamheid zegt de Bijbel dat Jezus gehoorzaamheid heeft geleerd uit hetgeen Hij geleden heeft. (Hebr. 5:8)
En dan ben ik weer in de Hof van Gethsemané, bij Jezus, Die worstelt en strijdt tot bloedens toe.
Niet Mijn wil, maar Uw wil …
Tot drie keer toe bad Hij hetzelfde gebed …
‘Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij toch gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden.’

Vers 18 zegt ons ook nog het volgende:
‘De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.’
Wie vreest is niet volmaakt in de liefde; vrees houdt verband met straf, en straf volgt op ongehoorzaamheid.
Gehoorzaamheid is dus een sleutel tot de volmaakte liefde, en dus tot een leven zonder vrees.
En daar bij is vertrouwen weer onontbeerlijk, want ja, wie wil en kan er nu iemand 100 % gehoorzamen die hij niet vertrouwt.

‘En Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: Slaap nu maar verder en rust; het is genoeg, het uur is gekomen; zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Sta op, laten wij gaan; zie, hij die Mij verraadt, is dichtbij.’
Markus 14:41,42

Overgave.
Vertrouwen en gehoorzaamheid.
En ja, Volmaakte Liefde dreef de vrees uit.

Jezus verdiende geen straf; nimmer is Hij Zijn vader ongehoorzaam geweest.
Het is des te meer onvoorstelbaar, dat Hij de straf die wij hebben verdient om onze ongehoorzaamheid, op Zich heeft genomen, zodat het voor ons ook mogelijk is om te leven in en vanuit deze Volmaakte Liefde.


Jezus koos ervoor om God in diep ontzag te vrezen, en Hij kon daardoor de meest gruwelijke weg gaan die voor Hem lag.
Waar kies ik voor; waar kies jij voor?
Wat houd ik mij voor ogen; wat houd jij je voor ogen?
Wie vrees ik?
Wie vrees jij?

GENADE is het laatste woord dat nog in mijn hart opkomt.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen