zondag 13 december 2015

3e Advent - Mijn ogen hebben Uw heil gezien!


‘Door de Geest gedreven ging Simeon naar de tempel. Toen Jozef en Maria het kind Jezus binnendroegen om te doen wat volgens de wet moest gebeuren, nam hij Jezus in zijn armen en God dankend zei hij: ‘Nu kunt U mij, Uw dienaar, in vrede laten gaan, zoals U hebt gezegd. Want mijn ogen hebben Uw heil gezien, het heil dat U gereed houdt voor het oog van alle volken: een licht, voor andere volken een openbaring, voor Uw volk Israël hun glorie.’

Lucas 2:27-32
(GNB)


Want mijn ogen hebben Uw heil gezien …
Het zijn deze woorden die eruit springen, mijn hart raken en bezighouden.
Was het naar de 1e Adventszondag de verwachting en het verlangen van deze Simeon (en ook Hanna) die eruit sprongen, en vorige week het feit dat Jezus, Gods Zoon, Zijn plaats bij de Vader opgaf om mens te worden, een baby nog wel, nu zijn het deze woorden van Simeon: ‘… want mijn ogen hebben Uw heil gezien!’

Simeon was vol van de Heilige Geest, en hem was door de Heilige Geest voorspeld, dat hij niet zou sterven voordat hij met zijn eigen ogen de Messias, die God had beloofd,  zou zien.
En zo was Simeon door de leiding van de Heilige Geest op het juiste moment in de tempel en zag hij Jozef en Maria binnenkomen met het kind Jezus.
En hij nam Jezus in zijn armen en dankte God.


Ik heb dit gedeelte al zo vaak gelezen in mijn leven, maar deze keer beroeren deze woorden mijn hart heel diep en ze brengen mij tegelijk bij het moment in Lucas 1:41 en 42a,  waar Elisabeth Maria’s stem hoort en dat het kind in haar schoot opsprong en zij vervuld werd met de Heilige Geest en sprak.
Ik ervaar van binnen, dat Simeon hetzelfde ervaren moet hebben als Elisabeth op het moment dat hij Jezus zag in de armen van Zijn moeder Maria.
Ik proef zijn vreugde, zijn blijdschap, zijn …, ik kan het juiste woord er eigenlijk niet voor vinden, maar het moet een woord zijn -bestaat het eigenlijk wel?- dat de volheid van alles weergeeft; de volheid van zijn vreugde omdat hij de Beloofde Messias met eigen ogen ziet; de volheid van vreugde, omdat Gods belofte op dat moment wordt vervuld, de volheid van vrede, die bezit neemt van zijn hart, omdat zijn ogen Het Heil hebben gezien.
Immers, de mens kan geen volheid van vrede in zijn hart hebben, totdat hij Jezus –Zijn Verlossing–- heeft gezien en aangenomen.

Het kind in de schoot van Elisabeth sprong op bij het horen van de stem van Maria, de moeder van Jezus; het hart van Simeon sprong op bij het zien van de baby in de armen van Maria.
Elisabeth wist; Simeon wist.
Het is Gods Geest, die als wij ervoor openstaan, als wij verwachten, als wij uitzien, net als Elisabeth en Simeon, ook ons hart zal doen opspringen.
Een open hart, verwachtend en verlangend, uitziend naar.


Simeon omarmde wat God gaf; letterlijk zelfs.
God had hem het voorrecht gegeven om Het Heil te zien en te omarmen.
Oh, wat moet er in deze man zijn omgegaan …
Alles in mij roert zich bij deze gedachte.
En in gedachten zie ik hem voor mij; een man, zijn ogen naar de hemel geslagen, God dankend, lovend en prijzend, voor de vervulling van de belofte.
Zijn ogen hebben het belangrijkste gezien, er was niets dat van meer waarde was in dit leven; alles, ja, alles werd vervuld op dit ene moment, het moment waarop hij Jezus zag en in de armen nam.


‘Nu kunt U mij, Uw dienaar, in vrede laten gaan, zoals U hebt gezegd. 
Want mijn ogen hebben Uw heil gezien,…’

Ik heb door deze woorden Simeon altijd gezien als een oude man, maar met wat de Matthew Henri erover schrijft, besef ik dat dit helemaal niet zo hoeft te zijn.
In mijn eigen woorden weergevend: ‘Hij was klaar om op dat moment te sterven, maar nergens staat inderdaad dat hij ook vlak daarna is gestorven.’
Met dit besef, komt er tegelijk een andere gedachte binnen, namelijk, dat wij, die Jezus hebben aangenomen als onze Heer en Zaligmaker, onze Verlosser, eigenlijk bijna dezelfde woorden kunnen spreken: ‘Nu kunt U mij, Uw dienaar, in vrede laten gaan, want mijn ogen hebben Uw heil gezien,…’
Uw heil …
De Naardense Bijbel spreekt van ‘… Uw reddend werk, dat Gij bereid hebt voor …’
Uw heil, Uw reddend werk: JEZUS.
Dit gezien hebben, is Hem, Jezus, gezien hebben.
Hem gezien hebben, is gezien hebben wie Hij is, waarom Hij kwam, en dat aannemen.
Hem gezien hebben, is Jezus -Zijn Genadegeschenk van Vergeving en Verlossing- in je armen sluiten en opbergen in je hart.
Hem gezien hebben, is, je ogen naar de hemel opslaan en God danken, loven en prijzen om dit grote en ontzagwekkende wonder van Genade dat Hij ons geeft.
Hem gezien hebben, is je leven voortaan leven tot Zijn eer en glorie, met vrede in je hart, in de wetenschap dat wanneer Hij je ook thuis haalt, het goed is, want het is goed tussen Hem en jou, omdat Jezus er tussen staat.

Jezus …

Jezus, die de gestalte van God had, en een baby, een hulpeloos en afhankelijk wezen, werd.
Jezus, mens geworden, en onder ons komen wonen; in alles aan ons gelijk geworden.
Jezus, die opgroeide tot een man, die gehoorzaamheid leerde.

Jezus …

‘Een man, getekend door lijden.
Een man, die weet wat pijn is.
Een man, voor wie men de ogen sluit; verguisd en niet in tel.
En toch:
Hij heeft onze ziekten gedragen, al ons leed op Zich genomen.
Maar wij zegen Hem als een uitgestotene, door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd Hij doorboord, onder onze schulden vermorzeld.
De straf die Hij onderging,bracht ons de vrede; 
de wonden die Hij opliep, brachten ons genezing.
Wij liepen verloren als schapen, ieder van ons ging zijn eigen weg.
Maar de Heer heeft Hem gestraft, op Hem kwam de schuld neer,
de schuld van ons allen.

Gewillig liet Hij Zich mishandelen, geen woord kwam over Zijn lippen.
Hij hield Zich stil, als een lam op weg naar de slachtbank,
 als een schaap onder de handen van zijn scheerders.
… ’

Lees meer: >> Jesaja 53 


                  >>  Mattheüs 25 vanaf vers 31 …  
                  >>  Marcus 13 … 
                  >>  Lucas 21 vanaf vers 5 … 
                  >>  Johannes 17… 


Mijn ogen hebben Uw heil gezien …

Ik sluit mijn ogen en in gedachten
aanschouw ik het tafereel dat zich
op mijn netvlies ontvouwt.

Een man, die een baby in zijn armen neemt,
zijn ogen opslaat naar de hemel en God dankt;
zichtbaar is hoeveel hij van dit Kind houdt.

Op zijn gezicht ligt een onaardse glans,
een vreugde en intense dankbaarheid,
waarneembaar voor een ieder die het aanschouwt.

Ik hoor de woorden die hij spreekt:
‘… mijn ogen hebben Uw heil gezien’;
het is alsof iets zich in mij openvouwt.

Het wonder van het Geschenk van Genade
wordt in al haar volheid blootgelegd,
en de rijkdom opnieuw aan mij toevertrouwd.

‘Mijn ogen hebben Uw heil gezien …’
Onbeschrijflijk is de diepe vreugde,
die zich in mijn hart ontvouwt.

Het brengt me bij jou. Ken jij Hem al?
Ken jij deze vreugde, deze vrede, diep in je hart;
hebben jouw ogen Zijn heil al aanschouwd?

Heb jij Zijn Geschenk van Genade al aangenomen?
Heb jij door de wegen die Hij ging voor jou,
al gezien hoeveel Hij van je houdt?



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen