maandag 18 mei 2015

Ontzagwekkend wonderbaarlijk


In de hemel heeft God een foto van ons in Zijn hand en toont dat aan iedereen: ‘Kijk!’, zegt Hij, ‘dit is Mijn dochter. Is ze niet prachtig?
‘Hij raakt de foto zachtjes aan als Hij verder gaat: ‘Ik kan bijna niet wachten tot Ik haar van aangezicht tot aangezicht zal zien!’

‘Ik dank U, dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen, Uw daden zijn wonderen!- mijn ziel erkent dat ten zeerste!’
Psalm 139:14


Erkent mijn ziel echt ten zeerste dat ik ontzagwekkend wonderbaarlijk ben geschapen?
Al zo vaak heb ik het gelezen, zo vaak ook erkent, en toch, als ik de woorden opnieuw lees in het licht van het bovenstaande verhaaltje dat ik lees in hoofdstuk 8 van het Bijbelstudieboekje van ‘Jouw identiteit – Gods zelfportret’ van onze VrouwenBijbelstudiegroep, dan lijkt het alsof ik niet eerder zo de diepte van deze woorden heb gezien.

Ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God.
Geen afgerafeld stukje werk, even snel tussen neus en lippen door gemaakt, maar weloverwogen en met zeer grote zorg,
Ontzagwekkend wonderbaarlijk!

Ja, ik ben te dik, mijn lichaam kan niet alles wat een gezond iemand kan, ik ben een beetje beperkt in wat ik kan, en toch …
Ja, ik doe dingen verkeerd, keer op keer op keer op keer …, en toch …
Ik maak fouten, schiet tekort op vele fronten –zowel naar God toe als naar mensen, en toch …
Ik …
En toch …
Ik ben ontzagwekkend wonderbaarlijk gemaakt door God!

Door mijn eigen ogen zie ik al deze dingen, maar als ik mijzelf ga zien door wat Hij zegt in Zijn woord, ga ik ontdekken dat het heel anders is dan ik vaak denk, of zie.

In gedachten zie ik U, Vader, gebogen 
over één van Uw in de maak zijnde meesterwerken.
Uw handen gaan zorgvuldig, liefdevol en teder te werk;
niets, helemaal niets zal er zijn op aan te merken.

Als het af is, zie ik de vreugde op Uw gezicht,
en hoor ik U zeggen: ‘Whauw, wat is zij mooi en goed!’
U geeft haar een plaats ergens op de wereld, en zie uit naar de dag
dat U haar weer van aangezicht tot aangezicht ontmoet.

Tot die tijd echter, mag zij op die plaats de gaven en talenten,
die zo zorgvuldig door U in haar leven zijn ingeweven,
ontdekken en ontplooien, om zo tot eer en glorie 
van U, haar Schepper, te leven.

Allerlei dingen zullen op haar afkomen,
U weet daarvan, niets is voor U verborgen.
Maar U houdt haar vast, en zult alle dagen, 
onafgebroken, voor haar zorgen.

Haar naam is in Uw hand gegrift,
haar beeld heeft U elk moment van de dag voor ogen.
Ze is U zo kostbaar, zo dierbaar, zo speciaal, 
niemand anders dan U is zo over haar bewogen.


Ontzagwekkend, wonderlijk gemaakt …
Ik proef Zijn liefde; voel de gewenstheid van mijn bestaan.
Ja, Uw daden zijn wonderen; mijn ziel weet dat zeer wel!











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen