vrijdag 27 maart 2015

Dag 38 – Genade op genade

De vrouw die niet zomaar opgaf.
Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’
Mattheüs 15: 27

Ze ligt geknield aan Zijn voeten, haar blik omhoog gericht.
Zijn woorden galmen nog na, maar haar nood is zo groot, dat ze zich er niet door van de wijs laat brengen.
Oké, ze begrijpt de boodschap, het brood is voor  de kinderen Israëls, maar van dat brood vallen toch altijd wel kruimeltjes af die door de honden worden opgegeten.
Nu dan, ze is bereid te zijn als de hond die de kruimeltjes opeet, want kruimels die afvallen van het brood dat Hij geeft, zijn genoeg.
En dat antwoord geeft ze Hem:
‘Ja, Heer, maar de hondjes eten de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’

Een kruimel genade;
een woord,
een gebaar,
ze weet het zeker:
dat is genoeg.

Een kruimel genade,
het is alles wat
ze nodig heeft.
Ze weet het zeker:
dat is genoeg.

Een kruimel genade …

En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond  (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader),  vol van genade en waarheid. 
Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Hij Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik.
En  uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. 
Johannes 1:14-16














Over de vrouw die niet zomaar opgaf kun je lezen in:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen