vrijdag 10 mei 2013

God verliest ons niet uit het oog (3)

Toch vruchtdragen
Troost en hoop

Vorige maand haalde ik, na aanleiding van de zin ‘Hoop groeit het best in de aarde van trouw, reeds een paar teksten uit Jeremia 17 aan.
Opnieuw kwam dit hoofdstuk afgelopen weekend op mijn pad in de Bijbelstudie ‘Groeien in Vertrouwen’. (Zie: eerdere logs van deze week en Boekinfo)

Daarnaast waren deze teksten nog niet echt uit mijn gedachten geweest, daar ik vorige week en afgelopen dinsdag even weer, een paar foto’s had gemaakt van een knotwilg die niet zo ver bij ons huis vandaan staat.
Wij wonen aan de rand van het dorp en als je even het straatje uit loopt en de hoek omgaat, loop je zo ons dorp uit en om je heen zijn de boerderijen en weilanden.
Maar vlak daarvoor, net voor je ons dorp uitgaat, staan er een aantal knotwilgen op een rij.
Prachtige boompjes vind ik dat.
Ze groeien schots en scheef, maar dat maakt hen juist zo aantrekkelijk en mooi, vind ik.
Ik had daar vorige week al wat over willen schrijven, want het boompje waar ik het over wil hebben, geeft een bijzondere bemoediging, tenminste, die zie ik erin.
Door omstandigheden kwam er van schrijven vorige week echter niet veel.
Maar ach, wat in het vat zit verzuurd niet en met ons hondje uitlaten zie ik iedere dag ‘mijn’ boompje, dus vergeten doe ik het zeker niet.

Nu echter, na zo de afgelopen dagen met deze Bijbelstudie bezig te zijn geweest, besef ik dat het helemaal niet zo erg is dat ik hier niet over kon schrijven, want de twee verhalen, die van de Bijbelstudie en van ‘mijn’ boompje, passen naadloos bij en in elkaar.
Het is, denk ik, zelfs nog een betere volgorde ook.

Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens,
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte,
die het niet ziet wanneer het goede komt:
hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn,
in zilt en onbewoond land.

Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt,
wiens vertrouwen de HEERE is.
Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is,
en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop.
Hij merkt het niet als er hitte komt,
zijn blad blijft groen.
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.
 
Jeremia 17:5-8

In deze verzen worden eigenlijk twee kanten belicht.
Het leven van hen die God niet kennen en vertrouwen en van hen die God wel kennen en vertrouwen.
De ene wordt vergeleken met een kale, onvruchtbare struik, terwijl de ander wordt vergeleken met een boom die vrucht draagt.

God verlangt naar een leven dat vrucht draagt.
Deze woorden uit Jeremia laten wel duidelijk zien hoe God naar ons leven kijkt, hoe Hij ons ziet.
Maar ook, dat Hij ons tegemoet komt en laat zien hoe dit in alle omstandigheden ook mogelijk is.
Want God gaat niet voorbij aan moeiten en problemen, pijn en verdriet.
Hij spreekt immers ook over hitte en droogte.
Maar tegelijk laat Hij ook zien dat deze dingen geen belemmering hoeven te zijn om toch vrucht te dragen.

‘Zijn blad blijft groen en hij houdt niet op met vrucht te dragen.’
Hoe dit kan?
Het woord geeft het heel duidelijk aan: ‘… die zijn wortels laat uitlopen bij de waterloop.’
Met andere woorden, de wortels graven zich dieper in de aarde, dichter en dichter naar het water toe, totdat ze uiteindelijk in het water liggen.
Zo hebben ze altijd water, altijd voeding en dan deert het hem niet als er droogte of hitte komt, want zijn wortels liggen in het water.
Hij is verbonden met de bron.

Als zo ons leven ook verbonden is met de Bron van Levend water, onze wortels als het ware in die Bron liggen, dan zullen ook wij in staat zijn om vrucht te dragen ongeacht de omstandigheden.
Want laten we eerlijk zijn, ons leven kent immers ook tijden van hitte en droogte.

Welk een belangrijke lessen, naast een waarschuwing, liggen er in deze paar Bijbelverzen.
Het is mijn verlangen te zijn als deze boom; mijn wortels in de Bron van levend water.
En jij?

Zoals de wortels van een boom
zich hunkerend uitstrekken naar het water;
zich dieper en dieper in de aarde graven
om uiteindelijk bij de bron,
ja, zelfs tot in het water,
te komen, te zijn,
zo verlangt God ernaar
dat wij onze wortels
zullen planten in Hem.
Dan zal hitte en droogte
ons niet deren
en kunnen wij vrucht blijven dragen,
omdat onze wortels verankerd liggen in Hem,
de Bron van Levend water.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen