woensdag 20 februari 2013

Gods trouw

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (48)

Laat zien hoe trouw U bent,
U bevrijdt toch wie bij U bescherming zoeken.
Bewaar mij als Uw liefste bezit,
verberg mij onder Uw veilige vleugels.

Psalm 17:6,7

Als er één ding is waar de Psalmist duidelijk niet aan twijfelt, dan is het wel aan de trouw van God.
Het zinnetje ‘laat zien hoe trouw U bent’ getuigd daarvan.
Hij zegt niet, laat zien dat U trouw bent, nee, laat zien  hoe trouw U bent.
Met andere woorden, ik weet dat U een trouw God bent, maar laat zien, God, hoe trouw U bent.

De Naardense Bijbel spreekt van ‘het wonder van Uw vriendschap; toon mij het wonder van Uw vriendschap.
Ik weet, ik besef, het is een wonder, maar toon mij Uw vriendschap.

Toon mij Uw trouw, toon mij Uw vriendschap; U bevrijdt toch, verlost, redt, die bij U  hun toevlucht zoeken.
Zo bent U toch.
Dat doet U toch.
Laat toch zien hoe trouw U bent en bewaar mij als Uw kostbaarste bezit, verberg mij onder Uw veilige vleugels.
Laat toch het wonder van Uw vriendschap zien en bewaak mij als het mannetje in Uw oog.
Bewaar mij, bewaak mij, verdedig mij, verberg mij.

De Psalmist roept tot God.
Hij roept, omdat hij weet dat hij een antwoord krijgt van God.
Zijn relatie met God is zeer vertrouwelijk, want hij zegt gewoon: ‘schenk aandacht aan mijn woorden, luister naar wat ik te zeggen heb.’
Het is bijna – vergeef mij als het oneerbiedig is – alsof hij aan de mouw van Gods jas trekt om aandacht te krijgen, zo van, Heer, trek trek, hoor eens, luister nu toch eens …

De Naardense Bijbel zegt het zo: ‘leen mij Uw oor, wil horen wat ik zeg.’
‘Leen mij Uw oor,’ kan God nog dichterbij worden gevraagd?

En in deze vertrouwelijke omgang, die de Psalmist met God heeft, durft hij eerlijk te zijn en te vragen om wat er in zijn hart leeft.
Hij vraagt om Gods bescherming, en niet zomaar bescherming, nee, hij vraagt of God hem wilt beschermen alsof hij het kostbaarste bezit is wat God heeft.

Als we de rest van de Psalm ook lezen, dan zien we dat dit alles voortkomt uit het feit dat David het moeilijk heeft.
Hij wordt belaagd en hij kan geen kant meer uit en hij zoekt zijn toevlucht bij zijn HEER.
Hij verwacht van God hulp; hij vertrouwt erop dat God hem zal helpen.
God had hem al vaker geholpen en hij zou het weer doen, daar geloofde hij in.
Zijn God, onze God, is een God van trouw.

3 opmerkingen:

  1. Bewaar mij als Uw liefste bezit,


    Zo vaak gelezen,en juist op dit moment dringt het pas diep van binnen bij mij door.
    Dat we dit mogen vragen aan Hem.

    Geweldig wat een Vader hebben we toch he Rita.

    Lieve groet Thea.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, die hebben we zeker, Thea.
    We zijn rijk!

    Lieve groet,
    Rita.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Gods trouw, daar bouw ik op. Dank je wel.

    BeantwoordenVerwijderen