dinsdag 29 januari 2013

De God van de berg Sinaï

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (29)

Heel het volk hoorde de donderslagen en de ramshoorn, ze zagen de bliksem en de rokende berg.
Ze bleven bevend van schrik op grote afstand staan.
Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’
‘Wees niet bang,’ antwoordde Mozes, ‘God is gekomen om jullie op de proef te stellen. Hij wil dat jullie ontzag voor hem hebben en niet meer zondigen.’
Het volk bleef op een afstand staan terwijl Mozes naar de donkere wolk ging waar God was.

Exodus 20:18-21

God komt op verschillende manieren naar de mens toe.
De ene keer door een brandende braamstruik heen, de andere keer in de stilte, een zachte bries, en in dit gedeelte komt God met groot machtsvertoon.
Donderslagen, een ramshoorn, bliksem en een rokende berg.
God komt op de manier dit het beste past bij het doel dat Hij voor ogen heeft.

Toen Hij Mozes’ aandacht wilde trekken in de woestijn, was dat door een brandende braamstruik, die brandde, maar niet verbrandde en Mozes kwam nieuwsgierig dichterbij,
verbaasd als hij ook was dat de struik niet verbrandde.

Tot Samuël sprak God in de stilte van de nacht.
Terwijl Samuël sliep kwam God en riep Hem.

Adam en Eva hoorden God bij het opsteken avondwind.

Nu echter komt God met groot vertoon van macht.
God wilde dat het volk Zijn macht en gezag zou zien.
Hij wilde dat zij ontzag voor Hem zouden hebben en niet meer zouden zondigen.

Het volk is helemaal van slag en onder de indruk van Gods verschijning.
‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we,’ zeggen ze tegen Mozes.
Op deze wijze komt ook de erkenning van hen naar Mozes en Aäron als leiders.
Ga jij maar, Mozes, ‘ga jij maar.’

In het hoofdstuk ervoor kwam God op dezelfde manier, en toen waren zij gewaarschuwd de scheiding niet te overschrijden want ze zouden zeker sterven.
Exodus 19:16-19:
Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, donderde en bliksemde het.
Een donkere wolk hing om de berg en het zware geluid van een ramshoorn weerklonk.
De mensen in het kamp beefden van schrik.
Mozes leidde hen het kamp uit, naar God.
Zij stelden zich op aan de voet van de berg.
De Sinai was geheel in rook gehuld, want de Heer was in vuur neergedaald op de berg.
De rook steeg op als uit een oven en de hele berg trilde hevig.
Het geluid van de ramshoorn werd steeds sterker.
Mozes sprak en God antwoordde hem in de donder.

Als ik deze woorden lees, kan ik me zo voorstellen dat ze bang waren.
Als God zo komt, met zoveel machtsvertoon, want moet een mens zich dan klein en nietig voelen!
Dan kun je toch niet anders dan ontzag hebben en buigen voor deze almachtige God.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen